Choose the experimental features you want to try

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 32017D1392

Besluit (EU) 2017/1392 van de Commissie van 25 juli 2017 tot wijziging van Besluit 2014/350/EU van de Commissie tot vaststelling van de milieucriteria voor de toekenning van de EU-milieukeur aan textielproducten (Kennisgeving geschied onder nummer C(2017) 5069) (Voor de EER relevante tekst. )

C/2017/5069

PB L 195 van 27.7.2017, pp. 36–45 (BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, HR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)

Legal status of the document In force

ELI: http://data.europa.eu/eli/dec/2017/1392/oj

27.7.2017   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 195/36


BESLUIT (EU) 2017/1392 VAN DE COMMISSIE

van 25 juli 2017

tot wijziging van Besluit 2014/350/EU van de Commissie tot vaststelling van de milieucriteria voor de toekenning van de EU-milieukeur aan textielproducten

(Kennisgeving geschied onder nummer C(2017) 5069)

(Voor de EER relevante tekst)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EG) nr. 66/2010 van het Europees Parlement en de Raad van 25 november 2009 betreffende de EU-milieukeur (1), en met name artikel 8, lid 2,

Na raadpleging van het Bureau voor de milieukeur van de Europese Unie,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Technische deskundigen en enkele lidstaten hebben de Commissie gewezen op de noodzaak om artikel 1, punt 1, van Besluit 2014/350/EU van de Commissie (2) te verduidelijken door verder toe te lichten op welke textielvezels de ecologische criteria van toepassing zijn en om de mogelijkheid te creëren om tussenproducten van textiel te etiketteren.

(2)

De tekst in deel 1 (criteria voor textielvezels) en in criterium 1 van de bijlage bij Besluit 2014/350/EU moet worden gewijzigd ter verduidelijking van de uitzonderingen die van toepassing zijn wanneer gerecycleerde vezels of biologische katoenvezels worden gebruikt en van de wijze waarop het vereiste percentage katoen in criterium 1a) en 1b) wordt berekend. Gezien het besprokene tijdens de in januari 2016 gehouden bijeenkomsten van het Bureau voor de milieukeur van de Europese Unie (BMEU) en de bijeenkomsten van het forum van bevoegde instanties is het nodig om de tekst van de pesticidebeperkingsvereisten voor biologisch geteeld katoen en katoen met geïntegreerde plaagbestrijding in overeenstemming te brengen met die van de productgroepen schoeisel en meubilair, met als referentiepunt de herziene criteria zoals vastgelegd in Besluit (EU) 2016/1332 van de Commissie (3) en Besluit (EU) 2016/1349 (4) van de Commissie. Gezien het besprokene in de bijeenkomst van november 2016 van het BMEU is het nodig om de eis van non-blending van biologische en genetisch gemodificeerde katoen te beperken tot producten waarvan wordt beweerd dat zij biologisch katoen bevatten overeenkomstig criterium 28 van Besluit 2014/350/EU. Voorts moet worden overwogen om een aanvullende bewering betreffende het gebruik van ggo-vrije katoen in criterium 28 van Besluit 2014/350/EU toe te staan.

(3)

Zoals door de technische deskundigen en door sommige lidstaten aan de Commissie aangegeven, is verduidelijking nodig van de instructies inzake samengestelde monsters in de beoordeling en controle van criterium 3a).

(4)

Omwille van de duidelijkheid moet de formulering van criterium 13b) van deel 3 (criteria voor chemische stoffen en processen) worden verbeterd, om zo beter aan te sluiten bij die van de procedure voor identificatie en opstelling van de lijst van stoffen die in aanmerking komen voor opname als zeer zorgwekkende stoffen overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1907/2006 van het Europees Parlement en de Raad (5), en bij artikel 6, lid 7, van Verordening (EG) nr. 66/2010. Ook de formulering van criterium 14 moet in overeenstemming worden gebracht met artikel 6, lid 6, van Verordening (EG) nr. 66/2010. Zoals door de technische deskundigen aan de Commissie aangegeven, moet in criterium 14 van Besluit 2014/350/EU worden verduidelijkt wanneer de regels voor als gevaarlijk ingedeelde stoffen dan wel die voor mengsels moeten worden gebruikt. Uit de besprekingen tijdens vergaderingen van het forum van bevoegde instanties is bovendien de behoefte gebleken om de beperkingen betreffende water-, vuil- en vlekafstotende middelen (criterium 14b), tabel 6, iv)) en de eisen in aanhangsel 1 te harmoniseren met het overeenkomstige criterium en de overeenkomstige vereisten die worden gebruikt in de productgroepen schoeisel en meubilair, met als referentiepunt respectievelijk de herziene criteria voor meubilair in Besluit (EU) 2016/1332 en voor schoeisel in Besluit (EU) 2016/1349, die in januari 2016 door het regelgevend comité milieukeur zijn aangenomen (6). Met betrekking tot het tabeldeel Hulpstoffen, onder v), moet het toepassingsgebied van de afwijking en de rekenwijze van restproducten in het deel over de beoordeling en controle worden gewijzigd en verduidelijkt. Het is ook nodig om de bewoording van aanhangsel 1 van de bijlage bij Besluit 2014/350/EU in overeenstemming te brengen met Verordening (EU) nr. 528/2012 van het Europees Parlement en de Raad (7).

(5)

Zoals door de leden van het BMEU aan de Commissie aangegeven en overeenkomstig de in 2016 door het forum van bevoegde instanties gehouden discussies moet punt f) van aanhangsel 1 van de bijlage bij Besluit 2014/350/EU worden gewijzigd, zodat de beperkingen die van toepassing zijn op alle productiefasen, ook gelden voor detergenten, de referentietest voor anaerobe biologische afbreekbaarheid wordt gecorrigeerd en de reikwijdte van de beperking van de niet-ionogene en kationogene detergenten en oppervlakteactieve stoffen wordt beperkt tot stoffen die overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1272/2008 van het Europees Parlement en de Raad (8) zijn ingedeeld als gevaarlijk voor het aquatisch milieu.

(6)

Zoals door de leden van het BMEU aan de Commissie aangegeven en overeenkomstig het tijdens de bijeenkomsten van het forum van bevoegde instanties in 2016 besprokene moeten criteria 20 en 21 in deel 4 (criteria voor gebruiksgeschiktheid) worden gewijzigd, teneinde rekening te houden met de nieuwe technische bevindingen van de deskundigen van de lidstaten.

(7)

Gezien het besprokene tijdens bijeenkomsten van het forum van bevoegde instanties in 2015 en 2016 en omwille van de samenhang met Richtlijn 2010/75/EU van het Europees Parlement en de Raad (9) is het nodig om in het deel over beoordeling en controle van criterium 16b) van Besluit 2014/350/EU het gebruik van berekeningen van de uitstoot in de lucht van organische verbindingen mogelijk te maken.

(8)

Gezien het besprokene tijdens bijeenkomsten van het BMEU en het forum van bevoegde instanties in 2015 en 2016 is het nodig de tekst over beoordeling en controle van criterium 26 (fundamentele beginselen en grondrechten op het werk) in Besluit 2014/350/EU in overeenstemming te brengen met de formuleringen zoals gebruikt voor de productgroep personal computers, notebookcomputers en tabletcomputers, waarbij Besluit (EU) 2016/1371 van de Commissie (10) als referentie geldt.

(9)

Overeenkomstig het met de leden van het BMEU in 2016 besprokene moet de geldigheidsduur van Besluit 2014/350/EU worden verlengd, omdat de ecologische ambities van de in Besluit 2014/350/EU vastgestelde milieukeurcriteria naar verwachting hoog zullen blijven in vergelijking met andere etiketteringsregelingen. Bovendien zullen criteria die gedurende een langere periode stabiel blijven, een groter aantal aanvragers in staat stellen de nodige verbeteringen in te voeren en de technische investeringen in de loop van de innovatiecyclus te doen om in aanmerking te komen voor de milieukeur, en de markt op haar beurt in staat stellen hierop te antwoorden met aangepaste grondstoffen en tussenproducten van textielproducten.

(10)

Besluit 2014/350/EU moet daarom dienovereenkomstig worden gewijzigd.

(11)

De in dit besluit vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het bij artikel 16 van Verordening (EG) nr. 66/2010 ingestelde comité,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

Besluit 2014/350/EU wordt als volgt gewijzigd:

1)

Overweging 6 vervalt.

2)

In artikel 1, lid 1, worden de punten c), d) en e) vervangen door:

„c)

textielvezels, garens, weefsels en breiwerk: tussenproducten bestemd voor gebruik in uit textiel bestaande kleding en accessoires en interieurtextiel, met inbegrip van meubelstoffen en matrassentijk, vóór het aanbrengen van de rug en vóór behandelingen die verband houden met het eindproduct;

d)

elementen die niet uit vezels bestaan: tussenproducten die deel uitmaken van uit textiel bestaande kleding en accessoires en interieurtextiel, met inbegrip van ritsen, knopen en andere accessoires en membranen, coatings en laminaten;

e)

schoonmaakmaterialen: geweven en non-woven producten gemaakt van textielvezels en bestemd voor natte of chemische reiniging van oppervlakken en het drogen van keukengerei;”.

3)

Artikel 6 wordt vervangen door:

„Artikel 6

De in de bijlage vermelde criteria en de daarmee verband houdende eisen inzake beoordeling zijn geldig gedurende een periode van 78 maanden vanaf de datum van vaststelling van dit besluit.”.

4)

De bijlage wordt gewijzigd overeenkomstig de bijlage bij dit besluit.

Artikel 2

Dit besluit is gericht tot de lidstaten.

Gedaan te Brussel, 25 juli 2017.

Voor de Commissie

Karmenu VELLA

Lid van de Commissie


(1)   PB L 27 van 30.1.2010, blz. 1.

(2)  Besluit 2014/350/EU van de Commissie van 5 juni 2014 tot vaststelling van de milieucriteria voor de toekenning van de EU-milieukeur aan textielproducten (PB L 174 van 13.6.2014, blz. 45).

(3)  Besluit (EU) 2016/1332 van de Commissie van 28 juli 2016 tot vaststelling van de milieucriteria voor de toekenning van de EU-milieukeur aan meubelen (PB L 210 van 4.8.2016, blz. 100).

(4)  Besluit (EU) 2016/1349 van de Commissie van 5 augustus 2016 tot vaststelling van de milieucriteria voor de toekenning van de EU-milieukeur aan schoeisel (PB L 214 van 9.8.2016, blz. 16).

(5)  Verordening (EG) nr. 1907/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 18 december 2006 inzake de registratie en beoordeling van en de autorisatie en beperkingen ten aanzien van chemische stoffen (REACH), tot oprichting van een Europees Agentschap voor chemische stoffen, houdende wijziging van Richtlijn 1999/45/EG en houdende intrekking van Verordening (EEG) nr. 793/93 van de Raad en Verordening (EG) nr. 1488/94 van de Commissie alsmede Richtlijn 76/769/EEG van de Raad en de Richtlijnen 91/155/EEG, 93/67/EEG, 93/105/EG en 2000/21/EG van de Commissie (PB L 396 van 30.12.2006, blz. 1).

(6)  Verordening (EG) nr. 66/2010, artikel 16.

(7)  Verordening (EU) nr. 528/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 22 mei 2012 betreffende het op de markt aanbieden en het gebruik van biociden (PB L 167 van 27.6.2012, blz. 1).

(8)  Verordening (EG) nr. 1272/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 2008 betreffende de indeling, etikettering en verpakking van stoffen en mengsels tot wijziging en intrekking van de Richtlijnen 67/548/EEG en 1999/45/EG en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1907/2006 (PB L 353 van 31.12.2008, blz. 1).

(9)  Richtlijn 2010/75/EU van het Europees Parlement en de Raad van 24 november 2010 inzake industriële emissies (geïntegreerde preventie en bestrijding van verontreiniging) (PB L 334 van 17.12.2010, blz. 17).

(10)  Besluit (EU) 2016/1371 van de Commissie van 10 augustus 2016 tot vaststelling van de ecologische criteria voor de toekenning van de EU-milieukeur aan personal computers, notebookcomputers en tabletcomputers (PB L 217 van 12.8.2016, blz. 9).


BIJLAGE

De bijlage bij Besluit 2014/350/EU wordt als volgt gewijzigd:

1)

Deel 1 („Criteria voor textielvezels”) wordt als volgt gewijzigd:

a)

de tweede alinea wordt vervangen door:

„Alle vezels, inclusief de hierboven genoemde, die minder dan 5 % van het totale gewicht van het product uitmaken of die worden gebruikt als opvulmateriaal of voering, mogen worden gebruikt zonder dat zij hoeven te voldoen aan de criteria voor textielvezels. Met uitzondering van polyamide en polyester hoeven de criteria voor textielvezels niet te worden nageleefd:

i)

door het gehele product wanneer de vezels gerecycleerd materiaal bevatten dat ten minste 70 % van het gewicht van alle vezels in het product vertegenwoordigt,

ii)

door afzonderlijke vezels in het product met milieukeur als het soort vezel voor ten minste 70 % uit gerecycleerd materiaal bestaat.

Voor de berekening van het percentage katoen in een product dat moet voldoen aan criterium 1a) of 1b) wordt het gehalte aan gerecycleerde katoenvezel afgetrokken van de vereiste minimumpercentages, behalve in het geval van kleding voor kinderen jonger dan 3 jaar.”;

b)

criterium 1 wordt als volgt gewijzigd:

i)

de tweede en derde streepjes worden vervangen door:

„—

enkel wanneer biologisch katoen wordt vermeld op grond van criterium 28: voor productienorm 1a) moet al het conventioneel geteelde katoen en al het katoen met geïntegreerde plaagbestrijding dat wordt gemengd met het biologisch katoen, afkomstig zijn van niet-genetisch gemodificeerde rassen;

voor de berekening van het percentage katoen in een product dat moet voldoen aan criterium 1b), wordt het gehalte aan gerecycleerde katoenvezel afgetrokken van het vereiste minimumpercentage;

alle biologisch geteelde katoen en katoen met geïntegreerde plaagbestrijding moet volledig traceerbaar zijn overeenkomstig criterium 1d), waarbij controle hetzij op basis van de hoeveelheid gekocht katoen op jaarbasis, dan wel op basis van de inhoud van het eindproduct wordt aanvaard;”;

ii)

in criterium 1a) wordt de vierde alinea vervangen door:

„Voor conventioneel geteeld katoen en katoen met geïntegreerde plaagbestrijding dat is gemengd met biologisch geteeld katoen, wordt een kwalitatieve screeningtest op gangbare genetische modificaties volgens de EU-referentiemethoden voor ggo-analyse (*1) en een ggo-vrij resultaat als bewijs van naleving aanvaard. De tests moeten op monsters van het ruwe katoen uit elk land van herkomst worden uitgevoerd voordat er enige natte bewerking heeft plaatsgevonden. Certificering in het kader van controlesystemen die genetisch gemodificeerd katoen uitsluiten, worden geaccepteerd als bewijs van naleving van katoen met geïntegreerde plaagbestrijding.

(*1)  Europese Commissie, „European Union Reference Laboratory for GM Food and Feed — Qualitative GMO detection PCR methods”, http://gmo-crl.jrc.ec.europa.eu/gmomethods/”;"

iii)

criterium 1b) wordt als volgt gewijzigd:

de tweede zin van de derde alinea wordt vervangen door:

„Controle wordt ofwel op jaarbasis voor elk land van herkomst uitgevoerd, ofwel op basis van certificeringen voor alle IPM-katoen die voor de vervaardiging van het product wordt ingekocht.”;

de vijfde alinea wordt geschrapt.

iv)

in criterium 1c) worden de tweede en derde alinea vervangen door:

„Aldicarb, aldrin, camfechloor (toxafeen), captafol, chloordaan, 2,4,5-T, chloordimeform, cypermethrin, DDT, dieldrin, dinoseb en de zouten daarvan, endosulfan, endrin, heptachloor, hexachloorbenzeen, hexachloorcyclohexaan (alle isomeren samen), methamidofos, methylparathion, monocrotofos, neonicotinoïden (clothianidin, imidacloprid, thiametoxam), parathion, pentachloorfenol.

De som van de vermelde bestrijdingsmiddelen die bij het testen van het katoen worden gedetecteerd, mag niet groter zijn dan 0,5 ppm.”;

v)

in criterium 1d) worden punten i) en ii) van de tweede alinea vervangen door:

„i)

op jaarbasis: transactiegegevens en/of facturen moeten worden ingediend die de op jaarbasis van landbouwers of telersverenigingen gekochte hoeveelheid katoen documenteren, en/of het totale gewicht aan gecertificeerd katoen, tot aan de productie van ongebleekte stoffen.

ii)

op basis van het eindproduct: de hoeveelheid katoen die bij de spin- en/of stofproductiefasen in elk eindproduct is gebruikt, moet worden gedocumenteerd. Alle documentatie moet verwijzen naar de toezichthoudende instantie of de certificeerder van de verschillende katoensoorten.”;

vi)

in criterium 3a) worden de derde en vierde alinea vervangen door:

„Beoordeling en controle: aanvragers moeten bovengenoemde documentatie indienen of testverslagen opstellen waarbij de IWTO-ontwerptestmethode 59 wordt gebruikt. De testen moeten worden uitgevoerd op teelt- of verkooppartijen van ruwe wol, naar land van herkomst (indien gemengd) en voordat er enige natte bewerking heeft plaatsgevonden. Uit elk land van herkomst moet ten minste één uit diverse teelt- of verkooppartijen samengesteld monster per verwerkingspartij worden getest. Een samengesteld monster moet bestaan uit:

i)

wolvezels van ten minste tien willekeurig geselecteerde teelt- of verkooppartijen (per land van herkomst) wanneer de desbetreffende verwerkingspartij meer dan tien verkooppartijen uit dat land van herkomst bevat,

ii)

één monster per verkooppartij (of teeltpartij, indien deze kleiner is) wanneer de desbetreffende verwerkingspartij minder dan tien verkooppartijen uit dat land van herkomst bevat.

Als alternatief mogen ook testverslagen voor alle teelt- of verkooppartijen binnen een verwerkingspartij worden ingediend.

Wanneer er sprake is van een afwijking, moet de aanvrager bewijs inzake de structuur van de fabriek waar de ontvetting plaatsvindt, indienen en aan de hand van laboratoriumtestverslagen aantonen dat de ectoparasiticiden die aanwezig kunnen zijn in ontvettingsresten en slib, worden afgebroken.”.

2)

Deel 3 („Criteria voor chemische stoffen en processen”) wordt als volgt gewijzigd:

a)

in criterium 13b) wordt de eerste alinea vervangen door:

„Het eindproduct inclusief alle onderdelen en hulpstukken mag geen, tenzij specifiek vrijgestelde, stoffen bevatten die:

i)

aan de criteria van artikel 57 van Verordening (EG) nr. 1907/2006 voldoen;

ii)

volgens de in artikel 59, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1907/2006 beschreven procedure zijn aangemerkt als stoffen die in aanmerking komen om te worden opgenomen in de lijst van zeer zorgwekkende stoffen.

Dit geldt voor stoffen die een functie aan het eindproduct geven en voor stoffen die opzettelijk zijn gebruikt in de productieformules.

Er wordt geen vrijstelling gegeven voor zeer zorgwekkende stoffen die aanwezig zijn in een textielproduct, of in een homogeen onderdeel van een complex textielproduct, in concentraties hoger dan 0,10 % (gewichtsprocent).”;

b)

criterium 14 wordt als volgt gewijzigd:

i)

de titel en eerste alinea worden vervangen door:

„Criterium 14. Vervanging van gevaarlijke stoffen en mengsels die gebruikt worden bij het verven, bedrukken en afwerken

Stoffen en mengsels die tijdens het proces van verven, bedrukken en afwerken op weefsels en breiwerk worden toegepast en op het eindproduct nog aanwezig zijn en die overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1272/2008 van het Europees Parlement en de Raad (*2) voldoen aan de criteria voor indeling in de gevarenklassen of waarschuwingszinnen van tabel 5, mogen niet worden gebruikt, tenzij ze uitdrukkelijk zijn vrijgesteld. Deze beperkingen gelden ook voor functionele stoffen die tijdens de vervaardiging in synthetische vezels of kunstmatige cellulosevezels zijn verwerkt. Dit criterium geldt voor bij de productie gebruikte chemische stoffen in de vorm waarin ze op het product zijn toegepast, hetzij als stoffen of mengsels.

(*2)  Verordening (EG) nr. 1272/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 2008 betreffende de indeling, etikettering en verpakking van stoffen en mengsels tot wijziging en intrekking van de Richtlijnen 67/548/EEG en 1999/45/EG en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1907/2006 (PB L 353 van 31.12.2008, blz. 1).”;"

ii)

in Criterium 14b) wordt tabel 6 als volgt gewijzigd:

de zesde rij „iv) Water-, vuil- en vlekafstotende middelen” wordt vervangen door:

„iv)

Water-, vuil- en vlekafstotende middelen

H413

Het afstotende middel en de afbraakproducten ervan moeten ofwel:

gemakkelijk en/of inherent biologisch afbreekbaar zijn, ofwel

niet bioaccumulerend zijn in aquatische omgevingen, met inbegrip van aquatisch sediment.

Het product moet voldoen aan de eisen van de functieduurzaamheid (zie criterium 25).”

de achtste rij „v) Hulpstoffen” wordt vervangen door:

„v)

Hulpstoffen, waaronder:

 

draagstoffen,

 

egalisatiemiddelen,

 

dispergeermiddelen,

 

oppervlakteactieve stoffen,

 

verdikkingsmiddelen,

 

bindmiddelen.

H301, H311, H331, H371, H373, H317 (1B), H334, H411, H412, H413, EUH070

Recepten moeten met behulp van automatische doseersystemen worden geformuleerd, en processen moeten de standaardpraktijkvoorschriften volgen.

Stoffen die de aanduiding H311, H331, H317 (1B) dragen, mogen niet in een hogere concentratie dan 1,0 % g/g op het eindproduct voorkomen.”

iii)

de derde alinea na tabel 6 wordt vervangen door:

„Indien de productieformules hulpstoffen bevatten met een in afwijking v) vermelde gevarenindeling moeten ofwel de eind- of tussenproducten middels laboratoriumonderzoek op die stoffen worden gecontroleerd, ofwel moet worden berekend in welke mate de ingedeelde hulpstoffen tijdens de productieprocessen op het eindproduct worden overgedragen.”;

c)

in criterium 16b) wordt de vierde alinea vervangen door:

„Beoordeling en controle: de aanvrager moet aantonen EN 12619 of andere vergelijkbare standaarden na te leven. Ook berekeningen van de uitstoot van organische verbindingen worden aanvaard, mits deze gebaseerd zijn op de methode zoals beschreven in het meest recente referentiedocument van de Europese Commissie voor de beste beschikbare technieken voor de textielindustrie. In de zes maanden voorafgaand aan de aanvraag moeten er maandelijkse gemiddelden worden ingediend van de totale uitstoot van organische verbindingen op productielocaties. Als er oplosmiddelen worden teruggewonnen en hergebruikt, moeten controlegegevens worden ingediend om de werking van deze systemen aan te tonen.”.

3)

Deel 4 („Criteria voor gebruiksgeschiktheid”) wordt als volgt gewijzigd:

a)

in criterium 20 wordt de eerste alinea vervangen door:

„De kleurvastheid bij nat wrijven moet ten minste op niveau 2-3 liggen. Niveau 2 is toegestaan voor donker gekleurd denim en niveau 1 is toegestaan voor alle andere tinten denim.”;

b)

in criterium 21 wordt de eerste alinea vervangen door:

„De kleurvastheid bij droog wrijven moet ten minste op niveau 4 liggen. Niveau 3-4 is toegestaan voor donker gekleurd denim en niveau 2-3 is toegestaan voor alle andere tinten denim.”.

4)

Deel 5 („Critera voor maatschappelijk verantwoord ondernemen”) wordt als volgt gewijzigd:

a)

de eerste alinea wordt vervangen door:

„De criteria 26 en 27 hebben betrekking op de arbeidsvoorwaarden van werknemers en mensenrechten op het werk. Criterium 26 is van toepassing op de productiefasen van het snijden, het vervaardigen en het bekleden van textielproducten, terwijl criterium 27 specifiek van toepassing is op de productie van denim.”;

b)

in criterium 26 wordt de derde alinea vervangen door:

„Beoordeling en controle: de aanvrager moet aantonen dat deze criteria worden nageleefd aan de hand van een controle door een derde partij, met behulp van onafhankelijke controle- of bewijsstukken, met inbegrip van bezoeken ter plaatse door auditeurs tijdens het controleproces voor de milieukeur van productielocaties in de toeleveringsketen die worden gebruikt voor het snijden, vervaardigen en bekleden van de producten onder licentie. Dit moet op het moment van aanvraag gebeuren en vervolgens tijdens de licentieperiode als nieuwe productieplaatsen in gebruik worden genomen.

In landen die Verdrag nr. 81 van de IAO betreffende arbeidsinspectie (1947) hebben geratificeerd en waar uit toezicht van de IAO blijkt dat het nationale systeem voor de arbeidsinspectie doeltreffend is en het controlesysteem de hierboven genoemde gebieden dekt (*3), is controle door van overheidswege aangestelde arbeidsinspecteurs aanvaardbaar.

(*3)  Zie ILO NORMLEX (http://www.ilo.org/dyn/normlex/en) en de ondersteunende richtsnoeren in het gebruikershandboek.”."

5)

In criterium 28 wordt de tweede rij van tabel 11 betreffende katoenvezels vervangen door:

„Katoenvezels

Gehalte aan biologisch katoen hoger dan 50 %

Gemaakt van xx % biologisch katoen

Alleen ggo-vrij katoen gebruikt

Gehalte aan biologisch katoen hoger dan 95 %

Gemaakt van biologisch katoen

Alleen ggo-vrij katoen gebruikt

IPM-gehalte hoger dan 70 %

Katoenteelt met minder pesticiden”

6)

Aanhangsel 1 wordt als volgt gewijzigd:

a)

punt e) wordt als volgt gewijzigd:

i)

de tweede rij wordt vervangen door:

„i)

Afwerkingen met biocide om de eindproducten biocide-eigenschappen te geven.

Toepasbaarheid:

Alle producten

Biociden in de zin van artikel 3, lid 1, onder a), van Verordening (EU) nr. 528/2012 van het Europees Parlement en de Raad (*4) mogen niet worden verwerkt in vezels, weefsels of het eindproduct om biocide-eigenschappen toe te kennen.

Bekende voorbeelden zijn triclosan, nanozilver, organische zinkverbindingen, organische tinverbindingen, dichloorfenyl(ester)-verbindingen, benzimidazoolderivaten en isothiazolinonen.

n.v.t.

Controle:

Een verklaring van de aanvrager dat deze stoffen niet zijn gebruikt.

ii)

de vierde rij wordt vervangen door:

„iii)

Water-, olie- en vlekafstotende behandelingen

Toepasbaarheid:

Daar waar toegepast om de functie te geven.

Fluorhoudende water-, vlek- en olieafstotende behandelingen mogen niet worden toegepast. Dit geldt ook voor behandelingen op basis van perfluor en polyfluor.

Niet-fluorhoudende behandelingen moeten gemakkelijk en/of uiteindelijk biologisch afbreekbaar of niet bioaccumulerend zijn in het aquatisch milieu, inclusief aquatisch sediment. Bovendien moeten ze voldoen aan criterium 25a) betreffende gebruiksgeschiktheid.

n.v.t.

Controle:

Een verklaring van de afwerkcentrales dat deze stoffen niet zijn gebruikt, ondersteund door veiligheidsbladen voor de gebruikte afstotende middelen.

Testmethode:

n.v.t.

b)

punt f) wordt als volgt gewijzigd:

i)

in de tabel voor „oppervlakteactieve stoffen, wasverzachters en complexvormers” worden de eerste en tweede rijen vervangen door:

„Detergenten, oppervlakteactieve stoffen, wasverzachters en complexvormers

ii)

Alle detergenten, oppervlakteactieve stoffen, wasgoedverzachters en complexvormers

Toepasbaarheid: Alle natte processen

Ten minste 95 % van het totale gewicht van alle wasgoedverzachters, complexvormers, detergenten en oppervlakteactieve stoffen die op een bepaalde locatie worden gebruikt voor natte processen moeten:

gemakkelijk biologisch afbreekbaar onder aerobe omstandigheden of

inherent biologisch afbreekbaar en/of

in waterzuiveringsinstallaties verwijderbaar zijn.

De laatste herziening van de databank voor ingrediënten van detergenten moet worden gebruikt als referentiepunt voor de biologische afbreekbaarheid:

http://ec.europa.eu/environment/ecolabel/documents/did_list/didlist_part_a_nl.pdf

n.v.t.

Controle:

Een verklaring van de leverancier van chemicaliën ondersteund door veiligheidsinformatiebladen en/of OESO- of ISO-testresultaten.

Testmethode:

Zie middelen met betrekking tot de afmeting en spinmiddelen (Aanhangsel 1, onder a), i/ii))

iii)

Niet-ionogene en kationogene oppervlakteactieve stoffen

Toepasbaarheid: Alle natte processen

Alle niet-ionogene en kationogene oppervlakteactieve stoffen en detergenten die op een bepaalde locatie voor natte processen worden gebruikt en die overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1272/2008 als gevaarlijk voor het aquatische milieu zijn ingedeeld, moeten uiteindelijk biologisch afbreekbaar zijn in anaerobe omstandigheden.

De databank voor ingrediënten van detergenten moet worden gebruikt als referentiepunt voor de biologische afbreekbaarheid:

http://ec.europa.eu/environment/ecolabel/documents/did_list/didlist_part_a_nl.pdf

n.v.t.

Controle:

Verklaring op het veiligheidsinformatieblad of van de leverancier van de chemicaliën, ondersteund door OESO- of ISO-testresultaten

Testmethode:

EN ISO 11734, ECETOC nr. 28 OESO 311”

ii)

in de tabel „Hulpstoffen” wordt de eerste rij vervangen door:

„iv)

Hulpstoffen gebruikt in preparaten en formuleringen.

Toepasbaarheid:

Alle producten

De volgende stoffen mogen niet worden gebruikt in preparaten of formuleringen die voor textiel worden gebruikt en voor hun aanwezigheid op het eindproduct gelden grenswaarden:

 

Nonylfenol, mengsel van isomeren

 

4-Nonylfenol

 

4-Nonylfenol, vertakt

 

Octylfenol

 

4-octylfenol

 

4-tert-octylfenol

25 mg/kg totaal opgetelde waarde

Controle:

Test eindproduct

Testmethode:

Solventextractie gevolgd door LC-MS

Alkylfenolethoxylaten (APEO's) en de derivaten daarvan:

 

Polyoxyethyloctylfenol

 

Polyoxyethylnonylfenol

 

Polyoxyethyl-p-nonylfenol

Controle:

Test eindproduct

Testmethode:

ISO 18254”

c)

punt g) wordt als volgt gewijzigd:

i)

de tekst onder „iii) Biociden” wordt vervangen door:

„iii)

Biociden die worden gebruikt om textiel te beschermen tijdens transport en opslag.

Toepasbaarheid:

Alle producten

Alleen biociden met werkzame stoffen die zijn goedgekeurd op grond van Verordening (EG) nr. 528/2012 van het Europees Parlement en de Raad (*5) mogen worden gebruikt. Aanvragers moeten de meest actuele vergunningslijst raadplegen:

http://echa.europa.eu/web/guest/information-on-chemicals/biocidal-active-substances

De volgende stoffen zijn verboden:

Chloorfenolen (en de zouten en esters daarvan)

Polychloorbifenylen (PCB's)

Organische tinverbindingen, met inbegrip van TBT, TPhT, DBT en DOT

Dimethylfumaraat (DMFu)

n.v.t.

Controle:

Verklaring dat deze stoffen voorafgaand aan de verzending en opslag niet zijn gebruikt, ondersteund door het veiligheidsinformatieblad.

ii)

De tekst onder „iv) Extraheerbare metalen” wordt vervangen door:

„iv)

Extraheerbare metalen

Toepasbaarheid:

Alle producten met afwijkende grenswaarden die gelden voor baby's en kinderen tot 3 jaar oud.

De volgende grenswaarden gelden voor producten die bestemd zijn voor baby's en kinderen tot 3 jaar oud:

mg/kg

Controle:

Test eindproduct

Testmethode:

Extractie — EN ISO 105-E04-2013 (Zuur-zweetoplossing)

Detectie — ICP-MS of ICP-OES

Antimoon (Sb)

30,0

Arseen (As)

0,2

Cadmium (Cd)

0,1

Chroom (Cr)

 

Textiel dat geverfd is met metaalcomplexkleurstoffen

1,0

Al het andere textiel

0,5

Kobalt (Co)

1,0

Koper (Cu)

25,0

Lood (Pb)

0,2

Nikkel (Ni)

 

Textiel dat geverfd is met metaalcomplexkleurstoffen

1,0

Al het andere textiel

0,5

Kwik (Hg)

0,02

De volgende grenswaarden zijn van toepassing op alle andere producten, met inbegrip van interieurtextiel:

mg/kg

Controle:

Test eindproduct

Testmethode:

Extractie — DIN EN ISO 105-E04-2013 (Zuur-zweet-oplossing)

Detectie — ICP-MS of ICP-OES”

Antimoon (Sb)

30,0

Arseen (As)

1,0

Cadmium (Cd)

0,1

Chroom (Cr)

 

Textiel dat geverfd is met metaalcomplexkleurstoffen

2,0

Al het andere textiel

1,0

Kobalt (Co)

 

Textiel dat geverfd is met metaalcomplexkleurstoffen

4,0

Al het andere textiel

1,0

Koper (Cu)

50,0

Lood (Pb)

1,0

Nikkel (Ni)

1,0

Kwik (Hg)

0,02


(*1)  Europese Commissie, „European Union Reference Laboratory for GM Food and Feed — Qualitative GMO detection PCR methods”, http://gmo-crl.jrc.ec.europa.eu/gmomethods/”;

(*2)  Verordening (EG) nr. 1272/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 2008 betreffende de indeling, etikettering en verpakking van stoffen en mengsels tot wijziging en intrekking van de Richtlijnen 67/548/EEG en 1999/45/EG en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1907/2006 (PB L 353 van 31.12.2008, blz. 1).”;

(*3)  Zie ILO NORMLEX (http://www.ilo.org/dyn/normlex/en) en de ondersteunende richtsnoeren in het gebruikershandboek.”.”


(*4)  Verordening (EU) nr. 528/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 22 mei 2012 betreffende het op de markt aanbieden en het gebruik van biociden (PB L 167 van 27.6.2012, blz. 1).”;

(*5)  Verordening (EU) nr. 528/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 22 mei 2012 betreffende het op de markt aanbieden en het gebruik van biociden (PB L 167 van 27.6.2012, blz. 1).”;


Top