Choose the experimental features you want to try

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 31989R3013

Verordening (EEG) nr. 3013/89 van de Raad van 25 september 1989 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector schape- en geitevlees

/* Gecodificeerde versie CF 31998R2467 */

PB L 289 van 7.10.1989, pp. 1–12 (ES, DA, DE, EL, EN, FR, IT, NL, PT)

Dit document is verschenen in een speciale editie. (FI, SV)

Legal status of the document No longer in force, Date of end of validity: 19/11/1998; afgeschaft en vervangen door 393R2467

ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/1989/3013/oj

31989R3013

Verordening (EEG) nr. 3013/89 van de Raad van 25 september 1989 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector schape- en geitevlees /* Gecodificeerde versie CF 398R2467 */

Publicatieblad Nr. L 289 van 07/10/1989 blz. 0001 - 0012
Bijzondere uitgave in het Fins: Hoofdstuk 3 Deel 30 blz. 0151
Bijzondere uitgave in het Zweeds: Hoofdstuk 3 Deel 30 blz. 0151


*****

VERORDENING (EEG) Nr. 3013/89 VAN DE RAAD

van 25 september 1989

houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector schape- en geitevlees

DE RAAD VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap, inzonderheid op de artikelen 42 en 43,

Gezien het voorstel van de Commissie (1),

Gezien het advies van het Europese Parlement (2),

Gezien het advies van het Economisch en Sociaal Comité (3),

Overwegende dat de werking en de ontwikkeling van de gemeenschappelijke markt voor landbouwprodukten gepaard moeten gaan met de totstandkoming van een gemeenschappelijk landbouwbeleid, en dat dit beleid met name een gemeenschappelijke ordening van de landbouwmarkten dient te omvatten die verschillende vormen kan aannemen naar gelang van de produkten;

Overwegende dat de regeling die is ingesteld bij Verordening (EEG) nr. 1837/80 van de Raad van 27 juni 1980 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector schape- en geitevlees (4), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EEG) nr. 1115/88 (5), opnieuw moet worden bezien met het oog op de totstandbrenging van één enkele markt;

Overwegende dat, om de doelstellingen van artikel 39 van het Verdrag te bereiken en met name ten einde de markten te stabiliseren en de betrokken landbouwbevolking een redelijke levensstandaard te verzekeren, bepaalde maatregelen ter vergemakkelijking van de aanpassing van het aanbod aan de eisen van de markt moeten worden gehandhaafd; dat met name de regeling waarbij aan de producenten van schape- en geitevlees in de Gemeenschap een premie wordt verleend ter compensatie van hun inkomensverlies en bepaalde interventiemaatregelen moeten worden gecontinueerd;

Overwegende dat bij het vaststellen van het bedrag van de aan de producenten te verlenen premie op basis van één enkel communautair inkomensverlies, rekening moet worden gehouden met de uiteenlopende specialisaties van de produktiestelsels in de Gemeenschap; dat, om de toename van de begrotingskosten in deze sector te beperken, de verlening van het volledige bedrag van de premie moet worden beperkt tot 1 000 dieren per producent in de probleemgebieden in de zin van Richtlijn 75/268/EEG (6) en tot 500 dieren per producent in de andere gebieden; dat boven deze aantallen de premie moet blijven worden uitgekeerd tegen het verlaagde percentage van 50;

Overwegende dat ervoor moet worden gezorgd dat de interventiemaatregelen de vorm aannemen van steunverlening voor de particuliere opslag, aangezien deze de normale afzet van de produkten het minst beïnvloedt;

Overwegende dat vorengenoemde premie ten doel heeft de producent een billijk inkomen te garanderen; dat evenwel, in verband met de afzetmogelijkheden op de markt van de Gemeenschap en de internationale verbintenissen die de Gemeenschap is aangegaan, de produktie van schape- en geitevlees niet meer mag worden gestimuleerd zodra het bestand een op grond van de marktsituatie vastgestelde omvang heeft bereikt; dat daartoe de bij de betrokken maatregelen vastgestelde garantie moet worden beperkt; dat het dienstig is de gegarandeerde maximumomvang vast te stellen op het niveau van het ooienbestand in de diverse regio's per 31 december 1987, en te bepalen dat die maximumomvang op termijn moet worden herzien;

Overwegende dat een basisprijs moet worden vastgesteld als uitgangspunt voor de toepassing van interventiemaatregelen en ter bescherming van de markt van de Gemeenschap tegen prijsschommelingen op de wereldmarkt voor bepaalde produkten van deze sector;

Overwegende dat de totstandbrenging van één enkele markt voor de Gemeenschap in de sector schape- en geitevlees de instelling van een uniforme regeling van het handelsverkeer aan de buitengrenzen van de Gemeenschap met zich brengt; dat de invoering, naast de interventieregeling, van een regeling van het handelsverkeer die, ter vervanging van de douanerechten, voor bepaalde

produkten een stelsel van heffingen bij invoer omvat, in beginsel tot stabilisatie van de markt van de Gemeenschap zal leiden doordat met name wordt voorkomen dat schommelingen van de wereldmarktprijzen, wanneer deze lager zijn dan de basisprijs, verstorend werken op de in de Gemeenschap toegepaste prijzen;

Overwegende dat het met het oog op de toepassing van het stelsel van heffingen dienstig is aanbiedingsprijzen franco grens van de Gemeenschap vast te stellen aan de hand van de prijsnoteringen op de meest representatieve markten van derde landen en voor de betrokken produkten een bijzondere heffing vast te stellen wanneer de aanbiedingsprijzen van een of meer derde landen abnormaal laag zijn;

Overwegende dat voor de onder GN-code 0204 vallende produkten waarvoor het douanerecht in het kader van de Algemene Overeenkomst inzake Tarieven en Handel (GATT) is geconsolideerd, de heffingen niet hoger mogen zijn dan het bedrag dat voortvloeit uit deze consolidatie of uit overeenkomsten inzake vrijwillige beperking;

Overwegende dat, om de ontwikkeling van de invoer en uitvoer te kunnen volgen, dient te worden voorzien in de mogelijkheid om een stelsel van invoer- en uitvoercertificaten toe te passen, waarbij een waarborg wordt gesteld als garantie voor de invoer of uitvoer;

Overwegende dat dient te worden voorzien in de mogelijkheid om bij uitvoer naar derde landen een restitutie te verlenen die gelijk is aan het verschil tussen de prijzen in de Gemeenschap en de wereldmarktprijzen;

Overwegende dat ter aanvulling van het hierboven beschreven stelsel de mogelijkheid dient te worden geschapen om de toepassing van de regeling »actieve veredeling" of de regeling »passieve veredeling" geheel of gedeeltelijk te verbieden voor zover de marktsituatie zulks vereist;

Overwegende dat het stelsel van douanerechten of heffingen het mogelijk maakt af te zien van andere beschermende maatregelen aan de buitengrenzen van de Gemeenschap; dat het stelsel van gemeenschappelijke prijzen, douanerechten en heffingen in uitzonderlijke omstandigheden echter te kort kan schieten; dat, ten einde de markt van de Gemeenschap in dergelijke gevallen niet zonder bescherming te laten tegen de verstoringen die hieruit dreigen voort te vloeien, aangezien de voorheen bestaande invoerbelemmeringen zullen zijn opgeheven, de Gemeenschap in staat dient te worden gesteld snel de vereiste maatregelen te nemen;

Overwegende dat beperkingen van het vrije verkeer die voortvloeien uit de toepassing van maatregelen om de verbreiding van veeziekten tegen te gaan moeilijkheden op de markt van een of meer Lid-Staten kunnen veroorzaken; dat dient te worden voorzien in de mogelijkheid om buitengewone maatregelen ter ondersteuning van de markt te nemen ten einde de situatie te verhelpen;

Overwegende dat, om de uitvoering van de voorgenomen maatregelen te vergemakkelijken, dient te worden voorzien in een procedure waarbij in het kader van een comité van beheer een nauwe samenwerking tussen de Lid-Staten en de Commissie tot stand wordt gebracht;

Overwegende dat bij de gemeenschappelijke ordening der markten in de sector schape- en geitevlees gelijkelijk en op passende wijze rekening moet worden gehouden met de in de artikelen 39 en 110 van het Verdrag gestelde doeleinden;

Overwegende dat de totstandbrenging van een gemeenschappelijke markt die berust op een stelsel van gemeenschappelijke prijzen door de toepassing van bepaalde steunmaatregelen in gevaar zou kunnen worden gebracht; dat het derhalve dienstig is dat de bepalingen van het Verdrag die het mogelijk maken de door de Lid-Staten verleende steun te beoordelen en steunmaatregelen die onverenigbaar zijn met de gemeenschappelijke markt te verbieden, van toepassing worden verklaard in de sector schape- en geitevlees;

Overwegende dat de overgang van de krachtens Verordening (EEG) nr. 1837/80 geldende regeling naar de bij de onderhavige verordening ingestelde regeling onder de gunstigste omstandigheden dient te verlopen; dat te dien einde moet worden voorzien in een overgangsregeling waarin de vroeger in bepaalde regio's toegepaste steunmaatregelen, en met name de regeling inzake de variabele premie en de bijzondere bepalingen als bedoeld in artikel 5, leden 5 en 5 bis, van Verordening (EEG) nr. 1837/80 worden overgenomen; dat ingeval het Verenigd Koninkrijk besluit de regeling inzake de variabele premie tijdelijk toe te passen, de regeling inzake de beperking van de garantie apart moet worden toegepast in Groot-Brittannië en in de rest van de Gemeenschap; dat een geleidelijke onderlinge aanpassing van alle geldende bepalingen uiterlijk tegen het verkoopseizoen 1993 moet leiden tot een uniforme regeling inzake de premie en inzake garantiebeperking;

Overwegende dat de uitgaven die de Lid-Staten verrichten op grond van de verplichtingen die voortvloeien uit de toepassing van de onderhavige verordening, overeenkomstig Verordening (EEG) nr. 729/70 van de Raad van 21 april 1970 betreffende de financiering van het gemeenschappelijk landbouwbeleid (1), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EEG) nr. 2048/88 (2), voor rekening komen van de Gemeenschap,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING

VASTGESTELD:

Artikel 1

De gemeenschappelijke ordening der markten in de sector schape- en geitevlees omvat een prijsregeling en een regeling van het handelsverkeer en geldt voor de volgende produkten:

1.2 // // // GN-code // Omschrijving // // // a) 0104 10 90 // Levende schapen, andere dan fokdieren van zuiver ras // 0104 20 90 // Levende geiten, andere dan fokdieren van zuiver ras // 0204 // Vlees van schapen of van geiten, vers, gekoeld of bevroren // 0210 90 11 // Vlees van schapen en van geiten, met been, gezouten, gepekeld of gedroogd // 0210 90 19 // Vlees van schapen en van geiten, zonder been, gezouten, gepekeld of gedroogd // // // b) 0104 10 10 // Levende schapen, fokdieren van zuiver ras // 0104 20 10 // Levende geiten, fokdieren van zuiver ras // 0206 80 99 // Eetbare slachtafvallen van schapen en van geiten, vers of gekoeld, andere dan bestemd voor de vervaardiging van farmaceutische produkten // 0206 90 99 // Eetbare slachtafvallen van schapen en van geiten, bevroren, andere dan bestemd voor de vervaardiging van farmaceutische produkten // 0210 90 60 // Eetbare slachtafvallen van schapen en van geiten, gezouten, gepekeld of gedroogd // 1502 00 99 // Schape- of geitevet, ruw of gesmolten, ook indien geperst of met behulp van oplosmiddelen geëxtraheerd // // // c) 1602 90 71 // Andere bereidingen en conserven van vlees of slachtafvallen van schapen en van geiten, niet gekookt; mengsels van gekookt of gebakken vlees of gekookte of gebakken slachtafvallen met niet-gekookt en niet-gebakken vlees of niet-gekookte en niet-gebakken slachtafvallen // // // d) 1602 90 79 // Andere bereidingen en conserven van vlees of slachtafvallen van schapen en van geiten // //

Artikel 2

Ter aanmoediging van de initiatieven van het betrokken bedrijfsleven om de aanpassing van het aanbod aan de eisen van de markt te vergemakkelijken, kunnen voor de in artikel 1 bedoelde produkten de volgende communautaire maatregelen worden genomen:

a) maatregelen waardoor een betere oriëntatie van de veehouderij mogelijk wordt gemaakt;

b) maatregelen die kunnen bijdragen tot een betere organisatie van de produktie, de verwerking en de afzet;

c) maatregelen tot verbetering van de kwaliteit;

d) maatregelen ertoe strekkende het opstellen van ramingen op korte en lange termijn mogelijk te maken aan de hand van gegevens betreffende de gebruikte produktiemiddelen;

e) maatregelen ertoe strekkende de waarneming van het prijsverloop op de markt te vergemakkelijken.

De algemene voorschriften betreffende deze maatregelen worden vastgesteld volgens de procedure van artikel 43, lid 2, van het Verdrag.

TITEL I

Prijs-, premie- en interventieregeling

Artikel 3

1. Jaarlijks wordt volgens de procedure van artikel 43, lid 2, van het Verdrag voor het volgende verkoopseizoen een basisprijs vastgesteld voor geslachte schapen, vers of gekoeld.

2. Bij de vaststelling van de basisprijs wordt met name rekening gehouden met:

a) de marktsituatie in de sector schape- en geitevlees in het lopende jaar;

b) de vooruitzichten inzake de ontwikkeling van produktie en verbruik van schapevlees;

c) de produktiekosten voor schapevlees;

d) de marktsituatie in de andere sectoren van dierlijke produkten, met name in de sector rundvlees;

e) de opgedane ervaring.

De Raad stelt, op voorstel van de Commissie, met gekwalificeerde meerderheid van stemmen naar seizoen gedifferentieerde basisprijzen vast om rekening te houden met de normale seizoenschommelingen van de communautaire markt voor schapevlees.

3. Tenzij de Raad op voorstel van de Commissie met gekwalificeerde meerderheid van stemmen anders besluit, vangt het verkoopseizoen aan op de eerste maandag van januari en eindigt het op de dag die voorafgaat aan die dag van het daaropvolgende jaar. Artikel 4

1. Voor geslachte schapen, vers of gekoeld, wordt op de representatieve markten van de Gemeenschap een gewogen gemiddelde weekprijs geconstateerd op basis van de prijzen die op de representatieve markt of markten van iedere noteringszone voor de communautaire standaardkwaliteit van geslachte schapen, vers of gekoeld, zijn geconstateerd met inachtneming van de relatieve betekenis van de totale produktie van schapevlees van iedere noteringszone.

Onverminderd artikel 24 wordt onder noteringszone verstaan:

- Groot-Brittannië,

- Noord-Ierland,

- elke andere Lid-Staat afzonderlijk.

2. De communautaire notering van de in lid 1 bedoelde standaardkwaliteit vertegenwoordigt de gemiddeld in de Gemeenschap meest verspreide produktie voor bestanden die met name voor de produktie van zware lammeren zijn bestemd. Zij wordt uiterlijk op 1 januari 1991 in alle Lid-Staten ingesteld.

Op voorstel van de Commissie stelt de Raad met gekwalificeerde meerderheid van stemmen

- de standaardkwaliteit vast,

- een definitie van »tot zware dieren gemeste lammeren" op.

3. Als producent van lichte lammeren wordt beschouwd iedere schapehouder die melk van ooien of zuivelprodukten op basis van melk van ooien verkoopt. Elke andere schapehouder wordt als producent van zware lammeren beschouwd.

4. De Lid-Staten werken ten genoegen van de Commissie en uiterlijk tegen het verkoopseizoen 1991 een regeling uit waardoor de producenten van zware lammeren kunnen worden onderscheiden van die van lichte lammeren.

5. De uitvoeringsbepalingen van dit artikel worden vastgesteld volgens de procedure van artikel 30.

Artikel 5

1. Voor zover zulks nodig is ter compensatie van inkomensverliezen van schapevleesproducenten in een verkoopseizoen in de Gemeenschap, wordt een premie toegekend.

Hiertoe wordt een uniform inkomensverlies vastgesteld dat per 100 kg geslacht gewicht gelijk is aan het eventuele verschil tussen de in artikel 3, lid 1, bedoelde basisprijs en het rekenkundig gemiddelde van de overeenkomstig artikel 4 geconstateerde wekelijkse marktprijzen.

2. Het bedrag van de premie per ooi voor producenten van zware lammeren als bedoeld in artikel 4, lid 3, wordt berekend door op het in lid 1 bedoelde inkomensverlies een coëfficiënt toe te passen die voor de gehele Gemeenschap de gemiddelde jaarlijkse produktie van vlees van zware lammeren per ooi aangeeft, uitgedrukt in 100 kg geslacht gewicht.

3. Het bedrag van de premie per ooi voor producenten van lichte lammeren als bedoeld in artikel 4, lid 3, wordt berekend door op het in lid 1 bedoelde inkomensverlies een coëfficiënt toe te passen die 70 % bedraagt van de overeenkomstig lid 2 vastgestelde coëfficiënt.

4. Elke producent ontvangt de voor de categorie waarin hij is ingedeeld berekende premie. Indien hij kan aantonen dat ten minste 40 % van de op zijn bedrijf geboren lammeren tot zware dieren worden vetgemest met het oog op de slacht, kan een producent die melk of zuivelprodukten van ooien verkoopt evenwel op zijn verzoek de premie voor de zware categorie ontvangen, in verhouding tot het aantal op zijn bedrijf geboren lammeren die tot zware dieren worden gemest.

5. Ter compensatie van inkomensverliezen van geitevleesproducenten wordt een premie toegekend:

- in de in bijlage I bedoelde gebieden,

- in berggebieden in de zin van artikel 3, lid 3, van Richtlijn 75/268/EEG, voor zover niet in bijlage I bij deze verordening vermeld, mits volgens de procedure van artikel 30 wordt vastgesteld dat de produktie in die gebieden aan de volgende criteria voldoet:

a) de geitenhouderij is voornamelijk gericht op de produktie van geitevlees;

b) de houderijtechnieken zijn vergelijkbaar voor schapen en geiten.

Het bedrag van de premie per geit is gelijk aan 70 % van dat van de premie per ooi, overeenkomstig lid 2.

6. Voor het einde van ieder halfjaar gaat de Commissie, volgens de procedure van artikel 30, over tot een raming van het over het gehele verkoopseizoen te verwachten inkomensverlies en het te verwachten bedrag van de premie.

Op basis van deze raming van het inkomensverlies zijn de Lid-Staten gemachtigd om al hun producenten een halfjaarlijks voorschot uit te betalen ten belope van 30 % van de geraamde premie.

De Lid-Staten mogen bepalen dat beide voorschotten vanaf het einde van het tweede halfjaar in één keer aan de producenten worden uitbetaald.

Het bedrag van de definitieve premie wordt onverwijld na het einde van het betrokken verkoopseizoen en wel uiterlijk op 31 maart vastgesteld. In voorkomend geval wordt een saldo uitgekeerd.

De aan de producent uitgekeerde premie wordt berekend op basis van het aantal ooien en/of geiten die op het bedrijf zijn gehouden gedurende een minimumperiode waarvan de duur wordt bepaald volgens de procedure van artikel 30.

7. De in deze verordening bedoelde premie voor de producenten van schape- en geitevlees wordt volledig uitbetaald tot een maximum van 1 000 dieren per producent in de probleemgebieden in de zin van artikel 3, leden 3, 4 en 5, van Richtlijn 75/268/EEG, en tot een maximum van 500 dieren per producent in de andere gebieden.

(1) PB nr. C 319 van 12. 12. 1988, blz. 36.

(2) PB nr. C 120 van 16. 5. 1989, blz. 196.

(3) PB nr. C 56 van 6. 3. 1989, blz. 41.

(4) PB nr. L 183 van 16. 7. 1980, blz. 1.

(5) PB nr. L 110 van 29. 4. 1988, blz. 36.

(6) PB nr. L 128 van 19. 5. 1975, blz. 1.

(1) PB nr. L 94 van 28. 4. 1970, blz. 13.

(2) PB nr. L 185 van 15. 7. 1988, blz. 1.

Boven de in de eerste alinea genoemde maxima wordt het bedrag van de premie vastgesteld op 50 % van het bedrag dat zal worden berekend.

In geval van producentengroeperingen of -verenigingen, dan wel enige andere vorm van samenwerking tussen producenten, worden de in de eerste alinea genoemde maxima op elk van de geassocieerde producenten afzonderlijk toegepast.

8. Op voorstel van de Commissie stelt de Raad, met gekwalificeerde meerderheid van stemmen, de algemene voorschriften betreffende de in dit artikel opgenomen regeling vast, en bepaalt hij met name welke producenten voor de premie in aanmerking komen en voor welke ooien en, voor de in lid 5 bedoelde gebieden, voor welke geiten, de premie geldt.

Volgens dezelfde procedure

- kan de Raad bepalen dat de premie ook wordt toegekend voor bepaalde vrouwelijke dieren van bergrassen die worden gehouden in duidelijk omschreven gebieden met buitengewoon ongunstige produktieomstandigheden en die niet beantwoorden aan de definitie van ooien die voor toekenning van de steun in aanmerking komen; het bedrag van de premie voor die vrouwelijke dieren is gelijk aan 70 % van het overeenkomstig lid 2 vastgestelde bedrag voor ooien die voor de premie in aanmerking komen;

- kan de Raad bepalen dat de premie uitsluitend wordt toegekend aan producenten met een bepaald minimumaantal ooien en, voor de in lid 5 bedoelde gebieden, een bepaald minimumaantal ooien en/of geiten.

9. Volgens de procedure van artikel 30:

- stelt de Commissie in voorkomend geval de premie per ooi voor de in de leden 2 en 3 bedoelde producenten, de premie per vrouwelijk dier van een bergras in de zin van lid 8, en, voor de in lid 5 bedoelde gebieden, de premie per geit vast,

- stelt de Commissie voor ieder verkoopseizoen de in lid 2 bedoelde coëfficiënt vast die voor het gehele verkoopseizoen geldt,

- stelt de Commissie de bepalingen ter uitvoering van dit artikel, en met name die betreffende het indienen van de premieaanvragen en de uitkering van de premie, vast.

10. De uitgaven in het kader van de in dit artikel opgenomen regeling worden aangemerkt als interventie-uitgaven ter regulering van de landbouwmarkten.

Artikel 6

Er kunnen interventiemaatregelen worden genomen in de vorm van steunverlening voor de particuliere opslag van geslachte lammeren en het uitgesneden vlees daarvan.

Artikel 7

1. Wanneer:

- de overeenkomstig artikel 4 geconstateerde prijs, enerzijds,

- de marktprijs van een noteringszone als bedoeld in artikel 4, lid 1, anderzijds,

lager liggen dan 90 % van de in artikel 3, lid 2, bedoelde naar seizoen gedifferentieerde basisprijs en waarschijnlijk op dat niveau zullen blijven, kan voor de betrokken noteringszone tot verlening van steun voor de particuliere opslag als bedoeld in artikel 6 worden besloten.

2. Wanneer:

- de overeenkomstig artikel 4 geconstateerde prijs, enerzijds,

- de marktprijs van een noteringszone, anderzijds,

lager liggen dan 85 % van de naar seizoen gedifferentieerde basisprijs en waarschijnlijk op dat niveau zullen blijven, kan voor de betrokken noteringszone tot verlening van steun voor de particuliere opslag als bedoeld in artikel 6 worden besloten; in dat geval wordt daartoe uitsluitend via een inschrijvingsprocedure besloten.

3. Wanneer de marktprijs van een noteringszone gedurende twee opeenvolgende weken lager ligt dan 70 % van de naar seizoen gedifferentieerde basisprijs, moet de Commissie besluiten een aanbestedingsprocedure in te leiden met het oog op verlening van steun voor de particuliere opslag in de betrokken noteringszone.

4. Door de Raad worden, op voorstel van de Commissie en met gekwalificeerde meerderheid van stemmen, de algemene uitvoeringsbepalingen van dit artikel vastgesteld.

5. Volgens de procedure van artikel 30:

a) wordt bepaald welke produkten en kwaliteiten voor particuliere opslag in aanmerking komen;

b) wordt besloten tot inwerkingstelling van de in de leden 1, 2 en 3 genoemde maatregelen;

c) wordt besloten tot verlening van steun voor particuliere opslag, wordt bepaald welke hoeveelheden worden aanvaard en wordt besloten tot stopzetting van de steunverlening;

d) worden de overige uitvoeringsbepalingen van dit artikel vastgesteld, met name de voorwaarden voor de toepassing van de interventiemaatregelen.

Artikel 8

1. De gegarandeerde maximumomvang van het ooienbestand wordt vastgesteld op 63 400 000 stuks.

2. Voor elk verkoopseizoen:

- wordt, wanneer het ooienbestand volgens de raming voor het betrokken verkoopseizoen de voor dat verkoopseizoen vastgestelde gegarandeerde maximumomvang overschrijdt, de in artikel 5 bedoelde premie zowel voor ooien als voor geiten verminderd met het bedrag dat wordt verkregen door op de basisprijs een coëfficiënt toe te passen die overeenkomt met een verlaging met 1 % per procent waarmede de gegarandeerde maximumomvang wordt overschreden;

- wordt, ingeval de toepassing van de in het eerste streepje vastgestelde regeling op de werkelijk geconstateerde omvang van het ooienbestand in het voorgaande verkoopseizoen resulteert in een premiebedrag dat afwijkt van het vastgestelde, de correctie uitgevoerd op het ogenblik van de definitieve vaststelling van de premie voor ooien voor het verkoopseizoen of anders bij de berekening van de premie voor het volgende seizoen.

3. De bepalingen ter uitvoering van dit artikel, en met name de coëfficiënt en het bedrag bedoeld in lid 2, worden vastgesteld volgens de procedure van artikel 30.

4. Vóór 31 december 1989 dient de Commissie passende voorstellen bij de Raad in over het stelsel van beperking van de garantie.

Uiterlijk op 31 december 1992 beziet de Raad de bovenbedoelde stabilisatieregeling opnieuw volgens de procedure van artikel 43 van het Verdrag.

TITEL II

Regeling van het handelsverkeer met derde landen

Artikel 9

1. Op de in de tabel in artikel 1, onder b), c) en d), bedoelde produkten wordt het gemeenschappelijk douanetarief toegepast.

2. De rechten van het gemeenschappelijk douanetarief worden niet toegepast op de in de tabel in artikel 1, onder a), bedoelde produkten. Op die produkten is, onder de in deze verordening vastgestelde voorwaarden, een invoerheffing van toepassing.

Artikel 10

De invoerheffingen worden maandelijks door de Commissie vastgesteld.

Indien nodig kan de Commissie de heffingen tussentijds wijzigen.

Artikel 11

1. Voor geslachte dieren, vers of gekoeld, bedoeld in bijlage II, die vallen onder de GN-codes 0204 10 00, 0204 21 00 en 0204 50 11, is de heffing gelijk aan het verschil tussen de basisprijs en de aanbiedingsprijs franco grens van de Gemeenschap.

2. De in lid 1 bedoelde aanbiedingsprijs franco grens van de Gemeenschap wordt vastgesteld aan de hand van de kwalitatief en kwantitatief meest representatieve aankoopmogelijkheden die zijn geconstateerd tijdens een nader vast te stellen periode voorafgaande aan de bepaling van de heffing, waarbij met name rekening wordt gehouden met:

a) de situatie inzake vraag en aanbod voor vers of gekoeld schapevlees;

b) de wereldmarktprijzen voor bevroren schapevlees van een categorie die kan concurreren met vers of gekoeld schapevlees, en

c) de opgedane ervaring.

Indien nodig wordt de aanbiedingsprijs franco grens vastgesteld aan de hand van de meest representatieve aankoopmogelijkheden die zijn geconstateerd voor levende schapen.

3. Voor levende dieren die vallen onder de GN-codes 0104 10 90 en 0104 20 90 en voor vlees, bedoeld in bijlage II, vallende onder de GN-codes 0204 22 10, 0204 22 30, 0204 22 50, 0204 22 90, 0204 23 00, 0204 50 13, 0204 50 15, 0204 50 19, 0204 50 31, 0204 50 39, 0210 90 11 en 0210 90 19, is de heffing gelijk aan de heffing die voor het in lid 1 bedoelde produkt is bepaald, vermenigvuldigd met een voor elk van de betrokken produkten vastgestelde forfaitaire coëfficiënt.

4. De toe te passen heffing is die welke geldt op de dag van invoer.

5. De uitvoeringsbepalingen van dit artikel worden vastgesteld volgens de procedure van artikel 30.

Artikel 12

1. Voor bevroren vlees, bedoeld in bijlage II, vallende onder de GN-codes 0204 30 00, 0204 41 00 en 0204 50 51, is de heffing gelijk aan het verschil tussen:

a) enerzijds de basisprijs, vermenigvuldigd met een coëfficiënt die de verhouding weergeeft die in de Gemeenschap bestaat tussen de prijs voor vers vlees van een categorie die met het betrokken bevroren vlees kan concurreren en dezelfde aanbiedingsvorm heeft, en de gemiddelde prijs van geslachte schapen, vers en gekoeld, en

b) anderzijds de aanbiedingsprijs franco grens van de Gemeenschap voor dit bevroren vlees.

2. De in lid 1, onder b), bedoelde aanbiedingsprijs franco grens van de Gemeenschap wordt vastgesteld aan de hand van de kwalitatief en kwantitatief meest representatieve aankoopmogelijkheden voor bevroren vlees die zijn geconstateerd tijdens een nader vast te stellen periode voorafgaande aan de bepaling van de heffing, waarbij met name rekening wordt gehouden met: a) de te verwachten ontwikkeling van de markt voor bevroren vlees;

b) de meest representatieve prijzen op de markten van derde landen voor vers of gekoeld vlees van een categorie die kan concurreren met bevroren vlees, en

c) de opgedane ervaring.

3. Voor bevroren vlees, bedoeld in bijlage II, vallende onder de GN-codes 0204 42 10, 0204 42 30, 0204 42 50, 0204 42 90, 0204 43 00, 0204 50 53, 0204 50 55, 0204 50 59, 0204 50 71 en 0204 50 79, is de heffing gelijk aan de heffing die voor het in lid 1 bedoelde produkt is bepaald, vermenigvuldigd met een voor elk van de betrokken produkten vastgestelde forfaitaire coëfficiënt.

4. De toe te passen heffing is die welke geldt op de dag van invoer.

5. De uitvoeringsbepalingen van dit artikel worden vastgesteld volgens de procedure van artikel 30.

Artikel 13

1. Een speciale heffing kan worden vastgesteld voor produkten van oorsprong of herkomst uit een of meer derde landen, indien deze produkten tegen abnormaal lage prijzen worden uitgevoerd.

2. De uitvoeringsbepalingen van dit artikel worden vastgesteld volgens de procedure van artikel 30.

Artikel 14

In afwijking van het bepaalde in de artikelen 11, 12 en 13:

a) mogen de heffingen voor de onder de GN-codes 0104 10 90 en 0104 20 90 vallende produkten niet hoger zijn dat het bedrag dat voortvloeit uit overeenkomsten inzake vrijwillige beperking;

b) mogen de heffingen voor de onder GN-code 0204 vallende produkten waarvoor het douanerecht in het kader van de Algemene Overeenkomst betreffende Tarieven en Handel (GATT) is geconsolideerd niet hoger zijn dan het bedrag dat voortvloeit uit deze overeenkomsten inzake vrijwillige beperking.

Artikel 15

1. Voor invoer in en uitvoer uit de Gemeenschap van de in de tabel in artikel 1, onder a), c) en d), bedoelde produkten is steeds een invoer-, onderscheidenlijk uitvoercertificaat vereist, dat door de Lid-Staten aan elke belanghebbende die daartoe het verzoek doet wordt afgegeven, ongeacht de plaats van zijn vestiging in de Gemeenschap.

Het in- of uitvoercertificaat is geldig in de gehele Gemeenschap.

De afgifte van dit certificaat is afhankelijk van het stellen van een zekerheid als garantie dat zal worden voldaan aan de verplichting tot invoer of uitvoer tijdens de geldigheidsduur van het certificaat. Deze waarborg wordt geheel of gedeeltelijk verbeurd indien de transactie niet of slechts ten dele binnen deze termijn plaatsvindt.

2. De uitvoeringsbepalingen van dit artikel, die met name betrekking kunnen hebben op een termijn voor de afgifte van de certificaten, worden vastgesteld volgens de procedure van artikel 30.

Artikel 16

1. Voor zover nodig om de uitvoer van de in artikel 1 genoemde produkten mogelijk te maken, kan het verschil tussen de prijzen van deze produkten op de wereldmarkt en de prijzen in de Gemeenschap overbrugd worden door een restitutie bij uitvoer.

2. De restitutie is gelijk voor de gehele Gemeenschap. Zij kan variëren naar gelang van de bestemming.

De vastgestelde restitutie wordt toegekend op verzoek van de belanghebbende.

3. De Raad stelt op voorstel van de Commissie en met gekwalificeerde meerderheid van stemmen de algemene voorschriften vast voor de toekenning en de vaststelling vooraf van de restituties bij uitvoer.

4. De restituties worden periodiek vastgesteld volgens de procedure van artikel 30. Indien noodzakelijk kan de Commissie de restituties tussentijds wijzigen op verzoek van een Lid-Staat of op eigen initiatief.

5. De uitvoeringsbepalingen van dit artikel worden vastgesteld volgens de procedure van artikel 30.

Artikel 17

Deze verordening wordt toegepast met inachtneming van de verplichtingen die voortvloeien uit overeenkomsten die de Gemeenschap op internationaal vlak binden.

Artikel 18

Voor zover nodig voor de goede werking van de gemeenschappelijke ordening van de markten in de sector schapevlees, kan de Raad, op voorstel van de Commissie en met gekwalificeerde meerderheid van stemmen, de toepassing van de regeling actieve of passieve veredeling geheel of gedeeltelijk uitsluiten voor de in artikel 1 bedoelde produkten.

Artikel 19

1. De algemene bepalingen voor de interpretatie van het gemeenschappelijk douanetarief en de bijzondere regels voor de toepassing van het gemeenschappelijk douanetarief zijn van toepassing voor de indeling van de produkten die onder deze verordening vallen; de tariefnomenclatuur die voortvloeit uit de toepassing van deze verordening wordt overgenomen in het gemeenschappelijk douanetarief.

De Raad kan, op voorstel van de Commissie en met gekwalificeerde meerderheid van stemmen, deze verordening aanpassen, wanneer de aanpassing verband houdt met wijzigingen in de nomenclatuur van het gemeenschappelijk douanetarief, alsmede wijzigingen aanbrengen in de tekst van de in deze verordening gebruikte nomenclatuur.

2. Behoudens andersluidende bepalingen van deze verordening of afwijkingen waartoe de Raad op voorstel van de Commissie en met gekwalificeerde meerderheid van stemmen besluit, zijn in het handelsverkeer met derde landen verboden:

- de toepassing van enige heffing van gelijke werking als een douanerecht,

- de toepassing van enige kwantitatieve beperking of maatregel van gelijke werking.

Artikel 20

1. Indien in de Gemeenschap de markt voor een of meer van de in artikel 1 bedoelde produkten als gevolg van invoer of uitvoer ernstige verstoringen ondergaat of dreigt te ondergaan, die de doeleinden van artikel 39 van het Verdrag in gevaar kunnen brengen, kunnen in het handelsverkeer met derde landen passende maatregelen worden toegepast totdat deze verstoring opgeheven of het gevaar daarvoor geweken is.

De Raad stelt op voorstel van de Commissie en met gekwalificeerde meerderheid van stemmen de uitvoeringsbepalingen van dit lid vast en bepaalt in welke gevallen en binnen welke grenzen de Lid-Staten conservatoire maatregelen kunnen treffen.

2. Indien de in lid 1 bedoelde situatie zich voordoet, beslist de Commissie op verzoek van een Lid-Staat of op eigen initiatief ter zake van de noodzakelijke maatregelen die aan de Lid-Staten worden medegedeeld en die onmiddellijk van toepassing zijn. Indien bij de Commissie een dergelijk verzoek van een Lid-Staat wordt ingediend, beslist zij hierover binnen 24 uur na ontvangst van het verzoek.

3. Iedere Lid-Staat kan de maatregel van de Commissie binnen drie werkdagen volgende op de dag van de mededeling daarvan aan de Raad voorleggen. De Raad komt onverwijld bijeen. Hij kan de betreffende maatregel met gekwalificeerde meerderheid van stemmen wijzigen of annuleren.

TITEL III

Overgangsbepalingen

Artikel 21

De in titel I opgenomen bepalingen zijn van toepassing tot aan het einde van het verkoopseizoen 1992, onder voorbehoud van het bepaalde in de onderstaande artikelen.

Artikel 22

1. De bepalingen van dit artikel zijn van toepassing op het verkoopseizoen 1990.

2. De volgende indeling in regio's wordt aangehouden:

- regio 1: Groot-Brittannië,

- regio 2: de rest van het Noorden van de Gemeenschap,

- regio 3: Italië en Griekenland,

- regio 4: Spanje en Portugal.

3. Voor geslachte schapen, vers of gekoeld, wordt op de representatieve markten van de Gemeenschap een prijs geconstateerd op basis van de prijzen die op de representatieve markt of markten van iedere regio of, voor de regio's 2, 3 en 4, op de representatieve markt of markten van iedere Lid-Staat voor de verschillende categorieën geslachte schapen, vers of gekoeld, zijn geconstateerd, met inachtneming van de betekenis van elk van deze categorieën en van de relatieve betekenis van de produktie van schapevlees van elke regio, of, voor de regio's 2, 3 en 4, van de relatieve betekenis van de produktie van elke Lid-Staat.

Voorts wordt voor geslachte schapen, vers of gekoeld, op de representatieve markten van het gebied dat Ierland en Noord-Ierland omvat, een prijs geconstateerd met inachtneming van de relatieve betekenis van de produktieomvang van elk van deze markten.

4. Het inkomensverlies per regio is per 100 kg geslacht gewicht gelijk aan het eventuele verschil tussen de in artikel 3, lid 1, bedoelde basisprijs en het rekenkundig gemiddelde van de voor elke regio overeenkomstig lid 3 geconstateerde wekelijkse marktprijzen.

5. Behoudens het bepaalde in artikel 24 wordt het bedrag van de premie per ooi en per regio berekend door op het in lid 4 bedoelde inkomensverlies een coëfficiënt toe te passen die voor elke regio de gemiddelde jaarlijkse produktie van lamsvlees per ooi aangeeft, uitgedrukt in genomen kg geslacht gewicht, en die wordt vastgesteld aan de hand van door de Commissie verzamelde statistische gegevens.

Voorts is voor de geiten in de in artikel 5, lid 5, bedoelde gebieden, alsmede voor de vrouwelijke dieren van bergrassen als bedoeld in lid 8 van hetzelfde artikel, het bedrag van de premie gelijk aan 80 % van de premie die per ooi wordt betaald.

6. Wanneer een premie per ooi wordt toegekend voor regio 2, kan evenwel op verzoek van de belanghebbenden:

- in regio 3 in plaats van de in deze regio te betalen premie een premie per ooi worden toegekend die gelijk is aan de in regio 2 te betalen premie per ooi, wanneer de begunstigden ten genoegen van de bevoegde instantie aantonen dat de lammeren van de door hen gehouden schapen niet zijn geslacht voor de leeftijd van twee maanden,

- in de in artikel 5, lid 5, bedoelde gebieden van regio 3 in plaats van de in die regio te betalen premie een premie per geit worden toegekend die gelijk is aan 80 % van de in regio 2 te betalen premie per ooi, wanneer de begunstigden ten genoegen van de bevoegde instantie aantonen dat de lammeren van de door hen gehouden geiten niet zijn geslacht vóór de leeftijd van twee maanden.

7. Het voor regio 4 berekende bedrag van de premie per ooi wordt verhoogd met een bedrag dat gelijk is aan de helft van het verschil tussen het niveau van de premie dat voor deze regio wordt berekend en het niveau dat in regio 2 wordt betaald wanneer dit laatste niveau hoger ligt. 8. Ingeval een of meer Lid-Staten die de regio's 3 en 4 vormen, reeds in het verkoopseizoen 1990 de maatregelen zouden hebben getroffen als bedoeld in artikel 4, lid 4, komen deze Lid-Staat of Lid-Staten, in plaats van het bepaalde in de leden 6 en 7, in aanmerking voor de volgende premies:

- voor de producenten van zware lammeren: de in regio 2 betaalde premie,

- voor de producenten van lichte lammeren: een premie die overeenkomt met 70 % van de premie voor de producenten van zware lammeren; deze premie is eveneens van toepassing op geiten.

9. Voor de toepassing van de maatregelen voor particuliere opslag als bedoeld in artikel 7, worden de marktprijzen in de noteringszones geconstateerd overeenkomstig het bepaalde in lid 3.

Artikel 23

1. De bepalingen van dit artikel zijn van toepassing voor de verkoopseizoenen 1991 en 1992.

2. De volgende indeling in regio's wordt aangehouden:

- regio 1: Groot-Brittannië,

- regio 2: de rest van de Gemeenschap.

3. Indien het bepaalde in artikel 24 wordt toegepast, wordt er voor elke regio een inkomensverlies berekend volgens de in artikel 5, lid 1, bedoelde berekeningsmethode.

4. Behoudens de bepalingen van artikel 24 wordt de premie per ooi en per regio voor de producenten van zware lammeren als bedoeld in artikel 4, lid 3, berekend door op het inkomensverlies een coëfficiënt toe te passen die voor elke regio de gemiddelde jaarlijkse produktie van vlees van zware lammeren per ooi aangeeft, uitgedrukt in 100 kg geslacht gewicht. Het bedrag van de premie per ooi voor de producenten van lichte lammeren, alsmede het bedrag per geit en per vrouwelijk dier van een bergras, bedraagt 70 % van het bedrag per ooi dat aan de producenten van zware lammeren wordt uitgekeerd.

5. Tot aan het einde van het verkoopseizoen 1992:

- kan Italië of Griekenland evenwel op eigen verzoek gemachtigd worden de regeling van artikel 22, lid 6, toe te passen,

- kan Spanje of Portugal op eigen verzoek gemachtigd worden de regeling van artikel 22, lid 7, toe te passen.

Wanneer een of meer van deze Lid-Staten van deze mogelijkheid gebruik maken:

- wordt als in regio 2 te betalen bedrag in aanmerking genomen het bedrag dat berekend wordt voor de producenten van zware lammeren,

- worden de gegevens van deze Lid-Staten voor regio 2 niet in aanmerking genomen voor de berekening van het inkomensverlies en van de technische coëfficiënt voor deze regio.

Artikel 24

1. De bepalingen van dit artikel zijn van toepassing voor de verkoopseizoenen 1990, 1991 en 1992.

2. Het Verenigd Koninkrijk mag in Groot-Brittannië een premie voor het slachten van schapen toekennen, wanneer de op de representatieve markten van deze regio geconstateerde prijzen lager liggen dan een »richtniveau" dat overeenkomt met 85 % van de in artikel 3, lid 2, bedoelde basisprijs.

Het in de eerste alinea bedoelde richtniveau wordt op dezelfde wijze naar seizoen gedifferentieerd als de basisprijs.

3. Bij toepassing van de variabele premie en voor elke week van een verkoopseizoen is het bedrag van de in lid 2 bedoelde premie gelijk aan een bepaald percentage van het verschil tussen het naar seizoen gedifferentieerde richtniveau en de in de betrokken regio geconstateerde marktprijs.

Dit percentage bedraagt:

- verkoopseizoen 1990: 75 %,

- verkoopseizoen 1991: 55 %,

- verkoopseizoen 1992: 40 %.

Voor het begin van de laatste twee verkoopseizoenen kan de Commissie, op verzoek van het Verenigd Koninkrijk, deze Lid-Staat volgens de procedure van artikel 30 machtigen om onverminderd lid 2 een verlaging van de percentages voor die verkoopseizoenen toe te passen.

4. Ingeval het Verenigd Koninkrijk gebruik maakt van de in de leden 2 en 3 genoemde bepalingen, wordt het vaste bedrag van de in Groot-Brittannië geldende premie per ooi vastgesteld door het inkomensverlies te verminderen met het gewogen gemiddelde van de werkelijk uitgekeerde variabele premies.

Dit gemiddelde, uitgedrukt in 100 kg geslacht gewicht, wordt berekend door het totale bedrag van de werkelijk uitgekeerde premies te delen door de produktie van de gecertificeerde dieren waarvoor de variabele premie kan worden uitgekeerd bij het slachten of, naar gelang van het geval, wanneer die dieren voor het eerst op de markt worden gebracht.

Ingeval deze vermindering na toepassing van het bepaalde in lid 8 aanleiding zou geven tot een onderbreking van de evolutie naar een uniforme premie per ooi in de gehele Gemeenschap, past de Commissie, volgens de procedure van artikel 30, de in Groot-Brittannië uit te keren premie per ooi aan; in dat geval wordt volgens dezelfde procedure een bedrag dat met deze aanpassing overeenstemt, afgetrokken van het bedrag van de in Groot-Brittannië uit te keren premie per ooi uit hoofde van het (de) volgende verkoopseizoen(en).

5. In geval van betaling van de in lid 2 bedoelde premie stelt de Commissie maatregelen vast om ervoor te zorgen dat op alle in de tabel in artikel 1, onder a) en c), bedoelde produkten, wanneer zij Groot-Brittannië verlaten, een bedrag wordt geheven dat gelijk is aan de werkelijk uitgekeerde premie.

6. Voor de toepassing van de in artikel 7 bedoelde steunmaatregelen voor particuliere opslag, worden de voor Groot-Brittannië geconstateerde marktprijzen verhoogd met de invloed van de variabele premie. 7. Zolang het Verenigd Koninkrijk evenwel gebruik maakt van het bepaalde in het onderhavige artikel, worden evenwel voor het gebied dat Ierland en Noord-Ierland omvat, apart een inkomensverlies en een coëfficiënt die voor dit gebied de gemiddelde produktie van lamsvlees per ooi aangeeft, vastgesteld. Dit inkomensverlies is gelijk aan het verschil tussen de basisprijs en het rekenkundige gemiddelde van de in dit gebied geconstateerde wekelijkse marktprijzen.

8. Het inkomensverlies van Groot-Brittannië enerzijds (de invloed van de variabele premie buiten beschouwing gelaten), van het gebied Ierland - Noord-Ierland anderzijds, alsmede de in artikel 23, lid 4, en in lid 7 van het onderhavige artikel bedoelde coëfficiënten worden geleidelijk samengevoegd tot een uniform inkomensverlies en een uniforme coëfficiënt naar gelang van de werkelijke afbraak van de variabele slachtpremie tijdens elk verkoopseizoen.

9. De Commissie stelt volgens de procedure van artikel 30 de bepalingen ter uitvoering van dit artikel vast. Deze bepalingen kunnen met name maatregelen omvatten om te voorkomen dat als gevolg van de toepassing van de in lid 2 bedoelde premieregeling het handelsverkeer in levende dieren, vlees en bereidingen wordt verstoord.

De uitgaven in het kader van de in dit artikel opgenomen regeling worden beschouwd als interventie-uitgaven ter regulering van de landbouwmarkten.

Artikel 25

1. Zolang het Verenigd Koninkrijk gebruik maakt van het bepaalde in artikel 24, wordt de in artikel 8 bedoelde gegarandeerde maximumomvang als volgt verdeeld:

- 18 100 000 stuks voor de regio Groot-Brittannië,

- 45 300 000 stuks voor de overige regio's.

2. Bij toepassing van lid 2 van artikel 8 wordt op het in artikel 24 bedoelde »richtniveau" voor de berekening van de variabele premie dezelfde procentuele verlaging toegepast die met toepassing van lid 2, eerste streepje, van artikel 8 op de basisprijs is toegepast.

3. Ingeval het Verenigd Koninkrijk artikel 24 toepast, worden lid 2 van artikel 8 en lid 2 van dit artikel apart toegepast in de regio Groot-Brittannië enerzijds, en in alle andere regio's samen anderzijds.

4. De voor Groot-Brittannië enerzijds en voor de rest van de Gemeenschap anderzijds toegepaste verminderingen van de basisprijs worden evenwel geleidelijk samengevoegd tot een uniforme vermindering naar gelang van de werkelijke afbraak van de variabele slachtpremie tijdens elk verkoopseizoen.

TITEL IV

Algemene bepalingen

Artikel 26

Ten einde rekening te houden met de beperkingen van het vrije verkeer die zouden kunnen voortvloeien uit de toepassing van maatregelen om de verbreiding van veeziekten tegen te gaan, kunnen volgens de procedure van artikel 30 buitengewone maatregelen worden genomen ter ondersteuning van de markt die door deze beperkingen wordt getroffen. Deze maatregelen kunnen slechts worden genomen in de mate en voor het tijdvak die strikt noodzakelijk zijn voor de ondersteuning van deze markt.

Artikel 27

Behoudens andersluidende bepalingen van deze verordening zijn de artikelen 92, 93 en 94 van het Verdrag van toepassing op de produktie van en de handel in de in artikel 1 van deze verordening bedoelde produkten.

Artikel 28

De Lid-Staten en de Commissie verstrekken elkaar de voor de toepassing van deze verordening benodigde gegevens.

De wijze waarop deze gegevens worden medegedeeld en verspreid, wordt vastgesteld volgens de procedure van artikel 30.

Artikel 29

1. Er wordt een Comité van beheer »schapen en geiten" ingesteld, hierna »Comité" te noemen, dat is samengesteld uit vertegenwoordigers van de Lid-Staten en onder voorzitterschap staat van een vertegenwoordiger van de Commissie.

2. In het Comité worden de stemmen van de Lid-Staten gewogen overeenkomstig het bepaalde in artikel 148, lid 2, van het Verdrag. De voorzitter neemt niet aan de stemming deel.

Artikel 30

1. In de gevallen waarin wordt verwezen naar de in dit artikel omschreven procedure, leidt de voorzitter deze procedure bij het Comité in, hetzij op eigen initiatief, hetzij op verzoek van de vertegenwoordiger van een Lid-Staat.

2. De vertegenwoordiger van de Commissie dient een ontwerp in van de te nemen maatregelen. Het Comité brengt over deze maatregelen advies uit binnen een termijn die de voorzitter kan vaststellen naar gelang van de urgentie van de aan een onderzoek onderworpen vraagstukken. Het Comité spreekt zich uit met een meerderheid van 54 stemmen.

3. De Commissie stelt maatregelen vast die onmiddellijk van toepassing zijn. Indien echter deze maatregelen niet in overeenstemming zijn met het door het Comité uitgebrachte advies, worden zij door de Commissie onverwijld ter kennis van de Raad gebracht. In dat geval kan de Commissie de toepassing van de maatregelen waartoe zij heeft besloten tot ten hoogste een maand na deze kennisgeving uitstellen.

De Raad kan binnen een maand met gekwalificeerde meerderheid van stemmen een andersluidend besluit nemen.

Artikel 31

Het Comité kan elk ander vraagstuk onderzoeken dat door zijn voorzitter, hetzij op diens initiatief, hetzij op verzoek van de vertegenwoordiger van een Lid-Staat, aan de orde wordt gesteld. Artikel 32

Deze verordening moet zodanig worden toegepast dat gelijkelijk en op passende wijze rekening wordt gehouden met de in de artikelen 39 en 110 van het Verdrag gestelde doeleinden.

Artikel 33

De bijlagen kunnen door de Raad op voorstel van de Commissie en met gekwalificeerde meerderheid van stemmen worden gewijzigd.

Artikel 34

De voor de uitvoering van artikel 24, lid 5, noodzakelijke overgangsbepalingen inzake de handel met derde landen worden vastgesteld volgens de procedure in artikel 30.

Artikel 35

1. Verordening (EEG) nr. 1837/80 wordt ingetrokken, met uitzondering van de maatregelen bedoeld in artikel 5, waarvan lid 5 bis wordt verlengd; deze maatregelen blijven van toepassing op de uit hoofde van het verkoopseizoen 1989 verleende premies.

2. Verwijzingen naar de krachtens lid 1 ingetrokken verordening worden gelezen als verwijzingen naar de onderhavige verordening.

Artikel 36

Deze verordening treedt in werking op de derde dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen.

Zij is van toepassing met ingang van 1 januari 1990.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke Lid-Staat.

Gedaan te Brussel, 25 september 1989.

Voor de Raad

De Voorzitter

H. NALLET

BIJLAGE I

1.2 // 1. FRANKRIJK // Corsica. // 2. GRIEKENLAND // het gehele grondgebied. // 3. ITALIË // Latium, de Abruzzen, Molise, Campanië, Apulië, Basilicata, Calabrië, Sicilië en Sardinië. // 4. SPANJE // de volgende Autonome Gemeenschappen: Andalucía, Aragón, Baleares, Castilla-La Mancha, Castilla y León, Cataluña, Extremadura, Galicia (met uitzondering van de provincies La Coruña en Lugo), Madrid, Murcia, La Rioja en de Comunidad Valenciana. // 5. PORTUGAL // het gehele grondgebied, met uitzondering van de Azoren en Madeira.

BIJLAGE II

1.2 // // // GN-code // Omschrijving // // // Afdeling a) // // // // // Vlees van schapen of van geiten, vers of gekoeld: // 0204 10 00 // - hele en halve lammeren, vers of gekoeld // 0204 21 00 // - hele en halve schapen, andere dan lammeren // 0204 22 10 // - voorstukken en halve voorstukken van schapen // 0204 22 30 // - nierstukken en/of zadels en halve nierstukken en/of zadels van schapen // 0204 22 50 // - achterstellen en halve achterstellen van schapen // 0204 22 90 // - andere delen van schapen, met been // 0204 23 00 // - vlees van schapen, zonder been // 0204 50 11 // - hele en halve geiten // 0204 50 13 // - voorstukken en halve voorstukken van geiten // 0204 50 15 // - nierstukken en/of zadels en halve nierstukken en/of zadels van geiten // 0204 50 19 // - achterstellen en halve achterstellen van geiten // 0204 50 31 // - andere delen van geiten, met been // 0204 50 39 // - delen van geiten, zonder been // // // Afdeling b) // // // // // Vlees van schapen en geiten, gezouten, gepekeld, gedroogd of gerookt : // 0210 90 11 // - met been // 0210 90 19 // - zonder been // // // Afdeling c) // // // // // Vlees van schapen en geiten, bevroren : // 0204 30 00 // - hele en halve lammeren // 0204 41 00 // - hele en halve schapen, andere dan lammeren // 0204 42 10 // - voorstukken en halve voorstukken van schapen // 0204 42 30 // - nierstukken en/of zadels en halve nierstukken en/of zadels van schapen // 0204 42 50 // - achterstellen en halve achterstellen van schapen // 0204 42 90 // - andere delen van schapen, met been // 0204 43 00 // - vlees van schapen, zonder been // 0204 50 51 // - hele en halve geiten // 0204 50 53 // - voorstukken en halve voorstukken van geiten // 0204 50 55 // - nierstukken en/of zadels en halve nierstukken en/of zadels van geiten // 0204 50 59 // - achterstellen en halve achterstellen van geiten // 0204 50 71 // - ander vlees van geiten, met been // 0204 50 79 // - vlees van geiten, zonder been // //

Top