Choose the experimental features you want to try

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 31991D0319

BESLUIT VAN DE RAAD van 18 juni 1991 tot herziening van het programma voor verbetering van het ondernemingsklimaat en de bevordering van de ontwikkeling van ondernemingen, in het bijzonder van het midden- en kleinbedrijf, in de Gemeenschap (91/319/EEG)

PB L 175 van 4.7.1991, pp. 32–33 (ES, DA, DE, EL, EN, FR, IT, NL, PT)

Legal status of the document No longer in force, Date of end of validity: 31/12/1993

ELI: http://data.europa.eu/eli/dec/1991/319/oj

31991D0319

BESLUIT VAN DE RAAD van 18 juni 1991 tot herziening van het programma voor verbetering van het ondernemingsklimaat en de bevordering van de ontwikkeling van ondernemingen, in het bijzonder van het midden- en kleinbedrijf, in de Gemeenschap (91/319/EEG) -

Publicatieblad Nr. L 175 van 04/07/1991 blz. 0032 - 0033


BESLUIT VAN DE RAAD van 18 juni 1991 tot herziening van het programma voor verbetering van het ondernemingsklimaat en de bevordering van de ontwikkeling van ondernemingen, in het bijzonder van het midden - en kleinbedrijf, in de Gemeenschap ( 91/319/EEG )

DE RAAD VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap, inzonderheid op artikel 235,

Gezien het voorstel van de Commissie ( 1 ),

Gezien het advies van het Europese Parlement ( 2 ),

Gezien het advies van het Economisch en Sociaal Comité ( 3 ),

Overwegende dat de Raad op 28 juli 1989 Besluit 89/490/EEG heeft vastgesteld inzake de verbetering van het ondernemingsklimaat en de bevordering van de ontwikkeling van ondernemingen, in het bijzonder van het midden - en kleinbedrijf, in de Gemeenschap ( 4 );

Overwegende dat in artikel 7 van Besluit 89/490/EEG is bepaald dat voor de periode 1990-1993 het noodzakelijk geachte aanvankelijke bedrag op 110 miljoen ecu wordt geraamd en dat een extra bedrag dat op 25 miljoen ecu wordt geraamd, noodzakelijk kan worden geacht voor uitgaven in dezelfde periode indien de Raad daartoe besluit na een evaluatie van het programma;

Overwegende dat het noodzakelijk is gebleken om, na herziening van het programma, dit beleid met het oog op de voltooiing van de interne markt en met het oog op de andere in de Europese Akte vervatte mogelijkheden een nieuwe dimensie te verlenen;

Overwegende dat deze herziening met name betrekking heeft op de steun aan het midden - en kleinbedrijf, die aansluit bij de concrete economische werkelijkheid, en op de steeds toenemende pluriforme samenwerking tussen bedrijven, die een voor de voltooiing van de interne markt van 1993 essentiële factor vormt, zowel door de plaats van kleine en middelgrote ondernemingen in de economische activiteit in het algemeen en de betekenis ervan voor de ontwikkeling van de regio's, als door de rol van die ondernemingen op het gebied van dynamiek, produktiviteit, aanpassingsvermogen en innovatie;

Overwegende dat het programma kan worden versterkt door specifieke uit de structuurfondsen te financieren maatregelen ter ontwikkeling van kleine en middelgrote ondernemingen ( KMO's ); dat moet worden verder gegaan met de evaluaties en studies betreffende de definitie van het begrip kleine en middelgrote ondernemingen; dat bepaalde proefprojecten moeten worden versterkt, met inbegrip van projecten ter groepering van KMO's met verschillende doelstellingen; dat de haalbaarheidsstudie inzake de oprichting van een Europese Waarnemingspost voor KMO's zou moeten bevestigen dat het gaat om een instrument dat tot doel heeft de omschrijving van het ondernemingsbeleid te vergemakkelijken, onder andere door middel van statistische middelen en een evaluatie van de weerslag van de communautaire acties; dat - met name door stimulering van de reeds beschikbare of nog te creëren instrumenten ten faveure van de KMO's - het in artikel 6 van Besluit 89/490/EEG bedoelde jaarlijkse evaluatieverslag moet worden aangevuld met concrete bespiegelingen over de verwezenlijking van de interne markt;

Overwegende dat deze nieuwe richtsnoeren, welke berusten op de geconstateerde doeltreffendheid van de acties die van start zijn gegaan, een strategie noodzakelijk maken die op een kwalitatieve en kwantitatieve ontwikkeling van de ten behoeve van het bedrijfsleven gecreeerde instrumenten is gericht en derhalve de besteding van de daartoe noodzakelijk geachte 25 miljoen ecu rechtvaardigen;

Overwegende dat het Verdrag, afgezien van artikel 235, niet voorziet in de voor de aanneming van dit besluit vereiste bevoegdheden,

BESLUIT :

Artikel 1

Ten einde de verbetering van het ondernemingsklimaat en de stimulering van de ontwikkeling van ondernemingen, in het bijzonder van kleine en middelgrote ondernemingen te waarborgen, wordt het programma voor steun aan het midden - en kleinbedrijf overeenkomstig artikel 7 van Besluit 89/490/EEG herzien .

Deze herziening strekt in het bijzonder tot intensivering en verhoging van de doeltreffendheid van de maatregelen als bedoeld in artikel 2 en in de bijlage van Besluit 89/490/EEG .

Artikel 2

Voor de periode tot en met 31 december 1993 wordt een extra bedrag van 25 miljoen ecu, zoals bepaald in artikel 7 van Besluit 89/490/EEG, voor de verwezenlijking van de in artikel 1 genoemde doelstellingen noodzakelijk geacht .

De kredieten voor de tenuitvoerlegging van het gehele programma worden elk jaar in het kader van de begrotingsprocedure vastgesteld .

Artikel 3

Ter aanvulling van de jaarlijks door de Commissie te verrichten evaluaties zullen onafhankelijke deskundigen ten behoeve van de Commissie een evaluatie maken van de resultaten die in het kader van alle aspecten van het programma zijn bereikt . Vóór 1 november 1992 zal de Commissie een verslag, vergezeld van eventuele opmerkingen, aan het Europese Parlement en de Raad voorleggen . Gedaan te Luxemburg, 18 juni 1991 . Voor de Raad

De Voorzitter

G . WOHLFART

( 1 ) PB nr . C 13 van 19 . 1 . 1991, blz . 5 . ( 2 ) PB nr . C 106 van 22 . 4 . 1991, blz . 95 . ( 3 ) PB nr . C 102 van 18 . 4 . 1991, blz . 16 . ( 4 ) PB nr . L 239 van 16 . 8 . 1989, blz . 33 .

Top