This document is an excerpt from the EUR-Lex website
De richtlijn bevat de minimumvoorschriften voor de beoordeling, de keuze en het juiste gebruik van persoonlijke beschermingsmiddelen (PBM)1 op het werk. Collectieve veiligheidsmaatregelen moeten voorrang hebben.
Een PBM moet in overeenstemming zijn met de desbetreffende EU-regels inzake gezondheid en veiligheid (zie Verordening (EU) 2016/425 — Zorgen voor veilige persoonlijke beschermingsmiddelen voor gebruikers) en met de voorwaarden van deze richtlijn. De werkgever moet de juiste uitrusting gratis ter beschikking stellen en ervoor zorgen dat deze goed functioneert en in hygiënische toestand verkeert.
Alvorens een PBM te kiezen moet de werkgever beoordelen in hoeverre die uitrusting beantwoordt aan de voorwaarden van de richtlijn. Dit omvat een analyse van de risico’s die niet met andere middelen vermeden kunnen worden en een omschrijving en een vergelijking van de vereiste kenmerken van de uitrusting.
De EU-landen moeten algemene regels invoeren voor het gebruik van PBM en/of regels betreffende de gevallen en situaties waarin de werkgever dergelijke middelen moet verschaffen. Van tevoren moeten de werkgevers- en werknemersorganisaties worden geraadpleegd. De bijlagen van de richtlijn bevatten informatie voor het opstellen van deze regels:
De werknemers moeten worden voorgelicht over alle maatregelen die moeten worden getroffen. De werknemers moeten worden geraadpleegd en hebben medezeggenschap omtrent de materies die onder deze richtlijn vallen.
Krachtens Richtlijn 89/391/EEG moeten technische aanpassingen van de bijlagen worden goedgekeurd door de Europese Commissie, die wordt bijgestaan door een comité bestaande uit vertegenwoordigers van de EU-landen.
In 2017 werd een evaluatie van de praktische toepassing van de richtlijn gepubliceerd.
De richtlijn is sinds van toepassing en moest voor in de EU-landen in nationaal recht worden omgezet.
Zie voor meer informatie:
Richtlijn 89/656/EEG van de Raad van betreffende de minimumvoorschriften inzake veiligheid en gezondheid voor het gebruik op het werk van persoonlijke beschermingsmiddelen door de werknemers (derde bijzondere richtlijn in de zin van artikel 16, lid 1, van Richtlijn 89/391/EEG) (PB L 393 van , blz. 18-28)
Achtereenvolgende wijzigingen aan Richtlijn 89/656/EEG werden in de basistekst opgenomen. Deze geconsolideerde versie is enkel van documentaire waarde.
laatste bijwerking