Choose the experimental features you want to try

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 51994PC0202

Voorstel voor een BESLUIT VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD tot vaststelling van een communautair actieprogramma inzake gezondheidsbevordering, -voorlichting, -opvoeding en -opleiding volgens het actiekader voor de volksgezondheid

/* COM/94/202DEF - COD 94/0130 */

PB C 252 van 9.9.1994, pp. 3–6 (ES, DA, DE, EL, EN, FR, IT, NL, PT)

51994PC0202

Voorstel voor een BESLUIT VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD tot vaststelling van een communautair actieprogramma inzake gezondheidsbevordering, -voorlichting, -opvoeding en -opleiding volgens het actiekader voor de volksgezondheid /* COM/94/202DEF - COD 94/0130 */

Publicatieblad Nr. C 252 van 09/09/1994 blz. 0003


Voorstel voor een besluit van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van een communautair actieprogramma inzake gezondheidsbevordering, -voorlichting, -opvoeding en -opleiding volgens het actiekader voor de volksgezondheid (94/C 252/04) (Voor de EER relevante tekst) COM(94) 202 def. - 94/0130 (COD)

(Door de Commissie ingediend op 26 juli 1994)

HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, inzonderheid op artikel 129,

Gezien het voorstel van de Commissie,

Gezien het advies van het Economisch en Sociaal Comité,

Gezien het advies van het Comité van de regio's,

Overwegende dat, uit hoofde van artikel 3, onder o), van het Verdrag, het optreden van de Gemeenschap een bijdrage tot het verwezenlijken van een hoog niveau van bescherming van de gezondheid moet omvatten, dat artikel 129 op dat gebied in de bevoegdheid van de Gemeenchap voorziet, waar zij de samenwerking tussen de Lid-Staten bevordert en, indien nodig, hun activiteiten ondersteunt;

Overwegende dat de Commissie, in haar mededeling van 24 november 1993 inzake de volksgezondheid (1), uiteenzet dat de door de Commissie tot op heden met acties op het gebied van de volksgezondheid opgedane ervaring een actieprogramma van de Gemeenschap rechtvaardigt op de vier prioritaire gebieden gezondheidsbevordering, -voorlichting, -onderwijs en -opleiding;

Overwegende dat in de resolutie van de Raad en de Ministers van Onderwijs, in het kader van de Raad bijeen, van 23 november 1988 over gezondheidsonderricht op school (2) met nadruk erop wordt gewezen dat bepaalde voedingsgewoonten, het ongecontroleerd gebruik van bepaalde chemische stoffen en geneesmiddelen, het drugsgebruik, het roken en de verontreiniging van het milieu schadelijke gevolgen hebben voor de gezondheid, gelet op de problemen op het gebied van veiligheid en ongevallenpreventie;

Overwegende dat in de resolutie van de Raad en van de Vertegenwoordigers van de Regeringen van de Lid-Staten, in het kader van de Raad bijeen, van 3 december 1990 betreffende een communautair actieplan inzake voeding en gezondheid (3) wordt onderstreept dat de bevordering van een gezonde leefwijze, gerelateerd aan voeding, van essentieel belang is om het publiek in staat te stellen de nodige keuzen te maken om voor een aan de persoonlijke behoeften aangepaste voeding zorg te dragen;

Overwegende dat in de conclusies van de Raad en de Ministers van Volksgezondheid van de Lid-Staten, in het kader van de Raad bijeen, van 13 november 1992 (4), gebaseerd op de mededeling van de Commissie van 11 mei 1992 aan de Raad over gezondheidsonderricht op school (5), de school als de plaats bij uitstek voor de systematische ontwikkeling van een gezonde leefwijze die tot vermindering van ziekten en ongevallen zal bijdragen, werd gekenschetst, en werd geoordeeld dat er vele andere plaatsen zijn, zoals tehuizen, lokale gemeenschappen, werkplekken, ziekenhuizen, enz., waar gezondheidsbevordering en -onderricht een centrale rol spelen, en werd de Commissie verzocht de samenwerking tussen de Lid-Staten bij de tenuitvoerlegging van effectieve acties voor gezondheidsbevordering en -onderricht op de diverse lokaties te versterken;

Overwegende dat bij deze acties die in het actiekader op het gebied van de volksgezondheid van de Commissie moeten worden ondernomen, zoals de Raad in zijn resolutie van 27 mei 1993 (6) verlangde, met andere acties van de Gemeenschap op het gebied van, of met gevolgen voor de volksgezondheid rekening moet worden gehouden;

Overwegende dat het Europees Parlement in zijn resolutie betreffende de volksgezondheid, gezondheidsbevordering en -onderricht (7) een aantal voorstellen voor communautaire actie formuleerde op het gebied van de preventie van ongevallen en van hart- en vaatziekten, die niet het voorwerp van thans bestaande communautaire programma's zijn;

Overwegende dat de resultaten van de geïntegreerde aanpak, zoals aangetoond in het gezamenlijke project van de Wereldgezondheidsorganisatie, de Raad van Europa en de Europese Gemeenschap, "Het Europees Netwerk van Gezonde Scholen", wat de uitvoeringswijzen van gezondheidsbevordering op specifieke lokaties aangaat, bemoedigend zijn;

Overwegende dat wordt erkend dat bij de gezondheidsbevordering sociaal-economische omstandigheden zoals huisvesting, werkloosheid, verstedelijking en sociale uitsluiting in aanmerking moeten worden genomen, in het bijzonder voor hen die in achtergebleven streken moeten leven;

Overwegende dat gezondheidsonderwijs en -voorlichting expliciet in de bepalingen van het Verdrag betreffende de volksgezondheid worden vermeld en voor communautaire actie op het gebied van de volksgezondheid een prioriteit vormen;

Overwegende dat, overeenkomstig het subsidiariteitsbeginsel, de acties op de gebieden die niet uitsluitend onder de bevoegdheid van de Gemeenschap vallen, zoals die inzake gezondheidsbevordering, door de Gemeenschap slechts kunnen worden ondernomen wanneer vanwege de omvang of de gevolgen ervan, de doelstellingen ervan beter door de Gemeenschap kunnen worden verwezenlijkt;

Overwegende dat de samenwerking met de bevoegde internationale organisaties en met derde landen versterking behoeft;

Overwegende dat met een meerjarenprogramma dient te worden gestart dat duidelijke doelstellingen voor communautaire actie bevat; dat zowel prioritaire acties dienen te worden geselecteerd ter bevordering van de gezondheid van alle burgers van de Gemeenschap als passende mechanismen voor de evaluatie van deze acties;

Overwegende dat het programma een bijdrage dient te leveren tot verhoging van het bewustzijn van gezondheidsdeterminanten en van risicofactoren, tot snelle detectie van ongunstige effecten, tot raadpleging en advies, alsmede tot gezondheid en sociale ondersteuning;

Overwegende dat vanuit operationeel oogpunt de in het verleden reeds gedane investeringen, zowel in de vorm van het opzetten van communautaire netwerken van niet-gouvernementele organisaties als van de mobilisatie van allen die bij gezondheidsbevordering en -onderricht betrokken zijn, dienen te worden veilig gesteld en ontwikkeld;

Overwegende dat zich mogelijk voordoend dubbel werk echter moet worden vermeden door de bevordering van uitwisseling van ervaringen en door de gezamenlijke ontwikkeling van modules van basisinformatie voor het publiek, voor het gezondheidsonderricht en voor de opleiding van beroepsbeoefenaren in de gezondheidssector;

Overwegende dat dit programma een duur van vijf jaar dient te verkrijgen om over voldoende tijd te beschikken voor de tenuitvoerlegging van de acties om de gestelde doelen te verwezenlijken,

BESLUITEN:

Artikel 1

Een communautair actieprogramma betreffende gezondheidsbevordering, -voorlichting, -onderricht en -opleiding wordt vastgesteld voor de duur van vijf jaar van 1 januari 1995 tot en met 31 december 1999.

Artikel 2

De Commissie draagt zorg voor de tenuitvoerlegging van de in de bijlage vermelde acties overeenkomstig artikel 5 en in nauwe samenwerking met de Lid-Staten en met de zich actief op het gebied van de gezondheidsbevordering bewegende instellingen en organisaties.

Artikel 3

De begrotingsautoriteit stelt voor elk financieel jaar de toe te wijzen bedragen vast.

Artikel 4

De Commissie draagt zorg voor de nodige samenhang en complementariteit tussen de in het kader van dit programma uit te voeren communautaire acties en de andere relevante communautaire programma's en initiatieven.

Artikel 5

1. Voor de tenuitvoerlegging van dit programma wordt de Commissie terzijde gestaan door een raadgevend comité, hierna "het Comité", genoemd, bestaande uit twee vertegenwoordigers per Lid-Staat en voorgezeten door de vertegenwoordiger van de Commissie.

2. De vertegenwoordiger van de Commissie legt aan het Comité het ontwerp voor van de te nemen maatregelen. Het Comité brengt binnen een termijn die de voorzitter kan vaststellen naar gelang van de urgentie van de materie advies uit over dit onderwerp, zo nodig door middel van een stemming.

Het advies wordt in de notulen opgenomen; voorts heeft elke Lid-Staat het recht te verzoeken dat zijn standpunt in de notulen wordt opgenomen.

De Commissie houdt zoveel mogelijk rekening met het door het Comité uitgebrachte advies. Zij brengt het Comité op de hoogte van de wijze waarop zij rekening heeft gehouden met zijn advies.

Artikel 6

1. De Gemeenschap moedigt samenwerking aan met derde landen en met internationale organisaties op het gebied van de volksgezondheid, met inbegrip van de Wereldgezondheidsorganisatie.

2. De EVA-landen, in het kader van de EER-Overeenkomst, en de landen van Midden- en Oost-Europa waarmee de Gemeenschap associatieovereenkomsten heeft gesloten, kunnen bij de in de bijlage beschreven activiteiten worden betrokken.

Artikel 7

1. De Commissie publiceert regelmatig informatie over de ondernomen acties en over de mogelijkheden voor steun van de Gemeenschap op de diverse actiegebieden.

2. De Commissie legt aan het Europees Parlement, aan de Raad, aan het Economisch en Sociaal Comité en aan het Comité van de regio's halverwege het door het programma bestreken tijdvak een verslag voor over de genomen acties, alsmede een eindverslag na afloop van het programma.

(1) COM(93) 559 def.

(2) PB nr. C 3 van 5. 1. 1989, blz. 1.

(3) PB nr. C 329 van 31. 12. 1990, blz. 1.

(4) PB nr. C 326 van 11. 12. 1992, blz. 2.

(5) SEC(92) 476 def.

(6) PB nr. C 174 van 25. 6. 1993, blz. 1.

(7) PE 205-804 def.

BIJLAGE

COMMUNAUTAIR ACTIEPROGRAMMA INZAKE GEZONDHEIDSBEVORDERING (1995-1999)

A. GEZONDHEIDSVOORLICHTING

1. Inspanningen om bij te dragen tot een betere kennis van de psycho-sociologische mechanismen en van de methoden en technieken van gezondheidsvoorlichting, alsmede bevordering van de evaluatie van de resultaten.

2. Opinieonderzoeken inzake diverse aspecten van gezondheidsbevordering (Eurobarometerenquête) en steun voor de voorbereiding en beoordeling van specifieke voorlichtingscampagnes, met inbegrip van campagnes die op communautair niveau of in verscheidene Lid-Staten worden gecoördineerd.

3. Steun voor een Europese infrastructuur voor voorlichting en documentatie inzake volksgezondheid en gezondheidsbevordering, ten dienste van gezondheidswerkers, bestuursambtenaren en besluitvormers op het gebied van de volksgezondheid en voor verspreiding van informatie en documentatie over de activiteiten van de Commissie op dit gebied onder belangstellenden.

B. GEZONDHEIDSONDERRICHT

4. Bevordering, door overleg tussen de Lid-Staten, van de opname van gezondheidsonderricht in schoolcurricula en steun voor de ontwikkeling en verspreiding van voor gezondheidsonderricht geeïgende programma's en modules. Steun voor demonstratieprojecten en innoverende maatregelen om gezonde leefwijzen en gezond gedrag te bevorderen, met inbegrip van steun voor het Europese Netwerk van Gezonde Scholen, in samenwerking met de WGO en de Raad van Europa.

5. Steun voor maatregelen inzake gezondheidsopvoeding op de werkplek, vooral met betrekking tot preventie van misbruik van alcohol en tabak en met betrekking tot de voeding.

6. Steun voor projecten voor gezondheidsopvoeding onder jongeren en adolescenten die de school hebben verlaten, in het kader van bij voorbeeld sport, vrijetijdsbesteding en centra voor sociale en culturele activiteiten, waaronder ook innoverende middelen om een permanente gestructureerde gezondheidsopvoeding te verstrekken.

C. BEROEPSOPLEIDING IN VOLKSGEZONDHEID EN GEZONDHEIDSBEVORDERING

7. Overzicht van bestaande instanties en opleidingen en samenstelling van een Europese gids. Vergelijkende analyse en beoordeling van opleidingen. Steun voor samenwerking inzake scholen voor volksgezondheid, universiteiten en lichamen die opleidingen op dit gebied aanbieden, met het oog op de ontwikkeling van gemeenschappelijke opleidingscursussen en uitwisseling van studenten en onderwijzend personeel.

8. Bevordering van samenwerking tussen de Lid-Staten inzake de inhoud van opleidingscursussen en -acties op het gebied van volksgezondheid en gezondheidsbevordering, voor gezondheidswerkers, bestuurders, managers en besluitvormers, met de nadruk op interdisciplinaire benaderingen.

9. Steun voor opleidingsactiviteiten inzake gezondheidsonderricht op school, bestemd voor docenten, instructeurs en andere betrokken personeelsleden. Steun voor opleiding van gezondheidswerkers in ziektepreventie, vroege opsporing van alcoholisme en voorlichting aan het publiek inzake medicijnengebruik en zelf-medicatie.

D. SPECIFIEKE BEVORDERINGS- EN PREVENTIEMAATREGELEN INZAKE GEZONDHEID

10. Steun voor geïntegreerde gezondheidsbevorderingsacties en -projecten ten behoeve van kansarme of kwetsbare groepen en speciale geografische gebieden, waarin de intersectoriële dimensie van de gezondheidsbevordering is opgenomen.

11. Onderzoek inzake de rol van evenwichtige voeding als gezondheidsbeschermende maatregel en van voeding in de etiologie van ziekten, met name de hart- en vaatziekten. Bevordering van analyse, evaluatie en uitwisseling van ervaringen betreffende innoverende maatregelen ter preventie van hart-, vaat- en aanverwante ziekten.

12. Steun voor acties inzake medicatie, waaronder begrepen zelf-medicatie, in samenwerking met huisartsen en apothekers, alsmede pogingen om de ontwikkeling van deze praktijken te controleren en hun gevolgen vast te stellen.

E. STRATEGIEËN EN STRUCTUREN VOOR GEZONDHEIDSBEVORDERING

13. Overzichten en vergelijkende analysens van gezondheidsbevorderingsstructuren en -strategieën en beoordeling daarvan, alsmede acties ter aanmoediging en ondersteuning van samenwerking tussen de Lid-Staten op het gebied van diverse strategische aspecten van de volksgezondheid en de gezondheidsbevordering.

14. Steun voor netwerken van nationale of regionale lichamen voor gezondheidsbevordering, waarbij een geïntegreerde aanpak wordt toegepast (d.w.z. een aanpak van de diverse determinanten, contexten en bevolkingsgroepen), en bevordering van gezamenlijke acties en projecten.

Top