Dit document is overgenomen van EUR-Lex
Document 31993R1909
Commission Regulation (EEC) No 1909/93 of 15 July 1993 amending Commission Regulation (EEC) No 3886/92 as regards certain notification periods in connection with the premium schemes in the beef and veal sector
Verordening (EEG) nr. 1909/93 van de Commissie van 15 juli 1993 tot wijziging van Verordening (EEG) nr. 3886/92 met betrekking tot bepaalde termijnen en mededelingen inzake de premieregelingen
Verordening (EEG) nr. 1909/93 van de Commissie van 15 juli 1993 tot wijziging van Verordening (EEG) nr. 3886/92 met betrekking tot bepaalde termijnen en mededelingen inzake de premieregelingen
PB L 173 van 16.7.1993, blz. 11-12
(ES, DA, DE, EL, EN, FR, IT, NL, PT) Dit document is verschenen in een speciale editie.
(FI, SV)
Niet meer van kracht, Datum einde geldigheid: 31/12/1999
Verordening (EEG) nr. 1909/93 van de Commissie van 15 juli 1993 tot wijziging van Verordening (EEG) nr. 3886/92 met betrekking tot bepaalde termijnen en mededelingen inzake de premieregelingen
Publicatieblad Nr. L 173 van 16/07/1993 blz. 0011 - 0012
Bijzondere uitgave in het Fins: Hoofdstuk 3 Deel 50 blz. 0261
Bijzondere uitgave in het Zweeds: Hoofdstuk 3 Deel 50 blz. 0261
VERORDENING (EEG) Nr. 1909/93 VAN DE COMMISSIE van 15 juli 1993 tot wijziging van Verordening (EEG) nr. 3886/92 met betrekking tot bepaalde termijnen en mededelingen inzake de premieregelingen DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN, Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap, Gelet op Verordening (EEG) nr. 805/68 van de Raad van 27 juni 1968 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector rundvlees (1), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EEG) nr. 125/93 (2), en met name op artikel 4 b, lid 8, op artikel 4 c, lid 4, op artikel 4 d, lid 8, op artikel 4 g, lid 5, op artikel 4 h, lid 2, op artikel 4 i, lid 4, en op artikel 4 k, lid 2, Overwegende dat, in het raam van de speciale premie die bij het slachten wordt toegekend, bij Verordening (EEG) nr. 3886/92 van de Commissie (3), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EEG) nr. 1433/93 (4), de termijn voor indiening van de steunaanvraag voor dieren nadat die zijn geslacht of voor het eerst op de markt gebracht en voor het leveren van het bewijs dat, in voorkomend geval, de dieren zijn verzonden of uitgevoerd, op dertig dagen is gesteld; dat de Lid-Staten waar de regeling van de speciale premie wordt toegepast, hebben vastgesteld dat deze termijnen ontoereikend waren; dat vanwege de administratieve moeilijkheden die in sommige gevallen uit de overschakeling op het nieuwe systeem van steuntoekenning voortvloeien, de producenten/marktdeelnemers de steunaanvraag of het bewijs van het vertrek van hun dieren niet binnen de daarvoor geldende termijn hebben kunnen indienen, respectievelijk kunnen aantonen; dat het derhalve dienstig is deze termijnen te rekenen van 1 maart 1993 te verlengen; Overwegende dat voor een goed beheer van de premieregeling gedetailleerder, en zo mogelijk tijdig verstrekte gegevens over de verschillende aspecten van de regeling nodig zijn; dat de lijst van mededelingen die de Lid-Staten bij de Commissie moeten indienen, dienovereenkomstig aanpassing behoeft; Overwegende dat de in deze verordening vervatte maatregelen in overeenstemming zijn met het advies van het Comité van beheer voor rundvlees, HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD: Artikel 1 Verordening (EEG) nr. 3886/92 wordt als volgt gewijzigd: 1. In artikel 10, lid 1, worden de woorden "dertig dagen" vervangen door de woorden "zes maanden". 2. In artikel 10, lid 3, worden de woorden "30 dagen" vervangen door de woorden "drie maanden". 3. Artikel 56 wordt vervangen door de volgende tekst: "Artikel 56 Mededelingen 1. Van 1993 af delen de Lid-Staten de Commissie elk jaar uiterlijk op 15 september (voor het eerste halfjaar van het lopende jaar) en op 1 maart (voor het tweede halfjaar van het voorafgaande jaar) mede: a) het aantal mannelijke runderen waarvoor aanvragen voor de speciale premie zijn ingediend, onderverdeeld naar: - leeftijdstranche en - aard van de dieren (gecastreerd of niet) voor de aanvragen voor de tweede leeftijdstranche; b) het aantal koeien waarvoor een zoogkoeienpremie is aangevraagd, uitgeplitst in het aantal aanvragen op grond van artikel 4 d, lid 5, van Verordening (EEG) nr. 805/68 en het aantal aanvragen op grond van artikel 4 d, lid 6, van die verordening; c) het aantal dieren waarvoor een premie is aangevraagd, waarvoor het veebezettingsgetal niet wordt toegepast; d) het aantal dieren waarvoor een aanvraag om de seizoencorrectiepremie is ingewilligd, onderverdeeld in het aantal waarvoor de premie voor de eerste leeftijdstranche is toegekend en het aantal waarvoor de premie voor de tweede leeftijdstranche is toegekend, met vermelding van het aantal betrokken producenten voor elk van de twee voornoemde leeftijdstranches. Voor 1993 evenwel mag de uitsplitsing naar leeftijdstranche achterwege blijven. 2. Van 1994 af delen de Lid-Staten de Commissie elk jaar uiterlijk op 30 juni voor het voorafgaande kalenderjaar mede: a) het aantal mannelijke runderen waarvoor aanvragen voor de speciale premie zijn ingewilligd, onderverdeeld naar: - leeftijdstranche, - aard van de dieren (gecastreerd of niet) voor de aanvragen die betrekking hebben op de tweede leeftijdstranche, met vermelding van, in voorkomend geval, de toekenning van de aanvullende premie voor bedrijven met een veebezettingsgetal van minder dan 1,4 GVE/ha, waarbij tevens voor elk van de bovenstaande onderverdelingen het betrokken aantal producenten dient te worden vermeld; b) het aantal koeien waarvoor aanvragen voor de zoogkoeienpremie zijn ingewilligd, uitgesplitst in het aantal waarvoor de premie is toegekend op grond van artikel 4 d, lid 5, van Verordening (EEG) nr. 805/68 en het aantal waarvoor de premie is toegekend op grond van artikel 4 d, lid 6, van die verordening, en met vermelding van, in voorkomend geval, de toekenning van de aanvullende premie voor bedrijven met een veebezettingsgetal van minder dan 1,4 GVE/ha, waarbij tevens voor elk van de bovenstaande regelingen het betrokken aantal producenten dient te worden vermeld; c) in voorkomend geval, de aanvullende nationale premie die bovenop de zoogkoeienpremie wordt toegekend, met vermelding van: - de voorwaarden van toekenning en - het totale toegekende bedrag per dier; d) het aantal dieren waarvoor premieaanvragen zijn ingewilligd waarvoor het veebezettingsgetal niet van toepassing is, en het betrokken aantal producenten; e) in voorkomend geval, het aantal dieren waarvoor aanvragen voor de verwerkingspremie zijn ingewilligd.". Artikel 2 Deze verordening treedt in werking op de zevende dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen. Artikel 1, punten 1 en 2, is van toepassing met ingang van 1 maart 1993. Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke Lid-Staat. Gedaan te Brussel, 15 juli 1993. Voor de Commissie René STEICHEN Lid van de Commissie (1) PB nr. L 148 van 28. 6. 1968, blz. 24. (2) PB nr. L 18 van 27. 1. 1993, blz. 1. (3) PB nr. L 391 van 31. 12. 1992, blz. 20. (4) PB nr. L 140 van 11. 6. 1993, blz. 31.