This document is an excerpt from the EUR-Lex website
Het audiovisueel beleid van de Europese Unie (EU) is gebaseerd op een verscheidenheid van juridische grondslagen in het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, waarvan de regels inzake de vrijheid van vestiging en het vrij verrichten van diensten de belangrijkste zijn, naast artikel 167 inzake cultuur en culturele samenwerking en artikel 173 inzake de industrie van de EU. Andere EU-regels zoals die inzake concurrentie, staatsteun en de openbaredienstverplichtingen hebben ook grote invloed op de sector.
Een hoofdaspect van de EU-actie was de oprichting van een Europese interne markt voor audiovisuele diensten. De richtlijn audiovisuele mediadiensten van 2010 biedt een kader om het vrije verkeer, de productie en de distributie van Europese televisieprogramma’s en video op verzoek (VOD) te bevorderen. Door de herziening van de richtlijn in 2018 werd gezorgd voor meer gelijke concurrentievoorwaarden voor omroeporganisaties, aanbieders van VOD en platforms voor het delen van video’s, en werd de bevordering van culturele verscheidenheid versterkt.
In 2020 heeft de Europese Commissie een actieplan vastgesteld ter ondersteuning van het herstel en de transformatie van de sectoren media en audiovisuele media.
Het programma Creatief Europa (2021-2027) is gericht op het versterken van de Europese culturele verscheidenheid en het verbeteren van het concurrentievermogen en het economische potentieel van de culturele en creatieve sectoren, in het bijzonder de audiovisuele sector.