Choose the experimental features you want to try

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 32026R0456

Verordening (EU) 2026/456 van de Raad van 26 februari 2026 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 2580/2001 inzake specifieke beperkende maatregelen tegen bepaalde personen en entiteiten met het oog op de strijd tegen het terrorisme, en tot intrekking van Uitvoeringsverordening (EU) 2025/1578 en Uitvoeringsverordening (EU) 2026/420

ST/11496/2025/INIT

PB L, 2026/456, 26.2.2026, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2026/456/oj (BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, GA, HR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)

Legal status of the document In force

ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2026/456/oj

European flag

Publicatieblad
van de Europese Unie

NL

L-serie


2026/456

26.2.2026

VERORDENING (EU) 2026/456 VAN DE RAAD

van 26 februari 2026

tot wijziging van Verordening (EG) nr. 2580/2001 inzake specifieke beperkende maatregelen tegen bepaalde personen en entiteiten met het oog op de strijd tegen het terrorisme, en tot intrekking van Uitvoeringsverordening (EU) 2025/1578 en Uitvoeringsverordening (EU) 2026/420

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 215,

Gezien Besluit (GBVB) 2026/455 van de Raad van 26 februari 2026 inzake beperkende maatregelen ter bestrijding van het terrorisme, tot intrekking van artikelen 2, 3 en 3 bis van Gemeenschappelijk Standpunt 2001/931/GBVB betreffende de toepassing van specifieke maatregelen ter bestrijding van het terrorisme en tot intrekking van Besluit (GBVB) 2025/1577 en Besluit (GBVB) 2026/421 (1),

Gezien het gezamenlijke voorstel van de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid en de Europese Commissie,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Verordening (EG) nr. 2580/2001 van de Raad (2) geeft uitvoering aan Gemeenschappelijk Standpunt 2001/931/GBVB (3) en voorziet in de bevriezing van tegoeden van bepaalde personen, groepen en entiteiten, alsmede in het verbod op de terbeschikkingstelling van tegoeden of economische middelen aan in de lijst opgenomen namen.

(2)

Vanwege de voortdurende dreiging van het terrorisme en het gewelddadige extremisme voor de veiligheid van de Europese Unie en haar lidstaten, heeft de Raad op 26 februari 2026 Besluit (GBVB) 2026/455 tot intrekking van de artikelen 2, 3 en 3 bis en tot wezenlijke overname van de artikelen 1, 2, 3 en 3 bis, van Gemeenschappelijk Standpunt 2001/931/GBVB vastgesteld om extra beperkende maatregelen in te stellen om het internationale terrorisme te bestrijden. Bij Besluit (GBVB) 2026/455 is een reisverbod voor bepaalde personen ingevoerd, en het bevat ook de mogelijkheid om andere maatregelen, namelijk de bevriezing van tegoeden en een verbod om tegoeden of economische middelen ter beschikking te stellen, vast te stellen tegen leidinggevenden van terroristische groeperingen of entiteiten waarvoor de beperkende maatregelen krachtens Besluit (GBVB) 2026/455 gelden, alsook tegen personen, groepen en entiteiten die geassocieerd worden met personen, groepen en entiteiten die bij terroristische daden betrokken zijn.

(3)

De maatregelen van Besluit (GBVB) 2026/455 vallen onder het toepassingsgebied van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie en derhalve is, om ervoor te zorgen dat zij in alle lidstaten op eenvormige wijze worden toegepast, regelgeving op het niveau van de Unie noodzakelijk voor de tenuitvoerlegging van deze maatregelen. Om eenvormige voorwaarden voor de uitvoering van deze verordening te waarborgen, moeten aan de Commissie uitvoeringsbevoegdheden worden toegekend voor de bijwerking van de contactgegevens van de bevoegde autoriteiten van de lidstaten en van de Commissie.

(4)

De uitvoeringsbevoegdheden tot vaststelling en wijziging van de lijsten in de bijlagen II en III bij deze verordening moeten worden uitgeoefend door de Raad om consistentie te verzekeren met het proces voor het vaststellen, wijzigen en herzien van de bijlagen I en II bij Besluit (GBVB) 2026/455.

(5)

Met het oog op de bijwerking van de contactgegevens van de bevoegde autoriteiten van de lidstaten en de Commissie moet de bijlage bij Verordening (EG) nr. 2580/2001, die de lijst van contactgegevens van de bevoegde autoriteiten van de lidstaten en het adres voor kennisgevingen aan de Commissie bevat, vervangen worden.

(6)

Met het oog op de uitvoering van deze verordening en om een zo groot mogelijke rechtszekerheid binnen de Unie te waarborgen, moeten de namen en andere relevante gegevens over de natuurlijke personen en rechtspersonen, groepen en entiteiten waarvan de tegoeden en economische middelen overeenkomstig deze verordening bevroren moeten worden, openbaar worden gemaakt. De verwerking van persoonsgegevens moet voldoen aan de Verordeningen (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad (4) en Verordening (EU) 2018/1725 van het Europees Parlement en de Raad (5).

(7)

Op 29 juli 2025 heeft de Raad Uitvoeringsverordening (EU) 2025/1578 (6) vastgesteld, waarbij de lijst van personen, groepen en entiteiten die vallen onder Verordening (EG) nr. 2580/2001, werd geactualiseerd. Op 19 februari 2026 heeft de Raad Uitvoeringsverordening (EU) 2026/420 (7) vastgesteld, waarbij één entiteit werd toegevoegd aan de lijst. De Raad heeft een evaluatie van die lijst verricht en is tot de conclusie gekomen dat de beperkende maatregelen waarin Verordening (EG) nr. 2580/2001 voorziet van toepassing moeten blijven op de personen, groepen en entiteiten in bijlage II bij deze verordening. Uitvoeringsverordening (EU) 2025/1578 en Uitvoeringsverordening (EU) 2026/420 moeten worden ingetrokken.

(8)

Verordening (EG) nr. 2580/2001 moet derhalve dienovereenkomstig worden gewijzigd,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Verordening (EG) nr. 2580/2001 wordt als volgt gewijzigd:

1)

artikel 1 wordt vervangen door:

“Artikel 1

Voor de toepassing van deze verordening gelden de volgende definities:

a)

“vordering”: elke vóór, op of na de datum van inwerkingtreding van deze verordening ingediende eis, ook wanneer deze de vorm van een rechtsvordering heeft, die voortvloeit uit of verband houdt met de uitvoering van een overeenkomst of transactie, en met name:

i)

een vordering tot nakoming van een verplichting die voortvloeit uit of verband houdt met een contract of transactie;

ii)

een vordering tot verlenging of uitbetaling van een obligatie, financiële garantie of contragarantie, ongeacht de vorm;

iii)

een vordering tot schadeloosstelling in verband met een contract of een transactie;

iv)

een tegenvordering;

v)

een vordering, ook via een exequatur, waarmee wordt beoogd erkenning of uitvoering van een rechterlijke of arbitrale uitspraak of van een gelijkwaardige beslissing te verkrijgen, ongeacht de plaats van uitspraak;

b)

“contract of transactie”: elke verrichting, ongeacht de vorm en het recht dat erop van toepassing is, die een of meer contracten of soortgelijke verplichtingen tussen al dan niet dezelfde partijen omvat; in dat verband worden onder “contract” tevens begrepen alle — ook de uit juridisch oogpunt op zichzelf staande — met name financiële garanties of contragaranties en kredieten, alsmede alle uit een dergelijke transactie voortkomende of daarmee verband houdende bepalingen;

c)

“bevoegde autoriteiten”: de bevoegde autoriteiten van de lidstaten als aangegeven op de websites die zijn opgenomen in bijlage I;

d)

“economische middelen”: activa van enigerlei aard, materieel of immaterieel, roerend of onroerend, die geen tegoeden zijn, maar kunnen worden gebruikt om tegoeden, goederen of diensten te verkrijgen;

e)

“bevriezing van economische middelen”: voorkomen dat economische middelen worden gebruikt om op enigerlei wijze tegoeden, goederen of diensten te verkrijgen, inclusief, maar niet daartoe beperkt, door deze te verkopen, te verhuren of te hypothekeren;

f)

“bevriezing van tegoeden”: het voorkomen van het op enigerlei wijze muteren, overmaken, corrigeren, gebruiken van, toegang verschaffen tot of omgaan met tegoeden met als gevolg wijzigingen van hun omvang, bedrag, locatie, eigenaar, bezit, onderscheidende kenmerken, bestemming of verdere wijzigingen waardoor het gebruik van bedoelde tegoeden, inclusief het beheer van een beleggingsportefeuille, mogelijk zou worden gemaakt;

g)

“tegoeden”: financiële activa en voordelen van enigerlei aard, met inbegrip van, maar niet beperkt tot:

i)

contanten, cheques, geldvorderingen, wissels, postwissels en andere betaalmiddelen;

ii)

deposito’s bij financiële instellingen of andere entiteiten, saldi op rekeningen, schulden en schuldbewijzen;

iii)

in het openbaar en onderhands verhandelde waardepapieren en schuldbewijzen, inclusief aandelen, certificaten van waardepapieren, obligaties, promesses, warrants, schuldbekentenissen en derivatencontracten;

iv)

rente, dividenden of andere inkomsten, uit of waarde voortkomende uit, of gegenereerd door activa;

v)

krediet, recht op compensatie, garanties, uitvoeringsgaranties of andere financiële verplichtingen;

vi)

kredietbrieven, cognossementen, koopbrieven;

vii)

bewijsstukken van belangen in fondsen of financiële middelen;

h)

“grondgebied van de Unie”: het grondgebied van alle lidstaten waarop het Verdrag betreffende de Europese Unie (VEU) van toepassing is, onder de daarin bepaalde voorwaarden, met inbegrip van hun luchtruim;

i)

“terroristische daad”: een van de volgende opzettelijke handelingen die naar aard of context een land of een internationale organisatie ernstig kan schaden en die overeenkomstig het nationale recht als strafbaar feit is gedefinieerd, wanneer de daad gepleegd wordt met het doel:

i)

een bevolking ernstig te intimideren, of

ii)

de overheid of een internationale organisatie op onrechtmatige wijze te verplichten een bepaalde handeling te verrichten of zich daarvan te onthouden, of

iii)

de politieke, constitutionele, economische of sociale basisstructuren van een land of van een internationale organisatie ernstig te destabiliseren of te vernietigen:

a)

een aanslag op het leven van een persoon, met mogelijk een dodelijke afloop;

b)

een ernstige schending van de fysieke integriteit van één persoon;

c)

een ontvoering of gijzeling;

d)

het veroorzaken van vergaande verwoesting van overheids- en openbare voorzieningen, vervoersystemen of infrastructurele voorzieningen, met inbegrip van informaticasystemen, een vast platform op het continentaal plat, openbare plaatsen of privéterreinen, met als mogelijk resultaat dat mensenlevens in gevaar worden gebracht of aanzienlijke economische schade wordt aangericht;

e)

het kapen van vlieg- en vaartuigen of andere transportmiddelen voor personen- of goederenvervoer;

f)

vervaardiging, bezit, verwerving, vervoer, levering of gebruik van springstoffen of wapens, met inbegrip van chemische, biologische, radiologische en kernwapens, alsook onderzoek en ontwikkeling met betrekking tot chemische, biologische, radiologische en kernwapens;

g)

het laten ontsnappen van gevaarlijke stoffen of het veroorzaken van branden, overstromingen of ontploffingen, met als gevolg dat mensenlevens in gevaar worden gebracht;

h)

het verstoren of onderbreken van de toevoer van water, stroom of andere essentiële natuurlijke hulpbronnen, met als gevolg dat mensenlevens in gevaar worden gebracht;

i)

het dreigen met een van de in de punten a) tot en met h) genoemde daden;

j)

leiding geven aan een terroristische groepering;

k)

het deelnemen aan de activiteiten van een terroristische groepering, ook door aan deze groepering informatie of materiële middelen te leveren of door enigerlei vorm van financiering van de activiteiten van de groepering, in de wetenschap dat met deze deelname aan de criminele activiteiten van de groepering wordt meegewerkt;

l)

onrechtmatige systeemverstoring of de dreiging om onrechtmatige systeemverstoring te begaan, als bedoeld in artikel 4 van Richtlijn 2013/40/EU van het Europees Parlement en de Raad (*1) in gevallen waarin artikel 9, lid 3 of artikel 9, lid 4, punt b) of c), van die richtlijn van toepassing is, en onrechtmatige gegevensverstoring of de dreiging om onrechtmatige gegevensverstoring te begaan, als bedoeld in artikel 5 van die richtlijn in gevallen waarin artikel 9, lid 4, punt c), van die richtlijn van toepassing is;

j)

“terroristische groepering”: een sinds enige tijd bestaande gestructureerde groepering van meer dan twee personen die in gemeen overleg handelen om terroristische daden te plegen. Onder “gestructureerde groepering” wordt een vereniging verstaan die niet toevallig tot stand is gekomen met het oog op een onverwijld te plegen terroristische daad en waarbij niet noodzakelijkerwijs sprake is van formeel afgebakende taken van de leden, noch van continuïteit in de samenstelling of een ontwikkelde structuur;

k)

“eigenaar zijn van een rechtspersoon, groep of entiteit”: in het bezit zijn van 50 % of meer van de eigendomsrechten van een rechtspersoon, groep of entiteit, of daarin een meerderheidsbelang hebben;

l)

“zeggenschap hebben over een rechtspersoon, groep of entiteit”: onder andere, maar niet beperkt tot:

i)

het recht hebben of de bevoegdheid uitoefenen om een meerderheid van de leden van het toezichthoudend, leidinggevend of bestuursorgaan van een rechtspersoon, groep of entiteit aan te stellen of te ontslaan;

ii)

het aangesteld hebben, enkel als gevolg van de uitoefening van zijn stemrechten, van de meerderheid van de leden van het toezichthoudend, leidinggevend of bestuursorgaan van een rechtspersoon, groep of entiteit die gedurende het lopende en voorgaande begrotingsjaar in functie waren;

iii)

het, ingevolge een overeenkomst met andere aandeelhouders in of leden van een rechtspersoon, groep of entiteit alléén zeggenschap hebben over de meerderheid van de aandeelhouders- of ledenstemrechten in die rechtspersoon, groep of entiteit;

iv)

het bezit van het recht tot het uitoefenen van een overheersende invloed op een rechtspersoon, groep of entiteit ingevolge een met die rechtspersoon, groep of entiteit aangegane overeenkomst of een bepaling in het memorandum of de akte van oprichting, wanneer het recht dat die rechtspersoon, groep of entiteit beheerst een dergelijke overeenkomst of bepaling toestaat;

v)

het hebben van de bevoegdheid tot het, de facto, uitoefenen van het recht om een overheersende invloed als bedoeld in punt d) uit te oefenen zonder de houder van dat recht te zijn;

vi)

het hebben van het recht om alle of een deel van de activa van een rechtspersoon, groep of entiteit te gebruiken;

vii)

het op geconsolideerde basis beheren van een rechtspersoon, groep of entiteit gepaard gaande met het publiceren van geconsolideerde jaarrekeningen;

viii)

het gezamenlijk en hoofdelijk delen van de financiële verplichtingen van een rechtspersoon, groep of entiteit of het garanderen van deze verplichtingen.

(*1)  Richtlijn 2013/40/EU van het Europees Parlement en de Raad van 12 augustus 2013 over aanvallen op informatiesystemen en ter vervanging van Kaderbesluit 2005/222/JBZ van de Raad (PB L 218 van 14.8.2013, blz. 8, ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/2013/40/oj).”;"

2)

artikel 2 wordt vervangen door:

“Artikel 2

1.   Alle tegoeden en economische middelen die toebehoren aan, eigendom zijn van, in het bezit zijn van of onder zeggenschap staan van in de bijlagen II en III opgenomen natuurlijke personen of rechtspersonen, groepen of entiteiten, worden bevroren.

2.   Er worden geen tegoeden of economische middelen rechtstreeks of onrechtstreeks ter beschikking gesteld aan of ten behoeve van in de lijsten in de bijlagen I en III opgenomen natuurlijke personen of rechtspersonen, groepen of entiteiten.

3.   Bijlage II omvat natuurlijke personen of rechtspersonen, groepen of entiteiten die terroristische daden plegen of pogen te plegen, of die eraan deelnemen of ze vergemakkelijken, en ten aanzien waarvan een beslissing is genomen door een bevoegde autoriteit zoals bedoeld in lid 4.

4.   De lijst in bijlage II wordt opgesteld aan de hand van welbepaalde inlichtingen of dossierelementen die aantonen dat door een bevoegde instantie een beslissing is genomen ten aanzien van de bedoelde natuurlijke personen of rechtspersonen, groepen of entiteiten bij de inleiding van een onderzoek of een vervolging wegens een terroristische daad, poging tot het plegen daarvan, of de deelname aan of het vergemakkelijken ervan, op grond van bewijzen of serieuze en geloofwaardige aanwijzingen, dan wel om een veroordeling wegens dergelijke feiten.

5.   Voor de toepassing van lid 4 wordt onder “bevoegde instantie” een rechterlijke instantie verstaan of, indien rechterlijke instanties geen bevoegdheid bezitten op het door dat lid bestreken gebied, een gelijkwaardige op dat terrein bevoegde instantie.

6.   Bijlage III omvat:

a)

rechtspersonen, groepen of entiteiten die eigendom zijn van of rechtstreeks of onrechtstreeks gecontroleerd worden door een of meer natuurlijke of rechtspersonen, groepen of entiteiten opgenomen in bijlage II;

b)

natuurlijke personen of rechtspersonen, groepen of entiteiten die optreden namens of in opdracht van een of meer natuurlijke of rechtspersonen, groepen of entiteiten opgenomen in bijlage II;

c)

leidinggevenden van rechtspersonen, groepen of entiteiten opgenomen in bijlage II;

d)

natuurlijke personen of rechtspersonen, groepen of entiteiten die in verband gebracht worden met natuurlijke personen of rechtspersonen, groepen of entiteiten opgenomen in bijlage II, onder andere door:

i)

deelname aan het financieren van terroristische daden die gepleegd worden door, in samenwerking met, onder de naam van, uit naam van of als steun aan natuurlijke personen of rechtspersonen, groepen of entiteiten opgenomen in bijlage II;

ii)

deelname aan het plannen, faciliteren, voorbereiden of plegen van terroristische daden die gepleegd worden door, in samenwerking met, onder de naam van, uit naam van of als steun aan natuurlijke personen of rechtspersonen, groepen of entiteiten opgenomen in bijlage II;

iii)

het bieden of ontvangen van terroristische opleidingen, zoals instructies voor vuurwapens, springstoffen of andere methoden of technologie ten voordele van natuurlijke personen of rechtspersonen, groepen of entiteiten opgenomen in bijlage II;

iv)

betrokkenheid bij de rekrutering ten behoeve van de in bijlage II vermelde natuurlijke personen, rechtspersonen, groepen of entiteiten met het oog op de planning, facilitering, voorbereiding of uitvoering van terroristische daden.”

;

3)

de volgende artikelen worden ingevoegd:

“Artikel 2 bis

1.   In afwijking van artikel 2, leden 1 en 2, kunnen de bevoegde autoriteiten, onder door hen passend geachte voorwaarden, toestemming geven voor de vrijgave of de terbeschikkingstelling van bepaalde bevroren tegoeden of economische middelen, indien zij hebben vastgesteld dat de betrokken tegoeden of economische middelen:

a)

noodzakelijk zijn voor het dekken van uitgaven voor de basisbehoeften van de in de bijlagen II en III opgenomen natuurlijke personen of rechtspersonen, groepen of entiteiten, en de gezinsleden die van deze natuurlijke personen afhankelijk zijn, zoals betalingen voor levensmiddelen, huur of hypotheeklasten, geneesmiddelen of medische behandelingen, belastingen, verzekeringspremies en openbare voorzieningen;

b)

uitsluitend bestemd zijn voor de betaling van redelijke honoraria of de vergoeding van kosten in verband met de verlening van juridische diensten;

c)

uitsluitend bestemd zijn voor de betaling van honoraria of kosten voor het routinematig aanhouden of beheren van bevroren tegoeden of economische middelen;

d)

nodig zijn voor de betaling van buitengewone lasten, mits de relevante bevoegde autoriteit de bevoegde autoriteiten van de andere lidstaten en de Commissie ten minste twee weken vóór zij de toestemming verleent, in kennis heeft gesteld van de redenen waarom zij meent dat specifieke toestemming moet worden verleend, of

e)

gestort worden op of betaald worden van een rekening van een diplomatieke of consulaire missie, of een internationale organisatie die bescherming geniet op grond van het internationaal recht, voor zover die betalingen bestemd zijn voor de officiële doelen van de diplomatieke of consulaire missie of de internationale organisatie.

2.   De betrokken lidstaat stelt de andere lidstaten en de Commissie in kennis van elke op grond van lid 1 verleende toestemming, binnen twee weken na het verlenen van de toestemming.

Artikel 2 ter

1.   In afwijking van artikel 2, lid 1, kunnen de bevoegde autoriteiten toestemming geven voor de vrijgave van bepaalde bevroren tegoeden of economische middelen, mits aan de volgende voorwaarden is voldaan:

a)

de tegoeden of economische middelen zijn het voorwerp van een arbitragebesluit dat is vastgesteld vóór de datum waarop de natuurlijke persoon of rechtspersoon, groep of entiteit als bedoeld in artikel 2 is opgenomen in bijlage II of III, of van een rechterlijke of administratieve beslissing die in de Unie is uitgesproken, of van een rechterlijke beslissing die in de betrokken lidstaat uitvoerbaar is, en dat van voor, op of na die datum dateert;

b)

de tegoeden of economische middelen worden uitsluitend gebruikt om te voldoen aan vorderingen die door een dergelijke beslissing zijn gewaarborgd of in een dergelijk besluit geldig zijn verklaard, binnen de grenzen gesteld door de toepasselijke wet- en regelgeving betreffende de rechten van titularissen van dergelijke vorderingen;

c)

het besluit komt niet ten goede aan een natuurlijke persoon of rechtspersoon, groep of entiteit opgenomen in bijlage II of III, en

d)

de erkenning van het besluit is niet in strijd met de openbare orde van de betrokken lidstaat.

2.   De betrokken lidstaat stelt de andere lidstaten en de Commissie in kennis van elke op grond van lid 1 verleende toestemming, binnen twee weken na het verlenen van de toestemming.

Artikel 2 quater

1.   In afwijking van artikel 2, lid 1, en mits een betaling verschuldigd is door in de lijst in bijlage II of III opgenomen natuurlijke personen of rechtspersonen, groepen of entiteiten uit hoofde van een contract dat of overeenkomst die is gesloten of een verbintenis die is ontstaan vóór de datum waarop de betrokken natuurlijke persoon of rechtspersoon, groep of entiteit in de lijst in bijlage II of III werd opgenomen, kunnen de bevoegde autoriteiten onder door hen passend geachte voorwaarden toestemming verlenen voor de vrijgave van bepaalde bevroren tegoeden of economische middelen, indien de betrokken bevoegde autoriteit heeft vastgesteld dat:

a)

de tegoeden of economische middelen zullen worden gebruikt voor een betaling door een op de lijst in bijlage II of III opgenomen natuurlijke persoon of rechtspersoon, groep of entiteit, en

b)

de betaling niet in strijd is met artikel 2, lid 2.

2.   De betrokken lidstaat stelt de andere lidstaten en de Commissie in kennis van elke op grond van lid 1 verleende toestemming, binnen twee weken na het verlenen van de toestemming.”

;

4)

artikel 3 wordt vervangen door:

“Artikel 3

1.   Het is verboden om willens of wetens deel te nemen aan activiteiten die tot doel of tot gevolg hebben dat de verbodsbepalingen van deze verordening worden omzeild.

2.   De verwerking van persoonsgegevens gebeurt overeenkomstig deze verordening en Verordeningen (EU) 2016/679 en (EU) 2018/1725, en slechts voor zover dit nodig is voor de toepassing van deze verordening.”

;

5)

artikel 4 wordt vervangen door:

“Artikel 4

1.   Natuurlijke personen, rechtspersonen, groepen en entiteiten:

a)

verstrekken onmiddellijk alle informatie die de naleving van deze verordening vergemakkelijkt, zoals informatie over rekeningen en bedragen die overeenkomstig artikel 2, lid 1, zijn bevroren, aan de bevoegde autoriteit van de lidstaat waar zij woonachtig of gevestigd zijn, en zenden die informatie rechtstreeks of via de lidstaat aan de Commissie toe, en

b)

werken samen met de bevoegde autoriteit bij de verificatie van de in punt a) bedoelde informatie.

2.   De verplichting in lid 1 geldt met inachtneming van de regels betreffende de vertrouwelijkheid van informatie die in het bezit is van gerechtelijke autoriteiten, en met inachtneming van de in artikel 7 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie gewaarborgde vertrouwelijkheid van de communicatie tussen advocaten en hun cliënten. Daartoe omvat dergelijke communicatie de communicatie die betrekking heeft op juridisch advies dat wordt verstrekt door andere gecertificeerde beroepsbeoefenaars die krachtens het nationale recht gemachtigd zijn om de cliënt in gerechtelijke procedures te vertegenwoordigen, voor zover dat juridisch advies wordt verstrekt in verband met lopende of toekomstige gerechtelijke procedures.

3.   Alle rechtstreeks door de Commissie ontvangen aanvullende informatie wordt ter beschikking gesteld van de lidstaten.

4.   Alle overeenkomstig dit artikel verstrekte of ontvangen informatie wordt uitsluitend gebruikt voor de doeleinden waarvoor zij is verstrekt respectievelijk ontvangen.

5.   De bevoegde autoriteiten van de lidstaten, met inbegrip van handhavingsautoriteiten, douaneautoriteiten in de zin van Verordening (EU) nr. 952/2013 van het Europees Parlement en de Raad (*2), bevoegde autoriteiten in de zin van Verordening (EU) nr. 575/2013 van het Europees Parlement en de Raad (*3), Richtlijn (EU) 2015/849 van het Europees Parlement en de Raad (*4) en Richtlijn 2014/65/EU van het Europees Parlement en de Raad (*5), alsook beheerders van officiële registers waarin natuurlijke personen, rechtspersonen, groepen en entiteiten, alsook onroerende of roerende goederen worden geregistreerd, verwerken onverwijld informatie, inclusief persoonsgegevens en, indien nodig, de in lid 1 van dit artikel bedoelde informatie, en wisselen die onverwijld uit met andere bevoegde autoriteiten van hun lidstaat of andere lidstaten, en met de Commissie, indien die verwerking en uitwisseling noodzakelijk zijn voor het uitvoeren van de taken van de verwerkende autoriteit of de ontvangende autoriteit uit hoofde van deze verordening, met name wanneer zij gevallen vaststellen van een schending of omzeiling, of van pogingen tot schending of omzeiling, van de in deze verordening vastgestelde verbodsbepalingen.

(*2)  Verordening (EU) nr. 952/2013 van het Europees Parlement en van de Raad van 9 oktober 2013 tot vaststelling van het douanewetboek van de Unie (PB L 269 van 10.10.2013, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2013/952/oj)."

(*3)  Verordening (EU) nr. 575/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2013 betreffende prudentiële vereisten voor kredietinstellingen en beleggingsondernemingen en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 648/2012 (PB L 176 van 27.6.2013, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2013/575/oj)."

(*4)  Richtlijn (EU) 2015/849 van het Europees Parlement en de Raad van 20 mei 2015 inzake de voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld of terrorismefinanciering, tot wijziging van Verordening (EU) nr. 648/2012 van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van Richtlijn 2005/60/EG van het Europees Parlement en de Raad en Richtlijn 2006/70/EG van de Commissie (PB L 141 van 5.6.2015, blz. 73, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2015/849/oj)."

(*5)  Richtlijn 2014/65/EU van het Europees Parlement en de Raad van 15 mei 2014 betreffende markten in financiële instrumenten en tot wijziging van Richtlijn 2002/92/EG en Richtlijn 2011/61/EU (PB L 173 van 12.6.2014, blz. 349, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2014/65/oj).”;"

6)

artikel 5 wordt vervangen door:

“Artikel 5

1.   Artikel 2, lid 2, vormt geen belemmering voor de creditering van bevroren rekeningen door financiële of kredietinstellingen die tegoeden ontvangen die door derden naar de rekening van een in bijlage II of III opgenomen natuurlijke persoon of rechtspersoon, groep of entiteit zijn overgemaakt, mits de bijgeboekte bedragen eveneens bevroren worden. De financiële of kredietinstelling brengt de desbetreffende bevoegde autoriteit onverwijld op de hoogte van dergelijke verrichtingen.

2.   Artikel 2, lid 2, is niet van toepassing op het overmaken op bevroren rekeningen van:

a)

rente of andere inkomsten op die rekeningen;

b)

betalingen op grond van contracten, overeenkomsten of verplichtingen die zijn gesloten of ontstaan vóór de datum waarop de in artikel 2 bedoelde natuurlijke personen of rechtspersonen, groepen of entiteiten zijn opgenomen in bijlage II of III, of

c)

betalingen die verschuldigd zijn uit hoofde van rechterlijke, administratieve of arbitrale beslissingen die in een lidstaat zijn gegeven of in de betrokken lidstaat uitvoerbaar zijn,

mits deze interesten, andere inkomsten en betalingen overeenkomstig artikel 2, lid 1, worden bevroren.”

;

7)

artikel 6 wordt vervangen door:

“Artikel 6

1.   Artikel 2, leden 1 en 2, is niet van toepassing op de terbeschikkingstelling van tegoeden of economische middelen die noodzakelijk zijn voor de tijdige verlening van humanitaire bijstand of voor de ondersteuning van andere activiteiten die beantwoorden aan elementaire menselijke behoeften, indien dergelijke bijstand en andere activiteiten worden uitgevoerd door:

a)

de Verenigde Naties (VN), met inbegrip van de programma’s, fondsen en andere entiteiten en organen daarvan, alsook de gespecialiseerde agentschappen en aanverwante organisaties daarvan;

b)

internationale organisaties;

c)

humanitaire organisaties met de status van waarnemer bij de Algemene Vergadering van de VN en leden van die humanitaire organisaties;

d)

bilateraal of multilateraal gefinancierde niet-gouvernementele organisaties die deelnemen aan humanitaire responsplannen van de VN, de VN-responsplannen voor vluchtelingen, andere oproepen van de VN of humanitaire clusters die worden gecoördineerd door het VN-Bureau voor de Coördinatie van Humanitaire Aangelegenheden;

e)

organisaties en agentschappen waaraan de Unie het certificaat van humanitair partnerschap heeft verleend of die door een lidstaat overeenkomstig nationale procedures gecertificeerd of erkend zijn;

f)

gespecialiseerde agentschappen van de lidstaten;

g)

werknemers, begunstigden, ondergeschikte organen of uitvoerende partners van de in de punten a) tot en met f) genoemde entiteiten terwijl en voor zover zij in die hoedanigheid handelen.

2.   Onverminderd lid 1 kunnen de bevoegde autoriteiten in afwijking van artikel 2, leden 1 en 2, onder door hen passend geachte voorwaarden toestemming verlenen voor de vrijgave van bepaalde bevroren tegoeden of economische middelen, of voor de terbeschikkingstelling van bepaalde tegoeden of economische middelen, nadat zij hebben vastgesteld dat het verstrekken van die tegoeden of economische middelen noodzakelijk is voor de tijdige verlening van humanitaire bijstand of voor de ondersteuning van andere activiteiten die beantwoorden aan elementaire menselijke behoeften.

3.   Indien de relevante bevoegde autoriteit binnen vijf werkdagen na ontvangst van een verzoek om toestemming krachtens lid 2 geen negatief besluit heeft genomen, geen verzoek om informatie heeft ingediend of niet heeft laten weten meer tijd nodig te hebben, wordt die toestemming geacht te zijn verleend.

4.   De betrokken lidstaat stelt de andere lidstaten en de Commissie in kennis van elke krachtens lid 2 verleende toestemming, binnen vier weken na het verlenen van die toestemming.

5.   De leden 1 en 2 worden ten minste om de 24 maanden, of op dringend verzoek van een lidstaat, van de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid, of van de Commissie na een ingrijpende verandering in de omstandigheden, geëvalueerd.

6.   Lid 1 is van toepassing tot en met 22 februari 2027.”

;

8)

de volgende artikelen worden ingevoegd:

“Artikel 6 bis

1.   De bevriezing van tegoeden of economische middelen of de weigering om tegoeden of economische middelen ter beschikking te stellen, die plaatsvindt in het vertrouwen dat die maatregel in overeenstemming met deze verordening is, mag geen aanleiding geven tot enigerlei aansprakelijkheid van de natuurlijke persoon of rechtspersoon, groep of entiteit die die maatregel uitvoert, of van de directeuren of werknemers daarvan, tenzij het bewijs wordt geleverd dat de tegoeden en economische middelen als gevolg van nalatigheid zijn bevroren of ingehouden.

2.   Acties van natuurlijke personen of rechtspersonen, groepen of entiteiten geven geen aanleiding dat zij daarvoor aansprakelijk zijn als zij niet wisten en niet redelijkerwijs konden vermoeden dat hun acties een inbreuk zouden vormen op de maatregelen in deze verordening.

Artikel 6 ter

1.   Vorderingen in verband met contracten of andere transacties aan de uitvoering waarvan, direct of indirect, geheel of gedeeltelijk, afbreuk is gedaan door de maatregelen die uit hoofde van onderhavige verordening zijn ingesteld, met inbegrip van vorderingen tot schadeloosstelling of soortgelijke vorderingen, zoals een vordering tot schuldvergelijking of een garantievordering, met name een vordering tot verlenging of uitbetaling van een obligatie, garantie of contragarantie, met name een financiële garantie of contragarantie, ongeacht de vorm hiervan, worden niet toegewezen indien deze vorderingen worden ingesteld door:

a)

natuurlijke personen of rechtspersonen, groepen of entiteiten opgenomen in bijlage II of III;

b)

natuurlijke personen of rechtspersonen, groepen of entiteiten die handelen voor rekening of ten behoeve van een van de in punt a) bedoelde natuurlijke personen of rechtspersonen, groepen of entiteiten.

2.   In procedures waartoe een vordering aanleiding geeft, wordt het bewijs dat de vordering niet op grond van lid 1 hoort te worden afgewezen, geleverd door de eisende natuurlijke persoon of rechtspersoon, groep of entiteit.

3.   Dit artikel geldt onverminderd het recht van de in lid 1 bedoelde natuurlijke personen of rechtspersonen, groepen of entiteiten op rechterlijke toetsing van de rechtmatigheid van de niet-nakoming van verbintenissen uit overeenkomsten overeenkomstig deze verordening.”

;

9)

artikel 7 wordt vervangen door:

“Artikel 7

1.   De Raad wijzigt de bijlagen II en III op basis van besluiten van de Raad ten aanzien van de bijlagen I en II bij Besluit (GBVB) 2026/455 van de Raad (*6).

2.   De Raad stelt de betrokken natuurlijke persoon of rechtspersoon, groep of entiteit in kennis van het in lid 1, punt a), bedoelde besluit, waaronder de redenen van opname op de lijst, als het adres bekend is of, als het adres niet bekend is, maakt het besluit bekend voor de betrokken natuurlijke persoon of rechtspersoon, groep of entiteit door bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie en biedt die natuurlijke persoon of rechtspersoon, groep of entiteit hoe dan ook de kans opmerkingen in te dienen.

3.   Als er opmerkingen worden ingediend of belangrijk nieuw bewijsmateriaal naar voren komt, herziet de Raad haar besluit op basis daarvan en van enige andere relevante informatie, en kan ze daardoor de bijlagen II en III wijzigen na de procedure van lid 1. De natuurlijke persoon of rechtspersoon wordt van de herziening in kennis gesteld.

4.   De Raad wijzigt bijlage I op basis van door de lidstaten verstrekte informatie.

(*6)  Besluit (GBVB) 2026/455 van de Raad van 26 februari 2026 betreffende beperkende maatregelen ter bestrijding van het terrorisme, tot intrekking van de artikelen 2, 3 en 3 bis van Gemeenschappelijk Standpunt 2001/931/GBVB betreffende de toepassing van specifieke maatregelen ter bestrijding van het terrorisme en tot intrekking van Besluit (GBVB) 2025/1577 en Besluit (GBVB) 2026/421 (PB L, 2026/455, 26.2.2026, ELI: http://data.europa.eu/eli/dec/2026/455/oj).”;"

10)

het volgende artikel wordt ingevoegd:

“Artikel 7 bis

Indien beschikbaar bevatten de bijlagen II en III de informatie die nodig is om de betrokken natuurlijke personen of rechtspersonen, groepen of entiteiten te kunnen identificeren. Met betrekking tot natuurlijke personen kan die informatie bestaan uit: namen en aliassen; geboortedatum en geboorteplaats; nationaliteit; paspoort- en identiteitskaartnummers; geslacht; adres, indien bekend; en functie of beroep. Met betrekking tot rechtspersonen, groepen of entiteiten kan die informatie bestaan uit namen, plaats en datum van registratie, registratienummer en de plaats van vestiging.”

;

11)

artikel 8 wordt vervangen door:

“Artikel 8

1.   De Commissie en de lidstaten stellen elkaar in kennis van de maatregelen die uit hoofde van deze verordening worden genomen en verstrekken elkaar alle relevante informatie waarover zij beschikken in verband met deze verordening, in het bijzonder informatie met betrekking tot:

a)

tegoeden die zijn bevroren uit hoofde van artikel 2 en toestemmingen die zijn verleend uit hoofde van de afwijkingen waarin deze verordening voorziet;

b)

inbreuken, handhavingsproblemen en uitspraken van nationale rechtbanken.

2.   De lidstaten stellen elkaar en de Commissie onmiddellijk in kennis van alle andere relevante informatie waarover zij beschikken, en die van invloed kan zijn op de doeltreffende uitvoering van deze verordening.”

;

12)

de volgende artikelen worden ingevoegd:

“Artikel 8 bis

1.   De Raad, de Commissie en de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid (de “hoge vertegenwoordiger”) kunnen persoonsgegevens verwerken voor de uitoefening van hun taken uit hoofde van deze verordening. Deze taken omvatten:

a)

wat betreft de Raad, het voorbereiden en opstellen van wijzigingen van de bijlagen II en III;

b)

wat betreft de hoge vertegenwoordiger, het voorbereiden van wijzigingen van de bijlagen II en III;

c)

wat betreft de Commissie:

i)

het toevoegen van de inhoud van de bijlagen II en III aan de elektronische geconsolideerde lijst van personen, groepen en entiteiten waarvoor financiële sancties van de Europese Unie gelden, en aan de interactieve sanctiekaart, die beide openbaar worden gemaakt;

ii)

het verwerken van informatie over de gevolgen van de maatregelen van deze verordening, zoals de waarde van bevroren tegoeden, alsook informatie over door de bevoegde autoriteiten verleende toestemming.

2.   Voor de toepassing van deze verordening worden de Raad, de Commissie en de hoge vertegenwoordiger aangewezen als “verwerkingsverantwoordelijke” in de zin van artikel 3, punt 8, van Verordening (EU) 2018/1725 met betrekking tot de verwerkingsactiviteiten die nodig zijn om de in lid 1 bedoelde taken uit te voeren.

Artikel 8 ter

1.   De lidstaten wijzen de in deze verordening bedoelde bevoegde autoriteiten aan en identificeren die op de in bijlage I opgenomen websites. De lidstaten stellen de Commissie in kennis van elke wijziging van de in bijlage I opgenomen websites.

2.   De lidstaten delen de Commissie na de inwerkingtreding van deze verordening onverwijld mee wie hun bevoegde autoriteiten zijn en hoe contact met hen kan worden opgenomen, en delen haar alle latere wijzigingen mee.

3.   Voor kennisgevingen en informatie aan, en andere vormen van communicatie met de Commissie die in deze verordening worden voorgeschreven, worden het adres en de andere contactgegevens gebruikt die zijn vermeld in bijlage I.

Artikel 8 quater

Overeenkomstig deze verordening verstrekte of ontvangen informatie mag uitsluitend worden gebruikt voor de doeleinden waarvoor de informatie is verstrekt of ontvangen.”

;

13)

artikel 9 wordt vervangen door:

“Artikel 9

1.   De lidstaten stellen de voorschriften vast ten aanzien van de sancties, met inbegrip van, indien passend, strafrechtelijke sancties, die van toepassing zijn op inbreuken op deze verordening, en nemen alle nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat die sancties worden uitgevoerd. De vastgestelde sancties moeten doeltreffend, evenredig en afschrikkend zijn. De lidstaten voorzien tevens in passende maatregelen voor de confiscatie van de opbrengsten van dergelijke inbreuken.

2.   De lidstaten stellen de Commissie na de inwerkingtreding van deze verordening onverwijld in kennis van de in lid 1 bedoelde regels, en stellen haar in kennis van alle latere wijzigingen.”

;

14)

artikel 10 wordt vervangen door:

“Artikel 10

Deze verordening is van toepassing:

a)

op het grondgebied van de Unie, met inbegrip van haar luchtruim;

b)

aan boord van vlieg- of vaartuigen die onder de rechtsbevoegdheid van een lidstaat vallen;

c)

op alle zich op of buiten het grondgebied van de Unie bevindende natuurlijke personen die onderdaan van een lidstaat zijn;

d)

op alle uit hoofde van het recht van een lidstaat erkende of opgerichte rechtspersonen, groepen en entiteiten, binnen of buiten het grondgebied van de Unie;

e)

op alle rechtspersonen, groepen en entiteiten ten aanzien van alle geheel of gedeeltelijk binnen de Unie verrichte zakelijke transacties.”

;

15)

artikel 11 wordt vervangen door:

“Artikel 11

Deze verordening treedt in werking op de dag van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.”

;

16)

de bijlage wordt vervangen door bijlage I bij deze verordening;

17)

bijlage II wordt toegevoegd overeenkomstig bijlage II bij deze verordening;

18)

bijlage III wordt toegevoegd overeenkomstig bijlage III bij deze verordening.

Artikel 2

Uitvoeringsverordening (EU) 2025/1578 en Uitvoeringsverordening (EU) 2026/420 worden ingetrokken.

Artikel 3

Deze verordening treedt in werking op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 26 februari 2026.

Voor de Raad

De voorzitter

M. DAMIANOS


(1)   PB L, 2026/455, 26.2. 2026, ELI: http://data.europa.eu/eli/dec/2026/455/oj.

(2)  Verordening (EG) nr. 2580/2001 van de Raad van 27 december 2001 inzake specifieke beperkende maatregelen tegen bepaalde personen en entiteiten met het oog op de strijd tegen het terrorisme (PB L 344 van 28.12.2001, blz. 70, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2001/2580/oj).

(3)  Gemeenschappelijk Standpunt 2001/931/GBVB van de Raad van 27 december 2001 betreffende de toepassing van specifieke maatregelen ter bestrijding van het terrorisme (PB L 344 van 28.12.2001, blz. 93, ELI: http://data.europa.eu/eli/compos/2001/931/oj).

(4)  Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming) (PB L 119 van 4.5.2016, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2016/679/oj).

(5)  Verordening (EU) 2018/1725 van het Europees Parlement en de Raad van 23 oktober 2018 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens door de instellingen, organen en instanties van de Unie en betreffende het vrije verkeer van die gegevens, en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 45/2001 en Besluit nr. 1247/2002/EG (PB L 295 van 21.11.2018, blz. 39, ELI:. http://data.europa.eu/eli/reg/2018/1725/oj).

(6)  Uitvoeringsverordening (EU) 2025/1578 van de Raad van 29 juli 2025 tot uitvoering van artikel 2, lid 3, van Verordening (EG) nr. 2580/2001 inzake specifieke beperkende maatregelen tegen bepaalde personen en entiteiten met het oog op de strijd tegen het terrorisme, en tot intrekking van Uitvoeringsverordening (EU) 2025/206 (PB L, 2025/1578, 30.7.2025, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_impl/2025/1578/oj).

(7)  Uitvoeringsverordening (EU) 2026/420 van de Raad van 19 februari 2026 tot uitvoering van artikel 2, lid 3, van Verordening (EG) nr. 2580/2001 inzake specifieke beperkende maatregelen tegen bepaalde personen en entiteiten met het oog op de strijd tegen het terrorisme (PB L, 2026/420, 19.2.2026, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_impl/2026/420/oj).


BIJLAGE I

“BIJLAGE I

Lijst van bevoegde instanties en adres voor kennisgevingen aan de Commissie

BELGIË

https://diplomatie.belgium.be/nl/beleid/beleidsthemas/vrede-en-veiligheid/sancties

BULGARIJE

https://www.mfa.bg/en/EU-sanctions

TSJECHIË

https://www.fau.gov.cz/en/site-map/international-sanctions

DENEMARKEN

https://um.dk/udenrigspolitik/sanktioner/ansvarlige-myndigheder

DUITSLAND

https://www.bmwi.de/Redaktion/DE/Artikel/Aussenwirtschaft/embargos-aussenwirtschaftsrecht.html

ESTLAND

https://vm.ee/sanktsioonid-ekspordi-ja-relvastuskontroll/rahvusvahelised-sanktsioonid

IERLAND

https://www.ireland.ie/en/eu/restrictive-measures-sanctions/

GRIEKENLAND

https://www.mfa.gr/en/foreign-policy/global-issues/international-sanctions/

SPANJE

https://www.exteriores.gob.es/es/PoliticaExterior/Paginas/SancionesInternacionales.aspx

FRANKRIJK

http://www.diplomatie.gouv.fr/fr/autorites-sanctions/

KROATIË

https://mvep.gov.hr/vanjska-politika/medjunarodne-mjere-ogranicavanja/22955

ITALIË

https://www.esteri.it/it/politica-estera-e-cooperazione-allo-sviluppo/politica_europea/misure_deroghe/

CΥΡRUS

https://mfa.gov.cy/themes/

LETLAND

https://www.fid.gov.lv/en

LITOUWEN

https://www.urm.lt/en/lithuania-in-the-region-and-the-world/lithuanias-security-policy/international-sanctions/997

LUXEMBURG

https://maee.gouvernement.lu/fr/directions-du-ministere/affaires-europeennes/organisations-economiques-int/mesures-restrictives.html

HONGARIJE

https://kormany.hu/kulgazdasagi-es-kulugyminiszterium/ensz-eu-szankcios-tajekoztato

MALTA

https://smb.gov.mt/

NEDERLAND

https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/internationale-sancties

OOSTENRIJK

https://www.bmeia.gv.at/themen/aussenpolitik/europa/eu-sanktionen-nationale-behoerden/

POLEN

https://www.gov.pl/web/dyplomacja/sankcje-miedzynarodowe

https://www.gov.pl/web/diplomacy/international-sanctions

PORTUGAL

https://portaldiplomatico.mne.gov.pt/politica-externa/medidas-restritivas

ROEMENIË

http://www.mae.ro/node/1548

SLOVENIË

http://www.mzz.gov.si/si/omejevalni_ukrepi

SLOWAKIJE

https://www.mzv.sk/europske_zalezitosti/europske_politiky-sankcie_eu

FINLAND

https://um.fi/pakotteet

ZWEDEN

https://www.regeringen.se/sanktioner

Adres voor kennisgevingen aan de Europese Commissie:

Europese Commissie

Directoraat-generaal Financiële Stabiliteit, Financiële Diensten en Kapitaalmarktenunie (DG FISMA)

Spastraat 2

1049 Brussel,

België

E-mail: relex-sanctions@ec.europa.eu ”.


BIJLAGE II

“BIJLAGE II

Lijst van natuurlijke personen of rechtspersonen, groepen of entiteiten zoals bedoeld in artikel 2, lid 3

A.   Natuurlijke personen

1.

ABDOLLAHI Hamed (ook bekend als Mustafa Abdullahi), geboren op 11.8.1960 in Iran. Paspoortnummer: D9004878.

2.

AL-DIN Hasan Izz (ook bekend als Garbaya Ahmed, ook bekend als Sa’id, ook bekend als Salwwan Samir), Libanon, geboren 1963 in Libanon, Libanees onderdaan.

3.

AL-NASSER Abdelkarim Hussein Mohamed, geboren in Al Ihsa (Saudi-Arabië), Saudisch onderdaan.

4.

AL-YACOUB Ibrahim Salih Mohammed, geboren op 16.10.1966 in Tarut (Saudi-Arabië), Saudisch onderdaan.

5.

ARBABSIAR Manssor (ook bekend als Mansour Arbabsiar), geboren op 6.3.1955 of 15.3.1955 in Iran. Iraans en Amerikaans onderdaan, paspoortnummer: C2002515 (Iran); paspoortnummer: 477845448 (VS). Nummer nationaal identiteitsbewijs: 07442833, vervaldatum 15.3.2016 (rijbewijs VS).

6.

ASSADI Assadollah (ook bekend als Assadollah Asadi), geboren op 22.12.1971 in Teheran (Iran), Iraans onderdaan. Nummer Iraans diplomatiek paspoort: D9016657.

7.

BOUYERI Mohammed (ook bekend als Abu Zubair, ook bekend als Sobiar, ook bekend als Abu Zoubair), geboren op 8.3.1978 in Amsterdam (Nederland).

8.

HASHEMI MOGHADAM Saeid, geboren op 6.8.1962 in Teheran (Iran), Iraans onderdaan. Paspoortnummer: D9016290, geldig tot en met 4.2.2019.

9.

HASSAN EL HAJJ Hassan, geboren op 22.3.1988 in Zaghdraiya, Sidon (Libanon), Canadees onderdaan. Paspoortnummer: JX446643 (Canada).

10.

MELIAD Farah, geboren op 5.11.1980 in Sydney (Australië), Australisch onderdaan. Paspoortnummer: M2719127 (Australië).

11.

MOHAMMED Khalid Sheikh (ook bekend als Ali Salem, ook bekend als Bin Khalid Fahd Bin Abdallah, ook bekend als Henin Ashraf Refaat Nabith, ook bekend als Wadood Khalid Abdul), geboren op 14.4.1965 of op 1.3.1964 in Pakistan. Paspoortnummer: 488555.

12.

SHAHLAI Abdul Reza (ook bekend als Abdol Reza Shala’i, ook bekend als Abd-al Reza Shalai, ook bekend als Abdorreza Shahlai, ook bekend als Abdolreza Shahla’i, ook bekend als Abdul-Reza Shahlaee, ook bekend als Hajj Yusef, ook bekend als Haji Yusif, ook bekend als Hajji Yasir, ook bekend als Hajji Yusif, ook bekend als Yusuf Abu-al-Karkh), geboren ca. 1957 in Iran. Adressen: 1) Kermanshah (Iran); 2) legerbasis Mehran, provincie Ilam (Iran).

13.

SHAKURI Ali Gholam, geboren ca. 1965 in Teheran (Iran).

B.   Rechtspersonen, groepen en entiteiten

1.

“Abu Nidal Organisation” (“Organisatie Abu Nidal”) – “ANO”, ook bekend als “Fatah Revolutionary Council” (“Fatah Revolutionaire Raad”), ook bekend als “Arab Revolutionary Brigades” (“Arabische Revolutionaire Brigades”), ook bekend als “Black September” (“Zwarte September”), ook bekend als “Revolutionary Organisation of Socialist Muslims” (“Revolutionaire Organisatie van Socialistische Moslims”).

2.

“Al-Aqsa Martyrs’ Brigade” (“Al-Aqsa Martelarenbrigade”).

3.

“Al-Aqsa e.V.”.

4.

“Babbar Khalsa”.

5.

“Communist Party of the Philippines” (“Filipijnse communistische partij”), met inbegrip van het “New People’s Army” (“Nieuw Volksleger”) – “NPA”, Filipijnen.

6.

“Directorate for Internal Security of the Iranian Ministry for Intelligence and Security” (“Directoraat Binnenlandse Veiligheid van het Iraanse Ministerie voor Inlichtingen en Veiligheid”).

7.

“Gama’a al-Islamiyya” (ook bekend als “Al-Gama’a al-Islamiyya”) (“Islamitische Groep” – “IG”).

8.

“İslami Büyük Doğu Akıncılar Cephesi” – “IBDA-C” (“Front van Voorvechters voor het Grote Islamitische Oosten”).

9.

“Islamic Revolutionary Guard Corps” (“Islamitische Revolutionaire Garde” – “IRG”).

10.

“Hamas”, met inbegrip van “Hamas-Izz al-Din al-Qassem”.

11.

“Hizballah Military Wing” (“Militaire vleugel van Hizballah”), ook bekend als “Hezbollah Military Wing” (“Militaire vleugel van Hezbollah”), ook bekend als “Hizbullah Military Wing” (“Militaire vleugel van Hizbullah”), ook bekend als “Hizbollah Military Wing” (“Militaire vleugel van Hizbollah”), ook bekend als “Hezballah Military Wing” (“Militaire vleugel van Hezballah”), ook bekend als “Hisbollah Military Wing” (“Militaire vleugel van Hisbollah”), ook bekend als “Hizbu’llah Military Wing” (“Militaire vleugel van Hizbu’llah”), ook bekend als “Hizb Allah Military Wing” (“Militaire vleugel van Hizb Allah”), ook bekend als “Jihad Council” (“Raad van de Jihad”) en alle daaraan rapporterende eenheden, waaronder de External Security Organisation (“Externe Veiligheidsorganisatie”).

12.

“Hizbul Mujahideen” – “HM”.

13.

“Khalistan Zindabad Force” – “KZF”.

14.

“Kurdistan Workers’ Party” (“Koerdische Arbeiderspartij”) – “PKK” (ook bekend als “KADEK”, ook bekend als “KONGRA-GEL”).

15.

“Liberation Tigers of Tamil Eelam” (“Bevrijdingstijgers van Tamil Eelam”) – “LTTE”.

16.

“Ejército de Liberación Nacional” (“Nationaal Bevrijdingsleger”).

17.

“Palestinian Islamic Jihad” (“Palestijnse Islamitische Jihad”) – “PIJ”.

18.

“Popular Front for the Liberation of Palestine” (“Volksfront voor de Bevrijding van Palestina”) – “PFLP”.

19.

“Popular Front for the Liberation of Palestine – General Command” (“Volksfront voor de Bevrijding van Palestina – Algemeen Commando”), ook bekend als “PFLP – General Command” (“PFLP – Algemeen Commando”).

20.

“Devrimci Halk Kurtuluș Partisi-Cephesi” – “DHKP/C” (ook bekend als “Devrimci Sol” (“Revolutionair Links”), ook bekend als “Dev Sol” (“Revolutionair Volksbevrijdingsleger/-front/-partij”)).

21.

“Sendero Luminoso” (“Lichtend Pad”) – “SL”.

22.

“Teyrbazen Azadiya Kurdistan” – “TAK” (ook bekend als “Koerdische Vrijheidsvalken”, ook bekend als “Koerdische Vrijheidshaviken”).

23.

“The Base”.”.

BIJLAGE III

“BIJLAGE III

Lijst van natuurlijke personen of rechtspersonen, groepen en entiteiten, zoals bedoeld in artikel 2, lid 6

A.   Natuurlijke personen

[…]

B.   Rechtspersonen, groepen en entiteiten

[…]”.


ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2026/456/oj

ISSN 1977-0758 (electronic edition)


Top