Choose the experimental features you want to try

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 62024CN0489

Zaak C-489/24, Safita: Verzoek om een prejudiciële beslissing, ingediend door de Raad van State (Nederland) op 11 juli 2024 – Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, X

PB C, C/2024/5789, 7.10.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2024/5789/oj (BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, GA, HR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)

ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2024/5789/oj

European flag

Publicatieblad
van de Europese Unie

NL

C-serie


C/2024/5789

7.10.2024

Verzoek om een prejudiciële beslissing, ingediend door de Raad van State (Nederland) op 11 juli 2024 – Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, X

(Zaak C-489/24, Safita  (1) )

(C/2024/5789)

Procestaal: Nederlands

Verwijzende rechter

Raad van State

Partijen in het hoofdgeding

Verzoekers: Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, X

Prejudiciële vragen

1)

Leent artikel 31, derde lid, derde volzin en onder b, van de Procedurerichtlijn (2) zich voor achtereenvolgende toepassing door de beslissingsautoriteit?

2)

Indien vraag 1 bevestigend wordt beantwoord:

a.

Onder welke voorwaarden mag de beslissingsautoriteit achtereenvolgende toepassing geven aan artikel 31, derde lid, derde volzin en onder b, van de Procedurerichtlijn en is de totale duur van de periode waarvoor de beslissingsautoriteit deze bepaling achtereenvolgend kan toepassen daarbij begrensd?

b.

In hoeverre mag of moet de rechter bij de beantwoording van de vraag of de beslissingsautoriteit de beslistermijn heeft mogen verlengen volgend op, en aansluitend aan, een eerder verlengingsbesluit, rekening houden met de toename van het aantal asielverzoeken, mede ten opzichte van de periode voorafgaand aan het eerdere verlengingsbesluit, en eventuele inspanningen van de beslissingsautoriteit om de achterblijvende besliscapaciteit te vergroten om – in het licht van artikel 4, eerste lid, van de Procedurerichtlijn – een behoorlijke en volledige behandeling van asielverzoeken te kunnen waarborgen?


(1)  De naam van de onderhavige zaak is een fictieve naam, die niet overeenkomt met de werkelijke naam van enige partij in de procedure.

(2)  Richtlijn 2013/32/EU van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2013 betreffende gemeenschappelijke procedures voor de toekenning en intrekking van de internationale bescherming (PB 2013, L 180, blz. 60).


ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2024/5789/oj

ISSN 1977-0995 (electronic edition)


Top