EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 52006PC0710

Voorstel voor een verordening van de Raad betreffende beperkende maatregelen ten aanzien van de Democratische Volksrepubliek Korea

/* COM/2006/0710 def. */

52006PC0710

Voorstel voor een verordening van de Raad betreffende beperkende maatregelen ten aanzien van de Democratische Volksrepubliek Korea /* COM/2006/0710 def. */


[pic] | COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN |

Brussel, 15.11.2006

COM(2006)710 definitief

Voorstel voor een

VERORDENING VAN DE RAAD

betreffende beperkende maatregelen ten aanzien van de Democratische Volksrepubliek Korea

(door de Commissie ingediend)

TOELICHTING

1. Op 14 oktober 2006 hechtte de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties, uit hoofde van hoofdstuk VII van het Handvest van de Verenigde Naties, goedkeuring aan Resolutie 1718 (2006) waarin de atoomproef die de Democratische Volkrepubliek Korea (hierna Noord-Korea genoemd) op 9 oktober 2006 had uitgevoerd, werd veroordeeld. De Veiligheidsraad van de Verenigde Naties besloot tot toepassing door alle leden van de Verenigde Naties van de volgende beperkende maatregelen tegen Noord-Korea:

a) een verbod op de export van gevoelige goederen en technologie die zouden kunnen bijdragen tot de programma's van Noord-Korea in verband met kernwapens, ballistische raketten of andere massavernietingswapens, en op daarmee verband houdende dienstverleningen,

b) een verbod op de aanschaf van gevoelige goederen en technologie uit Noord-Korea,

c) een verbod op de export van luxegoederen,

d) bevriezing van de tegoeden en economische middelen van personen, entiteiten en lichamen die betrokken zijn bij of steun verlenen aan de genoemde programma's van Noord-Korea, en

e) beperkende maatregelen voor de toegang van personen die in Noord-Korea beleidsverantwoordelijkheid dragen voor de programma's in verband met kernwapens, ballistische raketten of andere massavernietingswapens, en hun gezinsleden.

Behalve de lijst van luxegoederen, zullen de lijsten van goederen, personen, entiteiten en lichamen waarop de beperkende maatregelen van toepassing zijn, door de Verenigde Naties worden opgesteld.

2. Om Resolutie 1718 (2006) van de VN-Veiligheidsraad ten uitvoer te leggen, werkt de Raad momenteel aan Gemeenschappelijk Standpunt 2006/…/GBVB. Dit standpunt voorziet in actie van de Gemeenschap om bepaalde beperkende maatregelen ten uitvoer te leggen.

3. De beperkende maatregelen inzake gevoelige goederen en technologie, luxegoederen en de bevriezing van tegoeden en economische middelen vallen binnen de werkingssfeer van het Verdrag en kunnen op basis van de bestaande communautaire wetgeving niet in voldoende mate worden toegepast.

4. De lidstaten kunnen de beperkende maatregelen voor de toegang van personen toepassen op basis van de bestaande wetgeving, met inbegrip van Verordening (EG) nr. 539/2001 tot vaststelling van de lijst van derde landen waarvan de onderdanen bij overschrijding van de buitengrenzen in het bezit moeten zijn van een visum en de lijst van derde landen waarvan de onderdanen van die plicht zijn vrijgesteld.

5. De Commissie stelt daarom voor alle beperkende maatregelen van Resolutie 1718 (2006) van de VN-Veiligheidsraad, met uitzondering van de beperkende maatregelen voor de toegang van personen, ten uitvoer te leggen bij wege van een nieuwe verordening van de Raad.

Voorstel voor een

VERORDENING VAN DE RAAD

betreffende beperkende maatregelen ten aanzien van de Democratische Volksrepubliek Korea

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, en met name op de artikelen 60 en 301,

Gelet op Gemeenschappelijk Standpunt 2006/[…]/GBVB van […] november 2006 betreffende beperkende maatregelen ten aanzien van de Democratische Volksrepubliek Korea[1],

Gezien het voorstel van de Commissie,

Overwegende hetgeen volgt:

(1) Op 14 oktober 2006 hechtte de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties goedkeuring aan Resolutie 1718 (2006) waarin de atoomproef die de Democratische Volkrepubliek Korea (hierna Noord-Korea genoemd) op 9 oktober 2006 had uitgevoerd, werd veroordeeld. In de overtuiging dat er een duidelijke bedreiging bestaat van de internationale vrede en veiligheid, besloot de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties tot toepassing door alle leden van de Verenigde Naties van een reeks maatregelen.

(2) Gemeenschappelijk Standpunt 2006/[…]/GBVB voorziet in de tenuitvoerlegging van de beperkende maatregelen van Resolutie 1718 (2006) en meer bepaald in een verbod op de export van gevoelige goederen en technologie die zouden kunnen bijdragen tot de programma's van Noord-Korea in verband met kernwapens, ballistische raketten of andere massavernietingswapens, en op daarmee verband houdende dienstverleningen, een verbod op de aanschaf van gevoelige goederen en technologie uit Noord-Korea, een verbod op de export van luxegoederen, en bevriezing van de tegoeden en economische middelen van personen, entiteiten en lichamen die betrokken zijn bij of steun verlenen aan de genoemde programma's van Noord-Korea.

(3) Deze maatregelen vallen binnen de werkingssfeer van het Verdrag; om te garanderen dat zij in alle lidstaten door de marktdeelnemers uniform worden toegepast, is derhalve communautaire wetgeving nodig voor de tenuitvoerlegging ervan voorzover het de Gemeenschap betreft. Voor de toepassing van deze verordening wordt het grondgebied van de Gemeenschap geacht het gehele grondgebied te omvatten van alle lidstaten waarop het Verdrag van toepassing is, onder de in het Verdrag bepaalde voorwaarden.

(4) Wat de export naar en de import uit Noord-Korea betreft, heeft deze verordening voorrang op de bestaande wetgeving die voorziet in algemene voorschriften voor export naar en import uit derde landen, en met name op Verordening (EG) nr. 1334/2000 van de Raad van 22 juni 2000 tot instelling van een communautaire regeling voor controle op de uitvoer van producten en technologie voor tweeërlei gebruik[2].

(5) Het is aangewezen de procedure te verduidelijken die moet worden gevolgd voor de goedkeuring van de export van gevoelige goederen en technologie en de verlening van daamee verband houdende technische bijstand.

(6) Om praktische redenen is het wenselijk dat de Commissie wordt gemachtigd om de lijst te publiceren van gevoelige goederen en technologie die zal worden goedgekeurd door het Sanctiecomité of door de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties en zonodig daaraan de referentienummers toe te voegen van de Gecombineerde Nomenclatuur als bedoeld in bijlage I bij Verordening (EEG) nr. 2658/87 van de Raad van 23 juli 1987 met betrekking tot de tarief- en statistieknomenclatuur en het gemeenschappelijk douanetarief[3].

(7) Het is tevens wenselijk dat de Commissie wordt gemachtigd indien nodig de lijst van luxegoederen te wijzigen in het licht van een definitie of van richtsnoeren die het Sanctiecomité eventueel uitvaardigt om de tenuitvoerlegging van de beperkende maatregelen met betrekking tot luxegoederen te vergemakkelijken, of om de belangen van de Gemeenschap te beschermen, daarbij rekening houdend met de lijsten van luxegoederen die door andere bevoegde instanties zijn opgesteld.

(8) Om praktische redenen is het tevens wenselijk dat de Commissie wordt gemachtigd de lijst te wijzigen van personen, entiteiten en lichamen wier tegoeden en economische middelen moeten worden bevroren.

(9) De lidstaten stellen de op te leggen sancties vast voor overtredingen van de bepalingen van deze verordening. Deze sancties moeten doeltreffend, evenredig en afschrikkend zijn.

(10) Teneinde de effectiviteit van de maatregelen waarin deze verordening voorziet te waarborgen, dient deze verordening onmiddellijk in werking te treden,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:

1. 'Sanctiecomité': het comité van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties dat bij punt 12 van Resolutie 1718 (2006) van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties is ingesteld;

2. 'Noord-Korea': de Democratische Volksrepubliek Korea;

3. 'technische bijstand': alle technische steun in verband met reparaties, ontwikkeling, vervaardiging, assemblage, beproeving, onderhoud of enige andere technische dienstverlening; technische bijstand kan worden verleend in de vorm van instructies, advies, opleiding, overdracht van praktische kennis of vaardigheden of adviesdiensten; met inbegrip van mondelinge vormen van bijstand;

4. 'tegoeden': financiële activa en economische voordelen van enigerlei aard, met inbegrip van, maar niet beperkt tot:

(a) contanten, cheques, geldvorderingen, wissels, postwissels en andere betaalmiddelen;

(b) deposito's bij financiële instellingen of andere entiteiten, saldo's op rekeningen, schulden en schuldbewijzen;

(c) in het openbaar en onderhands verhandelde waardepapieren en schuldbewijzen, inclusief aandelen, certificaten van waardepapieren, obligaties, promesses, warrants, schuldbekentenissen en derivatencontracten;

(d) rente, dividenden of andere inkomsten over of waarde voortkomende uit of gegenereerd door activa;

(e) krediet, recht op compensatie, garanties, uitvoeringsgaranties of andere financiële verplichtingen;

(f) kredietbrieven, cognossementen, koopbrieven; en

(g) bewijsstukken van een belang in fondsen of financiële middelen;

5. 'bevriezing van tegoeden': het voorkomen van het op enigerlei wijze muteren, overmaken, corrigeren en gebruiken van, toegang verschaffen tot of omgaan met tegoeden met als gevolg wijzigingen van hun omvang, bedrag, locatie, eigenaar, bezit, onderscheidende kenmerken, bestemming of verdere wijzigingen waardoor het gebruik van bedoelde tegoeden, inclusief het beheer van een beleggingsportefeuille, mogelijk zou worden gemaakt;

6. 'economische middelen': activa van enigerlei aard, materieel of immaterieel, roerend of onroerend, die geen tegoeden zijn, maar kunnen worden gebruikt om tegoeden, goederen of diensten te verkrijgen;

7. 'bevriezing van economische middelen': het voorkomen van het gebruiken van economische middelen om op enigerlei wijze tegoeden, goederen of diensten te verkrijgen, inclusief, maar niet daartoe beperkt, door deze te verkopen, te verhuren of te verhypothekeren;

8. 'grondgebied van de Gemeenschap': het grondgebied van alle lidstaten waarop het Verdrag van toepassing is, onder de in het Verdrag bepaalde voorwaarden.

Artikel 2

1. Het volgende is verboden:

(a) het direct of indirect verkopen, leveren, overdragen aan of exporteren naar natuurlijke personen of rechtspersonen, entiteiten of lichamen in of voor gebruik in Noord-Korea, of een om het even waar gevestigde diplomatieke vertegenwoordiging van Noord-Korea, van de in bijlage I genoemde gevoelige goederen en technologie, met inbegrip van computerprogrammatuur, ongeacht of die goederen van oorsprong zijn uit de Gemeenschap;

(b) het bewust en opzettelijk deelnemen aan activiteiten die ertoe strekken of die tot gevolg hebben dat de onder a) bedoelde verbodsbepaling wordt omzeild.

2. Bijlage I omvat het volgende:

(a) tanks, gepantserde gevechtsvoertuigen, zware artilleriesystemen, gevechtsvliegtuigen, aanvalshelikopters, oorlogsschepen, raketten of raketsystemen, als omschreven ten behoeve van het VN-register van Conventionele Wapens;

(b) enig met de goederen in punt a) verwant materieel of artikel, waaronder onderdelen en programmatuur, als bepaald door het Sanctiecomité of de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties; en

(c) enig ander artikel, of materieel, uitrusting, goederen en technologie, met inbegrip van programmatuur, die zouden kunnen bijdragen tot de programma's van Noord-Korea in verband met kernwapens, ballistische raketten of andere massavernietingswapens, als bepaald door het Sanctiecomité of de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties.

3. Het is verboden gevoelige goederen en technologie als genoemd in bijlage I aan te schaffen, in te voeren of te vervoeren, indien het betrokken artikel uit Noord-Korea afkomstig is, of ervan bekend is dat het zich op enig tijdstip op het grondgebied van Noord-Korea heeft bevonden.

4. Lid 3 is niet van toepassing op wegtransportdiensten die binnen het grondgebied van Noord-Korea worden aangeboden.

Artikel 3

Het volgende is verboden:

(a) het direct of indirect verlenen van technische bijstand in verband met gevoelige goederen en technologie als genoemd in bijlage I, en het leveren, vervaardigen, onderhouden en gebruiken van goederen als bedoeld in bijlage I, ten behoeve van natuurlijke personen of rechtspersonen, entiteiten of lichamen in of voor gebruik in Noord-Korea, of een om het even waar gevestigde diplomatieke vertegenwoordiging van Noord-Korea;

(b) het direct of indirect verlenen van financiering of financiële bijstand in verband met gevoelige goederen en technologie als genoemd in bijlage I, met inbegrip van subsidies, leningen en exportkredietverzekering, voor de verkoop, levering, overdracht of uitvoer van deze goederen, of voor de verlening van daarmee verband houdende technische bijstand, ten behoeve van natuurlijke personen of rechtspersonen, entiteiten of lichamen in of voor gebruik in Noord-Korea, of een om het even waar gevestigde diplomatieke vertegenwoordiging van Noord-Korea;

(c) het bewust en opzettelijk deelnemen aan activiteiten die ertoe strekken of die tot gevolg hebben dat de onder a) of b) bedoelde verbodsbepalingen worden omzeild.

Artikel 4

1. Indien in een bijzonder geval een afwijking van artikel 2, lid 1, of van artikel 3, onder a), noodzakelijk wordt geacht, kan de betrokken verkoper, leverancier, vervoerder, exporteur of dienstverlener bij de bevoegde autoriteiten van een lidstaat als genoemd in bijlage II daartoe een naar behoren gemotiveerd verzoek indienen. De lidstaat die het verzoek ontvangt, dient daarop, indien hij de afwijking gegrond acht, bij de VN-Veiligheidsraad een verzoek in voor een specifieke toelating.

2. De relevante bevoegde autoriteit stelt de andere lidstaten en de Commissie in kennis van elk verzoek tot toelating dat overeenkomstig lid 1 bij de VN-veiligheidsraad wordt ingediend.

3. De bevoegde autoriteiten van de lidstaten die in bijlage II zijn opgesomd, kunnen de verkoop, de levering, het vervoer, de uitvoer of de verlening van technische bijstand, onder voorwaarden die zij passend achten, toestaan, indien de VN-Veiligheidsraad het verzoek voor een specifieke toelating heeft goedgekeurd.

Artikel 5

Het volgende is verboden:

(a) het direct of indirect verkopen, leveren, overdragen aan of exporteren naar natuurlijke personen of rechtspersonen, entiteiten of lichamen in of voor gebruik in Noord-Korea, of een om het even waar gevestigde diplomatieke vertegenwoordiging van Noord-Korea, van de in bijlage III genoemde luxegoederen.

(b) het bewust en opzettelijk deelnemen aan activiteiten die ertoe strekken of die tot gevolg hebben dat de onder a) bedoelde verbodsbepaling wordt omzeild.

Artikel 6

1. Alle tegoeden en economische middelen die toebehoren aan, eigendom zijn van, in het bezit zijn of onder controle staan van de personen, entiteiten en lichamen die in bijlage IV zijn vermeld, worden bevroren. Bijlage IV omvat alle personen, entiteiten en lichamen die door het Sanctiecomité of de VN-veiligheidsraad worden aangemerkt als

(a) betrokken bij of steun verlenend aan de programma's van Noord-Korea in verband met kernwapens, ballistische raketten of andere massavernietingswapens, of

(b) optredend namens of in opdracht van dergelijke personen, entiteiten of lichamen.

2. Er worden geen tegoeden of economische middelen direct of indirect ter beschikking gesteld aan of ten behoeve van de in bijlage IV genoemde natuurlijke of rechtspersonen, entiteiten of lichamen.

3. Het is verboden bewust en opzettelijk deel te nemen aan activiteiten die tot doel of tot gevolg hebben de in de leden 1 en 2 bedoelde maatregelen direct of indirect te omzeilen.

Artikel 7

1. In afwijking van artikel 6 kunnen de in bijlage II genoemde bevoegde autoriteiten van de lidstaten, onder voorwaarden die zij passend achten, toestemming geven voor de vrijgave of de beschikbaarstelling van bepaalde bevroren tegoeden of economische middelen, indien zij hebben vastgesteld dat de betrokken tegoeden of economische middelen:

(a) noodzakelijk zijn voor het dekken van uitgaven voor de basisbehoeften van de in bijlage III genoemde personen en de leden van hun gezin die van hen afhankelijk zijn; zoals betalingen voor levensmiddelen, huur of hypotheeklasten, geneesmiddelen of medische behandelingen, belastingen, verzekeringspremies en openbare voorzieningen;

(b) uitsluitend bestemd zijn voor de betaling van redelijke honoraria en de vergoeding van gemaakte kosten in verband met de verlening van juridische diensten; of

(c) uitsluitend bestemd zijn voor de betaling van honoraria of kosten voor het loutere houden of beheren van bevroren tegoeden of economische middelen; en

op voorwaarde dat de betrokken lidstaat het Sanctiecomité in kennis heeft gesteld van deze vaststelling en van zijn voornemen deze toestemming te verlenen, en het Sanctiecomité binnen vijf werkdagen na de kennisgeving daartegen geen bezwaar heeft geuit.

2. In afwijking van artikel 6 mogen de in bijlage II vermelde bevoegde autoriteiten van de lidstaten toestemming geven voor de vrijgave of de beschikbaarstelling van bepaalde bevroren tegoeden of economische middelen, indien zij hebben vastgesteld dat de betrokken tegoeden of economische middelen nodig zijn voor de betaling van buitengewone kosten, mits de betrokken bevoegde autoriteiten die vaststelling hebben bekendgemaakt aan het Sanctiecomité, en het Sanctiecomité die vaststelling heeft goedgekeurd.

3. De betrokken bevoegde autoriteit stelt de bevoegde autoriteiten van de andere lidstaten en de Commissie in kennis van elke op grond van de leden 1 en 2 verleende toestemming.

Artikel 8

In afwijking van artikel 6 kunnen de in bijlage II genoemde bevoegde autoriteiten van de lidstaten toestemming geven voor de vrijgave van bepaalde bevroren tegoeden of economische middelen indien aan de volgende voorwaarden is voldaan:

(a) de tegoeden of economische middelen zijn vóór 14 oktober 2006 in een gerechtelijk, administratief of scheidsrechterlijk onderpand gegeven of er is vóór die datum een gerechtelijke, administratieve of scheidsrechterlijke uitspraak over gedaan;

(b) de tegoeden of economische middelen zullen uitsluitend worden aangewend om te voldoen aan vorderingen die door een dergelijk onderpand zijn gewaarborgd of door een dergelijke uitspraak geldig zijn verklaard, overeenkomstig de wetten en reglementen tot vaststelling van de rechten van de personen die titularis zijn van dergelijke vorderingen;

(c) het onderpand of de gerechtelijke uitspraak is niet ten behoeve van een persoon, entiteit of lichaam genoemd in bijlage IV;

(d) de erkenning van het onderpand of van de uitspraak is niet in strijd met de openbare orde van de betrokken lidstaat;

(e) het onderpand of de uitspraak is door de lidstaat bekendgemaakt aan het Sanctiecomité.

Artikel 9

1. Artikel 6, lid 2, vormt geen belemmering voor de creditering van bevroren rekeningen door financiële instellingen of kredietinstellingen in de Gemeenschap die tegoeden ontvangen die door derden naar de rekening van een op de lijst voorkomende natuurlijke of rechtspersoon, entiteit of lichaam zijn overgemaakt, op voorwaarde dat de bijgeboekte bedragen eveneens worden bevroren. De financiële instelling of kredietinstelling brengt de bevoegde autoriteiten onverwijld op de hoogte van dergelijke verrichtingen.

2. Artikel 6, lid 2, is niet van toepassing op de bijboeking op bevroren rekeningen van rente of andere inkomsten, mits deze rente of andere inkomsten overeenkomstig artikel 6, lid 1, worden bevroren.

Artikel 10

1. Onverminderd de geldende regels inzake rapportage, vertrouwelijkheid en beroepsgeheim moeten natuurlijke en rechtspersonen, entiteiten en lichamen:

(a) alle informatie die de naleving van deze verordening vergemakkelijkt, zoals rekeningen en bedragen die overeenkomstig artikel 6 zijn bevroren, onverwijld verstrekken aan de in bijlage IV genoemde bevoegde autoriteiten van de lidstaten waar zij hun woonplaats hebben of waar zij gevestigd zijn, en deze informatie, direct of via deze bevoegde autoriteiten, aan de Commissie doorgeven;

(b) bij de verificatie van deze informatie samenwerken met de in bijlage II genoemde bevoegde autoriteiten.

2. Alle direct door de Commissie ontvangen aanvullende informatie wordt ter beschikking gesteld van de bevoegde autoriteiten van de betrokken lidstaat.

3. Alle overeenkomstig dit artikel verstrekte of ontvangen informatie wordt uitsluitend gebruikt voor de doeleinden waarvoor de informatie werd verstrekt of ontvangen.

Artikel 11

De bevriezing van tegoeden of economische middelen of de weigering om tegoeden of economische middelen beschikbaar te stellen, die plaatsvindt in het vertrouwen dat die maatregel in overeenstemming met deze verordening is, mag geen aanleiding geven tot enigerlei aansprakelijkheid van de natuurlijke of rechtspersoon of de entiteit die, dan wel van het lichaam dat deze maatregel uitvoert, of van de directeuren of werknemers daarvan, tenzij het bewijs wordt geleverd dat de tegoeden en economische middelen als gevolg van nalatigheid zijn bevroren.

Artikel 12

De Commissie en de lidstaten stellen elkaar onverwijld in kennis van de krachtens deze verordening getroffen maatregelen en wisselen onderling alle andere voor deze verordening relevante informatie waarover zij beschikken uit, met name betreffende inbreuken, handhavingsproblemen en uitspraken van nationale rechtbanken.

Artikel 13

De Commissie wordt gemachtigd:

(a) bijlage I op basis van de vaststellingen van het Sanctiecomité of de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties te wijzigen, en zonodig daaraan de referentienummers toe te voegen van de Gecombineerde Nomenclatuur als bedoeld in bijlage I bij Verordening (EEG) nr. 2658/87 van de Raad van 23 juli 1987 met betrekking tot de tarief- en statistieknomenclatuur en het gemeenschappelijk douanetarief;

(b) bijlage II te wijzigen op basis van door de lidstaten verstrekte informatie;

(c) bijlage III te wijzigen met het oog op een verfijning of aanpassing van de lijst van de daarin opgenomen goederen, in het licht van een definitie of van richtsnoeren die het Sanctiecomité eventueel uitvaardigt en rekening houdend met de lijsten die door andere bevoegde instanties zijn opgesteld, of daaraan de referentienummers toe te voegen van de Gecombineerde Nomenclatuur als bedoeld in bijlage I bij Verordening (EEG) nr. 2658/87 van de Raad; en

(d) bijlage IV te wijzigen op basis van de vaststellingen van het Sanctiecomité of de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties.

Artikel 14

1. De lidstaten stellen regels vast inzake de sancties die van toepassing zijn op overtreding van de bepalingen van deze verordening, en nemen alle nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat deze worden toegepast. De sancties moeten doeltreffend, evenredig en afschrikkend zijn.

2. De lidstaten stellen de Commissie na de inwerkingtreding van deze verordening onverwijld in kennis van die regels en stellen haar op de hoogte van eventuele wijzigingen.

Artikel 15

Deze verordening is van toepassing:

(a) op het grondgebied van de Gemeenschap, met inbegrip van haar luchtruim;

(b) aan boord van vlieg- of vaartuigen die onder de rechtsbevoegdheid van een lidstaat vallen;

(c) op alle zich op of buiten het grondgebied van de Gemeenschap bevindende natuurlijke personen die onderdaan van een lidstaat zijn;

(d) op alle volgens het recht van een lidstaat erkende of opgerichte rechtspersonen, entiteiten of lichamen;

(e) op alle rechtspersonen, entiteiten of lichamen ten aanzien van alle geheel of gedeeltelijk binnen de Gemeenschap verrichte zakelijke transacties.

Artikel 16

Deze verordening treedt in werking op de dag van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie .

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, […]

Voor de Raad

De voorzitter

BIJLAGE I

Goederen en technologie als bedoeld in artikel 2

A. Goederen

1. Gevechtstanks, d.w.z. gemotoriseerde gepantserde gevechtsvoertuigen met rupsbanden of op wielen met een aanzienlijke mobiliteit op ongebaande wegen en een grote mate van zelfbescherming, met een leeggewicht van ten minste 16,5 ton, voorzien van een hoofdgeschut met hoge mondingssnelheid, capaciteit voor direct vuur en een kaliber van ten minste 75 mm.

2. Gepantserde gevechtsvoertuigen, d.w.z. gemotoriseerde voertuigen met rupsbanden of op wielen, gepantserd en mobiel op ongebaande wegen, hetzij: (a) bestemd en uitgerust voor het vervoer van een groep van vier of meer infanteristen, of (b) bewapend met een integraal of organisch wapen met een kaliber van ten minste 20 mm of een antitankraketwerper.

3. Zware artilleriesystemen, d.w.z. kanonnen, houwitsers, artillerieonderdelen die elementen van een kanon en een houwitser combineren, mortier- of meervoudige raketwerpers, in staat om met een kaliber van 75 mm en meer door hoofdzakelijk indirect vuur een oppervlaktedoel te raken.

4. Gevechtsvliegtuigen, d.w.z. luchtvoertuigen met vaste vleugel of met variabele geometrie, bewapend en uitgerust om doelen te raken met gerichte raketten, ongerichte raketten, bommen, geschut, kanonnen, of andere vernietigingswapens.

5. Aanvalshelikopters, d.w.z. draaivleugelvliegtuigen uitgerust voor het gebruik van gerichte antitankwapens, lucht-grondraketten, of lucht-luchtraketten, en voorzien van een geïntegreerd vuurcontrole- en richtsysteem voor deze wapens.

6. Oorlogsschepen, d.w.z. vaartuigen of onderzeeërs met een standaardwaterverplaatsing van 500 ton of meer, bewapend of uitgerust voor militair gebruik.

7. Raketten of raketsystemen, d.w.z.

(a) gerichte of niet-gerichte raketten, ballistische of kruisraketten, in staat om een bom of vernietigingswapen binnen een bereik van ten minste 25 km te lanceren,

(b) middelen die zijn ontworpen of specifiek zijn aangepast voor de lancering van dergelijke raketten, voorzover zij niet onder de categorieën I–VI vallen, en

(c) draagbare luchtafweersystemen (MANPADS).

(later aan te vullen)

B. Technologie

(later aan te vullen)

BIJLAGE II

Lijst van de in de artikelen 4, 7, 8, en 10 bedoelde bevoegde autoriteiten

(in te vullen door de lidstaten)

BELGIË

TSJECHIË

DENEMARKEN

DUITSLAND

ESTLAND

GRIEKENLAND

SPANJE

FRANKRIJK

IERLAND

ITALIË

CYPRUS

LETLAND

LITOUWEN

LUXEMBURG

HONGARIJE

MALTA

NEDERLAND

OOSTENRIJK

POLEN

PORTUGAL

SLOVENIË

SLOWAKIJE

FINLAND

ZWEDEN

VERENIGD KONINKRIJK

Adres voor kennisgevingen aan de Europese Commissie:

Europese Commissie

DG Buitenlandse betrekkingen

Directoraat A. Crisisplatform en beleidscoördinatie in het GBVB

Eenheid A2. Crisisbeheer en conflictpreventie

CHAR 12/106

B-1049 Brussel (België)

e-mail: relex-sanctions@ec.europa.eu

Tel. (32) (0)2 295 55 85/299 11 76

Fax: (32) (0)2 299 08 73

BIJLAGE III

Lijst van de in artikel 5 bedoelde luxegoederen

Aantekening: Deze lijst is voorlopig aangezien de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties nog geen definitie van luxegoederen noch een lijst van deze goederen heeft bekendgemaakt

1. Volbloed fokpaarden en levende paarden van grote waarde

2. Reptielen en levende exotische vogels

3. Kaviaar en kaviaarsurrogaten

4. Truffels en bereidingen daarvan

5. Wijnen (inclusief schuimwijnen), alcohol en sterkedrank

6. Sigaren en cigarillo's

7. Parfums, reukwaters en schoonheids-, make-up- en huidverzorgingsproducten van grote waarde

8. Lederwaren en reisgoederen, handtassen en dergelijke artikelen van grote waarde

9. Kleding, kledingaccessoires en schoeisel van grote waarde (ongeacht het materiaal)

10. Handgeknoopte tapijten, handgeweven vloerkleden

11. Handgeweven wandkleden

12. Parels, edel- en halfedelstenen, artikelen van parels, juwelen, goud- en zilverwerk

13. Niet in omloop zijnde munten

14. Bestek van edelmetaal of van metaal geplateerd met edelmetaal

15. Servies van porselein, steen of aardewerk of fijne keramiek van grote waarde

16. Tafelkristal of decoratief glaswerk van grote waarde

17. Elektronische apparatuur van grote waarde voor huisgebruik

18. Elektrische/elektronische of optische apparaten van grote waarde voor opname en reproductie

19. Luxevoertuigen voor het vervoer van personen over land, lucht of water, alsook accessoires en onderdelen daarvoor

20. Klokken en uurwerken en onderdelen van grote waarde

21. Muziekinstrumenten van grote waarde

22. Kunstvoorwerpen, voorwerpen voor verzamelingen en antiquiteiten

BIJLAGE IV

Lijst van de in artikel 6 bedoelde personen, entiteiten en lichamen

A. Natuurlijke personen

(later aan te vullen)

B. Rechtspersonen, entiteiten en lichamen

(later aan te vullen)

[1] PB L […] van […].11.2006, blz. […].

[2] PB L 159 van 30.6.2000, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 394/2006 (PB L 74 van 13.3.2006, blz. 1).

[3] PB L 256 van 7.9.1987, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 996/2006 (PB L 179 van 1.7.2006, blz. 26).

Top