Choose the experimental features you want to try

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 32009R0182

Verordening (EG) nr. 182/2009 van de Commissie van 6 maart 2009 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1019/2002 betreffende de handelsnormen voor olijfolie

PB L 63 van 7.3.2009, pp. 6–8 (BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)

Legal status of the document No longer in force, Date of end of validity: 02/02/2012; opgeheven door 32012R0029

ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2009/182/oj

7.3.2009   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 63/6


VERORDENING (EG) Nr. 182/2009 VAN DE COMMISSIE

van 6 maart 2009

tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1019/2002 betreffende de handelsnormen voor olijfolie

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EG) nr. 1234/2007 van de Raad van 22 oktober 2007 houdende een gemeenschappelijke ordening van de landbouwmarkten en specifieke bepalingen voor een aantal landbouwproducten („Integrale-GMO-verordening”) (1), en met name op artikel 113, lid 1, onder a), en artikel 121, onder a), juncto artikel 4,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Het is wenselijk te verduidelijken dat de naam waaronder olijfolie en olie uit afvallen van olijven worden verkocht, een van de in de gemeenschappelijke ordening van de landbouwmarkten vastgestelde benamingen moet zijn. Voorts moet in de etikettering aanvullende informatie over elk van de gedefinieerde categorieën olie worden verstrekt, maar die gegevens hoeven niet onmiddellijk aan te sluiten bij de naam waaronder het product wordt verkocht. Voor producten die olijfolie bevatten, hoeft in de etikettering niet de desbetreffende benaming te worden vermeld, en bijgevolg ook geen aanvullende informatie.

(2)

Verordening (EG) nr. 1019/2002 van de Commissie (2) voorziet in een facultatieve regeling voor de vermelding van de oorsprong van de olijfolie in de etikettering, hoewel het de bedoeling was voor extra olijfolie van de eerste persing en olijfolie van de eerste persing een regeling inzake de verplichte vermelding van de oorsprong in de etikettering vast te stellen, om recht te doen aan het feit dat deze categorieën olie, als gevolg van de landbouwgebruiken of plaatselijke extractie- of vermengingsmethoden, aanzienlijk in kwaliteit en smaak kunnen verschillen naargelang van de geografische oorsprong. De sindsdien toegepaste facultatieve regeling blijkt niet te volstaan om misleiding van de consument ten aanzien van de echte kenmerken van de oliën van de eerste persing op de genoemde punten te voorkomen. Voorts zijn sinds 2002 bij Verordening (EG) nr. 178/2002 van het Europees Parlement en de Raad van 28 januari 2002 tot vaststelling van de algemene beginselen en voorschriften van de levensmiddelenwetgeving, tot oprichting van een Europese Autoriteit voor voedselveiligheid en tot vaststelling van procedures voor voedselveiligheidsaangelegenheden (3) traceerbaarheidsvoorschriften vastgesteld die van toepassing zijn sinds 1 januari 2005. Op basis van de ervaring die marktdeelnemers en bestuursdiensten ter zake hebben opgedaan, kan worden gesteld dat het verantwoord is de vermelding van de oorsprong in de etikettering te verplichten voor extra olijfolie van de eerste persing en olijfolie van de eerste persing.

(3)

In de Gemeenschap bestaat een aanzienlijk deel van zowel de extra olijfolie van de eerste persing als de olijfolie van de eerste persing uit mengsels van oliën die van oorsprong zijn uit verschillende lidstaten en derde landen. Voor de vermelding van de oorsprong van die mengsels in de etikettering moeten eenvoudige voorschriften worden vastgesteld. Dergelijke eenvoudige voorschriften maken het mogelijk de vroegere bepalingen inzake de vermelding van een „hoofdoorsprong” in de etikettering, die ingewikkeld waren om toe te passen, moeilijk om te controleren en potentieel misleidend waren, te schrappen.

(4)

Onlangs heeft de Internationale Olijfolieraad in zijn herziene methode voor de organoleptische beoordeling van olijfolie van de eerste persing, bepaalde begrippen vastgesteld voor de beschrijving van de organoleptische kenmerken met betrekking tot de smaak en/of de geur van extra olijfolie van de eerste persing en olijfolie van de eerste persing. Het gebruik van die begrippen in de etikettering van extra olijfolie van de eerste persing en olijfolie van de eerste persing moet worden voorbehouden voor olie die volgens de desbetreffende analysemethode is beoordeeld. Voor marktdeelnemers die momenteel de voorbehouden begrippen gebruiken, is een overgangsregeling nodig.

(5)

Verschillende lidstaten handhaven hun nationale voorschriften in het kader waarvan zij verbieden mengsels van olijfolie en andere zaadolie voor intern gebruik te produceren, met de bedoeling hun tradities en een bepaalde productiekwaliteit op nationaal niveau in stand te houden. Verordening (EG) nr. 1019/2002 geldt niet voor tonijn, die valt onder Verordening (EEG) nr. 1536/92 van de Raad van 9 juni 1992 tot vaststelling van gemeenschappelijke handelsnormen voor tonijn- en bonietconserven (4), en evenmin voor sardines, die vallen onder Verordening (EEG) nr. 2136/89 van de Raad van 21 juni 1989 tot vaststelling van gemeenschappelijke normen voor het in de handel brengen van sardineconserven (5). Duidelijkheidshalve moeten deze elementen expliciet in Verordening (EG) nr. 1019/2002 worden vermeld.

(6)

Verordening (EG) nr. 1019/2002 moet derhalve dienovereenkomstig worden gewijzigd.

(7)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Beheerscomité voor de gemeenschappelijke ordening van de landbouwmarkten,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Verordening (EG) nr. 1019/2002 wordt als volgt gewijzigd:

1.

Artikel 1, lid 1, wordt vervangen door:

„1.   Onverminderd Richtlijn 2000/13/EG en Verordening (EG) nr. 510/2006 van de Raad (*1) worden bij deze verordening specifieke handelsnormen voor de kleinhandel vastgesteld voor olijfolie en olie uit afvallen van olijven als bedoeld in punt 1, onder a) en b), punt 3 en punt 6 van bijlage XVI bij Verordening (EG) nr. 1234/2007.

(*1)   PB L 93 van 31.3.2006, blz. 12.”."

2.

Artikel 3 wordt als volgt gewijzigd:

a)

vóór de eerste alinea wordt de volgende alinea ingevoegd:

„De benamingen als bedoeld in artikel 118 van Verordening (EG) nr. 1234/2007 worden beschouwd als de benaming waaronder het product wordt verkocht, in de zin van artikel 3, lid 1, punt 1, van Richtlijn 2000/13/EG.”;

b)

in de eerste alinea, die de tweede alinea wordt, wordt de aanhef vervangen door:

„In de etikettering van de in artikel 1, lid 1, bedoelde olie wordt in duidelijk leesbare en onuitwisbare tekens, behalve de in de eerste alinea bedoelde benaming, maar niet noodzakelijk onmiddellijk daarbij aansluitend, de volgende informatie over de categorie olie vermeld:”.

3.

Artikel 4 wordt als volgt gewijzigd:

a)

in lid 1 wordt de eerste alinea vervangen door de volgende alinea's:

„Voor extra olijfolie van de eerste persing en olijfolie van de eerste persing als omschreven in punt 1, onder a) en onder b), van bijlage XVI bij Verordening (EG) nr. 1234/2007, is een oorsprongsaanduiding in de etikettering verplicht.

Voor de in de punten 3 en 6 van bijlage XVI bij Verordening (EG) nr. 1234/2007 omschreven producten wordt in de etikettering geen oorsprongsaanduiding vermeld.”;

b)

lid 2 wordt vervangen door:

„2.   De in lid 1 bedoelde oorsprongsaanduidingen bestaan,

a)

als het gaat om olijfolie die overeenkomstig de leden 4 en 5 van oorsprong is uit één lidstaat of derde land, in een verwijzing naar, naargelang van het geval, de lidstaat, de Gemeenschap of het derde land,

b)

als het gaat om mengsels van olijfolie die overeenkomstig de leden 4 en 5 van oorsprong zijn uit meer dan één lidstaat of derde land, in, naargelang van het geval, een van de volgende vermeldingen:

i)

„mengsel van communautaire olijfoliën” of een verwijzing naar de Gemeenschap,

ii)

„mengsel van niet-communautaire olijfoliën” of een verwijzing naar de niet-communautaire oorsprong,

iii)

„mengsel van communautaire en niet-communautaire olijfoliën” of een verwijzing naar de communautaire en de niet-communautaire oorsprong, of

c)

in een beschermde oorsprongsbenaming of een beschermde geografische aanduiding als bedoeld in Verordening (EG) nr. 510/2006 overeenkomstig de bepalingen van de betrokken productspecificatie.”;

c)

lid 6 wordt geschrapt.

4.

Artikel 5 wordt als volgt gewijzigd:

a)

punt c) wordt vervangen door:

„c)

organoleptische eigenschappen met betrekking tot smaak en/of geur mogen alleen worden vermeld voor extra olijfolie van de eerste persing en olijfolie van de eerste persing; de in punt 3.3 van bijlage XII bij Verordening (EEG) nr. 2568/91 bedoelde begrippen mogen alleen in de etikettering voorkomen als zij gebaseerd zijn op de resultaten van een beoordeling die is verricht volgens de in bijlage XII bij Verordening (EEG) nr. 2568/91 vastgestelde methode.”;

b)

de volgende tweede alinea wordt toegevoegd:

„Voor producten die worden verkocht onder een merknaam waarvan de registratie uiterlijk op 1 maart 2008 is aangevraagd en die minstens een van de in punt 3.3 van bijlage XII bij Verordening (EEG) nr. 2568/91 bedoelde begrippen bevat, wordt nog tot 1 november 2011 de tijd gelaten om aan de voorwaarden van artikel 5, onder c), van Verordening (EG) nr. 1019/2002 te voldoen.”.

5.

Artikel 6 wordt als volgt gewijzigd:

a)

aan lid 1 wordt de volgende derde alinea toegevoegd:

„De lidstaten mogen op hun grondgebied de productie, voor intern gebruik, verbieden van de in de eerste alinea bedoelde mengsels van olijfolie en andere plantaardige olie. Zij mogen evenwel niet verbieden dat dergelijke mengsels uit andere landen op hun grondgebied worden verhandeld en evenmin dat op hun grondgebied dergelijke mengsels worden geproduceerd om in een andere lidstaat te worden afgezet of om te worden uitgevoerd.”;

b)

in lid 2 wordt de eerste alinea vervangen door:

„Behalve voor tonijn in olijfolie als bedoeld in Verordening (EEG) nr. 1536/92 van de Raad (*2) en sardines in olijfolie als bedoeld in Verordening (EEG) nr. 2136/89 van de Raad (*3) moet, wanneer de aanwezigheid van in artikel 1, lid 1, van de onderhavige verordening bedoelde olie in een ander levensmiddel dan de in lid 1 van dit artikel bedoelde mengsels, aan de hand van woorden, beelden of grafische voorstellingen in de etikettering, los van de ingrediëntenlijst, wordt vermeld, de handelsbenaming van het levensmiddel onmiddellijk worden gevolgd door het percentage in artikel 1, lid 1, van deze verordening bedoelde olie ten opzichte van het totale nettogewicht van het levensmiddel.

(*2)   PB L 163 van 17.6.1992, blz. 1."

(*3)   PB L 212 van 22.7.1989, blz. 79.”;"

c)

lid 3 wordt vervangen door:

„3.   In de etikettering van de in de leden 1 en 2 van dit artikel bedoelde producten kunnen de in de eerste alinea van artikel 3 bedoelde benamingen worden vervangen door het woord „olijfolie”.

Als het evenwel gaat om olie uit afvallen van olijven, wordt „olijfolie” vervangen door „olie uit afvallen van olijven”.”;

d)

het volgende lid 4 wordt toegevoegd:

„4.   De in de tweede alinea van artikel 3 bedoelde informatie is niet vereist in de etikettering van de in de leden 1 en 2 van dit artikel bedoelde producten.”.

6.

Artikel 8, lid 2, onder b), wordt vervangen door:

„b)

een in artikel 125 van Verordening (EG) nr. 1234/2007 bedoelde organisatie van marktdeelnemers in die lidstaat;”.

7.

Artikel 9, lid 2, eerste alinea, wordt vervangen door:

„Voor de verificatie van de in de artikelen 4, 5 en 6 bedoelde vermeldingen mogen de betrokken lidstaten een regeling instellen voor de erkenning van bedrijven waarvan de verpakkingsinstallaties zich op hun grondgebied bevinden.”.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op de zevende dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Zij is van toepassing met ingang van 1 juli 2009.

In afwijking van de tweede alinea mogen producten die legaal in de Gemeenschap zijn geproduceerd en geëtiketteerd of legaal in de Gemeenschap zijn ingevoerd en in het vrije verkeer zijn gebracht vóór 1 juli 2009, in de handel worden gebracht zolang de voorraad strekt.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 6 maart 2009.

Voor de Commissie

Mariann FISCHER BOEL

Lid van de Commissie


(1)   PB L 299 van 16.11.2007, blz. 1.

(2)   PB L 155 van 14.6.2002, blz. 27.

(3)   PB L 31 van 1.2.2002, blz. 1.

(4)   PB L 163 van 17.6.1992, blz. 1.

(5)   PB L 212 van 22.7.1989, blz. 79.


Top