Choose the experimental features you want to try

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 51997PC0133

Voorstel voor een verordening (EG) van de Raad houdende aanvullende voorschriften van de gemeenschappelijke ordening der markten in de sector melk en zuivelproducten, ten aanzien van consumptiemelk

/* COM/97/0133 def. - CNS 97/0114 */

PB C 267 van 3.9.1997, pp. 93–95 (ES, DA, DE, EL, EN, FR, IT, NL, PT, FI, SV)

51997PC0133

Voorstel voor een verordening (EG) van de Raad houdende aanvullende voorschriften van de gemeenschappelijke ordening der markten in de sector melk en zuivelproducten, ten aanzien van consumptiemelk /* COM/97/0133 def. - CNS 97/0114 */

Publicatieblad Nr. C 267 van 03/09/1997 blz. 0093


Voorstel voor een verordening (EG) van de Raad houdende aanvullende voorschriften van de gemeenschappelijke ordening der markten in de sector melk en zuivelproducten, ten aanzien van consumptiemelk (97/C 267/15) COM(97) 133 def. - 97/0114 (CNS)

(Door de Commissie ingediend op 16 juli 1997)

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, en met name op de artikelen 42 en 43,

Gezien het voorstel van de Commissie,

Gezien het advies van het Europees Parlement,

Gezien het advies van het Economisch en Sociaal Comité,

Overwegende dat Verordening (EEG) nr. 1411/71 van de Raad van 29 juni 1971 houdende aanvullende voorschriften voor de gemeenschappelijke ordening der markten in de sector melk en zuivelproducten met betrekking tot melk bestemd voor menselijke consumptie (1), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EEG) nr. 2138/92 (2), ten doel heeft de markt van onder GN-code 0401 vallende producten zoveel mogelijk te ontwikkelen door middel van kwaliteitsgarantie en afstemming van het aanbod op de behoeften en wensen van de consument; dat de vaststelling van handelsnormen voor de betrokken zuivelproducten bijdraagt tot de stabiliteit van de markt en derhalve tot een billijke levensstandaard van de landbouwbevolking; dat het derhalve in het belang is van zowel de melkproducenten als de consumenten deze voorschriften te handhaven;

Overwegende dat, zowel om van de terzake opgedane ervaring profijt te trekken als om de regeling te vereenvoudigen en te verduidelijken teneinde de belanghebbenden meer rechtszekerheid te verschaffen, bovengenoemde verordening op bepaalde punten moet worden aangepast en de bepalingen ervan in een nieuwe verordening moeten worden opgenomen;

Overwegende dat, om tegemoet te komen aan de wensen van de consumenten, die steeds meer belang hechten aan de voedingsaspecten van melkeiwit, ervoor moet worden gezorgd dat het natuurlijke eiwitgehalte van de melk in geen geval wordt verlaagd en dat bovendien verrijking van consumptiemelk met bestanddelen van de vetvrije droge stof van de melk moet worden toegestaan;

Overwegende dat het, ten aanzien van het melkvetgehalte, dienstig is rekening te houden met de specifieke situatie in Finland en Zweden, voor welke landen krachtens de Toetredingsakte een afwijkende regeling geldt die op 31 december 1997 verstrijkt; dat de geldigheidsduur van die afwijkende regeling moet worden verlengd om de betrokken lidstaten in staat te stellen zich aan de in de rest van de Gemeenschap geldende regeling aan te passen;

Overwegende dat in artikel 5, punt 9, van Richtlijn 92/46/EEG van de Raad van 16 juni 1992 tot vaststelling van de gezondheidsvoorschriften voor de productie en het in de handel brengen van rauwe melk, warmtebehandelde melk en producten op basis van melk (3), laatstelijk gewijzigd bij Richtlijn 96/23/EG (4), bepaalde eisen inzake de samenstelling van consumptiemelk zijn vastgesteld; dat het, met het oog op de vereiste samenhang, wenselijk is om deze eisen in de regeling betreffende de handelsnormen op te nemen, met de nodige aanpassingen om rekening te houden met de terzake opgedane ervaring;

Overwegende dat Richtlijn 79/112/EEG van de Raad (5) betreffende de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der lidstaten inzake etikettering en presentatie van levensmiddelen bestemd voor de eindverbruiker alsmede inzake de daarvoor gemaakte reclame, laatstelijk gewijzigd bij Richtlijn 97/4/EG (6), en Richtlijn 90/496/EEG (7) inzake de voedingswaarde-etikettering van levensmiddelen van toepassing zijn;

Overwegende dat, ter wille van de coherentie van de regeling, gelijkwaardige normen moeten gelden voor uit derde landen ingevoerde producten;

Overwegende dat moet worden bepaald dat de lidstaten passende controlemaatregelen en bij overtreding van bepalingen van deze verordening toe te passen sancties moeten vaststellen,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

1. Bij deze verordening worden de normen vastgesteld voor producten van GN-code 0401 die bestemd zijn voor menselijke consumptie in de Gemeenschap.

2. In deze verordening wordt verstaan onder:

a) melk: het door het melken van een of meer koeien verkregen product;

b) consumptiemelk: de in artikel 3 vermelde producten, bestemd om in ongewijzigde staat aan de consument te worden geleverd;

c) vetgehalte: de gewichtsverhouding van de delen melkvetstof tot 100 delen van de betrokken melk.

Artikel 2

1. Alleen melk die voldoet aan de voorschriften voor consumptiemelk mag zonder verwerking aan de eindconsument worden geleverd of verstrekt, hetzij rechtstreeks, hetzij via restaurants, ziekenhuizen, kantines of andere soortgelijke inrichtingen.

2. De verkoopbenamingen voor de bedoelde producten zijn vastgesteld in artikel 3. Deze verkoopbenamingen mogen uitsluitend voor de in dat artikel gedefinieerde producten worden gebruikt, onverminderd de mogelijkheid om ze te gebruiken in samengestelde benamingen.

3. De lidstaten stellen maatregelen vast om de koper te informeren over de aard of de samenstelling van de producten in alle gevallen waarin het ontbreken van deze informatie bij de koper tot verwarring kan leiden.

Artikel 3

1. De volgende producten worden als consumptiemelk beschouwd:

a) rauwe melk: melk die niet is verwarmd tot meer dan 40 °C of geen behandeling met een gelijkwaardige uitwerking heeft ondergaan;

b) volle melk: melk die een warmtebehandeling heeft ondergaan en die, wat het vetgehalte betreft, voldoet aan een van de volgende voorschriften:

- gestandaardiseerde volle melk: melk met een vetgehalte van ten minste 3,50 %. De lidstaten mogen evenwel een extra categorie volle melk met een vetgehalte van 4,00 % of meer vaststellen;

- niet-gestandaardiseerde volle melk: melk waarvan het vetgehalte na het melken niet is gewijzigd, noch door toevoeging of verwijdering van melkvet, noch door vermenging met melk waarvan het natuurlijke vetgehalte is gewijzigd. Het vetgehalte mag evenwel niet lager zijn dan 3,50 %;

c) halfvolle melk: warmtebehandelde melk waarvan het vetgehalte op ten minste 1,50 % en ten hoogste 1,80 % is gebracht;

d) magere melk: warmtebehandelde melk waarvan het vetgehalte op ten hoogste 0,30 % is gebracht.

2. In afwijking van het bepaalde in lid 1 zijn de eisen inzake het vetgehalte, gedurende een periode van twee jaar te rekenen vanaf de datum van inwerkingtreding van deze verordening, niet van toepassing voor in Finland en Zweden geproduceerde melk die bestemd is voor menselijke consumptie. De in die twee lidstaten geproduceerde consumptiemelk waarvoor deze afwijking geldt, mag uitsluitend in het land van productie in de handel worden gebracht of naar een derde land worden uitgevoerd.

3. Onverminderd het bepaalde in lid 1, onder b), tweede streepje, zijn slechts de volgende wijzigingen toegestaan:

a) om het voor consumptiemelk voorgeschreven minimumvetgehalte in acht te nemen, wijziging van het natuurlijke vetgehalte van de melk door verwijdering van room of toevoeging van melk, halfvolle melk of magere melk;

b) verrijking van de melk met van melk voortkomende eiwitten, minerale zouten of vitamines, op voorwaarde dat dit op de verpakking van het product duidelijk zichtbaar in goed leesbare en onuitwisbare letters wordt vermeld. Deze vermelding doet echter niets af aan de verplichting tot voedingswaarde-etikettering als bedoeld in Richtlijn 90/496/EEG inzake de voedingswaarde-etikettering van levensmiddelen. In geval van verrijking met eiwitten dient het eiwitgehalte van de verrijkte melk 4,00 % of meer te bedragen.

Artikel 4

Onverminderd het bepaalde in Richtlijn 92/46/EEG dient consumptiemelk aan de volgende eisen te voldoen:

a) een vriespunt hebben dat het in de regio waar de consumptiemelk wordt geproduceerd geconstateerde gemiddelde vriespunt van rauwe melk dicht benadert;

b) een gewicht van ten minste 1028 gram per liter hebben voor volle melk bij 20 °C of het equivalent daarvan per liter voor volledig ontvette melk bij 20 °C;

c) ten minste 28 gram eiwit per liter bevatten, berekend door het totale stikstofgehalte van de melk, uitgedrukt in percenten, te vermenigvuldigen met 6,38;

d) een gehalte aan vetvrije droge stof van ten minste 8,50 % hebben;

e) voor warmtebehandelde melk, een zodanige warmtebehandeling hebben ondergaan dat aan vast te stellen kwaliteitseisen kan worden voldaan.

Artikel 5

In de Gemeenschap ingevoerde producten, bestemd om als consumptiemelk te worden verkocht, moeten aan de bepalingen van deze verordening voldoen.

Artikel 6

Het bepaalde in Richtlijn 79/112/EEG, met name inzake de nationale voorschriften betreffende de etikettering van consumptiemelk, is van toepassing.

Artikel 7

1. De lidstaten nemen alle passende maatregelen om de tenuitvoerlegging van deze verordening te controleren, overtredingen te bestraffen en fraude te voorkomen en aan banden te leggen.

Deze maatregelen, en eventuele wijzigingen ervan, moeten in de maand na de vaststelling aan de Commissie worden medegedeeld.

2. De Commissie stelt overeenkomstig de procedure van artikel 30 van Verordening (EEG) nr. 804/68 de bepalingen ter uitvoering van deze verordening vast.

Artikel 8

Verordening (EEG) nr. 1411/71 wordt ingetrokken.

Verwijzingen naar Verordening (EEG) nr. 1411/71 moeten als verwijzingen naar deze verordening worden beschouwd.

Artikel 9

Deze verordening treedt in werking op 1 januari 1998.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

(1) PB L 148 van 3. 7. 1971, blz. 4.

(2) PB L 214 van 30. 7. 1992, blz. 6.

(3) PB L 268 van 14. 9. 1992, blz. 1.

(4) PB L 125 van 23. 5. 1996, blz. 10.

(5) PB L 33 van 8. 2. 1979, blz. 1.

(6) PB L 43 van 14. 2. 1997, blz. 21.

(7) PB L 276 van 6. 10. 1990, blz. 40.

Top