This document is an excerpt from the EUR-Lex website
Document 62024CN0137
Case C-137/24 P: Appeal brought on 20 February 2024 by Michael Heßler against the judgment of the General Court (Fourth Chamber) delivered on 20 December 2023 in Case T-369/22, Michael Heßler v European Commission
Zaak C-137/24 P: Hogere voorziening ingesteld op 20 februari 2024 door Michael Heßler tegen het arrest van het Gerecht (Vierde kamer) van 20 december 2023 in zaak T-369/22, Michael Heßler/Europese Commissie
Zaak C-137/24 P: Hogere voorziening ingesteld op 20 februari 2024 door Michael Heßler tegen het arrest van het Gerecht (Vierde kamer) van 20 december 2023 in zaak T-369/22, Michael Heßler/Europese Commissie
PB C, C/2024/3586, 17.6.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2024/3586/oj (BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, GA, HR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)
|
Publicatieblad |
NL C-serie |
|
C/2024/3586 |
17.6.2024 |
Hogere voorziening ingesteld op 20 februari 2024 door Michael Heßler tegen het arrest van het Gerecht (Vierde kamer) van 20 december 2023 in zaak T-369/22, Michael Heßler/Europese Commissie
(Zaak C-137/24 P)
(C/2024/3586)
Procestaal: Duits
Partijen
Rekwirant: Michael Heßler (vertegenwoordiger: I. Steuer-Lutz, Rechtsanwältin)
Andere partij in de procedure: Europese Commissie
Conclusies
Rekwirant verzoekt het Hof:
|
— |
het arrest van het Gerecht (Vierde kamer) van 20 december 2023 in zaak T-587/22 te vernietigen, |
|
— |
het op klacht genomen besluit van de Europese Commissie van 25 maart 2022 nietig te verklaren, |
|
— |
de Europese Commissie te gelasten de in artikel 3, lid 4, tweede alinea, van verordening (EEG, EURATOM, EGKS) nr. 260/68 (1) bedoelde belastingvrijstelling, zoals die is vastgelegd in de conclusie nr. 222/04 van de hoofden van administratie (2), met terugwerkende kracht vanaf 1 augustus 2021 te blijven verlenen zolang aan de voorwaarden ervan is voldaan, |
|
— |
de uitgebleven betalingen overeenkomstig het Financieel Reglement te vermeerderen met rente, |
|
— |
de verwerende partij te verwijzen in de kosten. |
Middelen en voornaamste argumenten
Ter ondersteuning van zijn hogere voorziening voert rekwirant het hierna volgende aan.
|
1. |
Het Gerecht heeft het begrip „bezwarend besluit” van artikel 90, lid 2, van het Statuut van de ambtenaren en de Regeling welke van toepassing is op de andere personeelsleden van de Europese Economische Gemeenschap en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie (3) onjuist uitgelegd. |
|
2. |
Het Gerecht heeft het recht van rekwirant op behoorlijk bestuur volgens artikel 41 van het Handvest van de grondrechten geschonden, aangezien het niet heeft vastgesteld dat de Europese Commissie haar verplichting om besluiten te motiveren niet is nagekomen noch dat de Europese Commissie het recht om te worden gehoord alvorens een bezwarend besluit vast te stellen heeft geschonden.
|
(1) Verordening (EEG, Euratom, EGKS) nr. 260/68 van de Raad van 29 februari 1968 tot vaststelling van de voorwaarden en de wijze van heffing van de belasting ten bate van de Europese Gemeenschappen (PB 1968, L 56, blz. 8).
(2) Conclusie nr. 222/04 (SEC[2004]411) van het hoofd van de administratie van 7 april 2004.
(3) Statuut van de ambtenaren en de Regeling welke van toepassing is op de andere personeelsleden van de Europese Economische Gemeenschap en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie (PB 1962, L 45, blz. 1385).
ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2024/3586/oj
ISSN 1977-0995 (electronic edition)