This document is an excerpt from the EUR-Lex website
Document 51997PC0403
Proposal for a Council Directive amending Directives 66/400/EEC, 66/401/EEC, 66/402/EEC, 66/403/EEC, 69/208/EEC, 70/457/EEC and 70/458/EEC on the marketing of beet seed, fodder plant seed, cereal seed, seed potatoes, seed of oil and fibre plants and vegetable seed and on the common catalogue of varieties of agricultural plant species
Voorstel voor een richtlijn van de Raad tot wijziging van de Richtlijnen 66/400/EEG, 66/401/EEG, 66/402/EEG, 66/403/EEG, 69/208/EEG en 70/458/EEG betreffende het in de handel brengen van respectievelijk bietenzaad, zaaizaad van groenvoedergewassen, zaaigranen, pootaardappelen, zaaizaad van oliehoudende planten en vezelgewassen, en groentezaad, en van Richtlijn 70/457/EEG betreffende de gemeenschappelijke rassenlijst voor landbouwgewassen
Voorstel voor een richtlijn van de Raad tot wijziging van de Richtlijnen 66/400/EEG, 66/401/EEG, 66/402/EEG, 66/403/EEG, 69/208/EEG en 70/458/EEG betreffende het in de handel brengen van respectievelijk bietenzaad, zaaizaad van groenvoedergewassen, zaaigranen, pootaardappelen, zaaizaad van oliehoudende planten en vezelgewassen, en groentezaad, en van Richtlijn 70/457/EEG betreffende de gemeenschappelijke rassenlijst voor landbouwgewassen
/* COM/97/0403 def. - CNS 97/0217 */
PB C 289 van 24.9.1997, pp. 6–11
(ES, DA, DE, EL, EN, FR, IT, NL, PT, FI, SV)
Voorstel voor een richtlijn van de Raad tot wijziging van de Richtlijnen 66/400/EEG, 66/401/EEG, 66/402/EEG, 66/403/EEG, 69/208/EEG en 70/458/EEG betreffende het in de handel brengen van respectievelijk bietenzaad, zaaizaad van groenvoedergewassen, zaaigranen, pootaardappelen, zaaizaad van oliehoudende planten en vezelgewassen, en groentezaad, en van Richtlijn 70/457/EEG betreffende de gemeenschappelijke rassenlijst voor landbouwgewassen /* COM/97/0403 def. - CNS 97/0217 */
Publicatieblad Nr. C 289 van 24/09/1997 blz. 0006
Voorstel voor een richtlijn van de Raad tot wijziging van de Richtlijnen 66/400/EEG, 66/401/EEG, 66/402/EEG, 66/403/EEG, 69/208/EEG, 70/457/EEG en 70/458/EEG betreffende het in de handel brengen van respectievelijk bietenzaad, zaaizaad van groenvoedergewassen, zaaigranen, pootaardappelen, zaaizaad van oliehoudende planten en vezelgewassen, en groentezaad, en van Richtlijn 70/457/EEG betreffende de gemeenschappelijke rassenlijst voor landbouwgewassen (97/C 289/06) COM(97) 403 def. - 97/0217(CNS) (Door de Commissie ingediend op 25 juli 1997) DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE, Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, inzonderheid op artikel 43, Gezien het voorstel van de Commissie, Gezien het advies van het Europees Parlement, Gezien het advies van het Economisch en Sociaal Comité, Overwegende dat om de hieronder vermelde redenen de volgende richtlijnen betreffende het in de handel brengen van zaaizaad en teeltmateriaal moeten worden gewijzigd: - Richtlijn 66/400/EEG van de Raad van 14 juni 1966 betreffende het in de handel brengen van bietenzaad (1), laatstelijk gewijzigd bij Richtlijn 96/72/EG (2),- Richtlijn 66/401/EEG van de Raad van 14 juni 1966 betreffende het in de handel brengen van zaaizaad van groenvoedergewassen (3), laatstelijk gewijzigd bij Richtlijn 96/72/EG, - Richtlijn 66/402/EEG van de Raad van 14 juni 1996 betreffende het in de handel brengen van zaaigranen (4), laatstelijk gewijzigd bij Richtlijn 96/72/EG, - Richtlijn 66/403/EEG van de Raad van 14 juni 1966 betreffende het in de handel brengen van pootaardappelen (5), laatstelijk gewijzigd bij Richtlijn 96/72/EG, - Richtlijn 69/208/EEG van de Raad van 30 juni 1969 betreffende het in de handel brengen van zaaizaad van oliehoudende planten en vezelgewassen (6), laatstelijk gewijzigd bij Richtlijn 96/72/EG, - Richtlijn 70/457/EEG van de Raad van 29 september 1970 betreffende de gemeenschappelijke rassenlijst voor landbouwgewassen (7), laatstelijk gewijzigd bij Richtlijn 90/654/EG (8), en - Richtlijn 70/458/EEG van de Raad van 29 september 1970 betreffende het in de handel brengen van groentezaad (9), laatstelijk gewijzigd bij Richtlijn 96/72/EG; Overwegende dat bij Beschikking 89/540/EEG van de Commissie van 22 september 1989 betreffende een tijdelijk experiment inzake het in de handel brengen van teeltmateriaal (10), laatstelijk gewijzigd bij Beschikking 96/336/EG van de Commissie (11), een tijdelijk experiment onder specifieke voorwaarden is opgezet om na te gaan of de bij de Richtlijn 66/400/EEG, 66/401/EEG, 66/402/EEG en 69/208/EEG vastgestelde procedures voor de officiële goedkeuring van zaad, zonder significant kwaliteitsverlies voor het zaad kunnen worden vereenvoudigd door niet-officiële veldkeuringen te verrichten; Overwegende dat het experiment heeft aangetoond dat, voor bepaalde doeleinden, de procedures voor de officiële goedkeuring van zaad van alle categorieën "gecertificeerd zaad", zouden kunnen worden vereenvoudigd als de keuringen zouden mogen worden uitgevoerd door andere keurmeesters dan die welke door de voor zaadkeuring bevoegde autoriteiten met de officiële keuring zijn belast; Overwegende dat in de lidstaten administratieve ontwikkelingen hebben plaatsgevonden; Overwegende dat het daarom wenselijk is de Richtlijnen 66/400/EEG, 66/401/EEG, 66/402/EEG en 69/208/EEG dienovereenkomstig te wijzigen; Overwegende dat in de Richtlijnen 66/401/EEG, 66/402/EEG, 69/208/EEG en 70/458/EEG is bepaald dat de in die richtlijnen opgenomen soortenlijsten in verband met de ontwikkeling van de wetenschappelijke of technische kennis volgens de procedure van het Permanent Comité kunnen worden gewijzigd wat de benamingen van deze soorten betreft en de hybriden die worden verkregen door kruising van soorten die onder deze richtlijnen vallen; Overwegende dat de opneming van nieuwe soorten in de soortenlijst in de voornoemde richtlijnen moet worden vergemakkelijkt; Overwegende dat die richtlijnen dienovereenkomstig moeten worden gewijzigd; Overwegende dat in de Richtlijnen 66/400/EEG, 66/401/EEG, 66/402/EEG, 69/208/EEG en 70/458/EEG is bepaald dat tijdelijke experimenten kunnen worden opgezet om betere alternatieven te vinden voor sommige onderdelen van de goedkeuringsregelingen die uit hoofde van deze richtlijnen zijn vastgesteld; Overwegende dat het, gezien de opgedane ervaring, wenselijk is het werkterrein voor dergelijke experimenten de verruimen om betere alternatieven te zoeken voor sommige bepalingen van de bovengenoemde richtlijnen; Overwegende dat het wenselijk is in Richtlijn 66/403/EEG een juridische grondslag op te nemen voor het opzetten van tijdelijke experimenten om betere alternatieven te zoeken voor sommige bepalingen van die richtlijn; Overwegende dat het wenselijk is in de Richtlijnen 70/457/EEG en 70/458/EEG regels op te nemen met betrekking tot de geschiktheid van rasbenamingen, HEEFT DE VOLGENDE RICHTLIJN VASTGESTELD: Artikel 1 Richtlijn 66/400/EEG wordt als volgt gewijzigd: 1. Artikel 2, lid 1, punt C, onder d), wordt vervangen door: "d) i) waarvan bij een officiële keuring is gebleken dat het aan bovengenoemde voorwaarden voldoet, of ii) waarvan bij een officiële keuring of bij een keuring onder officieel toezicht, van andere keurmeesters dan die welke door de voor zaadkeuring bevoegde autoriteiten met de officiële keuring zijn belast, is gebleken dat het aan de in bijlage I, deel A, vastgestelde voorwaarden voldoet.". 2. Aan artikel 2, worden na lid 2 de volgende leden toegevoegd: "3. De in lid 1, punt C, onder d), ii), bedoelde keuring onder officieel toezicht moet aan de volgende eisen voldoen: i) de keurmeesters: a) moeten over de nodige technische vakbekwaamheid beschikken, b) mogen geen persoonlijk voordeel halen uit de door hen uitgevoerde keuringen, c) moeten officieel zijn erkend door de voor zaadkeuring bevoegde autoriteiten van de betrokken lidstaat, d) moeten de keuringen onder officieel toezicht uitvoeren overeenkomstig de regels die voor officiële keuringen gelden; ii) het te keuren zaadgewas moet worden geproduceerd uit zaad waarop een nacontrole is uitgevoerd waarvan de resultaten bevredigend waren; iii) een gedeelte van het zaadgewas wordt door officiële keurmeesters gekeurd; iv) een gedeelte van de monsters van het van de zaadgewassen geoogste zaad wordt gebruikt voor officiële nacontrole en, zo nodig, voor officiële laboratoriumtests om de rasechtheid en -zuiverheid van het zaad te controleren. 4. Volgens de procedure van artikel 21 kunnen nadere regels worden vastgesteld voor de keuring onder officieel toezicht. Zolang geen nadere regels zijn vastgesteld, gelden de in artikel 2 van Beschikking 89/540/EEG van de Commissie vastgestelde voorwaarden.". 3. De eerste alinea van artikel 13 bis wordt vervangen door: "Om betere alternatieven te vinden voor sommige bepalingen van deze richtlijn, kan volgens de procedure van artikel 21 worden besloten onder nader bepaalde voorwaarden op communautair niveau tijdelijke experimenten te organiseren.". 4. Punt 3 van bijlage I, deel A, wordt vervangen door: "3. Voor alle categorieën "gecertificeerd zaaizaad" dient ten minste één veldkeuring - hetzij een officiële keuring, hetzij een keuring onder officieel toezicht - plaats te vinden; voor basiszaad moeten ten minste twee officiële veldkeuringen plaatsvinden waarvan er een betrekking heeft op stekkelingen en een op de zaaddragende planten.". Artikel 2 Richtlijn 66/401/EEG wordt als volgt gewijzigd: 1. Artikel 2, lid 1, punt C, onder d), wordt vervangen door: "d) i) waarvan bij een officiële keuring is gebleken dat het aan bovengenoemde voorwaarden voldoet, of ii) waarvan bij een officiële keuring of bij een keuring onder officieel toezicht, van andere keurmeesters dan die welke door de voor zaadkeuring bevoegde autoriteiten met de officiële keuring zijn belast, is gebleken dat het aan de in bijlage I vastgestelde voorwaarden voldoet.". 2. Artikel 2, lid 1 bis, wordt vervangen door "1 bis. Wijzigingen in de in lid 1, punt A, opgenomen soortenlijst worden vastgesteld volgens de procedure van artikel 21.". 3. Aan artikel 2, worden na lid 2 de volgende leden toegevoegd: "3. De in lid 1, punt C, onder d), ii), bedoelde keuring onder officieel toezicht moet aan de volgende eisen voldoen: i) de keurmeesters: a) moeten over de nodige technische vakbekwaamheid beschikken, b) mogen geen persoonlijk voordeel halen uit de door hen uitgevoerde keuringen, c) moeten officieel zijn erkend door de voor zaadkeuring bevoegde autoriteiten van de betrokken lidstaat, d) moeten de keuringen onder officieel toezicht uitvoeren overeenkomstig de regels die voor officiële keuring gelden; ii) het te keuren zaadgewas moet worden geproduceerd uit zaad waarop een officiële nacontrole is uitgevoerd waarvan de resultaten bevredigend waren; iii) een gedeelte van het zaadgewas wordt door officiële keurmeesters gekeurd; iv) een gedeelte van de monsters van het van de zaadgewassen geoogste zaad wordt gebruikt voor officiële nacontrole en, zo nodig, voor officiële laboratoriumtests om de rasechtheid en -zuiverheid van het zaad te controleren. 4. Volgens de procedure van artikel 21 kunnen nadere regels worden vastgesteld voor de keuring onder officieel toezicht. Zolang geen nadere regels zijn vastgesteld, gelden de in artikel 2 van Beschikking 89/540/EEG van de Commissie vastgestelde voorwaarden.". 4. De eerste alinea van artikel 13 bis wordt vervangen door: "Om betere alternatieven te vinden voor sommige bepalingen van deze richtlijn, kan volgens de procedure van artikel 21 worden besloten onder nader bepaalde voorwaarden op communautair niveau tijdelijke experimenten te organiseren.". 5. De eerste zin van punt 6 van bijlage I wordt vervangen door: "6. Of aan de bovengenoemde normen of eisen is voldaan, wordt voor basiszaad vastgesteld door middel van officiële veldkeuringen en voor gecertificeerd zaad door middel van hetzij officiële veldkeuringen hetzij onder officieel toezicht uitgevoerde veldkeuringen.". Artikel 3 Richtlijn 66/402/EEG wordt als volgt gewijzigd: 1. Artikel 2, lid 1, punt E, onder d), wordt vervangen door: "d) i) waarvan bij een officiële keuring is gebleken dat het aan bovengenoemde voorwaarden voldoet, of ii) waarvan bij een officiële keuring of bij een keuring onder officieel toezicht, van andere keurmeesters dan die welke door de voor zaadkeuring bevoegde autoriteiten met de officiële keuring zijn belast, is gebleken dat het aan de in bijlage I vastgestelde voorwaarden voldoet.". 2. Artikel 2, lid 1, punt F, onder d), wordt vervangen door: "d) i) waarvan bij een officiële keuring is gebleken dat het aan bovengenoemde voorwaarden voldoet, of ii) waarvan bij een officiële keuring of bij een keuring onder officieel toezicht, van andere keurmeesters dan die welke door de voor zaadkeuring bevoegde autoriteiten met de officiële keuring zijn belast, is gebleken dat het aan de in bijlage I vastgestelde voorwaarden voldoet.". 3. Artikel 2, lid 1, punt G, onder d), wordt vervangen door: "d) i) waarvan bij een officiële keuring is gebleken dat het aan bovengenoemde voorwaarden voldoet, of ii) waarvan bij een officiële keuring of bij een keuring onder officieel toezicht, van andere keurmeesters dan die welke door de voor zaadkeuring bevoegde autoriteiten met de officiële keuring zijn belast, is gebleken dat het aan de in bijlage I vastgestelde voorwaarden voldoet.". 4. Artikel 2, lid 1 bis, wordt vervangen door: "1 bis. Wijzigingen in de in lid 1, punt A, opgenomen soortenlijst worden vastgesteld volgens de procedure van artikel 21.". 5. Aan artikel 2 worden na lid 2 de volgende leden toegevoegd: "3. De in lid 1, punt E, onder d), ii, punt F, onder d), ii), en punt G, onder d), ii), bedoelde keuring onder officieel toezicht moet aan de volgende eisen voldoen: i) de keurmeesters: a) moeten over de nodige technische vakbekwaamheid beschikken, b) mogen geen persoonlijk voordeel halen uit de door hen uitgevoerde keuringen, c) moeten officieel zijn erkend door de voor zaadkeuring bevoegde autoriteiten van de betrokken lidstaat, d) moeten de keuringen onder officieel toezicht uitvoeren overeenkomstig de regels die voor officiële keuringen gelden; ii) het te keuren zaadgewas moet worden geproduceerd uit zaad waarop een nacontrole is uitgevoerd waarvan de resultaten bevredigend waren; iii) een gedeelte van het zaadgewas wordt door officiële keurmeesters gekeurd; iv) een gedeelte van de monsters van het van de zaadgewassen geoogste zaad wordt gebruikt voor officiële nacontrole en, zo nodig, voor officiële laboratoriumtests om de rasechtheid en -zuiverheid van het zaad te controleren. 4. Volgens de procedure van artikel 21 kunnen nadere regels worden vastgesteld voor de keuringen onder officieel toezicht. Zolang geen nadere regels zijn vastgesteld, gelden de in artikel 2 van Beschikking 89/540/EEG van de Commissie vastgestelde voorwaarden.". 6. De eerste alinea van artikel 13 bis wordt vervangen door: "Om betere alternatieven te vinden voor sommige bepalingen van deze richtlijn, kan volgens de procedure van artikel 21 worden besloten onder nader bepaalde voorwaarden op communautair niveau tijdelijke experimenten te organiseren.". 7. De eerste zin van punt 5 van bijlage I wordt vervangen door: "5. Of aan de bovengenoemde normen of eisen is voldaan, wordt voor basiszaad vastgesteld door middel van officiële veldkeuringen en voor gecertificeerd zaad door middel van hetzij officiële veldkeuringen hetzij onder officieel toezicht uitgevoerde keuringen.". Artikel 4 Richtlijn 66/403/EEG wordt als volgt gewijzigd: Na artikel 13 wordt het volgende artikel ingevoegd: "Artikel 13 bis Om betere alternatieven te vinden voor sommige bepalingen van deze richtlijn, met uitzondering van beginselen die betrekking hebben op fytosanitaire aangelegenheden, kan volgens de procedure van artikel 19 worden besloten onder nader bepaalde voorwaarden op communautair niveau tijdelijke experimenten te organiseren. In het kader van dergelijke experimenten kunnen de lidstaten worden vrijgesteld van bepaalde verplichtingen die in deze richtlijn zijn vastgesteld. In deze vrijstelling wordt aangegeven op welke bepalingen zij betrekking heeft. De duur van een experiment mag niet meer bedragen dan zeven jaar.". Artikel 5 Richtlijn 69/208/EEG wordt als volgt gewijzigd: 1. Artikel 2, lid 1, punt C, onder d), wordt vervangen door: "d) i) waarvan bij een officiële keuring is gebleken dat het aan bovengenoemde voorwaarden voldoet, of ii) waarvan bij een officiële keuring of bij een keuring onder officieel toezicht, van andere keurmeesters dan die welke door de voor zaadkeuring bevoegde autoriteiten met de officiële keuring zijn belast, is gebleken dat het aan de in bijlage I vastgestelde voorwaarden voldoet.". 2. Artikel 2, lid 1, punt D, onder d), wordt vervangen door: "d) i) waarvan bij een officiële keuring is gebleken dat het aan bovengenoemde voorwaarden voldoet, of ii) waarvan bij een officiële keuring of bij een keuring onder officieel toezicht, van andere keurmeesters dan die welke door de voor zaadkeuring bevoegde autoriteiten met de officiële keuring zijn belast, is gebleken dat het aan de in bijlage I vastgestelde voorwaarden voldoet.". 3. Artikel 2, lid 1, punt E, onder d), wordt vervangen door: "d) i) waarvan bij een officiële keuring is gebleken dat het aan bovengenoemde voorwaarden voldoet, of ii) waarvan bij een officiële keuring of bij een keuring onder officieel toezicht van andere keurmeesters dan die welke door de voor zaadkeuring bevoegde autoriteiten met de officiële keuring zijn belast, is gebleken dat het aan de in bijlage I vastgestelde voorwaarden voldoet.". 4. Artikel 2, lid 1, punt Ea bis onder d), wordt vervangen door: "d) i) waarvan bij een officiële keuring is gebleken dat het aan bovengenoemde voorwaarden voldoet, of ii) waarvan bij een officiële keuring of bij een keuring onder officieel toezicht, van andere keurmeesters dan die welke door de voor zaadkeuring bevoegde autoriteiten met de officiële keuring zijn belast, is gebleken dat het aan de in bijlage I vastgestelde voorwaarden voldoet.". 5. Artikel 2, lid 1, punt F, onder d), wordt vervangen door: "d) i) waarvan bij een officiële keuring is gebleken dat het aan bovengenoemde voorwaarden voldoet, of ii) waarvan bij een officiële keuring of bij een keuring onder officieel toezicht, van andere keurmeesters dan die welke door de voor zaadkeuring bevoegde autoriteiten met de officiële keuring zijn belast, is gebleken dat het aan de in bijlage I vastgestelde voorwaarden voldoet.". 6. Artikel 2, lid 1 bis, wordt vervangen door: "1 bis. Wijzigingen in de in lid 1, punt A, bedoelde soortenlijst worden vastgesteld volgens de procedure van artikel 21.". 7. Aan artikel 2 worden na lid 2 de volgende leden toegevoegd: "3. De in lid 1, punt C, onder d), ii), punt D, onder d), ii), punt E, onder d), ii), punt Ea bis, onder d), ii) en punt F, onder d), ii), bedoelde keuring onder officieel toezicht moet aan de volgende eisen voldoen: i) de keurmeesters: a) moeten over de nodige technische vakbekwaamheid beschikken, b) mogen geen persoonlijk voordeel halen uit de door hen uitgevoerde keuringen, c) moeten officieel zijn erkend door de voor zaadkeuring bevoegde autoriteiten van de betrokken lidstaat, d) moeten de keuringen onder officieel toezicht uitvoeren overeenkomstig de regels die voor officiële keuringen gelden, ii) het te keuren zaadgewas moet worden geproduceerd uit zaad waarop een nacontrole is uitgevoerd waarvan de resultaten bevredigend waren; iii) een gedeelte van het zaadgewas wordt door officiële keurmeesters gekeurd; iv) een gedeelte van de monsters van het van de zaadgewassen geoogste zaad wordt gebruikt voor officiële nacontrole en, zo nodig, voor officiële laboratoriumtests om de rasechtheid en -zuiverheid van het zaad te controleren. 4. Volgens de procedure van artikel 21 kunnen nadere regels worden vastgesteld voor de keuringen onder officieel toezicht. Zolang geen nadere regels zijn vastgesteld, gelden de in artikel 2 van Beschikking 89/540/EEG van de Commissie vastgestelde voorwaarden.". 8. De eerste alinea van artikel 12 bis wordt vervangen door: "Om betere alternatieven te vinden voor sommige bepalingen van deze richtlijn, kan volgens de procedure van artikel 21 worden besloten onder nader bepaalde voorwaarden op communautair niveau tijdelijke experimenten te organiseren.". 9. De eerste zin van punt 5 van bijlage I wordt vervangen door: "5. Of aan de bovengenoemde normen of eisen is voldaan, wordt voor basiszaad vastgesteld door middel van officiële veldkeuringen en voor gecertificeerd zaad door middel van hetzij officiële veldkeuringen hetzij onder officieel toezicht uitgevoerde keuringen.". Artikel 6 Richtlijn 70/457/EEG wordt als volgt gewijzigd: Aan artikel 9 wordt na lid 4 het volgende lid toegevoegd: "5. Wat de geschiktheid van een rasbenaming betreft, geldt het bepaalde in artikel 63 van Verordening (EG) nr. 2100/94 van de Raad inzake het communautaire kwekersrecht: Uitvoeringsbepalingen met betrekking tot de geschiktheid van rasbenamingen kunnen worden vastgesteld volgens de procedure van artikel 23.". Artikel 7 Richtlijn 70/458/EEG wordt als volgt gewijzigd: 1. Artikel 2, lid 1 bis, wordt vervangen door: "1 bis. Wijzigingen in de in lid 1, punt A, bedoelde soortenlijsten worden vastgesteld volgens de procedure van artikel 40.". 2. De eerste alinea van artikel 29 bis wordt vervangen door: "Om betere alternatieven te vinden voor sommige bepalingen van deze richtlijn, kan volgens de procedure van artikel 40 worden besloten onder nader bepaalde voorwaarden op communautair niveau tijdelijke experimenten te organiseren.". 3. In artikel 10 wordt na lid 4 het volgende lid toegevoegd: "5. Wat de geschiktheid van een rasbenaming betreft, geldt het bepaalde in artikel 63 van Verordening (EG) nr. 2100/94 van de Raad inzake het communautaire kwekersrecht. Uitvoeringsbepalingen met betrekking tot de geschiktheid van rasbenamingen kunnen worden vastgesteld overeenkomstig de procedure van artikel 40.". Artikel 8 1. De lidstaten doen de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen in werking treden om per 1 januari 1998 aan deze richtlijn te voldoen. Zij stellen de Commissie daarvan onverwijld in kennis. 2. Wanneer de lidstaten deze bepalingen aannemen, wordt in die bepalingen naar de onderhavige richtlijn verwezen of wordt hiernaar verwezen bij de officiële bekendmaking van die bepalingen. De regels voor deze verwijzing worden vastgesteld door de lidstaten. 3. De lidstaten delen de Commissie de tekst van de belangrijkste bepalingen van intern recht mee die zij op het onder deze richtlijn vallende gebied vaststellen. Artikel 9 Deze richtlijn treedt in werking op de twintigste dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen. Artikel 10 Deze richtlijn is gericht tot de lidstaten. (1) PB 125 van 11. 7. 1966, blz. 2290/66. (2) PB L 304 van 27. 11. 1996, blz. 10. (3) PB 125 van 11. 7. 1966, blz. 2298/66. (4) PB 125 van 11. 7. 1966, blz. 2309/66. (5) PB 125 van 11. 7. 1966, blz. 2320/66. (6) PB L 169 van 10. 7. 1969, blz. 3. (7) PB L 225 van 12. 10. 1970, blz. 1. (8) PB L 353 van 17. 12. 1990, blz. 48. (9) PB L 225 van 12. 10. 1970, blz. 7. (10) PB L 286 van 4. 10. 1989, blz. 24. (11) PB L 128 van 29. 5. 1996, blz. 23.