This document is an excerpt from the EUR-Lex website
Document 62024CN0396
Case C-396/24, Lubreczlik: Request for a preliminary ruling from the Sąd Okręgowy w Krakowie (Poland) lodged on 6 June 2024 – PU, QS v mBank S.A., BL, CY
Zaak C-396/24, Lubreczlik: Verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Sąd Okręgowy w Krakowie (Polen) op 6 juni 2024 – PU, QS / mBank S.A., BL, CY
Zaak C-396/24, Lubreczlik: Verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Sąd Okręgowy w Krakowie (Polen) op 6 juni 2024 – PU, QS / mBank S.A., BL, CY
PB C, C/2024/5301, 9.9.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2024/5301/oj (BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, GA, HR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)
|
Publicatieblad |
NL C-serie |
|
C/2024/5301 |
9.9.2024 |
Verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Sąd Okręgowy w Krakowie (Polen) op 6 juni 2024 – PU, QS / mBank S.A., BL, CY
(Zaak C-396/24, Lubreczlik (1) )
(C/2024/5301)
Procestaal: Pools
Verwijzende rechter
Sąd Okręgowy w Krakowie
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partijen: PU, QS
Verwerende partijen: mBank S.A., BL, CY
Prejudiciële vragen
|
1) |
Verzet artikel 7, lid 1, van richtlijn 93/13/EEG van de Raad van 5 april 1993 betreffende oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten (2) zich tegen nationale rechtspraak volgens welke de vaststelling dat een overeenkomst, in het bijzonder een met een consument gesloten kredietovereenkomst, een oneerlijk beding bevat en bijgevolg nietig is, inhoudt dat de consument, ongeacht het bedrag dat hij ter uitvoering van die overeenkomst heeft afgelost en ongeacht het nog uitstaande bedrag, gehouden is tot terugbetaling aan de handelaar van het nominale totaalbedrag van het krediet dat hij ter uitvoering van de nietige overeenkomst van de handelaar heeft ontvangen en dat de handelaar kan eisen dat de consument dat totaalbedrag, ongeacht het afgeloste en het uitstaande bedrag, aan hem terugbetaalt? |
|
2) |
Verzet artikel 7, lid 1, van richtlijn 93/13/EEG van de Raad zich tegen nationale rechtspraak volgens welke de nationale rechter bij de behandeling van een zaak betreffende de terugbetaling van prestaties die door een handelaar aan een consument zijn uitgekeerd krachtens een nietige kredietovereenkomst, gehouden is om de consument te veroordelen tot terugbetaling van het volledige bedrag dat de handelaar krachtens die overeenkomst aan de consument heeft uitgekeerd, ongeacht of de consument nog schulden jegens de handelaar heeft en ongeacht het bedrag dat de consument ter uitvoering van de nietige overeenkomst aan de handelaar heeft betaald? |
|
3) |
Verzet artikel 7, lid 1, van richtlijn 93/13/EEG van de Raad zich tegen een nationaalrechtelijke regeling volgens welke de nationale rechter gehouden is om een uitspraak waarbij de vordering van de handelaar wordt toegewezen, ambtshalve onmiddellijk uitvoerbaar te verklaren wanneer de rechtsvordering van de handelaar door de consument is erkend? |
(1) Dit is een fictieve naam, die niet overeenkomt met de werkelijke naam van enige partij in de procedure.
ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2024/5301/oj
ISSN 1977-0995 (electronic edition)