Choose the experimental features you want to try

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Rechtsbijstand in strafprocedures

SAMENVATTING VAN:

Richtlijn (EU) 2016/1919 betreffende het waarborgen van rechtsbijstand voor verdachten en beklaagden in strafprocedures

WAT IS HET DOEL VAN DEZE RICHTLIJN?

De richtlijn voorziet in gemeenschappelijke minimumnormen met betrekking tot het recht op rechtsbijstand1 in strafprocedures in de hele Europese Unie (EU).

Ze stelt duidelijke criteria vast voor de toekenning van rechtsbijstand, kwaliteitsnormen en rechtsmiddelen in geval van inbreuk.

Ze vormt een aanvulling op de EU-regels inzake de toegang tot een advocaat en procedurele waarborgen voor kinderen die van misdrijven worden verdacht of beschuldigd, en laat de rechten die daarin zijn vastgelegd, onverlet.

KERNPUNTEN

Toepassingsgebied

De regels zijn van toepassing op:

  • verdachten en beklaagden in strafprocedures:
    • van wie de vrijheid is ontnomen;
    • die dienen te worden bijgestaan door een advocaat overeenkomstig het EU- of het nationale recht, en zich dat niet kunnen veroorloven, of
    • van wie wordt verlangd of aan wie wordt toegestaan aanwezig te zijn bij een onderzoekshandeling of een handeling voor het vergaren van bewijsmateriaal, die ten minste het volgende omvat: meervoudige confrontaties (een rij mensen, waaronder een persoon die wordt verondersteld een misdrijf te hebben gepleegd, die aan een getuige ter identificatie worden getoond), confrontaties, reconstructies van de plaats van een delict, en
  • personen tegen wie een Europees aanhoudingsbevel (EAB) is uitgevaardigd.

Zij gelden voor alle EU-burgers en voor alle EU-landen behalve Denemarken, Ierland en het Verenigd Koninkrijk (1).

Het recht op rechtsbijstand in strafprocedures

EU-landen:

  • moeten ervoor zorgen dat verdachte en beklaagde personen die niet over toereikende financiële middelen beschikken om de bijstand van een advocaat te betalen, recht hebben op rechtsbijstand wanneer de belangen van een behoorlijke rechtspleging dit eisen;
  • kunnen verschillende toetsen uitvoeren om te bepalen of rechtsbijstand wordt verleend:
    • een draagkrachttoets (op basis van de middelen van de betrokkene, met inbegrip van inkomen en vermogen), en/of
    • een gegrondheidstoets (gebaseerd op de noodzaak om in de omstandigheden van de zaak de daadwerkelijke toegang tot de rechter te waarborgen);
  • moet voldoen aan de criteria die zijn vastgesteld om deze toetsen vast te stellen, met name dat de verdienste wordt geacht te bestaan wanneer de persoon voor een rechtbank wordt gebracht voor een beslissing over detentie en tijdens de detentie;
  • moet zonder onnodige vertraging rechtsbijstand verlenenuiterlijkvoordat de betrokkene wordt ondervraagd door de politie, een andere wetshandhavingsautoriteit of een gerechtelijke autoriteit, of voordat de specifieke onderzoeks- of bewijsverzamelingshandelingen worden verricht.

Het recht op rechtsbijstand in EAB-procedures

Gevraagde personen3 hebben recht op rechtsbijstand:

  • van het uitvoerende EU-land2, bij aanhouding totdat zij worden overgedragen aan het uitvaardigende EU-land4 of totdat de beslissing om hen niet over te leveren definitief wordt;
  • van het uitvaardigende land, wanneer zij gebruikmaken van hun recht om in het uitvaardigende land een advocaat aan te wijzen om de advocaat in het uitvoerende land bij te staan overeenkomstig de EU-regels inzake het recht op toegang tot een advocaat, voor zover rechtsbijstand noodzakelijk is om de daadwerkelijke toegang tot de rechter te waarborgen.

Dit recht kan worden onderworpen aan een draagkrachttoets op grond van dezelfde criteria als voor strafrechtelijke procedures.

Besluitvorming, rechtsmiddelen en kwetsbare personen

Verdachten, beklaagden en gezochte personen moeten:

  • schriftelijk op de hoogte worden gebracht indien hun verzoek om rechtsbijstand wordt afgewezen;
  • beschikken op grond van het nationale recht over een doeltreffende voorziening in rechte in gevallen waarin hun uit deze richtlijn voortvloeiende rechten zijn geschonden;
  • zien dat er rekening wordt gehouden met hun specifieke behoeften als zij kwetsbaar zijn.

VANAF WANNEER IS DE RICHTLIJN VAN TOEPASSING?

De richtlijn is sinds van toepassing en moet vóór in de EU-landen in nationale wetgeving worden omgezet.

ACHTERGROND

Deze richtlijn is het zesde en laatste van een pakket juridische instrumenten dat is aangenomen in overeenstemming met de in 2009 gepubliceerde EU-routekaart ter versterking van de procedurele rechten van verdachten of beklaagden in strafprocedures.

Ga voor meer informatie naar:

KERNBEGRIPPEN

  1. Rechtsbijstand: in het kader van deze richtlijn, financiering door een EU-land om een advocaat ter beschikking te stellen, waardoor personen die niet over de middelen beschikken om de proceskosten te dekken, toegang krijgen tot een advocaat.
  2. Gevraagde persoon: in het kader van een aanhoudingsbevel, de persoon die wordt gezocht met het oog op strafvervolging of een vrijheidsstraf en om wiens aanhouding en overlevering aan een ander land wordt verzocht.
  3. Uitvoerend land: in het kader van een aanhoudingsbevel, het land dat door een ander land wordt verzocht een persoon aan te houden en over te leveren met het oog op strafvervolging of een vrijheidsstraf.
  4. Uitvaardigend land: in het kader van een aanhoudingsbevel, het land dat door een ander land wordt verzocht een persoon aan te houden en over te leveren met het oog op strafvervolging of een vrijheidsstraf.

BELANGRIJKSTE DOCUMENT

Richtlijn (EU) 2016/1919 van het Europees Parlement en de Raad van betreffende rechtsbijstand voor verdachten en beklaagden in strafprocedures en voor gezochte personen in procedures ter uitvoering van een Europees aanhoudingsbevel (PB L 297 van , blz. 1-8)

Achtereenvolgende wijzigingen aan Richtlijn (EU) 2016/1919 werden in de basistekst opgenomen. Deze geconsolideerde versie is enkel van documentaire waarde.

laatste bijwerking

(1) Vanaf is het Verenigd Koninkrijk geen EU-lid meer.

Top