Kies de experimentele functies die u wilt uitproberen

Dit document is overgenomen van EUR-Lex

Document C2007/305/02

Advies van het Comité van de Regio's over het Jaarverslag van de zes Europese TEN-T-coördinatoren en Trans-Europese netwerken: Naar een geïntegreerde aanpak Uitbreiding van de belangrijkste trans-Europese vervoersassen

IO C 305, 15.12.2007, blz. 6-10 (BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)

15.12.2007   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 305/6


Advies van het Comité van de Regio's over het

—

„Jaarverslag van de zes Europese TEN-T-coördinatoren” en

—

„Trans-Europese netwerken: Naar een geïntegreerde aanpak”

—

„Uitbreiding van de belangrijkste trans-Europese vervoersassen”

(2007/C 305/02)

HET COMITÉ VAN DE REGIO'S WIJST OP HET VOLGENDE

—

De TEN-T-netwerken, die een aanzienlijke bijdrage leveren tot de verwezenlijking van de Lissabonstrategie, zijn van cruciaal belang.

—

De coördinatoren kunnen een cruciale rol vervullen wanneer het erop aankomt de lidstaten ervan te overtuigen dat voor elk deel van een TEN-T-as dat zich op hun grondgebied bevindt, dezelfde parameters moeten worden gehanteerd; daarom verzoekt het Comité de Commissie te bepalen dat een lidstaat enkel Europese financiële steun kan ontvangen als hij zich hiermee akkoord verklaart.

—

De Europese Commissie zou een tandje kunnen bij zetten om te komen tot een netwerk van de verschillende lokale en regionale actoren die bij de prioritaire TEN-T-projecten betrokken zijn, b.v. d.m.v. een jaarlijks forum. Het Comité van de Regio's is bereid in dit verband met de Commissie samen te werken.

—

Opnieuw wordt met spijt vastgesteld hoe groot de kloof is tussen het in deze mededeling nogmaals onderstreepte kapitale belang van de TEN-netwerken voor de Unie, de beslissende rol die een financiële stimulans van de Unie kan spelen, en de erg beperkte middelen die worden toegekend, zelfs als deze op de grensoverschrijdende trajecten en de knelpunten worden toegespitst. Daarom wordt er nogmaals op gewezen dat alle beschikbare communautaire financieringsbronnen op elkaar moeten worden afgestemd.

—

Het is belangrijk dat de vervoersassen tot voorbij de grenzen van de Europese Unie worden doorgetrokken, zodat het personenverkeer en de goederenhandel niet alleen tot de buurlanden, maar tot de rest van de wereld worden uitgebreid.

Referentieteksten

Jaarverslag van de zes Europese coördinatoren over de vorderingen bij bepaalde projecten van het trans-Europees vervoersnetwerk

COM(2006) 490 final

Trans-Europese netwerken: Naar een geïntegreerde aanpak

COM(2007) 135 final

Uitbreiding van de belangrijkste trans-Europese vervoersassen naar de buurlanden

COM(2007) 32 final

Rapporteur

:

de heer SOULAGE (FR/PSE) — Eerste vicevoorzitter van de regioraad Rhône-Alpes

Politieke aanbevelingen

A.   TEN-T-netwerken

Algemene aanbevelingen

1.

De TEN-T-netwerken, die een aanzienlijke bijdrage leveren tot de verwezenlijking van de Lissabonstrategie, zijn van cruciaal belang. Doordat zij het vrij verkeer van goederen en personen bevorderen, versterken zij de territoriale samenhang en het concurrentievermogen van de regio's. Aangezien de Europese burgers van de betrokken regio's de impact van de TEN-T-netwerken in hun dagelijks leven zullen voelen, kan de Europese Unie hierdoor alleen maar aan legitimiteit winnen.

Aanbevelingen betreffende de verslagen van de coördinatoren

2.

De coördinatoren verdienen een pluim voor hun efficiënte inspanningen om de uitvoering van de prioritaire TEN-T-projecten vlotter te laten verlopen. Hiermee hebben zij het belang van hun taak afdoende bewezen.

3.

Dankzij het werk van de coördinatoren en de informatie die de Commissie hieruit put, verloopt de uitvoering van de projecten op een zeer transparante manier. Hopelijk wordt de dialoog tussen het Comité van de Regio's en de Commissie voortgezet, want talrijke regio's hebben rechtstreeks te maken met de investeringen op hun grondgebied,

4.

Een aantal positieve gevolgen van de acties van de coördinatoren verdient speciale vermelding:

—

Een betere kennis van de projecten en van de werkelijke stand van zaken, wat helpt om de juiste keuzes te maken bij de toewijzing van TEN-T-middelen.

—

Een merkbare verbetering van de coördinatie tussen de verschillende actoren (met name voor de grensoverschrijdende trajecten, waarvan men weet dat ze het moeilijkst te verwezenlijken zijn) en bijgevolg meer efficiëntie bij het vooronderzoek en de projectdefiniëring, vooral waar er nog geen formele internationale structuur bestond (bv. tussen Slovenië en Italië).

—

De toewijzing van elk project aan één persoon, wat er in het geval van grensoverschrijdende projecten toe bijdraagt dat de veelal complexe werkzaamheden van IGC's vlotter verlopen, dat aan het project meer belang wordt toegekend en dat de EU onafhankelijker kan handelen bij de promotie of verdediging van het project (zoals b.v. in het geval van commissaris de Palacio en de verbinding tussen Lyon en Turijn).

5.

Ook de coördinatie tussen de ministeries van één en hetzelfde land is beter verlopen sinds een externe waarnemer hierop toezicht houdt.

6.

De Commissie meent terecht dat de aan de grensoverschrijdende projecten toegekende middelen voldoende groot moeten zijn (om een kritieke massa te bereiken, wat volgens de coördinatoren vaak neerkomt op het maximumbedrag dat overeenkomstig het reglement kan worden toegestaan). Zo kunnen deze projecten gedeblokkeerd worden en hebben ze niet alleen een maximaal hefboomeffect, maar ook een sneeuwbaleffect op de nationale toegangswegen.

7.

Interoperabiliteit is een aspect dat van essentieel belang is, aangezien het de opbrengst van de investeringen sterk beïnvloedt. Vooral het besluit om zich in het kader van ERTMS te concentreren op zes prioritaire vrachtcorridors is een goede zaak, aangezien dit ertoe zal bijdragen dat de investeringen in nieuwe infrastructuur op deze assen goed zullen worden gebruikt en aantrekkelijk zullen zijn.

8.

De coördinatoren kunnen een cruciale rol vervullen wanneer het erop aankomt de lidstaten ervan te overtuigen dat voor elk deel van een TEN-T-as dat zich op hun grondgebied bevindt, dezelfde parameters moeten worden gehanteerd; daarom verzoekt het Comité de Commissie te bepalen dat een lidstaat enkel Europese financiële steun kan ontvangen als hij zich hiermee akkoord verklaart.

9.

De meeste rapporteurs onderstrepen terecht dat de lidstaten maatregelen moeten nemen om de investeringen tot hun recht te doen komen. Voorbeelden hiervan zijn de overschakeling naar andere vervoersmiddelen, de juiste prioriteitstelling inzake het infrastructuurgebruik, en een optimale planning van de investeringen op de assen.

10.

Voorgesteld wordt de coördinatoren ook een rol toe te kennen bij de uitwisseling van ervaring die bij de projecten is opgedaan. Dit zal misschien niet leiden tot een volledige coherentie van de praktijken, maar ten minste tot een uitwisseling van gedachten en goede praktijken m.b.t. de studie, opbouw en financiering van projecten. Ook de Europese Commissie zou een tandje kunnen bij zetten om te komen tot een netwerk van de verschillende lokale en regionale actoren die bij de prioritaire TEN-T-projecten betrokken zijn, b.v. d.m.v. een jaarlijks forum. Het Comité van de Regio's is bereid in dit verband met de Commissie samen te werken.

11.

Het zou gezien de positieve ervaringen die tot op heden zijn opgedaan niet alleen goed zijn de opdracht van de reeds actieve coördinatoren uit te breiden, maar ook andere coördinatoren aan te stellen voor door de Unie gefinancierde prioritaire projecten inzake vervoer, met name op gebieden die een krachtige, vaak politieke impuls vergen om moeilijkheden in de plannings- en bouwfase te overwinnen alsook prioritaire projecten van bijzonder belang. Het Comité van de Regio's wil er in ieder geval op wijzen dat er tot nu toe alleen coördinatoren zijn aangesteld voor zes projecten die zich al in een vergevorderd voorbereidingsstadium bevinden, terwijl andere prioritaire assen meer behoefte hebben aan ondersteuning en in overleg met meer verschillende lidstaten moeten worden voorbereid (bv. project nr. 22, waaraan 8 lidstaten deelnemen).

12.

In de verschillende verslagen van de coördinatoren, die reeds van juli 2006 dateren, wordt een overzicht gegeven van stappen die dringend moeten worden ondernomen om de projecten geloofwaardig te maken, en van maatregelen die de lidstaten dienen te nemen om de hoofdinvestering optimaal tot zijn recht te doen komen.

13.

Bijgevolg zou er een balans moeten worden opgemaakt van de stappen en maatregelen waarvan tot nu toe in navolging van deze verslagen al werk is gemaakt, zodat de juiste beslissingen kunnen worden genomen voor de toekenning van TEN-T-middelen voor de periode 2007-2013. Bij het toekennen van subsidies, met name voor het TEN-meerjarenprogramma, dient rekening te worden gehouden met de analyses en aanbevelingen van de coördinatoren.

14.

De onzekerheid die er bestaat omtrent de communautaire steun na 2013 kan een rem zetten op projecten die tijdens de huidige begrotingsperiode weinig kosten met zich meebrengen. Dit nadeel zou op een of andere manier moeten worden opgelost.

15.

Over prioritaire projecten die kunnen rekenen op de ondersteuning van een coördinator, heeft de Commissie meer nauwkeurige, gedetailleerde en complexe informatie. Niettemin moeten alle projecten op gelijke voet worden behandeld.

16.

Helaas bestaat er geen vergelijkende analyse van deze projecten, hun vooruitgang en de onderlinge synergie. De Commissie zou bij toekomstige analyses dan ook gebruik moeten maken van actuele en relevante statististische gegevens, die in gepaste vorm van de betrokken lidstaten zijn verkregen. Hoewel in de Mededeling wordt gewezen op het belang van een optimale coördinatie tussen de verschillende projecten met het oog op een degelijke planning van de voltooiing van het TEN-T-netwerk, beschikt men op dit vlak over geen enkele analyse. In het kader van de TEN-stuurgroep zou zo'n analyse kunnen worden uitgevoerd. Zo zou men bij de toekenning van de — zeer beperkte — middelen voor de periode 2007-2013 over meer informatie beschikken.

Aanbevelingen m.b.t. de werkzaamheden van de TEN-stuurgroep

17.

Het Comité van de Regio's vindt het net als de Commissie belangrijk om te streven naar synergie tussen TEN-projecten langs dezelfde as en deelt de mening dat dit voordelig is voor de investeringen (kostendrukking, minder impact op het grondgebied) en voor de efficiëntie van de uitvoeringswerkzaamheden zelf.

18.

Omdat is vastgesteld hoe moeilijk het is om projecten van heel uiteenlopende aard (b.v. een spoorwegtunnel en een hoogspanningsleiding) te combineren, zou het goed zijn om, los van het aangekondigde handboek voor goede praktijken, in de taakbeschrijving van de coördinatoren synergie als een doelstelling op te nemen.

19.

Opnieuw wordt met spijt vastgesteld hoe groot de kloof is tussen het in deze mededeling nogmaals onderstreepte kapitale belang van de TEN-netwerken voor de Unie, de beslissende rol die een financiële stimulans van de Unie kan spelen, en de erg beperkte middelen die worden toegekend, zelfs als deze op de grensoverschrijdende trajecten en de knelpunten worden toegespitst. Daarom wordt er nogmaals op gewezen dat alle beschikbare communautaire financieringsbronnen op elkaar moeten worden afgestemd. De Commissie zou ook op zoek moeten gaan naar toekomstige financieringsbronnen. In dit verband zou de eurovignetrichtlijn op de middellange termijn moeten worden herzien, zodat deze rekening gaat houden met externe kosten.

20.

De voltooiing van de 30 prioritaire assen zal de toename van de door vervoer veroorzaakte CO2-uitstoot slechts met 4 % afremmen. Vanwege dit beperkte resultaat wil het CvdR dat de externe kosten in het kader van de herziening los van de huidige eurovignetrichtlijn de nodige aandacht krijgen om de overschakeling op andere vervoersmiddelen te kunnen bevorderen, met name — maar niet uitsluitend — in kwetsbare regio's en gebieden, waarin ook meer directe en doelgerichte maatregelen getroffen moeten worden. Dit kan o.m. worden bevorderd door het gebruik van nieuwe informatietechnologieën (wat in de mededeling ook wordt voorgesteld) en de ontwikkeling van intelligente vervoersystemen (een terrein waarop de Aziatische landen al veel verder zijn dan Europa).

21.

De ontwikkeling van publiek-private partnerschappen is inderdaad wenselijk, vooral als de rechtszekerheid hiervan wordt verbeterd en als er door de EIB innovatieve financieringsinstrumenten worden gecreëerd. Toch dienen de onbetwistbare voordelen van deze partnerschappen te worden afgewogen tegenover de uitgaven die aanvankelijk soms hoger liggen. Ook moet duidelijk zijn wie borg staat voor welke risico's.

22.

Net zoals voor de telecommunicatie het geval is, zouden ook voor het spoorwegvervoer de voordelen van vrije concurrentie moeten worden erkend. Het is misschien niet realistisch te verwachten dat er evenveel privékapitaal zou worden geïnvesteerd in het spoorwegvervoer als in de telecommunicatie, maar door de vrije markt te introduceren in het spoorwegvervoer zouden de publieke investeringen in deze sector beter benut kunnen worden.

23.

De deconsolidatieregels (overeenkomstig de convergentiecriteria van Maastricht) m.b.t. de voor deze projecten aangegane leningen zouden moeten worden gepreciseerd en eventueel versoepeld. Deze opmerking geldt trouwens voor alle investeringen die van strategisch belang zijn voor de ontwikkeling van de Europese Unie.

B.   Uitbreiding van de grote trans-Europese vervoersassen

Algemene aanbevelingen

24.

Het is belangrijk dat de vervoersassen tot voorbij de grenzen van de Europese Unie worden doorgetrokken, zodat het personenverkeer en de goederenhandel niet alleen tot de buurlanden, maar tot de rest van de wereld worden uitgebreid.

25.

Betere verbindingen met de buurlanden van de Unie zal ook de efficiëntie van de belangrijke investeringen in het TEN-T-netwerk ten goede komen.

26.

Een gecontroleerde ontwikkeling en de integratie van de vervoersector van de EU en haar buurlanden dragen bij tot de verwezenlijking van de Lissabonagenda door handel, duurzame groei en sociale cohesie te stimuleren.

27.

Deze uitbreiding draagt ook bij tot een stabielere democratie en economie in de buurlanden, alsook tot het Europese nabuurschapsbeleid en de verspreiding van het communautaire acquis. Zodoende bevordert het op alle vlakken de samenwerking met de buurlanden van de EU en kan dit voor sommige landen de voorbereiding zijn op een toekomstige toetreding.

Aanbevelingen i.v.m. het verslag van de groep op niveau

28.

Eerst en vooral dient te worden gezegd dat het verslag van de groep op hoog niveau van uitstekende kwaliteit is. Deze groep werd voorgezeten door Loyola de Palacio, die inmiddels helaas is overleden.

29.

De gevolgde overlegprocedure verdient alle waardering. Deze manier van werken verleent nog meer waarde aan het werk van de groep op hoog niveau en heeft de inhoud ervan verrijkt.

30.

Dit rijke en gedetailleerde verslag zou het uitgangspunt moeten vormen bij het bepalen van de acties die op de korte en middellange termijn moeten worden ondernomen.

31.

De transnationale assen die in het verslag worden geïdentificeerd, zijn goed gekozen:

—

De vijf „transnationale assen” voorzien in alle nodige aansluitingen op de prioritaire TEN-T-assen (ondergebracht in sectoren).

—

De maritieme snelwegen, die een essentieel onderdeel vormen van de huidige ontwikkeling van de wereldhandel, worden als een as op zich vermeld.

—

Vastgesteld wordt dat de genoemde mogelijkheden om verbeteringen aan te brengen, sterk overeenkomen met de in de Europese Unie geïdentificeerde mogelijkheden voor de verwezenlijking van het TEN-T-netwerk, m.n.:

—

betere coördinatie tussen de staten langs een bepaalde as,

—

verwijdering van allerlei knelpunten,

—

verbetering van de interoperabiliteit,

—

uitwisseling van goede praktijkvoorbeelden.

32.

Hierbij aansluitend is ook het initiatief van de Commissie om werk te maken van het opsporen en oplossen van knelpunten in de goederenlogistiek een goede zaak.

33.

De in het verslag voorgestelde strikte deadlines (evaluatie en update van de belangrijkste assen en projecten en van de horizontale maatregelen tegen 2010, met een tussentijdse evaluatie in 2008) zijn niet in de mededeling overgenomen.

Aanbevelingen betreffende de mededeling van de Commissie zelf

34.

Het CvdR steunt het voorstel aan de Raad en het Parlement om in te stemmen met een herziening van het concept van de corridors en pan-Europese zones overeenkomstig de aanwijzingen in het verslag.

35.

Het valt echter te betreuren dat van de assen alleen maar gezegd wordt dat ze multimodaal zijn en dat er geen algemene aanwijzingen worden gegeven m.b.t. de meest wenselijke vervoerswijzen. Alleen voor de maritieme snelwegen, waarvan het CvdR het belang onderstreept, is dit gebeurd. Dergelijke algemene aanwijzingen zouden het mogelijk maken de overschakeling op milieuvriendelijkere vervoersmiddelen te bevorderen.

36.

Bij deze gelegenheid wenst het Comité enkele krachtige standpunten uit zijn advies van 14 februari 2007 over de tussentijdse evaluatie van het Witboek Vervoer te herhalen:

—

Ook al is de uitbreiding van het TEN-T naar de buurlanden één van de belangrijkste doelstellingen van het Europese vervoerbeleid, de afwerking van het TEN-T in de 27 Europese lidstaten moet een nog grotere prioriteit voor de EU blijven.

—

Eén van de doelstellingen van het Europese vervoersbeleid bestaat volgens het CvdR uit een vermindering van de effecten van het vervoer op het milieu, en het nakomen van de verplichtingen van het Kyoto-protocol inzake de CO2-uitstoot (par. 1.4).

—

Een evenwichtiger verdeling van de verschillende vervoerswijzen over land is van prioritair belang en er moeten strategieën ten behoeve van intermodaliteit en multimodaliteit worden ontplooid (par. 2.1).

37.

Aangezien tijdens hoorzittingen duidelijk is geworden dat de burgers met deze thema's begaan zijn, is het wenselijk dat de milieu-aspecten worden benadrukt en dat bij de keuze van vervoermodaliteiten wordt uitgegaan van de Kyoto-verplichtingen en de doelstellingen op het gebied van duurzame ontwikkeling.

38.

De horizontale maatregelen ter bevordering van de interoperaliteit die (net zoals de principes op basis waarvan de actieplannen dienen te worden opgesteld) in de mededeling zijn opgenomen, zijn belangrijk en dringend.

39.

De voorgestelde institutionele structuur, bestaande uit drie niveaus, ziet er goed uit:

—

onderling gecoördineerde regionale stuurgroepen,

—

ministeriële vergaderingen voor strategische beslissingen,

—

een secretariaat dat administratieve en technische ondersteuning biedt.

Het Comité pleit ervoor dat:

—

het secretariaat door de betrokken landen én de Commissie wordt gefinancierd om de kwaliteit en continuïteit van zijn werkzaamheden te waarborgen;

—

het secretariaat van tevoren wordt betrokken bij de toekenning van subsidies voor projecten.

40.

Spijtig genoeg getuigt de mededeling van enige aarzeling betreffende de acties, wat zowel de investeringen als de tenuitvoerlegging van de institutionele voorstellen betreft.

41.

Bijgevolg zou zo snel mogelijk werk moeten worden gemaakt van de eerste, verkennende gesprekken met de buurlanden — tegelijkertijd met de vorming van de regionale stuurgroepen- zodat kan worden bepaald welke maatregelen er op de korte en middellange termijn moeten worden genomen.

42.

De financiële regelingen die in het verslag van de groep van hoog niveau worden voorgesteld, maar niet zijn overgenomen in de mededeling, zouden van bij de aanvang van deze activiteiten moeten worden bevestigd.

43.

Met het oog op een goede synergie met de lokale ontwikkelingen op economisch vlak en op het vlak van ruimtelijke ordening dienen de desbetreffende lokale en regionale bestuurniveaus nauw betrokken te worden bij het bepalen en uitvoeren van de acties.

Brussel, 10 oktober 2007.

De voorzitter

van het Comité van de Regio's

M. DELEBARRE


Naar boven