This document is an excerpt from the EUR-Lex website
Document 31991D0658
91/658/EEC: Council Decision of 16 December 1991 granting a medium-term loan to the Soviet Union and its constituent Republics
BESLUIT VAN DE RAAD van 16 december 1991 betreffende de toekenning van een lening op middellange termijn aan de Sowjetunie en haar Republieken (91/658/EEG)
BESLUIT VAN DE RAAD van 16 december 1991 betreffende de toekenning van een lening op middellange termijn aan de Sowjetunie en haar Republieken (91/658/EEG)
PB L 362 van 31.12.1991, pp. 89–91
(ES, DA, DE, EL, EN, FR, IT, NL, PT)
No longer in force, Date of end of validity: 15/12/1994
BESLUIT VAN DE RAAD van 16 december 1991 betreffende de toekenning van een lening op middellange termijn aan de Sowjetunie en haar Republieken (91/658/EEG) -
Publicatieblad Nr. L 362 van 31/12/1991 blz. 0089 - 0091
BESLUIT VAN DE RAAD van 16 december 1991 betreffende de toekenning van een lening op middellange termijn aan de Sowjetunie en haar Republieken (91/658/EEG) DE RAAD VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN, Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap, inzonderheid op artikel 235, Gezien het voorstel van de Commissie, Gezien het advies van het Europese Parlement (1), Overwegende dat de bilaterale betrekkingen tussen de Gemeenschap en de Sowjetunie (USSR) nauwer zijn aangehaald bij de op 1 april 1990 in werking getreden samenwerkingsovereenkomst; Overwegende dat de Gemeenschap de door de USSR en haar Republieken ondernomen pogingen tot politieke hervorming en economische herstructurering wenst te steunen; Overwegende dat de USSR en haar Republieken het hoofd moeten bieden aan een kritieke economische en financiële toestand; Overwegende dat de Sowjet-autoriteiten de Europese Gemeenschap, de Verenigde Staten van Amerika, Japan, Canada en andere geïndustrialiseerde landen om financiële bijstand hebben verzocht om het verloop van de democratiseringsprocessen in de USSR en haar Republieken te steunen en dit land te helpen de verslechtering van de toestand in verband met de voedsel- en geneesmiddelenvoorziening op te vangen; Overwegende dat de Sowjet-autoriteiten voldoende aanwijzingen hebben gegeven over hun behoeften in die sectoren; Overwegende dat de toekenning van een lening op middellange termijn van 1 250 miljoen ecu door de Gemeenschap aan de USSR en haar Republieken een passende maatregel is voor de verlening van voedselhulp en medische bijstand en steun bij de voortzetting van de economische hervormingen; Overwegende dat de krachtens dit besluit verleende bijstand een aanvulling vormt op die welke reeds wordt verleend met de voedselhulp aan de USSR (voedselhulp ter waarde van 250 miljoen ecu en een kredietgarantie van 500 miljoen ecu voor de uitvoer van landbouw- en voedselprodukten); Overwegende dat de Gemeenschap bij de tenuitvoerlegging van dit besluit rekening moet houden met een evenwichtige verdeling tussen de Republieken op grond van de werkelijke behoeften en dat de traditionele handelsbetrekkingen tussen de Republieken niet mogen worden verstoord; Overwegende dat de inspanning die de Gemeenschap zich getroost om bijstand te verlenen aan de USSR en haar Republieken is opgezet in het kader van een algemeen kredietbedrag dat op uitgebalanceerde wijze over de belangrijkste geïndustrialiseerde landen dient te worden verdeeld; Overwegende dat de nodige regelingen moeten worden getroffen om ervoor te zorgen dat de communautaire lening, zonder de normale bevoorradingsomstandigheden volgens de regels van de vrije markt in gevaar te brengen, besteed wordt voor de bekostiging van de invoer van landbouw- en voedselprodukten en medische artikelen van oorsprong uit de Gemeenschap en uit Bulgarije, Tsjechoslowakije, Hongarije, Polen, Roemenië, Litouwen, Letland, Estland en Joegoslavië, voor zover die landen deze produkten kunnen leveren; Overwegende dat de krachtens dit besluit gefinancierde uitvoer kan bijdragen tot het herstel van de handel tussen de landen in Midden- en Oost-Europa onderling en tussen die landen en de USSR in het kader van een handelsverkeer waarbij de transacties in convertibele valuta's worden geregeld; Overwegende dat de kwestie van de risico's die zijn verbonden aan de door de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen geboden garanties zal worden onderzocht in het kader van de vernieuwing in 1992 van het Interinstitutioneel Akkoord inzake de begrotingsdiscipline en de verbetering van de begrotingsprocedure; Overwegende dat de lening van de Gemeenschap door de Commissie dient te worden beheerd; Overwegende dat het Verdrag, afgezien van artikel 235, niet voorziet in bevoegdheden voor de aanneming van dit besluit, BESLUIT: Artikel 1 1. De Gemeenschap verstrekt de USSR en haar Republieken een lening op middellange termijn voor een hoofdsom van ten hoogste 1 250 miljoen ecu, die in drie achtereenvolgende tranches zal worden uitbetaald en een looptijd van maximaal drie jaar heeft, om de invoer mogelijk te maken van landbouw- en voedselprodukten en medische artikelen van oorsprong uit de Gemeenschap, Bulgarije, Tsjechoslowakije, Hongarije, Polen, Roemenië, Litouwen, Letland, Estland en Joegoslavië. 2. Het voor de financiering van invoer uit Bulgarije, Tsjechoslowakije, Hongarije, Polen, Roemenië, Litouwen, Letland, Estland en Joegoslavië te gebruiken globale aandeel van de lening bedraagt 50 %, onder voorbehoud van de exportcapaciteiten van deze landen. Artikel 2 Met het oog op het bepaalde in artikel 1 wordt de Commissie gemachtigd namens de Europese Economische Gemeenschap de nodige middelen op te nemen die in de vorm van een lening ter beschikking van de USSR en haar Republieken worden gesteld. Artikel 3 De in artikel 2 bedoelde lening wordt door de Commissie beheerd. Artikel 4 1. De Commissie wordt gemachtigd om met de autoriteiten van de USSR en haar Republieken en in overleg met het in artikel 6 bedoelde Comité alsmede, voor financiële kwesties, met het Monetair Comité, de economische en financiële voorwaarden uit te werken voor de toekenning van de lening, de regels voor de terbeschikkingstelling van de middelen en de voor de aflossing van de lening vereiste garanties. 2. De economische voorwaarden moeten met name betrekking hebben op de voortzetting van een proces van economische hervormingen in de betrokken sector en op de markten voor agrovoedingsprodukten in de USSR en haar Republieken en in het bijzonder op de aspecten in verband met de distributie van de produkten. 3. De produkten waarvan de invoer met de leningsmiddelen wordt gefinancierd, worden tegen wereldmarktprijzen geïmporteerd. Voor de aankoop en de levering van deze produkten, die aan internationaal erkende kwaliteitsnormen moeten voldoen, moet de vrije concurrentie worden gewaarborgd. 4. De andere voorschriften in verband met de aankoop, de inontvangstneming, het vervoer en de distributie van de produkten uit de Gemeenschap, waarvan de invoer met de lening wordt gefinancierd, worden vastgesteld overeenkomstig de procedure van artikel 6, lid 2, aan de hand van de resultaten van de contacten tussen de Commissie en de autoriteiten van de USSR en haar Republieken. 5. De Commissie stelt het in artikel 6 bedoelde Comité regelmatig in kennis van de invoer in de USSR en haar Republieken uit Bulgarije, Tsjechoslowakije, Hongarije, Polen, Roemenië, Litouwen, Letland, Estland en Joegoslavië. 6. Bij het beheer van deze lening moet de Commissie rekening houden met een evenwichtige verdeling tussen de Republieken op grond van de werkelijke behoeften. De Commissie moet bovendien vermijden dat de traditionele handelsbetrekkingen tussen de Republieken worden verstoord. 7. De Commissie volgt het transport van de produkten tot de eindbestemming, ongeacht de oorsprong van de produkten. Artikel 5 De Commissie onderzoekt, samen met het in artikel 6 bedoelde Comité en het Monetair Comité, op gezette tijden of er aan de in artikel 4 bedoelde leningsvoorwaarden is voldaan. Artikel 6 1. Voor onder de artikelen 3 en 4 vallende vraagstukken wordt de Commissie bijgestaan door een Comité, bestaande uit de vertegenwoordigers van de Lid-Staten en voorgezeten door de vertegenwoordiger van de Commissie. 2. De vertegenwoordiger van de Commissie legt het Comité een ontwerp voor van de te nemen maatregelen. Het Comité brengt advies uit over dit ontwerp binnen een termijn die de voorzitter kan vaststellen naar gelang van de urgentie van de materie. Het Comité spreekt zich uit met de meerderheid van stemmen die in artikel 148, lid 2, van het Verdrag is voorgeschreven voor de aanneming van de besluiten die de Raad op voorstel van de Commissie dient te nemen. Bij de stemming in het Comité worden de stemmen van de vertegenwoordigers van de Lid-Staten gewogen overeenkomstig genoemd artikel. De voorzitter neemt niet aan de stemming deel. De Commissie stelt maatregelen vast die onmiddellijk van toepassing zijn. Indien deze maatregelen echter niet in overeenstemming zijn met het advies dat het Comité heeft uitgebracht, worden zij onverwijld door de Commissie ter kennis van de Raad gebracht. In dat geval: - stelt de Commissie de toepassing van de maatregelen waartoe zij heeft besloten uit voor een termijn van twee maanden na de datum van kennisgeving, - kan de Raad binnen de in het eerste streepje genoemde termijn met een gekwalificeerde meerderheid van stemmen een andersluidend besluit nemen. Artikel 7 Overeenkomstig artikel 1 en behoudens artikel 5, wordt de lening in drie achtereenvolgende tranches ter beschikking van de USSR en haar Republieken gesteld. Een eerste tranche wordt uitgekeerd zodra de transacties in verband met de lening zijn afgesloten. De USSR en haar Republieken zijn verantwoordelijk voor de aflossing van de hoofdsom en de rente op de wijze als bepaald in artikel 4, lid 1. Artikel 8 1. De in de artikelen 1 en 2 bedoelde transacties tot het aangaan en het verstrekken van leningen worden met dezelfde valutadatum afgesloten en mogen voor de Gemeenschap geen looptijdtransformatie, wisselkoers- of renterisico, noch enig ander commercieel risico met zich brengen. 2. De Commissie neemt, indien de USSR en haar Republieken dat verlangen, de nodige maatregelen om in de leningsvoorwaarden een beding inzake vervroegde aflossing op te nemen en dit toe te passen. 3. Alle kosten die de Gemeenschap bij het sluiten en uitvoeren van de in dit besluit bedoelde transacties maakt, komen ten laste van de USSR en haar Republieken. 4. Het Monetair Comité wordt van de ontwikkelingen met betrekking tot de in lid 2 bedoelde verrichtingen in kennis gesteld. Artikel 9 De Commissie brengt ten minste eenmaal per jaar aan het Europese Parlement en aan de Raad over de uitvoering van dit besluit verslag uit, welk verslag een evaluatie omvat. Gedaan te Brussel, 16 december 1991. Voor de Raad De Voorzitter W. KOK (1) PB nr. C 326 van 16. 12. 1991.