Choose the experimental features you want to try

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 31991R1703

VERORDENING (EEG) Nr. 1703/91 VAN DE RAAD van 13 juni 1991 tot invoering van een regeling voor het tijdelijk uit produktie nemen van bouwland voor het verkoopseizoen 1991/1992 en tot vaststelling van bijzondere maatregelen voor dat verkoopseizoen in het kader van de in Verordening (EEG) nr. 797/85 bedoelde regeling voor het uit produktie nemen van bouwland

PB L 162 van 26.6.1991, pp. 1–3 (ES, DA, DE, EL, EN, FR, IT, NL, PT)

Legal status of the document No longer in force, Date of end of validity: 31/08/1992

ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/1991/1703/oj

31991R1703

VERORDENING (EEG) Nr. 1703/91 VAN DE RAAD van 13 juni 1991 tot invoering van een regeling voor het tijdelijk uit produktie nemen van bouwland voor het verkoopseizoen 1991/1992 en tot vaststelling van bijzondere maatregelen voor dat verkoopseizoen in het kader van de in Verordening (EEG) nr. 797/85 bedoelde regeling voor het uit produktie nemen van bouwland -

Publicatieblad Nr. L 162 van 26/06/1991 blz. 0001 - 0003


VERORDENING ( EEG ) Nr . 1703/91 VAN DE RAAD van 13 juni 1991 tot invoering van een regeling voor het tijdelijk uit produktie nemen van bouwland voor het verkoopseizoen 1991/1992 en tot vaststelling van bijzondere maatregelen voor dat verkoopseizoen in het kader van de in Verordening ( EEG ) nr . 797/85 bedoelde regeling voor het uit produktie nemen van bouwland

DE RAAD VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap, inzonderheid op artikel 43,

Gezien het voorstel van de Commissie ( 1 ),

Gezien het advies van het Europese Parlement ( 2 ),

Gezien het advies van het Economisch en Sociaal Comité ( 3 ),

Overwegende dat de voortdurende ontwikkeling in de teelt van een aantal akkerbouwgewassen, en met name granen en oliehoudende zaden, tot gevolg heeft dat het evenwicht tussen vraag en aanbod steeds verder verstoord wordt; dat dit gevaar voor toenemende evenwichtsverstoring niet kan worden verholpen zonder maatregelen ten aanzien van het areaal met akkerbouwgewassen; dat dergelijke maatregelen mogelijk zijn in het kader van de regeling inzake het uit produktie nemen van bouwland die is vastgesteld bij Verordening ( EEG ) nr . 797/85 van de Raad van 12 maart 1985 betreffende de verbetering van de doeltreffendheid van de landbouwstructuur ( 4 ), laatstelijk gewijzigd bij Verordening ( EEG ) nr . 3577/90 ( 5 ); dat deze regeling, waarbij grond voor meerdere jaren uit produktie wordt genomen, evenwel is opgezet in het vooruitzicht van een bedrijfsbeheer op lange termijn; dat, gezien de problemen op korte termijn, een specifieke regeling voor het uit produktie nemen van grond moet worden overwogen die erop gericht is dat minder wordt ingezaaid voor de oogst 1992;

Overwegende dat in de vijf nieuwe Laender van Duitsland voor de oogst 1991 een nationale regeling voor het jaarlijks uit produktie nemen van grond wordt toegepast om de integratie van de landbouw aldaar in het gemeenschappelijk landbouwbeleid te vergemakkelijken; dat het, om te voorkomen dat een groot deel van de in het kader van die regeling uit produktie genomen gronden voor de oogst 1992 opnieuw bebouwd wordt, wenselijk is dat die gronden onder bepaalde voorwaarden in aanmerking komen voor toepassing van de voorgestelde regeling;

Overwegende dat de regeling alleen doeltreffend kan zijn als ten minste een zeker percentage van de in 1991 bebouwde grond uit produktie wordt genomen; dat daarom bepaald moet worden dat producenten die belangstelling hebben voor deze regeling hun teeltplannen moeten indienen op tijdstippen die aangepast zijn aan de in de diverse Lid-Staten toegepaste controlemethode en die de Lid-Staten zelf vaststellen naar gelang van de specifieke middelen waarover zij beschikken;

Overwegende dat ter wille van de bescherming van het milieu en van de natuurlijke rijkdommen moet worden voorzien in maatregelen voor de instandhouding van uit produktie genomen gronden;

Overwegende dat de regeling inzake het tijdelijk uit produktie nemen van bouwland in de gehele Gemeenschap moet worden toegepast volgens de criteria die gelden in het kader van de bij Verordening ( EEG ) nr. 797/85 vastgestelde regeling inzake het uit produktie nemen van bouwland; dat laatstgenoemde regeling evenwel voor een aantal gebieden van de Gemeenschap niet van toepassing is verklaard; dat daarom voor deze gebieden specifieke bepalingen moeten worden vastgesteld;

Overwegende dat moet worden vermeden de belangen te schaden van producenten die deelnemen aan de meerjarige regeling inzake braakleggingen en aldus bijdragen tot de sanering van de landbouwmarkten; dat het daartoe dienstig is deze producenten vrij te stellen van de verhoging van de medeverantwoordelijkheidsheffing voor het verkoopseizoen 1991/1992,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD :

Artikel 1

1 . Voor de periode van 1 september 1991 tot en met

31 augustus 1992 wordt een tijdelijke steunregeling ingevoerd voor het uit produktie nemen van bouwland .

2 . In het kader van de in lid 1 bedoelde regeling wordt steun toegekend voor het uit produktie nemen van bouwland dat met het oog op de oogst 1991 effectief bebouwd was . Bouwland waarop produkten worden verbouwd waarvoor

geen gemeenschappelijke marktordening geldt, vallen niet onder deze regeling . De Commissie kan voor de in lid 1 bedoelde periode bepaalde gewassen van de regeling uitsluiten overeenkomstig de procedure van artikel 26 van Verordening ( EEG ) nr . 2727/75 van de Raad van 29 oktober 1975 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector granen ( 6 ), laatstelijk gewijzigd bij Verordening ( EEG ) nr . 3577/90 .

Voor de toepassing van deze verordening mag Duitsland in de vijf nieuwe Laender rekening houden met het akkerland waarop in 1990/1991 de nationale regeling inzake braaklegging van toepassing was en dat voordien gebruikt werd als bouwland in de zin van artikel 32 ter, lid 1, onder a ) en b ), van Verordening ( EEG ) nr . 797/85 .

3 . Het bouwland dat uit produktie wordt genomen moet per bedrijf ten minste 15 % bedragen van het in lid 2 bedoelde bouwland . Het resterende bouwland waarop produkten worden geteeld die volgens lid 2 met het oog op de oogst 1992 voor steun in aanmerking komen, mag niet groter zijn dan de voor dezelfde doeleinden in 1991 gebruikte oppervlakte, verminderd met de overeenkomstig deze verordening braakgelegde oppervlakte en mag, wat graan betreft, niet groter zijn dan 85 % van het in 1991 bebouwde graanareaal .

4. a ) Het uit produktie genomen land moet in stand worden gehouden door middel van geschikte vegetatie . In gebieden waar zulks wegens het klimaat onmogelijk is, worden, in de trant van de bij artikel 4 van Verordening ( EEG ) nr . 1272/88 van de Commissie ( 7 ) vastgestelde vijfjarige regeling inzake braaklegging van grond, andere meer adequate maatregelen getroffen, eventueel aangepast aan de omstandigheden in verband met een eenjarige regeling . De betrokken gebieden worden volgens de procedure van artikel 26 van Verordening ( EEG ) nr . 2727/75 vastgesteld .

Indien aan deze voorwaarde niet wordt voldaan, wordt de in artikel 2, onder a ), en artikel 3 bedoelde steun met 10 % verlaagd .

b)

De Lid-Staten passen passende milieumaatregelen toe die in overeenstemming zijn met de bijzondere situatie van de uit de produktie genomen gronden . Deze maatregelen kunnen ook betrekking hebben op de bodembedekking . De Lid-Staten treffen passende sancties die in verhouding staan tot de ernst van de gevolgen van de niet-naleving voor het milieu . Deze sancties kunnen bestaan in een verlaging dan wel de intrekking van de in deze verordening bedoelde voordelen . De Lid-Staten stellen de Commissie in kennis van de uit hoofde van deze bepaling getroffen maatregelen .

Artikel 2

De in artikel 1, lid 1, bedoelde steunregeling omvat :

a ) de toekenning van een premie per uit produktie genomen hectare, gelijk aan het door de Gemeenschap gefinancierde gedeelte van de steun die de betrokken Lid-Staat voor dezelfde oppervlakten zou uitkeren overeenkomstig artikel 1 bis, lid 4, van Verordening ( EEG ) nr . 797/85 . De Lid-Staten mogen deze premie verhogen tot het bedrag dat zij in het kader van bovengenoemde verordening als nationale bijdrage toekennen, voor zover dat met name wegens de produktieomstandigheden in het betrokken gebied nodig blijkt om de regeling aantrekkelijk genoeg te maken;

b )

een recht op terugbetaling van het in artikel 4 van Verordening ( EEG ) nr . 2727/75 bedoelde basisbedrag van de medeverantwoordelijkheidsheffing dat wordt geheven over de door de betrokken producent in de loop van het verkoopseizoen 1991/1992 verkochte hoeveelheden graan .

Artikel 3

Voor de gebieden waar de bij Verordening ( EEG ) nr . 797/85 vastgestelde regeling inzake het uit produktie nemen van bouwland niet wordt toegepast krachtens artikel 32 bis van voornoemde verordening, wordt het maximumbedrag van de toe te kennen premie volgens de procedure van artikel 26 van Verordening ( EEG ) nr . 2727/75 vastgesteld, aan de hand van de in artikel 1 bis, lid 4, onder a ), van Verordening ( EEG ) nr . 797/85 vermelde criteria . Dit bedrag wordt door de Gemeenschap gefinancierd volgens de in bijlage III bij Verordening ( EEG ) nr . 223/90 van de Commissie ( 8 ) vastgestelde percentages; het saldo mag, onder de in artikel 2, onder a ), tweede zin, bedoelde voorwaarden, worden gefinancierd door de Lid -Staten . In die gebieden wordt het voor steun in aanmerking komende areaal per bedrijf beperkt tot 20 % van de in artikel 1, lid 2, bedoelde bouwlandoppervlakte .

Artikel 4

Producenten die van de in deze verordening bedoelde regeling gebruik maken komen in het verkoopseizoen 1991/1992 niet in aanmerking voor de bij Verordening ( EEG ) nr . 1346/90 van de Raad van 14 mei 1990 houdende invoering van een steunregeling voor kleine producenten van bepaalde akkerbouwprodukten ( 9 ) vastgestelde regeling .

Artikel 5

1 . De Lid-Staten nemen de nodige maatregelen om de inachtneming van en een doeltreffende controle op de bepalingen van deze verordening te waarborgen .

2 . Producenten die voor de bij deze verordening ingevoerde regeling in aanmerking wensen te komen, moeten bij de bevoegde autoriteiten een bouwplan voor hun bedrijfsoppervlakte indienen met daarin een specificatie van de voor de oogst 1991 bebouwde oppervlakten . Dit plan wordt naar keuze van de Lid-Staat en op een door hem te bepalen datum uiterlijk ingediend :

- hetzij op 31 juli 1991, in welk geval het nadien op een nader te bepalen datum wordt aangevuld met een steunverzoek;

- hetzij op 15 december 1991, vergezeld van een steunverzoek .

Artikel 6

De in de artikelen 2 en 3 vastgestelde maatregelen worden beschouwd als interventies ter regulering van de landbouwmarkten in de zin van artikel 3, lid 1, van Verordening ( EEG ) nr . 729/70 van de Raad van 21 april 1970 betreffende de financiering van het gemeenschappelijk landbouwbeleid ( 10 ), laatstelijk gewijzigd bij Verordening ( EEG ) nr. 2048/88 ( 11 ).

Artikel 7

Producenten die over de gehele in artikel 1, lid 1, bedoelde periode deelnemen aan de regeling voor het uit produktie nemen van bouwland, zoals vastgesteld bij Verordening ( EEG ) nr . 797/85, hebben, onverminderd het bepaalde in artikel 1 bis van die verordening, voor de in het verkoopseizoen 1991/1992 verkochte hoeveelheid graan, recht op terugbetaling van het gedeelte van het basisbedrag van de medeverantwoordelijkheidsheffing dat het in het verkoopseizoen 1990/1991 toegepaste percentage overschrijdt .

Artikel 8

De uitvoeringsbepalingen van deze verordening worden vastgesteld volgens de procedure van artikel 26 van Verordening ( EEG ) nr . 2727/75; dit geldt met name voor

- de bepalingen betreffende de minimaal uit produktie te nemen oppervlakte; in deze bepalingen wordt met name rekening gehouden met de vereisten inzake controle en nagestreefde doeltreffendheid van de betrokken regeling,

- de bepalingen betreffende de controles; deze bepalingen houden onder meer in dat in het in artikel 5, lid 2, tweede streepje, bedoelde geval gebruik gemaakt wordt van teledetectie en/of aannemelijkheidscontroles verricht worden aan de hand van bindende administratieve documenten waarover de nationale overheid reeds beschikt .

Artikel 9

De Lid-Staten nemen een besluit :

- uiterlijk op 1 juli 1991 over de overeenkomstig artikel 5, lid 2, gemaakte keuze;

- uiterlijk op 1 september 1991 over het totale bedrag van de in artikel 2, onder a ), en artikel 3 bedoelde premie .

Artikel 10

Deze verordening treedt in werking op de derde dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen .

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke Lid-Staat .

Gedaan te Luxemburg, 13 juni 1991 .

Voor de Raad

De Voorzitter

A . BODRY

( 1 ) PB nr . C 104 van 19 . 4 . 1991, blz . 1.(2 ) PB nr . C 158 van 17 . 6 . 1991.(3 ) PB nr . C 159 van 17 . 6 . 1991.(4 ) PB nr . L 93 van 30 . 3 . 1985, blz . 1.(5 ) PB nr. L 353 van 17 . 12 . 1990, blz . 23.(6 ) PB nr . L 281 van 1 . 11 . 1975, blz . 1.(7 ) PB nr . L 121 van 11 . 5 . 1988, blz . 36.(8 ) PB nr . L 22 van 27 . 1 . 1990, blz . 62.(9 ) PB nr . L 134 van 28 . 5 . 1990, blz . 10.(10 ) PB nr . L 94 van 28 . 4 . 1970, blz . 13.(11 ) PB nr . L 185 van 15 . 7 . 1988, blz . 1 .

Top