Kies de experimentele functies die u wilt uitproberen

Dit document is overgenomen van EUR-Lex

Document 31988R2504

VERORDENING (EEG) Nr. 2504/88 VAN DE RAAD van 25 juli 1988 betreffende de vrije zones en de vrije entrepots

PB L 225 van 15.8.1988, blz. 8-13 (ES, DA, DE, EL, EN, FR, IT, NL, PT)

Juridische status van het document Niet meer van kracht, Datum einde geldigheid: 01/01/1994; opgeheven door 392R2913

ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/1988/2504/oj

31988R2504

VERORDENING (EEG) Nr. 2504/88 VAN DE RAAD van 25 juli 1988 betreffende de vrije zones en de vrije entrepots -

Publicatieblad Nr. L 225 van 15/08/1988 blz. 0008 - 0013


VERORDENING ( EEG ) Nr . 2504/88 VAN DE RAAD van 25 juli 1988 betreffende de vrije zones en de vrije entrepots

DE RAAD VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap, inzonderheid op artikel 113,

Gezien het voorstel van de Commissie ( 1 ),

Gezien het advies van het Europese Parlement ( 2 ),

Gezien het advies van het Economisch en Sociaal Comité ( 3 ),

Overwegende dat de vrije zones en de vrije entrepots delen van het douanegebied van de Gemeenschap, onderscheidenlijk ruimten zijn, afgescheiden van de rest van dit gebied, waar over het algemeen op de buitenlandse handel gerichte activiteiten zijn geconcentreerd; dat door deze zones en entrepots, juist door de daar bestaande douanefaciliteiten, bovengenoemde activiteiten worden bevorderd en met name de herverdeling van de goederen binnen en buiten de Gemeenschap; dat derhalve de bepalingen met betrekking tot deze zones en entrepots een essentieel instrument van de handelspolitiek van de Gemeenschap vormen;

Overwegende dat in Richtlijn 69/75/EEG ( 4 ), laatstelijk gewijzigd bij de Akte van Toetreding van Spanje en Portugal, de regels zijn vastgesteld die dienen te worden opgenomen in de bepalingen van de Lid-Staten op het gebied van de vrije zones; dat het belang van deze zones in het kader van de douane-unie een uniforme toepassing in de Gemeenschap van de desbetreffende bepalingen noodzakelijk maakt; dat de thans geldende regels derhalve moeten worden aangevuld en verduidelijkt en dat moet worden voorzien in een in de Lid-Staten rechtstreeks toepasselijk besluit waardoor de burgers meer rechtszekerheid wordt geboden;

Overwegende dat aan de vrije zones en de vrije entrepots, wat de toepassing van de rechten bij invoer betreft, geen concurrentievoordelen mogen worden geboden; dat het daarentegen, gezien hun bijzondere situatie, wenselijk is dat voor deze zones en entrepots soepeler douaneformaliteiten worden toegepast dan die welke in de andere delen van het douanegebied van de Gemeenschap van toepassing zijn;

Overwegende dat de in deze zones of entrepots binnengebrachte niet-communautaire goederen daar zonder tijdsbeperking, zonder betaling van rechten bij invoer en zonder toepassing van handelspolitieke maatregelen moeten kunnen verblijven; dat de goederen die zich in die vrije zones of entrepots bevinden, beschouwd moeten worden alsof deze zich - voor de toepassing van de genoemde rechten en maatregelen - niet binnen het douanegebied van de Gemeenschap bevinden;

Overwegende dat rekening dient te worden gehouden met de toepassing op in een vrije zone of in een vrij entrepot geplaatste communautaire goederen van een aantal maatregelen die in beginsel aan de uitvoer verbonden zijn; dat ook de gevolgen moeten worden geregeld van de plaatsing in vrije zones of vrije entrepots van communautaire goederen die in het intracommunautaire handelsverkeer worden onderworpen aan heffingen die uit de toepassing van het gemeenschappelijk landbouwbeleid voortvloeien zolang dergelijke heffingen van toepassing zijn; dat andere communautaire goederen in een vrije zone of vrij entrepot moeten kunnen worden geplaatst; dat de Lid-Staten de voorwaarden voor en de gevolgen van plaatsing in een vrije zone of vrij entrepot van goederen die aan nationale belastingen zijn onderworpen, dienen te regelen onverminderd de communautaire fiscale bepalingen;

Overwegende dat voor het geval dat er ten aanzien van de in vrije zones of vrije entrepots geplaatste goederen een douaneschuld ontstaat, bepalingen inzake de heffing moeten worden vastgesteld; dat een binnen het douanegebied van de Gemeenschap toegevoegde meerwaarde onder bepaalde voorwaarden niet in de douanewaarde van deze goederen dient te worden begrepen;

Overwegende dat het noodzakelijk is de uniforme toepassing van deze verordening te garanderen en daartoe in een communautaire procedure te voorzien om de desbetreffende toepassingsbepalingen te kunnen vaststellen; dat het dienstig is in het kader van het bij Verordening ( EEG ) nr . 2503/88 van de Raad van 25 juli 1988 betreffende de douane-entrepots ( 5 ) ingestelde Comité douane-entrepots en vrije zones tussen de Lid-Staten en de Commissie op dit gebied een nauwe en doeltreffende samenwerking tot stand te brengen,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD :

TITEL I Algemeen Artikel 1 1 . In deze verordening worden de voor de vrije zones en de vrije entrepots geldende regels vastgesteld .

2 . In een vrije zone of een vrij entrepot :

a ) worden niet-communautaire goederen niet aan rechten bij invoer, noch, behoudens andersluidende bepalingen, aan handelspolitieke maatregelen onderworpen;

b ) gelden voor communautaire goederen, waarop wegens plaatsing in een vrije zone, een specifieke communautaire regeling van toepassing is, de maatregelen die in beginsel aan de uitvoer van goederen zijn verbonden;

c ) zijn de douaneformaliteiten en controlemaatregelen bij het binnenkomen, de opslag en de uitslag van goederen slechts van toepassing wanneer daarin in deze verordening is voorzien .

3 . Zolang communautaire goederen in het intracommunautaire handelsverkeer aan heffingen worden onderworpen die uit de toepassing van het gemeenschappelijk landbouwbeleid voortvloeien, zijn deze heffingen niet van toepassing in een vrije zone of in een vrij entrepot .

4 . In deze verordening wordt verstaan onder :

a ) vrije zone : delen van het douanegebied van de Gemeenschap die zijn afgescheiden van de rest van dit gebied, waar de binnengebrachte niet-communautaire goederen voor de toepassing van de rechten bij invoer en van de handelspolitieke maatregelen bij invoer worden geacht zich niet op het douanegebied van de Gemeenschap te bevinden, voor zover zij niet in het vrije verkeer worden gebracht of onder een andere douaneregeling worden geplaatst overeenkomstig de in deze verordening vastge - stelde voorwaarden;

b) vrij entrepot : in het douanegebied van de Gemeenschap gelegen ruimten waar de binnengebrachte niet-communautaire goederen voor de toepassing van de rechten bij invoer en van de handelspolitieke maatregelen bij invoer worden geacht zich niet op het douanegebied van de Gemeenschap te bevinden, voor zover zij niet in het vrije verkeer worden gebracht of onder een andere douaneregeling worden geplaatst overeenkomstig de in deze verordening vastgestelde voorwaarden;

c ) communautaire goederen : de goederen die :

- geheel zijn verkregen in het douanegebied van de Gemeenschap, zonder toevoeging van goederen afkomstig uit derde landen of uit gebieden die geen deel uitmaken van het douanegebied van de Gemeenschap;

- afkomstig zijn uit landen of gebieden die geen deel uitmaken van het douanegebied van de Gemeenschap en die zich in een Lid-Staat in het vrije verkeer bevinden;

- in het douanegebied van de Gemeenschap zijn verkregen uit, hetzij uitsluitend in het tweede streepje, hetzij in het eerste en tweede streepje bedoelde goederen;

d ) niet-communautaire goederen : andere goederen dan die bedoeld onder c ).

Onverminderd de met derde landen gesloten overeenkomsten inzake de toepassing van de regeling communautair douanevervoer worden ook als niet-communautaire goederen beschouwd goederen die, hoewel zij voldoen aan de onder c ) genoemde voorwaarden, opnieuw in het douanegebied van de Gemeenschap worden binnengebracht na uit dit douanegebied te zijn uitgevoerd;

e ) rechten bij invoer : douanerechten en heffingen van gelijke werking, alsmede landbouwheffingen en andere belastingen bij invoer, welke zijn vastgesteld in het kader van het gemeenschappelijk landbouwbeleid of van de specifieke regelingen welke van toepassing zijn op bepaalde door verwerking van landbouwprodukten verkregen goederen;

f ) rechten bij uitvoer : landbouwheffingen en andere belastingen bij uitvoer, vastgesteld in het kader van het gemeenschappelijk landbouwbeleid of van de specifieke regelingen die van toepassing zijn op bepaalde door verwerking van landbouwprodukten verkregen goederen;

g ) douaneautoriteit : elke voor de toepassing van de douanevoorschriften bevoegde autoriteit, zelfs indien deze niet tot de douanedienst behoort;

h ) persoon :

- een natuurlijke persoon, of - een rechtspersoon of,

- wanneer deze mogelijkheid in de vigerende voorschriften bestaat, een vereniging van personen die als handelingsbevoegd wordt erkend, zonder dat zij rechtspersoonlijkheid bezit .

Artikel 2 1 . De Lid-Staten kunnen in bepaalde delen van het douanegebied van de Gemeenschap vrije zones instellen of de oprichting van vrije entrepots toestaan .

2 . De Lid-Staten bepalen voor elke zone haar geografische grenzen . De plaatsen die bestemd zijn om als vrij entrepot te worden gebruikt, dienen door de Lid-Staten te worden goedgekeurd .

3 . De Lid-Staten vergewissen zich ervan dat de vrije zones afgesloten zijn en stellen voor elke vrije zone of vrij entrepot de in - en uitgangen vast .

4 . Voor oprichting van gebouwen in een vrije zone is voorafgaande toestemming van de douaneautoriteit vereist .

Artikel 3 1 . De grenzen en de in- en uitgangen van de vrije zones en van de vrije entrepots staan onder toezicht van de douanediensten .

2 . Personen alsmede vervoermiddelen die een vrije zone of een vrij entrepot binnenkomen of verlaten kunnen aan douanecontrole worden onderworpen .

3 . Personen die niet alle voor de naleving van de bepalingen van deze verordening noodzakelijke waarborgen bieden, kan de toegang tot een vrije zone of een vrij entrepot worden ontzegd .

4 . De douaneautoriteit kan de goederen controleren die in een vrije zone of in een vrij entrepot binnenkomen, er verblijven of deze verlaten . Met het oog op deze controle dient een kopie van het vervoerdocument, dat aanwezig moet zijn bij de goederen bij hun binnenkomst en hun vertrek, aan de douaneautoriteit te worden overgelegd of te harer beschikking te worden gehouden bij elke door de genoemde autoriteit aangewezen persoon . Wanneer wordt besloten om deze controle te verrichten, dienen de goederen ter beschikking van de douaneautoriteit te worden gesteld .

TITEL II Binnenkomst van goederen in vrije zones of vrije entrepots Artikel 4 1 . Alle goederen, ongeacht hun aard, hoeveelheid, oorsprong, herkomst of bestemming, kunnen in een vrije zone of een vrij entrepot worden geplaatst .

2 . Het bepaalde in lid 1 vormt geen beletsel :

a ) voor de toepassing van verboden of beperkingen, welke gerechtvaardigd zijn uit hoofde van de bescherming van de openbare zedelijkheid, de openbare orde, de openbare veiligheid, de gezondheid en het leven van personen, dieren of planten, het nationaal artistiek, historisch of archeologisch bezit, of uit hoofde van de bescherming van de industriële en commerciële eigendom;

b ) voor de mogelijkheid voor de douaneautoriteit om te eisen dat goederen die een gevaar opleveren, of die andere goederen zouden kunnen aantasten of waarvoor om andere redenen bijzondere voorzieningen nodig zijn, in speciaal voor de opslag van dergelijke goederen uitgeruste ruimten worden geplaatst .

Artikel 5 1 . Onverminderd artikel 3, lid 4, behoeven goederen bij hun binnenkomst in een vrije zone of een vrij entrepot niet bij de douaneautoriteit te worden aangebracht en behoeft daarvoor geen douaneaangifte te worden gedaan .

2 . Bij de douaneautoriteit dienen slechts de goederen te worden aangebracht :

a ) die onder een douaneregeling zijn geplaatst welke wordt gezuiverd door de plaatsing in een vrije zone of in een vrij entrepot; een dergelijke aanbrenging is evenwel niet nodig indien in het kader van de betrokken douaneregeling vrijstelling van de verplichting tot aanbrenging van de goederen wordt verleend;

b ) waarvoor een besluit tot terugbetaling of kwijtschelding van de rechten bij invoer is genomen, waarbij de plaatsing van deze goederen in een vrije zone of in een vrij entrepot is toegestaan;

c ) waarvoor een aanvraag met het oog op de vooruitbetaling van de uitvoerrestituties in het kader van het gemeenschappelijk landbouwbeleid is ingediend .

3 . De douaneautoriteit kan eisen dat goederen die aan rechten bij uitvoer of aan andere bepalingen betreffende de uitvoer onderworpen zijn, bij de douanedienst worden aangemeld .

4 . Op verzoek van de belanghebbende geeft de douane - autoriteit een verklaring betreffende het communautaire of niet-communautaire karakter van de in een vrije zone of in een vrij entrepot geplaatste goederen af .

TITEL III Werking van vrije zones en vrije entrepots Artikel 6 1 . Voor de opslag van goederen in een vrije zone of in vrij entrepot geldt geen tijdsbeperking .

2 . Voor bepaalde goederen gelden de overeenkomstig artikel 17, lid 2, van Verordening ( EEG ) nr . 2503/88 vastgestelde bijzondere termijnen .

Artikel 7 1 . Behoudens de artikelen 8 en 9, is in een vrije zone of in een vrij entrepot elke, onder de voorwaarden van deze verordening uitgeoefende activiteit van industriële of commerciële aard of activiteit met het karakter van dienstverlening toegestaan .

2 . De douaneautoriteit kan evenwel, rekening houdend met de aard van de goederen waarop de genoemde activiteit betrekking heeft of met de behoeften van het douanetoezicht, bepaalde verboden of beperkingen op deze activiteiten opleggen .

3 . De douaneautoriteit kan personen die niet alle waarborgen bieden voor juiste toepassing van de in deze verordening vervatte bepalingen, de uitoefening van een activiteit in een vrije zone of in een vrij entrepot verbieden .

Artikel 8 Wanneer de in artikel 7 bedoelde activiteiten in het behandelen van niet-communautaire goederen bestaan, gelden de hierna volgende bepalingen :

a ) onverminderd het bepaalde in artikel 13, lid 2, kunnen de gebruikelijke behandelingen als bedoeld in artikel 18, lid 1, van Verordening ( EEG ) nr . 2503/88 zonder vergunning worden verricht;

b ) andere veredelingshandelingen dan de gebruikelijke behandelingen worden verricht overeenkomstig Verordening ( EEG ) nr . 1999/85 van de Raad van 16 juli 1985 betreffende de regeling actieve veredeling ( 6 ). De Lid-Staten kunnen de ter zake geldende controlemaatregelen evenwel voor zover nodig aanpassen om met de voorwaarden voor de werking van en het douanetoezicht in vrije zones en vrije entrepots rekening te houden . De formaliteiten die in een vrije zone of in een vrij entrepot kunnen worden afgeschaft, worden bepaald volgens de procedure van artikel 31 van Verordening ( EEG ) nr . 1999/85 .

In afwijking van de eerste alinea zijn veredelingshandelingen op het grondgebied van de Oude Vrijhaven Hamburg niet aan voorwaarden van economische aard onderworpen .

Indien evenwel in een bepaalde sector van economische activiteit de concurrentievoorwaarden in de Gemeenschap door deze afwijking ongunstig worden beïnvloed, besluit de Raad op voorstel van de Commissie met gekwalificeerde meerderheid van stemmen dat de economische voorwaarden welke op communautair vlak op het gebied van de actieve veredeling zijn vastgesteld, op de overeenkomstige, op het grondgebied van de Oude Vrijhaven Hamburg gevestigde economische activiteit van toepassing zijn;

c ) de behandeling onder douanetoezicht geschiedt overeenkomstig Verordening ( EEG ) nr . 2763/83 van de Raad van 26 september 1983 inzake de regeling volgens welke goederen onder douanetoezicht kunnen worden behandeld alvorens zij in het vrije verkeer worden gebracht ( 7 ), laatstelijk gewijzigd bij Verordening ( EEG ) nr . 4151/87 ( 8 ). De Lid-Staten kunnen de ter zake geldende controlemaatregelen evenwel voor zover nodig aanpassen om met de voorwaarden voor de werking van en het douanetoezicht in de vrije zones en vrije entrepots rekening te houden . De formaliteiten die in een vrije zone of in een vrij entrepot kunnen worden afgeschaft, worden bepaald volgens de procedure van artikel 31 van Verordening ( EEG ) nr . 1999/85 .

Artikel 9 Wanneer de in artikel 7 bedoelde activiteiten in het behandelen van communautaire goederen bestaan, gelden de hierna volgende bepalingen :

a ) de in artikel 1, lid 2, onder b ), bedoelde communautaire goederen die onder het gemeenschappelijk landbouwbeleid vallen, kunnen slechts de behandelingen ondergaan welke uitdrukkelijk voor deze goederen zijn vastgesteld in artikel 18, lid 2, van Verordening ( EEG ) nr . 2503/88 . Deze behandelingen kunnen zonder vergunning worden verricht;

b ) de in artikel 1, lid 3, bedoelde communautaire goederen kunnen zonder vergunning de in artikel 18, lid 1, van Verordening ( EEG ) nr . 2503/88 bedoelde gebruikelijke behandelingen ondergaan of overeenkomstig artikel 10, lid 1, vierde streepje, worden vernietigd .

Artikel 10 1 . Onverminderd het bepaalde in artikel 8 kunnen de in een vrije zone of vrij entrepot geplaatste niet-communautaire goederen, tijdens hun verblijf in een vrije zone of vrij entrepot :

- in het vrije verkeer worden gebracht;

- onder de regeling tijdelijke invoer worden geplaatst;

- aan de Schatkist worden afgestaan, indien de nationale voorschriften in deze mogelijkheid voorzien;

- worden vernietigd, op voorwaarde dat de betrokkene de douaneautoriteit alle door deze autoriteit nodig geachte inlichtingen verschaft, waarbij de resten en afvallen van deze vernietiging zelf een van de bij de vorige streepjes of in artikel 8 bedoelde bestemmingen kunnen krijgen .

Het afstaan of het vernietigen van de goederen mag geen kosten voor de Schatkist meebrengen .

2 . Wanneer lid 1 niet wordt toegepast, mogen de niet-communautaire goederen en de in artikel 1, lid 2, onder b ), en lid 3, bedoelde communautaire goederen in de vrije zones en vrije entrepots niet worden ge - of verbruikt .

3 . Onverminderd de bepalingen die van toepassing zijn op bevoorradingsprodukten, vormt, voor zover de betrokken regeling dat toelaat, lid 2 geen beletsel voor het ge - of verbruik van goederen die, indien zij in het vrije verkeer zouden worden gebracht of tijdelijk zouden worden ingevoerd, niet onderworpen zouden zijn aan de toepassing van rechten bij invoer of van in het kader van het gemeenschappelijk landbouwbeleid of het handelsbeleid vastgestelde maatregelen, noch aan de in artikel 1, lid 3, bedoelde heffingen . In dat geval is een aangifte voor het brengen in het vrije verkeer of voor tijdelijke invoer niet nodig .

Er is evenwel een aangifte vereist indien die goederen in mindering moeten worden gebracht op een contingent of een plafond .

Artikel 11 1 . Elke persoon die een activiteit, hetzij op het gebied van de opslag, bewerking of verwerking, hetzij op het gebied van de koop of verkoop van goederen in een vrije zone of in een vrij entrepot uitoefent, voert een voorraadadministratie in de door de douaneautoriteit goedgekeurde vorm . De goederen dienen bij aankomst in het bedrijf van genoemde persoon in deze voorraadadministratie te worden opgenomen . Genoemde voorraadadministratie dient de douaneautoriteit de mogelijkheid te bieden de goederen te identificeren en de bewegingen ervan na te gaan.

De voorraadadministratie wordt ter beschikking van de douaneautoriteit gehouden, ten einde haar de mogelijkheid te bieden elke door haar nodig geachte controle uit te voeren .

2 . Bij overlading van de goederen binnen een vrije zone worden de desbetreffende bescheiden ter beschikking van de douaneautoriteiten gehouden . Wanneer de goederen bij een dergelijke overlading voor korte tijd worden opgeslagen, wordt dit als een onderdeel van de overlading beschouwd .

15 . 8 . 88 Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen TITEL IV Uitslag van de goederen uit vrije zones of uit vrije entrepots Artikel 12 Onverminderd de bijzondere bepalingen die in het kader van specifieke douaneregelingen zijn vastgesteld, kunnen niet-communautaire goederen die een vrije zone of een vrij entrepot verlaten :

- uit het douanegebied van de Gemeenschap worden uitgevoerd, of - in de andere delen van het douanegebied van de Gemeenschap worden binnengebracht, overeenkomstig de geldende communautaire voorschriften .

Artikel 13 1 . Wanneer een douaneschuld ontstaat ten aanzien van niet-communautaire goederen, wordt de douanewaarde van deze goederen vastgesteld overeenkomstig Verordening ( EEG ) nr . 1224/80 ( 9 ), laatstelijk gewijzigd bij de Akte van Toetreding van Spanje en Portugal .

Wanneer deze waarde is gebaseerd op een werkelijk betaalde of te betalen prijs waarin de kosten van opslag of voor de bewaring van de goederen in goede staat gedurende de opslag in een vrije zone of een vrij entrepot zijn begrepen, behoeven deze kosten niet in de douanewaarde te worden begrepen, op voorwaarde dat zij van de werkelijk voor de goederen betaalde of te betalen prijs onderscheiden zijn .

2 . Wanneer genoemde goederen in een vrije zone of in een vrij entrepot bepaalde gebruikelijke behandelingen in de zin van artikel 18, lid 1, van Verordening ( EEG ) nr . 2503/88 hebben ondergaan, wordt, op verzoek van de aangever en op voorwaarde dat genoemde behandelingen zijn verricht met een overeenkomstig lid 3 van genoemd artikel gegeven toestemming, voor het bepalen van het bedrag van de rechten bij invoer uitgegaan van de soort, de douanewaarde en de hoeveelheid die in aanmerking zouden zijn genomen indien de betrokken goederen niet aan genoemde behandelingen waren onderworpen . Afwijkingen van deze bepaling kunnen evenwel worden vastgesteld volgens de procedure van artikel 28 van Verordening (EEG ) nr . 2503/88 .

Artikel 14 1 . De in een vrije zone of vrij entrepot geplaatste communautaire goederen, bedoeld in artikel 1, lid 2, onder b ), die onder het gemeenschappelijk landbouwbeleid vallen, dienen een van de bestemmingen te krijgen die zijn vastge - steld bij de regeling waardoor, wegens plaatsing in een vrije zone, voor die goederen maatregelen gelden die in beginsel aan de uitvoer van goederen zijn verbonden .

2 . Indien deze goederen opnieuw in andere delen van het douanegebied van de Gemeenschap worden binnengebracht,

of indien daarvoor bij het verstrijken van de overeenkomstig artikel 6, lid 2, vastgestelde termijn geen verzoek is ingediend om een van de in lid 1 bedoelde bestemmingen te krijgen, neemt de douaneautoriteit de maatregelen die zijn vastgesteld bij de betrokken bijzondere regeling betreffende het geval van niet-inachtneming van de voorgeschreven bestemming .

Artikel 15 De in een vrije zone of vrij entrepot geplaatste communautaire goederen bedoeld in artikel 1, lid 3, kunnen elke voor deze goederen toegelaten bestemming krijgen .

Artikel 16 1 . Ingeval de goederen opnieuw in andere delen van het douanegebied van de Gemeenschap worden binnengebracht of onder een douaneregeling worden geplaatst, kan de in artikel 5, lid 4, bedoelde verklaring worden gebruikt om het communautaire of niet-communautaire karakter van deze goederen aan te tonen .

2 . Wanneer door deze verklaring of anderszins niet is bewezen dat de goederen het karakter van communautaire of niet-communautaire goederen hebben, worden deze goederen beschouwd :

- voor de toepassing van rechten bij uitvoer en uitvoercertificaten alsook van de in het kader van het handelsbeleid voor de uitvoer vastgestelde maatregelen, als communautaire goederen;

- in de overige gevallen, als niet-communautaire goederen .

Artikel 17 De douaneautoriteit vergewist zich ervan dat, wanneer goederen uit een vrije zone of een vrij entrepot worden uitgevoerd of verzonden, de voor goederen van een Lid-Staat geldende bepalingen inzake de uitvoer of de verzending worden nageleefd .

TITEL V Slotbepalingen Artikel 18 Het Comité douane-entrepots en vrije zones, ingesteld bij artikel 26 van Verordening ( EEG ) nr . 2503/88, kan alle vraagstukken met betrekking tot de toepassing van deze verordening behandelen die door de voorzitter, hetzij op eigen initiatief, hetzij op verzoek van een vertegenwoordiger van een Lid-Staat, aan de orde worden gesteld .

Artikel 19 De voor de toepassing van deze verordening noodzakelijke bepalingen worden vastgesteld volgens de procedure van artikel 28 van Verordening ( EEG ) nr . 2503/88 .

Artikel 20 Deze verordening laat de vaststelling van bijzondere bepalingen op het gebied van het gemeenschappelijk landbouwbeleid onverlet; die bepalingen blijven aan de voor dat beleid geldende regels onderworpen .

Artikel 21 Wanneer in een bijzondere communautaire regeling naar vrije zones wordt verwezen, geldt deze verwijzing ook voor vrije entrepots .

Artikel 22 Deze verordening is van toepassing onverminderd het bepaalde in Verordening ( EEG ) nr . 1736/75 van de Raad van 24 juni 1975 betreffende de statistieken van de buitenlandse handel van de Gemeenschap en van de handel tussen de Lid-Staten ( 10 ), laatstelijk gewijzigd bij Verordening ( EEG ) nr . 1629/88 ( 11 ).

Artikel 23 Deze verordening doet geen afbreuk aan Verordening ( EEG ) nr . 353/79 van de Raad van 5 februari 1979 tot vaststelling van de voorwaarden voor het versnijden en tot wijn verwerken in de vrije zones op het geografische grondgebied van de Gemeenschap van produkten uit de wijnbouwsector, van oorsprong uit derde landen ( 12 ).

Artikel 24 1. Deze verordening treedt in werking op de derde dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publikatie - blad van de Europese Gemeenschappen .

Zij wordt van toepassing een jaar na de datum van inwer - kingtreding van de volgens de procedure van artikel 19 vastgestelde uitvoeringsbepalingen .

2 . Richtlijn 69/75/EEG en de bepalingen van Richtlijn 71/235/EEG ( 13 ) vastgesteld voor de tenuitvoerlegging daarvan worden ingetrokken met ingang van de datum waarop deze verordening van toepassing wordt. De verwijzingen naar deze richtlijnen gelden als verwijzing naar deze verordening .

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke Lid-Staat .

Gedaan te Brussel, 25 juli 1988 .

Voor de Raad De Voorzitter Th . PANGALOS ( 1 ) PB nr . C 283 van 6 . 11 . 1985, blz . 9 . ( 2) PB nr . C 120 van 20 . 5 . 1986, blz . 16 . ( 3 ) PB nr . C 263 van 20 . 10 . 1986, blz . 6 . ( 4 ) PB nr . L 58 van 8 . 3 . 1969, blz . 11.(5) Zie bladzijde 1 van dit Publikatieblad.(6 ) PB nr . L 188 van 20 . 7 . 1985, blz . 1.(7 ) PB nr . L 272 van 5 . 10 . 1983, blz . 1 . ( 8) PB nr . L 391 van 31 . 12 . 1987, blz . 1.(9 ) PB nr . L 134 van 31. 5 . 1980, blz . 1.(10 ) PB nr . L 183 van 14 . 7 . 1975, blz . 3 . ( 11 ) PB nr . L 147 van 14 . 6 . 1988, blz . 1 . ( 12 ) PB nr . L 54 van 5. 3 . 1979, blz . 94 . ( 13 ) PB nr . L 143 van 29 . 6 . 1971, blz . 28 .

Naar boven