This document is an excerpt from the EUR-Lex website
Document 32026R0456
Council Regulation (EU) 2026/456 of 26 February 2026 amending Regulation (EC) No 2580/2001 on specific restrictive measures directed against certain persons and entities with a view to combating terrorism and repealing Implementing Regulation (EU) 2025/1578 and Implementing Regulation (EU) 2026/420
Verordening (EU) 2026/456 van de Raad van 26 februari 2026 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 2580/2001 inzake specifieke beperkende maatregelen tegen bepaalde personen en entiteiten met het oog op de strijd tegen het terrorisme, en tot intrekking van Uitvoeringsverordening (EU) 2025/1578 en Uitvoeringsverordening (EU) 2026/420
Verordening (EU) 2026/456 van de Raad van 26 februari 2026 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 2580/2001 inzake specifieke beperkende maatregelen tegen bepaalde personen en entiteiten met het oog op de strijd tegen het terrorisme, en tot intrekking van Uitvoeringsverordening (EU) 2025/1578 en Uitvoeringsverordening (EU) 2026/420
ST/11496/2025/INIT
PB L, 2026/456, 26.2.2026, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2026/456/oj (BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, GA, HR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)
In force
|
Publicatieblad |
NL L-serie |
|
2026/456 |
26.2.2026 |
VERORDENING (EU) 2026/456 VAN DE RAAD
van 26 februari 2026
tot wijziging van Verordening (EG) nr. 2580/2001 inzake specifieke beperkende maatregelen tegen bepaalde personen en entiteiten met het oog op de strijd tegen het terrorisme, en tot intrekking van Uitvoeringsverordening (EU) 2025/1578 en Uitvoeringsverordening (EU) 2026/420
DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 215,
Gezien Besluit (GBVB) 2026/455 van de Raad van 26 februari 2026 inzake beperkende maatregelen ter bestrijding van het terrorisme, tot intrekking van artikelen 2, 3 en 3 bis van Gemeenschappelijk Standpunt 2001/931/GBVB betreffende de toepassing van specifieke maatregelen ter bestrijding van het terrorisme en tot intrekking van Besluit (GBVB) 2025/1577 en Besluit (GBVB) 2026/421 (1),
Gezien het gezamenlijke voorstel van de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid en de Europese Commissie,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Verordening (EG) nr. 2580/2001 van de Raad (2) geeft uitvoering aan Gemeenschappelijk Standpunt 2001/931/GBVB (3) en voorziet in de bevriezing van tegoeden van bepaalde personen, groepen en entiteiten, alsmede in het verbod op de terbeschikkingstelling van tegoeden of economische middelen aan in de lijst opgenomen namen. |
|
(2) |
Vanwege de voortdurende dreiging van het terrorisme en het gewelddadige extremisme voor de veiligheid van de Europese Unie en haar lidstaten, heeft de Raad op 26 februari 2026 Besluit (GBVB) 2026/455 tot intrekking van de artikelen 2, 3 en 3 bis en tot wezenlijke overname van de artikelen 1, 2, 3 en 3 bis, van Gemeenschappelijk Standpunt 2001/931/GBVB vastgesteld om extra beperkende maatregelen in te stellen om het internationale terrorisme te bestrijden. Bij Besluit (GBVB) 2026/455 is een reisverbod voor bepaalde personen ingevoerd, en het bevat ook de mogelijkheid om andere maatregelen, namelijk de bevriezing van tegoeden en een verbod om tegoeden of economische middelen ter beschikking te stellen, vast te stellen tegen leidinggevenden van terroristische groeperingen of entiteiten waarvoor de beperkende maatregelen krachtens Besluit (GBVB) 2026/455 gelden, alsook tegen personen, groepen en entiteiten die geassocieerd worden met personen, groepen en entiteiten die bij terroristische daden betrokken zijn. |
|
(3) |
De maatregelen van Besluit (GBVB) 2026/455 vallen onder het toepassingsgebied van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie en derhalve is, om ervoor te zorgen dat zij in alle lidstaten op eenvormige wijze worden toegepast, regelgeving op het niveau van de Unie noodzakelijk voor de tenuitvoerlegging van deze maatregelen. Om eenvormige voorwaarden voor de uitvoering van deze verordening te waarborgen, moeten aan de Commissie uitvoeringsbevoegdheden worden toegekend voor de bijwerking van de contactgegevens van de bevoegde autoriteiten van de lidstaten en van de Commissie. |
|
(4) |
De uitvoeringsbevoegdheden tot vaststelling en wijziging van de lijsten in de bijlagen II en III bij deze verordening moeten worden uitgeoefend door de Raad om consistentie te verzekeren met het proces voor het vaststellen, wijzigen en herzien van de bijlagen I en II bij Besluit (GBVB) 2026/455. |
|
(5) |
Met het oog op de bijwerking van de contactgegevens van de bevoegde autoriteiten van de lidstaten en de Commissie moet de bijlage bij Verordening (EG) nr. 2580/2001, die de lijst van contactgegevens van de bevoegde autoriteiten van de lidstaten en het adres voor kennisgevingen aan de Commissie bevat, vervangen worden. |
|
(6) |
Met het oog op de uitvoering van deze verordening en om een zo groot mogelijke rechtszekerheid binnen de Unie te waarborgen, moeten de namen en andere relevante gegevens over de natuurlijke personen en rechtspersonen, groepen en entiteiten waarvan de tegoeden en economische middelen overeenkomstig deze verordening bevroren moeten worden, openbaar worden gemaakt. De verwerking van persoonsgegevens moet voldoen aan de Verordeningen (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad (4) en Verordening (EU) 2018/1725 van het Europees Parlement en de Raad (5). |
|
(7) |
Op 29 juli 2025 heeft de Raad Uitvoeringsverordening (EU) 2025/1578 (6) vastgesteld, waarbij de lijst van personen, groepen en entiteiten die vallen onder Verordening (EG) nr. 2580/2001, werd geactualiseerd. Op 19 februari 2026 heeft de Raad Uitvoeringsverordening (EU) 2026/420 (7) vastgesteld, waarbij één entiteit werd toegevoegd aan de lijst. De Raad heeft een evaluatie van die lijst verricht en is tot de conclusie gekomen dat de beperkende maatregelen waarin Verordening (EG) nr. 2580/2001 voorziet van toepassing moeten blijven op de personen, groepen en entiteiten in bijlage II bij deze verordening. Uitvoeringsverordening (EU) 2025/1578 en Uitvoeringsverordening (EU) 2026/420 moeten worden ingetrokken. |
|
(8) |
Verordening (EG) nr. 2580/2001 moet derhalve dienovereenkomstig worden gewijzigd, |
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
Verordening (EG) nr. 2580/2001 wordt als volgt gewijzigd:
|
1) |
artikel 1 wordt vervangen door: “Artikel 1 Voor de toepassing van deze verordening gelden de volgende definities:
(*1) Richtlijn 2013/40/EU van het Europees Parlement en de Raad van 12 augustus 2013 over aanvallen op informatiesystemen en ter vervanging van Kaderbesluit 2005/222/JBZ van de Raad (PB L 218 van 14.8.2013, blz. 8, ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/2013/40/oj).”;" |
|
2) |
artikel 2 wordt vervangen door: “Artikel 2 1. Alle tegoeden en economische middelen die toebehoren aan, eigendom zijn van, in het bezit zijn van of onder zeggenschap staan van in de bijlagen II en III opgenomen natuurlijke personen of rechtspersonen, groepen of entiteiten, worden bevroren. 2. Er worden geen tegoeden of economische middelen rechtstreeks of onrechtstreeks ter beschikking gesteld aan of ten behoeve van in de lijsten in de bijlagen I en III opgenomen natuurlijke personen of rechtspersonen, groepen of entiteiten. 3. Bijlage II omvat natuurlijke personen of rechtspersonen, groepen of entiteiten die terroristische daden plegen of pogen te plegen, of die eraan deelnemen of ze vergemakkelijken, en ten aanzien waarvan een beslissing is genomen door een bevoegde autoriteit zoals bedoeld in lid 4. 4. De lijst in bijlage II wordt opgesteld aan de hand van welbepaalde inlichtingen of dossierelementen die aantonen dat door een bevoegde instantie een beslissing is genomen ten aanzien van de bedoelde natuurlijke personen of rechtspersonen, groepen of entiteiten bij de inleiding van een onderzoek of een vervolging wegens een terroristische daad, poging tot het plegen daarvan, of de deelname aan of het vergemakkelijken ervan, op grond van bewijzen of serieuze en geloofwaardige aanwijzingen, dan wel om een veroordeling wegens dergelijke feiten. 5. Voor de toepassing van lid 4 wordt onder “bevoegde instantie” een rechterlijke instantie verstaan of, indien rechterlijke instanties geen bevoegdheid bezitten op het door dat lid bestreken gebied, een gelijkwaardige op dat terrein bevoegde instantie. 6. Bijlage III omvat:
|
|
3) |
de volgende artikelen worden ingevoegd: “Artikel 2 bis 1. In afwijking van artikel 2, leden 1 en 2, kunnen de bevoegde autoriteiten, onder door hen passend geachte voorwaarden, toestemming geven voor de vrijgave of de terbeschikkingstelling van bepaalde bevroren tegoeden of economische middelen, indien zij hebben vastgesteld dat de betrokken tegoeden of economische middelen:
2. De betrokken lidstaat stelt de andere lidstaten en de Commissie in kennis van elke op grond van lid 1 verleende toestemming, binnen twee weken na het verlenen van de toestemming. Artikel 2 ter 1. In afwijking van artikel 2, lid 1, kunnen de bevoegde autoriteiten toestemming geven voor de vrijgave van bepaalde bevroren tegoeden of economische middelen, mits aan de volgende voorwaarden is voldaan:
2. De betrokken lidstaat stelt de andere lidstaten en de Commissie in kennis van elke op grond van lid 1 verleende toestemming, binnen twee weken na het verlenen van de toestemming. Artikel 2 quater 1. In afwijking van artikel 2, lid 1, en mits een betaling verschuldigd is door in de lijst in bijlage II of III opgenomen natuurlijke personen of rechtspersonen, groepen of entiteiten uit hoofde van een contract dat of overeenkomst die is gesloten of een verbintenis die is ontstaan vóór de datum waarop de betrokken natuurlijke persoon of rechtspersoon, groep of entiteit in de lijst in bijlage II of III werd opgenomen, kunnen de bevoegde autoriteiten onder door hen passend geachte voorwaarden toestemming verlenen voor de vrijgave van bepaalde bevroren tegoeden of economische middelen, indien de betrokken bevoegde autoriteit heeft vastgesteld dat:
2. De betrokken lidstaat stelt de andere lidstaten en de Commissie in kennis van elke op grond van lid 1 verleende toestemming, binnen twee weken na het verlenen van de toestemming.” |
|
4) |
artikel 3 wordt vervangen door: “Artikel 3 1. Het is verboden om willens of wetens deel te nemen aan activiteiten die tot doel of tot gevolg hebben dat de verbodsbepalingen van deze verordening worden omzeild. 2. De verwerking van persoonsgegevens gebeurt overeenkomstig deze verordening en Verordeningen (EU) 2016/679 en (EU) 2018/1725, en slechts voor zover dit nodig is voor de toepassing van deze verordening.” |
|
5) |
artikel 4 wordt vervangen door: “Artikel 4 1. Natuurlijke personen, rechtspersonen, groepen en entiteiten:
2. De verplichting in lid 1 geldt met inachtneming van de regels betreffende de vertrouwelijkheid van informatie die in het bezit is van gerechtelijke autoriteiten, en met inachtneming van de in artikel 7 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie gewaarborgde vertrouwelijkheid van de communicatie tussen advocaten en hun cliënten. Daartoe omvat dergelijke communicatie de communicatie die betrekking heeft op juridisch advies dat wordt verstrekt door andere gecertificeerde beroepsbeoefenaars die krachtens het nationale recht gemachtigd zijn om de cliënt in gerechtelijke procedures te vertegenwoordigen, voor zover dat juridisch advies wordt verstrekt in verband met lopende of toekomstige gerechtelijke procedures. 3. Alle rechtstreeks door de Commissie ontvangen aanvullende informatie wordt ter beschikking gesteld van de lidstaten. 4. Alle overeenkomstig dit artikel verstrekte of ontvangen informatie wordt uitsluitend gebruikt voor de doeleinden waarvoor zij is verstrekt respectievelijk ontvangen. 5. De bevoegde autoriteiten van de lidstaten, met inbegrip van handhavingsautoriteiten, douaneautoriteiten in de zin van Verordening (EU) nr. 952/2013 van het Europees Parlement en de Raad (*2), bevoegde autoriteiten in de zin van Verordening (EU) nr. 575/2013 van het Europees Parlement en de Raad (*3), Richtlijn (EU) 2015/849 van het Europees Parlement en de Raad (*4) en Richtlijn 2014/65/EU van het Europees Parlement en de Raad (*5), alsook beheerders van officiële registers waarin natuurlijke personen, rechtspersonen, groepen en entiteiten, alsook onroerende of roerende goederen worden geregistreerd, verwerken onverwijld informatie, inclusief persoonsgegevens en, indien nodig, de in lid 1 van dit artikel bedoelde informatie, en wisselen die onverwijld uit met andere bevoegde autoriteiten van hun lidstaat of andere lidstaten, en met de Commissie, indien die verwerking en uitwisseling noodzakelijk zijn voor het uitvoeren van de taken van de verwerkende autoriteit of de ontvangende autoriteit uit hoofde van deze verordening, met name wanneer zij gevallen vaststellen van een schending of omzeiling, of van pogingen tot schending of omzeiling, van de in deze verordening vastgestelde verbodsbepalingen. (*2) Verordening (EU) nr. 952/2013 van het Europees Parlement en van de Raad van 9 oktober 2013 tot vaststelling van het douanewetboek van de Unie (PB L 269 van 10.10.2013, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2013/952/oj)." (*3) Verordening (EU) nr. 575/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2013 betreffende prudentiële vereisten voor kredietinstellingen en beleggingsondernemingen en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 648/2012 (PB L 176 van 27.6.2013, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2013/575/oj)." (*4) Richtlijn (EU) 2015/849 van het Europees Parlement en de Raad van 20 mei 2015 inzake de voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld of terrorismefinanciering, tot wijziging van Verordening (EU) nr. 648/2012 van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van Richtlijn 2005/60/EG van het Europees Parlement en de Raad en Richtlijn 2006/70/EG van de Commissie (PB L 141 van 5.6.2015, blz. 73, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2015/849/oj)." (*5) Richtlijn 2014/65/EU van het Europees Parlement en de Raad van 15 mei 2014 betreffende markten in financiële instrumenten en tot wijziging van Richtlijn 2002/92/EG en Richtlijn 2011/61/EU (PB L 173 van 12.6.2014, blz. 349, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2014/65/oj).”;" |
|
6) |
artikel 5 wordt vervangen door: “Artikel 5 1. Artikel 2, lid 2, vormt geen belemmering voor de creditering van bevroren rekeningen door financiële of kredietinstellingen die tegoeden ontvangen die door derden naar de rekening van een in bijlage II of III opgenomen natuurlijke persoon of rechtspersoon, groep of entiteit zijn overgemaakt, mits de bijgeboekte bedragen eveneens bevroren worden. De financiële of kredietinstelling brengt de desbetreffende bevoegde autoriteit onverwijld op de hoogte van dergelijke verrichtingen. 2. Artikel 2, lid 2, is niet van toepassing op het overmaken op bevroren rekeningen van:
mits deze interesten, andere inkomsten en betalingen overeenkomstig artikel 2, lid 1, worden bevroren.” |
|
7) |
artikel 6 wordt vervangen door: “Artikel 6 1. Artikel 2, leden 1 en 2, is niet van toepassing op de terbeschikkingstelling van tegoeden of economische middelen die noodzakelijk zijn voor de tijdige verlening van humanitaire bijstand of voor de ondersteuning van andere activiteiten die beantwoorden aan elementaire menselijke behoeften, indien dergelijke bijstand en andere activiteiten worden uitgevoerd door:
2. Onverminderd lid 1 kunnen de bevoegde autoriteiten in afwijking van artikel 2, leden 1 en 2, onder door hen passend geachte voorwaarden toestemming verlenen voor de vrijgave van bepaalde bevroren tegoeden of economische middelen, of voor de terbeschikkingstelling van bepaalde tegoeden of economische middelen, nadat zij hebben vastgesteld dat het verstrekken van die tegoeden of economische middelen noodzakelijk is voor de tijdige verlening van humanitaire bijstand of voor de ondersteuning van andere activiteiten die beantwoorden aan elementaire menselijke behoeften. 3. Indien de relevante bevoegde autoriteit binnen vijf werkdagen na ontvangst van een verzoek om toestemming krachtens lid 2 geen negatief besluit heeft genomen, geen verzoek om informatie heeft ingediend of niet heeft laten weten meer tijd nodig te hebben, wordt die toestemming geacht te zijn verleend. 4. De betrokken lidstaat stelt de andere lidstaten en de Commissie in kennis van elke krachtens lid 2 verleende toestemming, binnen vier weken na het verlenen van die toestemming. 5. De leden 1 en 2 worden ten minste om de 24 maanden, of op dringend verzoek van een lidstaat, van de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid, of van de Commissie na een ingrijpende verandering in de omstandigheden, geëvalueerd. 6. Lid 1 is van toepassing tot en met 22 februari 2027.” |
|
8) |
de volgende artikelen worden ingevoegd: “Artikel 6 bis 1. De bevriezing van tegoeden of economische middelen of de weigering om tegoeden of economische middelen ter beschikking te stellen, die plaatsvindt in het vertrouwen dat die maatregel in overeenstemming met deze verordening is, mag geen aanleiding geven tot enigerlei aansprakelijkheid van de natuurlijke persoon of rechtspersoon, groep of entiteit die die maatregel uitvoert, of van de directeuren of werknemers daarvan, tenzij het bewijs wordt geleverd dat de tegoeden en economische middelen als gevolg van nalatigheid zijn bevroren of ingehouden. 2. Acties van natuurlijke personen of rechtspersonen, groepen of entiteiten geven geen aanleiding dat zij daarvoor aansprakelijk zijn als zij niet wisten en niet redelijkerwijs konden vermoeden dat hun acties een inbreuk zouden vormen op de maatregelen in deze verordening. Artikel 6 ter 1. Vorderingen in verband met contracten of andere transacties aan de uitvoering waarvan, direct of indirect, geheel of gedeeltelijk, afbreuk is gedaan door de maatregelen die uit hoofde van onderhavige verordening zijn ingesteld, met inbegrip van vorderingen tot schadeloosstelling of soortgelijke vorderingen, zoals een vordering tot schuldvergelijking of een garantievordering, met name een vordering tot verlenging of uitbetaling van een obligatie, garantie of contragarantie, met name een financiële garantie of contragarantie, ongeacht de vorm hiervan, worden niet toegewezen indien deze vorderingen worden ingesteld door:
2. In procedures waartoe een vordering aanleiding geeft, wordt het bewijs dat de vordering niet op grond van lid 1 hoort te worden afgewezen, geleverd door de eisende natuurlijke persoon of rechtspersoon, groep of entiteit. 3. Dit artikel geldt onverminderd het recht van de in lid 1 bedoelde natuurlijke personen of rechtspersonen, groepen of entiteiten op rechterlijke toetsing van de rechtmatigheid van de niet-nakoming van verbintenissen uit overeenkomsten overeenkomstig deze verordening.” |
|
9) |
artikel 7 wordt vervangen door: “Artikel 7 1. De Raad wijzigt de bijlagen II en III op basis van besluiten van de Raad ten aanzien van de bijlagen I en II bij Besluit (GBVB) 2026/455 van de Raad (*6). 2. De Raad stelt de betrokken natuurlijke persoon of rechtspersoon, groep of entiteit in kennis van het in lid 1, punt a), bedoelde besluit, waaronder de redenen van opname op de lijst, als het adres bekend is of, als het adres niet bekend is, maakt het besluit bekend voor de betrokken natuurlijke persoon of rechtspersoon, groep of entiteit door bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie en biedt die natuurlijke persoon of rechtspersoon, groep of entiteit hoe dan ook de kans opmerkingen in te dienen. 3. Als er opmerkingen worden ingediend of belangrijk nieuw bewijsmateriaal naar voren komt, herziet de Raad haar besluit op basis daarvan en van enige andere relevante informatie, en kan ze daardoor de bijlagen II en III wijzigen na de procedure van lid 1. De natuurlijke persoon of rechtspersoon wordt van de herziening in kennis gesteld. 4. De Raad wijzigt bijlage I op basis van door de lidstaten verstrekte informatie. (*6) Besluit (GBVB) 2026/455 van de Raad van 26 februari 2026 betreffende beperkende maatregelen ter bestrijding van het terrorisme, tot intrekking van de artikelen 2, 3 en 3 bis van Gemeenschappelijk Standpunt 2001/931/GBVB betreffende de toepassing van specifieke maatregelen ter bestrijding van het terrorisme en tot intrekking van Besluit (GBVB) 2025/1577 en Besluit (GBVB) 2026/421 (PB L, 2026/455, 26.2.2026, ELI: http://data.europa.eu/eli/dec/2026/455/oj).”;" |
|
10) |
het volgende artikel wordt ingevoegd: “Artikel 7 bis Indien beschikbaar bevatten de bijlagen II en III de informatie die nodig is om de betrokken natuurlijke personen of rechtspersonen, groepen of entiteiten te kunnen identificeren. Met betrekking tot natuurlijke personen kan die informatie bestaan uit: namen en aliassen; geboortedatum en geboorteplaats; nationaliteit; paspoort- en identiteitskaartnummers; geslacht; adres, indien bekend; en functie of beroep. Met betrekking tot rechtspersonen, groepen of entiteiten kan die informatie bestaan uit namen, plaats en datum van registratie, registratienummer en de plaats van vestiging.” |
|
11) |
artikel 8 wordt vervangen door: “Artikel 8 1. De Commissie en de lidstaten stellen elkaar in kennis van de maatregelen die uit hoofde van deze verordening worden genomen en verstrekken elkaar alle relevante informatie waarover zij beschikken in verband met deze verordening, in het bijzonder informatie met betrekking tot:
2. De lidstaten stellen elkaar en de Commissie onmiddellijk in kennis van alle andere relevante informatie waarover zij beschikken, en die van invloed kan zijn op de doeltreffende uitvoering van deze verordening.” |
|
12) |
de volgende artikelen worden ingevoegd: “Artikel 8 bis 1. De Raad, de Commissie en de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid (de “hoge vertegenwoordiger”) kunnen persoonsgegevens verwerken voor de uitoefening van hun taken uit hoofde van deze verordening. Deze taken omvatten:
2. Voor de toepassing van deze verordening worden de Raad, de Commissie en de hoge vertegenwoordiger aangewezen als “verwerkingsverantwoordelijke” in de zin van artikel 3, punt 8, van Verordening (EU) 2018/1725 met betrekking tot de verwerkingsactiviteiten die nodig zijn om de in lid 1 bedoelde taken uit te voeren. Artikel 8 ter 1. De lidstaten wijzen de in deze verordening bedoelde bevoegde autoriteiten aan en identificeren die op de in bijlage I opgenomen websites. De lidstaten stellen de Commissie in kennis van elke wijziging van de in bijlage I opgenomen websites. 2. De lidstaten delen de Commissie na de inwerkingtreding van deze verordening onverwijld mee wie hun bevoegde autoriteiten zijn en hoe contact met hen kan worden opgenomen, en delen haar alle latere wijzigingen mee. 3. Voor kennisgevingen en informatie aan, en andere vormen van communicatie met de Commissie die in deze verordening worden voorgeschreven, worden het adres en de andere contactgegevens gebruikt die zijn vermeld in bijlage I. Artikel 8 quater Overeenkomstig deze verordening verstrekte of ontvangen informatie mag uitsluitend worden gebruikt voor de doeleinden waarvoor de informatie is verstrekt of ontvangen.” |
|
13) |
artikel 9 wordt vervangen door: “Artikel 9 1. De lidstaten stellen de voorschriften vast ten aanzien van de sancties, met inbegrip van, indien passend, strafrechtelijke sancties, die van toepassing zijn op inbreuken op deze verordening, en nemen alle nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat die sancties worden uitgevoerd. De vastgestelde sancties moeten doeltreffend, evenredig en afschrikkend zijn. De lidstaten voorzien tevens in passende maatregelen voor de confiscatie van de opbrengsten van dergelijke inbreuken. 2. De lidstaten stellen de Commissie na de inwerkingtreding van deze verordening onverwijld in kennis van de in lid 1 bedoelde regels, en stellen haar in kennis van alle latere wijzigingen.” |
|
14) |
artikel 10 wordt vervangen door: “Artikel 10 Deze verordening is van toepassing:
|
|
15) |
artikel 11 wordt vervangen door: “Artikel 11 Deze verordening treedt in werking op de dag van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.” |
|
16) |
de bijlage wordt vervangen door bijlage I bij deze verordening; |
|
17) |
bijlage II wordt toegevoegd overeenkomstig bijlage II bij deze verordening; |
|
18) |
bijlage III wordt toegevoegd overeenkomstig bijlage III bij deze verordening. |
Artikel 2
Uitvoeringsverordening (EU) 2025/1578 en Uitvoeringsverordening (EU) 2026/420 worden ingetrokken.
Artikel 3
Deze verordening treedt in werking op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 26 februari 2026.
Voor de Raad
De voorzitter
M. DAMIANOS
(1) PB L, 2026/455, 26.2. 2026, ELI: http://data.europa.eu/eli/dec/2026/455/oj.
(2) Verordening (EG) nr. 2580/2001 van de Raad van 27 december 2001 inzake specifieke beperkende maatregelen tegen bepaalde personen en entiteiten met het oog op de strijd tegen het terrorisme (PB L 344 van 28.12.2001, blz. 70, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2001/2580/oj).
(3) Gemeenschappelijk Standpunt 2001/931/GBVB van de Raad van 27 december 2001 betreffende de toepassing van specifieke maatregelen ter bestrijding van het terrorisme (PB L 344 van 28.12.2001, blz. 93, ELI: http://data.europa.eu/eli/compos/2001/931/oj).
(4) Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming) (PB L 119 van 4.5.2016, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2016/679/oj).
(5) Verordening (EU) 2018/1725 van het Europees Parlement en de Raad van 23 oktober 2018 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens door de instellingen, organen en instanties van de Unie en betreffende het vrije verkeer van die gegevens, en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 45/2001 en Besluit nr. 1247/2002/EG (PB L 295 van 21.11.2018, blz. 39, ELI:. http://data.europa.eu/eli/reg/2018/1725/oj).
(6) Uitvoeringsverordening (EU) 2025/1578 van de Raad van 29 juli 2025 tot uitvoering van artikel 2, lid 3, van Verordening (EG) nr. 2580/2001 inzake specifieke beperkende maatregelen tegen bepaalde personen en entiteiten met het oog op de strijd tegen het terrorisme, en tot intrekking van Uitvoeringsverordening (EU) 2025/206 (PB L, 2025/1578, 30.7.2025, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_impl/2025/1578/oj).
(7) Uitvoeringsverordening (EU) 2026/420 van de Raad van 19 februari 2026 tot uitvoering van artikel 2, lid 3, van Verordening (EG) nr. 2580/2001 inzake specifieke beperkende maatregelen tegen bepaalde personen en entiteiten met het oog op de strijd tegen het terrorisme (PB L, 2026/420, 19.2.2026, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_impl/2026/420/oj).
BIJLAGE I
“BIJLAGE I
Lijst van bevoegde instanties en adres voor kennisgevingen aan de Commissie
BELGIË
https://diplomatie.belgium.be/nl/beleid/beleidsthemas/vrede-en-veiligheid/sancties
BULGARIJE
https://www.mfa.bg/en/EU-sanctions
TSJECHIË
https://www.fau.gov.cz/en/site-map/international-sanctions
DENEMARKEN
https://um.dk/udenrigspolitik/sanktioner/ansvarlige-myndigheder
DUITSLAND
https://www.bmwi.de/Redaktion/DE/Artikel/Aussenwirtschaft/embargos-aussenwirtschaftsrecht.html
ESTLAND
https://vm.ee/sanktsioonid-ekspordi-ja-relvastuskontroll/rahvusvahelised-sanktsioonid
IERLAND
https://www.ireland.ie/en/eu/restrictive-measures-sanctions/
GRIEKENLAND
https://www.mfa.gr/en/foreign-policy/global-issues/international-sanctions/
SPANJE
https://www.exteriores.gob.es/es/PoliticaExterior/Paginas/SancionesInternacionales.aspx
FRANKRIJK
http://www.diplomatie.gouv.fr/fr/autorites-sanctions/
KROATIË
https://mvep.gov.hr/vanjska-politika/medjunarodne-mjere-ogranicavanja/22955
ITALIË
CΥΡRUS
LETLAND
LITOUWEN
LUXEMBURG
HONGARIJE
https://kormany.hu/kulgazdasagi-es-kulugyminiszterium/ensz-eu-szankcios-tajekoztato
MALTA
NEDERLAND
https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/internationale-sancties
OOSTENRIJK
https://www.bmeia.gv.at/themen/aussenpolitik/europa/eu-sanktionen-nationale-behoerden/
POLEN
https://www.gov.pl/web/dyplomacja/sankcje-miedzynarodowe
https://www.gov.pl/web/diplomacy/international-sanctions
PORTUGAL
https://portaldiplomatico.mne.gov.pt/politica-externa/medidas-restritivas
ROEMENIË
SLOVENIË
http://www.mzz.gov.si/si/omejevalni_ukrepi
SLOWAKIJE
https://www.mzv.sk/europske_zalezitosti/europske_politiky-sankcie_eu
FINLAND
ZWEDEN
https://www.regeringen.se/sanktioner
Adres voor kennisgevingen aan de Europese Commissie:
|
Europese Commissie |
|
Directoraat-generaal Financiële Stabiliteit, Financiële Diensten en Kapitaalmarktenunie (DG FISMA) |
|
Spastraat 2 |
|
1049 Brussel, |
|
België |
|
E-mail: relex-sanctions@ec.europa.eu ”. |
BIJLAGE II
“BIJLAGE II
Lijst van natuurlijke personen of rechtspersonen, groepen of entiteiten zoals bedoeld in artikel 2, lid 3
A. Natuurlijke personen
|
1. |
ABDOLLAHI Hamed (ook bekend als Mustafa Abdullahi), geboren op 11.8.1960 in Iran. Paspoortnummer: D9004878. |
|
2. |
AL-DIN Hasan Izz (ook bekend als Garbaya Ahmed, ook bekend als Sa’id, ook bekend als Salwwan Samir), Libanon, geboren 1963 in Libanon, Libanees onderdaan. |
|
3. |
AL-NASSER Abdelkarim Hussein Mohamed, geboren in Al Ihsa (Saudi-Arabië), Saudisch onderdaan. |
|
4. |
AL-YACOUB Ibrahim Salih Mohammed, geboren op 16.10.1966 in Tarut (Saudi-Arabië), Saudisch onderdaan. |
|
5. |
ARBABSIAR Manssor (ook bekend als Mansour Arbabsiar), geboren op 6.3.1955 of 15.3.1955 in Iran. Iraans en Amerikaans onderdaan, paspoortnummer: C2002515 (Iran); paspoortnummer: 477845448 (VS). Nummer nationaal identiteitsbewijs: 07442833, vervaldatum 15.3.2016 (rijbewijs VS). |
|
6. |
ASSADI Assadollah (ook bekend als Assadollah Asadi), geboren op 22.12.1971 in Teheran (Iran), Iraans onderdaan. Nummer Iraans diplomatiek paspoort: D9016657. |
|
7. |
BOUYERI Mohammed (ook bekend als Abu Zubair, ook bekend als Sobiar, ook bekend als Abu Zoubair), geboren op 8.3.1978 in Amsterdam (Nederland). |
|
8. |
HASHEMI MOGHADAM Saeid, geboren op 6.8.1962 in Teheran (Iran), Iraans onderdaan. Paspoortnummer: D9016290, geldig tot en met 4.2.2019. |
|
9. |
HASSAN EL HAJJ Hassan, geboren op 22.3.1988 in Zaghdraiya, Sidon (Libanon), Canadees onderdaan. Paspoortnummer: JX446643 (Canada). |
|
10. |
MELIAD Farah, geboren op 5.11.1980 in Sydney (Australië), Australisch onderdaan. Paspoortnummer: M2719127 (Australië). |
|
11. |
MOHAMMED Khalid Sheikh (ook bekend als Ali Salem, ook bekend als Bin Khalid Fahd Bin Abdallah, ook bekend als Henin Ashraf Refaat Nabith, ook bekend als Wadood Khalid Abdul), geboren op 14.4.1965 of op 1.3.1964 in Pakistan. Paspoortnummer: 488555. |
|
12. |
SHAHLAI Abdul Reza (ook bekend als Abdol Reza Shala’i, ook bekend als Abd-al Reza Shalai, ook bekend als Abdorreza Shahlai, ook bekend als Abdolreza Shahla’i, ook bekend als Abdul-Reza Shahlaee, ook bekend als Hajj Yusef, ook bekend als Haji Yusif, ook bekend als Hajji Yasir, ook bekend als Hajji Yusif, ook bekend als Yusuf Abu-al-Karkh), geboren ca. 1957 in Iran. Adressen: 1) Kermanshah (Iran); 2) legerbasis Mehran, provincie Ilam (Iran). |
|
13. |
SHAKURI Ali Gholam, geboren ca. 1965 in Teheran (Iran). |
B. Rechtspersonen, groepen en entiteiten
|
1. |
“Abu Nidal Organisation” (“Organisatie Abu Nidal”) – “ANO”, ook bekend als “Fatah Revolutionary Council” (“Fatah Revolutionaire Raad”), ook bekend als “Arab Revolutionary Brigades” (“Arabische Revolutionaire Brigades”), ook bekend als “Black September” (“Zwarte September”), ook bekend als “Revolutionary Organisation of Socialist Muslims” (“Revolutionaire Organisatie van Socialistische Moslims”). |
|
2. |
“Al-Aqsa Martyrs’ Brigade” (“Al-Aqsa Martelarenbrigade”). |
|
3. |
“Al-Aqsa e.V.”. |
|
4. |
“Babbar Khalsa”. |
|
5. |
“Communist Party of the Philippines” (“Filipijnse communistische partij”), met inbegrip van het “New People’s Army” (“Nieuw Volksleger”) – “NPA”, Filipijnen. |
|
6. |
“Directorate for Internal Security of the Iranian Ministry for Intelligence and Security” (“Directoraat Binnenlandse Veiligheid van het Iraanse Ministerie voor Inlichtingen en Veiligheid”). |
|
7. |
“Gama’a al-Islamiyya” (ook bekend als “Al-Gama’a al-Islamiyya”) (“Islamitische Groep” – “IG”). |
|
8. |
“İslami Büyük Doğu Akıncılar Cephesi” – “IBDA-C” (“Front van Voorvechters voor het Grote Islamitische Oosten”). |
|
9. |
“Islamic Revolutionary Guard Corps” (“Islamitische Revolutionaire Garde” – “IRG”). |
|
10. |
“Hamas”, met inbegrip van “Hamas-Izz al-Din al-Qassem”. |
|
11. |
“Hizballah Military Wing” (“Militaire vleugel van Hizballah”), ook bekend als “Hezbollah Military Wing” (“Militaire vleugel van Hezbollah”), ook bekend als “Hizbullah Military Wing” (“Militaire vleugel van Hizbullah”), ook bekend als “Hizbollah Military Wing” (“Militaire vleugel van Hizbollah”), ook bekend als “Hezballah Military Wing” (“Militaire vleugel van Hezballah”), ook bekend als “Hisbollah Military Wing” (“Militaire vleugel van Hisbollah”), ook bekend als “Hizbu’llah Military Wing” (“Militaire vleugel van Hizbu’llah”), ook bekend als “Hizb Allah Military Wing” (“Militaire vleugel van Hizb Allah”), ook bekend als “Jihad Council” (“Raad van de Jihad”) en alle daaraan rapporterende eenheden, waaronder de External Security Organisation (“Externe Veiligheidsorganisatie”). |
|
12. |
“Hizbul Mujahideen” – “HM”. |
|
13. |
“Khalistan Zindabad Force” – “KZF”. |
|
14. |
“Kurdistan Workers’ Party” (“Koerdische Arbeiderspartij”) – “PKK” (ook bekend als “KADEK”, ook bekend als “KONGRA-GEL”). |
|
15. |
“Liberation Tigers of Tamil Eelam” (“Bevrijdingstijgers van Tamil Eelam”) – “LTTE”. |
|
16. |
“Ejército de Liberación Nacional” (“Nationaal Bevrijdingsleger”). |
|
17. |
“Palestinian Islamic Jihad” (“Palestijnse Islamitische Jihad”) – “PIJ”. |
|
18. |
“Popular Front for the Liberation of Palestine” (“Volksfront voor de Bevrijding van Palestina”) – “PFLP”. |
|
19. |
“Popular Front for the Liberation of Palestine – General Command” (“Volksfront voor de Bevrijding van Palestina – Algemeen Commando”), ook bekend als “PFLP – General Command” (“PFLP – Algemeen Commando”). |
|
20. |
“Devrimci Halk Kurtuluș Partisi-Cephesi” – “DHKP/C” (ook bekend als “Devrimci Sol” (“Revolutionair Links”), ook bekend als “Dev Sol” (“Revolutionair Volksbevrijdingsleger/-front/-partij”)). |
|
21. |
“Sendero Luminoso” (“Lichtend Pad”) – “SL”. |
|
22. |
“Teyrbazen Azadiya Kurdistan” – “TAK” (ook bekend als “Koerdische Vrijheidsvalken”, ook bekend als “Koerdische Vrijheidshaviken”). |
|
23. |
“The Base”.”. |
BIJLAGE III
“BIJLAGE III
Lijst van natuurlijke personen of rechtspersonen, groepen en entiteiten, zoals bedoeld in artikel 2, lid 6
A. Natuurlijke personen
[…]
B. Rechtspersonen, groepen en entiteiten
[…]”.
ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2026/456/oj
ISSN 1977-0758 (electronic edition)