This document is an excerpt from the EUR-Lex website
Document 62024CN0480
Case C-480/24, Čiekuri-Shishki: Request for a preliminary ruling from the Augstākā tiesa (Senāts) (Latvia) lodged on 9 July 2024 – Ģenerālprokuratūra v SIA ČIEKURI-SHISHKI, SIA COUNTRY HELI
Zaak C-480/24, Čiekuri-Shishki: Verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Augstākā tiesa (Senāts) (Letland) op 9 juli 2024 – Ģenerālprokuratūra / SIA ČIEKURI-SHISHKI, SIA COUNTRY HELI
Zaak C-480/24, Čiekuri-Shishki: Verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Augstākā tiesa (Senāts) (Letland) op 9 juli 2024 – Ģenerālprokuratūra / SIA ČIEKURI-SHISHKI, SIA COUNTRY HELI
PB C, C/2024/5499, 23.9.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2024/5499/oj (BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, GA, HR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)
|
Publicatieblad |
NL C-serie |
|
C/2024/5499 |
23.9.2024 |
Verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Augstākā tiesa (Senāts) (Letland) op 9 juli 2024 – Ģenerālprokuratūra / SIA “ČIEKURI-SHISHKI”, SIA “COUNTRY HELI”
(Zaak C-480/24, Čiekuri-Shishki)
(C/2024/5499)
Procestaal: Lets
Verwijzende rechter
Augstākā tiesa (Senāts)
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partij: Ģenerālprokuratūra
Verwerende partijen: SIA “ČIEKURI-SHISHKI”, SIA “COUNTRY HELI”
Prejudiciële vragen
|
1) |
Welke omstandigheden wijzen erop dat een persoon een verbonden persoon is in de zin van artikel 2 van verordening (EU) nr. 269/2014 van de Raad van 17 maart 2014 betreffende beperkende maatregelen met betrekking tot acties die de territoriale integriteit, soevereiniteit en onafhankelijkheid van Oekraïne ondermijnen of bedreigen (1)? Moet een rechtspersoon waarvan de aandelen voor 50 % in handen zijn van een rechtspersoon waarvan de uiteindelijk begunstigde een natuurlijke persoon is die is opgenomen in de bijlage bij uitvoeringsverordening (EU) 2022/336 van de Raad van 28 februari 2022 tot uitvoering van verordening (EU) nr. 269/2014 betreffende beperkende maatregelen met betrekking tot acties die de territoriale integriteit, soevereiniteit en onafhankelijkheid van Oekraïne ondermijnen of bedreigen (2), worden beschouwd als een verbonden rechtspersoon? |
|
2) |
Indien het antwoord op het tweede deel van de eerste prejudiciële vraag bevestigend luidt, moet een rechtspersoon die 50 % van de aandelen in handen heeft van de in het tweede deel van de eerste prejudiciële vraag beschreven rechtspersoon, dan eveneens worden beschouwd als een verbonden rechtspersoon in de zin van artikel 2 van verordening nr. 269/2014? |
|
3) |
Omvatten de in artikel 11, lid 1, onder b), van verordening nr. 269/2014 bedoelde personen, entiteiten of lichamen eveneens verbonden rechtspersonen in de zin van artikel 2 van verordening nr. 269/2014? |
|
4) |
Is de rechter verplicht om bij het onderzoek van een vordering op eigen initiatief na te gaan of een van de procespartijen een persoon is als bedoeld in artikel 2 of artikel 11, lid 1, onder a) of b), van verordening nr. 269/2014? |
|
5) |
Wat zijn de rechtsgevolgen van artikel 11, lid 1, van verordening nr. 269/2014, waarin is bepaald dat vorderingen van de in dat lid, onder a) of b), bedoelde personen “niet [worden] toegewezen”? Of kunnen dergelijke vorderingen ten gronde worden behandeld wanneer in het dictum van de rechterlijke beslissing wordt vastgesteld dat de beslissing niet ten uitvoer kan worden gelegd zolang deze personen in de desbetreffende lijst zijn opgenomen? |
|
6) |
Heeft artikel 11, lid 1, van verordening nr. 269/2014 rechtsgevolgen wanneer de verzoeker niet een van de onder a) of b) van dat lid bedoelde personen is, maar de verweerder wel? |
|
7) |
Moeten de gegevens van de door de sancties getroffen natuurlijke persoon (naam en voornaam) bekend worden gemaakt in de motivering van de rechterlijke beslissing? Moeten deze persoonsgegevens worden gepseudonimiseerd wanneer de rechterlijke beslissing wordt gepubliceerd? |
ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2024/5499/oj
ISSN 1977-0995 (electronic edition)