EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 31993L0038

Richtlijn 93/38/EEG van de Raad van 14 juni 1993 houdende coördinatie van de procedures voor het plaatsen van opdrachten in de sectoren water- en energievoorziening, vervoer en telecommunicatie

OJ L 199, 9.8.1993, p. 84–138 (ES, DA, DE, EL, EN, FR, IT, NL, PT)
Special edition in Finnish: Chapter 06 Volume 004 P. 177 - 222
Special edition in Swedish: Chapter 06 Volume 004 P. 177 - 222
Special edition in Czech: Chapter 06 Volume 002 P. 194 - 249
Special edition in Estonian: Chapter 06 Volume 002 P. 194 - 249
Special edition in Latvian: Chapter 06 Volume 002 P. 194 - 249
Special edition in Lithuanian: Chapter 06 Volume 002 P. 194 - 249
Special edition in Hungarian Chapter 06 Volume 002 P. 194 - 249
Special edition in Maltese: Chapter 06 Volume 002 P. 194 - 249
Special edition in Polish: Chapter 06 Volume 002 P. 194 - 249
Special edition in Slovak: Chapter 06 Volume 002 P. 194 - 249
Special edition in Slovene: Chapter 06 Volume 002 P. 194 - 249

No longer in force, Date of end of validity: 29/04/2004; opgeheven door 32004L0017 . Latest consolidated version: 18/11/2001

ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/1993/38/oj

31993L0038

Richtlijn 93/38/EEG van de Raad van 14 juni 1993 houdende coördinatie van de procedures voor het plaatsen van opdrachten in de sectoren water- en energievoorziening, vervoer en telecommunicatie

Publicatieblad Nr. L 199 van 09/08/1993 blz. 0084 - 0138
Bijzondere uitgave in het Fins: Hoofdstuk 6 Deel 4 blz. 0177
Bijzondere uitgave in het Zweeds: Hoofdstuk 6 Deel 4 blz. 0177


RICHTLIJN 93/38/EEG VAN DE RAAD van 14 juni 1993 houdende cooerdinatie van de procedures voor het plaatsen van opdrachten in de sectoren water- en energievoorziening, vervoer en telecommunicatie

DE RAAD VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap, inzonderheid op artikel 57, lid 2, laatste zin, en de artikelen 66, 100 A en 113,

Gezien het voorstel van de Commissie(1) ,

Gezien het advies van het Europees Parlement(2) ,

Gezien het advies van het Economisch en Sociaal Comité(3) ,

1. Overwegende dat de maatregelen dienen te worden vastgesteld die ertoe bestemd zijn geleidelijk de interne markt tot stand te brengen in de loop van een periode die eindigt op 31 december 1992; dat de interne markt een ruimte zonder binnengrenzen omvat waarin het vrije verkeer van goederen, personen, diensten en kapitaal is gewaarborgd;

2. Overwegende dat beperkingen op het vrije verkeer van goederen en het vrij verrichten van diensten ten aanzien van opdrachten voor leveringen en voor diensten in de sectoren water- en energievoorziening, vervoer en telecommunicatie verboden zijn op grond van de artikelen 30 en 59 van het Verdrag;

3. Overwegende dat ingevolge artikel 97 van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie geen enkele op de nationaliteit gegronde beperking kan worden aangevoerd tegen ondernemingen die onder de rechtsmacht van een Lid-Staat vallen, wanneer zij aan de bouw van installaties van wetenschappelijke of industriële aard op het gebied van de kernenergie binnen de Gemeenschap wensen deel te nemen of daarop betrekking hebbende diensten wensten te verrichten;

4. Overwegende dat voor de verwezenlijking van deze doelstellingen tevens cooerdinatie van de gunningsprocedures die door de in deze sectoren werkzame diensten worden gehanteerd, noodzakelijk is;

5. Overwegende dat in het Witboek over de voltooiing van de interne markt een tijdschema en een actieprogramma zijn opgenomen om de openstelling van overheidsopdrachten te verwezenlijken voor de sectoren die zijn uitgesloten van de werkingssfeer van Richtlijn 71/305/EEG van de Raad van 26 juli 1971 betreffende de cooerdinatie van de procedures voor het plaatsen van overheidsopdrachten voor de uitvoering van werken(4) en Richtlijn 77/62/EEG van de Raad van 21 december 1976 betreffende de cooerdinatie van de procedures voor het plaatsen van overheidsopdrachten voor leveringen(5) ;

6. Overwegende dat in het Witboek over de voltooiing van de interne markt eveneens een actieprogramma en een tijdschema zijn opgenomen om de openstelling van de opdrachten voor het verrichten van diensten te verwezenlijken;

7. Overwegende dat water- en energievoorziening en vervoer alsmede, wat Richtlijn 77/62/EEG betreft, telecommunicatie van deze uitgesloten sectoren deel uitmaken;

8. Overwegende dat de voornaamste reden voor deze uitsluiting was dat de diensten die zich op dit terrein bewegen in sommige gevallen onder het publiekrecht, in andere gevallen onder het privaatrecht vallen;

9. Overwegende dat de desbetreffende diensten, gezien de noodzaak van een werkelijke openstelling van de markt en van een evenwichtige toepassing van de voorschriften inzake opdrachten in deze sectoren, op andere wijze dienen te worden omschreven dan door verwijzing naar hun rechtsvorm;

10. Overwegende dat de ten aanzien van het plaatsen van overheidsopdrachten op te lossen problemen in de vier betrokken sectoren van dezelfde aard zijn, zodat ze in een enkel instrument kunnen worden geregeld;

11. Overwegende dat een van de belangrijkste redenen waarom de in deze sectoren werkzame diensten geen gebruik maken van aanbestedingsprocedures, op Europees niveau, gelegen is in het gesloten karakter van de markten waarin zij werkzaam zijn als gevolg van het bestaan van door de nationale overheid verleende bijzondere of uitsluitende rechten voor de bevoorrading, het ter beschikking stellen of de exploitatie van de netten die de betrokken dienst verstrekken, de exploitatie van een bepaald geografisch gebied met een bepaald oogmerk, het ter beschikking stellen of de exploitatie van openbare telecommunicatienetwerken of het verrichten van openbare telecommunicatiediensten;

12. Overwegende dat een andere belangrijke reden waarom in deze sectoren geen communautaire mededinging bestaat, het feit is dat de nationale overheid op velerlei wijze invloed kan uitoefenen op het gedrag van deze diensten, met name door deelneming in het kapitaal of vertegenwoordiging in de directie of in de bestuurs- of toezichtsorganen;

13. Overwegende dat de werkingssfeer van deze richtlijn zich niet dient uit te strekken tot werkzaamheden van deze diensten die buiten de sectoren water- en energievoorziening, vervoer en telecommunicatie liggen, dan wel er binnen liggen maar toch rechtstreeks blootstaan aan de concurrentie op marktgebieden waar de toegang niet aan beperking onderhevig is;

14. Overwegende dat deze diensten gemeenschappelijke aanbestedingsvoorschriften dienen toe te passen voor hun werkzaamheden met betrekking tot water; dat bepaalde diensten thans reeds onder de Richtlijnen 71/305/EEG en 77/62/EEG vallen voor hun werkzaamheden op het gebied van de waterhuishouding, irrigatie, drainage, alsmede de verwijdering en behandeling van afvalwater;

15. Overwegende echter dat de voorschriften als die welke zijn voorgesteld voor opdrachten voor leveringen ongeschikt zijn voor de aankoop van water, gezien de noodzaak zich te bevoorraden bij bronnen in de nabijheid van de plaats van gebruik;

16. Overwegende dat, wanneer aan nauwkeurig omschreven voorwaarden is voldaan, voor de exploitatie van een geografisch gebied met het oog op prospectie of winning van aardolie, gas, steenkool of andere vaste brandstoffen een alternatieve regeling kan worden getroffen, waarmee eveneens de doelstelling van openstelling van de opdrachten kan worden verwezenlijkt; dat de Commissie toezicht moet houden op het naleven van deze voorwaarden door de Lid-Staten die van deze alternatieve regeling gebruik maken;

17. Overwegende dat de Commissie heeft aangekondigd dat zij maatregelen zal voorstellen om de belemmeringen in het grensoverschrijdend verkeer van elektriciteit vóór eind 1992 op te heffen; dat voorschriften voor het plaatsen van opdrachten als die welke zijn voorgesteld voor opdrachten voor leveringen, niet toereikend zijn om de belemmeringen bij de aankoop van energie en brandstof in de sector energie te verwijderen; dat deze aankopen derhalve niet in de werkingssfeer van deze richtlijn dienen te worden opgenomen, met dien verstande dat deze vrijstelling opnieuw door de Raad zal worden bezien op de grondslag van een verslag en voorstellen van de Commissie;

18. Overwegende dat de Verordeningen (EEG) nr. 3975/87(6) en (EEG) nr. 3976/87(7) , Richtlijn 87/601/EEG(8) en Beschikking 87/602/EEG(9) ertoe strekken meer concurrentie tot stand te brengen tussen de diensten die luchtvervoerdiensten aan het publiek aanbieden en dat deze diensten bijgevolg thans niet behoeven te worden opgenomen in deze richtlijn, met dien verstande dat de situatie later opnieuw moet worden onderzocht in het licht van de vooruitgang die is geboekt op het gebied van de concurrentie;

19. Overwegende dat het met het oog op de huidige concurrentie in het communautaire zeevervoer voor de meeste opdrachten in deze sector onjuist zou zijn gedetailleerde procedures voor te schrijven; dat moet worden toegezien op de situatie van de zeevervoerders die zeeveerboten exploiteren; dat bepaalde kust- of rivierveerdiensten die door overheidsorganen worden geëxploiteerd, niet langer mogen worden uitgesloten van de werkingssfeer van de Richtlijnen 71/305/EEG en 77/62/EEG;

20. Overwegende dat de naleving van de bepalingen inzake werkzaamheden die niet onder de onderhavige richtlijn vallen, dient te worden vergemakkelijkt;

21. Overwegende dat de voorschriften voor de gunning van opdrachten voor het verrichten van diensten zo nauw mogelijk dienen aan te sluiten bij die voor opdrachten voor leveringen en uitvoering van werken als bedoeld in deze richtlijn;

22. Overwegende dat het noodzakelijk is belemmeringen voor het vrij verrichten van diensten te vermijden; dat derhalve dienstverrichters natuurlijke personen of rechtspersonen kunnen zijn; dat deze richtlijn evenwel de toepassing, op nationaal niveau, van de voorschriften inzake de voorwaarden voor de uitoefening van een werkzaamheid of van een beroep onverlet laat, voor zover deze voorschriften zich met het Gemeenschapsrecht verdragen;

23. Overwegende dat, zowel met het oog op de toepassing van de procedurevoorschriften inzake aanbestedingen als voor controledoeleinden, de dienstensector het best wordt omschreven door deze onder te verdelen in categorieën die met bepaalde posten van een gemeenschappelijke nomenclatuur overeenkomen; dat de bijlagen XVI A en XVI B van deze richtlijn verwijzen naar de CPC-nomenclatuur (gemeenschappelijke indeling van de produkten) van de Verenigde Naties; dat deze nomenclatuur in de toekomst eventueel zal worden vervangen door een communautaire nomenclatuur; dat moet worden voorzien in de mogelijkheid de verwijzing naar de CPC-nomenclatuur in de bijlagen XVI A en XVI B dienovereenkomstig aan te passen;

24. Overwegende dat door deze richtlijn wel het verrichten van diensten op contractuele, doch niet op andere grondslag, zoals op die van wettelijke of bestuursrechtelijke bepalingen of van arbeidsovereenkomsten, wordt bestreken;

25. Overwegende dat volgens artikel 130 F van het Verdrag het stimuleren van onderzoek en ontwikkeling een van de middelen is om de wetenschappelijke en technologische bases van de Europese industrie te versterken en dat het openstellen van opdrachten daartoe zal bijdragen; dat de cofinanciering van onderzoeksprogramma's niet onder deze richtlijn zou moeten vallen; dat derhalve die opdrachten voor diensten voor onderzoek en ontwikkeling buiten deze richtlijn vallen waarvan de resultaten niet in hun geheel door de aanbestedende dienst kunnen worden gebruikt bij de uitoefening van eigen werkzaamheden, voor zover de dienstverrichting volledig door de aanbestedende dienst wordt beloond;

26. Overwegende dat overeenkomsten met betrekking tot de verwerving of huur van gronden, bestaande gebouwen of andere onroerende zaken bijzondere kenmerken vertonen, waardoor het niet dienstig is daarop aanbestedingsvoorschriften toe te passen;

27. Overwegende dat arbitrage- en bemiddelingsdiensten meestal worden verricht door instanties of personen die worden aangewezen of uitgekozen op een wijze die niet aan aanbestedingsvoorschriften kan worden onderworpen;

28. Overwegende dat de opdrachten voor het verrichten van diensten als bedoeld in deze richtlijn niet de opdrachten voor de uitgifte, de aankoop, de verkoop en de overdracht van effecten of andere financiële instrumenten omvatten;

29. Overwegende dat deze richtlijn niet van toepassing dient te zijn op opdrachten wanneer zij geheim zijn verklaard of wanneer de wezenlijke veiligheidsbelangen van de Staat kunnen worden geschaad, of op opdrachten die worden geplaatst volgens andere regels die in bestaande internationale overeenkomsten of door internationale organisaties zijn vastgesteld;

30. Overwegende dat, indien er slechts één aangewezen voorzieningsbron bestaat, de opdrachten onder bepaalde voorwaarden geheel of ten dele van de toepassing van deze richtlijn kunnen worden uitgezonderd;

31. Overwegende dat de bestaande internationale verplichtingen van de Gemeenschap of de Lid-Staten niet mogen worden beïnvloed door de voorschriften van deze richtlijn;

32. Overwegende dat bepaalde opdrachten voor het verrichten van diensten, toegekend aan een verbonden onderneming waarvan de voornaamste activiteit op het gebied van diensten erin bestaat deze diensten te verlenen aan de groep waarvan zij deel uitmaakt en niet deze diensten op de markt te verhandelen, moeten worden uitgesloten;

33. Overwegende dat gedurende een overgangsperiode de volledige toepassing van deze richtlijn moet worden beperkt tot opdrachten voor diensten waarvoor de bepalingen van de richtlijn de mogelijkheden tot uitbreiding van het grensoverschrijdende handelsverkeer ten volle garanderen; dat wat opdrachten voor andere diensten betreft, de situatie een zekere tijd moet worden gevolgd, alvorens de richtlijn daarop volledig van toepassing wordt verklaard; dat de wijze waarop het volgen geschiedt, in de richtlijn dient te worden geregeld, en wel zodanig dat belanghebbenden toegang hebben tot de relevante informatie;

34. Overwegende dat de communautaire voorschriften inzake de onderlinge erkenning van diploma's, certificaten en andere titels van toepassing zijn, wanneer voor deelneming aan een aanbestedingsprocedure of aan een prijsvraag voor ontwerpen een bepaalde beroepsbekwaamheid wordt geëist;

35. Overwegende dat in de beschrijving van de produkten, werken of diensten moet worden gerefereerd aan Europese specificaties; dat deze referentie, ten einde te garanderen dat een produkt, werk of dienst beantwoordt aan het gebruik waarvoor het door de aanbestedende dienst is bestemd, kan worden aangevuld met specificaties die geen wijziging mogen inhouden van de aard van de door de Europese specificaties geboden technische oplossing of oplossingen;

36. Overwegende dat de beginselen van gelijkwaardigheid en onderlinge erkenning van nationale normen, technische specificaties en fabricagemethoden binnen de werkingssfeer van deze richtlijn van toepassing zijn;

37. Overwegende dat de ondernemingen uit de Gemeenschap toegang tot opdrachten voor diensten moeten krijgen in derde landen; dat, wanneer die toegang in feite of rechtens blijkt te worden beperkt, de Gemeenschap moet trachten verbetering in de situatie te brengen; dat het onder bepaalde voorwaarden mogelijk moet zijn maatregelen te nemen betreffende de toegang van ondernemingen uit derde landen tot of betreffende de toegang van aanbiedingen uit dat land voor de onder deze richtlijn vallende opdrachten voor diensten;

38. Overwegende dat, wanneer de aanbestedende diensten in onderlinge overeenstemming met de gegadigden de termijnen voor ontvangst van de offertes vaststellen, deze diensten zich houden aan het beginsel van non-discriminatie; dat, wanneer een dergelijke overeenstemming ontbreekt, passende bepalingen moeten worden vastgesteld;

39. Overwegende dat het dienstig zou kunnen blijken de informatie over de verplichtingen inzake arbeidsbescherming en arbeidsvoorwaarden in de Lid-Staat waar de werken worden uitgevoerd, te verbeteren;

40. Overwegende dat het wenselijk is dat de nationale bepalingen voor het plaatsen van overheidsopdrachten ten gunste van de regionale ontwikkeling onder inachtneming van de beginselen van het Verdrag aan de doelstellingen van de Gemeenschap beantwoorden;

41. Overwegende dat de aanbestedende diensten abnormaal lage aanbiedingen slechts mogen kunnen afwijzen nadat zij schriftelijk om preciseringen over de bestanddelen van de aanbieding hebben verzocht;

42. Overwegende dat, binnen zekere grenzen, de voorkeur dient te worden gegeven aan een uit de Gemeenschap afkomstige aanbieding boven gelijkwaardige aanbiedingen uit derde landen;

43. Overwegende dat deze richtlijn geen afbreuk mag doen aan het standpunt van de Gemeenschap in lopende of toekomstige internationale onderhandelingen;

44. Overwegende dat de werkingssfeer van deze richtlijn naar aanleiding van de resultaten van dergelijke internationale onderhandelingen bij besluit van de Raad tot aanbiedingen uit derde landen moet kunnen worden uitgebreid;

45. Overwegende dat de door de betrokken diensten toe te passen regels een kader moeten doen ontstaan voor de toepassing van loyale handelspraktijken en ruimte moeten laten voor de grootst mogelijke soepelheid;

46. Overwegende dat in ruil voor deze soepelheid en ter bevordering van het onderlinge vertrouwen een minimum aan doorzichtigheid dient te worden gewaarborgd en passende methoden dienen te worden vastgesteld om toe te zien op de toepassing van deze richtlijn;

47. Overwegende dat de Richtlijnen 71/305/EEG en 77/62/EEG moeten worden aangepast ten einde de werkingssfeer ervan duidelijk vast te stellen; dat de werkingssfeer van Richtlijn 71/305/EEG niet moet worden beperkt, met uitzondering van de opdrachten in de sectoren watervoorziening en telecommunicatie; dat de werkingssfeer van Richtlijn 77/62/EEG niet moet worden beperkt, met uitzondering van een aantal opdrachten in de sector watervoorziening; dat de werkingssfeer van de Richtlijnen 71/305/EEG en 77/62/EEG ook niet moet worden uitgebreid met de opdrachten die worden geplaatst door vervoerders die vervoer over land of lucht-, zee-, kust- of riviervervoer verzorgen en die, hoewel zij economische werkzaamheden verrichten met een commercieel of industrieel karakter, behoren tot het bestuursapparaat van de Staat; dat echter bepaalde opdrachten die worden geplaatst door vervoerders die vervoer over land of lucht-, zee-, kust- of riviervervoer verzorgen en behoren tot het bestuursapparaat van de Staat, wel onder deze richtlijnen moeten vallen wanneer zij uitsluitend met het oog op openbare dienstverlening worden uitgevoerd;

48. Overwegende dat de onderhavige richtlijn in het licht van de opgedane ervaring opnieuw dient te worden bezien;

49. Overwegende dat de openstelling van de overheidsopdrachten in de sectoren die onder deze richtlijn vallen, negatieve gevolgen zou kunnen hebben voor de economie van het Koninkrijk Spanje; dat de economieën van de Helleense Republiek en de Portugese Republiek een nog grotere inspanning moeten leveren; dat het passend is deze Lid-Staten adequate extra perioden toe te staan om deze richtlijn ten uitvoer te leggen,

HEEFT DE VOLGENDE RICHTLIJN VASTGESTELD:

TITEL I ALGEMEEN

Artikel 1

In de zin van deze richtlijn wordt verstaan onder:

1. "overheidsdiensten": de Staat, zijn territoriale overheden, publiekrechtelijke lichamen en verenigingen bestaande uit een of meer van deze overheden of publiekrechtelijke lichamen.

Een lichaam wordt als publiekrechtelijk lichaam aangemerkt, indien het

- is ingesteld met het specifieke doel te voorzien in behoeften van algemeen belang en niet van industriële of commerciële aard is, en

- rechtspersoonlijkheid heeft, en

- in hoofdzaak door de Staat, door territoriale overheden of door andere publiekrechtelijke lichamen wordt gefinancierd, dan wel indien het beheer ervan onderworpen is aan het toezicht van die lichamen, of ook indien de leden van het bestuurs-, het leidinggevende of toezichthoudende orgaan voor meer dan de helft worden aangesteld door de Staat, door territoriale overheden of door andere publiekrechtelijke lichamen;

2. "openbaar bedrijf": bedrijf waarover overheidsdiensten rechtstreeks of middellijk een dominerende invloed kunnen uitoefenen uit hoofde van eigendom, financiële deelneming of het bedrijf betreffende voorschriften. Een dominerende invloed wordt geacht aanwezig te zijn, wanneer de overheidsdiensten, al dan niet rechtstreeks, ten aanzien van een bedrijf:

- de meerderheid van het geplaatste kapitaal van dat bedrijf bezitten, of

- over de meerderheid van de stemrechten verbonden aan de door het bedrijf uitgegeven aandelen beschikken, of

- meer dan de helft van de leden van het bestuurs-, leidinggevende of toezichthoudende orgaan van het bedrijf kunnen aanstellen;

3. "verbonden ondernemingen": ondernemingen waarvan de jaarrekening is geconsolideerd met die van de aanbestedende dienst overeenkomstig de voorschriften van Richtlijn 83/349/EEG van de Raad van 13 juni 1983 op de grondslag van artikel 54, lid 3, onder g), van het Verdrag betreffende de geconsolideerde jaarrekening(10) of, in het geval van aanbestedende diensten die niet onder deze richtlijn vallen, ondernemingen waarop de aanbestedende dienst rechtstreeks of middellijk een dominerende invloed kan uitoefenen in de zin van lid 2 of ondernemingen die een dominerende invloed op een aanbestedende dienst kunnen uitoefenen of die, te zamen met de aanbestedende dienst, onder dominerende invloed staan van een andere onderneming uit hoofde van eigendom, financiële deelneming of op de voor de onderneming geldende voorschriften;

4. "opdrachten voor leveringen, voor de uitvoering van werken en voor het verrichten van diensten": schriftelijke overeenkomsten onder bezwarende titel tussen één van de in artikel 2 omschreven aanbestedende diensten en een leverancier, aannemer of dienstverrichter, die betrekking hebben op:

a) in het geval van opdrachten voor leveringen: aankoop, leasing, huur of huurkoop met of zonder koopoptie, van produkten;

b) in het geval van opdrachten voor de uitvoering van werken: de uitvoering dan wel het ontwerp en de uitvoering te zamen, dan wel het uitvoeren, met welke middelen dan ook, van de in bijlage XI bedoelde werkzaamheden van de bouwnijverheid. Deze opdrachten kunnen daarnaast ook de voor uitvoering daarvan vereiste leveringen en diensten omvatten;

c) in het geval van opdrachten voor het verrichten van diensten, andere opdrachten dan bedoeld onder a) en b), maar met uitzondering van:

i) opdrachten betreffende de verwerving of huur, ongeacht de financiële modaliteiten ervan, van grond, bestaande gebouwen of andere onroerende zaken of betreffende de rechten hierop; de overeenkomsten betreffende financiële diensten die voorafgaand aan, gelijktijdig met of als vervolg op het koop- of huurcontract worden afgesloten, zijn echter, ongeacht hun vorm, onderworpen aan deze richtlijn;

ii) opdrachten betreffende spraaktelefonie, telex, mobiele radiotelefonie en oproepdiensten en telecommunicatiediensten per satelliet;

iii) opdrachten betreffende diensten van arbitrage en bemiddeling;

iv) opdrachten betreffende de uitgifte, de aankoop, de verkoop en de overdracht van effecten of andere financiële instrumenten;

v) opdrachten inzake tewerkstelling;

vi) opdrachten betreffende diensten voor onderzoek en ontwikkeling, met uitzondering van die waarvan de resultaten in hun geheel toekomen aan de aanbestedende dienst voor gebruik ervan in de uitoefening van zijn eigen werkzaamheden, voor zover de dienstverrichting volledig beloond wordt door de aanbestedende dienst.

Opdrachten die zowel diensten als leveringen omvatten, worden beschouwd als opdrachten voor leveringen wanneer de totale waarde van de leveringen meer bedraagt dan de waarde van de onder de opdracht vallende diensten;

5. "raamovereenkomst": een overeenkomst tussen één van de aanbestedende diensten als omschreven in artikel 2 en een of meer leveranciers, aannemers of dienstverrichters, die ten doel heeft de voorwaarden met name inzake prijs en, in voorkomend geval, hoeveelheid, van in de loop van een bepaalde periode te plaatsen opdrachten vast te stellen;

6. "inschrijver": de leverancier, de aannemer of de dienstverrichter die een aanbieding doet, en "gegadigde": degene die heeft verzocht om een uitnodiging tot deelneming aan een niet-openbare procedure of aan een procedure van gunning via onderhandelingen; dienstverrichters kunnen natuurlijke of rechtspersonen zijn, met inbegrip van aanbestedende diensten in de zijn van artikel 2;

7. "openbare procedures, niet-openbare procedures en procedures van gunning via onderhandelingen": de door de aanbestedende diensten gevolgde aanbestedingsprocedures, waarbij:

a) in het geval van de openbare procedures, alle belangstellende leveranciers, aannemers of dienstverrichters mogen inschrijven;

b) in het geval van niet-openbare procedures, alleen de door de aanbestedende dienst aangezochte gegadigden mogen inschrijven;

c) in het geval van de procedures van gunning via onderhandelingen, de aanbestedende dienst de door hem gekozen leveranciers, aannemers of dienstverrichters raadpleegt en in onderhandelingen met een of meer van hen de inhoud van de overeenkomst vaststelt;

8. "technische specificaties": technische eisen, met name die welke zijn opgenomen in het bestek, die een omschrijving geven van de vereiste kenmerken van een werk, een materiaal, een produkt, een levering of een dienst en aan de hand waarvan een werk, een materiaal, een produkt, een levering of een dienst objectief zodanig kunnen worden omschreven dat deze beantwoorden aan het gebruik waarvoor zij door de aanbestedende dienst bestemd zijn. Deze technische voorschriften kunnen tevens omvatten het kwaliteitsniveau, de gebruiksgeschiktheid, de veiligheid en de afmetingen, met inbegrip van de voorschriften voor het materiaal, het produkt, de levering of de dienst met betrekking tot kwaliteitsgarantie, terminologie, symbolen, proefnemingen en proefnemingsmethoden, verpakking, het merken of de etikettering. In het geval van opdrachten voor uitvoering van werken kunnen zij tevens de voorschriften omvatten voor het ontwerpen en de kostprijsberekening, de voorwaarden voor de proefnemingen, controle en oplevering van werken, alsmede de bouwwijzen en -technieken en alle andere voorwaarden van technische aard die de aanbestedende dienst bij algemene dan wel bijzondere maatregel kan voorschrijven met betrekking tot de voltooide werken en tot de materialen of bestanddelen waaruit deze werken zijn samengesteld;

9. "norm": een technische specificatie die door een erkende normaliseringsinstelling voor herhaalde of voortdurende toepassing is goedgekeurd en waarvan de inachtneming in beginsel niet verplicht is;

10. "Europese norm": een norm die door de Europese Commissie voor normalisatie (CEN) of het Europees Comité voor elektrotechnische normalisatie (Cenelec) volgens de gemeenschappelijke regels van deze organisaties als "Europese norm" (EN) of "Harmonisatiebescheid" (HD), dan wel door het Europees Normalisatie-Instituut voor de Telecommunicatie (ETSI) volgens zijn eigen regels als een "Europese telecommunicatienorm" (ETS) is goedgekeurd;

11. "gemeenschappelijke technische specificatie": een technische specificatie die volgens een door de Lid-Staten erkende procedure opgesteld is met het oog op eenvormige toepassing in alle Lid-Staten en die bekendgemaakt is in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen;

12. "Europese technische goedkeuring": een op de bevinding dat aan de fundamentele vereisten voor bouwwerken wordt voldaan gebaseerde, gunstige technische beoordeling, waarbij een produkt geschikt wordt verklaard voor het gebruik voor een bepaald doel volgens zijn intrinsieke eigenschappen en de bij Richtlijn 89/106/EEG van de Raad van 21 december 1988 betreffende de onderlinge aanpassing van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen der Lid-Staten inzake voor de bouw bestemde produkten(11) voor detoepassing en het gebruik ervan vastgestelde voorwaarden. De Europese technische goedkeuring wordt afgegeven door de te dien einde door de Lid-Staat erkende instantie;

13. "Europese specificatie": een gemeenschappelijke technische specificatie, een Europese technische goedkeuring of een nationale norm waarin een Europese norm omgezet is;

14. "openbaar telecommunicatienetwerk": de openbare telecommunicatie-infrastructuur waarmee signalen tussen bepaalde eindstations van het netwerk kunnen worden overgebracht door middel van draden, straalverbindingen, optische middelen of andere elektromagnetische middelen.

Een "eindstation van het netwerk" is het geheel van materiële verbindingen en van technische toegangsspecificaties, die deel uitmaken van het openbaar telecommunicatienetwerk en die nodig zijn om toegang te krijgen tot dit openbaar netwerk en met behulp daarvan doeltreffend te communiceren;

15. "openbare telecommunicatiediensten": telecommunicatiediensten waarvan de Lid-Staten het aanbod met name aan een of meer telecommunicatieorganisaties specifiek hebben opgedragen.

"Telecommunicatiediensten" zijn diensten die geheel of gedeeltelijk bestaan in het overbrengen en doorgeven van signalen op het openbare telecommunicatienet door middel van telecommunicatieprocédés, met uitzondering van radio-omroep en van televisie;

16. "prijsaanvragen voor ontwerpen": nationale procedures welke tot doel hebben de aanbestedende dienst, met name op het gebied van architectuur en weg- en waterbouw of op het gebied van de automatische gegevensverwerking, een plan of ontwerp te verschaffen, dat op basis van vergelijking door een jury wordt geselecteerd, al dan niet met toekenning van prijzen.

Artikel 2

1. Deze richtlijn geldt voor de aanbestedende diensten die:

a) overheidsdiensten of openbare bedrijven zijn en die een van de in lid 2 als relevant in de zin van deze richtlijn aangemerkte activiteiten tot taak hebben;

b) of die, indien het geen overheidsdiensten of openbare bedrijven betreft, een van de in lid 2 als relevant in de zin van deze richtlijn aangemerkte activiteiten of een combinatie daarvan tot taak hebben en die bijzondere of uitsluitende rechten genieten die hun door een bevoegde instantie van een Lid-Staat zijn verleend.

2. Relevante activiteiten in de zin van deze richtlijn zijn:

a) de beschikbaarstelling of exploitatie van vaste netten die aan het publiek een dienst verlenen op het gebied van de produktie, het vervoer of de distributie van:

i) drinkwater, of

ii) elektriciteit, of

iii) gas of warmte;

of de drinkwater-, elektriciteits-, gas- of warmtetoevoer aan die netten;

b) de exploitatie van een geografisch gebied met het oogmerk van

i) prospectie of winning van aardolie, gas, steenkool of andere vaste brandstoffen, of

ii) het verstrekken van luchthaven-, zeehaven-, binnenhaven- of andere aanlandingsfaciliteiten voor vervoer door de lucht, over zee of over de binnenwateren;

c) de exploitatie van netten van openbare dienstverlening op het gebied van vervoer per trein, automatische systemen, tram, trolleybus of bus of kabel.

Ten aanzien van vervoerdiensten wordt ervan uitgegaan dat er een net bestaat, indien de dienst wordt verleend onder voorwaarden die gesteld zijn door een bevoegde instantie van een Lid-Staat, zoals de te volgen routes, de beschikbaar te stellen capaciteit of de frequentie van de dienst;

d) de beschikbaarstelling of exploitatie van openbare telecommunicatienetwerken of het verschaffen van een of meer openbare telecommunicatiediensten aan het publiek.

3. Voor de toepassing van lid 1, onder b), worden onder bijzondere of uitsluitende rechten verstaan: rechten voortvloeiende uit een machtiging die door een bevoegde autoriteit van de betrokken Lid-Staat is gegeven door middel van elke wettelijke of bestuursrechtelijke bepaling die tot gevolg heeft dat de uitoefening van een in lid 2 omschreven activiteit voorbehouden blijft aan een of meer diensten.

Een aanbestedende dienst wordt geacht bijzondere of uitsluitende rechten te genieten, met name indien:

a) deze dienst voor de aanleg van netten of faciliteiten, als bedoeld in lid 2, gebruik kan maken van een onteigeningsprocedure of een erfdienstbaarheid kan vestigen, dan wel delen van het net kan aanbrengen op, onder of boven de openbare weg;

b) deze dienst in het in lid 2, onder a), genoemde geval drinkwater, elektriciteit, gas of warmte toevoert aan een net dat wordt geëxploiteerd door een dienst die bijzondere of uitsluitende rechten geniet welke zijn verleend door een bevoegde autoriteit van de betrokken Lid-Staat.

4. Het verzorgen van een openbare busdienst wordt niet beschouwd als een activiteit in de zin van lid 2, onder c), indien andere diensten vrijelijk deze dienstverlening, algemeen dan wel voor een bepaald geografisch gebied, onder dezelfde voorwaarden als de aanbestedende diensten kunnen verrichten.

5. De toevoer van drinkwater, elektriciteit, gas of warmte aan netten voor dienstverlening aan het publiek door een andere aanbestedende dienst dan de overheidsdiensten, wordt niet beschouwd als een activiteit in de zin van lid 2, onder a), wanneer:

a) in het geval van drinkwater of elektriciteit:

- de produktie van drinkwater of elektriciteit door de betrokken dienst geschiedt omdat het verbruik ervan noodzakelijk is voor de uitoefening van een andere dan de in lid 2 bedoelde activiteit; en

- de toevoer aan het openbare net uitsluitend afhangt van het eigen verbruik van de dienst en niet meer heeft bedragen dan 30 % van de totale drinkwater- of energieproduktie van de dienst berekend als het gemiddelde over de laatste drie jaren, met inbegrip van het lopende jaar;

b) in het geval van gas of warmte:

- de produktie van gas of warmte door de betrokken dienst het onvermijdelijk resultaat is van de uitoefening van een andere dan de in lid 2 bedoelde activiteit; en

- de toevoer aan het openbare net uitsluitend tot doel heeft deze produktie op economisch verantwoorde wijze te exploiteren en overeenstemt met ten hoogste 20 % van de omzet van de dienst berekend als het gemiddelde over de laatste drie jaren, met inbegrip van het lopende jaar.

6. De in de bijlagen I tot en met X genoemde aanbestedende diensten voldoen aan bovengenoemde critera. Om ervoor te zorgen dat de lijsten zo volledig mogelijk zijn, stellen de Lid-Staten de Commissie in kennis van de in hun lijsten opgetreden wijzigingen. De Commissie herziet de bijlagen I tot en met X volgens de procedure van artikel 40.

Artikel 3

1. Een Lid-Staat kan de Commissie verzoeken erin te voorzien dat exploitatie van geografische gebieden ter wille van de prospectie en de winning van aardolie, gas, steenkool of andere vaste brandstoffen niet beschouwd wordt als een relevante activiteit in de zin van artikel 2, lid 2, onder b), i), of dat de diensten niet geacht worden in aanmerking te komen voor bijzondere of uitsluitende rechten in de zin van artikel 2, lid 3, onder b), om een of meer van deze activiteiten te exploiteren indien rekening houdende met de relevante nationale bepalingen betreffende deze activiteiten, aan alle onderstaande voorwaarden is voldaan:

a) wanneer een machtiging wordt gevraagd voor de exploitatie van een dergelijk geografisch gebied, andere diensten ook vrij zijn een dergelijke machtiging aan te vragen onder dezelfde voorwaarden als die welke gelden voor de aanbestedende diensten en

b) de technische en financiële capaciteit die de diensten moeten bezitten om bijzondere activiteiten uit te oefenen, worden vastgesteld voordat de beoordeling plaatsvindt van de merites van de gegadigden die de machtiging trachten te verkrijgen en

c) de machtiging tot uitoefening van deze activiteiten wordt verleend op basis van objectieve criteria inzake de middelen die voor de prospectie of winning worden overwogen; deze criteria moeten vóór de indiening van de machtigingsaanvragen worden vastgesteld en bekendgemaakt en zij moeten op niet-discriminerende wijze worden toegepast en

d) alle voorwaarden en eisen inzake het uitoefenen of stopzetten van de activiteit, met inbegrip van de voorschriften betreffende de met het uitoefenen van de activiteit samenhangende verplichtingen, de vergoedingen en de deelneming in het kapitaal of de inkomsten van de diensten, worden vastgesteld en beschikbaar gesteld vóór de indiening van de machtigingsaanvragen en moeten op niet-discriminerende wijze worden toegepast; elke wijziging met betrekking tot deze voorwaarden en eisen moet voor alle betrokken diensten gelden of op niet-discriminerende wijze geschieden; de verplichtingen die met het uitoefenen van de activiteit samenhangen, behoeven evenwel pas op het tijdstip voorafgaande aan de toekenning van de machtiging te worden vastgesteld en

e) de aanbestedende diensten zijn noch bij wet, noch op grond van een reglement of administratief voorschrift, noch door een overeenkomst of onderlinge afspraak verplicht informatie te verstrekken over de overwogen of bestaande bronnen voor hun aankopen, tenzij de nationale autoriteiten, uitsluitend met het oog op de in artikel 36 van het Verdrag genoemde doelstellingen, daarom verzoeken.

2. De Lid-Staten die de bepalingen van lid 1 toepassen, dragen er door middel van de machtigingsvoorwaarden of andere passende maatregelen zorg voor dat elke dienst:

a) de beginselen van non-discriminatie en van oproep tot mededinging in acht neemt bij de gunning van opdrachten voor leveringen, voor de uitvoering van werken en voor het verrichten van diensten, inzonderheid ten aanzien van de informatie die hij de ondernemingen verstrekt met betrekking tot zijn voornemens inzake het plaatsen van opdrachten;

b) aan de Commissie, onder de voorwaarden die deze overeenkomstig artikel 40 vaststelt, informatie verstrekt inzake de toekenning van de opdrachten.

3. Ten aanzien van individuele concessies of machtigingen die vóór het tijdstip waarop deze richtlijn overeenkomstig artikel 45 door de Lid-Staten ten uitvoer wordt gelegd, zijn verleend, is het bepaalde in lid 1, onder a), b) en c), niet van toepassing indien op dat tijdstip andere diensten vrij zijn om voor de exploitatie van geografische gebieden met het oog op de prospectie of de winning van aardolie, gas, steenkool of andere vaste brandstoffen een machtiging aan te vragen op niet-discriminerende basis en op grond van objectieve criteria. Lid 1, onder d), is niet van toepassing wanneer de voorwaarden en eisen zijn vastgesteld, toegepast of gewijzigd vóór bovengenoemd tijdstip.

4. Een Lid-Staat die lid 1 wenst toe te passen, stelt de Commissie hiervan in kennis. Te dien einde deelt hij de Commissie alle wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen, overeenkomsten en afspraken mede met betrekking tot de vervulling van de in de leden 1 en 2 genoemde voorwaarden.

De Commissie neemt haar besluit volgens de procedure van artikel 40, leden 5 tot en met 8. Zij maakt haar besluit, en de redenen hiervoor, bekend in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen.

Ieder jaar doet zij de Raad een verslag toekomen over de tenuitvoerlegging van het onderhavige artikel en zij onderwerpt de toepassing ervan aan een nieuw onderzoek in het kader van het in artikel 44 bedoelde verslag.

Artikel 4

1. Bij het plaatsen van opdrachten voor leveringen, voor de uitvoering van werken en voor het verrichten van diensten of bij het organiseren van prijsvragen voor ontwerpen passen de aanbestedende diensten de procedures toe die zijn aangepast aan de bepalingen van deze richtlijn.

2. De aanbestedende diensten zorgen ervoor dat er geen discriminatie tussen leveranciers, aannemers of dienstverrichters plaatsvindt.

3. Bij het verstrekken van de technische specificaties aan de belangstellende leveranciers, aannemers of dienstverrichters, bij de kwalificatie en selectie van leveranciers, aannemers of dienstverrichters en bij de toewijzing van de opdrachten kunnen de aanbestedende diensten eisen stellen ter bescherming van het vertrouwelijke karakter van de informatie die zij verstrekken.

4. Het recht van leveranciers, aannemers of dienstverrichters om van een aanbestedende dienst overeenkomstig de nationale wetgeving te eisen dat door hen verstrekte informatie vertrouwelijk wordt behandeld, wordt door deze richtlijn niet beperkt.

Artikel 5

1. De aanbestedende diensten kunnen een raamovereenkomst beschouwen als een opdracht in de zin van artikel 1, punt 4, en kunnen die toewijzen overeenkomstig de bepalingen van deze richtlijn.

2. Wanneer de aanbestedende diensten een raamovereenkomst hebben gesloten overeenkomstig het bepaalde in deze richtlijn, kunnen zij van artikel 20, lid 2, onder i), gebruik maken bij het plaatsen van op deze overeenkomst gebaseerde opdrachten.

3. Wanneer een raamovereenkomst niet overeenkomstig het bepaalde in deze richtlijn is gesloten, mogen de aanbestedende diensten geen gebruik maken van artikel 20, lid 2, onder i).

4. De aanbestedende diensten mogen geen oneigenlijk gebruik maken van raamovereenkomsten, met als gevolg dat de mededinging zou worden verhinderd, beperkt of vervalst.

Artikel 6

1. Deze richtlijn is niet van toepassing op opdrachten of prijsvragen voor ontwerpen waarmede de aanbestedende diensten iets anders beogen dan de uitoefening van hun in artikel 2, lid 2, bedoelde activiteiten of voor de uitoefening van die activiteiten in een derde land, in omstandigheden waarbij er geen sprake is van de fysieke exploitatie van een netwerk of van een geografisch gebied binnen de Gemeenschap.

2. Deze richtlijn is evenwel van toepassing op de opdrachten of de prijsvragen voor ontwerpen die worden geplaatst, respectievelijk georganiseerd door de diensten die een activiteit verrichten als omschreven in artikel 2, lid 2, onder a), i), en die:

a) verband houden met waterbouwtechnische projecten, irrigatie of drainage voor zover de voor drinkwatervoorziening bestemde hoeveelheid water groter is dan 20 % van de totale hoeveelheid water die door middel van deze projecten of deze irrigatie- of drainage-installaties ter beschikking wordt gesteld, of

b) verband houden met de afvoer of behandeling van afvalwater.

3. De aanbestedende diensten doen de Commissie op haar verzoek mededeling van elke activiteit die volgens hen krachtens lid 1 is uitgezonderd. De Commissie kan ter informatie periodiek in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen de lijsten bekend maken van de categorieën activiteiten die zij als uitgezonderd beschouwt. Daarbij houdt de Commissie rekening met alle gevoelige commerciële aspecten waarop de aanbestedende diensten eventueel wijzen bij het verstrekken van informatie.

Artikel 7

1. Deze richtlijn is niet van toepassing op opdrachten die zijn geplaatst voor wederverkoop of verhuur aan derden, indien de aanbestedende dienst geen bijzondere of uitsluitende rechten bezit om het voorwerp van de opdracht te verkopen of te verhuren en het andere instanties vrijstaat dit te verkopen of te verhuren op dezelfde voorwaarden als de aanbestedende dienst.

2. De aanbestedende diensten doen de Commissie op haar verzoek mededeling van alle categorieën produkten en activiteiten die volgens hen ingevolge lid 1 zijn uitgezonderd. De Commissie kan ter informatie periodiek in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen de lijsten bekend maken van de categorieën produkten en activiteiten die zij als uitgezonderd beschouwt. Daarbij houdt de Commissie rekening met alle gevoelige commerciële aspecten waarop de aanbestedende diensten eventueel wijzen bij het verstrekken van informatie.

Artikel 8

1. Deze richtlijn is niet van toepassing op opdrachten die een aanbestedende dienst die een activiteit verricht als omschreven in artikel 2, lid 2, onder d), plaatst uitsluitend voor aankopen in verband met een of meer telecommunicatiediensten, indien andere instanties vrij zijn om dezelfde diensten in hetzelfde geografische gebied en onder substantieel identieke voorwaarden aan te bieden.

2. De aanbestedende diensten doen de Commissie op haar verzoek mededeling van de diensten die volgens hen krachtens lid 1 zijn uitgezonderd. De Commissie kan ter informatie periodiek in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen de lijsten bekend maken van de diensten die zij als uitgezonderd beschouwt. Daarbij houdt de Commissie rekening met alle gevoelige commerciële aspecten waarop de aanbestedende diensten eventueel wijzen bij het verstrekken van informatie.

Artikel 9

1. Deze richtlijn is niet van toepassing op opdrachten:

a) die door de in bijlage I genoemde aanbestedende diensten worden geplaatst voor de aankoop van water;

b) die door de in de bijlagen II, III, IV en V genoemde aanbestedende diensten worden geplaatst voor de levering van energie of brandstoffen, bestemd voor de opwekking van energie.

2. De Raad beziet het bepaalde in lid 1 opnieuw wanneer hem een verslag van de Commissie, vergezeld van passende voorstellen, wordt voorgelegd.

Artikel 10

Deze richtlijn is niet van toepassing op opdrachten wanneer zij door de Lid-Staten geheim zijn verklaard of wanneer de uitvoering ervan overeenkomstig de in de betrokken Lid-Staten geldende wettelijke of bestuursrechtelijke bepalingen gepaard moet gaan met bijzondere veiligheidsmaatregelen of wanneer de bescherming van de fundamentele belangen van de staatsveiligheid van dat land zulks vereist.

Artikel 11

De bepalingen van deze richtlijn zijn niet van toepassing op opdrachten voor het verrichten van diensten die worden gegund aan een instantie die zelf een aanbestedende dienst is in de zin van artikel 1, onder b), van Richtlijn 92/50/EEG van de Raad van 18 juni 1992 betreffende de cooerdinatie van de procedures voor het plaatsen van overheidsopdrachten voor dienstverlening(12) op basis van een alleenrecht dat zij uit hoofde van de bekendgemaakte wettelijke of bestuursrechtelijke bepalingen geniet, op voorwaarde dat deze bepalingen verenigbaar zijn met het Verdrag.

Artikel 12

Deze richtlijn is niet van toepassing op opdrachten waarvoor andere procedureregels gelden en die worden geplaatst:

1. krachtens een tussen een Lid-Staat en een of meer derde landen overeenkomstig het Verdrag gesloten internationale overeenkomst betreffende leveringen, de uitvoering van werken, het verrichten van diensten of prijsvragen voor ontwerpen die bestemd zijn voor de gemeenschappelijke verwezenlijking of exploitatie van een project door de ondertekenende Staten; elke overeenkomst wordt ter kennis gebracht van de Commissie, die het bij Besluit 71/306/EEG(13) ingestelde Raadgevend Comité inzake overheidsopdrachten kan raadplegen, of in het geval van overeenkomsten betreffende opdrachten die worden geplaatst door diensten die een activiteit verrichten als omschreven in artikel 2, lid 2, onder d), het in artikel 39 bedoelde Raadgevend Comité inzake opdrachten voor de telecommunicatiesector;

2. op grond van een internationale overeenkomst inzake de legering van strijdkrachten, die ondernemingen in een Lid-Staat of in een derde land betreft;

3. volgens de specifieke procedure van een internationale organisatie.

Artikel 13

1. Deze richtlijn is niet van toepassing op opdrachten voor het verrichten van diensten:

a) die door een aanbestedende dienst bij een met hem verbonden onderneming worden geplaatst, of

b) die door een gemeenschappelijke onderneming ( "joint venture"), bestaande uit verscheidene aanbestedende diensten voor de uitoefening van de in artikel 2, lid 2, bedoelde activiteiten bij een van deze aanbestedende diensten of bij een met een van deze aanbestedende diensten verbonden onderneming worden geplaatst,

mits ten minste 80 % van de gemiddelde omzet die deze onderneming de laatste drie jaar in de Gemeenschap op het gebied van het verrichten van diensten heeft behaald, afkomstig is van de verstrekking van deze diensten aan de ondernemingen waarmee zij is verbonden.

Wanneer dezelfde dienst of analoge diensten worden verricht door meer dan één met de aanbestedende dienst verbonden onderneming, dient rekening te worden gehouden met de totale omzet in de Gemeenschap die voortvloeit uit het verstrekken van diensten door deze ondernemingen.

2. De aanbestedende diensten verstrekken de Commissie desgevraagd de volgende gegevens betreffende de toepassing van lid 1:

- de naam van de betrokken ondernemingen;

- de aard en de waarde van de betrokken opdrachten voor het verrichten van diensten;

- de gegevens die de Commissie noodzakelijk acht voor het bewijs dat de betrekkingen tussen de aanbestedende dienst en de onderneming waaraan de opdrachten worden gegund, aan de in dit artikel gestelde eisen voldoen.

Artikel 14

1. Deze richtlijn is van toepassing op opdrachten waarvan de geraamde waarde zonder de belasting over de toegevoegde waarde (BTW) gelijk is aan of meer bedraagt dan:

a) 400 000 ecu voor opdrachten voor leveringen en dienstverrichtingen geplaatst door diensten die een activiteit verrichten als omschreven in artikel 2, lid 2, onder a), b) en c);

b) 600 000 ecu voor opdrachten voor leveringen en voor dienstverrichtingen geplaatst door diensten die een activiteit verrichten als omschreven in artikel 2, lid 2, onder d);

c) 5 000 000 ecu voor opdrachten voor de uitvoering van werken.

2. Met het oog op de raming van het bedrag van een opdracht voor het verrichten van diensten vermeldt de aanbestedende dienst de totale vergoeding van de dienstverrichter, rekening houdend met het bepaalde in de leden 3 tot en met 13.

3. Voor de raming van het bedrag van opdrachten voor financiële diensten worden de volgende bedragen in aanmerking genomen:

- voor verzekeringsdiensten, de te betalen premie;

- voor bankdiensten en andere financiële diensten, honoraria, provisies en rente, alsmede andere vormen van beloning;

- voor opdrachten die een ontwerp inhouden, de te betalen honoraria of provisies.

4. In geval van opdrachten voor leveringen die betrekking hebben op leasing, huur of huurkoop, wordt de waarde van de opdracht berekend op de volgende grondslag:

a) indien het gaat om opdrachten met een vaste looptijd: de totale geraamde waarde voor de gehele looptijd wanneer die twaalf maanden of minder bedraagt, dan wel de totale waarde met inbegrip van de geraamde residuwaarde wanneer de looptijd meer dan twaalf maanden bedraagt;

b) indien het gaat om opdrachten van onbepaalde duur of indien de looptijd niet kan worden bepaald: het verwachte totaalbedrag van de tijdens de eerste vier jaar te verrichten betalingen.

5. In geval van opdrachten voor het verrichten van diensten zonder opgave van een totale prijs wordt het bedrag van de opdracht op de volgende grondslag geraamd:

- indien het gaat om opdrachten met een vaste looptijd van niet meer dan 48 maanden: de totale waarde voor de gehele looptijd;

- indien het gaat om opdrachten van onbepaalde duur of met een looptijd van meer dan 48 maanden: de waarde per maand vermenigvuldigd met 48.

6. Indien in een voorgenomen opdracht voor leveringen of voor het verrichten van diensten optiebedingen worden vermeld, dient het hoogst toelaatbare bedrag voor aankoop, leasing, huur of huurkoop, inclusief de optiebedingen, als grondslag te worden genomen voor de berekening van de waarde van de opdracht.

7. Indien het gaat om een verwerving van leveringen of diensten voor een bepaalde periode door middel van een reeks opdrachten die aan een of meer leveranciers of dienstverrichters zullen worden gegund of van vervolgopdrachten, dient de waarde van de opdracht te worden berekend op basis van:

a) of wel de totale waarde van de opdrachten die tijdens het voorafgaande boekjaar of de voorafgaande twaalf maanden zijn geplaatst en soortgelijke kenmerken vertoonden, indien mogelijk gecorrigeerd op grond van verwachte wijzigingen in hoeveelheid of waarde gedurende de volgende twaalf maanden,

b) of wel de samengetelde waarde van de opdrachten die zullen worden geplaatst tijdens de twaalf maanden volgende op de gunning van de eerste opdracht, of tijdens de hele looptijd van de opdracht, indien deze langer is dan twaalf maanden.

8. De waarde van een opdracht voor zowel het verrichten van diensten als leveringen moet worden geraamd op basis van de totale waarde van de diensten en de leveringen, ongeacht het respectieve aandeel ervan. Deze raming omvat de waarde van de plaatsing en installatie.

9. De waarde van een raamovereenkomst dient te worden berekend aan de hand van de geraamde maximumwaarde van het geheel van de voor de betrokken periode beoogde opdrachten.

10. De berekening van de waarde van een opdracht voor de uitvoering van werken moet, met het oog op de toepassing van lid 1, worden gebaseerd op de totale waarde van het werk. Onder "werk" wordt verstaan het resultaat van een geheel van werkzaamheden van de bouwnijverheid of de water-en wegenbouw dat een zelfstandige economische functie zal moeten vervullen.

Wanneer met name een levering, een werk of een dienst in verscheidene percelen is verdeeld, moet de waarde van elk perceel in aanmerking worden genomen bij het bepalen van de in lid 1 bedoelde waarde. Wanneer de samengetelde waarde van de percelen gelijk is aan of meer bedraagt dan de in lid 1 vermelde waarde, zijn de bepalingen van dit lid op alle percelen van toepassing. Bij opdrachten voor de uitvoering van werken mogen de aanbestedende diensten echter afwijken van lid 1 voor percelen waarvan de geraamde waarde, exclusief BTW, minder dan 1 000 000 ecu bedraagt, mits het samengetelde bedrag van deze percelen niet meer dan 20 % van de totale waarde van het geheel van de percelen bedraagt.

11. Voor de toepassing van lid 1 houden de aanbestedende diensten bij het bepalen van de geraamde waarde van opdrachten voor de uitvoering van werken ook rekening met de waarde van alle leveringen of diensten die voor de uitvoering van het werk noodzakelijk zijn en door de aanbestedende diensten ter beschikking van de aannemer worden gesteld.

12. De waarde van leveringen of diensten die niet noodzakelijk zijn voor de uitvoering van een bepaalde opdracht voor de uitvoering van werken, mag niet bij de waarde van deze opdrachten worden opgeteld met als gevolg dat de verwerving van deze leveringen of van deze diensten aan de toepassing van deze richtlijn wordt onttrokken.

13. De aanbestedende diensten mogen de toepassing van deze richtlijn niet omzeilen door de opdrachten te splitsen of bijzondere regels te gebruiken voor de berekening van de waarde van de opdrachten.

TITEL II Gedifferentieerde toepassing

Artikel 15

Opdrachten voor leveringen en voor de uitvoering van werken alsmede opdrachten voor het verrichten van in bijlage XVI A opgenomen diensten worden overeenkomstig de bepalingen van de titels III, IV en V geplaatst.

Artikel 16

Opdrachten voor het verrichten van in bijlage XVI B opgenomen diensten worden overeenkomstig de artikelen 18 en 24 geplaatst.

Artikel 17

Opdrachten die tegelijk betrekking hebben op in bijlage XVI A en in bijlage XVI B opgenomen diensten, worden overeenkomstig de bepalingen van de titels III, IV en V geplaatst indien de waarde van de in bijlage XVI A opgenomen diensten groter is dan die van de diensten welke in bijlage XVI B zijn opgenomen, en zo niet, overeenkomstig de artikelen 18 en 24.

TITEL III Technische specificaties en normen

Artikel 18

1. De aanbestedende diensten vermelden de technische specificaties in de algemene stukken of in het bestek voor elke opdracht.

2. De technische specificaties worden vastgesteld door verwijzing naar Europese specificaties, indien deze bestaan.

3. Bij gebreke van Europese specificaties moeten de technische specificaties, voor zover mogelijk, worden vastgesteld door verwijzing naar andere in de Gemeenschap gebruikte normen.

4. De aanbestedende diensten stellen de extra specificaties vast die nodig zijn ter aanvulling van de Europese specificaties of de andere normen. Daartoe geven zij de voorkeur aan specificaties die betrekking hebben op eisen inzake prestaties in plaats van conceptuele of beschrijvende eigenschappen, tenzij zij deze specificaties om objectieve redenen voor de uitvoering van de opdracht niet geschikt achten.

5. Tenzij dergelijke specificaties voor het ontwerp van de opdracht strikt noodzakelijk zijn, kunnen geen technische specificaties worden gebruikt die produkten van een bepaald fabrikaat of een bepaalde herkomst, dan wel bijzondere werkwijzen vermelden, waardoor bepaalde ondernemingen worden begunstigd of uitgeschakeld. Het is met name verboden te verwijzen naar merken, octrooien of typen, of een bepaalde oorsprong of herkomst; een dergelijke verwijzing, vergezeld van de vermelding "of daaraan gelijkwaardig" is evenwel toegestaan wanneer het voorwerp van de opdracht niet op een andere wijze met voldoende nauwkeurige, voor alle betrokkenen volkomen begrijpelijke specificaties omschreven kan worden.

6. De aanbestedende diensten kunnen afwijken van lid 2 indien:

a) het technisch onmogelijk is om de overeenstemming van een produkt met die Europese specificaties afdoende vast te stellen;

b) de toepassing van lid 2 afbreuk doet aan de toepassing van Richtlijn 86/361/EEG van de Raad van 24 juli 1986 betreffende de eerste fase van de wederzijdse erkenning van goedkeuringen van eindapparatuur voor telecommunicatie(14) of van Beschikking 87/95/EEG van de Raad van 22 december 1986 betreffende de normalisatie op het gebied van de informatietechnologieën en de telecommunicatie(15) ;

c) bij de aanpassing van de bestaande praktijken aan de Europese specificaties, deze Europese specificaties de aanbestedende dienst zouden verplichten tot de aanschaf van materiaal dat incompatibel is met de reeds in gebruik zijnde apparatuur of zou leiden tot buitensporig hoge kosten of tot onevenredig grote technische moeilijkheden. De aanbestedende diensten kunnen echter slechts gebruik maken van deze afwijking in het kader van een welomschreven en schriftelijk vastgestelde strategie met het oog op een overgang naar Europese specificaties;

d) de betrokken Europese specificatie ongeschikt is voor de overwogen bijzondere toepassing of indien daarin geen rekening is gehouden met de technische ontwikkelingen die zich sinds de vaststelling van die specificatie hebben voorgedaan. De aanbestedende diensten die deze afwijking toepassen, delen aan de bevoegde normalisatie-instelling of aan een andere instelling die bevoegd is tot herziening van de Europese specificaties de redenen mede waarom zij de Europese specificaties niet geschikt achten en verzoeken deze te herzien;

e) het betrokken project werkelijk innoverend van aard is en daarvoor het gebruik van bestaande Europese specificaties niet dienstig zou zijn.

7. De overeenkomstig artikel 21, lid 1, onder a), of artikel 21, lid 2, onder a), bekendgemaakte aankondigingen vermelden de toepassing van lid 6.

8. Dit artikel laat de verplichte technische voorschriften, voor zover deze verenigbaar zijn met het Gemeenschapsrecht, onverlet.

Artikel 19

1. De aanbestedende diensten delen de belangstellende leveranciers, aannemers of dienstverrichters desgevraagd de technische specificaties mede die regelmatig in hun opdrachten voor leveringen, voor de uitvoering van werken of voor het verrichten van diensten worden beoogd, of de technische specificaties die zij voornemens zijn toe te passen op opdrachten waarover periodieke indicatieve aankondigingen in de zin van artikel 22 worden gepubliceerd.

2. Indien deze technische specificaties gebaseerd zijn op documenten waarover belangstellende leveranciers, aannemers of dienstverrichters kunnen beschikken, kan ermee worden volstaan de referentie van deze documenten te vermelden.

TITEL IV Procedures voor het plaatsen van opdrachten

Artikel 20

1. Aanbestedende diensten kunnen een keuze maken uit de in artikel 1, lid 7, genoemde procedures, mits, behoudens het in lid 2 bepaalde, een oproep tot mededinging overeenkomstig artikel 21 is gedaan.

2. Aanbestedende diensten kunnen in de volgende gevallen gebruik maken van een procedure zonder voorafgaande oproep tot mededinging:

a) indien geen aanbiedingen of geen geschikte aanbiedingen zijn gedaan in het kader van een procedure met voorafgaande oproep tot mededinging, voor zover de oorspronkelijke voorwaarden van de opdracht niet ingrijpend zijn gewijzigd;

b) indien een opdracht uitsluitend wordt geplaatst ten behoeve van onderzoek, proefneming, studie of ontwikkeling en niet met het doel winst te maken dan wel de kosten van onderzoek en ontwikkeling te dekken en voor zover de gunning van een dergelijke opdracht niet verhindert dat een oproep tot mededinging wordt gedaan voor latere opdrachten waarmee dit doel wel wordt beoogd;

c) wanneer de opdracht om technische of artistieke redenen of wegens de bescherming van alleenrechten slechts door een bepaalde leverancier, aannemer of dienstverrichter kan worden uitgevoerd;

d) in strikt noodzakelijke gevallen waarin dringende spoed, voortvloeiende uit gebeurtenissen die door de betrokken aanbestedende diensten niet konden worden voorzien, de inachtneming van de voor openbare en niet-openbare procedures gestelde termijnen onmogelijk maakt;

e) in het geval van opdrachten voor leveringen ten behoeve van door de oorspronkelijke leverancier verrichte aanvullende leveringen die bestemd zijn hetzij voor de gedeeltelijke vernieuwing van veelvuldig gebruikte leveringen of installaties, hetzij voor de uitbreiding van bestaande leveringen of installaties, indien verandering van leverancier de aanbestedende dienst ertoe zou verplichten apparatuur aan te schaffen met andere technische eigenschappen, zodat onverenigbaarheid ontstaat of bij gebruik en onderhoud zich onevenredige technische moeilijkheden voordoen;

f) voor aanvullende werken of diensten die noch in het oorspronkelijke ontwerp, noch in de eerste gegunde opdracht waren opgenomen, maar die ten gevolge van een onvoorziene omstandigheid noodzakelijk zijn geworden voor de uitvoering van deze opdracht, mits de gunning geschiedt aan de aannemer of dienstverrichter die de eerste opdracht uitvoert,

- wanneer deze aanvullende werken of diensten technisch of economisch niet los van de hoofdopdracht kunnen worden uitgevoerd zonder de aanbestedende diensten grote ongemakken te bezorgen, of

- wanneer deze aanvullende werken of diensten, hoewel zij kunnen worden gescheiden van de uitvoering van de oorspronkelijke opdracht, strikt noodzakelijk zijn om die te perfectioneren;

g) in het geval van opdrachten voor de uitvoering van werken, indien het gaat om nieuwe werken bestaande uit het herhalen van soortgelijke werken die door dezelfde aanbestedende diensten opgedragen zijn aan de aannemer die belast is geweest met een eerdere opdracht, mits deze werken overeenstemmen met een basisproject en dit project het voorwerp vormde van een eerste opdracht die na een oproep tot mededinging werd geplaatst. De mogelijkheid om deze procedure toe te passen moet reeds bij het uitschrijven van de aanbesteding van het eerste project worden vermeld, en het totale voor de volgende werken geraamde bedrag dient door de aanbestedende diensten in aanmerking te worden genomen voor de toepassing van artikel 14;

h) voor op een goederenmarkt genoteerde en aangekochte goederen;

i) voor opdrachten die worden geplaatst op basis van een raamovereenkomst, voor zover is voldaan aan de in artikel 5, lid 2, genoemde voorwaarde;

j) voor opportuniteitsaankopen, wanneer zich gedurende zeer korte tijd een bijzonder voordelige gelegenheid tot aankopen voordoet en de te betalen prijs aanzienlijk lager ligt dan normaliter op de markt het geval is;

k) voor de aankoop, onder bijzonder voordelige voorwaarden, hetzij bij een leverancier die zijn handelsactiviteiten stopzet, hetzij bij de curator of de vereffenaar in geval van een faillissement, een gerechtelijk akkoord of een soortgelijke procedure van het nationale recht;

l) indien de opdracht voor het verrichten van diensten voortvloeit uit een overeenkomstig deze richtlijn georganiseerde prijsvraag voor ontwerpen en volgens de toepasselijke voorschriften aan de winnaar of aan één van de winnaars van die prijsvraag moet worden gegund. In het laatstgenoemde geval moeten alle winnaars van de prijsvraag worden uitgenodigd om aan de onderhandelingen deel te nemen.

Artikel 21

1. Voor opdrachten voor leveringen, voor de uitvoering van werken of voor het verrichten van diensten kan de oproep tot mededinging geschieden:

a) via een overeenkomstig bijlage XII, deel A, B of C, opgestelde aankondiging, of

b) via een overeenkomstig bijlage XIV opgestelde indicatieve periodieke aankondiging, of

c) via een overeenkomstig bijlage XIII opgestelde mededeling inzake het bestaan van een erkenningssysteem.

2. Wanneer een oproep tot mededinging geschiedt door middel van een indicatieve periodieke aankondiging:

a) moet de aankondiging specifiek verwijzen naar leveringen, werken of diensten waarop de te plaatsen opdracht betrekking heeft;

b) moet in de aankondiging worden vermeld dat deze opdracht zal worden geplaatst middels een niet-openbare procedure of een procedure van gunning via onderhandelingen, waarbij achteraf geen oproep tot mededinging wordt bekendgemaakt, en worden de belangstellende bedrijven verzocht hun belangstelling schriftelijk kenbaar te maken;

c) verzoeken de aanbestedende diensten nadien alle gegadigden hun belangstelling te bevestigen aan de hand van nadere gegevens betreffende de betrokken opdracht, alvorens met de selectie van de inschrijvers of deelnemers aan de onderhandelingen te beginnen.

3. Wanneer een oproep tot mededinging plaatsvindt via een mededeling inzake het bestaan van een erkenningssysteem, worden de inschrijvers bij een niet-openbare procedure of de deelnemers aan een procedure van gunning via onderhandelingen gekozen uit de volgens dat systeem in aanmerking komende gegadigden.

4. Voor prijsvragen voor ontwerpen geschiedt de oproep tot mededinging langs de weg van een overeenkomstig bijlage XVII opgestelde aankondiging.

5. De in dit artikel bedoelde aankondigingen worden bekendgemaakt in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen.

Artikel 22

1. De aanbestedende diensten maken door middel van een periodieke indicatieve aankondiging ten minste eenmaal per jaar het volgende bekend:

a) in het geval van opdrachten voor leveringen, alle opdrachten per produktensector die zij voornemens zijn in de loop van de komende twaalf maanden te plaatsen en waarvan de geraamde waarde, gelet op artikel 14, 750 000 ecu of meer bedraagt;

b) in het geval van opdrachten voor de uitvoering van werken, de hoofdkenmerken van de opdrachten die de aanbestedende diensten voornemens zijn te plaatsen en waarvan de geraamde waarde niet lager is dan de in artikel 14, lid 1, vastgestelde drempel;

c) in het geval van opdrachten voor het verrichten van diensten, het totaalbedrag van de opdrachten voor diensten voor elk van de in bijlage XVI A vermelde dienstencategorieën die zij voornemens zijn in de loop van de komende twaalf maanden te plaatsen en waarvan de geraamde totale waarde, gelet op artikel 14, ten minste 750 000 ecu bedraagt.

2. De aankondiging wordt opgesteld overeenkomstig bijlage XIV en wordt bekendgemaakt in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen.

3. Wanneer de aankondiging wordt gebruikt als oproep tot mededinging, overeenkomstig artikel 21, lid 1, onder b), moet die ten hoogste twaalf maanden vóór de datum van verzending van de in artikel 21, lid 2, onder c), bedoelde uitnodiging zijn gepubliceerd. De aanbestedende dienst houdt zich voorts aan de in artikel 26, lid 2, vastgestelde termijnen.

4. De aanbestedende diensten kunnen met name periodieke indicatieve aankondigingen over belangrijke projecten publiceren, zonder de reeds eerder in een indicatieve periodieke aankondiging vervatte informatie te herhalen, mits duidelijk wordt vermeld dat deze aankondigingen een aanvulling zijn.

Artikel 23

1. Dit artikel is van toepassing op de prijsvragen voor ontwerpen georganiseerd in het kader van een procedure voor het plaatsen van opdrachten voor dienstverlening waarvan de geraamde waarde exclusief BTW ten minste de in artikel 14, lid 1, vermelde waarde bedraagt.

2. Dit artikel is van toepassing op alle prijsvragen voor ontwerpen waarvoor met het totale bedrag aan prijzengeld en betalingen aan deelnemers ten minste 400 000 ecu is gemoeid wat betreft prijsvragen die zijn georganiseerd door de aanbestedende diensten die een in artikel 2, lid 2, onder a), b) en c), genoemde activiteit tot taak hebben, en ten minste 600 000 ecu wat betreft prijsvragen die georganiseerd zijn door aanbestedende diensten die een in artikel 2, lid 2, onder d), genoemde activiteit hebben.

3. De voorschriften voor het uitschrijven van een prijsvraag voor ontwerpen worden vastgesteld overeenkomstig de eisen van dit artikel en worden ter beschikking gesteld van degenen die belang stellen in deelneming aan de prijsvraag.

4. De toelating van deelnemers aan prijsvragen voor ontwerpen mag niet worden beperkt:

- tot het grondgebied van een Lid-Staat of een deel daarvan;

- op grond van het feit dat de deelnemers, ingevolge de wetgeving van de Lid-Staat waar de prijsvraag wordt uitgeschreven, natuurlijke personen, dan wel rechtspersonen moeten zijn.

5. Bij prijsvragen met een beperkt aantal deelnemers stellen de aanbestedende diensten duidelijke en niet-discriminerende selectiecriteria vast. In alle gevallen moet het aantal kandidaten dat wordt uitgenodigd om aan de prijsvraag deel te nemen een daadwerkelijke mededinging waarborgen.

6. De jury bestaat uitsluitend uit natuurlijke personen die onafhankelijk zijn van de deelnemers aan de prijsvraag. Indien van de deelnemers aan een prijsvraag een bijzondere beroepskwalificatie wordt geëist, moet ten minste een derde van de juryleden diezelfde kwalificatie of een gelijkwaardige kwalificatie hebben.

De jury is autonoom in haar besluiten of adviezen. Haar besluiten of adviezen worden genomen, respectievelijk uitgebracht op basis van anoniem voorgelegde projecten en uitsluitend op grond van de criteria vermeld in de in bijlage XVII bedoelde aankondiging.

Artikel 24

1. De aanbestedende diensten die een opdracht hebben geplaatst of een prijsvraag voor ontwerpen hebben gehouden, doen de Commissie binnen twee maanden na de plaatsing ervan onder de door de Commissie overeenkomstig de procedure van artikel 40 te betalen voorwaarden, mededeling van het resultaat van de gunningsprocedure door middel van een overeenkomstig bijlage XV of bijlage XVIII opgestelde aankondiging.

2. De in afdeling I van bijlage XV of in bijlage XVIII verstrekte gegevens worden bekendgemaakt in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen. In dit verband eerbiedigt de Commissie het gevoelige commerciële karakter waarop door aanbestedende diensten bij de toezending van deze gegevens betreffende de punten 6 en 9 van bijlage XV is gewezen.

3. Aanbestedende diensten die opdrachten plaatsen voor het verrichten van diensten welke behoren tot categorie 8 van bijlage XVI A en waarop artikel 20, lid 2, onder b), van toepassing is, kunnen met betrekking tot punt 3 van bijlage XV alleen de voornaamste benaming van het voorwerp van de opdracht in de zin van de indeling van bijlage XVI vermelden. Aanbestedende diensten die opdrachten plaatsen voor het verrichten van diensten welke behoren tot categorie 8 van bijlage XVI A, doch waarop artikel 20, lid 2, onder b), niet van toepassing is, kunnen de verstrekte informatie beperken tot de in punt 3 van bijlage XV genoemde gegevens, indien de vrijwaring van het handelsgeheim zulks noodzakelijk maakt. Zij dienen er evenwel op toe te zien dat de onder dit punt bekendgemaakte informatie minstens even gedetailleerd is als die welke is vervat in de overeenkomstig artikel 20, lid 1, bekendgemaakte oproep tot mededinging, dan wel, wanneer een erkenningsregeling wordt gebruikt, dat deze informatie minstens even gedetailleerd is als de in artikel 30, lid 7, bedoelde categorie. In de in bijlage XVI B genoemde gevallen vermelden de aanbestedende diensten in de aankondiging of zij met de bekendmaking daarvan instemmen.

4. De in afdeling II van bijlage XV verstrekte gegevens worden niet bekendgemaakt, behalve, in vereenvoudigde vorm, voor statistische doeleinden.

Artikel 25

1. De aanbestedende diensten moeten de datum van verzending van de in de artikelen 20 tot en met 24 bedoelde aankondigingen kunnen aantonen.

2. De aankondigingen worden onverkort in de oorspronkelijke taal in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen en via de TED (Tenders Electronic Daily)-databank bekendgemaakt. Een samenvatting met de belangrijkste gegevens van iedere aankondiging wordt in de andere officiële talen van de Gemeenschap gepubliceerd, maar slechts de tekst in de oorspronkelijke taal is authentiek.

3. Het Bureau voor officiële publikaties der Europese Gemeenschappen publiceert de aankondigingen uiterlijk twaalf dagen na toezending. In uitzonderlijke gevallen zal het, op verzoek van de aanbestedende dienst en op voorwaarde dat de aankondiging via de elektronische post, telefax of telex aan het Bureau werd toegezonden, zich beijveren de in artikel 21, lid 1, onder a), bedoelde aankondiging binnen een termijn van vijf dagen te publiceren. Ieder nummer van het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen waarin een of meer aankondigingen zijn opgenomen, bevat tevens het model of de modellen waarnaar de bekendgemaakte aankondigingen zijn opgemaakt.

4. De kosten van bekendmaking van de aankondigingen in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen komen voor rekening van de Gemeenschappen.

5. Opdrachten of prijsvragen voor ontwerpen waarvoor overeenkomstig artikel 21, lid 1 of lid 4, een aankondiging in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen wordt bekendgemaakt, mogen niet op enige andere wijze openbaar worden gemaakt voordat de aankondiging is verzonden naar het Bureau voor officiële publikaties der Europese Gemeenschappen. Deze bekendmakingen mogen geen andere gegevens bevatten dan die welke in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen zijn opgenomen.

Artikel 26

1. Bij openbare procedures wordt de termijn voor de ontvangst van de aanbiedingen door de aanbestedende diensten vastgesteld op ten minste 52 dagen, te rekenen vanaf de datum van verzending van de aankondiging. Deze termijn voor de ontvangst kan tot 36 dagen worden teruggebracht indien de aanbestedende diensten een aankondiging hebben gepubliceerd overeenkomstig artikel 22, lid 1.

2. Bij niet-openbare procedures en procedures van gunning via onderhandelingen met voorafgaande oproep tot mededinging, gelden de volgende regels:

a) de termijn voor de ontvangst van de aanvragen tot deelneming die worden gedaan in antwoord op een uit hoofde van artikel 21, lid 1, onder a), gepubliceerde aankondiging, of in antwoord op een uitnodiging van een aanbestedende dienst overeenkomstig artikel 21, lid 2, onder c), is in het algemeen ten minste vijf weken te rekenen vanaf de datum van verzending van de aankondiging of van de uitnodiging, en mag in geen geval korter zijn dan de in artikel 25, lid 3, bedoelde termijn van publikatie plus tien dagen;

b) de termijn voor de ontvangst van de aanbiedingen kan in onderling overleg tussen de aanbestedende dienst en de uitgekozen gegadigden worden vastgesteld, mits alle gegadigden evenveel tijd krijgen om hun aanbieding voor te bereiden en in te dienen;

c) indien het mogelijk is overeenstemming te bereiken over de termijn voor de ontvangst van de aanbiedingen, stelt de aanbestedende dienst een termijn vast die in het algemeen ten minste drie weken en in geen geval minder dan tien dagen bedraagt, te rekenen vanaf de datum van verzending van de schriftelijke uitnodiging; bij de duur van de termijn wordt met name rekening gehouden met de in artikel 28, lid 3, vermelde factoren.

Artikel 27

In het bestek kan de aanbestedende dienst de inschrijver verzoeken hem in zijn aanbieding mede te delen welk gedeelte van de opdracht hij eventueel voornemens is aan derden in onderaanbesteding te geven.

Deze mededeling laat de aansprakelijkheid van de hoofdaannemer onverlet.

Artikel 28

1. Voor zover tijdig aangevraagd moeten het bestek en de daarbij behorende stukken als regel binnen zes dagen na ontvangst van het verzoek door de aanbestedende diensten aan de leveranciers, aannemers of dienstverrichters worden toegezonden.

2. Voor zover tijdig aangevraagd, moeten de aanvullende inlichtingen over het bestek uiterlijk zes dagen voor het verstrijken van de termijn waarbinnen de aanbiedingen worden ingewacht, door de aanbestedende diensten worden verstrekt.

3. Indien de aanbiedingen pas kunnen worden ingediend na bestudering van een omvangrijke documentatie, bij voorbeeld uitgebreide technische specificaties, na bezichtiging op de plaats zelf of na inzage ter plaatse van de bij het bestek behorende stukken, wordt hiermede rekening gehouden voor het vaststellen van de termijnen.

4. De aanbestedende diensten nodigen de uitgekozen gegadigden allen tegelijk en schriftelijk uit. Bij de uitnodigingsbrief worden het bestek en de daarbij behorende stukken ingesloten. In deze brief zijn ten minste de volgende gegevens opgenomen:

a) het adres waar aanvullende stukken kunnen worden aangevraagd en de uiterste datum voor deze aanvraag, alsmede het eventueel ter verkrijging van genoemde stukken verschuldigde bedrag en de wijze van betaling daarvan;

b) de uiterste datum voor de verzending van de aanbiedingen, het adres waar deze moeten worden ingediend en de taal of talen waarin zij moeten worden gesteld;

c) een verwijzing naar de bekendgemaakte aankondiging;

d) de aanduiding van de eventueel bij te sluiten stukken;

e) de gunningscriteria indien deze niet in de aankondiging zijn vermeld;

f) alle andere bijzondere voorwaarden voor deelneming aan de opdracht.

5. De aanvragen tot deelneming aan opdrachten en de uitnodigingen tot inzending van een aanbieding moeten via de snelste weg geschieden. Wanneer de aanvragen tot deelneming per telegram, telex, telefax, telefoon of langs elektronische weg plaatsvinden, moeten zij worden bevestigd per brief die wordt verzonden vóór het verstrijken van de in artikel 26, lid 1, bedoelde termijn of vóór het verstrijken van de door de aanbestedende diensten krachtens artikel 26, lid 2, vastgestelde termijnen.

Artikel 29

1. De aanbestedende dienst kan, eigener beweging of daartoe verplicht door een Lid-Staat, in het bestek aangeven bij welke dienst of diensten de inschrijvers de ter zake dienende informatie kunnen krijgen over de verplichtingen ten aanzien van de bepalingen inzake arbeidsbescherming en arbeidsvoorwaarden die in de Lid-Staat, de regio of de plaats waar de werken worden uitgevoerd of waar de diensten worden verricht, gelden en die van toepassing zijn op de werkzaamheden of de diensten die tijdens de uitvoering van de opdracht op het werkterrein worden verricht.

2. De aanbestedende dienst die de in lid 1 vermelde informatie verstrekt, verzoekt de inschrijvers of degenen die deelnemen aan een aanbestedingsprocedure aan te geven of zij bij de voorbereiding van hun aanbieding rekening hebben gehouden met de verplichtingen ten aanzien van de bepalingen inzake arbeidsbescherming en arbeidsvoorwaarden die gelden op de plaats waar de werken worden uitgevoerd of waar de diensten worden verricht. Zulks vormt geen beletsel voor de toepassing van artikel 34, lid 5, inzake de verificatie van abnormaal lage aanbiedingen.

TITEL V Erkenning, selectie en gunning

Artikel 30

1. Aanbestedende diensten kunnen desgewenst een systeem van erkenning van geschiktheid van leveranciers, aannemers of dienstverrichters opzetten en beheren.

2. Dit systeem, dat verscheidene fasen van erkenning van geschiktheid kan omvatten, moet worden beheerd op basis van door de aanbestedende dienst omschreven objectieve criteria en regels. Deze dienst verwijst dan naar de Europese normen waar deze passend zijn. Deze criteria en regels kunnen zo nodig worden bijgewerkt.

3. Deze criteria en regels voor erkenning worden desgevraagd ter beschikking gesteld van belangstellende leveranciers, aannemers of dienstverrichters. Wanneer deze criteria en regels zijn bijgewerkt, wordt dit aan de belangstellende leveranciers, aannemers of dienstverrichters medegedeeld. Wanneer een aanbestedende dienst van oordeel is dat de erkenningsregeling van bepaalde derde diensten of lichamen aan de voorwaarden voldoet, deelt zij de namen van deze derde diensten of lichamen mede aan de belangstellende leveranciers, aannemers of dienstverrichters.

4. Aanbestedende diensten moeten de aanvragers binnen een redelijke termijn op de hoogte brengen van het besluit inzake hun erkenning. Indien het erkenningsbesluit meer dan zes maanden in beslag neemt vanaf het indienen van de aanvraag om erkenning, moet de aanbestedende dienst de aanvrager binnen twee maanden na deze indiening mededeling doen van de redenen waarom deze termijn langer moet zijn en van de datum waarop zijn aanvraag zal worden aanvaard dan wel afgewezen.

5. Bij het nemen van hun besluit over de erkenning of wanneer de erkenningscriteria en -regels worden bijgewerkt, mogen de aanbestedende diensten niet:

- aan bepaalde leveranciers, aannemers of dienstverrichters administratieve, technische of financiële voorwaarden opleggen die niet aan andere worden opgelegd;

- proeven of bewijzen eisen die een doublure zouden vormen met reeds beschikbare objectieve bewijzen.

6. Indieners van een aanvraag tot erkenning aan wie de erkenning wordt geweigerd, moeten van dit besluit en van de redenen voor die weigering in kennis worden gesteld. Deze redenen moeten gebaseerd zijn op de in lid 2 vermelde erkenningscriteria.

7. Er wordt een lijst van erkende leveranciers, aannemers of dienstverrichters bewaard, die volgens het type van opdrachten waarvoor de erkenning geldt in categorieën kan worden ingedeeld.

8. De aanbestedende diensten kunnen de erkenning van een leverancier, een aannemer of een dienstverrichter slechts beëindigen om redenen die berusten op de in lid 2 vermelde criteria. Het voornemen om een erkenning te beëindigen, alsmede de reden(en) daartoe moeten de leverancier, aannemer of dienstverrichter vooraf schriftelijk ter kennis worden gebracht.

9. Aangaande de erkenningsregeling moet overeenkomstig bijlage XIII een aankondiging worden opgesteld die in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen bekend wordt gemaakt en waarin het doel van de regeling en de wijze waarop inzage kan worden verkregen in de desbetreffende regels worden aangegeven. Wanneer de regeling een geldigheidsduur van langer dan drie jaar heeft, moet de aankondiging jaarlijks worden bekendgemaakt. Wanneer de regeling van kortere duur is, volstaat een eenmalige aankondiging.

Artikel 31

1. Aanbestedende diensten die de gegadigden selecteren voor een niet-openbare aanbestedingsprocedure of een procedure van gunning via onderhandelingen, doen zulks in overeenstemming met de door hen omschreven objectieve criteria en regels, die ter beschikking worden gesteld van de belangstellende leveranciers, aannemers of dienstverrichters.

2. De gehanteerde criteria kunnen ook de uitsluitingscriteria omvatten als weergegeven in artikel 23 van Richtlijn 71/305/EEG en in artikel 20 van Richtlijn 77/62/EEG.

3. De criteria kunnen zijn gebaseerd op de objectieve noodzaak voor de aanbestedende dienst om de gegadigden te beperken tot een aantal dat gerechtvaardigd wordt door het noodzakelijke evenwicht tussen enerzijds de specifieke kenmerken van de aanbestedingsprocedure en anderzijds de middelen die daarvoor vereist zijn. Wel dient echter bij de vaststelling van het aantal gegadigden voldoende concurrentie te worden gewaarborgd.

Artikel 32

Indien de aanbestedende dienst de overlegging verlangt van een door een onafhankelijke instantie opgestelde verklaring dat de dienstverrichter aan bepaalde normen inzake kwaliteitsbewaking voldoet, dient deze te verwijzen naar kwaliteitsbewakingsregelingen die op de Europese normenreeks EN 29 000 zijn gebaseerd en die zijn gecertificeerd door instanties die voldoen aan de Europese normenreeks EN 45 000.

De aanbestedende diensten erkennen gelijkwaardige verklaringen van in andere Lid-Staten gevestigde instanties. Zij aanvaarden eveneens andere bewijzen inzake gelijkwaardige maatregelen op het gebied van de kwaliteitsbewaking van dienstverrichters die niet voor dergelijke verklaringen in aanmerking komen of die niet binnen de gestelde termijnen dergelijke verklaringen kunnen verkrijgen.

Artikel 33

1. Combinaties van leveranciers, aannemers of dienstverrichters mogen inschrijven op of onderhandelen over een aanbesteding. De omvorming van dergelijke combinaties tot een bepaalde rechtsvorm kan niet worden geëist voor de inschrijving of de onderhandeling, maar de gekozen combinatie kan wel worden verplicht tot deze omvorming indien de opdracht aan haar wordt gegund, voor zover omvorming noodzakelijk is voor een goede uitvoering van de opdracht.

2. Gegadigden of inschrijvers die krachtens de wetgeving van de Lid-Staat waarin zij zijn gevestigd, gerechtigd zijn de betrokken diensten te verrichten, mogen niet worden afgewezen louter op grond dat zij, krachtens de wetgeving van de Lid-Staat waarin de opdracht wordt gegund, een natuurlijke dan wel een rechtspersoon moeten zijn.

3. Van rechtspersonen kan evenwel worden verlangd dat zij in de inschrijving of in het verzoek tot deelneming de namen en de ter zake dienende beroepskwalificaties vermelden van de personen die met het verrichten van de dienst worden belast.

Artikel 34

1. Onverminderd de nationale wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen betreffende de vergoeding van bepaalde diensten, zijn de criteria aan de hand waarvan de aanbestedende diensten een opdracht gunnen:

a) hetzij, indien de gunning aan de inschrijver met de economisch voordeligste aanbieding plaatsvindt, verschillende criteria die variëren naar gelang van de aard van de opdracht, zoals de leveringstermijn, de uitvoeringstermijn, de gebruikskosten, de rentabiliteit, de kwaliteit, de esthetische en functionele kenmerken, de technische waarde, de klantenservice en technische bijstand, de verbintenissen met betrekking tot reserveonderdelen, de gewaarborgde materiaalvoorziening en de prijs;

b) hetzij alleen de laagste prijs.

2. In het in lid 1, onder b), bedoelde geval vermelden de aanbestedende diensten in het bestek of in de oproep tot mededinging, alle gunningscriteria die zij voornemens zijn te hanteren, zo mogelijk in afnemende volgorde van het belang dat eraan wordt gehecht.

3. Indien de economisch voordeligste aanbieding als gunningscriterium wordt gehanteerd, kunnen de aanbestedende diensten door de inschrijvers voorgestelde varianten in aanmerking nemen indien deze voldoen aan de door de aanbestedende diensten geëiste minimumspecificaties. De aanbestedende diensten vermelden in het bestek de minimumspecificaties waaraan deze varianten moeten voldoen, alsmede hoe deze moeten worden ingediend. Indien varianten niet zijn toegestaan, geven de aanbestedende diensten dat in het bestek aan.

4. Aanbestedende diensten kunnen een door een inschrijver voorgestelde variant niet weigeren uitsluitend omdat die werd opgesteld met gebruikmaking van technische specificaties die zijn vastgesteld onder verwijzing naar Europese specificaties of onder verwijzing naar nationale technische specificaties die zijn erkend in overeenstemming te zijn met de fundamentele voorschriften in de zin van Richtlijn 89/106/EEG.

5. Indien voor een bepaalde opdracht aanbiedingen worden gedaan die in verhouding tot de prestatie abnormaal laag lijken, verzoekt de aanbestedende dienst, alvorens deze te kunnen afwijzen, schriftelijk om door hem dienstig geachte preciseringen over de bestanddelen van de aanbieding en onderzoekt hij deze bestanddelen, waarbij hij rekening houdt met de verstrekte motivering. Hij kan verlangen dat binnen een redelijke termijn wordt geantwoord.

De aanbestedende dienst kan motiveringen in aanmerking nemen die zijn gebaseerd op objectieve factoren, zoals de zuinigheid van het bouw- of produktieprocédé, de gekozen technische oplossingen, uitzonderlijk gunstige omstandigheden waarvan de inschrijver kan profiteren voor de uitvoering van de opdracht of het oorspronkelijke karakter van het produkt of het werk dat de inschrijver aanbiedt.

Aanbiedingen die abnormaal laag zijn als gevolg van de ontvangst van staatssteun kunnen door de aanbestedende diensten pas dan worden afgewezen als zij de inschrijver hebben geraadpleegd en deze niet kan aantonen dat de steun in kwestie overeenkomstig artikel 93, lid 3, van het Verdrag ter kennis van de Commissie is gebracht of door de Commissie is goedgekeurd. Aanbestedende diensten die een inschrijving om deze redenen afwijzen, stellen de Commissie daarvan in kennis.

Artikel 35

1. Artikel 34, lid 1, is niet van toepassing indien een Lid-Staat de gunning van opdrachten baseert op andere criteria die deel uitmaken van voorschriften die op het ogenblik van de vaststelling van deze richtlijn van kracht waren en die ertoe strekken voorrang te verlenen aan bepaalde inschrijvers, mits deze voorschriften met het Verdrag verenigbaar zijn.

2. Onverminderd het in lid 1 bepaalde vormt deze richtlijn tot en met 31 december 1992 geen beletsel voor de toepassing van bestaande nationale voorschriften betreffende het plaatsen van overheidsopdrachten voor leveringen en de uitvoering van werken die de vermindering van de regionale ongelijkheid en de bevordering van de werkgelegenheid beogen in achtergebleven gebieden en in gebieden met teruglopende industriële bedrijvigheid, mits de betrokken voorschriften verenigbaar zijn met het Verdrag en met de internationale verplichtingen van de Gemeenschap.

Artikel 36

1. Dit artikel is van toepassing op aanbiedingen die produkten bevatten van oorsprong uit derde landen waarmee de Gemeenschap niet in multilateraal of bilateraal kader een overeenkomst heeft gesloten die de communautaire ondernemingen op vergelijkbare wijze daadwerkelijk toegang verschaft tot de markten van deze derde landen, zulks onverminderd de verplichtingen van de Gemeenschap of van haar Lid-Staten ten aanzien van derde landen.

2. Iedere aanbieding die wordt ingediend met het oog op de gunning van een opdracht voor leveringen, kan worden afgewezen wanneer het aandeel van de uit derde landen afkomstige goederen, waarvan de oorsprong wordt vastgesteld overeenkomstig Verordening (EEG) nr. 802/86 van de Raad van 27 juni 1968 betreffende de gemeenschappelijke definitie van het begrip "oorsprong van goederen"(16) , meer dan 50 % uitmaakt van de totale waarde van de goederen waarop deze aanbieding betrekking heeft.

Voor de toepassing van dit artikel wordt de programmatuur die in de apparatuur voor telecommunicatienetten worden gebruikt, beschouwd als goederen.

3. Behoudens het in lid 1 bepaalde wordt, wanneer twee of meer aanbiedingen volgens de gunningscriteria van artikel 34 gelijkwaardig zijn, de voorkeur gegeven aan de aanbieding die niet krachtens lid 2 kan worden afgewezen. Voor de toepassing van dit artikel wordt het bedrag van de aanbieding als gelijkwaardig beschouwd, indien het prijsverschil niet meer bedraagt dan 3 %.

4. Aan een aanbieding zal echter niet overeenkomstig lid 3 de voorkeur worden gegeven indien de aanbestedende dienst hierdoor genoodzaakt zou zijn apparatuur aan te schaffen met technische kenmerken die afwijken van de bestaande apparatuur, en dit tot onverenigbaarheid of tot technische moeilijkheden bij het gebruik of het onderhoud zou leiden of buitensporige kosten met zich zou brengen.

5. Voor de toepassing van dit artikel worden voor de bepaling van het in lid 2 bedoelde aandeel van uit derde landen afkomstige goederen de derde landen buiten beschouwing gelaten ten gunste waarvan de toepassing van deze richtlijn bij een besluit van de Raad overeenkomstig lid 1 is uitgebreid.

6. De Commissie brengt jaarlijks, en voor de eerste keer tijdens de tweede helft van 1991, bij de Raad verslag uit over de vooruitgang die is geboekt bij de multilaterale of bilaterale onderhandelingen over de toegang van de communautaire ondernemingen tot de markten van de derde landen op de onder deze richtlijn vallende gebieden, over alle ingevolge deze ondernemingen bereikte resultaten, alsmede over de daadwerkelijke toepassing van alle gesloten overeenkomsten.

In het licht van deze ontwikkelingen kan de Raad, op voorstel van de Commissie en met gekwalificeerde meerderheid van stemmen, de bepalingen van dit artikel wijzigen.

Artikel 37

1. De Lid-Staten stellen de Commissie in kennis van de algemene moeilijkheden, in feite of rechtens, die hun ondernemingen ondervinden om in derde landen opdrachten voor verrichten van diensten toegewezen te krijgen.

2. De Commissie dient, voor de eerste maal vóór 31 december 1994 en vervolgens periodiek, bij de Raad een verslag in betreffende de openstelling van opdrachten voor het verrichten van diensten in derde landen, alsook betreffende de stand van de onderhandelingen die daarover, met name in het kader van de GATT, met derde landen worden gevoerd.

3. Indien de Commissie, hetzij op grond van de in lid 2 bedoelde verslagen, hetzij op basis van andere informatie, vaststelt dat met betrekking tot het plaatsen van opdrachten voor het verrichten van diensten,

a) een derde land de ondernemingen van de Gemeenschap geen toegang verleent die vergelijkbaar is met die welke de Gemeenschap toekent aan ondernemingen van dat derde land,

b) de ondernemingen van de Gemeenschap in een derde land niet dezelfde behandeling of dezelfde concurrentiemogelijkheden krijgen als de binnenlandse ondernemingen, of

c) een derde land ondernemingen van andere derde landen gunstiger behandelt dan ondernemingen van de Gemeenschap,

moet zij zich bij het betrokken derde land ervoor beijveren deze situatie te verhelpen.

4. In de in lid 3 genoemde gevallen kan de Commissie te allen tijde de Raad voorstellen te besluiten dat het gunnen van opdrachten voor het verrichten van diensten gedurende een bepaalde periode wordt geschorst of beperkt ten aanzien van:

a) ondernemingen waarop de wetgeving van het betrokken derde land van toepassing is;

b) ondernemingen die met ondernemingen als onder a) bedoeld zijn verbonden en die hun statutaire zetel in de Gemeenschap hebben, maar die geen daadwerkelijke en directe band met de economie van een Lid-Staat hebben;

c) ondernemingen die inschrijvingen indienen welke betrekking hebben op diensten die hun oorsprong hebben in het betrokken derde land.

De Raad neemt zijn besluit zo spoedig mogelijk en met gekwalificeerde meerderheid van stemmen.

De Commissie kan deze maatregelen uit eigen beweging of op verzoek van een Lid-Staat voorstellen.

5. Dit artikel laat de verplichtingen van de Gemeenschap ten aanzien van derde landen onverlet.

TITEL VI Slotbepalingen

Artikel 38

1. De waarde in nationale valuta van de in artikel 14 genoemde drempels wordt in principe om de twee jaar herzien; wat de drempels voor opdrachten voor leveringen betreft, geschiedt dit met ingang van de in Richtlijn 77/62/EEG vastgestelde datum en wat de drempels voor opdrachten voor de uitvoering van werken betreft met ingang van de in Richtlijn 71/305/EEG vastgestelde datum. Deze waarden worden berekend op de grondslag van het gemiddelde van de dagelijkse waarden van de genoemde valuta in ecu over de periode van 24 maanden die eindigt op de laatste dag van augustus onmiddellijk voorafgaande aan de eerste januari waarop de herziening plaatsvindt. De waarden worden in de eerste dagen van november bekendgemaakt in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen.

2. De in lid 1 beschreven berekeningswijze wordt onderzocht uit hoofde van de bepalingen van Richtlijn 77/62/EEG.

Artikel 39

1. Met betrekking tot opdrachten die worden geplaatst door aanbestedende diensten die een activiteit verrichten als omschreven in artikel 2, lid 2, onder d), wordt de Commissie bijgestaan door een comité van raadgevende aard, namelijk het Raadgevend Comité inzake opdrachten voor de telecommunicatiesector, bestaande uit vertegenwoordigers van de Lid-Staten en voorgezeten door een vertegenwoordiger van de Commissie.

2. De Commissie raadpleegt dit Comité over:

a) wijzigingen in bijlage X;

b) herziening van de waarden in nationale valuta van de drempels;

c) krachtens internationale overeenkomsten vastgestelde regels voor het plaatsen van opdrachten;

d) nader onderzoek van de toepassing van deze richtlijn;

e) de bepalingen van artikel 40, lid 2, betreffende aankondigingen en statistische overzichten.

Artikel 40

1. De bijlagen I tot en met X worden overeenkomstig de procedure van de leden 4 tot en met 8 herzien zodat zij voldoen aan de criteria van artikel 2.

2. De nadere regels voor de presentatie, toezending, ontvangst, vertaling, bewaring en verspreiding van de in de artikelen 21, 22 en 24 genoemde aankondigingen en van de in artikel 42 genoemde statistische overzichten worden ter vereenvoudiging vastgesteld volgens de procedure van de leden 4 tot en met 8.

3. De nomenclatuur in de bijlagen XVI A en XVI B en de verwijzingen in aankondigingen naar specifieke nomenclatuurposten kunnen volgens de procedure van de leden 4 tot en met 8 worden gewijzigd.

4. De herziene bijlagen en de nadere regels genoemd in de leden 1 en 2 worden bekendgemaakt in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen.

5. De Commissie wordt bijgestaan door het Raadgevend Comité inzake overheidsopdrachten en, in geval van herziening van bijlage X, door het in artikel 39 van deze richtlijn bedoelde Raadgevend Comité inzake opdrachten voor de telecommunicatiesector.

6. De Commissievertegenwoordiger legt het Comité een ontwerp voor van de te nemen besluiten. Het Comité brengt over dit ontwerp, zo nodig door middel van een stemming, advies uit binnen een termijn die de voorzitter kan vaststellen naar gelang van de urgentie van de zaak.

7. Het advies wordt in de notulen opgenomen; voorts heeft iedere Lid-Staat het recht te verzoeken dat zijn standpunt in de notulen wordt opgenomen.

8. De Commissie houdt zoveel mogelijk rekening met het door het Comité uitgebrachte advies. Zij brengt het Comité op de hoogte van de wijze waarop zij rekening heeft gehouden met zijn advies.

Artikel 41

1. De aanbestedende diensten bewaren met betrekking tot alle opdrachten de nodige informatie om later hun besluiten betreffende:

a) de erkenning en de selectie van de ondernemingen, leveranciers of dienstverrichters en de gunning van de opdrachten;

b) het hanteren van specificaties die afwijken van de Europese specificaties overeenkomstig artikel 18, lid 6;

c) het gebruik van procedures zonder voorafgaande oproep tot mededinging overeenkomstig artikel 21, lid 2;

d) het niet-toepassen van het bepaalde in de titels III, IV en V krachtens de afwijkingen bedoeld in titel I,

te kunnen rechtvaardigen.

2. De informatie wordt bewaard gedurende ten minste vier jaar na de datum waarop de opdracht is gegund opdat de aanbestedende dienst gedurende dit tijdsbestek op verzoek van de Commissie aan deze Instelling de noodzakelijke inlichtingen kan verstrekken.

Artikel 42

1. De Lid-Staten zien erop toe dat de Commissie ieder jaar op volgens de procedure van artikel 40, leden 4 tot en met 8, te bepalen wijze een statistisch overzicht krijgt betreffende de naar Lid-Staat en naar de in de bijlagen I tot en met X genoemde werkzaamhedencategorieën uitgesplitste totale waarde van de beneden de in artikel 14 genoemde drempels blijvende geplaatste opdrachten die anders onder de toepassing van deze richtlijn zouden zijn gevallen.

2. De regels worden vastgesteld overeenkomstig de procedure van artikel 40 en wel zodanig dat:

a) met het oog op administratieve vereenvoudiging de minder belangrijke opdrachten kunnen worden uitgesloten, voor zover de bruikbaarheid van de statistieken daaronder niet te lijden zal hebben;

b) de toegezonden gegevens vertrouwelijk worden behandeld.

Artikel 43

In Richtlijn 77/62/EEG wordt artikel 2, lid 2, als volgt gewijzigd:

"2. Deze richtlijn is niet van toepassing op:

a) opdrachten die worden geplaatst op gebieden, vermeld in de artikelen 2, 7, 8 en 9 van Richtlijn 90/531/EEG van de Raad van 17 september 1990 betreffende de procedures voor het plaatsen van opdrachten in de sectoren water- en energievoorziening, vervoer en telecommunicatie (*) en op opdrachten die voldoen aan de voorwaarden van artikel 6, lid 2, van die richtlijn;

b) leveringen die geheim zijn verklaard of waarvan de oplevering vergezeld moet gaan van bijzondere veiligheidsmaatregelen overeenkomstig de in de betrokken Lid-Staat van kracht zijnde wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen of wanneer de bescherming van de wezenlijke veiligheidsbelangen van die Staat zulks vereist.

(*) PB nr. L 297 van 29. 10. 1990, blz. 1.".

Artikel 44

Uiterlijk vier jaar na de tenuitvoerlegging van deze richtlijn onderwerpt de Commissie, in nauwe samenwerking met het Raadgevend Comité inzake overheidsopdrachten, de wijze waarop deze richtlijn is toegepast en de werkingssfeer ervan aan een nader onderzoek en doet zo nodig voorstellen tot aanpassing ervan, in het licht van de ontwikkelingen inzake met name de vooruitgang bij het openstellen van de markt en het peil van de mededinging. Ten aanzien van de aanbestedende diensten die een activiteit verrichten als omschreven in artikel 2, lid 2, onder d), treedt de Commissie op in nauwe samenwerking met het Raadgevend Comité inzake opdrachten voor de telecommunicatiesector.

Artikel 45

1. De Lid-Staten treffen de nodige maatregelen om aan de bepalingen van deze richtlijn te voldoen en passen deze uiterlijk op 1 juli 1994 toe. Zij stellen de Commissie daarvan onverwijld in kennis.

2. Het Koninkrijk Spanje kan evenwel bepalen dat de in lid 1 bedoelde maatregelen eerst vanaf 1 januari 1997 van toepassing zijn en de Helleense Republiek en de Portugese Republiek kunnen bepalen dat de in lid 1 bedoelde maatregelen eerst vanaf 1 januari 1998 van toepassing zijn.

3. Onverminderd de verplichtingen van de Lid-Staten inzake de in artikel 37 van Richtlijn 90/531/EEG vermelde termijnen, sorteert die richtlijn geen rechtsgevolgen meer vanaf de datum van toepassing van de onderhavige richtlijn door de Lid-Staten.

4. Verwijzingen naar Richtlijn 90/531/EEG gelden als verwijzingen naar de onderhavige richtlijn.

Artikel 46

Wanneer de Lid-Staten de in artikel 45 bedoelde bepalingen aannemen, wordt in die bepalingen naar de onderhavige richtlijn verwezen of wordt hiernaar verwezen bij de officiële bekendmaking van die bepalingen. De regels voor deze verwijzing worden vastgesteld door de Lid-Staten.

Artikel 47

De Lid-Staten delen de Commissie de tekst mede van alle belangrijke bepalingen van intern recht die zij op het onder deze richtlijn vallende gebied vaststellen.

Artikel 48

Deze richtlijn is gericht tot de Lid-Staten.

Gedaan te Luxemburg, 14 juni 1993.

Voor de Raad De Voorzitter J. TROEJBORG

(1) PB nr. C 337 van 31. 12. 1991, blz. 1.

(2) PB nr. C 176 van 13. 7. 1992, blz. 136, enPB nr. C 150 van 31. 5. 1993.

(3) PB nr. C 106 van 27. 4. 1992, blz. 6.

(4) PB nr. L 185 van 16. 8. 1971, blz. 5. Richtlijn laatstelijk gewijzigd bij Richtlijn 89/440/EEG (PB nr. L 210 van 21. 7. 1989, blz. 1).

(5) PB nr. L 13 van 15. 1. 1977, blz. 1. Richtlijn laatstelijk gewijzigd bij Richtlijn 88/295/EEG (PB nr. L 127 van 20. 5. 1988, blz. 1).

(6) PB nr. L 374 van 31. 12. 1987, blz. 1.

(7) PB nr. L 374 van 31. 12. 1987, blz. 9.

(8) PB nr. L 374 van 31. 12. 1987, blz. 12.

(9) PB nr. L 374 van 31. 12. 1987, blz. 19.

(10) PB nr. L 193 van 18. 7. 1983, blz. 1. Richtlijn laatstelijk gewijzigd bij Richtlijn 90/605/EEG (PB nr. L 317 van 16. 11. 1990, blz. 60).

(11) PB nr. L 40 van 11. 2. 1989, blz. 12.

(12) PB nr. L 209 van 24. 7. 1992, blz. 1.

(13) PB nr. L 185 van 16. 8. 1971, blz. 15. Besluit laatstelijk gewijzigd bij Besluit 77/63/EEG (PB nr. L 13 van 15. 1. 1977, blz. 15).

(14) PB nr. L 217 van 5. 8. 1986, blz. 21.

(15) PB nr. L 36 van 7. 2. 1987, blz. 31.

(16) PB nr. L 148 van 28. 6. 1968, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EEG) nr. 3860/87 (PB nr. L 363 van 23. 12. 1987, blz. 30).

BIJLAGE I

AANBESTEDENDE DIENSTEN OP HET GEBIED VAN DE PRODUKTIE, HET VERVOER OF DE DISTRIBUTIE VAN DRINKWATER BELGIË Dienst ingesteld ingevolge het décret du 2 juillet 1987 de la région wallonne érigeant en entreprise régionale de production et d'adduction d'eau le service du ministère de la région chargé de la production et du grand transport d'eau.

Dienst ingesteld ingevolge het arrêté du 23 avril 1986 portant constitution d'une société wallonne de distribution d'eau.

Dienst ingesteld ingevolge het Besluit van de Vlaamse Gemeenschap houdende vaststelling van de statuten van de Vlaamse Maatschappij voor Watervoorziening.

Diensten voor de produktie of de distributie van water ingesteld ingevolge de wet betreffende de intercommunales van 22 december 1986.

Diensten voor de produktie of distributie van water ingesteld ingevolge de gemeentewet, artikel 147 bis, ter en quater inzake gemeentebedrijven.

DENEMARKEN Diensten voor de produktie of distributie van water, bedoeld in artikel 3, lid 3, van lovbekendtgoerelse om vandforsyning m.v. af 4. juli 1985.

DUITSLAND Diensten voor de produktie of distributie van water bedoeld in de Eigenbetriebsverordnungen of Eigenbetriebsgesetze van de Laender (Kommunale Eigenbetriebe).

Diensten voor de produktie of distributie van water overeenkomstig de Gesetze ueber die Kommunale Gemeinschaftsarbeit oder Zusammenarbeit van de Laender.

Diensten voor de produktie van water overeenkomstig de Gesetz ueber Wasser- und Bodenverbaende vom 10. Februar 1937 en de erste Verordnung ueber Wasser- und Bodenverbaende vom 3. September 1937.

(Regiebetriebe) voor de produktie of distributie van water overeenkomstig de Kommunalgesetze, en in het bijzonder de Gemeindeordnungen der Laender.

Diensten ingesteld overeenkomstig de Aktiengesetz vom 6. September 1965, zuletzt geaendert am 19. Dezember 1985 of GmbH-Gesetz vom 20. Mai 1898, zuletzt geaendert am 15. Mai 1986, of die de rechtsvorm hebben van een Kommanditgesellschaft, voor de produktie of distributie van water op grond van een speciale overeenkomst met de regionale of lokale overheden.

GRIEKENLAND Het waterleidingbedrijf van Athene (Etaireia Ydrefseos - Apochetefseos Protevoysis) ingesteld overeenkomstig wet 1068/80 van 23 augustus 1980.

Het waterleidingbedrijf van Saloniki (Organismos Ydrefseos Thessalonikis) dat zijn bedrijvigheid uitoefent overeenkomstig Presidentieel Besluit 61/1988.

Het waterleidingbedrijf van Volos (Etaireia Ydrefseos Voloy) dat zijn bedrijvigheid uitoefent overeenkomstig wet 890/1979.

Gemeentebedrijven (Dimotikes Epicheiriseis Ydrefseos-Apochetefseos) voor de produktie of distributie van water, ingesteld overeenkomstig wet 1069/80 van 23 augustus 1980.

Samenwerkingsverbanden van lagere overheden (Syndesmoi Ydrefsis) die hun bedrijvigheid uitoefenen op grond van de wet op de lagere overheden ((Kodikas Dimon kai Koinotiton) uitgevoerd op grond van Presidentieel Besluit 76/1985.

SPANJE Diensten voor de produktie of distributie van water overeenkomstig Ley no 7/1985 de 2 de abril de 1985. Reguladora de las Bases del Régimen local en het Decreto Real no 781/1986 Texto Refundido Régimen local.

- Canal de Isabel II, Ley de la Comunidad Autónoma de Madrid de 20 de diciembre de 1984.

- Mancomunidad de los Canales de Taibilla, Ley de 27 de abril de 1946.

FRANKRIJK Diensten voor de produktie of distributie van water overeenkomstig de:

dispositions générales sur les régies, code des communes L 323-1 à L 328-8, R 323-1 à R 323-6 (dispositions générales sur les régies); of

code des communes L 323-8 R 323-4 (régies directes ou de fait); of

décret-loi du 28 décembre 1926, règlement d'administration publique du 17 février 1930, code des communes L 323-10 à L 323-13, R 323-75 à 323-132 (régies à simple autonomie financière); of

code des communes L 323-9, R 323-7 à R 323-74, décret du 19 octobre 1959 (régies à personnalité morale et à autonomie financière); of

code des communes L 324-1 à L 324-6, R 324-1 à R 324-13 (gestion déléguée, concession et affermage); of

jurisprudence administrative, circulaire intérieure du 13 décembre 1975 (gérance); of

code des communes R 324-6, circulaire intérieure du 13 décembre 1975 (régie intéressée); of

circulaire intérieure du 13 décembre 1975 (exploitation aux risques et périls); of

décret du 20 mai 1955, loi du 7 juillet 1983 sur les sociétés d'économie mixte (participation à une société d'économie mixte); of

code des communes L 322-1 à L 322-6, R 322-1 à R 322-4 (dispositions communes aux régies, concessions et affermages).

IERLAND Diensten die water produceren of distribueren overeenkomstig de Local Government (Sanitary Services) Act 1878 to 1964.

ITALIË Diensten die water produceren of distribueren overeenkomstig de Testo unico delle leggi sull'assunzione diretta dei pubblici servizi da parte dei comuni e delle province approvato con Regio Decreto 15 ottobre 1925, n. 2578 en het Decreto del P.R. n. 902 del 4 ottobre 1986.

Ente Autonomo Acquedotto Pugliese ingesteld overeenkomstig RDL 19 ottobre 1919, n. 2060.

Ente Acquedotti Siciliani ingesteld overeenkomstig leggi regionali 4 settembre 1979, n. 2/2 e 9 agosto 1980, n. 81.

Ente Sardo Acquedotti e Fognature ingesteld overeenkomstig legge 5 luglio 1963, n. 9.

LUXEMBURG De territoriale instanties voor watervoorziening.

Samenwerkingsverbanden van territoriale instanties voor de produktie of distributie van water ingesteld overeenkomstig de loi du 14 février 1900 concernant la création des syndicats de communes telle qu'elle a été modifiée et complétée par la loi du 23 décembre 1958 et par la loi du 29 juillet 1981 en overeenkomstig de loi du 31 juillet 1962 ayant pour objet le renforcement de l'alimentation en eau potable du grand-duché du Luxembourg à partir du réservoir d'Esch-sur-Sûre.

NEDERLAND Diensten voor de produktie of distributie van water overeenkomstig de Waterleidingwet van 6 april 1957, gewijzigd bij de wetten van 30 juni 1967, 10 september 1975, 23 juni 1976, 30 september 1981, 25 januari 1984, 29 januari 1986.

PORTUGAL Empresa Pública das Águas Livres voor de produktie of distributie van water overeenkomstig de Decreto-Lei no 190/81 de 4 de Julho de 1981.

Plaatselijke instanties voor de produktie of distributie van water.

VERENIGD KONINKRIJK Watercompanies voor de produktie of distributie van water overeenkomstig de Water Acts 1945 en 1989.

Central Scotland Water Development Board, die water produceert en de Water Authorities voor de produktie of distributie van water overeenkomstig de Water (Scotland) Act 1980.

Het Department of the Environment for Northern Ireland dat belast is met de produktie en distributie van water overeenkomstig de Water and Sewerage (Northern Ireland) Order 1973.

BIJLAGE II

AANBESTEDENDE DIENSTEN OP HET GEBIED VAN DE PRODUKTIE, HET VERVOER OF DE DISTRIBUTIE VAN ELEKTRICITEIT BELGIË Diensten op het gebied van vervoer of distributie van elektriciteit overeenkomstig artikel 5 betreffende gemeentelijke en intercommunale bedrijven van de wet op de elektriciteitsvoorziening van 10 maart 1925.

Diensten op het gebied van vervoer of distributie van elektriciteit overeenkomstig de wet betreffende de intercommunales van 22 december 1986.

EBES, Intercom, Unerg en andere diensten op het gebied van produktie, vervoer of distributie van elektriciteit aan wie een concessie is verleend voor de distributie overeenkomstig artikel 8 van de gemeentelijke en intercommunale vergunningen van de wet op de elektriciteitsvoorziening van 10 maart 1925.

De Openbare Elektriciteitsmaatschappij (Société publique de production d'électricité (SPE)).

DENEMARKEN Diensten op het gebied van de produktie of het vervoer van elektriciteit op basis van een licentie overeenkomstig paragraf 3, stk. 1, van de lov nr. 54 af 25. februar 1976 om elforsyning, jf. bekendtgoerelse nr. 607 af 17. december 1976 om elforsyningslovens anvendelsesomraade.

Diensten op het gebied van de distributie van elektriciteit, als bedoeld in paragraf 3, stk. 2, van de lov nr. 54 af 25. februar 1976 om elforsyning, lf. bekendtgoerelse nr. 607 af 17. december 1976 om elforsyningslovens anvendelsesomraade en op basis van machtiging tot onteigening overeenkomstig de artikelen 10 tot en met 15 van de lov om elektriske staerkstroemsanlaeg, jf. lovbekendtgoerelse nr. 669 af 28. december 1977.

DUITSLAND Diensten op het gebied van de produktie, het vervoer of de distributie van elektriciteit, als bedoeld in paragraaf 2, lid 1, van de Gesetz zur Foerderung der Energiewirtschaft (Energiewirtschaftsgesetz) vom 13. Dezember 1935, laatstelijk gewijzigd door de Gesetz vom 19. 12. 1977, en eigen elektriciteitsproduktie voor zover deze is onderworpen aan de werking van artikel 2, lid 5, van de richtlijn.

GRIEKENLAND De Dimosia Epicheirisi Ilektrismoy (Openbare Energiemaatschappij). Ingesteld overeenkomstig wet 1468 van 2 augustus 1950, Peri idryseos Dimosias Epicheiriseos Ilektrismoy, en werkzaam op grond van wet 57/85, Domi, rolos kai tropos dioikisis kai leitoyrgias tis koinonikopoiimenis Dimosias Epicheirisis Ilektrismoy.

SPANJE De diensten werkzaam op het gebied van produktie, vervoer of distributie van elektriciteit ingevolge artikel I van de Decreto, de 12 de marzo de 1954, dat de Reglamento de verificaciones eléctricas y regularidad en el suministro de energía goedkeurt. Decreto 2617/1966, de 20 de octubre, sobre autorización administrativa en materia le instalaciones eléctricas.

Red Eléctrica de España SA, opgericht ingevolge de Decreto Real no 91/1985 de 23 de enero.

FRANKRIJK Électricité de France, ingesteld bij en werkzaam op grond van de loi 46/6288 du 8 avril 1946 sur la nationalisation de l'électricité et du gaz.

Diensten (sociétés d'économie mixte of régies) op het gebied van distributie van elektriciteit als bedoeld in artikel 28 van de loi 48/1260 du 12 août 1948 portant modification des lois 46/6288 du 8 avril 1946 et 46/2298 du 21 octobre 1946 sur la nationalisation de l'électricité et du gaz.

Compagnie nationale du Rhône.

IERLAND The Electricity Supply Board (ESB) ingesteld bij en werkzaam op grond van de Electricity Supply Act 1927.

ITALIË Ente nazionale per l'energia elettrica ingesteld bij de legge n. 1643, 6 dicembre 1962 approvato con Decreto n. 1720, 21 dicembre 1965.

Diensten die werkzaam zijn op grond van een concessie overeenkomstig artikel 4, leden 5 of 8, van legge 6 dicembre 1962, n. 1643 - Istituzione dell'Ente nazionale per la energia elettrica e trasferimento ad esso delle imprese esercenti le industrie elettriche.

Diensten die werkzaam zijn op grond van een concessie overeenkomstig artikel 20 van de Decreto del Presidente della Repubblica 18 marzo 1965, n. 342.

LUXEMBURG Compagnie grand-ducale d'électricité de Luxembourg, die elektriciteit produceert of distribueert overeenkomstig de convention du 11 novembre 1927 concernant l'établissement et l'exploitation des réseaux de distribution d'énergie électrique dans le grand-duché du Luxembourg approuvée par la loi du 4 janvier 1928.

Société électrique de l'Our (SEO).

Syndicat de communes SIDOR.

NEDERLAND Elektriciteitsproduktie Oost-Nederland.

Elektriciteitsbedrijf Utrecht-Noord-Holland-Amsterdam (UNA).

Elektriciteitsbedrijf Zuid-Holland (EZH).

Elektriciteitsproduktiemaatschappij Zuid-Nederland (EPZ).

Provinciale Zeeuwse Energie Maatschappij (PZEM).

Samenwerkende Elektriciteitsbedrijven (SEP).

Diensten op het gebied van de distributie van elektriciteit op basis van een vergunning van de provinciale overheid overeenkomstig de Provinciewet.

PORTUGAL Electricidade de Portugal ingesteld bij Decreto-Lei no 502/76 van de 30 de Junho de 1976.

Diensten op het gebied van de distributie van elektriciteit ingevolge artigo 1o do Decreto-Lei no 344-B/82 de 1 de Setembro de 1982, gewijzigd door Decreto-Lei no 297/86 de 19 de Setembro de 1986.

Diensten op het gebied van de produktie van elektriciteit overeenkomstig de Decreto Lei no 189/88 de 27 de Maio de 1988.

Onafhankelijke elektriciteitsproducenten overeenkomstig de Decreto-Lei no 189/88 de 27 de Maio de 1988.

Empresa de Electricidade dos Açores - EDA, EP, opgericht overeenkomstig Decreto Regional no 16/80 de 21 de Agosto de 1980.

Empresa de Electricidade da Madeira, EP, opgericht overeenkomstig Decreto-Lei no 12/74 de 17 de Janeiro de 1974 en geregionaliseerd overeenkomstig Decreto-Lei no 31/79 de 24 de Fevereiro de 1979 en Decreto-Lei no 91/79 de 19 de Abril de 1979.

VERENIGD KONINKRIJK De Central Electricity Generating Board (CEGB), en de Area Electricity Boards, die werkzaam zijn op het gebied van produktie, vervoer of distributie van elektriciteit ingevolge de Electricity Act 1947, Electricity Act 1957. De North of Scotland Hydro-Electricity Board (NSHB), op het gebied van de produktie, het transport en de distributie van elektriciteit overeenkomstig de South Scotland Electricity Board (SSEB), de Electricity (Scotland) Act 1979. De Northern Ireland Electricity Service (NIES), opgericht ingevolge de Electricity Supply (Northern Ireland) Order 1972.

BIJLAGE III

AANBESTEDENDE DIENSTEN OP HET GEBIED VAN HET VERVOER, DE OPSLAG OF DE DISTRIBUTIE VAN GAS OF WARMTE BELGIË Distrigaz SA, werkzaam op grond van de wet van 29 juli 1983.

Diensten op het gebied van het vervoer van gas (op basis van een vergunning of concessie) overeenkomstig de wet van 12 april 1965, als gewijzigd bij de wet van 28 juli 1987.

Diensten op het gebied van de distributie van gas en werkzaam overeenkomstig de wet betreffende de intercommunales van 22 december 1986.

Plaatselijke overheden, of verenigingen daarvan, die verwarming aan het publiek aanbieden.

DENEMARKEN Dansk Olie og Naturgas A/S, werkzaam op basis van een exclusief recht, verleend overeenkomstig de bekendtgoerelse nr. 869 af 18. juni 1979 om eneretsbevilling til indfoersel, forhandling, transport og oplagring af naturgas.

Diensten die werkzaam zijn overeenkomstig lov nr. 294 af 7. juni 1972 om naturgasforsyning.

Diensten die werkzaam zijn op het gebied van de distributie van gas of warmte op grond van een vergunning overeenkomstig hoofdstuk IV van lov om varmeforsyning, jf. lovbekendtgoerelse nr. 330 af 29. juni 1983.

Diensten op het gebied van het vervoer van gas op grond van een vergunning overeenkomstig bekendtgoerelse nr. 141 af 13. marts 1974 om roerledningsanlaeg paa dansk kontinentalsokkelomraade til transport af kulbrinter (het installeren van pijpleidingen op het continentaal plat voor het vervoer van koolwaterstoffen).

DUITSLAND Diensten voor het vervoer of de distributie van gas als bedoeld in paragraaf 2, lid 2, van de Gesetz zur Foerderung der Energiewirtschaft vom 13. Dezember 1935 (Energiewirtschaftsgesetz), laatstelijk gewijzigd bij de wet van 19. 12. 1977.

Plaatselijke overheden of verenigingen daarvan, die verwarming aan het publiek aanbieden.

GRIEKENLAND DEP, die zich bezighoudt met vervoer of distributie van gas overeenkomstig Ministerieel Besluit 2583/1987 (Anathesi sti Dimosia Epicheirisi Petrelaioy armodiotiton schetikon me to fysiko aerio) Systasi tis DEPA AE (Dimosia Epicheirisi Aerioy, Anonymos Etaireia).

Gemeentelijk Gasbedrijf van Athene NV, DEFA dat belast is met het vervoer of de distributie van gas.

SPANJE Diensten die werkzaam zijn op grond van Ley no 10 de 15 de junio de 1987.

FRANKRIJK Société nationale des gaz du Sud-Ouest, die belast is met het vervoer van gas.

Gaz de France, ingesteld bij en werkzaam op grond van de loi 46/6288 du 8 avril 1946 sur la nationalisation de l'électricité et du gaz.

Diensten (sociétés d'économie mixte of régies) voor de distributie van elektriciteit als genoemd in artikel 23 van de loi 48/1260 du 12 août 1948 portant modification des lois 46/6288 du 8 avril 1946 et 46/2298 du 21 octobre 1946 sur la nationalisation de l'électricité et du gaz.

Compagnie française du méthane, die zich bezighoudt met het vervoer van gas.

Plaatselijke overheden, of verenigingen daarvan, die verwarming aan het publiek aanbieden.

IERLAND Irish Gas Board werkzaam op grond van de Gas Act 1976 to 1987 en andere diensten geregeld bij statuut.

Dublin Corporation, die openbare warmtevoorziening verzorgt.

ITALIË SNAM en SGM e Montedison, die zich bezighouden met het vervoer van gas.

Diensten op het gebied van de distributie van gas overeenkomstig de Testo unico delle leggi sull'assunzione diretta dei pubblici servizi da parte dei comuni e delle province approvato con Regio Decreto 15 ottobre 1925, n. 2578 en het Decreto del P.R. n. 902 del 4 ottobre 1986.

Diensten voor openbare warmtevoorziening overeenkomstig de Legge 29 maggio 1982, n. 308 - Norme sul contentimento dei consumi energetici, lo sviluppo delle fonti rinnovabili di energia, l'esercizio di centrali elettriche alimentate con combustibili diversi dagli idrocarburi.

Plaatselijke overheden, of verenigingen daarvan, die verwarming aan het publiek aanbieden.

LUXEMBURG Société de transport de gaz SOTEG SA.

Gaswierk Esch-Uelzecht SA.

Service industriel de la commune de Dudelange.

Service industriel de la commune de Luxembourg.

NEDERLAND NV Nederlandse Gasunie.

Diensten op het gebied van vervoer of distributie van gas op basis van een door de plaatselijke overheden overeenkomstig de Gemeentewet verleende vergunning.

Plaatselijke en provinciale instanties voor het vervoer of de distributie van gas overeenkomstig de Gemeentewet en de Provinciewet.

Plaatselijke overheden, of verenigingen daarvan, die verwarming aan het publiek aanbieden.

PORTUGAL Petroquímica e Gás de Portugal, EP overeenkomstig Decreto-Lei no 346-A/88 de 29 de Setembro de 1988.

VERENIGD KONINKRIJK British Gas plc en andere diensten die werkzaam zijn op grond van de Gas Act 1986.

Plaatselijke overheden, of verenigingen daarvan, die verwarming aan het publiek aanbieden, overeenkomstig de Local Government (Miscellaneous Provisions) Act 1976.

Electricity Boards voor de distributie van verwarming, overeenkomstig de Electricity Act 1947.

BIJLAGE IV

AANBESTEDENDE DIENSTEN OP HET GEBIED VAN EXPLORATIE EN WINNING VAN AARDOLIE EN AARDGAS De diensten aan wie machtiging, vergunning, licentie of concessie werd verleend voor de exploratie of winning van olie en aardgas overeenkomstig de volgende wettelijke bepalingen:

BELGIË Wet van 1 mei 1939, aangevuld bij Koninklijk Besluit nr. 83 van 28 november 1939 betreffende het opsporen en de winning van aardolie en aardgas

[Koninklijk Besluit van 15 november 1919]

[Koninklijk Besluit van 7 april 1953]

[Koninklijk Besluit van 15 maart 1960] [Wet inzake het continentaal plat van 15 juni 1969]

Arrêté de l'exécutif régional wallon van 29 september 1982.

Besluit van de Vlaamse Executieve van 30 mei 1984.

DENEMARKEN Lov nr. 293 af 10. juni om anvendelse af Danmarks undergrund.

Lov om kontinentalsoklen, jf. lovbekendtgoerelse nr. 182 af 1. maj 1979.

DUITSLAND Bundesberggesetz vom 13. August 1980, laatstelijk gewijzigd op 12 februari 1990.

GRIEKENLAND Wet 87/1975 tot instelling van DEP-EKY (Peri idryseos Dimosias Epicheiriseos Petrelaioy).

SPANJE Ley sobre investigación y Explotación de Hidrocarburos de 27 de junio de 1974 en de toepassingsbesluiten daarvan.

FRANKRIJK Code minier (décret 56-838 du 16 août 1956), als gewijzigd bij de loi 56-1327 du 29 décembre 1956, ordonnance 58-1186 du 10 décembre 1958, décret 60-800 du 2 août 1960, décret 61-359 du 7 avril 1961, loi 70-1 du 2 janvier 1970, loi 77-620 du 16 juin 1977, décret 80-204 du 11 mars 1980.

IERLAND Continental Shelf Act 1960.

Petroleum and Other Minerals Development Act 1960.

Ireland Exclusive Licensing Terms 1975.

Revised Licensing Terms 1987.

Petroleum (Production) Act (NI) 1964.

ITALIË Legge 10 febbraio 1953, n. 136.

Legge 11 gennaio 1957, n. 6, als gewijzigd bij Legge 21 luglio 1967, n. 613.

LUXEMBURG -

NEDERLAND Mijnwet nr. 285 van 21 april 1810.

Wet opsporing delfstoffen nr. 258 van 3 mei 1967.

Mijnwet continentaal plat 1965, nr. 428 van 23 september 1965.

PORTUGAL Area emmergée :

Decreto-Lei no 543/74 de 16 de Outubro de 1974, no 168/77 de 23 de Abril de 1977, no 266/80 de 7 de Agosto de 1980, no 174/85 de 21 de Maio de 1985 en Despacho no 22 de 15 de Março de 1979.

Area immergée :

Decreto-Lei no 47973 de 30 de Setembro de 1967, no 49369 de 11 de Novembro de 1969, no 97/71 de 24 de Março de 1971, no 96/74 de 13 de Março de 1974, no 266/80 de 7 de Agosto de 1980, no 2/81 de 7 de Janeiro de 1981 en no 245/82 de 22 de Junho de 1982.

VERENIGD KONINKRIJK Petroleum (Production) Act 1934, als aangevuld bij de Continental Shelf Act 1964.

Petroleum (Production) Act (Northern Ireland) 1964.

BIJLAGE V

AANBESTEDENDE DIENSTEN OP HET GEBIED VAN DE EXPLORATIE EN WINNING VAN STEENKOOL OF ANDERE VASTE BRANDSTOFFEN BELGIË Diensten op het gebied van de exploratie of winning van steenkool en andere vaste brandstoffen overeenkomstig het arrêté du Régent du 22 août 1948 en de loi du 22 avril 1980.

DENEMARKEN Op het gebied van exploratie of winning van steenkool of andere vaste brandstoffen de lovbekendtgoerelse nr. 531 af 10. oktober 1984.

DUITSLAND Diensten op het gebied van de exploratie of winning van steenkool of andere vaste brandstoffen overeenkomstig de Bundesberggesetz vom 13. August 1980, laatstelijk gewijzigd op 12 februari 1990.

GRIEKENLAND Openbaar energiebedrijf Dimosia Epicheirisi Ilektrismoy, dat is belast met de exploratie of winning van steenkool of andere vaste brandstoffen overeenkomstig de Mijnwet van 1973, als gewijzigd bij de wet van 27 april 1976.

SPANJE Diensten op het gebied van de exploratie of winning van steenkool of andere vaste brandstoffen ingevolge Ley 22/1973, de 21 de julio de 1973, de Minas, gewijzigd bij Ley 54/1980 de 5 de noviembre de 1980 en bij Real Decreto Legislativo 1303/1986 de 28 de junio de 1986.

FRANKRIJK Diensten op het gebied van de exploratie of winning van steenkool of andere vaste brandstoffen overeenkomstig de code minier (décret 56-863 du 16 août 1956), als gewijzigd bij loi 77-620 du 16 juin 1977, décret 80-204 en arrêté du 11 mars 1980.

IERLAND Bord na Mona

Diensten op het gebied van de exploratie en winning van steenkool overeenkomstig de Minerals Development Acts, 1940-1970.

ITALIË Carbo Sulcis SpA

LUXEMBURG -

NEDERLAND -

PORTUGAL Empresa Carbonífera do Douro.

Empresa Nacional de Urânio.

VERENIGD KONINKRIJK British Coal Board, ingesteld overeenkomstig de Coal Industry Nationalization Act 1946.

Diensten aan welke een vergunning is verleend door de BCC overeenkomstig de Coal Industry Nationalization Act 1946.

Diensten op het gebied van de exploratie of winning van steenkool en andere vaste brandstoffen overeenkomstig de Mineral Development Act (Northern Ireland) 1969.

BIJLAGE VI

AANBESTEDENDE DIENSTEN OP HET GEBIED VAN VERVOERDIENSTEN PER TREIN BELGIË Société nationale des chemins de fer belges/Nationale Maatschappij der Belgische Spoorwegen.

DENEMARKEN Danske Statsbaner (DSB).

Diensten werkzaam op grond van [ingesteld bij] lov nr. 295 af 6. juni 1984 om privatbanerne, jf. lov nr. 245 af 6. august 1977.

DUITSLAND Deutsche Bundesbahn.

Andere openbare vervoerdiensten per trein, als genoemd in paragraaf 2, lid 1, van de Allgemeine Eisenbahngesetz vom 29. Maerz 1951.

GRIEKENLAND Organismos Sidirodromon Ellados (OSE)/Organisme des chemins de fer de Grèce.

SPANJE Red Nacional de Los Ferrocarriles Españoles.

Ferrocarriles de Vía Estrecha (FEVE).

Ferrocarriles de la Generalitat de Catalunya (FGC).

Eusko Trenbideak (Bilbao).

Ferrocarriles de la Generalitat Valenciana (FGV).

FRANKRIJK Société nationale des chemins de fer français en andere réseaux ferroviaires ouverts au public, als bedoeld in de loi d'orientation des transports intérieurs du 30 décembre 1982, titre II, chapitre 1er du transport ferroviaire.

IERLAND Iarnrod Éireann (Irish Rail).

ITALIË Ferrovie dello Stato.

Spoorwegdiensten die werkzaam zijn op grond van een concessie overeenkomstig artikel 10 van de Regio Decrete 9 maggio 1912, n. 1447, che approva il Testo unico delle disposizioni di legge per le ferrovie concesse dall'industria privata, le tramvie a trazione meccanica e gli automobili.

Diensten die werkzaam zijn op grond van een door de Staat overeenkomstig speciale wetten verleende concessie, cf. Titolo XI, Capo II, Sezione Ia van Regio Decreto 9 maggio 1912, n. 1447, che approva il Testo unico delle disposizioni di legge per le ferrovie concesse all'industria privata, le tramvie a trazione meccanica e gli automobili.

Spoorwegdiensten die werkzaam zijn op grond van een concessie overeenkomstig artikel 4 van de Legge 14 giugno 1949, n. 410 - Concorso dello Stato per la riattivazione dei pubblici servizi di trasporto in concessione.

Spoorwegdiensten of plaatselijke overheden die spoorwegdiensten verzorgen op grond van een concessie overeenkomstig artikel 14 van de Legge 2 agosto 1952, n. 1221 - Provedimenti per l'esercizio ed il potenziamento di ferrovie e di altre linee di trasporto in regime di concessione.

LUXEMBURG Chemins de fer luxembourgeois (CFL).

NEDERLAND Nederlandse Spoorwegen NV.

PORTUGAL Caminhos de Ferro Portugueses.

VERENIGD KONINKRIJK British Railway Board.

Northern Ireland Railways.

BIJLAGE VII

AANBESTEDENDE DIENSTEN OP HET GEBIED VAN STADSSPOORWEG-, TRAM-, TROLLEY- OF BUSVERBINDINGEN BELGIË Société nationale des chemins de fer vicinaux (SNCV)/Nationale Maatschappij van Buurtspoorwegen (NMB)

Openbare vervoerdiensten die werkzaam zijn op grond van een overeenkomst met de NMB overeenkomstig de artikelen 16 en 21 van de besluitwet van 30 december 1946 betreffende het betaald vervoer van personen over de weg per autobus of autocar.

Maatschappij voor het Intercommunaal Vervoer te Brussel (MIVB),

Maatschappij van het Intercommunaal Vervoer te Antwerpen (MIVA),

Maatschappij van het Intercommunaal Vervoer te Gent (MIVG),

Société des transports intercommunaux de Charleroi (STIC),

Société des transports intercommunaux de la région liégeoise (STIL),

Société des transports intercommunaux de l'agglomération verviétoise (STIAV), en andere diensten die ingesteld zijn overeenkomstig de loi relative à la création de sociétés de transports en commun urbains/Wet betreffende de oprichting van maatschappijen voor stedelijk gemeenschappelijk vervoer van 22 februari 1962.

Openbare vervoerdiensten krachtens een overeenkomst met de MIVB overeenkomstig artikel 10 of met andere transportdiensten overeenkomstig artikel 11 van Koninklijk Besluit 140 van 30 december 1982 betreffende de saneringsmaatregelen toepasselijk op sommige instellingen van openbaar nut, behorend tot het Ministerie van Verkeerswezen.

DENEMARKEN Danske Statsbaner (DSB)

Openbare busdiensten die werkzaam zijn (almindelig rutekorsel) op basis van een vergunning overeenkomstig lov nr. 115 af 29 marts 1978 om buskoersel.

DUITSLAND Openbare vervoerdiensten (oeffentlichen Personennahverkehr) overeenkomstig het Personenbefoerderungsgesetz vom 21. Maerz 1961, laatstelijk gewijzigd per 25 juli 1989.

GRIEKENLAND Ilektrokinita Leoforeia Periochis Athinon-Peiraios (trolleybussen in de regio Athene-Piraeus) die werkzaam zijn op grond van decreet 768/1970 en wet 588/1977.

Ilektrikoi Sidirodromoi Athinon-Peiraios (elektrische spoorwegen Athene-Piraeus) die werkzaam zijn op grond van de wetten 352/1976 en 588/1977.

Epicheirisi Astikon Sygkoinonion (stadsvervoermaatschappij) werkzaam overeenkomstig wet 588/1977.

Koino Tameio Eisirazeos Leoforeion (Gemeenschappelijk Fonds voor busexploitatie) dat werkzaam is op grond van decreet 102/1973.

RODA (Dimotiky Epicheirisi Leoforeion Rodoy) (RODA: gemeentelijk busbedrijf op Rhodos).

Organismos Astikon Sygkoinonion Thessalonikis (stadsvervoerbedrijf van Thessaloniki) dat werkzaam is op grond van decreet 3721/1957 en wet 716/1980.

SPANJE Diensten voor openbaar vervoer overeenkomstig Ley de Régimen local.

Corporación metropolitana de Madrid.

Corporación metropolitana de Barcelona.

Diensten voor openbaar vervoer per bus, overeenkomstig artikel 71 van de Ley de Ordenación de Transportes Terrestres de 31 de julio de 1987.

Openbare stads- en streekbusdiensten overeenkomstig artikel 113 van de Ley de Ordinación de Transportes Terrestres de 31 de julio de 1987.

FEVE, RENFE (of Empresa Nacional de Transportes de Viajeros por Carretera) die openbare busdiensten exploiteren overeenkomstig de Disposiciones adicionales, Primera, de la Ley de Ordenación de Transportes Terrestres de 31 de julio de 1957.

Diensten voor openbaar busvervoer overeenkomstig de Disposiciones Transitorias, Tercera, de la Ley de Ordenación de Transportes Terrestres de 31 de julio de 1957.

FRANKRIJK Openbare vervoerdiensten als bedoeld in artikel 7 II van de loi 82-1153 du 30 décembre 1982, transports intérieurs, orientation.

Régie autonome des transports parisiens, Société nationale des chemins de fer français, APTR, en andere openbare vervoerdiensten die werkzaam zijn op grond van een vergunning van het syndicat des transports parisiens krachtens de ordonnance de 1959 et ses décrets d'application relatifs à l'organisation des transports de voyageurs dans la région parisienne.

IERLAND Iarnrod Éireann (Irish Rail).

Bus Éireann (Irish Bus).

Bus Átha Alath (Dublin Bus).

Openbare vervoerdiensten overeenkomstig de gewijzigde Road Transport Act 1932.

ITALIË Openbare vervoerdiensten die werkzaam zijn op basis van een concessie overeenkomstig de Legge 28 settembre 1939, n. 1822 - Disciplina degli autoservizi di linea (autolinee per viaggiatori, bagagli e pacchi agricoli in regime di concessione all'industria privata) - artikel 1, als gewijzigd bij artikel 45 van het Decreto del Presidente della Repubblica 28 giugno 1955, n. 771.

Openbare vervoerdiensten in de zin van artikel 1, n. 15, van Regio Decreto 15 ottobre 1925, n. 2578 - Approvazione del Testo unico della legge sull'assunzione diretta dei pubblici servizi da parte dei comuni e delle province (Stadsbusdiensten).

Diensten die werkzaam zijn op grond van een concessie in de zin van artikel 242 van Regio Decreto 9 maggio 1912, n. 1447, che approva il Testo unico delle disposizioni di legge per le ferrovie concesse all'industria privata, le tramvie a trazione meccanica e gli automobili (streektrams).

Diensten die werkzaam zijn op grond van een concessie in de zin van artikel 4 van Legge 14 giugno 1949, n. 410, concorso dello Stato per la riattivazione dei pubblici servizi di trasporto in concessione.

Diensten die werkzaam zijn op grond van een concessie in de zin van artikel 14 van Legge 2 agosto 1952, n. 1221 - Provvedimenti per l'esercizio ed il potenziamento di ferrovie e di altre linee di trasporto in regime di concessione.

LUXEMBURG Chemins de fer du Luxembourg (CFL).

Service communal des autobus municipaux de la ville de Luxembourg.

Transports intercommunaux du canton d'Esch-sur-Alzette (TICE).

Autobusondernemers werkzaam op grond van het Règlement grand-ducal du 3 février 1978 concernant les conditions d'octroi des autorisations d'établissement et d'exploitation des services de transports routiers réguliers de personnes rémunérées.

NEDERLAND Openbare vervoerdiensten overeenkomstig hoofdstuk II (Openbaar vervoer van de Wet Personenvervoer van 12 maart 1987).

PORTUGAL Rodoviaria Nacional, EP.

Companhia Carris de ferro de Lisboa.

Metropolitano de Lisboa, EP.

Serviços de Transportes Colectivos do Porto.

Serviços Municipalizados de Transporte do Barreiro.

Serviços Municipalizados de Transporte de Aveiro.

Serviços Municipalizados de Transporte de Braga.

Serviços Municipalizados de Transporte de Coimbra.

Serviços Municipalizados de Transporte de Portalegre.

VERENIGD KONINKRIJK Openbare vervoerdiensten overeenkomstig de London Regional Transport Act 1984.

Glasgow Underground.

Greater Manchester Rapid Transit Company.

Docklands Light Railway.

London Underground Ltd.

British Railways Board.

Tyne and Wear Metro.

BIJLAGE VIII

AANBESTEDENDE DIENSTEN OP HET GEBIED VAN LUCHTHAVENFACILITEITEN BELGIË Regie der Luchtwegen ingesteld bij de Besluitwet van 20 november 1946 houdende instelling van de Regie der Luchtwegen, gewijzigd bij Koninklijk Besluit van 5 oktober 1970 houdende wijziging van het statuut van de Regie der Luchtwegen.

DENEMARKEN Luchthavens werkzaam op basis van een vergunning ingevolge paragraaf 55, lid 1, van de lov om luftfart, jf. lovbekendtgoerelse nr. 408 af 11. september 1985.

DUITSLAND Luchthavens bedoeld in paragraaf 38, lid 2, punt 1, van de Luftverkehrszulassungsordnung vom 19. Maerz 1979, zuletzt geaendert durch die Verordnung vom 21. Juli 1986.

GRIEKENLAND Luchthavens werkzaam ingevolge wet 517/1931 tot instelling van de burgerluchtvaart (Ypiresia Politikis Aeroporias (YPA)).

Internationale luchthavens werkzaam ingevolge Presidentieel Besluit 647/981.

SPANJE Luchthavens in beheer bij Aeropuertos Nacionales werkzaam ingevolge het Real Decreto 278/1982 de 15 de octubre de 1982.

FRANKRIJK Aéroports de Paris werkzaam overeenkomstig titre V, articles L 251-1 à 252-1 van de code de l'aviation civile.

Aéroport de Bâle - Mulhouse, ingesteld op grond van de convention franco-suisse du 4 juillet 1949.

Luchthavens als bedoeld in article L 270-1, code de l'aviation civile.

Luchthavens die werkzaam zijn overeenkomstig het cahier de charges type d'une concession d'aéroport, décret du 6 mai 1955.

Luchthavens die werkzaam zijn op basis van een convention d'exploitation overeenkomstig article L/221, code de l'aviation civile.

IERLAND Luchthavens van Dublin, Cork en Shannon onder beheer van Aer Rianta - Irish Airports.

Luchthavens die werkzaam zijn op grond van een public use license die is verleend ingevolge de Air Navigation and Transport Act No 23 1936, de Transport Fuel and Bower Transfer of Departmental Administration and Ministerial Functions Order 1959 (SI, No 125 of 1959) en de Air Navigation (Aerodrome and Visual Ground Aids) Order 1970 (SI No 291 of 1970).

ITALIË Nationale burgerluchthavens die werkzaam zijn overeenkomstig de Codice della navigazione, Regio Decreto 30 marzo 1942, n. 327, cf. artikel 692.

Luchthavens die worden geëxploiteerd op basis van een concessie die is verleend overeenkomstig artikel 694 van de Codice della navigazione, Regio Decreto 30 marzo 1942, n. 327.

LUXEMBURG Aéroport de Findel.

NEDERLAND Burgerluchthavens die geëxploiteerd worden op basis van de artikelen 18 e.v. van de Luchtvaartwet van 15 januari 1958, als gewijzigd op 7 juni 1978.

PORTUGAL Luchthavens onder het beheer van Aeroportos de Navegaçao Aérea (ANA), EP overeenkomstig de Decreto-Lei no 246/79.

Aeroporto do Fuchal en Aeroporto de Porto Santo, onder regionaal gesteld bestuur overeenkomstig de Decreto-Lei no 284/81.

VERENIGD KONINKRIJK Luchthavens onder beheer van British Airports Authority plc

Luchthavens die public limited companies (plc's) zijn, ingevolge de 1986 Airports Act.

BIJLAGE IX

AANBESTEDENDE DIENSTEN OP HET GEBIED VAN ZEEHAVEN-, BINNENHAVEN- OF ANDERE AANLANDINGSFACILITEITEN BELGIË Naamloze vennootschap van het Kanaal en van de Brusselse haveninrichtingen.

Port autonome de Liège.

Port autonome de Namur.

Port autonome de Charleroi.

Haven van de stad Gent.

Maatschappij der Brugse haveninrichtingen - La Compagnie des installations maritimes de Bruges.

Intercommunale maatschappij van de linker Scheldeoever (Haven van Antwerpen) - Société intercommunale de la rive gauche de l'Escaut.

Haven van Nieuwpoort.

Haven van Oostende.

DENEMARKEN Havens als bedoeld in artikel 1, I tot III, van de bekendtgoerelse nr. 604 af 16. december 1985 om hvilke havne der er omfattet af lov om trafikhavne, jf. lov nr. 239 af 12. maj 1976 om trafikhavne.

DUITSLAND Zeehavens die geheel of gedeeltelijk onder territoriale overheden (Laender, Kreise, Gemeinden) ressorteren.

Binnenhavens die overeenkomstig de Wassergesetze van de Laender ressorteren onder de Hafenordnung.

GRIEKENLAND Haven van Piraeus (Organismos Limenos Peiraios) ingesteld overeenkomstig Noodwet 1559/1950 en Wet 1630/1951.

Haven van Thessaloniki (Organismos Limenos Thessalonikis) ingesteld overeenkomstig Besluit AN. 2251/1953.

Andere havens beheerd overeenkomstig Presidentieel Besluit 649/1977 M.A. 649/1977 (toezichthoudende instantie voor exploitatie en beheer).

SPANJE Puerto de Huelva, opgericht overeenkomstig Decreto de 2 de octubre de 1969, no 2380/69. Puertos y Faros. Otorga Régimen de Estatuto de Autonomía al Puerto de Huelva.

Puerto de Barcelona, opgericht overeenkomstig Decreto de 25 de agosto de 1978, no 2407/78, Puertos y Faros. Otorga al de Barcelona Régimen de Estatuto de Autonomía.

Puerto de Bilbao, opgericht overeenkomstig Decreto de 25 de agosto de 1978, no 2048/78. Puertos y Faros. Otorga al de Bilbao Régimen de Estatuto de Autonomía.

Puerto de Valencia, opgericht overeenkomstig Decreto de 25 de agosto de 1978, no 2409/78. Puertos y Faros. Otorga al de Valencía Régimen de Estatuto de Autonomía.

Juntas de Puertos, werkzaam ingevolge de Ley 27/68 de 20 de junio de 1968 ; Puertos y Faros. Juntas de Puertos y Estatutos de Autonomía en de Decreto de 9 de abril de 1970, no 1350/70. Juntas de Puertos. Regiamento.

Havens die worden beheerd door de Comisión Administrativa de Grupos de Puertos, en werkzaam zijn ingevolge de Ley 27/68 de 20 de junio de 1968, Decreto 1958/78 de 23 de junio de 1978 en Decreto 571/81 de 6 de mayo de 1981.

Havens die zijn vermeld in de Real Decreto 989/82 de 14 de mayo de 1982. Puertos. Clasificación de los de interés general.

FRANKRIJK Port autonome de Paris ingesteld overeenkomstig loi 68/917 du 24 octobre 1968 relative au port autonome de Paris.

Port autonome de Strasbourg ingesteld overeenkomstig de convention du 20 mai 1923 entre l'État et la ville de Strasbourg relative à la construction du port rhénan de Strasbourg et à l'exécution de travaux d'extension de ce port, goedgekeurd bij de loi du 26 avril 1924.

Andere binnenhavens ingesteld of beheerd overeenkomstig article 6 (navigation intérieure) van het décret 69-140 du 6 février 1969 relatif aux concessions d'outillage public dans les ports maritimes.

Ports autonomes werkzaam overeenkomstig articles L 111-1 et suivants van de code des ports maritimes.

Ports non autonomes werkzaam overeenkomstig articles R 121-1 et suivants van de code des ports maritimes.

Havens die worden beheerd door regionale autoriteiten (départements) of werkzaam zijn overeenkomstig een door de regionale autoriteiten (départements) overeenkomstig article 6 van de loi 86-663 du 22 juillet 1983 complétant la loi 83-8 du 7 janvier 1983 relative à la répartition de compétences entre les communes, départements et l'État.

IERLAND Havens die overeenkomstig de Harbour Acts 1946 and 1976 worden geëxploiteerd.

Haven van Dun Laoghaire geëxploiteerd overeenkomstig de State Harbours Act 1924.

Haven van Rosslare Harbour geëxploiteerd overeenkomstig de Finguard and Rosslare Railways and Harbours Act 1899.

ITALIË Nationale havens en andere havens die overeenkomstig de Codice della navigazione, Regio Decreto 30 marzo 1942, n. 32 ressorteren onder de Capitaneria di Porto.

Autonome havens die worden bestuurd door diensten welke overeenkomstig artikel 19 van de Codice della navigazione, Regio Decreto 30 marzo 1942, n. 327 bij wet zijn ingesteld.

LUXEMBURG Port de Mertert, ingesteld en geëxploiteerd overeenkomstig de loi du 22 juillet 1963 relative à l'aménagement et à l'exploitation d'un port fluvilal sur la Moselle.

NEDERLAND Havenbedrijven, opgericht en werkzaam ingevolge de Gemeentewet van 29 juni 1851.

Havenschap Vlissingen, opgericht bij de wet van 10 september 1970 houdende een gemeenschappelijke regeling tot oprichting van het Havenschap Vlissingen.

Havenschap Terneuzen, opgericht bij de wet van 8 april 1970 houdende een gemeenschappelijke regeling tot oprichting van het Havenschap Terneuzen.

Havenschap Delfzijl, opgericht bij de wet van 31 juli 1957 houdende een gemeenschappelijke regeling tot oprichting van het Havenschap Delfzijl.

Industrie- en havenschap Moerdijk, opgericht bij de gemeenschappelijke regeling tot oprichting van het Industrie- en havenschap Moerdijk van 23 oktober 1970, goedgekeurd bij Koninklijk Besluit nr. 23 van 4 maart 1972.

PORTUGAL Porto do Lisboa ingesteld overeenkomstig het Decreto Real de 18 de Fevereiro de 1907 en werkzaam op grond van Decreto-Lei no 36976 de 20 de Julho de 1948.

Porto do Duoro e Leixões ingesteld overeenkomstig Decreto-Lei no 36977 de 20 de Julho de 1948.

Porto do Sines ingesteld overeenkomstig de Decreto-Lei no 508/77 de 14 de Dezembro de 1977.

Portos de Setúbal, Aveiro, Fígueira da Foz, Viana do Castelo, Portimao e Faro die werkzaam zijn op grond van Decreto-Lei no 37754 de 18 de Fevereiro de 1950.

VERENIGD KONINKRIJK Havendiensten in de zin van section 57 van de Harbours Act 1964 die havenfaciliteiten verlenen aan zee- of binnenvrachtschepen.

BIJLAGE X

AANBESTEDENDE DIENSTEN OP HET GEBIED VAN TELECOMMUNICATIE BELGIË Régie van Telegrafie en Telefonie/Régie des Télégraphes et des Téléphones.

DENEMARKEN Kjoebenhavns Telefon Aktieselskab.

Jydsk Telefon.

Fyns Telefon.

Statens Teletjeneste.

Tele Soenderjylland.

BONDSREPUBLIEK DUITSLAND Deutsche Bundespost - Telekom.

Mannesmann - Mobilfunk GmbH.

GRIEKENLAND OTE/Hellenic Telecommunications Organization.

SPANJE Compañía Telefónica Nacional de España.

FRANKRIJK Direction générale des télécommunications.

Transpac.

Telecom service mobile.

Société française de radiotéléphone.

IERLAND Telecom Éireann.

ITALIË Amministrazione delle poste e delle telecommunicazioni.

Azienda di stato per i servizi telefonici.

Società italiana per l'esercizio telefonico SpA.

Italcable.

Telespazio SpA.

LUXEMBURG Administration des postes et télécommunications.

NEDERLAND Koninklijke PTT Nederland NV en Filialen(1) .

PORTUGAL Telefones de Lisboa e Porto SA.

Companhia Portugesa Rádio Marconi.

Correios e Telecomunicações de Portugal.

VERENIGD KONINKRIJK British Telecommunications plc.

Mercury Communications Ltd.

City of Kingston upon Hull.

Racal Vodafone.

Telecoms Securicor Cellular Radio Ltd (Celinet).

(1) Behalve PTT Post BV.

BIJLAGE XI

LIJST VAN BEROEPSWERKZAAMHEDEN GEBASEERD OP DE ALGEMENE SYSTEMATISCHE BEDRIJFSINDELING IN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN

/* Tabellen: zie PB */

BIJLAGE XII

A. OPENBARE PROCEDURE 1. Naam, adres, telegramadres, telefoon-, telex- en telefaxnummer van de aanbestedende dienst.

2. Aard van de opdracht (leveringen, werken of diensten; in voorkomend geval aangeven of het om een raamovereenkomst gaat).

Categorie waartoe de dienst behoort, in de zin van bijlage XVI A of XVI B, en beschrijving (CPC-indeling).

3. Plaats van levering, uitvoering of dienstverrichting.

4. Voor leveringen en werken:

a) Aard en hoeveelheid van de te leveren produkten

of

aard en omvang van de te verrichten werkzaamheden en algemene kenmerken van het werk.

b) Gegevens betreffende de mogelijkheid voor leveranciers om in te schrijven voor gedeelten en/of het geheel van de vereiste leveringen.

Indien, voor opdrachten voor de uitvoering van werken, het werk of de opdracht in verschillende percelen is verdeeld, orde van grootte van de percelen en mogelijkheid voor elk der percelen afzonderlijk, voor samengevoegde percelen of voor de massa der percelen in te schrijven.

c) Voor opdrachten voor de uitvoering van werken:

Gegevens betreffende het doel van het werk of de opdracht indien de opdracht ook betrekking heeft op de opstelling van eigen ontwerpen.

5. Voor diensten:

a) Vermelding of het verrichten van de dienst ingevolge wettelijke of bestuursrechtelijke voorschriften aan een bepaalde beroepsgroep is voorbehouden.

b) Verwijzing naar de relevante wettelijke of bestuursrechtelijke bepalingen.

c) Vermelding of rechtspersonen de namen en beroepskwalificaties van de personen die met het verrichten van de dienst worden belast, dienen op te geven.

d) Vermelding of dienstverrichters voor een gedeelte van de betrokken diensten kunnen inschrijven.

6. Toestemming om varianten in te dienen.

7. Afwijking van het gebruik van Europese specificaties overeenkomstig artikel 18, lid 6.

8. Termijn voor de levering of uitvoering of looptijd van de opdracht voor diensten.

9. a) Adres waar het bestek en de aanvullende stukken kunnen worden aangevraagd.

b) (In voorkomend geval) het ter verkrijging van de genoemde stukken te betalen bedrag en de wijze van betaling daarvan.

10. a) Uiterste datum voor de ontvangst van de inschrijvingen.

b) Adres waar deze moeten worden ingediend.

c) Taal of talen waarin zij moeten worden gesteld.

11. a) (In voorkomend geval) degenen die bij de opening van de inschrijvingen worden toegelaten.

b) Dag, uur en plaats van de opening.

12. (In voorkomend geval) verlangde borgsommen en waarborgen.

13. Belangrijkste voorschriften voor financiering en betaling en/of verwijzing naar de teksten waarin dit wordt geregeld.

14. (In voorkomend geval) rechtsvorm die de combinatie van leveranciers, aannemers of dienstverrichters aan wie de opdracht wordt gegund, moet hebben.

15. Economische en technische minimumeisen waaraan de leverancier, de aannemer of de dienstverrichter aan wie de opdracht wordt gegund moet voldoen.

16. Termijn gedurende welke de inschrijver zijn aanbieding gestand moet doen.

17. Bij de gunning van de opdracht aan te leggen criteria. De naast de laagste prijs geldende criteria worden vermeld, voor zover deze niet in het bestek zijn opgenomen.

18. Overige inlichtingen.

19. (In voorkomend geval) referentie van de bekendmaking in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen van de periodieke aankondiging waarnaar de opdracht verwijst.

20. Datum van verzending van de aankondiging door de aanbestedende dienst.

21. Datum van ontvangst van de aankondiging door het Bureau voor officiële publikaties der Europese Gemeenschappen (te verstrekken door het Publikatiebureau).

B. NIET-OPENBARE PROCEDURE 1. Naam, adres, telegramadres, telefoon-, telex- en telefaxnummer van de aanbestedende dienst.

2. Aard van de opdracht (leveringen, werken of diensten; in voorkomend geval aangeven of het om een raamovereenkomst gaat).

Categorie waartoe de dienst behoort, in de zin van bijlage XVI A of XVI B, en beschrijving (CPC-indeling).

3. Plaats van levering, uitvoering of dienstverrichting.

4. Voor leveringen en werken:

a) Aard en hoeveelheid van de te leveren produkten

of

aard en omvang van de te verrichten werkzaamheden en algemene kenmerken van het werk.

b) Gegevens betreffende de mogelijkheid voor leveranciers om in te schrijven voor gedeelten en/of het geheel van de vereiste leveringen.

Indien, voor opdrachten voor de uitvoering van werken, het werk of de opdracht in verschillende percelen is verdeeld, orde van grootte van de percelen en mogelijkheid voor elk der percelen afzonderlijk, voor samengevoegde percelen of voor de massa der percelen in te schrijven.

c) Voor opdrachten voor de uitvoering van werken:

Gegevens betreffende het doel van het werk of de opdracht indien de opdracht ook betrekking heeft op de opstelling van eigen ontwerpen.

5. Voor diensten:

a) Vermelding of het verrichten van de dienst ingevolge wettelijke of bestuursrechtelijke voorschriften aan een bepaalde beroepsgroep is voorbehouden.

b) Verwijzing naar de relevante wettelijke of bestuursrechtelijke bepalingen.

c) Vermelding of rechtspersonen de namen en beroepskwalificaties van de personen die met het verrichten van de dienst worden belast, dienen op te geven.

d) Vermelding of dienstverrichters voor een gedeelte van de betrokken diensten kunnen inschrijven.

6. Toestemming om varianten in te dienen.

7. Afwijking van het gebruik van Europese specificaties overeenkomstig artikel 18, lid 6.

8. Termijn voor de levering of uitvoering of looptijd van de opdracht voor diensten.

9. (In voorkomend geval) rechtsvorm die de combinatie van leveranciers, aannemers of dienstverrichters aan wie de opdracht wordt gegund, moet hebben.

10. a) Uiterste datum voor de ontvangst van aanvragen tot deelneming.

b) Adres waar deze moeten worden ingediend.

c) Taal of talen waarin zij moeten worden gesteld.

11. Uiterste datum voor de verzending van de uitnodigingen tot inschrijving.

12. (In voorkomend geval) verlangde borgsommen en waarborgen.

13. Belangrijkste voorschriften voor financiering en betaling en/of verwijzing naar de teksten waarin dit wordt geregeld.

14. Inlichtingen met betrekking tot de eigen toestand van de leverancier, de aannemer of de dienstverrichter, alsmede de economische en technische minimumeisen waaraan deze moet voldoen.

15. Bij de gunning van de opdracht aan te leggen criteria, voor zover deze niet in de uitnodiging tot inschrijving zijn opgenomen.

16. Overige inlichtingen.

17. (In voorkomend geval) referentie van de bekendmaking in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen van de periodieke aankondiging waarnaar de opdracht verwijst.

18. Datum van verzending van de aankondiging door de aanbestedende dienst.

19. Datum van ontvangst van de aankondiging door het Bureau voor officiële publikaties der Europese Gemeenschappen (te verstrekken door het Publikatiebureau).

C. PROCEDURE VAN GUNNING VIA ONDERHANDELINGEN 1. Naam, adres, telegramadres, telefoon-, telex- en telefaxnummer van de aanbestedende dienst.

2. Aard van de opdracht (leveringen, werken of diensten; in voorkomend geval aangeven of het om een raamovereenkomst gaat).

Categorie waartoe de dienst behoort, in de zin van bijlage XVI A of XVI B, en beschrijving (CPC-indeling).

3. Plaats van levering, uitvoering of dienstverrichting.

4. Voor leveringen en werken:

a) Aard en hoeveelheid van de te leveren produkten

of

aard en omvang van de te verrichten werkzaamheden en algemene kenmerken van het werk.

b) Gegevens betreffende de mogelijkheid voor leveranciers om in te schrijven voor gedeelten en/of het geheel van de vereiste leveringen.

Indien, voor opdrachten voor de uitvoering van werken, het werk of de opdracht in verschillende percelen is verdeeld, orde van grootte van de percelen en mogelijkheid voor elk der percelen afzonderlijk, voor samengevoegde percelen of voor de massa der percelen in te schrijven.

c) Voor opdrachten voor de uitvoering van werken:

Gegevens betreffende het doel van het werk of de opdracht indien de opdracht ook betrekking heeft op de opstelling van eigen ontwerpen.

5. Voor diensten:

a) Vermelding of het verrichten van de dienst ingevolge wettelijke of bestuursrechtelijke voorschriften aan een bepaalde beroepsgroep is voorbehouden.

b) Verwijzing naar de relevante wettelijke of bestuursrechtelijke bepalingen.

c) Vermelding of rechtspersonen de namen en beroepskwalificaties van de personen die met het verrichten van de dienst worden belast, dienen op te geven.

d) Vermelding of dienstverrichters voor een gedeelte van de betrokken diensten kunnen inschrijven.

6. Afwijking van het gebruik van Europese specificaties overeenkomstig artikel 18, lid 6.

7. Termijn voor de levering of uitvoering of looptijd van de opdracht voor diensten.

8. a) Uiterste datum voor de ontvangst van aanvragen tot deelneming.

b) Adres waar deze moeten worden ingediend.

c) Taal of talen waarin zij moeten worden gesteld.

9. (In voorkomend geval) verlangde borgsommen en waarborgen.

10. Belangrijkste voorschriften voor financiering en betaling en/of verwijzing naar de teksten waarin dit wordt geregeld.

11. (In voorkomend geval) rechtsvorm die de combinatie van leveranciers, aannemers of dienstverrichters aan wie de opdracht wordt gegund, moet hebben.

12. Inlichtingen met betrekking tot de eigen toestand van de leverancier, de aannemer of de dienstverrichter, alsmede de economische en technische minimumeisen waaraan moet worden voldaan door degene aan wie de opdracht wordt gegund.

13. (In voorkomend geval) naam en adres van de leveranciers, aannemers of dienstverrichters die reeds door de aanbestedende dienst zijn geselecteerd.

14. (In voorkomend geval) datum van eerdere bekendmakingen in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen.

15. Overige inlichtingen.

16. (In voorkomend geval) referentie van de bekendmaking in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen van de periodieke aankondiging waarnaar de opdracht verwijst.

17. Datum van verzending van de aankondiging door de aanbestedende dienst.

18. Datum van ontvangst van de aankondiging door het Bureau voor officiële publikaties der Europese Gemeenschappen (te verstrekken door het Publikatieblad).

BIJLAGE XIII

MEDEDELING INZAKE HET BESTAAN VAN EEN ERKENNINGSREGELING 1. Naam, adres, telegramadres, telefoon-, telex- en telefaxnummer van de aanbestedende dienst.

2. Doel van de erkenningsregeling.

3. Adres waar de regels inzake de erkenningsregeling kunnen worden verkregen (indien afwijkend van het onder 1 vermelde adres).

4. In voorkomend geval, duur van de erkenningsregeling.

BIJLAGE XIV

PERIODIEKE AANKONDIGING A. Voor opdrachten voor leveringen 1. Naam, adres, telegramadres, telefoon-, telex- en telefaxnummer van de aanbestedende dienst of de dienst waar aanvullende inlichtingen kunnen worden verkregen.

2. Aard en hoeveelheid of waarde van de te verrichten diensten of de te leveren produkten.

3. a) Voorlopige datum waarop de gunningsprocedures worden ingeleid (indien bekend).

b) Te volgen wijze van aanbesteding.

4. Overige inlichtingen (bij voorbeeld, aangeven of later een oproep tot mededinging zal worden gepubliceerd).

5. Datum van verzending van de aankondiging door de aanbestedende diensten.

6. Datum van ontvangst van de aankondiging door het Bureau voor officiële publikaties der Europese Gemeenschappen (te verstrekken door het Bureau voor officiële publikaties).

B. Voor opdrachten voor de uitvoering van werken 1. Naam, adres, telegramadres, telefoon-, telex- en telefaxnummer van de aanbestedende dienst.

2. a) Plaats van uitvoering.

b) Aard en omvang van de te verrichten diensten, de belangrijkste kenmerken van het werk of van de percelen met betrekking tot het werk.

c) Een kostenraming van de te verrichten diensten.

3. a) Te volgen wijze van aanbesteding.

b) Geplande datum voor de inleiding van de gunningsprocedures met betrekking tot de opdracht of opdrachten.

c) Geplande datum voor de aanvang van het werk.

d) Gepland tijdschema voor de uitvoering van het werk.

4. Bepalingen in verband met de financiering van het werk en van prijsherziening.

5. Overige inlichtingen (bij voorbeeld, aangeven of later een oproep tot mededinging zal worden gepubliceerd).

6. Datum van verzending van de aankondiging door de aanbestedende diensten.

7. Datum van ontvangst van de aankondiging door het Bureau voor officiële publikaties der Europese Gemeenschappen (te verstrekken door het Publikatiebureau).

C. Voor opdrachten voor het verrichten van diensten 1. Naam, adres, telegramadres, telefoon-, telex- en telefaxnummer van de aanbestedende dienst of van de dienst waar aanvullende inlichtingen kunnen worden verkregen.

2. Totaal van de voorgenomen opdrachten voor elk van de in bijlage XVI A opgenomen categorieën van diensten.

3. a) Beoogde datum van aanvang van de aanbestedingsprocedures (indien bekend).

b) Type van de aanbestedingsprocedure.

4. Overige inlichtingen (bij voorbeeld of later al dan niet een oproep tot mededinging zal worden bekendgemaakt).

5. Datum van verzending van de aankondiging door de aanbestedende diensten.

6. Datum van ontvangst van de aankondiging door het Bureau voor officiële publikaties der Europese Gemeenschappen (te verstrekken door het Publikatiebureau).

BIJLAGE XV

AANKONDIGING VAN GEGUNDE OPDRACHTEN I. In het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen te publiceren gegevens 1. Naam en adres van de aanbestedende dienst.

2. Aard van de opdracht (leveringen, werken diensten; in voorkomend geval aangeven of het om een raamovereenkomst gaat).

3. Ten minste een beknopte beschrijving van de aard van de produkten, werken of diensten.

4. a) Vorm van de oproep tot mededinging (aankondiging over het erkenningssysteem, periodieke aankondiging, aanbesteding).

b) Referentie van de bekendmaking van de aankondiging in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen.

c) In het geval van opdrachten die zonder oproep tot mededinging worden gegund, vermelding van de desbetreffende bepaling van artikel 20, lid 2, of van artikel 16.

5. Procedure voor het gunnen van de opdracht (openbare procedure, niet-openbare procedure of gunning via onderhandelingen).

6. Aantal ontvangen aanbiedingen.

7. Datum van gunning.

8. Prijs die is betaald voor de opportuniteitsaankopen uit hoofde van artikel 20, lid 2, onder j).

9. Naam en adres van de leverancier(s), aannemer(s) of dienstverrichter(s) aan wie de opdracht is gegund.

10. In voorkomend geval, vermelden of de opdracht in onderaanbesteding is of kan worden gegeven.

11. Facultatieve gegevens:

- deel van de opdracht dat aan onderaannemers kan worden uitbesteed, en waarde daarvan;

- criterium voor de gunning van de opdracht;

- betaalde prijs (of prijzen).

II. Niet voor publikatie bestemde gegevens 12. Aantal gegunde opdrachten (wanneer een opdracht over verscheidene leveranciers werd verdeeld).

13. Waarde van elke gegunde opdracht.

14. Land van oorsprong van het produkt of de dienst (uit de Gemeenschap of niet uit de Gemeenschap en in dit laatste geval uitgesplitst naar land).

15. Is er gebruik gemaakt van de afwijkingen van artikel 18, lid 6, op het gebruik van de Europese specificaties? Zo ja, van welke?

16. Welk gunningscriterium is er gehanteerd (economisch voordeligste aanbieding, laagste prijs, bij artikel 35 toegestane criteria)?

17. Is de opdracht gegund aan een inschrijver die een variant voorstelt in de zin van artikel 34, lid 3?

18. Zijn, overeenkomstig het bepaalde in artikel 34, lid 5, bepaalde offertes niet in aanmerking genomen omdat zij abnormaal laag waren?

19. Datum van verzending van deze aankondiging door de aanbestedende diensten.

20. In het geval van opdrachten voor in bijlage XVI B opgenomen diensten, de instemming van de aanbestedende dienst met de bekendmaking van de aankondiging (artikel 24, lid 3).

BIJLAGE XVI A

DIENSTEN IN DE ZIN VAN ARTIKEL 15

/* Tabellen: zie PB */

BIJLAGE XVI-B

DIENSTEN IN DE ZIN VAN ARTIKEL 16

/* Tabellen: zie PB */

BIJLAGE XVII

AANKONDIGINGEN VAN PRIJSVRAGEN VOOR ONTWERPEN 1. Naam, adres, telegramadres, telefoon-, telex- en telefaxnummer van de aanbestedende dienst en van de dienst waar de ter zake dienende stukken kunnen worden verkregen.

2. Beschrijving van het project.

3. Aard van de prijsvraag: openbaar of niet-openbaar.

4. Bij openbare prijsvragen: uiterste datum voor de ontvangst van de ontwerpen.

5. Bij niet-openbare prijsvragen:

a) Beoogd aantal deelnemers.

b) (In voorkomend geval) namen van reeds geselecteerde deelnemers.

c) Criteria voor deze selectie.

d) Uiterste datum voor de ontvangst van de verzoeken tot deelneming.

6. (In voorkomend geval) vermelding of de deelneming aan een bepaalde beroepsgroep is voorbehouden.

7. Bij de beoordeling van de ontwerpen te hanteren criteria.

8. (In voorkomend geval) namen van de geselecteerde juryleden.

9. Vermelding of de beslissing van de jury verbindend is voor de aanbestedende dienst.

10. (In voorkomend geval) aantal en waarde van de toe te kennen prijzen.

11. (In voorkomend geval) nadere gegevens inzake vergoedingen aan alle deelnemers.

12. Vermelding of de winnaars recht hebben op de gunning van eventuele vervolgopdrachten.

13. Overige inlichtingen.

14. Datum van verzending van de aankondiging.

15. Datum van ontvangst van de aankondiging door het Bureau voor officiële publikaties der Europese Gemeenschappen.

BIJLAGE XVIII

RESULTAAT VAN PRIJSVRAGEN VOOR ONTWERPEN 1. Naam, adres, telegramadres, telefoon-, telex- en telefaxnummer van de aanbestedende dienst.

2. Beschrijving van het ontwerp.

3. Totaalaantal deelnemers.

4. Aantal buitenlandse deelnemers.

5. Winnaar(s) van de prijsvraag.

6. (In voorkomend geval) toegekende prijs of prijzen.

7. Overige inlichtingen.

8. Verwijzing naar de aankondiging van de prijsvraag.

9 Datum van verzending van deze aankondiging.

10. Datum van ontvangst van de aankondiging door het Bureau voor officiële publikaties der Europese Gemeenschappen.

Top