Choose the experimental features you want to try

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 32024R0601

Uitvoeringsverordening (EU) 2024/601 van de Commissie van 14 december 2023 tot vaststelling van uitvoeringsbepalingen voor Verordening (EU) nr. 1308/2013 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft de certificering van hop en hopproducten en daarmee samenhangende controles

C/2023/6130

PB L, 2024/601, 16.2.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_impl/2024/601/oj (BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, GA, HR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)

Legal status of the document In force

ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_impl/2024/601/oj

European flag

Publicatieblad
van de Europese Unie

NL

Serie L


2024/601

16.2.2024

UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2024/601 VAN DE COMMISSIE

van 14 december 2023

tot vaststelling van uitvoeringsbepalingen voor Verordening (EU) nr. 1308/2013 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft de certificering van hop en hopproducten en daarmee samenhangende controles

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EU) nr. 1308/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 tot vaststelling van een gemeenschappelijke ordening van de markten voor landbouwproducten en tot intrekking van de Verordeningen (EEG) nr. 922/72, (EEG) nr. 234/79, (EG) nr. 1037/2001 en (EG) nr. 1234/2007 van de Raad (1), en met name artikel 90 bis, lid 6, eerste alinea, punt c), en artikel 91, eerste alinea, punten b), d) en g),

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Verordening (EG) nr. 1234/2007 van de Raad (2) is ingetrokken en vervangen door Verordening (EU) nr. 1308/2013. Die laatste verordening bevat regels inzake handelsnormen voor hop en de certificering van hop en machtigt de Commissie om in dat verband gedelegeerde handelingen en uitvoeringshandelingen vast te stellen. Met het oog op een vlotte toepassing van de handelsnormen en van de certificering van hop en hopproducten zijn bepaalde regels nodig die in het nieuwe rechtskader moeten worden vastgesteld door middel van uitvoeringshandelingen. Die handelingen moeten in de plaats komen van de desbetreffende uitvoeringsbepalingen van Verordening (EG) nr. 1850/2006 van de Commissie (3), die is ingetrokken bij Gedelegeerde Verordening (EU) 2024/602 van de Commissie (4). Verwijzingen naar de ingetrokken verordening moeten worden gelezen volgens de concordantietabel in bijlage II bij die gedelegeerde verordening.

(2)

Volgens artikel 77, lid 1, van Verordening (EU) nr. 1308/2013 moet op producten van de hopsector die in de Unie worden geoogst of vervaardigd, een certificeringsprocedure van toepassing zijn om overeenstemming met de minimumkwaliteitseisen te garanderen. Met het oog op een uniforme toepassing van de certificeringsprocedure in de lidstaten moet worden gespecificeerd wanneer en waar die procedure moet plaatsvinden en wie de kosten daarvan moet dragen, alsook hoe het bewijs van certificering kan worden geleverd. Er moeten ook regels worden vastgesteld voor gevallen waarin de verpakking van hop of hopproducten na certificering wordt gewijzigd.

(3)

Met het oog op de traceerbaarheid moet hop in de handel worden gebracht in verzegelde verpakkingen, waarop de volgende markeringen zijn aangebracht: de beschrijving van het product, het ras, het oogstjaar en het unieke referentienummer van de partij, dat identiek moet zijn aan het referentienummer van het certificaat dat voor de betrokken partij is afgegeven op grond van artikel 77, lid 1, van Verordening (EU) nr. 1308/2013.

(4)

Er moeten regels inzake de toekenning van een referentienummer worden vastgesteld met het oog op de identificatie en de traceerbaarheid van elke partij. Daartoe moet het referentienummer informatie bevatten over de lidstaat van certificering, het certificeringscentrum dat het certificaat heeft afgegeven, het oogstjaar en het unieke referentienummer dat aan de partij is toegekend. Naast hun unieke referentienummer moet op de certificaten voor hop en hopproducten een minimumlijst van kenmerken ter beschrijving van het product worden vermeld. Met het oog op de traceerbaarheid van hopproducten moeten op het certificaat van het eindproduct ook de referentienummers van de certificaten voor de uitgangsproducten worden vermeld, alsmede, in het geval van mengsels van uitgangsproducten, de percentages hop per ras en/of hopteeltgebied, uitgedrukt in equivalent hopbellen.

(5)

Met het oog op de traceerbaarheid van hop vanaf de oogstfase moet aan elke partij niet-bereide hop een identificatienummer worden toegekend, dat op het certificaat voor de bereide hop moet worden vermeld. Er moet worden gespecificeerd dat gecertificeerde niet-bereide hop alleen in een gesloten bewerkingscircuit tot een hopproduct mag worden verwerkt en dat bij dit proces geen andere additieven mogen worden gebruikt dan door middel van warm water verkregen hopextract en glucosestroop voor de standaardisering van hopextract.

(6)

Gezien de natuurlijke afname van het alfazuurgehalte van hop na verloop van tijd moet een termijn voor de certificering van hopbellen worden vastgesteld, waarbij de lidstaten een vroegere datum kunnen vaststellen. Voor elke partij niet-bereide hop die ter certificering wordt aangeboden, moet door de producent een schriftelijke oogstaangifte worden opgesteld en ondertekend.

(7)

Er moeten regels worden vastgesteld inzake de methoden voor het nemen van monsters en voor het controleren van de naleving van de minimumeisen voor het in de handel brengen van hopbellen zoals vastgesteld in bijlage I bij Gedelegeerde Verordening (EU) 2024/602.

(8)

Ter vrijwaring van de hoge kwaliteit van hopproducten moeten regels worden vastgelegd die ervoor zorgen dat voor de productie alleen gecertificeerde uitgangsproducten kunnen worden gebruikt. Dit kan worden bereikt door de aanwezigheid van vertegenwoordigers van de bevoegde certificeringsinstantie of via de technische opzet van de verwerkingsinstallaties.

(9)

De hopverwerkende bedrijven moeten de bevoegde certificeringsinstantie alle informatie bezorgen over de technische opzet van de verwerkingsinstallaties en over de maatregelen die zijn genomen om ervoor te zorgen dat hopmeel, met lupuline verrijkt hopmeel, hopextract en mengproducten van hop geen lager alfazuurgehalte hebben dan de hop waaruit zij zijn bereid. Er moeten regels worden vastgesteld voor de administratie die verwerkende bedrijven voor elke partij hopproducten moeten bijhouden om de traceerbaarheid van elk uitgangsproduct tot de uiteindelijke hopproducten mogelijk te maken.

(10)

Voor een vlot verloop van de certificering van hopproducten moeten de lidstaten bevoegde certificeringsinstanties aanwijzen die de nodige controles moeten verrichten en die procedurehandleidingen moeten opstellen om de minimaal vereiste kwaliteit en de volledige traceerbaarheid van de gecertificeerde hop en hopproducten te waarborgen. De bevoegde certificeringsinstantie moet certificeringscentra erkennen die hop en/of hopproducten mogen certificeren, waarbij aan elk van die centra een codenummer wordt toegekend dat deel uitmaakt van het unieke referentienummer van elk certificaat dat zij afgeven.

(11)

De minimumeisen voor erkende certificeringscentra en de minimumfrequentie voor controles ter plaatse door de bevoegde certificeringsinstanties moeten worden vastgesteld.

(12)

De hoge kwaliteit en de goede reputatie van de producten van de hopsector zijn te danken aan de traceerbaarheid van de gecertificeerde producten, van de niet-bereide hop tot het eindproduct. Daarom is het belangrijk dat de certificeringsinstantie de erkenning van een certificeringscentrum kan intrekken in geval van onjuiste vermeldingen in een door dat centrum afgegeven certificaat of in geval van niet-naleving van de kennisgevingsverplichtingen jegens de certificeringsinstantie. De erkenning moet voor ten minste twaalf maanden worden ingetrokken en mag alleen op verzoek van de aanvrager worden teruggegeven als de certificeringsinstantie tevreden is met de genomen corrigerende maatregelen.

(13)

Met het oog op volledige traceerbaarheid moet de informatie over de voor hop en hopproducten afgegeven certificaten op nationaal niveau worden gecentraliseerd. Om de administratieve lasten tot een minimum te beperken, moet het de lidstaten worden toegestaan om te bepalen in welke vorm en op welke wijze die informatie moet worden meegedeeld.

(14)

Om de verstrekking van informatie van de lidstaten aan de Commissie over alle relevante aspecten van het certificeringssysteem voor producten van de hopsector te vergemakkelijken, moeten regels worden vastgesteld betreffende de inhoud, de timing, de frequentie en de termijnen van de meldingen in het kader van deze regeling. Met het oog op een goed beheer van de hopsector moet worden bepaald dat alle overeenkomstig deze verordening vereiste meldingen van de lidstaten aan de Commissie moeten worden gedaan overeenkomstig Gedelegeerde Verordening (EU) 2017/1183 van de Commissie (5) en Uitvoeringsverordening (EU) 2017/1185 van de Commissie (6).

(15)

De maatregelen van deze verordening zijn in overeenstemming met het advies van het Comité voor de gemeenschappelijke ordening van de landbouwmarkten,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

AFDELING 1

INLEIDENDE BEPALINGEN

Artikel 1

Definities

De definities in artikel 3 van Gedelegeerde Verordening (EU) 2024/602 zijn van toepassing op deze verordening.

AFDELING 2

CERTIFICERING VAN HOP EN HOPPRODUCTEN

Artikel 2

Certificeringsprocedure

1.   De procedure voor de certificering van hopbellen van GN-code 1210 10 00 die vallen onder deel VI van bijlage I bij Verordening (EU) nr. 1308/2013, en van hopproducten van de GN-codes 1210 20 en 1302 13 00 die vallen onder deel VI van bijlage I bij die verordening, uit hoofde van artikel 77 van die verordening, wordt uitgevoerd voordat het product in de handel wordt gebracht en bestaat uit een analyse van de betrokken partij.

2.   Om te worden gecertificeerd, moeten hopbellen voldoen aan de minimumeisen voor het in de handel brengen van bijlage I bij Gedelegeerde Verordening (EU) 2024/602. Om te worden gecertificeerd, moeten hopproducten voldoen aan de eisen van artikel 77, lid 2, van Verordening (EU) nr. 1308/2013, waarbij erop wordt toegezien dat die producten volledig zijn afgeleid van hop die voldoet aan de minimumeisen voor het in de handel brengen. Gecertificeerde hop en hopproducten gaan vergezeld van een overeenkomstig artikel 77 van Verordening (EU) nr. 1308/2013 afgegeven certificaat.

3.   De certificeringsprocedure wordt uitgevoerd in de lidstaat waar de hop is geteeld als het gaat om hopbellen en in de lidstaat waar het hopproduct is geproduceerd als het gaat om verwerkte hop en hopproducten.

4.   De certificeringsprocedure vindt plaats op het landbouwbedrijf of in een certificeringscentrum dat onder officieel toezicht staat.

5.   De kosten van de certificering zijn ten laste van de betrokken exploitant, tenzij de lidstaten anders beslissen.

6.   De markeringen op elke verzegelde verpakking en het certificaat waarvan het hopproduct vergezeld gaat, gelden als bewijs van certificering.

7.   Indien de verpakking van de hop of de hopproducten na de certificering wordt gewijzigd, met of zonder verdere verwerking, wordt het product onderworpen aan een nieuwe certificeringsprocedure. Wanneer de verpakking echter wordt gewijzigd onder officieel toezicht zonder enige verwerking van het product, omvat de certificeringsprocedure alleen de markering van de nieuwe verpakking, en de vermelding van deze markering op het oorspronkelijke certificaat, naast de vermelding “gewijzigde verpakking”.

Artikel 3

Markering en verzegeling

1.   De markering van de verpakkingen overeenkomstig bijlage I geschiedt na verzegeling onder officieel toezicht, op de verpakkingseenheid waarin het product in de handel zal worden gebracht. Het referentienummer is hetzelfde voor alle verpakkingseenheden in een partij en komt overeen met het unieke referentienummer van het certificaat voor die partij, zoals bepaald overeenkomstig bijlage II.

2.   Elke verpakking bevat ten minste de volgende markeringen in een van de officiële talen van de Unie:

a)

een beschrijving van het product, met, naargelang het geval, de vermelding “bereide hop” of “niet-bereide hop”;

b)

het ras of de rassen;

c)

het oogstjaar;

d)

het unieke referentienummer van het overeenkomstig artikel 4 afgegeven certificaat.

Deze markeringen worden leesbaar in onuitwisbare letters en cijfers van gelijke grootte aangebracht.

3.   Voor hop van experimentele rassen die zich in de ontwikkelingsfase bevinden en die worden geproduceerd door een onderzoeksinstelling op haar eigen terreinen of door een producent namens dergelijke instelling, mogen de gegevens als bedoeld in lid 2, eerste alinea, punt b), worden vervangen door een naam of nummer ter identificatie van het betrokken ras.

Artikel 4

Certificaat

1.   Aan elk certificaat wordt een uniek referentienummer toegekend, bestaande uit de codes ter aanduiding, overeenkomstig bijlage II, van de lidstaat, het aan het certificeringscentrum toegekende codenummer, het oogstjaar en het referentienummer dat door het certificeringscentrum aan de betrokken partij is toegekend.

2.   In het geval van hopbellen bevat het certificaat ten minste de volgende gegevens:

a)

een beschrijving van het product, met, naargelang het geval, de vermelding “hop met zaad” of “zaadloze hop” en “bereide hop” of “niet-bereide hop”;

b)

het unieke referentienummer van het certificaat voor de partij;

c)

het netto- en/of brutogewicht van de partij;

d)

het productiegebied van de hop;

e)

het ras;

f)

naargelang het geval, de vermelding “hop met zaad” of “zaadloze hop”;

g)

het oogstjaar;

h)

de in bijlage III opgenomen vermelding in ten minste een van de officiële talen van de Unie.

In het geval van hop van een experimenteel ras mag de in de eerste alinea, punt e), bedoelde vermelding worden vervangen door een naam of nummer ter identificatie van het betrokken ras.

3.   In het geval van hopproducten bevat het certificaat ten minste de volgende gegevens:

a)

de beschrijving van het product;

b)

het unieke referentienummer van het certificaat van de partij;

c)

het netto- en/of brutogewicht van de partij;

d)

het unieke referentienummer van het certificaat of de certificaten van de gebruikte hop;

e)

het ras of de rassen van de gebruikte hop;

f)

het productiegebied of de productiegebieden van de gebruikte hop;

g)

het oogstjaar;

h)

de plaats en de datum van verwerking;

i)

de in bijlage III opgenomen vermelding in ten minste een van de officiële talen van de Unie.

4.   Wanneer hopbellen van verschillende rassen en/of uit verschillende productiegebieden worden vermengd om tot een hopproduct te worden omgevormd, moet op het certificaat dat het product vergezelt, het gewichtspercentage voor elk van de in het mengsel gebruikte hoprassen en productiegebieden worden vermeld.

5.   Indien voor het vervaardigen van hopproducten is gebruikgemaakt van hopproducten in combinatie met hopbellen of van verscheidene hopproducten, wordt op het certificaat het percentage van elk uitgangsproduct vermeld, gebaseerd op het gewicht van de hopbellen die zijn gebruikt voor de bereiding van de uitgangsproducten.

6.   De unieke referentienummers van de certificaten die zijn afgegeven voor de in het mengsel gebruikte uitgangsproducten, worden vermeld naast de naam van het product.

Artikel 5

Gemeenschappelijke certificeringseisen voor hop en hopproducten

1.   Vóór de bereiding wordt aan de partij oorspronkelijke niet-bereide hop een identificatienummer toegekend. Dat nummer wordt vermeld op het certificaat van de bereide hop.

2.   Hopproducten die zijn bereid uit gecertificeerde niet-bereide hop, kunnen slechts worden gecertificeerd indien de bereiding in een gesloten bewerkingscircuit heeft plaatsgevonden.

3.   Met uitzondering van door middel van warm water verkregen hopextract en glucosestroop voor de standaardisering van hopextract mogen alleen gecertificeerde hop en hopproducten in het gesloten bewerkingscircuit worden gebracht. Zij worden uitsluitend in de staat waarin zij zijn gecertificeerd in het circuit gebracht.

AFDELING 3

AANVULLENDE CERTIFICERINGSEISEN VOOR HOP

Artikel 6

Voor certificering aangeboden niet-bereide hop

1.   Voor hopbellen vindt de certificering plaats uiterlijk op 31 maart van het jaar dat volgt op het oogstjaar. De lidstaten kunnen een vroegere datum vaststellen.

2.   Elke voor certificering aangeboden partij niet-bereide hop gaat vergezeld van een door de producent ondertekende oogstverklaring waarin zijn vermeld:

a)

de naam en het adres van de producent;

b)

de plaats van productie;

c)

het ras;

d)

het oogstjaar;

e)

de verwijzing naar het perceel in het kadaster of een gelijkwaardige officiële aanduiding;

f)

het aantal verpakkingseenheden waaruit de partij bestaat.

3.   De partij hop gaat vergezeld van de in lid 2 bedoelde oogstaangifte totdat het certificaat wordt afgegeven.

Artikel 7

Verificatie van de minimumkwaliteitscriteria voor niet-bereide hop

1.   Vertegenwoordigers van de bevoegde certificeringsinstantie controleren of de hop voldoet aan de voor het in de handel brengen gestelde minimumeisen ten aanzien van het vochtgehalte zoals vastgelegd in bijlage I bij Gedelegeerde Verordening (EU) 2024/602 volgens een van de in afdeling B van bijlage IV bij deze verordening beschreven methoden, waarbij de waarden binnen twee standaardafwijkingen moeten liggen. In geval van betwisting wordt de controle verricht volgens de in afdeling B, punt 1, van bijlage IV bij deze verordening beschreven methode.

2.   De controle om na te gaan of de hop voldoet aan de andere voor het in de handel brengen gestelde minimumeisen dan die ten aanzien van het vochtgehalte, wordt verricht volgens de normale handelsgebruiken.

In geval van betwisting over het gehalte aan vreemde bestanddelen wordt de controle echter volgens de in bijlage IV, afdeling C, beschreven methode verricht.

3.   De monsters voor de toepassing van de in de leden 1 en 2 bedoelde controlemethoden worden genomen en behandeld volgens de in bijlage IV, afdeling A, beschreven methode. Voor elke partij wordt uit ten minste één verpakkingseenheid op tien en in elk geval uit ten minste twee verpakkingseenheden een monster genomen.

AFDELING 4

AANVULLENDE CERTIFICERINGSEISEN VOOR HOPPRODUCTEN

Artikel 8

Waarborgen tijdens de productie van hopproducten

1.   Hopproducten mogen slechts worden gecertificeerd indien vertegenwoordigers van de bevoegde certificeringsinstantie voortdurend aanwezig zijn tijdens de verwerking. De vertegenwoordigers van de bevoegde certificeringsinstantie oefenen in alle stadia toezicht uit op de verwerking, vanaf de opening van de verzegelde verpakking die de te verwerken gecertificeerde hop of het te verwerken gecertificeerde hopproduct bevat, tot en met de voltooiing van de verpakking, verzegeling en markering van het uiteindelijke hopproduct.

2.   De vertegenwoordigers van de bevoegde certificeringsinstantie hoeven niet bij de verwerking aanwezig te zijn indien met door de bevoegde certificeringsinstantie goedgekeurde technische middelen kan worden gegarandeerd dat de bepalingen van deze verordening worden nageleefd.

3.   Hopproducten mogen alleen worden gecertificeerd indien is gewaarborgd dat het verwerkingssysteem leeg is voordat wordt overgeschakeld op een andere charge, althans in de mate die nodig is om te voorkomen dat bestanddelen van twee verschillende charges worden vermengd.

Artikel 9

Informatie en registratie door verwerkingsbedrijven

1.   De exploitanten van hopverwerkende bedrijven verstrekken de bevoegde certificeringsinstantie alle informatie over de technische opzet van de verwerkingsinstallaties en de maatregelen die zijn genomen met het oog op de naleving van de eis van artikel 77, lid 2, van Verordening (EU) nr. 1308/2013.

2.   De exploitanten van hopverwerkende bedrijven houden een nauwkeurige administratie bij met betrekking tot de verwerkte hoeveelheden hop. Voor elke te verwerken hopcharge wordt gedetailleerd aantekening gehouden van het gewicht van de uitgangsproducten en van het verkregen verwerkte product.

Wat de uitgangsproducten betreft, wordt in de aantekening bovendien opgave gedaan van het unieke referentienummer van het certificaat voor alle betrokken partijen hop en van het ras en het productiegebied van de hop. Indien bij de productie van dezelfde charge gebruik wordt gemaakt van hop van meer dan één ras of uit meer dan één productiegebied, wordt in de aantekeningen het gewichtsaandeel van elk van deze rassen en productiegebieden vermeld.

Ook voor het verwerkte product wordt in de aantekeningen het ras en het productiegebied vermeld of, indien het verwerkte product een mengsel is, de samenstelling naar rassen en/of productiegebieden. Alle gewichtsopgaven mogen worden afgerond tot de dichtstbijzijnde kilogram.

3.   De aantekeningen betreffende de verwerkte hoeveelheden worden door vertegenwoordigers van de bevoegde certificeringsinstantie ondertekend zodra de verwerking van een charge is voltooid. De exploitant van het hopverwerkende bedrijf bewaart die aantekeningen gedurende ten minste drie jaar.

AFDELING 5

CERTIFICERINGSINSTANTIES EN CERTIFICERINGSCENTRA

Artikel 10

Bevoegde certificeringsinstantie

1.   Elke lidstaat wijst een bevoegde certificeringsinstantie aan en zorgt ervoor dat de nodige controles worden uitgevoerd en dat er procedurehandleidingen voorhanden zijn om ervoor te zorgen dat de minimumkwaliteit van de gecertificeerde hop en hopproducten in acht wordt genomen, dat de eis van artikel 77, lid 2, van Verordening (EU) nr. 1308/2013 wordt nageleefd en dat elke partij hop en hopproducten traceerbaar is.

2.   De bevoegde certificeringsinstantie erkent certificeringscentra die gemachtigd zijn om hop en/of hopproducten te certificeren en daaraan een codenummer toe te kennen overeenkomstig bijlage II, punt 1.

Artikel 11

Erkenning en controle van certificeringscentra

1.   De bevoegde certificeringsinstantie erkent certificeringscentra die rechtspersoonlijkheid bezitten, dan wel voldoende handelingsbevoegdheid hebben om krachtens de nationale wetgeving rechten en verplichtingen te hebben, en ziet erop toe dat de centra beschikken over adequate voorzieningen voor het nemen van monsters en om de nodige analytische taken, statistische taken en registratietaken uit te voeren.

2.   Op grond van een risicoanalyse, maar minstens eenmaal per kalenderjaar, voert de bevoegde certificeringsinstantie ter plaatse in de certificeringscentra aselecte controles uit om na te gaan of is voldaan aan lid 1. De doeltreffendheid van de in eerdere jaren voor de risicoanalyse gebruikte parameters wordt op jaarbasis beoordeeld.

Artikel 12

Intrekking van de erkenning

1.   De bevoegde certificeringsinstantie trekt de erkenning van een certificeringscentrum in indien zij vaststelt dat bij de bereiding van hopproducten niet-toegestane stoffen zijn gebruikt of dat de gebruikte stoffen niet overeenkomen met de vermeldingen in het certificaat als bedoeld in artikel 4, leden 2 en 3, mits dit kan worden toegeschreven aan het betrokken certificeringscentrum, of indien het certificeringscentrum de in artikel 13 bedoelde meldingsplicht niet nakomt of onjuiste meldingen indient.

2.   De erkenning mag niet eerder dan twaalf maanden na de intrekking ervan worden teruggegeven. Op verzoek van het certificeringscentrum waarvan de erkenning werd ingetrokken, kan de erkenning na die periode worden teruggegeven indien de certificeringsinstantie tevreden is met de genomen corrigerende maatregelen.

AFDELING 6

MELDINGEN

Artikel 13

Meldingen aan de bevoegde certificeringsinstantie

De informatie over de voor hop en hopproducten afgegeven certificaten wordt op nationaal niveau gecentraliseerd.

De lidstaten bepalen in welke vorm en op welke wijze de certificeringscentra en deze informatie moeten meedelen.

Artikel 14

Meldingen aan de Commissie

1.   De lidstaten verstrekken de Commissie uiterlijk op 30 juni van elk jaar:

a)

een lijst van hun productiegebieden voor hop;

b)

de naam en het adres van hun bevoegde certificeringsinstanties;

c)

een lijst van de certificeringscentra op hun grondgebied en het codenummer van elk certificeringscentrum.

2.   De in lid 1 bedoelde meldingen aan de Commissie worden gedaan overeenkomstig Gedelegeerde Verordening (EU) 2017/1183 en Uitvoeringsverordening (EU) 2017/1185.

3.   De Commissie wordt onverwijld in kennis gesteld van de schrapping van een certificeringscentrum uit de nationale lijst.

Artikel 15

Publicatie van lijsten

De Commissie ziet erop toe dat de lijst van de productiegebieden van hop en de lijst van certificeringscentra met hun codenummers regelmatig worden bijgewerkt en dat ze beschikbaar zijn op de website van de Commissie.

AFDELING 7

SLOTBEPALINGEN

Artikel 16

Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 14 december 2023.

Voor de Commissie

De voorzitter

Ursula VON DER LEYEN


(1)   PB L 347 van 20.12.2013, blz. 671, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2013/1308/oj.

(2)  Verordening (EG) nr. 1234/2007 van de Raad van 22 oktober 2007 houdende een gemeenschappelijke ordening van de landbouwmarkten en specifieke bepalingen voor een aantal landbouwproducten (integrale-GMO-verordening) (PB L 299 van 16.11.2007, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2007/1234/oj).

(3)  Verordening (EG) nr. 1850/2006 van de Commissie van 14 december 2006 betreffende de wijze van certificering van hop en hopproducten (PB L 355 van 15.12.2006, blz. 72, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2006/1850/oj).

(4)  Gedelegeerde Verordening (EU) 2024/602 van de Commissie van 14 december 2023 tot aanvulling van Verordening (EU) nr. 1308/2013 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft handelsnormen in de hopsector, en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1850/2006 van de Commissie (PB L, 2024/602, 16.2.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_del/2024/602/oj).

(5)  Gedelegeerde Verordening (EU) 2017/1183 van de Commissie van 20 april 2017 tot aanvulling van de Verordeningen (EU) nr. 1307/2013 en (EU) nr. 1308/2013 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft de aan de Commissie te melden informatie en documenten (PB L 171 van 4.7.2017, blz. 100, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_del/2017/1183/oj).

(6)  Uitvoeringsverordening (EU) 2017/1185 van de Commissie van 20 april 2017 tot vaststelling van voorschriften voor de toepassing van de Verordeningen (EU) nr. 1307/2013 en (EU) nr. 1308/2013 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft de aan de Commissie te melden informatie en documenten en tot wijziging en intrekking van diverse verordeningen van de Commissie (PB L 171 van 4.7.2017, blz. 113, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_impl/2017/1185/oj).


BIJLAGE I

MARKERING VAN DE VERPAKKINGEN ALS BEDOELD IN ARTIKEL 3

Verpakkingen moeten als volgt worden gemarkeerd, naargelang het type verpakking:

a)

voor in balen verpakte hopbellen:

door de tekst op de verpakking te drukken, of

door de tekst op kleefband te drukken;

b)

voor hopmeel in pakken:

door de tekst op het pak te drukken, of

door de tekst op kleefband te drukken;

c)

voor hopmeel of hopextract in harde recipiënten:

door de tekst op de recipiënt te drukken;

door de tekst op kleefband te drukken of in de recipiënt te slaan;

d)

voor verzegelde verpakkingen die een partij hopmeel of hopextract in pakken of harde recipiënten bevatten:

door de tekst op de verzegelde verpakking of op de kleefband te drukken, en

door de tekst op elk pak of elke recipiënt meel of extract in de verzegelde verpakking, dan wel op de kleefband te drukken.


BIJLAGE II

SAMENSTELLING VAN HET UNIEKE REFERENTIENUMMER VAN HET CERTIFICAAT ALS BEDOELD IN ARTIKEL 4

1.   CERTIFICERINGSCENTRUM

Een getal in drie cijfers tussen 000 en 099, toegekend door de certificeringsinstantie van de lidstaat.

2.   LIDSTAAT DIE DE CERTIFICERING VERRICHT

BE

voor België

BG

voor Bulgarije

CZ

voor Tsjechië

DK

voor Denemarken

DE

voor Duitsland

EE

voor Estland

EL

voor Griekenland

ES

voor Spanje

FR

voor Frankrijk

HR

voor Kroatië

IE

voor Ierland

IT

voor Italië

CY

voor Cyprus

LV

voor Letland

LT

voor Litouwen

LU

voor Luxemburg

HU

voor Hongarije

MT

voor Malta

NL

voor Nederland

AT

voor Oostenrijk

PL

voor Polen

PT

voor Portugal

RO

voor Roemenië

SI

voor Slovenië

SK

voor Slowakije

FI

voor Finland

SE

voor Zweden

3.   OOGSTJAAR

De laatste twee cijfers van het oogstjaar.

4.   UNIEK IDENTIFICATIENUMMER

Elk certificeringscentrum kent afzonderlijke, opeenvolgende nummers toe aan de partijen die het certificeert.

5.   IDENTIFICATIE VAN DE PARTIJ

Het unieke referentienummer dat door het certificeringscentrum aan de partij is toegekend (bijvoorbeeld 012 BE 23 170225).


BIJLAGE III

VERMELDINGEN ALS BEDOELD IN ARTIKEL 4, LID 2, EERSTE ALINEA, PUNT H), EN IN ARTIKEL 4, LID 3, PUNT I)

in het Bulgaars:

Сертифициран продукт — Регламент за изпълнение (ЕС) 2024/601

in het Spaans:

Producto certificado — Reglamento de Ejecución (UE) 2024/601

in het Tsjechisch:

Ověřený product — Prováděcí nařízení Komise (EU) 2024/601

in het Deens:

Certificeret product — Kommissionens gennemførelsesforordning (EU) 2024/601

in het Duits:

Zertifiziertes Erzeugnis — Durchführungsverordnung (EU) 2024/601

in het Ests:

Sertifitseeritud toode — Komisjoni rakendusmäärus (EL) 2024/601

in het Grieks:

Πιστοποιημένο προϊόν — Εκτελεστικός κανονισμός (ΕΕ) 2024/601

in het Engels:

Certified product — Commission Implementing Regulation (EU) 2024/601

in het Frans:

Produit certifié — Règlement d'exécution (UE) 2024/601

in het Kroatisch:

Certificirani proizvod — Provedbena uredba Komisije (EU) 2024/601

in het Iers:

Táirge deimhnithe — Rialachán Cur Chun Feidhme (AE) 2024/601

in het Italiaans:

Prodotto certificato — Regolamento di esecuzione (UE) 2024/601

in het Lets:

Sertificēts products — Komisijas Īstenošanas regula (ES) 2024/601

in het Litouws:

Sertifikuotas productas — Komisijos įgyvendinimo reglamentas (ES) 2024/601

in het Hongaars:

Tanúsított termék — A Bizottság (EU) 2024/601 végrehajtási rendelete

in het Maltees:

Prodott Iccertifikat — Regolament ta' Implimentazzjoni tal-Kummissjoni (UE) 2024/601

in het Nederlands:

Gecertificeerd product — Uitvoeringsverordening (EU) 2024/601

in het Pools:

Produkt certyfikowany — Rozporządzenie wykonawcze Komisji (UE) 2024/601

in het Portugees:

Produto certificado — Regulamento de Execução (UE) 2024/601

in het Roemeens:

Produs certificat — Regulamentul de punere în aplicare (UE) 2024/601

in het Slowaaks:

Certifikovaný výrobok — Vykonávacie nariadenie Komisie (EÚ) 2024/601

in het Sloveens:

Certificiran pridelek — Izvedbena uredba Komisije (EU) 2024/601

in het Fins:

Varmennettu tuote — Komission täytäntöönpanoasetus (EU) 2024/601

in het Zweeds:

Certifierad product — Kommissionens genomförandeförordning (EU) 2024/601


BIJLAGE IV

METHODEN ALS BEDOELD IN ARTIKEL 7

A.   BEMONSTERINGSMETHODE

De bemonstering van hopbellen voor de bepaling van het vochtgehalte en eventueel het gehalte aan vreemde bestanddelen geschiedt als volgt:

1.   Bemonstering

a)   Verpakte hop

Uit het in artikel 7, lid 3, voorgeschreven aantal verpakkingseenheden wordt telkens een hoeveelheid hop genomen waarvan het gewicht in verhouding staat tot het gewicht van de verpakkingseenheid, en wel zodanig dat het aantal hopbellen groot genoeg is om een monster te krijgen dat representatief is voor de verpakkingseenheid.

b)   Onverpakte hop

Uit een hoop hop worden op vijf tot tien verschillende plaatsen, zowel aan de bovenkant als op verschillende diepten, gelijke hoeveelheden genomen om zo tot een monster te komen. Het monster wordt zo snel mogelijk in de recipiënt gedaan. Om snel kwaliteitsverlies te voorkomen, moet de hoeveelheid hop groot genoeg zijn om bij het sluiten van de recipiënt sterk te worden samengeperst.

Het gewicht van het monster moet ten minste 250 gram bedragen.

2.   Menging

De monsters moeten zorgvuldig worden vermengd zodat zij representatief zijn voor de gehele partij.

3.   Trekking van deelmonsters

Na de menging worden een of meer representatieve deelmonsters getrokken. Behalve indien het slechts om controle op het gehalte aan vreemde bestanddelen gaat, worden deze monsters in een waterbestendige, luchtdichte recipiënt, zoals een metalen doos, een glazen vat of een plastic zak gedaan.

4.   Opslag

Behalve tijdens het transport moeten de monsters koel worden bewaard. De recipiënt mag slechts voor onderzoek of analyse van het monster worden opengemaakt nadat het monster opnieuw op kamertemperatuur is gekomen.

B.   METHODEN VOOR DE BEPALING VAN HET VOCHTGEHALTE VAN DE HOP

1.   Methode i)

Het voor de bepaling van het vochtgehalte bestemde monster mag niet worden gemalen. De monsters mogen niet langer aan de lucht worden blootgesteld dan de tijd die minimaal nodig is om ze uit de recipiënt over te brengen in de doos waarin ze moeten worden gewogen (en die voorzien moet zijn van een deksel).

Apparatuur

Weegschaal die tot op 0,005 gram nauwkeurig weegt.

Elektrische droogstoof met een op 105-107 °C afgestelde thermostaat (de doeltreffendheid van deze droogstoof moet worden gecontroleerd door middel van de kopersulfaatproef).

Metalen dozen met een diameter van 70 à 100 mm die 20 à 30 mm diep zijn en voorzien zijn van een goed sluitend deksel.

Gewone exsiccators waarin voldoende plaats is voor de dozen en die een droogmiddel zoals silicagel met van kleur veranderende verzadigingsindicator bevat.

Werkwijze

Breng 3 à 5 gram hop in een doos en sluit het deksel alvorens over te gaan tot het wegen. Ga zo snel mogelijk te werk bij het wegen. Verwijder het deksel en plaats de doos gedurende precies één uur in de droogstoof. Doe het deksel snel weer op de doos en plaats deze, alvorens deze te wegen, gedurende ten minste 20 minuten in de exsiccator om af te koelen.

Berekening

Bereken het gewichtsverlies en druk het uit in percenten van het gewicht van de oorspronkelijke hop. De maximaal toelaatbare afwijking bij één enkele bepaling bedraagt 1 %.

2.   Methode ii)

Methode waarbij het vochtgehalte van het behandelde monster wordt afgelezen van een schaalverdeling hetzij op een elektronisch weegtoestel dat de hop droogt met behulp van infrarode stralen of warme lucht hetzij op een elektrisch weegtoestel.

C.   METHODE VOOR DE BEPALING VAN HET GEHALTE AAN VREEMDE BESTANDDELEN

1.   Bepaling van het gehalte aan bladeren, stengels en hopafval

Vijf monsters van 100 gram (of één monster van 250 gram) worden achtereenvolgens gezeefd in een zeef met een maaswijdte van 2 à 3 mm. De lupuline, het afval en de zaden die door de zeef gaan, worden verzameld en de zaden worden met de hand uitgezocht. Deze monsters worden opzij gelegd. De inhoud van de zeef met een maaswijdte van 2 à 3 mm wordt op een zeef met een maaswijdte van 8 à 10 mm overgebracht en opnieuw gezeefd.

De hopbellen, bladeren, stengels en vreemde bestanddelen worden met de hand uit de zeef geraapt, terwijl de hopbelblaadjes, zaden, lupuline, het afval en een kleine hoeveelheid blad en stengel door de zeef gaan. Dit alles wordt met de hand gesorteerd en de stukken worden als volgt gegroepeerd:

a)

bladeren en stengels;

b)

hop (hopbelblaadjes, hopbellen en lupuline);

c)

afval;

d)

zaden.

Hoewel het zeer moeilijk is afval en lupuline van elkaar te scheiden, kan met behulp van een zeef met een maaswijdte van 0,8 mm bij benadering het aandeel van het afval en van de lupuline worden bepaald.

Bij het ramen van het lupulineaandeel moet in aanmerking worden genomen dat de volumieke massa van lupuline viermaal zo groot is als die van afval.

De verschillende groepen worden gewogen en het aandeel van elke groep in het oorspronkelijke monster wordt berekend in gewichtspercenten.

2.   Bepaling van het gehalte aan zaden

Een monster van 25 gram wordt in een metalen recipiënt met deksel gedaan en gedurende twee uur in een tot 115 °C verhitte droogstoof geplaatst om de kleverige harsen te neutraliseren.

Het gedroogde monster wordt in een wijdmazig stuk katoen gewikkeld en er wordt krachtig over gewreven — of het wordt mechanisch gedorst — om de zaden uit de hop los te maken. De gedroogde en verbrijzelde hop wordt van de hopzaden gescheiden met behulp van een fijnmaaktoestel of van een metalen zeef met een maaswijdte van 1 mm.

De hopbelassen waaraan nog zaden vastzitten, worden daarvan gescheiden met behulp van een met schuurpapier beklede hellende plaat of met gebruikmaking van andere hulpmiddelen waarmee hetzelfde doel kan worden bereikt, namelijk de hopbelassen en andere bestanddelen tegen te houden en de zaden te laten passeren.

De zaden worden gewogen. Het gehalte aan zaden wordt berekend in gewichtspercenten van het oorspronkelijke monster.


ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_impl/2024/601/oj

ISSN 1977-0758 (electronic edition)


Top