This document is an excerpt from the EUR-Lex website
Document 11992M/PRO/PS
Treaty on European Union - Protocol on social policy
Verdrag betreffende de Europese Unie - Protocol betreffende de sociale politiek
Verdrag betreffende de Europese Unie - Protocol betreffende de sociale politiek
PB C 191 van 29.7.1992, p. 90
(ES, DA, DE, EL, EN, FR, IT, NL, PT)
In force
| Relation | Act | Comment | Subdivision concerned | From | To |
|---|---|---|---|---|---|
| Modified by | 11994N015 | 01/01/1995 |
Verdrag betreffende de Europese Unie - Protocol betreffende de sociale politiek
Publicatieblad Nr. C 191 van 29/07/1992 blz. 0090
PROTOCOL betreffende de sociale politiek DE HOGE VERDRAGSLUITENDE PARTIJEN, VASTSTELLEND dat elf Lid-Staten, te weten het Koninkrijk België, het Koninkrijk Denemarken, de Bondsrepubliek Duitsland, de Helleense Republiek, het Koninkrijk Spanje, de Franse Republiek, Ierland, de Italiaanse Republiek, het Groothertogdom Luxemburg, het Koninkrijk der Nederlanden en de Portugese Republiek, wensen voort te gaan op de weg die is ingeslagen met het Sociaal Handvest van 1989; dat zij hiertoe onderling een overeenkomst hebben vastgesteld; dat deze overeenkomst aan dit Protocol is gehecht; dat dit Protocol en genoemde overeenkomst geen afbreuk doen aan de bepalingen van het Verdrag, inzonderheid die welke betrekking hebben op de sociale politiek en die een wezenlijk bestanddeel van het acquis communautaire vormen: 1. Komen overeen deze elf Lid-Staten te machtigen een beroep te doen op de Instellingen, procedures en regelingen van het Verdrag ten einde onderling de handelingen en besluiten aan te nemen en, voor zover zij daarbij betrokken zijn, toe te passen die noodzakelijk zijn om uitvoering te geven aan bovengenoemde overeenkomst; 2. Het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord- Ierland neemt niet deel aan de beraadslagingen over en de aanneming door de Raad van voorstellen van de Commissie die zijn gedaan op basis van dit Protocol en bovengenoemde overeenkomst. In afwijking van artikel 148, lid 2, van het Verdrag komen de krachtens dit Protocol genomen besluiten van de Raad waarvoor een gekwalificeerde meerderheid van stemmen vereist is, tot stand wanneer zij ten minste vierenveertig stemmen hebben verkregen. Eenparigheid van stemmen van de leden van de Raad, met uitzondering van het Verenigd Koninkrijk van Groot- Brittannië en Noord-Ierland, is vereist voor de besluiten van de Raad die met eenparigheid van stemmen moeten worden genomen, alsmede voor de besluiten die afwijken van het voorstel van de Commissie. Door de Raad aangenomen besluiten, alsmede eventuele financiële gevolgen, met uitzondering van de administratieve kosten voor de Instellingen, zijn niet van toepassing op het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland. 3. Dit Protocol wordt aan het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap gehecht.