Choose the experimental features you want to try

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 32007D0424

2007/424/EG: Besluit van de Commissie van 18 juni 2007 tot aanvaarding van verbintenissen die zijn aangeboden in het kader van de antidumpingprocedure betreffende de invoer van bepaalde bereide of verduurzaamde suikermaïs in korrels van oorsprong uit Thailand

PB L 159 van 20.6.2007, pp. 42–44 (BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)

Legal status of the document No longer in force, Date of end of validity: 18/09/2009; opgeheven door 32009D0708

ELI: http://data.europa.eu/eli/dec/2007/424/oj

20.6.2007   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 159/42


BESLUIT VAN DE COMMISSIE

van 18 juni 2007

tot aanvaarding van verbintenissen die zijn aangeboden in het kader van de antidumpingprocedure betreffende de invoer van bepaalde bereide of verduurzaamde suikermaïs in korrels van oorsprong uit Thailand

(2007/424/EG)

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EG) nr. 384/96 van de Raad van 22 december 1995 betreffende beschermende maatregelen tegen invoer met dumping uit landen die geen lid zijn van de Europese Gemeenschap (1) (hierna „de basisverordening” genoemd), en met name op de artikelen 8 en 9,

Na raadpleging van het raadgevend comité,

Overwegende hetgeen volgt:

A.   PROCEDURE

(1)

Bij Verordening (EG) nr. 1888/2006 (2) heeft de Commissie voorlopige antidumpingrechten ingesteld op bepaalde in de Gemeenschap ingevoerde bereide of verduurzaamde suikermaïs in korrels van oorsprong uit Thailand.

(2)

Na de goedkeuring van de voorlopige antidumpingmaatregelen heeft de Commissie haar onderzoek van de dumping, de schade, het oorzakelijk verband en het belang van de Gemeenschap voortgezet. De definitieve bevindingen en de conclusies van het onderzoek zijn uiteengezet in Verordening (EG) nr. 682/2007 van de Raad van 18 juni 2007 tot instelling van een definitief antidumpingrecht en tot definitieve inning van het voorlopige antidumpingrecht op bepaalde bereide of verduurzaamde suikermaïs in korrels van oorsprong uit Thailand (3).

(3)

Het onderzoek bevestigde de voorlopige bevindingen inzake schadelijke dumping bij de invoer van bepaalde bereide of verduurzaamde suikermaïs in korrels van oorsprong uit Thailand.

B.   VERBINTENIS

(4)

Na de goedkeuring van de voorlopige antidumpingmaatregelen boden twee medewerkende producenten/exporteurs in Thailand een prijsverbintenis overeenkomstig artikel 8, lid 1, van de basisverordening aan.

(5)

Zij hebben aangeboden het betrokken product, zoals gedefinieerd in Verordening (EG) nr. 682/2007, tot een maximumhoeveelheid te verkopen tegen een prijs die op of boven het niveau ligt waarop het schade veroorzakende effect van dumping wordt opgeheven. De verbintenissen hebben alleen betrekking op de productsoorten die ieder van de betrokken producenten/exporteurs tijdens het onderzoektijdvak in representatieve hoeveelheden heeft uitgevoerd. Voor elk van de productsoorten waarop de verbintenissen betrekking hebben, werd een afzonderlijke minimuminvoerprijs aangeboden omdat er tijdens het onderzoektijdvak grote prijsverschillen tussen de productsoorten waren.

(6)

De producenten/exporteurs boden aan de onder de verbintenissen vallende uitvoer naar de Gemeenschap tot een bepaalde maximumhoeveelheid te beperken aangezien zij tijdens het onderzoektijdvak niet alleen het door henzelf vervaardigde betrokken product verkochten, maar ook het door andere producenten vervaardigde betrokken product. De maximumhoeveelheid werd voor iedere producent/exporteur vastgesteld op een niveau dat overeenkomt met de hoeveelheid van het door hemzelf vervaardigde product dat hij gedurende het onderzoektijdvak naar de Gemeenschap heeft uitgevoerd. Voor invoer van het betrokken product die de maximumhoeveelheid overschrijdt of waarop de verbintenissen niet van toepassing zijn, gelden de toepasselijke antidumpingrechten.

(7)

Bovendien boden de producenten/exporteurs aan het product waarop de verbintenissen van toepassing zijn, niet aan dezelfde afnemers in de Europese Gemeenschap te verkopen aan wie zij ook andere producten verkopen, teneinde het gevaar van inbreuk op de prijsverbintenis door kruiscompensatie van de prijzen te verminderen.

(8)

De producenten/exporteurs zullen de Commissie ook regelmatig gedetailleerde gegevens over hun uitvoer naar de Gemeenschap verstrekken, zodat de Commissie effectief toezicht kan uitoefenen op de uitvoering van de verbintenissen. Bovendien is de verkoopstructuur van deze ondernemingen van dien aard dat de Commissie het risico van ontwijking van de overeengekomen verbintenis beperkt acht.

(9)

Na de mededeling van de aangeboden verbintenissen maakte de klagende bedrijfstak van de Gemeenschap bezwaar tegen deze verbintenissen. Hij voerde aan dat de prijzen van het betrokken product aan schommelingen onderhevig zijn en het betrokken product daarom niet geschikt is voor verbintenissen. Bovendien voerde de bedrijfstak van de Gemeenschap aan dat, omdat de producenten/exporteurs behalve het betrokken product ook andere producten aan dezelfde afnemers in de Europese Gemeenschap verkochten, het risico van kruiscompensatie groot is, m.a.w. dat producten die niet onder de verbintenis vallen, tegen kunstmatig lage prijzen kunnen worden verkocht als compensatie voor de minimumprijzen voor de producten die wel onder de verbintenis vallen. Daarom concludeert de bedrijfstak van de Gemeenschap dat in dit geval verbintenissen geen geschikte maatregel zijn.

(10)

De door de bedrijfstak van de Gemeenschap verstrekte informatie over de prijsschommelingen overtuigt niet. De door de communautaire producenten voor hun verkoop in de Gemeenschap gehanteerde gemiddelde prijzen bleven gedurende de beoordelingsperiode voor dit antidumpingonderzoek immers min of meer gelijk. Hoewel de bedrijfstak van de Gemeenschap beweerde dat de prijzen in sommige lidstaten meer schommelden dan in andere, erkende hij dat deze cijfers sterk beïnvloed waren door de dumpingprijzen van de Thaise exporteurs. In dit verband zij opgemerkt dat, zoals in overweging 5 gezegd is, de aangeboden minimuminvoerprijzen en de antidumpingrechten die van toepassing zijn op de invoer boven de maximumhoeveelheid of buiten het toepassingsgebied van de verbintenissen, het schade veroorzakende effect van dumping opheffen en de markt enigszins kunnen stabiliseren.

(11)

Wat het gevaar van kruiscompensatie betreft, waarvan sprake was in overweging 7, bevatten de verbintenissen een bepaling waarin de producenten/exporteurs aanbieden aan afnemers in de Europese Gemeenschap aan wie zij het product verkopen waarop de verbintenis van toepassing is, geen andere producten te verkopen. De aangeboden verbintenissen beperken dit risico derhalve in voldoende mate.

(12)

Gezien het bovenstaande zijn de door de Thaise producenten/exporteurs aangeboden verbintenissen aanvaardbaar.

(13)

Om de Commissie in staat te stellen effectief toezicht op de naleving van de verbintenissen door de ondernemingen uit te oefenen, zal, wanneer de aanvraag voor het vrije verkeer bij de douaneautoriteit wordt ingediend, de vrijstelling van het antidumpingrecht afhankelijk worden gesteld van i) de overlegging van een verbintenisfactuur die ten minste de gegevens bevat die in bijlage II bij Verordening (EG) nr. 682/2007 zijn vermeld, ii) het feit dat de ingevoerde goederen door de genoemde ondernemingen zijn vervaardigd en verzonden en door hen direct aan de eerste onafhankelijke afnemer in de Gemeenschap zijn gefactureerd, en iii) het feit dat de bij de douane aangegeven en aangeboden goederen exact overeenstemmen met de beschrijving in de verbintenisfactuur. Wanneer geen verbintenisfactuur wordt overgelegd, of wanneer deze niet in overeenstemming is met het bij de douane aangeboden product, moet het toepasselijke antidumpingrecht worden betaald.

(14)

Om de inachtneming van de verbintenissen verder te waarborgen, zijn de importeurs er door bovengenoemde verordening op gewezen dat niet-inachtneming van de in die verordening genoemde voorwaarden of intrekking van de aanvaarding van de verbintenissen door de Commissie voor de desbetreffende transacties tot een douaneschuld kan leiden.

(15)

Als een verbintenis wordt geschonden of opgezegd of als de Commissie de aanvaarding van een verbintenis intrekt, is ingevolge artikel 8, lid 9, van de basisverordening automatisch het op grond van artikel 9, lid 4, van de basisverordening ingestelde antidumpingrecht van toepassing,

BESLUIT:

Artikel 1

De verbintenissen die door onderstaande producenten/exporteurs zijn aangeboden in het kader van de antidumpingprocedure betreffende de invoer van bepaalde bereide of verduurzaamde suikermaïs in korrels van oorsprong uit Thailand worden aanvaard.

Land

Onderneming

Aanvullende Taric-code

Thailand

Malee Sampran Public Co., Ltd, Abico Bldg. 401/1 Phaholyothin Rd., Lumlookka,

Pathumthani 12130

A790

Sun Sweet Co., Ltd, 9 M. 1, Sanpatong, Chiangmai,

Thailand 50120

A792

Artikel 2

Dit besluit treedt in werking op de dag volgende op die van zijn bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Gedaan te Brussel, 18 juni 2007.

Voor de Commissie

Peter MANDELSON

Lid van de Commissie


(1)   PB L 56 van 6.3.1996, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 2117/2005 (PB L 340 van 23.12.2005, blz. 17).

(2)   PB L 364 van 20.12.2006, blz. 68.

(3)  Zie bladzijde 14 van dit Publicatieblad.


Top