Choose the experimental features you want to try

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 32025D2023

Besluit (EU) 2025/2023 van de Raad van 2 oktober 2025 betreffende het standpunt dat namens de Europese Unie moet worden ingenomen in de associatieraad die is opgericht bij de Euromediterrane Overeenkomst waarbij een associatie tot stand wordt gebracht tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten, enerzijds, en het Koninkrijk Marokko, anderzijds, inzake de wijziging van Protocol nr. 4 van die overeenkomst betreffende de definitie van het begrip “producten van oorsprong” en methoden van administratieve samenwerking

ST/13139/2025/INIT

PB L, 2025/2023, 3.10.2025, ELI: http://data.europa.eu/eli/dec/2025/2023/oj (BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, GA, HR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)

Legal status of the document In force

ELI: http://data.europa.eu/eli/dec/2025/2023/oj

European flag

Publicatieblad
van de Europese Unie

NL

L-serie


2025/2023

3.10.2025

BESLUIT (EU) 2025/2023 VAN DE RAAD

van 2 oktober 2025

betreffende het standpunt dat namens de Europese Unie moet worden ingenomen in de associatieraad die is opgericht bij de Euromediterrane Overeenkomst waarbij een associatie tot stand wordt gebracht tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten, enerzijds, en het Koninkrijk Marokko, anderzijds, inzake de wijziging van Protocol nr. 4 van die overeenkomst betreffende de definitie van het begrip “producten van oorsprong” en methoden van administratieve samenwerking

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 207, lid 4, eerste alinea, in samenhang met artikel 218, lid 9,

Gezien het voorstel van de Europese Commissie,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

De Euromediterrane Overeenkomst waarbij een associatie tot stand wordt gebracht tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten, enerzijds, en het Koninkrijk Marokko, anderzijds (1) (de “associatieovereenkomst”), is op 1 maart 2000 in werking getreden.

(2)

De associatieovereenkomst omvat Protocol nr. 4 betreffende de definitie van het begrip “producten van oorsprong” en methoden van administratieve samenwerking (“Protocol nr. 4”), dat de oorsprongsregels bevat.

(3)

Op grond van artikel 39 van Protocol nr. 4 kan de bij artikel 78 van de associatieovereenkomst opgerichte associatieraad (de “associatieraad”) besluiten de bepalingen van Protocol nr. 4 te wijzigen. Op grond van artikel 80, tweede alinea, van de associatieovereenkomst zijn de besluiten van de associatieraad bindend voor de partijen, die de nodige maatregelen treffen voor de uitvoering van die besluiten.

(4)

De associatieraad dient op de volgende vergadering of via briefwisseling een besluit vast te stellen over een voorstel tot wijziging van Protocol nr. 4.

(5)

Het is passend het standpunt te bepalen dat namens de Unie moet worden ingenomen in de associatieraad, aangezien het besluit van de associatieraad rechtsgevolgen heeft.

(6)

Ten gevolge van het arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie (het “Hof van Justitie”) in zaak C-104/16 P (2) van 21 december 2016 hebben de Unie en het Koninkrijk Marokko, teneinde een rechtsgrondslag voor de toekenning van de in de associatieovereenkomst vastgestelde tariefpreferenties voor goederen van oorsprong uit de Westelijke Sahara vast te stellen, een overeenkomst in de vorm van een briefwisseling gesloten over de wijziging van Protocollen nr. 1 en nr. 4 van de associatieovereenkomst (3) (de “overeenkomst in de vorm van een briefwisseling”), die op 25 oktober 2018 is ondertekend.

(7)

Ten gevolge van het arrest van het Hof van Justitie in gevoegde zaken C-779/21 P en C-799/21 P (4) van 4 oktober 2024 hebben de Europese Unie en Marokko, teneinde ervoor te zorgen dat de in de loop der jaren ontwikkelde handelsstromen niet worden verstoord en dat de tariefpreferenties uit hoofde van de associatieovereenkomst van toepassing zijn op goederen van oorsprong uit de Westelijke Sahara, onderhandeld over een nieuwe overeenkomst in de vorm van een briefwisseling ter vervanging van de overeenkomst in de vorm van een briefwisseling (de “nieuwe overeenkomst”). De nieuwe overeenkomst werd ondertekend op 3 oktober 2025 en wordt sinds 4 oktober 2025 voorlopig toegepast.

(8)

In de gemeenschappelijke verklaring die is opgenomen in de nieuwe overeenkomst en die na Protocol nr. 4 is ingevoegd, wordt bepaald dat producten van oorsprong uit de Westelijke Sahara die zijn onderworpen aan controle door de douaneautoriteiten van het Koninkrijk Marokko, dezelfde handelspreferenties genieten als die welke door de Unie worden toegekend aan producten die onder de associatieovereenkomst vallen, en dat Protocol nr. 4 van overeenkomstige toepassing is op de vaststelling van de oorsprongsstatus van die producten, ook wat betreft de bewijzen van oorsprong.

(9)

In het kader van de nieuwe overeenkomst moet Protocol nr. 4 worden gewijzigd om ervoor te zorgen dat dat protocol van toepassing is op producten van oorsprong uit de Westelijke Sahara en dat de handel in met name de sector groenten en fruit en de visserijsector kan worden voortgezet.

(10)

Het standpunt van de Unie in de associatieraad moet derhalve worden gebaseerd op het aangehechte ontwerpbesluit,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

Het standpunt dat namens de Unie moet worden ingenomen in de associatieraad die is ingesteld bij de Euromediterrane Overeenkomst waarbij een associatie tot stand wordt gebracht tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten, enerzijds, en het Koninkrijk Marokko, anderzijds, met betrekking tot de wijziging van Protocol nr. 4, is gebaseerd op het aan dit besluit gehechte ontwerpbesluit van de associatieraad.

Artikel 2

Dit besluit treedt in werking op de datum van de vaststelling ervan.

Gedaan te Brussel, 2 oktober 2025.

Voor de Raad

De voorzitter

M. BJERRE


(1)   PB L 70 van 18.3.2000, blz. 2, ELI: http://data.europa.eu/eli/dec/2000/204/oj.

(2)  Arrest van het Hof van Justitie van 21 december 2016, Raad van de Europese Unie/Front Polisario, C-104/16 P, ECLI:EU:C:2016:973.

(3)  Besluit (EU) 2019/217 van de Raad van 28 januari 2019 betreffende de sluiting van de Overeenkomst in de vorm van een briefwisseling tussen de Europese Unie en het Koninkrijk Marokko over de wijziging van de Protocollen nrs. 1 en 4 van de Euromediterrane Overeenkomst waarbij een associatie tot stand wordt gebracht tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten, enerzijds, en het Koninkrijk Marokko, anderzijds (PB L 34 van 6.2.2019, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/dec/2019/217/oj).

(4)  Arrest van het Hof van Justitie van 4 oktober 2024, Europese Commissie en Raad van de Europese Unie/Front Polisario, ECLI:EU:C:2024:835.


ONTWERP

BESLUIT Nr. … VAN DE ASSOCIATIERAAD EU-MAROKKO

van …

tot wijziging van Protocol nr. 4 van de Euromediterrane Overeenkomst waarbij een associatie tot stand wordt gebracht tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten, enerzijds, en het Koninkrijk Marokko, anderzijds, betreffende de definitie van het begrip “producten van oorsprong” en methoden van administratieve samenwerking

DE ASSOCIATIERAAD EU-MAROKKO,

Gezien de Euromediterrane Overeenkomst waarbij een associatie tot stand wordt gebracht tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten, enerzijds, en het Koninkrijk Marokko, anderzijds (1), en met name artikel 5 van Protocol nr. 4 betreffende de definitie van het begrip “producten van oorsprong” en methoden van administratieve samenwerking,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

In artikel 29 van de Euromediterrane Overeenkomst waarbij een associatie tot stand wordt gebracht tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten, enerzijds, en het Koninkrijk Marokko, anderzijds (de “associatieovereenkomst”) wordt verwezen naar Protocol nr. 4 van die overeenkomst (“Protocol nr. 4”), dat de oorsprongsregels bevat.

(2)

Krachtens artikel 5 van Protocol nr. 4 kan de associatieraad besluiten Protocol nr. 4 te wijzigen.

(3)

In de gemeenschappelijke verklaring betreffende Protocol nr. 4 is bepaald dat producten van oorsprong uit de Westelijke Sahara die zijn onderworpen aan controle door de douaneautoriteiten van het Koninkrijk Marokko, dezelfde handelspreferenties genieten als die welke door de Europese Unie zijn toegekend aan de producten die onder de associatieovereenkomst vallen, en dat Protocol nr. 4 van overeenkomstige toepassing is op de vaststelling van de oorsprongsstatus van die producten, ook wat betreft de bewijzen van oorsprong, behoudens uitzonderingen waarover de associatieraad beslist.

(4)

In het kader van de Overeenkomst in de vorm van een briefwisseling tussen de Europese Unie en het Koninkrijk Marokko over de wijziging van de Protocollen nrs. 1 en 4 van de Euromediterrane Overeenkomst waarbij een associatie tot stand wordt gebracht tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten, enerzijds, en het Koninkrijk Marokko, anderzijds, die op … 2025 is gesloten.

(5)

Protocol nr. 4 moet worden gewijzigd om te voorzien in de wijzigingen die nodig zijn om ervoor te zorgen dat het protocol van toepassing is op producten van oorsprong uit de Westelijke Sahara en dat de handel in met name de sector groenten en fruit en de visserijsector kan worden voortgezet,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

Een titel III* wordt toegevoegd aan Protocol nr. 4 van de Euromediterrane Overeenkomst waarbij een associatie tot stand wordt gebracht tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten, enerzijds, en het Koninkrijk Marokko, anderzijds, betreffende de definitie van het begrip “producten van oorsprong” en regelingen van administratieve samenwerking:

“Titel III (1)*

Bepalingen inzake de gemeenschappelijke verklaring betreffende de toepassing van de Protocollen nrs. 1 en 4 van de Euromediterrane Overeenkomst waarbij een associatie tot stand wordt gebracht tussen de Europese Gemeenschap en haar lidstaten, enerzijds, en het Koninkrijk Marokko, anderzijds

Artikel 8*

Uitzonderingen op de overeenkomstige toepassing van Protocol nr. 4

Bij de toepassing van de conventie en de overgangsregels

hebben de termen “hun schepen” en “hun fabrieksschepen” van titel II van de conventie en de overgangsregels betrekking op een lidstaat van de Unie, Marokko of de Westelijke Sahara.

Be- of verwerkingen of wijzigingen in Marokko of zendingen die vanuit Marokko naar de Unie worden uitgevoerd, laten de bepalingen van titel III van de conventie en de overgangsregels onverlet.

De bewijzen van oorsprong worden als volgt ingevuld:

In het certificaat inzake goederenverkeer EUR.1:

In vak 2 “Certificaat gebruikt in het preferentiële handelsverkeer tussen … en …” wordt een verwijzing opgenomen naar “Overeenkomst in de vorm van een briefwisseling tussen de EU en het Koninkrijk Marokko over de wijziging van de Protocollen nrs. 1 en 4 van de Euromediterrane overeenkomst van … 2025”.

Vak 4 “Land, groep van landen of gebied waaruit de producten geacht worden van oorsprong te zijn” wordt niet ingevuld.

In vak 7 “Opmerkingen” worden verwijzingen opgenomen naar “Dakhla Oued Ed-Dahab” of “Laâyoune-Sakia El Hamra”, naargelang het geval.

In de oorsprongsverklaring worden verwijzingen opgenomen naar “Dakhla Oued Ed-Dahab” of “Laâyoune-Sakia El Hamra”, naargelang het geval, in verband met voetnoot 2 van de bijlagen inzake de tekst van de oorsprongsverklaring.”

Artikel 2

Dit besluit treedt in werking op de datum van de toepassing ervan.

Het is van toepassing vanaf …

Gedaan te …, …

Voor de associatieraad

De voorzitter


(1)   PB L 70 van 18.3.2000, blz. 2, ELI: http://data.europa.eu/eli/dec/2000/204/oj.

(1)  Nummering controleren op het moment van inwerkingtreding van het besluit van de associatieraad waarbij de dynamische koppeling met de conventie en de overgangsregels wordt ingevoerd, waardoor het aantal titels en artikelen van protocol nr. 4 wordt teruggebracht tot respectievelijk twee en zeven.


BIJLAGE

Model voor het certificaat inzake goederenverkeer EUR.1

1.

Exporteur (naam, adres, land)

(Geen verandering)

EUR.1

Nr. A

000.000

Raadpleeg de aantekeningen op de keerzijde alvorens het formulier in te vullen.

2.

Certificaat gebruikt in het preferentiële handelsverkeer tussen

.......................................

en

Overeenkomst in de vorm van een briefwisseling tussen de Europese Unie en het Koninkrijk Marokko over de wijziging van de protocollen nrs. 1 en 4 van de Euromediterrane Overeenkomst waarbij een associatie tot stand wordt gebracht tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten, enerzijds, en het Koninkrijk Marokko, anderzijds

(de betrokken landen, groepen van landen of gebieden vermelden)

3.

Geadresseerde (naam, adres, land) (facultatief)

(Geen verandering)

4.

Land, groep van landen of gebied waaruit de producten geacht worden van oorsprong te zijn

(Niet invullen)

5.

Land, groep van landen of gebied van bestemming

(Geen verandering)

6.

Gegevens in verband met het vervoer (facultatief)

(Geen verandering)

7.

Opmerkingen

Verwijzing naar regionale oorsprong (Laâyoune-Sakia El Hamra, Dakhla Oued Ed-Dahab)

8.

Volgnummer, merken en nummers, aantal en soort van de colli1;

omschrijving van de goederen2

(Geen verandering)

9.

Brutomassa (kg) of andere maatstaf (l, m3, enz.)

(Geen verandering)

10.

Facturen (facultatief)

(Geen verandering)

Model van de oorsprongsverklaring

Nederlandse versie

De exporteur van de goederen waarop dit document van toepassing is (douanevergunning nr. ……… (1) ), verklaart dat, behoudens uitdrukkelijke andersluidende vermelding, deze goederen van preferentiële oorsprong zijn uit

Verwijzing naar regionale oorsprong (Laâyoune-Sakia El Hamra, Dakhla Oued Ed-Dahab) (2)

..........................................................................................................................................................

(Plaats en datum) (3)

..........................................................................................................................................................

(Handtekening van de exporteur, gevolgd door de naam van de ondertekenaar, voluit geschreven) (4)

(1)

Wanneer de oorsprongsverklaring wordt opgesteld door een toegelaten exporteur, moet het nummer van zijn vergunning hier worden ingevuld. Wanneer de oorsprongsverklaring niet door een toegelaten exporteur wordt opgesteld, wordt het gedeelte tussen haakjes weggelaten of wordt niets ingevuld.

(2)

Aanduiding van de oorsprong van de producten. Wanneer de oorsprongsverklaring geheel of gedeeltelijk betrekking heeft op producten van oorsprong uit Ceuta en Melilla, moet de exporteur deze duidelijk aangeven met de letters “CM” op het document waarop de verklaring wordt opgemaakt.

(3)

Deze gegevens kunnen worden weggelaten als ze in het document zelf al voorkomen.

(4)

Indien de exporteur niet hoeft te ondertekenen, hoeft evenmin diens naam te worden vermeld.

ELI: http://data.europa.eu/eli/dec/2025/2023/oj

ISSN 1977-0758 (electronic edition)


Top