Choose the experimental features you want to try

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Natuurherstel

SAMENVATTING VAN:

Verordening (EU) 2024/1991 betreffende natuurherstel

WAT IS HET DOEL VAN DE VERORDENING?

Verordening (EU) 2024/1991 heeft tot doel:

De verordening streeft ernaar herstelmaatregelen te nemen om, als EU-doelstelling, tegen 2030 ten minste 20 % van het land en 20 % van de zeegebieden van de EU te bestrijken, en alle ecosystemen die tegen 2050 moeten worden hersteld.

KERNPUNTEN

Ecosysteemspecifieke hersteldoelstellingen en -verplichtingen voor EU-lidstaten

De verordening bevat hersteldoelstellingen en -verplichtingen die specifiek zijn voor:

  • terrestrische, kust- en zoetwaterhabitattypes en habitats van soorten in deze gebieden;
  • mariene habitats en habitats van mariene soorten;
  • stedelijke ecosystemen;
  • rivierconnectiviteit en overstromingsgebieden;
  • bestuivers;
  • landbouwecosystemen;
  • bosecosystemen.

De implementatie ervan moet ook bijdragen aan de toezegging om tegen 2030 op EU-niveau ten minste 3 miljard extra bomen te planten.

Voor terrestrische, kust- en zoetwaterhabitattypes opgenomen in bijlage I en voor mariene habitats opgenomen in bijlage II, moeten EU-lidstaten maatregelen nemen om:

  • gebieden van habitattypes die niet in goede staat verkeren, te verbeteren tot een goede staat, met streefcijfers voor 2030, 2040 en 2050;
  • opnieuw habitattypes tot stand te brengen in gebieden waar ze niet meer voorkomen;
  • gebieden te herstellen van habitats van soorten die onder de Vogelrichtlijn of de Habitatrichtlijn vallen en de in bijlage III vermelde mariene soorten om het voortbestaan van de soort op de lange termijn te waarborgen;
  • de kenniskloof over de verspreiding en de toestand van die habitats te dichten.

In deze habitattypes moeten de lidstaten ook:

  • maatregelen nemen om ervoor te zorgen dat gebieden die worden hersteld, blijven verbeteren totdat een goede staat is bereikt, en vervolgens niet aanzienlijk verslechteren zodra ze een goede staat hebben bereikt of, voor habitats van soorten, van voldoende kwaliteit zijn;
  • ernaar streven maatregelen te nemen om aanzienlijke verslechtering te voorkomen in gebieden met habitattypes die al in goede staat verkeren of die nodig zijn om de in artikel 4, lid 17, en artikel 5, lid 14, vastgestelde streefcijfers te halen.

In stedelijke ecosystemen moeten de lidstaten zorgen:

  • dat er geen nettoverlies is in het totale nationale gebied van stedelijke groene ruimte of van stedelijke boomkroonbedekking in stedelijke ecosysteemgebieden tegen 2030;
  • voor een stijgende trend in het totale nationale gebied van stedelijke groene ruimte na 2030 en, in elk stedelijk ecosysteemgebied, een stijgende trend van stedelijke boomkroonbedekking, totdat bevredigende niveaus zijn bereikt.

Om de natuurlijke connectiviteit van rivieren en de natuurlijke functies van de bijbehorende overstromingsgebieden te herstellen, moeten de lidstaten:

  • een inventaris opmaken van kunstmatige belemmeringen voor de connectiviteit van oppervlaktewateren en vaststellen welke belemmeringen moeten worden weggenomen om bij te dragen aan het herstel van habitats en habitats van soorten en ter verwezenlijking van de doelstelling op EU-niveau om tegen 2030 ten minste 25 000 km rivieren in vrij-stromende rivieren te herstellen;
  • belemmeringen wegnemen overeenkomstig hun nationale herstelplan, waarbij voorrang wordt gegeven aan verouderde belemmeringen;
  • aanvullende maatregelen implementeren om de natuurlijke functies van de bijbehorende overstromingsgebieden tegen 2050 te verbeteren;
  • ervoor zorgen dat de natuurlijke connectiviteit van rivieren en de natuurlijke functies van de bijbehorende overstromingsgebieden na herstel in stand worden gehouden.

Voor het herstel van bestuiverpopulaties moeten de lidstaten:

  • de diversiteit van bestuivers verbeteren en de achteruitgang van bestuiverpopulaties tegen 2030 omkeren;
  • na 2030 een stijgende trend van bestuiverpopulaties realiseren totdat er bevredigende niveaus zijn bereikt.

In landbouwecosystemen moeten de lidstaten maatregelen nemen om:

  • een stijgende trend te bereiken op nationaal niveau, totdat er bevredigende niveaus zijn bereikt, van ten minste twee van de volgende drie indicaties:
    • graslandvlinderindex,
    • voorraad organische koolstof in minerale akkerlandbodems,
    • aandeel van landbouwgrond met landschapselementen die een grote diversiteit hebben;
  • ervoor te zorgen dat de index van gewone akker- en weidevogels bepaalde niveaus bereikt;
  • drooggelegd veengebied dat momenteel in de landbouw wordt gebruikt, herstellen met ten minste 30 % tegen 2030 (waarvan ten minste een kwart moet worden vernat), 40 % tegen 2040 en 50 % tegen 2050 (waarvan ten minste een derde moet worden vernat).

In bosecosystemen moeten de lidstaten maatregelen nemen om:

  • een stijgende trend in de index van gewone bosvogels op nationaal niveau te bereiken totdat er bevredigende niveaus zijn bereikt;
  • een stijgende trend op nationaal niveau te bereiken, totdat er bevredigende niveaus zijn bereikt, van ten minste zes van de volgende zeven indicaties:
    • staand dood hout,
    • liggend dood hout,
    • het aandeel bossen met een leeftijdsongelijkmatige structuur,
    • bosconnectiviteit;
    • voorraad organische koolstof,
    • het aandeel bossen dat wordt gedomineerd door inheemse boomsoorten;
    • diversiteit van boomsoorten.

De verordening verplicht de lidstaten ook om bij de implementatie van de bovengenoemde doelstellingen en verplichtingen bij te dragen aan de toezegging op EU-niveau om tegen 2030 3 miljard extra bomen te planten.

Verschillende streefcijfers en verplichtingen omvatten de mogelijkheid voor de lidstaten om vrijstellingen en flexibiliteit toe te passen.

Nationale herstelplannen

  • De lidstaten moeten elk een nationaal herstelplan indienen bij de Europese Commissie en het plan publiceren, waarin wordt aangegeven hoe zij de doelstellingen zullen verwezenlijken.
  • De nationale herstelplannen moeten in 2032 en 2042 worden herzien en gereviseerd.

Bewaking en rapportage

  • De lidstaten moeten op gezette tijden toezicht houden op en verslag uitbrengen aan de Commissie over hun vorderingen bij de implementatie van de verplichtingen en de verwezenlijking van de doelstellingen van de verordening.
  • Het Europees Milieuagentschap zal de Commissie om de zes jaar een EU-breed technisch overzicht verstrekken met de vooruitgang die is geboekt bij het verwezenlijken van de doelstellingen en het nakomen van de verplichtingen.
  • Om de zes jaar brengt de Commissie verslag uit aan de Europees Parlement en aan de Raad van de Europese Unie over de tenuitvoerlegging van de verordening.

VANAF WANNEER IS DE VERORDENING VAN TOEPASSING?

De verordening is van toepassing sinds .

ACHTERGROND

Zie voor meer informatie:

BELANGRIJKSTE DOCUMENT

Verordening (EU) 2024/1991 van het Europees Parlement en de Raad van inzake natuurherstel en tot wijziging van Verordening (EU) 2022/869 (PB L, 2024/1991, ).

laatste update

Top