Dit document is overgenomen van EUR-Lex
Document 52015DC0122
REPORT FROM THE COMMISSION TO THE EUROPEAN PARLIAMENT AND THE COUNCIL pursuant to Article 18 of Regulation (EU) No 98/2013 of the European Parliament and of the Council of 15 January 2013 on the marketing and use of explosives precursors, examining the possibilities to transfer relevant provisions on ammonium nitrate from Regulation (EC) No 1907/2006
VERSLAG VAN DE COMMISSIE AAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD overeenkomstig artikel 18 van Verordening (EU) nr. 98/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 15 januari 2013 over het op de markt brengen en het gebruik van precursoren voor explosieven, waarin de mogelijkheden om de toepasselijke bepalingen betreffende ammoniumnitraat over te hevelen van Verordening (EG) nr. 1907/2006 worden onderzocht
VERSLAG VAN DE COMMISSIE AAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD overeenkomstig artikel 18 van Verordening (EU) nr. 98/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 15 januari 2013 over het op de markt brengen en het gebruik van precursoren voor explosieven, waarin de mogelijkheden om de toepasselijke bepalingen betreffende ammoniumnitraat over te hevelen van Verordening (EG) nr. 1907/2006 worden onderzocht
/* COM/2015/0122 final */
VERSLAG VAN DE COMMISSIE AAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD overeenkomstig artikel 18 van Verordening (EU) nr. 98/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 15 januari 2013 over het op de markt brengen en het gebruik van precursoren voor explosieven, waarin de mogelijkheden om de toepasselijke bepalingen betreffende ammoniumnitraat over te hevelen van Verordening (EG) nr. 1907/2006 worden onderzocht /* COM/2015/0122 final */
1. INLEIDING In
artikel 18, lid 2, van Verordening (EU) nr. 98/2013 van het Europees
Parlement en de Raad van 15 januari 2013 over het op de markt brengen en
het gebruik van precursoren voor explosieven[1]
is het volgende bepaald: "De Commissie dient uiterlijk 2 maart 2015 bij
het Europees Parlement en bij de Raad een verslag in waarin zij de
mogelijkheden onderzoekt om de toepasselijke bepalingen betreffende
ammoniumnitraat over te hevelen van Verordening (EG) nr. 1907/2006 naar deze
verordening." Ammoniumnitraat
(CAS RN 6484-52-2) is een chemische stof die in de Europese Unie op
grote schaal wordt gebruikt als kunstmest. Deze stof kan daarnaast als
oxiderend agens functioneren en explodeert wanneer zij met bepaalde andere
chemicaliën wordt gemengd. Om deze reden gelden voor meststoffen op basis van
ammoniumnitraat met een hoge concentratie stikstof technische eisen[2].
Vanwege deze eigenschappen zijn meststoffen op basis van ammoniumnitraat in het
verleden wel misbruikt voor de illegale productie van explosieven. Ter
bescherming tegen dergelijk misbruik is de toegang van particulieren tot
ammoniumnitraat als stof of in mengsels aan beperkingen of toezicht
onderworpen. Op
dit moment bevat zowel Verordening (EG) nr. 1907/2006 inzake de
registratie en beoordeling van en de autorisatie en beperkingen ten aanzien van
chemische stoffen (REACH)[3]
als Verordening (EU) nr. 98/2013 over het op de markt brengen en het
gebruik van precursoren voor explosieven (verordening inzake precursoren van
explosieven) bepalingen betreffende ammoniumnitraat. Bij REACH wordt de
levering van ammoniumnitraat als stof (of in mengsels die 16 gewichtsprocenten
of meer stikstof in verhouding tot het ammoniumnitraat bevatten) beperkt tot
gebruikers en distributeurs die daartoe op grond van Richtlijn 93/15/EEG
van de Raad gemachtigd zijn, namelijk landbouwers en professionele gebruikers.
In de verordening inzake precursoren van explosieven wordt de levering van
ammoniumnitraat onderworpen aan een meldingsmechanisme voor verdachte transacties
en wordt de lidstaten via een vrijwaringsclausule de mogelijkheid geboden
verdere beperkingen in te stellen als er redelijke gronden bestaan om dat te
doen. De
verordening inzake precursoren van explosieven heeft tot doel de openbare
veiligheid te versterken door het moeilijker te maken illegaal explosieven te
fabriceren, terwijl het belangrijkste doel van REACH is ervoor te zorgen dat
stoffen veilig worden gebruikt op basis van hun intrinsieke eigenschappen en
een evenwicht te vinden tussen het vrije verkeer van chemische stoffen op de
interne markt, enerzijds, en een hoog niveau van bescherming van de
volksgezondheid en het milieu tegen de risico's van chemische stoffen,
anderzijds. De
Commissie is derhalve van mening dat de bepalingen inzake ammoniumnitraat in de
verordening inzake precursoren van explosieven thuishoren. In dit verslag
worden de bevindingen gepresenteerd van het onderzoek dat de Commissie heeft
uitgevoerd naar de haalbaarheid van de overheveling van de bepalingen van REACH
naar de verordening inzake precursoren van explosieven. 2. ACHTERGROND 2.1. Opneming van ammoniumnitraat in REACH Punt
58 van bijlage XVII bij REACH verbiedt de levering aan particulieren van
ammoniumnitraat in concentraties boven een bepaalde drempelwaarde. De beperking
is van Richtlijn 76/769/EEG[4],
die op 1 juni 2009 bij REACH is ingetrokken, naar REACH overgeheveld. Punt 58
van bijlage XVII van REACH luidt als volgt: "58.
Ammoniumnitraat (AN) CAS
No 6484-52-2 EG-nummer:
229-347-8 1.
Mag na 27 juni 2010 niet voor het eerst in de handel worden gebracht als
stof of in mengsels die meer dan 28 gewichtsprocent stikstof in verhouding tot
het ammoniumnitraat bevatten, voor gebruik als vaste, enkelvoudige of
samengestelde meststof, tenzij de meststof voldoet aan de technische bepalingen
voor meststoffen op basis van ammoniumnitraat en met een hoog stikstofgehalte
zoals vastgesteld in bijlage III bij Verordening (EG) nr. 2003/2003 van het
Europees Parlement en de Raad inzake meststoffen (*). 2.
Mag na 27 juni 2010 niet in de handel worden gebracht als stof of in
mengsels die 16 gewichtsprocent of meer stikstof in verhouding tot het
ammoniumnitraat bevatten, behalve voor levering aan: a)
downstreamgebruikers en distributeurs, met inbegrip van natuurlijke of
rechtspersonen aan wie een licentie of vergunning is verstrekt overeenkomstig
Richtlijn 93/15/EEG van de Raad (**); b)
landbouwers voor gebruik tijdens hun voltijd- of deeltijdlandbouwactiviteiten,
waarbij niet noodzakelijkerwijs een verband moet bestaan met de grootte van het
areaal. In dit punt wordt verstaan onder: i) "landbouwer": een
natuurlijke of rechtspersoon dan wel een groep natuurlijke of rechtspersonen,
ongeacht de rechtspositie van de groep en haar leden volgens het nationale
recht, waarvan het bedrijf zich bevindt op het grondgebied van de Gemeenschap,
als bedoeld in artikel 299 van het Verdrag, en die een landbouwactiviteit
uitoefent; ii) "landbouwactiviteit": het
produceren, fokken of kweken van landbouwproducten, met inbegrip van oogsten,
melken, fokken van dieren en houden van dieren voor landbouwdoeleinden, of het
in goede landbouw- en milieuconditie houden van het land, zoals bepaald in
artikel 5 van Verordening (EG) nr. 1782/2003 van de Raad (***); c)
natuurlijke of rechtspersonen die zich beroepshalve bezighouden met tuinbouw,
het kweken van planten in kassen, onderhoud van parken, tuinen of sportvelden,
bosbouw of andere soortgelijke activiteiten. 3.
Ten aanzien van de in punt 2 vermelde beperkingen mogen de lidstaten evenwel om
sociaaleconomische redenen tot en met 1 juli 2014 een grenswaarde van maximaal
20 gewichtsprocent stikstof in verhouding tot het ammoniumnitraat hanteren voor
stoffen en mengsels die op hun grondgebied in de handel worden gebracht. Zij
stellen de Commissie en de andere lidstaten hiervan in kennis. ______________ (*)
PB L 304 van 21.11.2003, blz. 1. (**)
PB L 121 van 15.5.1993, blz. 20. (***)
PB L 270 van 21.10.2003, blz. 1." In
bijlage XVII bij REACH zijn geen vergunnings- of registratieregelingen
opgenomen. Op grond van REACH is de levering aan particulieren van
ammoniumnitraat als stof, of in mengsels die 16 gewichtsprocenten of meer
stikstof in verhouding tot het ammoniumnitraat bevatten, verboden. 2.2. Opneming van ammoniumnitraat in de verordening
inzake precursoren van explosieven In
het voorstel van de Commissie voor een verordening over het op de markt brengen
en het gebruik van precursoren voor explosieven[5]
uit 2010 werd het volgende aanbevolen: "Ter vereenvoudiging moeten de
bestaande bepalingen over ammoniumnitraat in deze verordening worden opgenomen
en moeten de punten 2 en 3 in punt 58 van bijlage XVII bij Verordening
(EG) nr. 1907/2006 van het Europees Parlement en de Raad inzake de
registratie en beoordeling van en de autorisatie en beperkingen ten aanzien van
chemische stoffen (REACH) worden geschrapt." Het
doel was de beperkingen inzake ammoniumnitraat over te hevelen van REACH naar
de verordening inzake precursoren van explosieven. Dientengevolge is
ammoniumnitraat (CAS RN 6484‑52‑2)
opgenomen in de voorgestelde bijlage I met een maximumwaarde van
16 gewichtsprocenten stikstof in verhouding tot het ammoniumnitraat. In
het voorstel werden landbouwers expliciet van de beperkingen inzake
ammoniumnitraat en mengsels daarvan uitgesloten. Het opnemen van
ammoniumnitraat in de voorgestelde verordening zou er tevens voor zorgen dat
die stof automatisch zou komen te vallen onder het meldingsmechanisme voor
verdachte transacties, waarvoor in REACH geen equivalent bestond. De
voorgestelde overheveling zou echter hebben betekend dat de lidstaten, indien
zij vergunnings- en registratieregelingen zouden opzetten, de chemische stof
aan particulieren zouden kunnen leveren. Dientengevolge had de voorgestelde
overheveling mogelijk kunnen leiden tot een minder stringente regeling dan het
verbod van levering aan particulieren in het kader van REACH. De
voorgestelde overheveling werd niet goedgekeurd door de Groep technische
harmonisatie (gevaarlijke stoffen) van de Raad. Sommige lidstaten steunden de
redenering van de Commissie, maar andere waren van mening dat de overheveling
de veiligheid zou verzwakken, aangezien de bestaande beperkingen ten aanzien
van ammoniumnitraat zouden worden versoepeld. Vervolgens
is gesuggereerd de bepalingen weliswaar over te hevelen, maar dan met dezelfde
beperkingen als in REACH. Dit alternatief zou hebben betekend dat een derde
regeling zou moeten worden geïntroduceerd in de voorgestelde verordening,
uitsluitend voor ammoniumnitraat, door de stof uit te sluiten van de regels
voor vergunningverlening en registratie. Ook had in dat geval een specifiek
artikel betreffende ammoniumnitraat (met daarin de punten 2 en 3 van
punt 58 van bijlage XVII) moeten worden opgenomen, en had ammoniumnitraat
in bijlage II moeten worden opgenomen om ervoor te zorgen dat verdachte
transacties zouden worden gemeld. De
Groep technische harmonisatie van de Raad is tussen januari en oktober 2011
tien maal bijeengekomen om het voorstel van de Commissie te onderzoeken, en
heeft geconcludeerd dat de in REACH vervatte bepalingen niet behoeven te worden
gewijzigd, maar moeten worden aangevuld met de eis om verdachte transacties te
melden op grond van de voorgestelde verordening. Niettemin merkte de Werkgroep
op dat verscheidene lidstaten de overheveling ondersteunden; daarom werd
voorgesteld dat de Commissie deze kwestie later opnieuw zou moeten beoordelen
om eventueel een wetsvoorstel op te stellen. In
voorbereiding op de eerste "informele trialoog" (besprekingen tussen
de Commissie, het Europees Parlement en de Raad) stelde de Raad vervolgens voor
het voorstel van de Commissie als volgt te wijzigen: -
wijziging
van de overweging om de overheveling van de bepalingen inzake ammoniumnitraat
te schrappen; -
opneming
van ammoniumnitraat in bijlage II; -
toevoeging
van een bepaling op grond waarvan de haalbaarheid van overheveling van de
bepalingen in een vroeg stadium door de Commissie moet worden onderzocht. Het
standpunt van het Europees Parlement in eerste lezing dat op 11 september 2011[6] op de
agenda van de plenaire zitting stond, kwam overeen met dat van de Raad. De
Commissie stemde er vervolgens mee in de tekst van de Raad aangaande
ammoniumnitraat te handhaven. De
verordening inzake precursoren van explosieven is op 15 januari 2013
goedgekeurd met de volgende overweging: "(24) Krachtens
bijlage XVII bij Verordening (EG) nr. 1907/2006 van het Europees Parlement en
de Raad van 18 december 2006 inzake de registratie en beoordeling van en de
autorisatie en beperkingen ten aanzien van chemische stoffen (REACH)(1)
is de levering aan particulieren van ammoniumnitraat dat gemakkelijk zou kunnen
worden misbruikt als precursor van explosieven verboden. De levering van
ammoniumnitraat aan bepaalde professionele gebruikers, met name landbouwers, is
evenwel toegestaan. Die levering moet derhalve worden onderworpen aan het bij
deze verordening ingestelde meldingsmechanisme voor verdachte transacties,
aangezien Verordening (EG) nr. 1907/2006 geen gelijkwaardige eis bevat." Ammoniumnitraat
(CAS RN 6484-52-2) [in concentraties van 16 gewichtsprocenten of meer
stikstof in verhouding tot het ammoniumnitraat] werd opgenomen in bijlage II
betreffende "stoffen, op zichzelf of in mengsels of stoffen, waarvoor
verdachte transacties moeten worden gemeld". Bovendien moesten op grond
van artikel 18, lid 2, uiterlijk op 2 maart 2015 de mogelijkheden om de
toepasselijke bepalingen betreffende ammoniumnitraat over te hevelen van
Verordening (EG) nr. 1907/2006 naar Verordening (EU) nr. 98/2013
opnieuw worden onderzocht. 3. OVERLEG MET DE LIDSTATEN Het
Permanent Comité precursoren, waarin alle EU-lidstaten vertegenwoordigd zijn,
heeft van meet af aan een leidende rol gespeeld bij het opstellen van het
voorstel en de beoordeling van de risicobeheersmaatregelen voor
ammoniumnitraat. Deze groep deskundigen is in het leven geroepen naar
aanleiding van aanbevelingen in het EU-actieplan uit 2008 voor het verbeteren
van de beveiliging van explosieven, waarin werd opgeroepen tot beperking van de
verkoop van ammoniumnitraat bevattende meststoffen aan particulieren. In 2008
heeft het Permanent Comité precursoren voorbereidende werkzaamheden verricht
voor de opname van ammoniumnitraat in Richtlijn 76/769/EEG (in 2009 bij REACH
ingetrokken), bij ontstentenis van een verordening die specifiek beperkingen
oplegde aan stoffen die een bedreiging vormden voor de openbare veiligheid.
Later heeft het Permanent Comité precursoren ook voorbereidende werkzaamheden
verricht voor de verordening inzake precursoren van explosieven. Op
27 mei 2014 heeft de Commissie een vragenlijst toegestuurd aan de leden van het
Permanent Comité precursoren waarin zij hun vraagt deze door te sturen naar de
autoriteiten die verantwoordelijk zijn voor de tenuitvoerlegging van de
verordening inzake precursoren van explosieven. Vraag 23 had betrekking op
artikel 18 en luidde als volgt: "Zou uw lidstaat de overheveling van
relevante bepalingen inzake ammoniumnitraat van Verordening (EG)
nr. 1907/2006 naar de betrokken verordening steunen?" In
totaal antwoordden 19 autoriteiten, op een totaal van 30 mogelijke respondenten[7], op de
vragenlijst, en met name op vraag 23. Uit de antwoorden bleek dat de
standpunten van de lidstaten nog steeds sterk uiteenliepen. Niettemin lieten de
respondenten weten dat zij prijs zouden stellen op nadere besprekingen en een
ontwerpwetsvoorstel alvorens een definitief standpunt in te nemen. De
antwoorden op de vragenlijst zijn tijdens de vergadering van het Permanent
Comité precursoren van 8 oktober 2014 besproken, maar daarbij is ten aanzien
van dit specifieke punt geen overeenstemming bereikt. De
Commissie heeft de kwestie van de overheveling ook ter sprake gebracht tijdens
de zestiende bijeenkomst van de bevoegde instanties voor de REACH- en CLP[8]-verordeningen
(Caracal) op 10 november 2014. Tijdens
en na beide bijeenkomsten is de lidstaten gevraagd hun geconsolideerde standpunten
mee te delen. Nog steeds lopen de meningen uiteen; sommige lidstaten hadden nog
geen standpunt ingenomen. Na
raadpleging van de lidstaten inventariseert de Commissie de voornaamste
argumenten vóór en tegen overheveling van de betrokken bepalingen inzake
ammoniumnitraat van REACH naar de verordening inzake precursoren van
explosieven: -
De
lidstaten die voorstander zijn van de overheveling voeren aan dat de
beperkingen inzake ammoniumnitraat rechtstreeks verband houden met de openbare
veiligheid, maar slechts indirect met de bescherming van de volksgezondheid.
Die beperkingen zijn automatisch in REACH opgenomen, aangezien er op dat moment
geen ander geschikt wetgevingsinstrument bestond. Inmiddels bestaat er wel
specifieke wetgeving en dus zou de EU-wetgeving met de overheveling worden
geharmoniseerd en vereenvoudigd, in overeenstemming met het beginsel
"betere regelgeving" dat de Commissie hanteert. Ook stellen zij dat
de instandhouding van de bepalingen inzake ammoniumnitraat in REACH bij
bedrijven voor verwarring zorgt, aangezien de betrokken risico's van een geheel
andere aard zijn. -
De
lidstaten die tegen de overheveling zijn, gebruiken als argument dat deze de
veiligheidssituatie met betrekking tot ammoniumnitraat zou verzwakken,
aangezien de nationale bevoegde autoriteiten daardoor wellicht in staat worden
gesteld om de stof beschikbaar te stellen voor particulieren via vergunnings-
en registratieregelingen, die zij op grond van Verordening (EU)
nr. 98/2013 mogen opstellen. Tijdens
deze raadpleging is niet ingegaan op de mogelijkheid een derde regeling voor
ammoniumnitraat op te zetten in het kader van de verordening inzake precursoren
van explosieven. Bovendien is niet nagegaan of de overheveling wettelijk
haalbaar was dan wel of dat buitensporige kosten zouden met zich zou
meebrengen. 4. SAMENVATTING EN CONCLUSIES In
2008 werd in het EU-actieplan voor het verbeteren van de beveiliging van
explosieven opgeroepen de verkoop van ammoniumnitraat bevattende meststoffen
aan particulieren te beperken. Er is derhalve een algemene overeenstemming dat
de handel in en het gebruik van ammoniumnitraat beveiligingsproblemen met zich
meebrengt. De
Commissie is van mening dat, aangezien de risico's van ammoniumnitraat verband
houden met openbare veiligheid, de beperkingen op die stof beter in de
verordening inzake precursoren van explosieven kunnen worden ondergebracht; zij
steunt dan ook de overheveling van de betrokken bepalingen uit REACH, zoals met
het oorspronkelijke voorstel uit 2010 werd beoogd. De voornaamste doelstelling
van REACH blijft de bescherming van de veiligheid en de gezondheid van
werknemers, maar in die verordening zijn geen verwijzingen naar openbare
veiligheid opgenomen. Wanneer ammoniumnitraat wordt overgeheveld naar de
verordening inzake precursoren van explosieven, blijven de veiligheidsaspecten
van ammoniumnitraat gedekt door Verordening (EG) nr. 2003/2003 inzake
meststoffen. Aangezien
er echter sprake is van een voortdurend gebrek aan consensus bij een van de
medewetgevers, namelijk de Raad, ten aanzien van deze kwestie, wat betreft
zowel de wenselijkheid van de overheveling zelf als de precieze vorm die deze
moet aannemen (d.w.z. de vraag of ammoniumnitraat gewoon naar bijlage I moet
worden overgeheveld, dan wel of er aparte regelingen moeten worden getroffen)
zou een wetsvoorstel om de bepalingen over te hevelen in de Raad waarschijnlijk
onvoldoende steun krijgen. Bovendien
merkt de Commissie op dat de bevoegde autoriteiten in de lidstaten weinig tijd
hebben gehad om voldoende ervaring op te doen met de uitvoering van de
verordening inzake precursoren van explosieven, aangezien die pas op
2 september 2014 in werking is getreden. Het is derhalve redelijk dat
lidstaten de kosten en de baten van een overheveling in een later stadium willen
onderzoeken. Dientengevolge is de Commissie
niet van plan een wetsvoorstel in te dienen om de betrokken bepalingen inzake
ammoniumnitraat over te hevelen van Verordening (EG) nr. 1907/2006 naar
Verordening (EU) nr. 98/2013. In plaats daarvan zal zij de mogelijkheden
voor zo'n overheveling, en de precieze vorm waarin die moet worden gegoten,
opnieuw onderzoeken als onderdeel van een voor 2017 voorgenomen uitgebreidere
herziening op grond van artikel 18, lid 1, van laatstgenoemde
verordening. [1] PB L 39 van 9.2.2013,
blz. 1. [2] Zie de bijlagen III en
IV bij Verordening (EG) nr. 2003/2003 van het Europees Parlement en de
Raad van 13 oktober 2003 inzake meststoffen, PB L 304 van 21.11.2003,
blz. 1, waarin de kenmerken van en de grenswaarden voor enkelvoudige meststoffen
op basis van ammoniumnitraat en met een hoog stikstofgehalte zijn opgenomen,
waarin de detonatieproeven worden beschreven, alsmede de methoden worden
genoemd om te controleren of wordt voldaan aan eisen in verband met
traceerbaarheid en verpakking. [3] PB L 396 van
30.12.2006, blz. 1. [4] PB L 262 van
27.9.1976, blz. 201 - ingetrokken bij REACH op 31.5.2009. [5] COM(2010) 473
definitief. [6] Verslag: Jan Mulder
(A7-0269/2012), Verslag over het voorstel voor een verordening van het Europees
Parlement en de Raad inzake het op de markt brengen en het gebruik van
precursoren van explosieven (COM(2010) 0473 – C7-0279/2010 –
2010/0246(COD)), Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse
zaken. [7] Het Verenigd Koninkrijk
benoemde aparte autoriteiten voor Groot-Brittannië en Noord-Ierland; Noorwegen
voert de verordening inzake precursoren van explosieven ook uit. [8] Verordening
(EG) nr. 1272/2008 betreffende de indeling, etikettering en verpakking van
stoffen en mengsels.