Kies de experimentele functies die u wilt uitproberen

Dit document is overgenomen van EUR-Lex

Document 52023AE4861

Advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité over de richtlijn van het Europees Parlement en de Raad tot invoering van de Europese gehandicaptenkaart en de Europese parkeerkaart voor mensen met een handicap (COM(2023) 512 final — 2023/0311 (COD))

EESC 2023/04861

PB C, C/2024/1595, 5.3.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2024/1595/oj (BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, GA, HR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)

ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2024/1595/oj

European flag

Publicatieblad
van de Europese Unie

NL

Serie C


C/2024/1595

5.3.2024

Advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité over de richtlijn van het Europees Parlement en de Raad tot invoering van de Europese gehandicaptenkaart en de Europese parkeerkaart voor mensen met een handicap

(COM(2023) 512 final — 2023/0311 (COD))

(C/2024/1595)

Algemeen rapporteur:

Ioannis VARDAKASTANIS

Raadpleging

Raad: 28.9.2023

Europees Parlement: 19.10.2023

Rechtsgrond

Artikelen 91 en 304 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie

Bevoegde afdeling

Werkgelegenheid, Sociale Zaken en Burgerschap

Goedkeuring door de voltallige vergadering

14.12.2023

Zitting nr.

583

Stemuitslag

(voor/tegen/onthoudingen)

203/0/1

1.   Conclusies en aanbevelingen

1.1.

Het Europees Economisch en Sociaal Comité (EESC) juicht het voorstel van de Commissie voor een Europese gehandicaptenkaart en een Europese parkeerkaart toe. Dit vormt een eerste stap om in de EU tot vrij verkeer van personen met een handicap te komen, zoals het EESC in zijn advies van 27 april 2023 over de Europese gehandicaptenkaart heeft aanbevolen (1).

1.2.

Het EESC is ook ingenomen met het afzonderlijke Commissievoorstel, bedoeld om de richtlijn uit te breiden tot onderdanen van derde landen die legaal in een lidstaat verblijven (2). Dit is nodig om de Europese gehandicaptenkaart en de Europese parkeerkaart toegankelijk te maken voor personen die er behoefte aan hebben.

1.3.

Het EESC pleit ervoor om het toepassingsgebied van de voorgestelde richtlijn uit te breiden zodat gehandicaptenkaarten ook gebruikt kunnen worden om toegang te krijgen tot uitkeringen in het kader van sociaal overheidsbeleid en/of nationale socialezekerheidsstelsels wanneer een persoon met een handicap naar een lidstaat is verhuisd om te studeren of te werken, ten minste gedurende het hele proces waarin de handicap opnieuw wordt beoordeeld en gecertificeerd. Dit is noodzakelijk, want personen met een handicap die van de ene lidstaat naar de andere verhuizen, verliezen hun rechten op uitkeringen in verband met een handicap wanneer zij de grens oversteken. Het kan wel meer dan een jaar duren voordat de handicap in de nieuwe lidstaat opnieuw is beoordeeld, en in de tussentijd moeten betrokkenen het zonder enige erkenning of steun doen (artikel 2, lid 2).

1.4.

Voorts zou het EESC in de wet graag duidelijk vermeld zien dat de gehandicaptenkaart gratis is en op vrijwillige basis berust. De kaart mag niet rechtstreeks worden afgegeven, tenzij de persoon in kwestie hierom heeft verzocht of de Europese gehandicaptenkaart bijvoorbeeld is opgenomen in de nationale gehandicaptenkaart die voortvloeit uit de nationale beoordeling van de handicap. Ook moet de kaart gratis zijn, want als ervoor betaald moet worden, kan dat een extra belemmering vormen om de kaart aan te vragen.

1.5.

Bovendien mag nooit worden vereist dat de gehandicaptenkaart wordt getoond als bewijs van handicap voor diensten die worden verleend op grond van andere EU-wetgeving, zoals het recht op bijstand op luchthavens uit hoofde van Verordening (EG) nr. 1107/2006 van het Europees Parlement en de Raad (3) inzake de rechten van gehandicapten en personen met beperkte mobiliteit die per luchtvervoer reizen. Als het verplicht zou zijn een kaart te laten zien om van deze rechten gebruik te kunnen maken, kan dat stigmatiserend werken en kunnen bovendien ook personen die geen gehandicaptenkaart hebben, worden uitgesloten van bijstand die zij op luchthavens nodig hebben.

1.6.

Volgens het EESC zou er naast de invoering van de Europese parkeerkaart een aparte databank in alle EU-talen moeten worden opgezet met informatie over de bestaande toepasselijke parkeerregels, -voorwaarden en -ruimten zoals die op lokaal, regionaal of nationaal niveau zijn bepaald. De lidstaten moeten de nationale autoriteiten ook ondersteunen en stimuleren om de desbetreffende informatie voor gebruikers te uploaden en bij te werken (artikel 7).

1.7.

Daarnaast moeten op de Europese parkeerkaart de woorden “Europese parkeerkaart” in braille worden aangebracht in de afmetingen van de Marburgcode, zoals reeds het geval is voor de Europese gehandicaptenkaart. Hierdoor zal het voor blinden en slechtzienden gemakkelijker worden om de kaarten te onderscheiden en te herkennen (bijlage II).

1.8.

Het EESC stelt voor dat de wetgeving inzake de Europese gehandicaptenkaart voorziet in een volledig toegankelijke EU-website, met een gemakkelijk leesbare versie, beschikbaar in alle EU-talen inclusief gebarentalen, die praktische informatie over elk land bevat. Het moet hierbij gaan om informatie over de voorwaarden en regels, praktijken en procedures voor de afgifte, verlenging of intrekking van een Europese gehandicaptenkaart en een Europese parkeerkaart voor personen met een handicap, alsmede informatie over de diensten die onder artikel 2, lid 1, en artikel 9 vallen.

1.9.

Volgens het EESC zou in de tekst ook bepaald moeten worden dat de EU instaat voor de coördinatie van EU-brede en nationale bewustmakingscampagnes in alle EU-talen ten behoeve van het grote publiek, potentiële kaartgebruikers en dienstverleners (artikel 9).

1.10.

Het EESC beveelt de Commissie aan ervoor te zorgen dat de lidstaten voldoende financiële middelen krijgen om de kosten van de administratieve procedures, de fysieke afgifte van de kaart, de informatieverstrekking, de bewustmakingscampagne en andere gerelateerde kosten te dekken, teneinde de omzetting en implementatie van de richtlijn te faciliteren. De Commissie moet hiermee rekening houden bij het opstellen van het volgende meerjarig financieel kader (MFK) (artikel 9).

1.11.

Het EESC benadrukt dat het belangrijk is om de invoering van de Europese gehandicaptenkaart aan te vullen met zowel Europese als nationale maatregelen ter verbetering van de algemene toegankelijkheid van de bebouwde omgeving, vervoer, diensten en goederen, overeenkomstig Richtlijnen (EU) 2019/882 (4) en (EU) 2016/2102 (5), de verordeningen inzake de toegankelijkheid van het vervoer (6) en de bijbehorende toegankelijkheidsnormen.

1.12.

Tot slot wijst het EESC erop dat de EU-instellingen bij de ontwikkeling, invoering en latere evaluatie van de Europese gehandicaptenkaart nauw moeten samenwerken met personen met een handicap en met EU-, nationale, regionale en lokale organisaties die hen vertegenwoordigen. Deze organisaties moeten op zinvolle wijze worden betrokken, wat betekent dat zij de nodige middelen en informatie in toegankelijke vorm moeten krijgen om daadwerkelijk te kunnen participeren (artikelen 11 en 12).

2.   Algemene opmerkingen

2.1.

Ten eerste moet worden opgemerkt dat de Europese gehandicaptenkaart en de Europese parkeerkaart niet alle problemen rond het vrije verkeer van personen met een handicap zullen oplossen. De gehandicaptenkaart waarborgt in wezen de wederzijdse erkenning van handicaps voor personen met een handicap waar het gaat om alle diensten, faciliteiten en activiteiten voor kort verblijf in andere EU-lidstaten. Een belangrijke kwestie die het vrije verkeer van personen met een handicap belemmert, wordt met de voorgestelde richtlijn echter niet aangepakt, nl. het gebrek aan sociale bescherming dat permanente verhuizing naar een andere lidstaat in de weg staat. Het voorstel van de Commissie is daarom een eerste stap in de goede richting, maar het beoogde doel — het opheffen van de belemmeringen voor het vrije verkeer van personen met een handicap — wordt hiermee niet volledig gehaald.

2.2.

Dat neemt niet weg dat het EESC ingenomen is met het Commissievoorstel en met het feit dat het is gebaseerd op het beginsel van wederzijdse erkenning van de gehandicaptenstatus tussen de lidstaten om het vrije verkeer van personen met een handicap in de EU te vergemakkelijken. Dit beginsel garandeert dat personen met een handicap die een lidstaat bezoeken, toegang hebben tot dezelfde voordelen als houders van een nationale kaart.

2.3.

Het beginsel zal er ook voor zorgen dat personen met onzichtbare handicaps zich vrijer in de EU kunnen verplaatsen zonder dat zij de specifieke aard van hun handicap hoeven uit te leggen en zonder dat zij vragen krijgen over hun aanspraak op bijzondere voorwaarden of voorkeursbehandelingen.

2.4.

Voorts is het een goede zaak dat er een richtlijn wordt voorgesteld, want een richtlijn is bindende wetgeving en zal zorgen voor omzetting in nationaal recht.

2.5.

Er wordt gezorgd voor een breed toepassingsgebied, want het voorstel heeft betrekking op alle diensten die voor houders van een nationale gehandicaptenkaart beschikbaar zijn, in plaats van op een beperkte lijst diensten, zoals in het proefproject van de Commissie het geval was. Het is zaak om dit toepassingsgebied in de komende interinstitutionele onderhandelingen uit te breiden of in ieder geval te handhaven (zie paragraaf 1.3).

2.6.

Verder juicht het EESC het toe dat de gehandicaptenkaart en de parkeerkaart aparte kaarten blijven, al worden zij in één voorstel behandeld.

2.7.

De Europese gehandicaptenkaart moet bovendien de privacy eerbiedigen en mag geen gedetailleerde informatie bevatten over het soort handicap of het “niveau” ervan. De kaart moet volledig in overeenstemming zijn met de algemene verordening gegevensbescherming (7) (AVG) en moet de persoonsgegevens van de gebruiker beschermen. Personen die dit document gebruiken om toegang tot diensten en uitkeringen te krijgen, zijn immers vrijgesteld van de verplichting om informatie over persoonsgegevens te laten zien of te verstrekken, met name de beoordeling van de handicap en persoonlijke gezondheidsinformatie.

2.8.

Ook kan de Europese gehandicaptenkaart nationale gehandicaptenkaarten aanvullen, of volledig vervangen, naargelang de wens van de lidstaten.

2.9.

De Europese gehandicaptenkaart zal de samenwerking tussen de verschillende nationale autoriteiten en overheidsinstanties versterken om mensen bewuster te maken van vraagstukken rond handicaps. Daarnaast zal de kaart het gemakkelijker maken om diensten te verlenen aan personen met een handicap uit lidstaten die geen nationale gehandicaptenkaart hebben, want de kaart kan ook gebruikt worden op nationaal niveau als bewijs van handicap.

3.   Specifieke opmerkingen

3.1.

Het EESC beseft dat het Commissievoorstel over de gehandicaptenkaart in zijn huidige vorm gevallen van “omgekeerde discriminatie” kan veroorzaken doordat de beoordeling van de handicap en de criteria voor de verdeling van de gehandicaptenkaart onvoldoende zijn geharmoniseerd. De situatie kan zich bijvoorbeeld voordoen wanneer twee personen met dezelfde handicap uit twee verschillende lidstaten verschillend worden behandeld wanneer zij een derde lidstaat bezoeken. Uitgaande van de nationale beoordelings- en verdelingscriteria kan het zijn dat de ene persoon de gehandicaptenkaart heeft ontvangen en de andere niet. Dit probleem zit hem echter niet in het voorstel zelf, maar in het beginsel van wederzijdse erkenning van de gehandicaptenstatus, dat zijn beperkingen heeft.

3.2.

Deze beperkingen betekenen op dit moment niet dat de lidstaten dezelfde modellen moeten hanteren voor de beoordeling van de gehandicaptenstatus, maar zullen de lidstaten er wel toe dwingen hun huidige systeem te verbeteren op basis van voornamelijk een medische aanpak, zodat het beter aansluit bij het VN-Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap (UNCRPD). Met het voorstel wordt er ook op gewezen dat een EU-aanpak van de procedures voor de beoordeling van handicaps bevorderlijk kan zijn voor het erkennen van de noodzaak om het vrije verkeer te verbeteren.

3.3.

Hetzelfde geldt voor de overdraagbaarheid van socialezekerheidsuitkeringen, die door de Europese Commissie expliciet worden uitgesloten van het toepassingsgebied van de voorgestelde richtlijn. Het EESC beveelt echter aan om iets meer soepelheid te betrachten in het specifieke geval van verhuizing naar een andere lidstaat om er te gaan werken of studeren. Op lange termijn zal er voor deze kwestie een concretere oplossing moeten worden gevonden, aangezien het gebrek aan overdraagbaarheid van uitkeringen met betrekking tot handicaps nog steeds een van de grootste belemmeringen voor het vrije verkeer is en met de gehandicaptenkaart of de parkeerkaart niet zal worden aangepakt. Dit punt moet ter sprake komen bij de herziening van Verordening (EG) nr. 883/2004 van het Europees Parlement en de Raad (8) betreffende de coördinatie van de socialezekerheidsstelsels of in een afzonderlijk wetgevingsvoorstel.

Brussel, 14 december 2023.

De voorzitter van het Europees Economisch en Sociaal Comité

Oliver RÖPKE


(1)   PB C 228 van 29.6.2023, blz. 71.

(2)  COM(2023) 698 final.

(3)  Verordening (EG) nr. 1107/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 5 juli 2006 inzake de rechten van gehandicapten en personen met beperkte mobiliteit die per luchtvervoer reizen (PB L 204 van 26.7.2006, blz. 1).

(4)  Richtlijn (EU) 2019/882 van het Europees Parlement en de Raad van 17 april 2019 betreffende de toegankelijkheidsvoorschriften voor producten en diensten (PB L 151 van 7.6.2019, blz. 70).

(5)  Richtlijn (EU) 2016/2102 van het Europees Parlement en de Raad van 26 oktober 2016 inzake de toegankelijkheid van de websites en mobiele applicaties van overheidsinstanties (PB L 327 van 2.12.2016, blz. 1).

(6)   PB L 204 van 26.7.2006, blz. 1; PB L 46 van 17.2.2004, blz. 1; PB L 334 van 17.12.2010, blz. 1; PB L 163 van 25.6.2009, blz. 1; PB L 172 van 17.5.2021, blz. 1; PB L 356 van 12.12.2014, blz. 110; PB L 55 van 28.2.2011, blz. 1.

(7)  Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming) (PB L 119 van 4.5.2016, blz. 1).

(8)  Verordening (EG) nr. 883/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 betreffende de coördinatie van de socialezekerheidsstelsels (PB L 166 van 30.4.2004, blz. 1).


ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2024/1595/oj

ISSN 1977-0995 (electronic edition)


Naar boven