This document is an excerpt from the EUR-Lex website
Document 32026R0585
Commission Implementing Regulation (EU) 2026/585 of 13 March 2026 concerning the denial of authorisation of ginseng extract from Panax ginseng C.A. Meyer as a feed additive for cats and dogs
Uitvoeringsverordening (EU) 2026/585 van de Commissie van 13 maart 2026 tot weigering van een vergunning voor extract van ginseng van de soort Panax ginseng C.A. Meyer als toevoegingsmiddel voor diervoeding voor katten en honden
Uitvoeringsverordening (EU) 2026/585 van de Commissie van 13 maart 2026 tot weigering van een vergunning voor extract van ginseng van de soort Panax ginseng C.A. Meyer als toevoegingsmiddel voor diervoeding voor katten en honden
C/2026/1612
PB L, 2026/585, 16.3.2026, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_impl/2026/585/oj (BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, GA, HR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)
In force
|
Publicatieblad |
NL L-serie |
|
2026/585 |
16.3.2026 |
UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2026/585 VAN DE COMMISSIE
van 13 maart 2026
tot weigering van een vergunning voor extract van ginseng van de soort Panax ginseng C.A. Meyer als toevoegingsmiddel voor diervoeding voor katten en honden
(Voor de EER relevante tekst)
DE EUROPESE COMMISSIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,
Gezien Verordening (EG) nr. 1831/2003 van het Europees Parlement en de Raad van 22 september 2003 betreffende toevoegingsmiddelen voor diervoeding (1), en met name artikel 9, lid 2,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
De verlening van vergunningen voor toevoegingsmiddelen voor diervoeding, met inbegrip van de redenen en procedures voor het verlenen of weigeren van dergelijke vergunningen, is geregeld bij Verordening (EG) nr. 1831/2003. Artikel 10 van die verordening voorziet in de herbeoordeling van toevoegingsmiddelen waarvoor een vergunning is verleend overeenkomstig Richtlijn 70/524/EEG van de Raad (2). |
|
(2) |
Voor de stof extract van ginseng van de soort Panax ginseng C.A. Meyer is overeenkomstig Richtlijn 70/524/EEG een vergunning zonder tijdsbeperking verleend als toevoegingsmiddel voor diervoeding voor katten en honden. Vervolgens is die stof overeenkomstig artikel 10, lid 1, punt b), van Verordening (EG) nr. 1831/2003 als bestaand product opgenomen in het repertorium van toevoegingsmiddelen voor diervoeding. |
|
(3) |
Overeenkomstig artikel 10, lid 2, in samenhang met artikel 7 van Verordening (EG) nr. 1831/2003 is een aanvraag ingediend voor de verlening van een vergunning voor extract van ginseng van de soort Panax ginseng C.A. Meyer als toevoegingsmiddel voor diervoeding voor katten en honden, waarbij is verzocht het toevoegingsmiddel in te delen in de categorie “sensoriële toevoegingsmiddelen” en de functionele groep “aromatische stoffen”. De krachtens artikel 7, lid 3, van Verordening (EG) nr. 1831/2003 vereiste nadere gegevens en documenten waren bij de aanvraag gevoegd. |
|
(4) |
In artikel 5, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1831/2003 is bepaald dat de aanvrager van de vergunning voor een toevoegingsmiddel voor diervoeding verplicht is om overeenkomstig artikel 7 van die verordening afdoende en voldoende aan te tonen dat aan de voorwaarden voor de verlening van een vergunning van artikel 5, leden 2 en 3, van die verordening is voldaan. |
|
(5) |
De Europese Autoriteit voor voedselveiligheid (EFSA) kon in haar advies van 17 maart 2021 (3) geen conclusies trekken over de veiligheid van extract van ginseng van de soort Panax ginseng C.A. Meyer voor de gebruiker en voor katten en honden bij de voorgestelde gebruiksconcentraties, aangezien de aanvrager geen volledige karakterisering van het toevoegingsmiddel heeft verstrekt. |
|
(6) |
Naar aanleiding van het niet-doorslaggevende advies van de EFSA heeft de Commissie de aanvrager bij brief van 12 oktober 2021 de gelegenheid gegeven tot het verstrekken van aanvullende informatie. Bij gebrek aan een antwoord is de aanvrager op 4 februari 2025 per e-mail in kennis gesteld van het voornemen om de vergunning te weigeren. Ondanks verschillende herinneringen heeft de aanvrager niet inhoudelijk gereageerd. |
|
(7) |
Uit het advies van de EFSA van 17 maart 2021 blijkt dat de aanvrager niet afdoende en voldoende heeft aangetoond dat extract van ginseng van de soort Panax ginseng C.A. Meyer onder de voorgestelde gebruiksvoorwaarden veilig is bij gebruik als toevoegingsmiddel voor diervoeding voor katten en honden. |
|
(8) |
Gezien het bovenstaande kan niet worden aangenomen dat het extract van ginseng van de soort Panax ginseng C.A. Meyer voldoet aan de voorwaarden voor de verlening van een vergunning van artikel 5 van Verordening (EG) nr. 1831/2003. Bijgevolg moet de vergunning voor deze stof als toevoegingsmiddel voor diervoeding, behorende tot de categorie “sensoriële toevoegingsmiddelen” en de functionele groep “aromatische stoffen”, voor gebruik bij katten en honden worden geweigerd. |
|
(9) |
Daarom moet extract van ginseng van de soort Panax ginseng C.A. Meyer en diervoeders die dit extract bevatten, wat het gebruik voor katten en honden betreft, zo snel mogelijk uit de handel worden genomen. Om de exploitanten in staat te stellen naar behoren aan deze verplichting te voldoen, moet er echter in een beperkte periode worden voorzien om de bestaande voorraden van die producten uit de handel te nemen. |
|
(10) |
De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Permanent Comité voor planten, dieren, levensmiddelen en diervoeders, |
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
Weigering van een vergunning
De vergunning voor extract van ginseng van de soort Panax ginseng C.A. Meyer als toevoegingsmiddel voor diervoeding behorende tot de categorie “sensoriële toevoegingsmiddelen” en de functionele groep “aromatische stoffen” voor gebruik bij katten en honden wordt geweigerd.
Artikel 2
Uit de handel nemen
1. Bestaande voorraden van het in artikel 1 bedoelde toevoegingsmiddel dat bestemd is voor honden en katten en van voormengsels die het toevoegingsmiddel bevatten en die bestemd zijn voor honden en katten, worden uiterlijk op 5 juli 2026 uit de handel genomen.
2. Voedermiddelen en mengvoeders die vóór 5 juli 2026 met het in lid 1 bedoelde toevoegingsmiddel of de in lid 1 bedoelde voormengsels zijn geproduceerd en die zijn bestemd voor honden en katten, worden uiterlijk op 5 oktober 2026 uit de handel genomen.
Artikel 3
Inwerkingtreding
Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 13 maart 2026.
Voor de Commissie
De voorzitter
Ursula VON DER LEYEN
(1) PB L 268 van 18.10.2003, blz. 29, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2003/1831/oj.
(2) Richtlijn 70/524/EEG van de Raad van 23 november 1970 betreffende toevoegingsmiddelen in de veevoeding (PB L 270 van 14.12.1970, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/1970/524/oj).
(3) EFSA Journal 2021;19(4):6526, https://doi.org/10.2903/j.efsa.2021.6526.
ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_impl/2026/585/oj
ISSN 1977-0758 (electronic edition)