This document is an excerpt from the EUR-Lex website
Document 31993L0084
Commission Directive 93/84/EEC of 30 September 1993 amending Directive 80/723/EEC on the transparency of financial relations between Member States and public undertakings
Richtlijn 93/84/EEG van de Commissie van 30 september 1993 tot wijziging van Richtlijn 80/723/EEG betreffende de doorzichtigheid in de financiële betrekkingen tussen Lid-Staten en openbare bedrijven
Richtlijn 93/84/EEG van de Commissie van 30 september 1993 tot wijziging van Richtlijn 80/723/EEG betreffende de doorzichtigheid in de financiële betrekkingen tussen Lid-Staten en openbare bedrijven
PB L 254 van 12.10.1993, pp. 16–18
(ES, DA, DE, EL, EN, FR, IT, NL, PT) Dit document is verschenen in een speciale editie.
(FI, SV, CS, ET, LV, LT, HU, MT, PL, SK, SL)
No longer in force, Date of end of validity: 19/12/2006
| Relation | Act | Comment | Subdivision concerned | From | To |
|---|---|---|---|---|---|
| Modifies | 31980L0723 | aanvulling | artikel 2 | ||
| Modifies | 31980L0723 | toevoeging | artikel 5BIS |
Richtlijn 93/84/EEG van de Commissie van 30 september 1993 tot wijziging van Richtlijn 80/723/EEG betreffende de doorzichtigheid in de financiële betrekkingen tussen Lid-Staten en openbare bedrijven
Publicatieblad Nr. L 254 van 12/10/1993 blz. 0016 - 0018
Bijzondere uitgave in het Fins: Hoofdstuk 8 Deel 2 blz. 0023
Bijzondere uitgave in het Zweeds: Hoofdstuk 8 Deel 2 blz. 0023
RICHTLIJN 93/84/EEG VAN DE COMMISSIE van 30 september 1993 tot wijziging van Richtlijn 80/723/EEG betreffende de doorzichtigheid in de financiële betrekkingen tussen Lid-Staten en openbare bedrijven DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN, Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap, inzonderheid op artikel 90, lid 3, Overwegende dat met Richtlijn 80/723/EEG van de Commissie (1), gewijzigd bij Richtlijn 85/413/EEG (2), een stelsel werd ingevoerd waarbij de Lid-Staten werden verplicht ervoor zorg te dragen dat de financiële betrekkingen tussen overheden en openbare bedrijven doorzichtig zijn; dat krachtens die richtlijn door de Lid-Staten bepaalde financiële gegevens moeten worden bewaard en op verzoek aan de Commissie moeten worden verstrekt; Overwegende dat Richtlijn 80/723/EEG enkele bepalingen, in het bijzonder in de artikelen 3 en 5, bevat die het de Commissie gemakkelijker kunnen maken aan haar verplichtingen te voldoen; Overwegende dat openbare bedrijven in de economieën van de Lid-Staten een belangrijke functie vervullen; dat de behoefte aan doorzichtigheid van de financiële betrekkingen tussen de Lid-Staten en hun openbare bedrijven groter is geworden door de ontwikkelingen in de concurrentieverhoudingen op de gemeenschappelijke markt en in het bijzonder door de toenemende economische integratie en sociale cohesie van de Gemeenschap; Overwegende dat de Lid-Staten de Europese Akte hebben aangenomen die tot de totstandkoming van één geïntegreerde markt per 1 januari 1993 heeft geleid; dat daardoor de concurrentiedruk toeneemt; dat zulks waakzaamheid van de Commissie vergt ten einde te waarborgen dat de geïntegreerde markt ten volle vruchten afwerpt; dat de geïntegreerde markt het in toenemende mate noodzakelijk maakt dat voor gelijke mogelijkheden voor openbare en particuliere bedrijven wordt zorggedragen; Overwegende dat voor een belangrijk deel de financiële overdrachten van een Staat aan zijn openbare bedrijven vele andere vormen aannemen dan die van inbreng van kapitaal of quasi-kapitaal; Overwegende dat de Commissie heeft geconstateerd dat voornamelijk in de industrie aan de ondernemingen een aanzienlijk bedrag aan steun werd toegekend waarvan geen kennis werd gegeven overeenkomstig artikel 93, lid 3, van het Verdrag; dat door de eerste (3), de tweede (4) en de derde (5) staatssteunenquête is bevestigd dat nog steeds onrechtmatig grote bedragen aan staatssteun worden toegekend; Overwegende dat een op ex-post-controles van de financiële stromen tussen overheden en openbare bedrijven gebaseerd rapportagesysteem de Commissie in staat zal stellen aan haar verplichtingen te voldoen; dat dit controlestelsel betrekking moet hebben op specifieke financiële gegevens; dat deze gegevens niet altijd openbaar verkrijgbaar en, voor zover zij toegankelijk zijn, onvoldoende gedetailleerd zijn om de financiële stromen tussen de Staat en openbare bedrijven juist te beoordelen; Overwegende dat het geheel van verlangde gegevens kan worden geacht evenredig te zijn met het doel, in aanmerking genomen dat voor deze gegevens reeds de jaarrekeningsverplichtingen gelden van Vierde Richtlijn 78/660/EEG van de Raad (6), laatstelijk gewijzigd bij Richtlijn 90/605/EEG (7), die de jaarrekeningen van bepaalde vennootschapsvormen betreft; Overwegende dat, ten einde de administratieve lasten voor de Lid-Staten te beperken, dit rapportagestelsel zowel openbaar beschikbare gegevens als gegevens die voor de meeste aandeelhouders toegankelijk zijn, dient te betreffen; dat indiening van geconsolideerde verslagen is toegestaan; dat onverenigbare steun aan grote ondernemingen in de industriële sector de concurrentie op de gemeenschappelijke markt het sterkst zal verstoren; dat dit rapportagesysteem derhalve vooralsnog tot ondernemingen met een jaaromzet van meer dan 250 miljoen ecu beperkt kan blijven; Overwegende dat de Commissie in 1980 bij de kennisgeving van de richtlijn weliswaar van oordeel was dat de vereisten van Richtlijn 80/723/EEG op financiële stromen binnen een openbaar bedrijf of een groep openbare bedrijven van toepassing waren, maar dat de nieuwe eisen van het economische leven dat veelvuldig door staatsingrijpen via openbare ondernemingen wordt beïnvloed, vergt dat ook die gegevens worden verstrekt; dat in aanmerking dient te worden genomen dat, zoals werd benadrukt in de jurisprudentie van het Hof van Justitie sedert 1980 (8), de gevallen van schending van artikel 93, lid 3, door de Lid-Staten aanzienlijk zijn toegenomen zodat de controletaken van de Commissie op het gebied van de concurrentie steeds zwaarder zijn geworden; dat derhalve de toezichtbevoegdheden van de Commissie dienen te worden versterkt, HEEFT DE VOLGENDE RICHTLIJN VASTGESTELD: Artikel 1 Richtlijn 80/723/EEG wordt als volgt gewijzigd: 1. Aan artikel 2 wordt het volgende streepje toegevoegd: "- openbare bedrijven die werkzaam zijn in de industriesector: alle bedrijven waarvan ten minste 50 % van de totale jaaromzet in de industrie wordt behaald. Het gaat hierbij om bedrijven waarvan de werkzaamheden onder sectie D - Industrie (met name subsectie DA tot en met subsectie DN) van de Statistische Nomenclatuur van de economische activiteiten in de Europese Gemeenschap - NACE (Rev. 1) (*) vallen. (*) PB nr. L 83 van 3. 4. 1993, blz. 1.". 2. Het volgende artikel 5 bis wordt ingevoegd: "Artikel 5 bis 1. Lid-Staten waarvan openbare bedrijven werkzaam zijn in de industriesector, verstrekken de Commissie binnen de in lid 4 bepaalde termijnen op jaarbasis de in lid 2 omschreven financiële gegevens. 2. De voor elk openbaar bedrijf in de industriesector overeenkomstig lid 3 vereiste financiële gegevens zijn: i) het jaarverslag en de jaarrekening, overeenkomstig de definitie van Vierde Richtlijn 78/660/EEG van de Raad (*). De jaarrekening en het jaarverslag omvatten de balans en de winst- en verliesrekening, de toelichting, te zamen met de boekingsbeginselen, verklaringen van de bestuurders, sector- en activiteitsverslagen. Bovendien dienen aankondigingen van aandeelhoudersvergaderingen en andere ter zake doende gegevens te worden verstrekt. Tevens dienen, voor zover niet vermeld in het jaarverslag en de jaarrekening van elk openbaar bedrijf, de volgende bijzonderheden te worden verstrekt: ii) het verschaffen van aandelenkapitaal of kapitaalmiddelen van dezelfde aard als aandelenkapitaal, met vermelding van de aan deze kapitaalverschaffing verbonden voorwaarden (bij voorbeeld gewone, preferentiële, uitgestelde of converteerbare aandelen en daaraan verbonden rente-, dividend- of conversierechten); iii) niet of slechts onder bepaalde omstandigheden terug te betalen subsidies; iv) het verstrekken van leningen, met inbegrip van overdisposities en voorschotten op kapitaalinbreng, aan de onderneming met vermelding van rentetarieven en voorwaarden van de lening en de eventueel door de onderneming die de lening ontvangt, voor de leninggever gestelde desbetreffende zekerheid; v) door overheden aan de onderneming gegeven garanties met betrekking tot opgenomen leningen (met vermelding van de voorwaarden en eventueel door de ondernemingen voor deze garanties betaalde lasten); vi) uitgekeerd dividend en ingehouden winst; vii) enigerlei andere vorm van staatsingrijpen, in het bijzonder kwijtschelding van aan de Staat door een openbaar bedrijf verschuldigde bedragen met inbegrip van, onder meer, af te lossen leningen, terug te betalen subsidies, te betalen vennootschapsbelasting, sociale premies en dergelijke lasten. 3. De overeenkomstig lid 2 te verstrekken gegevens moeten voor alle openbare bedrijven met een omzet van meer dan 250 miljoen ecu in het meest recente boekjaar worden verstrekt. De vereiste gegevens worden voor elk openbaar bedrijf, met inbegrip van in andere Lid-Staten gevestigde openbare bedrijven, afzonderlijk verstrekt en omvatten, waar dienstig, bijzonderheden aangaande alle transacties binnen een groep en tussen groepen van verschillende openbare bedrijven, evenals rechtstreekse transacties tussen openbare bedrijven en de Staat. Het in lid 2, onder ii), bedoelde aandelenkapitaal omvat rechtstreeks door de Staat en eventueel door een openbare houdstermaatschappij of ander openbaar bedrijf (met inbegrip van financiële instellingen), zowel binnen als buiten dezelfde groep, aangehouden aandelenkapitaal van een bepaald openbaar bedrijf. De betrekkingen tussen de verstrekker van de financiering en de ontvanger dienen altijd te worden beschreven. Zo ook worden de overeenkomstig lid 2 te verstrekken verslagen voor elk openbaar bedrijf afzonderlijk verstrekt, evenals voor de (sub)houdstermaatschappij die verschillende openbare bedrijven consolideert, voor zover de geconsolideerde omzet van de (sub)houdstermaatschappij zodanig is dat zij onder "industrie", zoals gedefinieerd, wordt ingedeeld. Bepaalde openbare bedrijven zijn in een aantal, juridisch onderscheiden ondernemingen gesplitst. Voor deze ondernemingen is de Commissie bereid een geconsolideerd verslag te aanvaarden. Deze consolidatie dient de economische werkelijkheid van een groep van ondernemingen die in dezelfde sector of in nauwe verwante sectoren werkzaam zijn, weer te geven. Geconsolideerde verslagen van verschillende, zuiver financiële houdstermaatschappijen zijn niet voldoende. 4. De overeenkomstig lid 2 aan de Commissie te verstrekken gegevens worden op jaarbasis verstrekt. De gegevens betreffende het boekjaar 1992 worden de Commissie binnen twee maanden na publikatie van deze richtlijn toegezonden. Voor 1993 en volgende jaren worden de gegevens verstrekt binnen 15 werkdagen na de datum van publikatie van het jaarverslag van het betrokken openbaar bedrijf. In ieder geval, en in het bijzonder voor ondernemingen die geen jaarverslag publiceren, worden de vereiste gegevens niet later dan negen maanden na het einde van het boekjaar van de onderneming ingediend. Ten einde het aantal ondernemingen dat onder dit rapportagestelsel valt, te schatten, verstrekken de Lid-Staten binnen twee maanden na publikatie van deze richtlijn aan de Commissie een lijst van de ondernemingen waarop dit artikel van toepassing is, onder vermelding van hun omzet. Deze lijst moet per 31 maart van elk jaar worden bijgewerkt. 5. Dit artikel is op ondernemingen die eigendom zijn van de "Treuhandanstalt" of waarover de "Treuhandanstalt" zeggenschap heeft, eerst van toepassing vanaf de datum waarop het bijzondere rapportagestelsel dat voor investeringen door de "Treuhandanstalt" is ingevoerd, verstrijkt. 6. De Lid-Staten verstrekken de Commissie alle door haar voor een grondige beoordeling van de ingediende gegevens nodig geachte nadere informatie. (*) PB nr. L 222 van 14. 8. 1978, blz. 11.". Artikel 2 De Lid-Staten treffen de maatregelen die nodig zijn om uiterlijk op 1 november 1993 aan deze richtlijn te voldoen. Zij stellen de Commissie onverwijld daarvan in kennis. Wanneer de Lid-Staten deze bepalingen aannemen, wordt in die bepalingen naar de onderhavige richtlijn verwezen of wordt hiernaar verwezen bij de officiële bekendmaking van die bepalingen. De regels voor deze verwijzing worden vastgesteld door de Lid-Staten. Artikel 3 Deze richtlijn is gericht tot de Lid-Staten. Gedaan te Brussel, 30 september 1993. Voor de Commissie Karel VAN MIERT Vice-Voorzitter (1) PB nr. L 195 van 29. 7. 1980, blz. 35. (2) PB nr. L 229 van 28. 8. 1985, blz. 20. (3) ISBN 92-825-9538-2. (4) ISBN 92-826-0389-x. (5) ISBN 92-826-4640-8. (6) PB nr. L 222 van 14. 8. 1978, blz. 11. (7) PB nr. L 317 van 16. 11. 1990, blz. 60. (8) Zie bij voorbeeld arrest van 30 januari 1985 in zaak 290/83, Commissie tegen Frankrijk (Caisse nationale de crédit agricole), Jurisprudentie 1985, blz. 439; arrest van 2 februari 1988 in de gevoegde zaken 67/85, 68/85 en 70/85, Van der Kooy tegen Commissie, Jurisprudentie 1988, blz. 219; arrest van 21 maart 1991 in zaak C-303/88, Italië tegen Commissie (ENI/Lanerossi), Jurisprudentie 1991, blz. I-1433, en arrest van 21 maart 1991 in zaak C-305/89, Italië tegen Commissie (IRI/Finmeccanica/Alfa Romeo), Jurisprudentie 1991, blz. I-1603.