This document is an excerpt from the EUR-Lex website
Document 51996PC0175
Proposal for a COUNCIL REGULATION (EC) amending Regulation (EEC) N 1765/92 establishing a support system for producers of certain arable crops
Voorstel voor een VERORDENING (EG) VAN DE RAAD houdende wijziging van Verordening (EEG) nr. 1765/92 tot instelling van een steunregeling voor producenten van bepaalde akkerbouwgewassen
Voorstel voor een VERORDENING (EG) VAN DE RAAD houdende wijziging van Verordening (EEG) nr. 1765/92 tot instelling van een steunregeling voor producenten van bepaalde akkerbouwgewassen
/* COM/96/0175 def. - CNS 96/0167 */
PB C 243 van 22.8.1996, pp. 3–4
(ES, DA, DE, EL, EN, FR, IT, NL, PT, FI, SV)
Voorstel voor een VERORDENING (EG) VAN DE RAAD houdende wijziging van Verordening (EEG) nr. 1765/92 tot instelling van een steunregeling voor producenten van bepaalde akkerbouwgewassen /* COM/96/0175 DEF - CNS 96/0167 */
Publicatieblad Nr. C 243 van 22/08/1996 blz. 0003
Voorstel voor een verordening van de Raad houdende wijziging van Verordening (EEG) nr. 1765/92 tot instelling van een steunregeling voor producenten van bepaalde akkerbouwgewassen (96/C 243/03) COM(96) 175 def. - 96/0167(CNS) (Door de Commissie ingediend op 25 juni 1996) DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE, Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, inzonderheid op de artikelen 42 en 43, Gezien het voorstel van de Commissie, Gezien het advies van het Europees Parlement, Overwegende dat in de bij Verordening (EEG) nr. 1765/92 (1) ingestelde steunregeling voor producenten van bepaalde akkerbouwgewassen is bepaald dat, wanneer de som van de individuele arealen waarvoor een steunaanvraag is ingediend groter is dan het regionale basisareaal, twee verschillende maatregelen moeten worden toegepast: enerzijds een verlaging van het in aanmerking komende areaal en anderzijds een bijkomende braaklegging; dat in Verordening (EEG) nr. 1765/92 tevens is bepaald dat, indien buitengewone weersomstandigheden tot een daling van de opbrengsten en de overschrijding van het regionale basisareaal hebben geleid, de betrokken producenten van een bijkomende braaklegging kunnen worden vrijgesteld; dat slechte weersomstandigheden nadelige financiële gevolgen hebben voor de producenten in de getroffen regio's; dat het derhalve gerechtvaardigd is de werkingssfeer van de mogelijke vrijstelling zo uit te breiden dat, onder voorbehoud van de situatie op begrotingsgebied, ook de verlaging van het in aanmerking komende areaal eronder valt; dat zich in 1995 in sommige regio's van de Unie slechte weersomstandigheden hebben voorgedaan; dat vrijstelling van één van de of beide betrokken maatregelen ingeval zij onder dergelijke omstandigheden zouden worden toegepast, vanaf 1995 moet kunnen plaatsvinden; Overwegende dat de Lid-Staten met een of meer nationale basisarealen kunnen werken; dat de maatregelen die in een dergelijk geval bij overschrijding van het basisareaal moeten worden genomen, momenteel op nationaal niveau worden toegepast; dat het dienstig wordt geacht dat de Lid-Staten die voor deze mogelijkheid kiezen, elk nationaal basisareaal in subbasisarealen kunnen verdelen; dat de minimumomvang van deze subbasisarealen dient te worden bepaald; dat, wanneer een nationaal basisareaal is overschreden, de betrokken Lid-Staat de mogelijkheid dient te hebben de te nemen maaregelen volledig of gedeeltelijk te concentreren op de subbasisarealen waarvoor een overschrijding is geconstateerd; dat van de Lid-Staten moet worden verlangd dat zij de producenten en de Commissie tijdig in kennis stellen van het feit dat van deze mogelijkheid gebruik zal worden gemaakt, en van de wijze waarop zij de betrokken maatregelen willen toepassen; Overwegende dat Verordening (EEG) nr. 1765/92 dienovereenkomstig moet worden gewijzigd, HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD: Artikel 1 Verordening (EEG) nr. 1765/92 wordt als volgt gewijzigd: 1. Artikel 2, lid 6, wordt vervangen door: "6. Indien, in geval van een regionaal basisareaal, de som van de individuele arealen waarvoor op grond van de steunregeling voor producenten van bepaalde akkerbouwgewassen steun wordt aangevraagd, met inbegrip van de ingevolge deze regeling uit de produktie genomen grond en van de grond die overeenkomstig artikel 7, lid 2, of Verordening (EEG) nr. 2328/91 van de Raad van 15 juli 1991 betreffende de verbetering van de doeltreffendheid van de landbouwstructuur (¹) als uit de produktie genomen wordt meegerekend, groter is dan het regionale basisareaal, worden in de betrokken regio de volgende maatregelen toegepast: - in hetzelfde verkoopseizoen wordt het per producent in aanmerking komende areaal proportioneel verlaagd voor alle krachtens deze titel verleende steun; - in het volgende verkoopseizoen moeten de onder de algemene regeling vallende producenten zonder enige compensatie een bijkomend gedeelte van hun grond uit de produktie nemen. Het percentage bijkomende braaklegging is gelijk aan de procentuele overschrijding van het regionale basisareaal na aftrek van 85 % van de overeenkomstig artikel 7, lid 6, vrijwillig uit de produktie genomen oppervlakten. Deze bijkomende verplichting komt bovenop de braakleggingsverplichting zoals bedoeld in artikel 7. Indien de overschrijding van het regionale basisareaal echter leidt tot een bijkomende braaklegging in 1996 van minder dan 1 %, wordt deze bijkomende braaklegging niet toegepast. De overeenkomstig de eerste alinea, tweede streepje, als bijkomend gedeelte uit de produktie genomen oppervlakten worden niet in aanmerking genomen voor de toepassing van dit lid. Indien buitengewone weersomstandigheden die van invloed zijn geweest op de produktie van het verkoopseizoen waarin een overschrijding is geconstateerd, de opbrengsten tot ver onder het normale niveau hebben doen dalen en de betrokken overschrijding hebben veroorzaakt, kan de Commissie, onder voorbehoud van de situatie op begrotingsgebied, de producenten in de betrokken regio's volgens de procedure van artikel 23 van Verordening (EEG) nr. 1766/92 van de Raad van 30 juni 1992 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector granen (²) geheel of gedeeltelijk vrijstellen van één van de of beide krachtens dit lid toe te passen maatregelen. (¹) PB nr. L 218 van 6. 8. 1991, blz. 1. (²) PB nr. L 181 van 1. 7. 1992, blz. 21.". 2. Aan artikel 2 wordt het volgende lid 7 toegevoegd: "7. Onverminderd artikel 3 kan een Lid-Staat die ervoor heeft gekozen een of meer nationale basisarealen vast te stellen, elk van deze basisarealen verdelen in overeenkomstig lid 2 vastgestelde subbasisarealen. Een subbasisareaal mag niet kleiner zijn dan het met niveau II van de nomenclatuur van teritoriale eenheden voor de statistiek (NUTS) overeenkomende gebied. In geval van overschrijding van een nationaal basisareaal kan de Lid-Staat de krachtens lid 6 toe te passen maatregelen volgens objectieve criteria volledig of gedeeltelijk concentreren op de subbasisarealen waarvoor een overschrijding is geconstateerd. De Lid-Staat die heeft besloten gebruik te maken van de in de eerste en de tweede alinea bedoelde mogelijkheid, moet de producenten en de Commissie uiterlijk op 31 maart in kennis stellen van de door hem gemaakte keuzen en van de desbetreffende uitvoeringsmaatregelen. Toepassing van de in dit lid bedoelde optie moet dezelfde consequenties meebrengen als die welke uit toepassing op nationaal niveau zouden resulteren. Indien de in dit lid bedoelde optie wordt toegepast, wordt de term 'regionaal basisareaal` in artikel 5, lid 1, onder f), geacht betrekking te hebben op een subbasisareaal.". 3. In artikel 12 wordt aan het einde van het eerste streepje de volgende tekst toegevoegd: "en lid 7, met inbegrip van de bijzondere voorwaarden die voor Duitsland gelden;". Artikel 2 Deze verordening treedt in werking op de zevende dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen. Daarbij geldt evenwel dat het bepaalde in artikel 1, punt 1, van toepassing is vanaf 1995/1996. Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke Lid-Staat. (1) PB nr. L 181 van 1. 7. 1992, blz. 12. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 2989/95 (PB nr. L 312 van 23. 12. 1995, blz. 5).