This document is an excerpt from the EUR-Lex website
Document 52013PC0794
Proposal for a REGULATION OF THE EUROPEAN PARLIAMENT AND OF THE COUNCIL amending Regulation (EC) No 861/2007 of the European Parliament and the Council of 11 July 2007 establishing a European Small Claims Procedure and Regulation (EC) No 1896/2006 of the European Parliament and of the Council of 12 December 2006 creating a European order for payment procedure
Voorstel voor een VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD tot wijziging van Verordening (EG) nr. 861/2007 van het Europees Parlement en de Raad van 11 juli 2007 tot vaststelling van een Europese procedure voor geringe vorderingen en Verordening (EG) nr. 1896/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2006 tot invoering van een Europees betalingsbevelprocedure
Voorstel voor een VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD tot wijziging van Verordening (EG) nr. 861/2007 van het Europees Parlement en de Raad van 11 juli 2007 tot vaststelling van een Europese procedure voor geringe vorderingen en Verordening (EG) nr. 1896/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2006 tot invoering van een Europees betalingsbevelprocedure
/* COM/2013/0794 final - 2013/0403 (COD) */
Voorstel voor een VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD tot wijziging van Verordening (EG) nr. 861/2007 van het Europees Parlement en de Raad van 11 juli 2007 tot vaststelling van een Europese procedure voor geringe vorderingen en Verordening (EG) nr. 1896/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2006 tot invoering van een Europees betalingsbevelprocedure /* COM/2013/0794 final - 2013/0403 (COD) */
TOELICHTING 1. ACHTERGROND VAN HET VOORSTEL 1.1. Algemene context van het
voorstel Verordening 861/2007 tot vaststelling van
een Europese procedure voor geringe vorderingen werd op 11 juli 2007
aangenomen[1]
met als doel de toegang tot de rechter te vergemakkelijken door de
grensoverschrijdende procesvoering over geringe vorderingen te vereenvoudigen
en sneller en goedkoper te maken. De verordening had voorts als doel de
tenuitvoerlegging te vergemakkelijken door de afschaffing van intermediaire
procedures (exequatur) om een beslissing te doen erkennen en ten uitvoer
te leggen in andere lidstaten dan het land waar de beslissing is gegeven. De verordening voerde voor
grensoverschrijdende zaken betreffende vorderingen met een waarde van niet meer
dan 2 000 EUR een alternatief in voor de bestaande procedures
krachtens het recht van de lidstaten. De verordening wordt
sinds 1 januari 2009 toegepast in de EU (met uitzondering van
Denemarken). De procedure is in beginsel schriftelijk op
basis van standaardformulieren en wordt door strikte termijnen gekenmerkt.
Vertegenwoordiging door een advocaat is niet verplicht en het gebruik van
elektronische communicatiemiddelen wordt aangemoedigd. Voorts hoeft de in het
ongelijk gestelde partij de proceskosten van de in het gelijk gestelde partij
alleen te betalen in de mate waarin die in verhouding staan tot de vordering.
Zowel consumenten als ondernemingen die grensoverschrijdende transacties in de
EU verrichten, kunnen van de procedure gebruikmaken, waardoor zij betere toegang
tot de rechter krijgen en hun rechten beter worden gehandhaafd. Op grond van artikel 28 van de
verordening moet de Commissie uiterlijk op 1 januari 2014 bij het
Europees Parlement, de Raad en het Europees Economisch en Sociaal Comité een
uitvoerig verslag indienen over de werking van deze verordening, onder meer
over het plafond van 2 000 EUR. Het verslag moet zo nodig vergezeld
gaan van wijzigingsvoorstellen. 1.2. Noodzaak van een herziening
van de Europese procedure voor geringe vorderingen Nu de Europese Unie
geconfronteerd wordt met de grootste economische crisis in haar geschiedenis,
is het voor de ondersteuning van de economische activiteit belangrijk dat
justitie in de Europese Unie doeltreffender wordt[2].
Een van de maatregelen om dat te bewerkstelligen is de herziening van de
verordening tot vaststelling van een Europese procedure voor geringe
vorderingen. De verordening is er gekomen, omdat de door
een ondoeltreffende geschillenbeslechting inzake geringe vorderingen
veroorzaakte problemen des te groter zijn wanneer een vordering met een lage
waarde in een andere EU-lidstaat moet worden ingesteld. In die situatie doen er
zich bijkomende problemen voor, bijvoorbeeld omdat de partijen de wetten en
gerechtelijke procedures van andere landen niet kennen, er meer moet worden
vertaald en vertolkt en er voor de mondelinge behandeling naar het buitenland
moet worden gereisd. Nu de grensoverschrijdende
handel in de EU de voorbije jaren is toegenomen en naar verwachting de komende
jaren nog zal toenemen, moet er nog dringender worden voorzien in doeltreffende
verhaalmechanismen ter ondersteuning van de economische activiteit. Dankzij de standaardformulieren en de gratis
bijstand voor partijen bij het invullen ervan, kunnen de gerechten de verzoeken
volledig schriftelijk behandelen en hoeft er niet voor de mondelinge
behandeling te worden gereisd - tenzij ingevolge uitzonderlijke omstandigheden
geen beslissing kan worden gegeven op basis van schriftelijk bewijs - noch een
advocaat in de arm te worden genomen. De verordening
moedigt de gerechten ook aan om elektronische communicatiemiddelen te gebruiken
voor de aanvaarding van klachtenformulieren en de organisatie van de mondelinge
behandeling. Ten slotte circuleert de eruit voortvloeiende
beslissing vrij tussen de lidstaten zonder dat er nog verdere intermediaire
procedures nodig zijn om erkenning en tenuitvoerlegging mogelijk te maken[3]. Hoewel de verordening de procesvoering over
grensoverschrijdende geschillen sneller en goedkoper kan maken, is de procedure
nog altijd weinig bekend en is er sedert de inwerkingtreding van de verordening
nog onvoldoende gebruik van gemaakt. Het Europees
Parlement bevestigde in een resolutie van 2011[4] dat er meer moet worden
gedaan aan de rechtszekerheid, de slechting van taalbarrières en de
doorzichtigheid van procedures. Het verzocht de Commissie maatregelen te
treffen om ervoor te zorgen dat consumenten en ondernemingen meer bewust worden
gemaakt van en meer gebruikmaken van bestaande wetgevingsinstrumenten, zoals de
Europese procedure voor geringe vorderingen. De consumenten en de ondernemingen
hebben er ook op gewezen dat de verordening verder moet worden verbeterd om
voor consumenten en ondernemingen, vooral de kmo's, nuttig te zijn. Ook de
lidstaten hebben gewezen op bepaalde gebreken in de huidige verordening, die
moeten worden aangepakt. De problemen spruiten
vooral voort uit gebreken in de huidige regels, zoals het beperkte
toepassingsgebied als gevolg van het lage plafond en de grensoverschrijdende
dekking, en het feit dat de procedure nog altijd te omslachtig en te duur is,
te lang duurt en geen gelijke tred houdt met de technologische vooruitgang die
sedert de aanneming van de verordening in de justitiële systemen van de
lidstaten is bereikt. Wanneer de problemen voortspruiten uit de slechte
toepassing van de huidige regels - wat tot op zekere hoogte het geval is met
het gebrek aan transparantie - moet worden erkend dat de regels van de
verordening niet altijd duidelijk zijn. Om het probleem
van het gebrek aan bekendheid te verhelpen, heeft de Europese Commissie al verschillende maatregelen getroffen,
zoals een reeks thematische seminars in de lidstaten om de kmo's
over de procedure te informeren, de publicatie van een praktische gids en de
verspreiding van leermodules over dit onderwerp voor Europese ondernemers. In het verslag over het
EU-burgerschap 2013[5] heeft de Commissie de herziening van de verordening aangewezen als een
van de maatregelen om de rechten van de burgers van de Unie te versterken door
de procesvoering over aankopen in andere lidstaten te vereenvoudigen. Het initiatief is ook opgenomen in de Europese
consumentenagenda[6] als middel om de consumentenrechten beter te handhaven. Met de modernisering van de verordening worden bovendien
de huidige politieke prioriteiten van de EU ondersteund, namelijk de
bevordering van economisch herstel en duurzame groei, doordat de kmo's veel
betere toegang krijgen tot doeltreffendere en eenvoudigere gerechtelijke
procedures. 1.3. Noodzaak van herziening van
artikel 17 van Verordening (EG) nr. 1896/2006 In het kader van de Europese
betalingsbevelprocedure leidt een verweerschrift van de verweerder tot een
automatische voortzetting van de procedure volgens het gewone burgerlijke
procesrecht. Sedert de invoering van de Europese procedure voor geringe
vorderingen is die beperking echter niet langer gerechtvaardigd voor
vorderingen die onder het toepassingsgebied van Verordening 861/21007
vallen. In Verordening (EG) nr. 1896/2006
zou derhalve moeten worden verduidelijkt dat wanneer een geschil onder het
toepassingsgebied valt van de Europese procedure voor geringe vorderingen, die
procedure ook een optie is voor een partij in een Europese
betalingsbevelprocedure die tegen een Europees betalingsbevel een
verweerschrift heeft ingediend. 2. RESULTATEN VAN DE
RAADPLEGING VAN BELANGHEBBENDE PARTIJEN EN EFFECTBEOORDELINGEN De Commissie heeft verschillende raadplegingen
gehouden om informatie te verzamelen over de huidige toepassing van de
verordening en over de elementen die voor herziening in aanmerking komen. De
resultaten leverden nuttige beleidsaanwijzingen op over de standpunten van de
belanghebbenden en de lidstaten en werden in de effectbeoordelingsprocedure in
aanmerking genomen. In november-december 2012 werd een Eurobarometerenquête
gehouden om de bekendheid van de verordening bij de Europese burgers, hun
verwachtingen omtrent de verordening en hun ervaringen met de toepassing ervan
te evalueren[7].
Volgens de enquête valt momenteel 71 % van de consumentenvorderingen onder
het in de verordening vastgestelde plafond van 2 000 EUR. Het
gemiddelde minimumbedrag waarvoor consumenten bereid zijn in een andere
lidstaat een vordering in te stellen, is 786 EUR. 12 % van de
respondenten kende het bestaan van de Europese procedure voor geringe
vorderingen, en 1 % van de respondenten verklaarde reeds van de procedure
gebruik te hebben gemaakt. Van deze laatste groep was 69 % tevreden. 97 %
van alle respondenten die de voorbije twee jaar een onderneming voor het
gerecht brachten en in het gelijk werden gesteld (zowel in eigen als in een
ander land), kon de gegeven beslissing met succes ten uitvoer leggen. De
belangrijkste factoren die burgers ertoe zouden brengen naar het gerecht te
stappen, zijn de mogelijkheid de procedure schriftelijk te voeren zonder
mondelinge behandeling (33 %), de mogelijkheid de procedure zonder
advocaat te voeren (26 %), de mogelijkheid de procedure online te voeren (20%)
en de mogelijkheid hun eigen taal te gebruiken (24 %). Van 9 maart tot 10 juni 2013 werd
een openbare raadpleging op het internet gehouden. In die raadpleging werden standpunten
verzameld over mogelijke verbeteringen en verdere vereenvoudiging om de
Europese procedure voor geringe vorderingen nuttiger te maken, vooral voor de
consumenten en de kmo's. Er werden 80 antwoorden ontvangen van
uiteenlopende belanghebbenden, zoals consumenten- en ondernemersverenigingen,
rechters, advocaten en academici. Uit de resultaten[8] van de raadpleging
blijkt dat 66 % van de respondenten voorstander is van een verhoging van
het plafond tot 10 000 EUR, 63 %
voorstander is van het gebruik van elektronische middelen in de loop van de procedure
en 71 % ervoor te vinden is om gerechten uit te rusten met
videoconferentiemateriaal of andere elektronische communicatiemiddelen. Slechts 28 % van de
respondenten dacht dat de lidstaten gratis bijstand verlenen. Begin april 2013 werd een gedetailleerde vragenlijst
over de werking en de praktische toepassing van de verordening aan de lidstaten
en het Europees justitieel netwerk toegezonden, met de bedoeling gegevens te
verzamelen over het aantal zaken waarin van de Europese procedure voor geringe vorderingen
in de lidstaten gebruik is gemaakt, het gebruik van elektronische
communicatiemiddelen in gerechtelijke procedures, het bestaan en de
modaliteiten van de bijstand aan de burgers bij het invullen van de
formulieren, de termijnen, de mondelinge behandeling en de bewijsverkrijging,
de kosten van de procedures en de noodzaak van een verhoging van het plafond om
als geringe vordering in aanmerking te komen. Er moest vóór 15 mei 2013
worden geantwoord. In totaal twintig lidstaten stuurden een antwoord[9]. Binnen het Europees justitieel netwerk
is de toepassing van de Europese procedure voor geringe vorderingen
verschillende keren besproken, alsook de maatregelen die moeten worden genomen
om de procedure en haar werking meer bekendheid te geven, en de elementen die
voor herziening in aanmerking komen. Op de bijeenkomst van 17 mei 2011
merkten sommige lidstaten op dat het potentieel van de Europese procedure voor
geringe vorderingen in de praktijk niet volledig wordt benut, dat er
procedurele verbeteringen moeten plaatsvinden en dat er maatregelen moeten
worden genomen om de procedure meer bekendheid te geven. Er werd een werkgroep
opgericht die de opdracht kreeg een praktische gids over de Europese procedure
voor geringe vorderingen op te stellen ten behoeve van de rechtsbeoefenaars. Op
de bijeenkomst van 29/30 mei 2013 werden de verschillende voor
herziening in aanmerking komende aspecten besproken, zoals de verhoging van het
plafond, het gebruik van elektronische communicatiemiddelen tussen het gerecht
en de partijen en de invoering van EU-minimumnormen voor de procesvoering,
zoals de beschikbaarheid van videoconferentie om een zaak mondeling te
behandelen, de transparantie van de berekening en de betaling van de
gerechtskosten, en de bijstand aan de gebruikers van de procedure, waaronder
vertegenwoordiging in rechte. 3. JURIDISCHE ELEMENTEN VAN HET
VOORSTEL 3.1. Belangrijkste elementen van
de voorgestelde maatregel De belangrijkste elementen van de voorgestelde
herziening zijn: verhoging van het toepassingsgebied van de
verordening tot grensoverschrijdende vorderingen met een waarde tot 10 000 EUR; uitbreiding van de definitie van
grensoverschrijdende zaken; verbetering van het gebruik van elektronische
communicatiemiddelen, ook voor de betekening of kennisgeving van sommige
stukken; invoering van de verplichting voor de
gerechten videoconferentie, teleconferentie en andere telecommunicatiemiddelen
te gebruiken voor de mondelinge behandeling en bewijsverkrijging; vaststelling van een plafond voor de gerechtskosten
die voor de procedure in rekening worden gebracht; invoering van de verplichting voor de
lidstaten betaling online van de gerechtskosten mogelijk te maken; beperking van de verplichting
formulier D, dat het certificaat van tenuitvoerlegging bevat, te vertalen
tot alleen de inhoud van de beslissing; invoering van informatieverplichtingen voor de
lidstaten met betrekking tot de gerechtskosten, de mogelijkheden van betaling
van de gerechtskosten en de beschikbaarheid van bijstand bij het invullen van
de formulieren. 3.1.1. Verhoging van het
toepassingsgebied van de verordening tot grensoverschrijdende vorderingen met
een waarde tot 10 000 EUR Het plafond van 2 000 EUR beperkt
het toepassingsgebied van de verordening. Voor consumenten is dit minder
belangrijk, omdat de waarde van de meeste van hun vorderingen niet meer
bedraagt dan 2 000 EUR, maar de kmo's kunnen daardoor veel minder van
de procedure gebruikmaken. Slechts 20 % van de vorderingen van
ondernemingen heeft een waarde van minder dan 2 000 EUR, terwijl
bijna 30 % van alle grensoverschrijdende vorderingen van ondernemingen een
waarde heeft tussen de 2 000 EUR en 10 000 EUR. 45 % van de ondernemingen die met een
grensoverschrijdend geschil te maken krijgen, stapt niet naar het gerecht omdat
de procedurekosten niet in verhouding staan tot de waarde van de vordering,
terwijl 27 % niet naar het gerecht stapt omdat de procedure te lang zou
duren. Als ook voor grensoverschrijdende vorderingen met een waarde tussen 2 000 EUR
en 10 000 EUR van de Europese vereenvoudigde procedure gebruik kan
worden gemaakt, zullen dergelijke zaken aanzienlijk goedkoper worden en minder
lang duren. De voorbije jaren heeft een aantal lidstaten
het toepassingsgebied van hun nationale vereenvoudigde procedures uitgebreid
door de plafonds te verhogen. Deze tendens bewijst dat het nodig is om de
justitiële systemen te moderniseren en toegankelijker te maken voor de burgers
door middel van vereenvoudigde, kostenefficiënte en snelle procedures voor meer
vorderingen met een lage waarde. In die context moet ook het huidige plafond
van 2 000 EUR van de Europese procedure voor geringe vorderingen worden
verhoogd. Als het huidige plafond wordt verhoogd, kunnen
de partijen voor heel wat meer zaken van de vereenvoudigde Europese procedure
gebruikmaken. Als de procedure eenvoudiger en goedkoper wordt en minder lang
duurt, zullen vorderingen worden ingesteld waarvan anders zou zijn afgezien. In
de eerste plaats zullen de kmo's daarvan profiteren, maar ook voor de
consumenten is het goed, omdat de waarde van ongeveer een vijfde van de
vorderingen van consumenten meer bedraagt dan 2 000 EUR. Als er meer
van de procedure gebruik wordt gemaakt, zullen rechters, griffiers en advocaten
daarmee meer vertrouwd raken en die beter en doeltreffender uitvoeren, wat aan
zowel ondernemingen als consumenten ten goede komt. 3.1.2. Uitbreiding van de definitie
van grensoverschrijdende zaken De verordening is momenteel alleen van
toepassing op geschillen waarin ten minste een van de partijen haar woonplaats
of haar gewone verblijfplaats heeft in een andere lidstaat dan de lidstaat van
het aangezochte gerecht. Geschillen waarbij partijen zijn betrokken die in
dezelfde lidstaat hun woonplaats hebben en die een belangrijk
grensoverschrijdend element hebben en derhalve voor de Europese vereenvoudigde
procedure in aanmerking komen, blijven echter buiten het toepassingsgebied van
de verordening. Enkele voorbeelden: ·
de plaats van uitvoering van het contract is
in een andere lidstaat, bijvoorbeeld een huurcontract voor een vakantiewoning
in een andere lidstaat; of ·
de plaats waar een schadeveroorzakend feit zich
heeft voorgedaan, ligt in een andere lidstaat, bijvoorbeeld wanneer de
partijen betrokken zijn bij een verkeersongeval in een grensstreek in een
andere lidstaat; of ·
de tenuitvoerlegging van de beslissing moet
in een andere lidstaat plaatsvinden, bijvoorbeeld via beslag op het salaris dat
de verweerder in een andere lidstaat ontvangt. Als de eiser op grond van de bepalingen van
Verordening [(EG) nr. 44/2001]/[(EU) nr. 1215/2012] kan kiezen tussen
de gerechten van de lidstaat waar zowel hij als de verweerder zijn woonplaats
heeft, en de gerechten van de lidstaat waar bijvoorbeeld het contract is
uitgevoerd of het schadeveroorzakende feit zich heeft voorgedaan, mag de keuze
van de eiser voor de gerechten van de lidstaat van de gemeenschappelijke
woonplaats, niet tot gevolg hebben dat hem de mogelijkheid wordt ontnomen
gebruik te maken van de Europese procedure voor geringe vorderingen waarvan hij
anders wel gebruik had kunnen maken. Voorts kunnen door de huidige beperking geen
verzoeken op grond van de Europese procedure voor geringe vorderingen worden
ingediend voor gerechten van EU-lidstaten door of tegen inwoners van derde
landen, terwijl er in geen enkele nationale procedure in Europa is voorzien
voor de onderdanen van het betrokken land of voor de EU-burgers. Door de wijziging zou er in alle zaken met een
grensoverschrijdend element, ook die waarbij derde landen zijn betrokken, van
de Europese procedure voor geringe vorderingen gebruik kunnen worden gemaakt.
Voor de burgers die daarvan gebruik kunnen maken, zou de procesvoering daardoor
eenvoudiger en goedkoper worden en minder lang duren, bijvoorbeeld wanneer
deskundigen moeten worden gehoord in de lidstaat waar het contract is
uitgevoerd of het schadeveroorzakende feit zich heeft voorgedaan. Daarnaast zou
het gemakkelijker worden om een in het kader van de Europese procedure voor
geringe vorderingen gegeven beslissing in een andere lidstaat ten uitvoer te
leggen, als de procedure die tot die specifieke beslissing heeft geleid, ook
daar goed bekend is en vertrouwen geniet. Omdat de gerechten op grond van artikel 4,
lid 3, van de verordening bevoegd zijn om na te gaan of voldaan is aan de
bevoegdheidsgronden van de verordening, is het risico van misbruik door de
eisers uiterst klein. 3.1.3. Verbetering van het gebruik
van elektronische communicatiemiddelen, ook voor de betekening of kennisgeving
van sommige stukken Verschillende mededelingen tussen de partijen
en het gerecht zouden in beginsel met elektronische middelen kunnen worden
gedaan, waardoor bij de procedure in grensoverschrijdende zaken tijd en kosten
zou kunnen worden bespaard, zeker als de afstand groot is. Het eerste verzoek
kan al met elektronische middelen worden ingediend in de lidstaten waar die
methode wordt aanvaard. Indien in de loop van de procedure stukken aan de
partijen moeten worden betekend of ter kennis gebracht[10], stelt de verordening
betekening of kennisgeving per post met ontvangstbevestiging als primaire
methode van betekening of kennisgeving vast. Andere methoden van betekening of
kennisgeving zouden pas van toepassing zijn als betekening per post niet
mogelijk is. De elektronische betekening of kennisgeving is
echter al in verschillende lidstaten ingevoerd. Het voorstel zal betekening of
kennisgeving per post en elektronische betekening of kennisgeving op gelijke
voet plaatsen, zodat de betrokken lidstaten de elektronische middelen ter
beschikking kunnen stellen aan de partijen die van de Europese procedure voor
geringe vorderingen gebruikmaken. Alleen in de lidstaten die voor de
elektronische betekening of kennisgeving opteren, zouden vereenvoudiging en
tijds- en kostenbesparing kunnen worden gerealiseerd, maar verwacht wordt dat
steeds meer lidstaten die technologische ontwikkelingen zullen invoeren. Voor andere, minder belangrijke mededelingen
tussen de partijen en het gerecht zal het voorstel elektronische communicatie
de regel maken, mits de partijen daarmee akkoord gaan. 3.1.4. Invoering van de verplichting
voor de gerechten videoconferentie, teleconferentie en andere
telecommunicatiemiddelen te gebruiken voor de mondelinge behandeling en
bewijsverkrijging De Europese procedure voor geringe vorderingen
is in wezen een schriftelijke procedure. In uitzonderlijke omstandigheden,
wanneer een beslissing pas kan worden gegeven na een mondelinge behandeling of
nadat een deskundige of getuige is gehoord, kan het gerecht een mondelinge
behandeling organiseren. De mondelinge behandeling kan plaatsvinden met behulp
van videoconferentie of een ander telecommunicatiemiddel. In de praktijk vindt
mondelinge behandeling echter standaard plaats en vaak moeten de partijen
fysiek aanwezig zijn, waardoor zij reiskosten moeten maken en de procedure
langer duurt. Door de wijziging zou ten eerste sterker tot
uiting komen dat mondelinge behandeling in het kader van de vereenvoudigde
procedure de uitzondering moet zijn. Ten tweede zouden de gerechten voor een
mondelinge behandeling altijd telecommunicatiemiddelen zoals videoconferentie
of teleconferentie moeten gebruiken. Om de rechten van de partijen te
vrijwaren, zal een uitzondering worden gemaakt voor de partij die uitdrukkelijk
verzoekt om bij de behandeling aanwezig te zijn. Deze wijziging kan met zich meebrengen dat de
lidstaten hun gerechten moeten uitrusten met passende communicatietechnologie,
mocht dat nog niet het geval zijn. De lidstaten beschikken over uiteenlopende
technologische mogelijkheden, waaronder kostenefficiënte internetfaciliteiten. 3.1.5. Vaststelling van een plafond
voor de gerechtskosten die voor de procedure in rekening worden gebracht De gerechtskosten worden in rekening gebracht
bij de indiening van een verzoek. Als de gerechtskosten meer bedragen dan 10 %
van de waarde van de vordering, worden ze als onevenredig beschouwd. In dat
geval kunnen eisers ervan worden weerhouden hun vordering in te stellen. In
veel lidstaten zijn minimumkosten vastgesteld om lichtzinnige verzoeken of
misbruik van procesrecht te voorkomen. De gemiddelde minimumgerechtskosten
bedragen 34 EUR. De voorgestelde bepaling beoogt niet de
gerechtskosten in de lidstaten te harmoniseren. In plaats daarvan wordt een plafond voor de gerechtskosten voor verzoeken op grond van de
verordening vastgesteld, dat wordt berekend als een percentage van de waarde
van de vordering. Boven dat bedrag worden de gerechtskosten als onevenredig
beschouwd en dus geacht eisers met een geringe vordering de toegang tot de
rechter te ontnemen. Als er een plafond voor de
gerechtskosten voor de Europese procedure voor geringe vorderingen wordt
vastgesteld, zouden de kosten worden beperkt in die lidstaten waar de
gerechtskosten niet in verhouding staan tot de waarde van de vordering. De
procedure zou daardoor aantrekkelijker worden voor eisers. De maatregel laat de lidstaten voorts de
mogelijkheid vaste minimumgerechtskosten te handhaven, mits eisers met een
vordering met een lagere waarde daardoor de toegang tot de rechter niet wordt
ontnomen. De maatregel is evenredig gelet op de specifieke aard van grensoverschrijdende
geschillen, die in de regel - anders dan binnenlandse geschillen - extra kosten
veroorzaken voor de eiser, zoals kosten van vertaling en, in geval van een
mondelinge behandeling, reiskosten en kosten van vertolking. 3.1.6. Invoering van de verplichting
voor de lidstaten betaling online van de gerechtskosten mogelijk te maken De wijze waarop de gerechtskosten kunnen
worden betaald, verschilt van lidstaat tot lidstaat. Vooral wanneer betaling in
cash of zegels de enige aanvaarde betaalwijze is, moeten de partijen reiskosten
maken of in de lidstaat van het gerecht een advocaat in de arm nemen, waardoor
zij misschien van hun vordering afzien. Er doen zich soortgelijke problemen
voor wanneer alleen cheques worden aanvaard, omdat die in veel lidstaten niet
algemeen worden gebruikt, of wanneer de kosten door een advocaat moeten worden
betaald. Het voorstel wil de lidstaten verplichten
betaling online mogelijk te maken, met minimaal de mogelijkheid van
bankoverschrijvingen en onlinebetaalsystemen met credit/debetkaart. Het
justitieel systeem zal daardoor globaal gezien efficiënter worden, omdat de
partijen tijd en kosten kunnen besparen. 3.1.7. Beperking van de verplichting
formulier D, dat het certificaat van tenuitvoerlegging bevat, te vertalen
tot enkel de inhoud van de beslissing In de fase van tenuitvoerlegging van een
beslissing moet de partij die de tenuitvoerlegging wenst, het certificaat van
tenuitvoerlegging in formulier D doen vertalen door een beëdigde vertaler
in de ta(a)l(en) van de lidstaat van tenuitvoerlegging. Slechts enkele
lidstaten aanvaarden formulier D in andere talen dan hun eigen taal. De verplichting formulier D te vertalen,
brengt onnodige kosten mee omdat alleen punt 4.3 van het formulier (Inhoud
van de beslissing) zou moeten worden vertaald, aangezien de andere velden al in
alle talen beschikbaar zijn. Vertalers brengen echter vaak de vertaling van het
volledige formulier in rekening. De partij die de beslissing ten uitvoer wil
leggen, moet daardoor onnodige kosten maken, bovenop de andere kosten, waardoor
hij er misschien van afziet de vordering in te stellen of de beslissing ten
uitvoer te doen leggen. Door de wijziging zal de verplichting tot
vertaling worden beperkt tot de inhoud van de beslissing in punt 4.3 van
formulier D. 3.1.8. Invoering van
informatieverplichtingen voor de lidstaten met betrekking tot de
gerechtskosten, de mogelijkheden van betaling op afstand van de gerechtskosten
en de beschikbaarheid van bijstand bij het invullen van de formulieren Met het oog op openbaarmaking moeten de
lidstaten momenteel de Commissie informatie meedelen over
de bevoegde gerechten, de aanvaarde communicatiemiddelen, de mogelijkheid van
beroep, de aanvaarde talen voor tenuitvoerlegging en de
tenuitvoerleggingsautoriteiten (artikel 25), maar niet over de gerechtskosten en de betaalwijzen van de
gerechtskosten. Hoewel de lidstaten moeten samenwerken om informatie over de
kosten bekend te maken (artikel 24), heeft dit niet geleid tot meer
transparantie daarover. Voorts is de verplichting van de lidstaten de
mogelijkheid van het verlenen van praktische bijstand bij het invullen van de
formulieren (artikel 11) te waarborgen, in veel gevallen niet nagekomen. Als de lidstaten de verplichting wordt
opgelegd de Commissie te informeren over de gerechtskosten en de betaalwijzen
voor de Europese procedure voor geringe vorderingen, en over de beschikbaarheid
van praktische bijstand voor de partijen, en de Commissie die informatie
openbaar moet maken, zou dat de transparantie en uiteindelijk ook de toegang
tot de rechter verbeteren. 3.2. Overige technische
wijzigingen Verschillende bepalingen van
Verordening (EG) nr. 861/2007 kunnen worden verbeterd om rekening te
houden met de laatste ontwikkelingen, zoals de inwerkingtreding van het Verdrag
van Lissabon en de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie. Om te beginnen moeten de artikelen 26
en 27 van de verordening in overeenstemming worden gebracht met de nieuwe
delegatieprocedure waarin artikel 290 van het Verdrag betreffende de werking
van de Europese Unie voorziet. Ten tweede zal artikel 18 van de
verordening moeten worden verduidelijkt om in de praktijk moeilijkheden te
voorkomen zoals die welke aan de orde werden gesteld in een recent verzoek om
prejudiciële beslissing dat bij het Hof van Justitie is ingediend in verband
met een soortgelijke bepaling in het kader van Verordening (EG) nr. 1896/2006[11]. Hetzelfde recht om
heroverweging te vragen is enigszins anders maar wel al duidelijker
geformuleerd in Verordening (EG) nr. 4/2009 betreffende de
bevoegdheid, het toepasselijke recht, de erkenning en de tenuitvoerlegging van
beslissingen, en de samenwerking op het gebied van onderhoudsverplichtingen. Er
is geen reden om de bepalingen inzake heroverweging, die precies dezelfde
doelstelling nastreven, in de verschillende Europese verordeningen anders te
formuleren. De voorgestelde herziening wil het recht om heroverweging te
vragen, verduidelijken, zodat het met Verordening 4/2009 in
overeenstemming is. 3.3. Rechtsgrondslag Verordening (EG) nr. 861/2007 werd
aangenomen op grond van artikel 61, onder c), van het EG-Verdrag, dat
bepaalt dat de Raad maatregelen aanneemt op het gebied van justitiële
samenwerking in burgerlijke zaken, en artikel 67, lid 1, van het
EG-Verdrag, dat de te volgen wetgevingsprocedure bepaalt. Na de
inwerkingtreding van het Verdrag van Lissabon moeten herzieningen van
Verordening (EG) nr. 861/2007 op artikel 81, lid 2,
onder a), c) en f), van het VWEU worden gebaseerd. 3.4. Subsidiariteit en
evenredigheid Dat EU-maatregelen nodig zijn, is reeds
in 2007 vastgesteld toen Verordening (EG) nr. 861/2007 werd
aangenomen.
De kwestie die wordt aangepakt, heeft
grensoverschrijdende aspecten die niet op toereikende wijze kunnen worden
aangepakt met individuele maatregelen van de lidstaten. De doelstelling het
vertrouwen van de consumenten en de ondernemingen, en dan vooral van de kmo's,
in grensoverschrijdende handel te vergroten en de toegang tot de rechter in
grensoverschrijdende geschillen te verbeteren, kan niet worden bereikt zonder
een wijziging van de bestaande verordening om de ontwikkelingen sedert 2007
beter in aanmerking te nemen en de vastgestelde problemen inzake de toepassing
van Verordening (EG) nr. 861/2007 beter aan te pakken. Waar nationale vereenvoudigde procedures
bestaan, lopen die zeer sterk uiteen qua plafond en de procedurele
vereenvoudiging die is verwezenlijkt. Zonder eenvormige procedurele normen die
voor de gehele EU gelden, blijft het complexer en duurder om in een ander land
een vordering in te stellen, omdat de partijen niet vertrouwd zijn met het
procesrecht van andere landen, vertaling en vertolking nodig zijn en er voor de
mondelinge behandeling moet worden gereisd, wat leidt tot onevenredige kosten
en lang aanslepende procedures in vergelijking met binnenlandse geschillen. Omdat de mededinging op de interne markt wordt vervalst
door onevenwichtigheden in het functioneren van de procedurele middelen die de
eisers/schuldeisers in de verschillende lidstaten ter beschikking staan, zijn
EU-maatregelen nodig om schuldeisers en schuldenaren in de gehele EU gelijke
voorwaarden te garanderen. Zo zal het huidige plafond er zonder herziening toe
leiden dat veel kmo's in een grensoverschrijdend geschil nog steeds geen
gebruik kunnen maken van een vereenvoudigde en eenvormige gerechtelijke
procedure in alle lidstaten. En ook als niet voor de gehele EU de onevenredige
gerechtskosten worden beperkt en wordt voorzien in de mogelijkheid van betaling
op afstand van de gerechtskosten, zouden veel schuldeisers geen toegang hebben
tot de rechter. Voorts zouden
EU-maatregelen duidelijk doeltreffender zijn dan maatregelen van de lidstaten,
omdat de gewijzigde verordening eenvormige procedurele instrumenten aanbiedt
voor alle grensoverschrijdende geschillen die onder haar toepassingsgebied
vallen, ongeacht waar het gerecht dat de zaak behandelt, in de EU is gevestigd.
Door de herziening zal de toegang tot de rechter worden verbeterd, met name
voor heel wat geringe vorderingen van kmo's die nu buiten het toepassingsgebied
van de verordening vallen, en voor consumenten en kmo's die
grensoverschrijdende geschillen hebben die buiten de huidige definitie van de
verordening vallen. Voorts zou de herziening de procedure doeltreffender maken
voor alle vorderingen die onder haar toepassingsgebied vallen, dankzij
eenvormige procedurele regels die de procesvoering over grensoverschrijdende
geschillen verder vereenvoudigen en goedkoper maken. Als meer schuldeisers met
geringe vorderingen betere toegang tot doeltreffendere gerechtelijke procedures
hebben, zal de kapitaalstroom worden gedeblokkeerd, waardoor het vertrouwen in
grensoverschrijdende handel toeneemt en de werking van de interne markt
verbetert. Door de herziening zal ook
de tenuitvoerlegging van beslissingen verder worden vereenvoudigd, vooral voor
vorderingen waarvan de waarde momenteel het plafond overschrijdt, en zullen de
gerechten en de handhavingsautoriteiten elkaar meer gaan vertrouwen naarmate
zij de Europese procedure voor geringe vorderingen beter leren kennen. 3.5. Grondrechten Zoals in detail is uiteengezet in de bij dit
voorstel gevoegde effectbeoordeling en in overeenstemming met de strategie van
de Unie voor de effectieve tenuitvoerlegging van het Handvest van de
grondrechten van de Europese Unie, eerbiedigen alle elementen van de herziening
de in het Handvest van de grondrechten neergelegde rechten. Het recht op een eerlijk
proces (artikel 47, lid 2, van het Handvest) is gewaarborgd, omdat
door de wijziging de toegang tot de rechter zal worden verbeterd voor
vorderingen met een geringe waarde in alle grensoverschrijdende zaken. Voorts
zijn er procedurele waarborgen ingevoerd om ervoor te zorgen dat de rechten van
de partijen niet negatief worden beïnvloed door de grotere vereenvoudiging van
de procedure die door de voorgestelde wijzigingen wordt gerealiseerd. Zo kan er alleen gebruik worden gemaakt van elektronische diensten met
ontvangstbevestiging als de partijen daarmee instemmen. Als een partij voor het
gerecht wil verschijnen, zal een uitzondering op de verplichte videoconferentie
of teleconferentie worden gemaakt en voor vorderingen met een waarde van meer
dan 2 000 EUR zullen de gerechten geen mondelinge behandeling via
telecommunicatiemiddelen kunnen weigeren indien ten minste één partij daarom
verzoekt. 3.6. Gevolgen voor de begroting De enige gevolgen voor de begroting van de
Europese Unie die uit de voorgestelde verordening voortvloeien, bestaan in de
eenmalige kosten voor de voorbereiding van het verslag vijf jaar na de datum
van inwerkingtreding van de verordening. 2013/0403 (COD) Voorstel voor een VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN
DE RAAD tot wijziging van Verordening (EG)
nr. 861/2007 van het Europees Parlement en de Raad van
11 juli 2007 tot vaststelling van een Europese procedure voor geringe
vorderingen en Verordening (EG) nr. 1896/2006 van het Europees
Parlement en de Raad van 12 december 2006 tot invoering van een
Europees betalingsbevelprocedure HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN
DE EUROPESE UNIE, Gezien het Verdrag betreffende de werking van
de Europese Unie, en met name artikel 81, Gezien het voorstel van de Europese Commissie, Na toezending van het ontwerp van
wetgevingshandeling aan de nationale parlementen, Gezien het advies van het Europees Economisch
en Sociaal Comité[12], Handelend volgens de gewone
wetgevingsprocedure, Overwegende hetgeen volgt: (1) Bij Verordening (EG)
nr. 861/2007 van het Europees Parlement en de Raad[13] werd een Europese
procedure voor geringe vorderingen ingevoerd. De verordening is van toepassing
op betwiste en onbetwiste grensoverschrijdende burgerlijke en commerciële
vorderingen waarvan de waarde niet meer bedraagt dan 2 000 EUR. De
verordening heeft er ook voor gezorgd dat de volgens deze procedure gegeven
beslissingen ten uitvoer kunnen worden gelegd zonder intermediaire procedure,
met name zonder een verklaring van uitvoerbaarheid in de lidstaat van
tenuitvoerlegging (afschaffing van het exequatur). Het algemene doel van de
verordening was de toegang tot de rechter te verbeteren door de kosten te
beperken en de burgerlijke procedure sneller te maken voor consumenten en
ondernemingen voor de vorderingen die onder haar toepassingsgebied vallen. (2) Verordening (EG)
nr. 861/2007 bepaalt dat de Commissie uiterlijk op 1 januari 2014
bij het Europees Parlement, de Raad en het Europees Economisch en Sociaal
Comité een uitvoerig verslag indient over de werking van de Europese procedure
voor geringe vorderingen, onder meer over de beperking van de waarde van de
vorderingen waarvoor die procedure kan worden gevolgd. (3) In het verslag van de
Commissie[14]
over de toepassing van Verordening (EG) nr. 861/2007 werd nagegaan
door welke belemmeringen het volledige potentieel van de Europese procedure
voor geringe vorderingen voor consumenten en ondernemingen, in het bijzonder de
kleine en middelgrote ondernemingen, niet kan worden benut. Uit het verslag
blijkt onder meer dat het lage plafond van de huidige verordening voor veel
mogelijke eisers een belemmering vormt om in grensoverschrijdende geschillen
van de vereenvoudigde procedure gebruik te maken. Voorts moeten verschillende
elementen van de procedure verder kunnen worden vereenvoudigd om de
procesvoering sneller en goedkoper te maken. De conclusie van het verslag luidt
dat deze belemmeringen het doeltreffendst kunnen worden weggenomen door een
wijziging van de verordening. (4) De consumenten moeten ten
volle kunnen profiteren van de door de eengemaakte markt geboden mogelijkheden,
en hun vertrouwen mag niet worden beperkt door het gebrek aan doeltreffende
rechtsmiddelen voor geschillen met een grensoverschrijdend element. De in deze
verordening voorgestelde verbeteringen van de Europese procedure voor geringe
vorderingen hebben als doel de consumenten doeltreffende rechtsmiddelen te
bieden, en dragen zo bij tot de handhaving van hun rechten in de praktijk. (5) Een verhoging van het plafond
tot 10 000 EUR zou vooral voor de kleine en middelgrote ondernemingen
erg nuttig zijn, aangezien die momenteel van gerechtelijke procedures afzien
omdat de kosten van procesvoering volgens de nationale gewone of vereenvoudigde
procedures niet in verhouding staan tot de waarde van hun vorderingen en/of de
gerechtelijke procedures te lang duren. Door een verhoging van het plafond
zouden de kleine en middelgrote ondernemingen beter gebruik kunnen maken van
een doeltreffend en kostenefficiënt rechtsmiddel voor grensoverschrijdende
geschillen. Betere toegang tot de rechter zou het vertrouwen in
grensoverschrijdende transacties doen toenemen en ertoe bijdragen dat de door
de interne markt geboden mogelijkheden ten volle worden benut. (6) De Europese procedure voor
geringe vorderingen is van toepassing op alle vorderingen met een
grensoverschrijdend element. Daarbij gaat het onder meer om zaken waarbij de
partijen beiden hun woonplaats hebben in dezelfde lidstaat en alleen de plaats
van uitvoering van het contract, de plaats waar het schadeveroorzakende feit
zich heeft voorgedaan of de plaats van tenuitvoerlegging van de beslissing in
een andere lidstaat gelegen is. Met name wanneer de eiser op grond van Verordening (EG)
nr. 44/2001 van de Raad[15][Verordening (EU)
nr. 1215/2012 van het Europees Parlement en de Raad[16]] kan kiezen tussen de
gerechten van de lidstaat waar zowel hij als de verweerder zijn woonplaats
heeft, en de gerechten van de lidstaat waar het contract is uitgevoerd of het
schadeveroorzakende feit zich heeft voorgedaan, mag de keuze van de eiser voor
de gerechten van de lidstaat van de gemeenschappelijke woonplaats, niet tot
gevolg hebben dat hem de mogelijkheid wordt ontnomen gebruik te maken van de Europese
procedure voor geringe vorderingen waarvan hij anders wel gebruik had kunnen
maken. Voorts moet ook in zaken die voor gerechten in de EU-lidstaten zijn
ingesteld door of tegen inwoners van derde landen, van de Europese procedure
voor geringe vorderingen gebruik kunnen worden gemaakt. (7) Deze verordening moet alleen
in grensoverschrijdende geschillen van toepassing zijn, maar niets mag de
lidstaten beletten om op louter binnenlandse procedures identieke bepalingen
toe te passen voor vorderingen met een lage waarde. (8) De Europese procedure voor
geringe vorderingen zou verder kunnen worden verbeterd door gebruik te maken
van de technologische ontwikkelingen op het gebied van justitie om de
geografische afstand en de daaruit voortvloeiende gevolgen als hoge kosten en
lange procedures, wat factoren zijn die de gang naar de rechter ontmoedigen, te
neutraliseren. (9) Om de procedures minder lang
te maken, moet het gebruik van moderne communicatietechnologieën door de
partijen en de gerechten verder worden aangemoedigd. Als de technologie in de
lidstaten reeds is ingevoerd, moet het mogelijk zijn om via een elektronisch
communicatiemiddel een vordering volgens de Europese procedure voor geringe
vorderingen in te stellen. Voor stukken die aan de partijen moeten worden
betekend of ter kennis gebracht, moet de elektronische betekening of
kennisgeving op gelijke voet staan met betekening of kennisgeving per post, als
de technologie in de lidstaten is ingevoerd. Voor alle andere schriftelijke
communicatie tussen de partijen en de gerechten moeten elektronische middelen
de voorkeur krijgen boven betekening of kennisgeving per post. In alle gevallen
moeten de partijen de keuze hebben tussen elektronische middelen en
traditionelere middelen voor indiening, betekening of kennisgeving, of
communicatie. (10) Het gerecht dat de beslissing
geeft, moet de beslissing zowel aan de eiser als aan de verweerder betekenen of
ter kennis brengen volgens de methoden waarin deze verordening voorziet. (11) De Europese procedure voor geringe
vorderingen is in wezen een schriftelijke procedure. Mondelinge behandeling is
bij wijze van uitzondering mogelijk wanneer het niet mogelijk is om de
beslissing te geven op basis van het schriftelijk bewijs dat door de partijen
is verstrekt. Om de procedurele rechten van de partijen te waarborgen, moet
voorts altijd een mondelinge behandeling plaatsvinden op verzoek van ten minste
één van de partijen wanneer de waarde van de vordering meer bedraagt dan 2 000 EUR.
De gerechten moeten ten slotte proberen een schikking tussen de partijen tot
stand te brengen en wanneer de partijen zich daartoe bereid verklaren, moet het
gerecht daarvoor dan ook een mondelinge behandeling organiseren. (12) Mondelinge behandeling en
bewijsverkrijging door het horen van getuigen, deskundigen of partijen moeten
met behulp van telecommunicatiemiddelen plaatsvinden. Dit mag geen afbreuk doen
aan het recht van een partij bij een procedure om voor de mondelinge
behandeling voor het gerecht te verschijnen. In het kader van de mondelinge
behandeling en de bewijsverkrijging moeten de lidstaten moderne
telecommunicatiemiddelen gebruiken waardoor personen kunnen worden gehoord
zonder dat zij naar het gerecht hoeven te reizen. Als de gehoorde persoon zijn
woonplaats heeft in een andere lidstaat dan de lidstaat waar het betrokken
gerecht is gevestigd, moet de mondelinge behandeling worden georganiseerd
volgens de regels van Verordening (EG) nr. 1206/2001 van de Raad[17]. Als de te horen
persoon zijn woonplaats heeft in de lidstaat waar het bevoegde gerecht is
gevestigd of in een derde land, kan de mondelinge behandeling overeenkomstig de
nationale wetgeving plaatsvinden met behulp van videoconferentie,
teleconferentie of andere passende telecommunicatietechnologie. Een partij moet
altijd het recht hebben voor het gerecht te verschijnen voor de mondelinge
behandeling indien hij daarom verzoekt. Het gerecht moet gebruikmaken van de
eenvoudigste en goedkoopste methode van bewijsverkrijging. (13) De mogelijke kosten van
procesvoering kunnen een rol spelen in het besluit van de eiser om
gerechtelijke actie te overwegen. Naast andere kosten kunnen de gerechtskosten
de eiser ontmoedigen om gerechtelijke actie te ondernemen, vooral in die
lidstaten waar de gerechtskosten onevenredig zijn. De gerechtskosten moeten in
verhouding staan tot de waarde van de vordering om de toegang tot de rechter
voor grensoverschrijdende geringe vorderingen te waarborgen. Deze verordening
beoogt niet de gerechtskosten te harmoniseren, maar wel een plafond voor de
gerechtskosten in te voeren waardoor de procedure toegankelijk is voor een
aanzienlijk deel van de eisers, en tegelijkertijd de lidstaten een ruime
discretionaire bevoegdheid te laten bij de keuze van de berekeningsmethode en
het bedrag van de gerechtskosten. (14) De betaling van de
gerechtskosten mag niet vereisen dat de eiser reist of een advocaat in de arm
neemt. Alle gerechten die voor de Europese procedure voor geringe vorderingen
bevoegd zijn, moeten minimaal bankoverschrijvingen en onlinebetaalsystemen met
credit/debetkaart aanvaarden. (15) De informatie over de
gerechtskosten en de betalingswijzen alsook over de autoriteiten of
organisaties die bevoegd zijn om praktische bijstand in de lidstaten te
verlenen, moet transparanter worden gemaakt en gemakkelijk op het internet te
vinden zijn. De lidstaten moeten de Commissie die informatie meedelen; de
Commissie moet er op haar beurt voor zorgen dat de informatie openbaar wordt
gemaakt en ruim verspreid wordt. (16) In Verordening (EG)
nr. 1896/2006 van het Europees Parlement en de Raad[18] zou moeten worden
verduidelijkt dat wanneer een geschil onder het toepassingsgebied valt van de
Europese procedure voor geringe vorderingen, die procedure ook een optie is
voor een partij bij een Europese betalingsbevelprocedure die tegen een Europees
betalingsbevel een verweerschrift heeft ingediend. (17) Om de verweerder beter te
beschermen, moeten de standaardformulieren die in de bijlagen I, II, III
en IV bij Verordening (EG) nr. 861/2007 zijn opgenomen,
informatie bevatten over de gevolgen voor de verweerder indien hij of zij geen
bezwaar aantekent tegen de vordering of niet voor het gerecht verschijnt, met
name de mogelijkheid dat een beslissing wordt gegeven of ten uitvoer wordt
gelegd jegens de verweerder en dat hij veroordeeld kan worden tot betaling van
de kosten in verband met de gerechtelijke procedure. De informatie in de
bijlagen moet in overeenstemming zijn met de wijzigingen waarin deze
verordening voorziet, bijvoorbeeld die waardoor het gebruik van
telecommunicatiemiddelen tussen het gerecht en de partijen wordt bevorderd. (18) Met betrekking tot wijzigingen
in de bijlagen I, II, III en IV bij deze verordening moet de
bevoegdheid om handelingen vast te stellen overeenkomstig artikel 290 van
het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie aan de Commissie worden
gedelegeerd. Het is van bijzonder belang dat de Commissie bij haar
voorbereidende werkzaamheden tot passende raadpleging overgaat, onder meer op
deskundigenniveau. De Commissie moet bij de voorbereiding en het opstellen van
gedelegeerde handelingen ervoor zorgen dat de desbetreffende documenten tijdig,
gelijktijdig en op passende wijze aan het Europees Parlement en aan de Raad
worden toegezonden. (19) Overeenkomstig de
artikelen 1 en 2 van het Protocol betreffende de positie van het
Verenigd Koninkrijk en Ierland ten aanzien van de ruimte van vrijheid,
veiligheid en recht, dat aan het Verdrag betreffende de Europese Unie en het
Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie is gehecht [hebben het
Verenigd Koninkrijk en Ierland kennis gegeven van hun wens deel te nemen aan de
vaststelling en de toepassing van deze verordening]/[nemen het Verenigd
Koninkrijk en Ierland onverminderd artikel 4 van dat protocol, niet deel
aan de vaststelling van deze verordening; deze is dan ook niet bindend voor
noch van toepassing in deze landen]. (20) Denemarken neemt,
overeenkomstig de artikelen 1 en 2 van het aan het Verdrag
betreffende de Europese Unie en het Verdrag betreffende de werking van de
Europese Unie gehechte Protocol betreffende de positie van Denemarken, niet
deel aan de vaststelling van deze verordening, die bijgevolg niet bindend is
voor, noch van toepassing is in Denemarken. (21) De Verordeningen (EG)
nr. 861/2007 en (EG) nr. 1896/2006 moeten bijgevolg dienovereenkomstig
worden gewijzigd, HEBBEN DE VOLGENDE VERORDENING
VASTGESTELD: Artikel 1 Verordening (EG) nr. 861/2007 wordt
als volgt gewijzigd: (1)
Artikel 2 wordt vervangen door: "Artikel 2 Toepassingsgebied 1. Deze verordening is van
toepassing in burgerlijke en handelszaken, ongeacht de aard van het gerecht,
indien de waarde van een vordering, alle rente, kosten en uitgaven niet
meegerekend, op het tijdstip dat het vorderingsformulier door het bevoegde
gerecht wordt ontvangen, niet meer bedraagt dan 10 000 EUR. Zij
heeft in het bijzonder geen betrekking op fiscale zaken, douanezaken en
bestuursrechtelijke zaken, of op de aansprakelijkheid van de staat wegens
handelingen of omissies bij de uitoefening van het staatsgezag ("acta
jure imperii"). 2. Deze verordening is niet van
toepassing indien op het ogenblik waarop het bevoegde gerecht het
vorderingsformulier ontvangt, alle volgende elementen zich, indien relevant, in
één enkele lidstaat bevinden: (a)
de woonplaats of de gebruikelijke verblijfplaats
van de partijen; (b)
de plaats van uitvoering van het contract; (c)
de plaats waar de feiten waarop de vordering
gebaseerd is, zich voordeden; (d)
de plaats van tenuitvoerlegging van de beslissing; (e)
het bevoegde gerecht. De woonplaats wordt bepaald overeenkomstig [de
artikelen 59 en 60 van Verordening (EG) nr. 44/2001]/[de
artikelen 62 en 63 van Verordening (EU) nr. 1215/2012]. 3. Deze verordening is niet van
toepassing op zaken met betrekking tot: (a)
de staat en de bekwaamheid van natuurlijke
personen; (b)
het huwelijksgoederenrecht, onderhoudsverplichtingen
en testamenten en erfenissen; (c)
faillissement, surseance van betaling, procedures
ter ontbinding van insolvente vennootschappen of andere rechtspersonen,
gerechtelijke en faillissementsakkoorden en andere soortgelijke procedures; (d)
sociale zekerheid; (e)
arbitrage; (f)
arbeidsrecht; (g)
huur en verhuur, pacht en verpachting van
onroerende zaken, met uitzondering van vorderingen van geldelijke aard; of (h)
inbreuken op de persoonlijke levenssfeer en op de
persoonlijkheidsrechten, waaronder begrepen laster. 4. Voor de toepassing van deze
verordening wordt onder "lidstaat" verstaan, iedere lidstaat, behalve
Denemarken.". (2)
Artikel 3 wordt geschrapt. (3)
Artikel 4 wordt als volgt gewijzigd: (a)
In lid 4, tweede alinea, wordt de volgende zin
toegevoegd: "Het gerecht stelt de eiser van die
afwijzing in kennis.". (b)
Lid 5 wordt vervangen door: "5. De lidstaten zorgen ervoor dat het
standaard vorderingsformulier A op papier beschikbaar is bij elk gerecht
waarbij de Europese procedure voor geringe vorderingen kan worden ingeleid, alsook
elektronisch op de websites van die gerechten of van de bevoegde centrale
autoriteit.". (4)
In artikel 5 wordt lid 1 vervangen door: "1. De Europese procedure voor geringe
vorderingen is een schriftelijke procedure. Het gerecht houdt een mondelinge
behandeling indien het van oordeel is dat er geen beslissing kan worden gegeven
op basis van het door de partijen verstrekte schriftelijk bewijs of indien een
partij daarom verzoekt. Het gerecht kan een dergelijk verzoek weigeren indien
het gezien de omstandigheden van de zaak van oordeel is dat een eerlijke
rechtspleging in deze zaak klaarblijkelijk geen mondelinge behandeling vergt.
De redenen voor afwijzing van het verzoek worden schriftelijk gegeven. Tegen de
weigering kan zonder betwisting van de beslissing zelf geen rechtsmiddel worden
aangewend. Het gerecht mag geen verzoek om mondelinge
behandeling weigeren indien: (a)
de waarde van de vordering meer dan 2 000 EUR
bedraagt; of (b)
beide partijen zich bereid tonen tot een
gerechtelijke schikking en daartoe om een zitting verzoeken.". (5)
Artikel 8 wordt vervangen door: "Artikel 8 Mondelinge behandeling 1. Een mondelinge behandeling
wordt gehouden met behulp van videoconferentie, teleconferentie of andere
passende telecommunicatietechnologie overeenkomstig Verordening (EG)
nr. 1206/2001 van de Raad, wanneer de te horen partij zijn woonplaats
heeft in een andere lidstaat dan de lidstaat waar het bevoegde gerecht
gevestigd is. 2. Een partij heeft altijd het
recht te verschijnen voor het gerecht en in persoon te worden gehoord, indien
hij daarom verzoekt.". (6)
Artikel 9 wordt vervangen door: "Artikel 9 Bewijsverkrijging 1. Het gerecht bepaalt met welke
middelen het bewijs wordt verkregen en welk bewijs het overeenkomstig de
voorschriften inzake de toelaatbaarheid van bewijs nodig heeft om een uitspraak
te kunnen doen. Het gerecht kan bewijsverkrijging door middel van een
schriftelijke verklaring van getuigen, deskundigen of partijen toelaten.
Wanneer de bewijsverkrijging met zich meebrengt dat een persoon wordt gehoord,
verloopt deze hoorzitting volgens de in artikel 8 opgenomen voorwaarden. 2. Het gerecht kan een
deskundigenonderzoek of een mondelinge getuigenis slechts gelasten indien het
niet mogelijk de beslissing te geven op basis van het door de partijen
verstrekte bewijs. 3. Het gerecht kiest de
eenvoudigste en minst bezwarende wijze van bewijsverkrijging.". (7)
Artikel 11 wordt vervangen door: "Artikel 11 Bijstand aan de partijen 1. De lidstaten zorgen ervoor
dat de partijen bij het invullen van de formulieren praktische bijstand kunnen
verkrijgen. Bij die bijstand wordt in het bijzonder nagegaan of van de
procedure gebruik kan worden gemaakt om het betrokken geschil op te lossen,
welk gerecht bevoegd is, hoe de verschuldigde rente wordt berekend en welke
stukken moeten worden bijgevoegd. 2. De lidstaten zorgen ervoor
dat informatie over de autoriteiten en organisaties die bevoegd zijn
overeenkomstig lid 1 bijstand te verlenen, op papier beschikbaar is bij
elk gerecht waarbij de Europese procedure voor geringe vorderingen kan worden
ingeleid, alsook elektronisch op de websites van die gerechten of van de
bevoegde centrale autoriteit.". (8)
Artikel 13 wordt vervangen door: "Artikel 13 Betekening of kennisgeving van stukken en
andere mededelingen tussen de partijen en het gerecht 1. De betekening of kennisgeving
van de in artikel 5, lid 2, en artikel 7, lid 2,
vermelde stukken geschiedt per post of elektronisch met bericht van ontvangst
met vermelding van de datum van ontvangst. De betekening of kennisgeving
geschiedt alleen elektronisch indien een partij vooraf uitdrukkelijk heeft
aanvaard dat de betekening of kennisgeving elektronisch kan plaatsvinden. De
betekening of kennisgeving via elektronische weg kan worden bevestigd door een
automatische bevestiging van afgifte. 2. Alle niet in lid 1
bedoelde schriftelijke communicatie tussen het gerecht en de partijen wordt
elektronisch verricht met een bericht van ontvangst, wanneer dit in procedures
volgens het nationale recht aanvaardbaar is en alleen wanneer de partij deze
wijze van communicatie aanvaardt. 3. Indien de betekening of
kennisgeving overeenkomstig lid 1 niet mogelijk is, kan zij geschieden op
een van de wijzen waarin de artikelen 13 en 14 van
Verordening (EG) nr. 1896/2006 voorzien. Indien mededeling
overeenkomstig lid 2 niet mogelijk is, kunnen alle andere
communicatiemiddelen die volgens het nationale recht aanvaardbaar zijn, worden
gebruikt.". (9)
Het volgende nieuwe artikel wordt ingevoegd: "Artikel 15 bis Gerechtskosten en betaalwijzen 1. De gerechtskosten die voor
een Europese procedure voor geringe vorderingen in rekening worden gebracht,
mogen niet meer bedragen dan 10 % van de waarde van de vordering, alle
rente, kosten en uitgaven niet meegerekend. Indien lidstaten voor een Europese
procedure voor geringe vorderingen minimumgerechtskosten in rekening brengen,
mogen die kosten op het ogenblik waarop het vorderingsformulier door het
bevoegde gerecht wordt ontvangen niet meer bedragen dan 35 EUR. 2. De lidstaten zorgen ervoor
dat betaling online van de gerechtskosten voor de partijen mogelijk is, onder
meer via bankoverschrijving en onlinebetaalsystemen met
credit/debetkaart.". (10)
In artikel 17 wordt lid 2 vervangen door: "2. De artikelen 15 bis en 16
zijn van toepassing op een beroepsprocedure.". (11)
Artikel 18 wordt vervangen door: "Artikel 18 Minimumnormen voor heroverweging van de
beslissing 1. Een verweerder die niet is
verschenen, kan het bevoegde gerecht in de lidstaat waar de beslissing is
gegeven, om heroverweging van de in een Europese procedure voor geringe
vorderingen gegeven beslissing verzoeken indien: (a)
het vorderingsformulier niet tijdig aan hem is
betekend of ter kennis is gebracht en op zodanige wijze dat hij zijn verweer
kan regelen; of (b)
hij de vordering door overmacht of
buitengewone omstandigheden buiten zijn wil niet heeft kunnen betwisten; tenzij de verweerder geen rechtsmiddel tegen de
beslissing heeft aangewend toen hij dit kon doen. 2. De termijn om een
heroverweging te vragen is 30 dagen. De termijn gaat in op de dag waarop
de verweerder daadwerkelijk kennis heeft gekregen van de inhoud van de
beslissing en in staat was om op te treden, zij het uiterlijk op de dag van de
eerste tenuitvoerleggingsmaatregel waardoor hij de beschikking over zijn
goederen geheel of gedeeltelijk verliest. De termijn mag niet op grond van afstand
worden verlengd. 3. Indien het gerecht het in
lid 1 bedoelde verzoek tot heroverweging afwijst omdat aan geen van de
aldaar genoemde voorwaarden voor heroverweging is voldaan, blijft de beslissing
van kracht. Indien het gerecht besluit dat heroverweging om
een van de in lid 1 bedoelde redenen gegrond is, is de in de Europese
procedure voor geringe vorderingen gegeven beslissing nietig. De
schuldeiser verliest echter niet het voordeel van de schorsing van de
verjarings- of vervaltermijnen. (12)
Artikel 21, lid 2, onder b), wordt
vervangen door: "b) een afschrift van het in artikel 20,
lid 2, bedoelde certificaat en, indien nodig, een vertaling van de in
punt 4.3 van het certificaat vermelde inhoud van de beslissing in de
officiële taal van de lidstaat van tenuitvoerlegging, of indien er in die
lidstaat verscheidene officiële talen bestaan, in de officiële taal of een van
de officiële rechtstalen van de plaats van tenuitvoerlegging overeenkomstig het
recht van die lidstaat, of in een andere taal die de lidstaat van
tenuitvoerlegging heeft verklaard te aanvaarden. Elke lidstaat geeft ten minste
één officiële taal of officiële talen van de instellingen van de Europese Unie
aan die van zijn eigen taal verschillen en die hij voor de Europese procedure
voor geringe vorderingen aanvaardt. De in punt 4.3 vermelde inhoud van de
beslissing wordt vertaald door een in een van de lidstaten tot het maken van
vertalingen bevoegde persoon.". (13)
Artikel 25 wordt vervangen door: "Artikel 25 Gegevens inzake rechterlijke bevoegdheid,
communicatiemiddelen, beroep, gerechtskosten, betaalwijzen en heroverweging 1. Uiterlijk op [zes maanden
na de inwerkingtreding van de verordening] doen de lidstaten de Commissie
mededeling van: (a)
de gerechten die bevoegd zijn om een beslissing te
geven in een Europese procedure voor geringe vorderingen; (b)
de communicatiemiddelen die overeenkomstig
artikel 4, lid 1, ten behoeve van de procedure worden aanvaard en de
gerechten ter beschikking staan; (c)
de gerechtskosten voor de Europese procedure voor
geringe vorderingen en de wijze waarop die worden berekend, alsook de
betaalwijzen die worden aanvaard voor de betaling van de gerechtskosten
overeenkomstig artikel 15 bis; (d)
welke autoriteiten of organisaties bevoegd zijn om
praktische bijstand te verlenen overeenkomstig artikel 11; (e)
het antwoord op de vraag of krachtens hun
procesrecht hoger beroep overeenkomstig artikel 17 mogelijk is, de termijn
waarbinnen dit beroep moet worden ingesteld en bij welk gerecht dit kan worden
ingesteld; (f)
de procedures om heroverweging te vragen
overeenkomstig artikel 18; (g)
de ingevolge artikel 21, lid 2,
punt b), aanvaarde talen; en (h)
de instanties die bevoegd zijn voor de
tenuitvoerlegging en de instanties die bevoegd zijn voor de toepassing van
artikel 23. De lidstaten stellen de Commissie in kennis van
iedere wijziging van deze informatie. 2. De Commissie maakt de
overeenkomstig lid 1 meegedeelde informatie openbaar met passende
middelen, zoals bekendmaking op het internet.". (14)
Artikel 26 wordt vervangen door: "Artikel 26
Wijzigingen van de bijlagen 1. De Commissie is bevoegd
overeenkomstig artikel 27 gedelegeerde handelingen vast te stellen met
betrekking tot de wijziging van de bijlagen I, II, III en IV.". (15)
Artikel 27 wordt vervangen door: "Artikel 27
Uitoefening van de bevoegdheidsdelegatie 1. De bevoegdheid om
gedelegeerde handelingen vast te stellen wordt aan de Commissie toegekend onder
de in dit artikel neergelegde voorwaarden. 2. De in artikel 26
bedoelde bevoegdheid om gedelegeerde besluiten vast te stellen, wordt met
ingang van [de inwerkingtreding van deze verordening] voor onbepaalde
tijd aan de Commissie verleend. 3. Het Europees Parlement of de
Raad kan de in artikel 26 bedoelde bevoegdheidsdelegatie te allen tijde
intrekken. Een besluit tot intrekking beëindigt de delegatie van de in dat
besluit genoemde bevoegdheid. Het wordt van kracht op de dag na die van de
bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie of op een daarin
genoemde latere datum. Het laat de geldigheid van de reeds van kracht zijnde
gedelegeerde handelingen onverlet. 4. Zodra de Commissie een
gedelegeerde handeling heeft vastgesteld, doet zij daarvan gelijktijdig
kennisgeving aan het Europees Parlement en de Raad. 5. Een overeenkomstig
artikel 26 vastgestelde gedelegeerde handeling treedt alleen in werking
indien het Europees Parlement noch de Raad daartegen binnen een termijn van
twee maanden na de kennisgeving van de handeling aan het Europees Parlement en
de Raad bezwaar heeft gemaakt, of indien zowel het Europees Parlement als de
Raad voor het verstrijken van deze termijn de Commissie hebben medegedeeld dat
zij daartegen geen bezwaar zullen maken. Die termijn wordt op initiatief van
het Europees Parlement of de Raad met twee maanden verlengd.". (16)
Artikel 28 wordt vervangen door: "Artikel 28
Evaluatie Uiterlijk op [vijf jaar na de datum van
toepassing] dient de Commissie bij het Europees Parlement, de Raad en het
Europees Economisch en Sociaal Comité een verslag in over de toepassing van
deze verordening. Het verslag gaat zo nodig vergezeld van wetgevingsvoorstellen. Te dien einde en tegen dezelfde datum verstrekken
de lidstaten de Commissie informatie over het aantal vorderingen
krachtens de Europese procedure voor geringe vorderingen en het aantal
verzoeken om tenuitvoerlegging van in een Europese procedure voor geringe
vorderingen gegeven beslissingen.". Artikel 2 Artikel 17 van Verordening (EG)
nr. 1896/2006 wordt vervangen door: "Artikel 17 Gevolgen van de indiening van een
verweerschrift 1. Indien binnen de in
artikel 16, lid 2, gestelde termijn een verweerschrift is ingediend,
wordt de procedure voortgezet voor de bevoegde gerechten van de lidstaat van
oorsprong, tenzij de eiser uitdrukkelijk heeft verzocht de procedure in dat
geval te staken. De procedure wordt voortgezet volgens de regels van: (a)
de toepasselijke vereenvoudigde procedure, met name
de procedure die in Verordening (EG) nr. 861/2007 is vastgelegd; of (b)
de gewone burgerlijke procedure. Indien de eiser zijn vordering door middel van de
Europese betalingsbevelprocedure geldend heeft gemaakt, laat het nationaal
recht zijn positie in de daaropvolgende burgerlijke procedure onverlet. 2. De overgang naar de
burgerlijke procedure in de zin van lid 1, onder a) en b), wordt
beheerst door het recht van de lidstaat van oorsprong. 3. Aan de eiser wordt medegedeeld
of de verweerder een verweerschrift heeft ingediend en of er naar een
burgerlijke procedure wordt overgegaan in de zin van lid 1.". Artikel 3 Deze verordening treedt in werking op de
twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de
Europese Unie. Zij is van toepassing met ingang van [6
maanden na de datum van inwerkingtreding van de verordening]. Deze verordening is verbindend in al
haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in de lidstaten overeenkomstig
de Verdragen. Gedaan te Brussel, Voor het Europees Parlement Voor
de Raad De voorzitter De
voorzitter FINANCIEEL MEMORANDUM 1. KADER VAN HET
VOORSTEL/INITIATIEF 1.1. Benaming van het voorstel/initiatief 1.2. Betrokken
beleidsterrein(en) in de ABM/ABB-structuur 1.3. Aard
van het voorstel/initiatief 1.4. Doelstelling(en) 1.5. Motivering
van het voorstel/initiatief 1.6. Duur
en financiële gevolgen 1.7. Beheersvorm(en) 2. BEHEERSMAATREGELEN 2.1. Regels
inzake het toezicht en de verslagen 2.2. Beheers-
en controlesysteem 2.3. Maatregelen
ter voorkoming van fraude en onregelmatigheden 3. GERAAMDE FINANCIËLE GEVOLGEN
VAN HET VOORSTEL/INITIATIEF 3.1. Rubriek(en)
van het meerjarige financiële kader en betrokken begrotingsonderde(e)l(en) voor
uitgaven 3.2. Geraamde
gevolgen voor de uitgaven 3.2.1. Samenvatting van de
geraamde gevolgen voor de uitgaven 3.2.2. Geraamde gevolgen
voor de beleidskredieten 3.2.3. Geraamde gevolgen
voor de administratieve kredieten 3.2.4. Verenigbaarheid met
het huidige meerjarige financiële kader 3.2.5. Bijdrage van derden
aan de financiering 3.3. Geraamde gevolgen voor de
ontvangsten FINANCIEEL
MEMORANDUM 1. KADER VAN HET
VOORSTEL/INITIATIEF 1.1. Benaming van het
voorstel/initiatief Voorstel
voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van
Verordening (EG) nr. 861/2007 van de Raad tot vaststelling van een Europese
procedure voor geringe vorderingen en Verordening (EG) nr. 1896/2006
betreffende een Europese betalingsbevelprocedure 1.2. Betrokken beleidsterrein(en)
in de ABM/ABB-structuur[19] Titel
33 - Justitie 1.3. Aard van het
voorstel/initiatief ¨ Het
voorstel/initiatief betreft een nieuwe actie ¨ Het
voorstel/initiatief betreft een nieuwe actie na een proefproject/een
voorbereidende actie[20] Ø Het voorstel/initiatief betreft de verlenging van een bestaande
actie ¨ Het voorstel/initiatief betreft een actie
die wordt omgebogen naar een nieuwe actie 1.4. Doelstellingen 1.4.1. De met het voorstel/initiatief
beoogde strategische meerjarendoelstelling(en) van de Commissie Ontwikkeling
van een ruimte van recht, Justitie voor groei 1.4.2. Specifieke doelstelling(en) en
betrokken ABM/ABB-activiteiten Specifieke doelstelling nr. Justitiële
samenwerking in burgerlijke en handelszaken Betrokken ABM/ABB-activiteit(en) 33
03 1.4.3. Verwachte resulta(a)t(en) en
gevolg(en) Vermeld de gevolgen
die het voorstel/initiatief zou moeten hebben op de begunstigden/doelgroepen De
Europese procedure voor geringe vorderingen (EPGV) eenvoudiger, goedkoper en
sneller maken, betere toegang tot de rechter voor geringe vorderingen 1.4.4. Resultaat- en
effectindicatoren Vermeld de
indicatoren aan de hand waarvan kan worden nagegaan in hoeverre het
voorstel/initiatief is uitgevoerd. Om de doelmatigheid en de doeltreffendheid te toetsen,
zullen de volgende indicatoren worden gebruikt: - stijging van het aantal EPGV-verzoeken,
zowel voor vorderingen tot 2 000 EUR als voor vorderingen tussen 2 000
en 10 000 EUR - informatie van het EJN, Eurobarometers, ECC-net; - beperking van de totale kosten en duur van
de procedure per zaak, waaronder de kosten voor vertaling van formulier D
- Eurobarometers, ECC-net; - verbetering van de transparantie van de
informatie over gerechtskosten en betalingsmethoden, alsook over praktische
bijstand - Eurobarometers, ECC-net; - vermindering van de werklast per zaak van de
gerechten door het gebruik van de EPGV in plaats van nationale gewone of
vereenvoudigde procedures - EJN, interviews met rechters in verschillende
lidstaten. 1.5. Motivering van het
voorstel/initiatief 1.5.1. Behoefte(n) waarin op korte of
lange termijn moet worden voorzien Herziening
van Verordening 861/2007 tot vaststelling van een Europese procedure voor
geringe vorderingen 1.5.2. Toegevoegde waarde van de
deelname van de EU […]Dat
EU-maatregelen nodig zijn, is reeds in 2007 vastgesteld toen
Verordening 861/2007 werd aangenomen. De belangrijkste reden voor de
huidige maatregel is dat de onevenredige kosten van procesvoering over geringe
vorderingen in grensoverschrijdende situaties binnen de EU verder moeten worden
verlaagd. Deze doelstelling kan niet worden verwezenlijkt door de lidstaten,
omdat zij betrekking heeft op een procedure die is vastgelegd in een
EU-verordening. EU-maatregelen zijn nodig om de Europese procedure verder te
verbeteren en te vereenvoudigen en voor meer zaken beschikbaar te maken, door
het toepassingsgebied ervan te verruimen en het plafond te verhogen, ten
behoeve van consumenten en kmo's. 1.5.3. Nuttige ervaring die bij
soortgelijke activiteiten in het verleden is opgedaan […] Hoewel de verordening de procesvoering over
grensoverschrijdende vorderingen sneller en goedkoper kan maken, is de
procedure nog altijd weinig bekend en is er sedert de inwerkingtreding van de
verordening nog onvoldoende gebruik van gemaakt. Het Europees Parlement
bevestigde in een resolutie van 2011[21]
dat er meer moet worden gedaan aan de rechtszekerheid, de slechting van
taalbarrières en de doorzichtigheid van procedures. Het verzocht de Commissie
maatregelen te treffen om ervoor te zorgen dat consumenten en ondernemingen
meer bewust worden gemaakt van en meer gebruikmaken van bestaande
wetgevingsinstrumenten, zoals de Europese procedure voor geringe vorderingen. Consumenten
en ondernemingen hebben er ook op gewezen dat de verordening verder moet worden
verbeterd om voor consumenten en ondernemingen, vooral de kmo's, nuttig te
zijn. Ook de lidstaten hebben gewezen op bepaalde gebreken in de huidige
verordening, die moeten worden aangepakt. 1.5.4. Samenhang en eventuele
synergie met andere relevante instrumenten Verordening (EU) nr. 1215/2012 (herschikking van Brussel I) beoogt de harmonisering van de
regels van internationaal privaatrecht inzake rechterlijke bevoegdheid en de
erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken.
In die verordening is onder meer bepaald dat "een in een lidstaat gegeven
beslissing in de overige lidstaten wordt erkend zonder vorm van proces". Dergelijke
bijzondere procedures, die vanaf 10 januari 2015 voor alle
beslissingen in burgerlijke en handelszaken zullen worden afgeschaft, staan
bekend als "exequaturprocedures". De EPGV-verordening is in wezen een instrument
om de procedures voor het oplossen van geschillen met een geringe waarde te
vereenvoudigen: een verzoek kan door middel van een standaardformulier worden
ingediend, de procedure wordt in beginsel schriftelijk gevoerd met specifieke
regels inzake hoorzittingen, bewijsvoering en de vertegenwoordiging van de
partijen, terwijl de kosten en de duur worden beperkt. De EPGV-verordening bevat ook bepalingen tot
afschaffing van het exequatur voor de erkenning van beslissingen die via deze
vereenvoudigde procedure worden gegeven (artikel 20), waardoor zij op dit
gebied overlapt met de herschikking van Brussel I. Wat het certificaat van
tenuitvoerlegging betreft, is de EPGV-verordening echter een vereenvoudiging
ten opzichte van de herschikking van Brussel I. Formulier D van de EPGV is
een vereenvoudigde versie van bijlage I bij de herschikking van Brussel I. Vanaf 10 januari 2015 (datum van
inwerkingtreding van de herschikking van Brussel I) zal de overgrote
meerderheid van de bepalingen van de EPGV-verordening die betrekking hebben op
de procedurele vereenvoudiging, alsook die over tenuitvoerlegging in zoverre ze
een vereenvoudiging vormen ten opzichte van de herschikking van Brussel I,
een toegevoegde waarde van de EPGV blijven vormen. 1.6. Duur en financiële gevolgen ¨ Voorstel/initiatief met een beperkte
geldigheidsduur –
¨ Voorstel/initiatief is van kracht vanaf [DD/MM]JJJJ tot en met
[DD/MM]JJJJ –
¨ Financiële gevolgen vanaf JJJJ tot en met JJJJ Ø Voorstel/initiatief met een onbeperkte geldigheidsduur –
Uitvoering met een opstartperiode vanaf JJJJ tot en
met JJJJ –
gevolgd door een volledige uitvoering. 1.7. Beheersvorm(en)[22] Ø Direct gecentraliseerd beheer door de Commissie ¨ Indirect gecentraliseerd beheer door uitvoeringstaken te delegeren aan: –
¨ uitvoerende agentschappen –
¨ door de Unie opgerichte organen[23] –
¨ nationale publiekrechtelijke organen of organen met een
openbaredienstverleningstaak –
¨ personen aan wie de uitvoering van specifieke acties in het kader van
titel V van het Verdrag betreffende de Europese Unie is toevertrouwd en die
worden genoemd in het betrokken basisbesluit in de zin van artikel 49 van het
Financieel Reglement ¨ Gedeeld beheer met
lidstaten ¨ Gedecentraliseerd beheer met derde landen ¨ Gezamenlijk beheer
met internationale organisaties (geef aan welke) Verstrek, indien meer
dan een beheersvorm is aangekruist, extra informatie onder
"Opmerkingen". Opmerkingen 2. BEHEERSMAATREGELEN 2.1. Regels inzake het toezicht en
de verslagen Vermeld frequentie en
voorwaarden. Na
vijf jaar zal een evaluatie/verslag volgen. Verslagen moeten zo nodig vergezeld
gaan van voorstellen tot wijziging. 2.2. Beheers- en controlesysteem 2.2.1. Mogelijke risico's Er
zijn geen vastgestelde risico's. 2.2.2. Controlemiddel(en) […]
n.v.t. 2.3. Maatregelen ter voorkoming van
fraude en onregelmatigheden Vermeld de bestaande
en geplande preventie- en beschermingsmaatregelen. […]
n.v.t. 3. GERAAMDE FINANCIËLE GEVOLGEN
VAN HET VOORSTEL/INITIATIEF 3.1. Rubriek(en) van het
meerjarige financiële kader en betrokken begrotingsonderde(e)l(en) voor
uitgaven · Bestaande begrotingsonderdelen voor uitgaven In volgorde van de
rubrieken van het meerjarige financiële kader en de begrotingsonderdelen Rubriek van het meerjarige financiële kader || Begrotingsonderdeel || Soort krediet || Bijdrage Nummer [Omschrijving …………………...……….] || GK/ NGK([24]) || van EVA-landen[25] || van kandidaat-lidstaten [26] || van derde landen || in de zin van artikel 18, lid 1, onder a bis), van het Financieel Reglement [3] || [33.03.01 [Programma Justitie] || GK || NEE || NEE || NEE || NEE · Te creëren nieuwe begrotingsonderdelen In volgorde van de rubrieken van het meerjarige
financiële kader en de begrotingsonderdelen Rubriek van het meerjarige financiële kader || Begrotingsonderdeel || Soort krediet || Bijdrage Nummer [Omschrijving……………………………..] || GK/ NGK || van EVA-landen || van kandidaat-lidstaten || van derde landen || in de zin van artikel 18, lid 1, onder a bis), van het Financieel Reglement [3] || [XX.YY.YY.YY] || || JA/NEE || JA/NEE || JA/NEE || JA/NEE 3.2. Geraamde gevolgen voor de
uitgaven 3.2.1. Samenvatting van de geraamde
gevolgen voor de uitgaven in miljoenen euro's (tot op 3 decimalen) Rubriek van het meerjarige financiële kader || Nummer || [Rubriek 3…………………………………………………………….] DG: JUST || || || Jaar 2014[27] || Jaar 2015 || Jaar 2016 || Jaar 2017 || Jaar 2018 || Jaar 2019 || Jaar 2020 || TOTAAL Beleidskredieten || || || || || || || || Nummer begrotingsonderdeel 33.03 01 || Vastleggingen || (1) || 0 || 0 || 0 || 0 || 0,150 || 0 || 0 || 150.000 Betalingen || (2) || 0 || 0 || 0 || 0 || 0,150 || 0 || 0 || 150.000 Nummer begrotingsonderdeel || Vastleggingen || (1a) || || || || || || || || Betalingen || (2a) || || || || || || || || Uit het budget van specifieke programma's gefinancierde administratieve kredieten[28] || || || || || || || || Nummer begrotingsonderdeel || || (3) || || || || || || || || TOTAAL kredieten voor DG JUST || Vastleggingen || =1+1a +3 || 0 || 0 || 0 || 0 || 0,150 || 0 || 0 || 150.000 Betalingen || =2+2a +3 || 0 || 0 || 0 || 0 || 0,150 || 0 || 0 || 150.000 TOTAAL beleidskredieten || Vastleggingen || (4) || || || || || || || || Betalingen || (5) || || || || || || || || TOTAAL uit het budget van specifieke programma's gefinancierde administratieve kredieten || (6) || || || || || || || || TOTAAL kredieten onder RUBRIEK 3 van het meerjarige financiële kader || Vastleggingen || =4+ 6 || 0 || 0 || 0 || 0 || 0,150 || 0 || 0 || 150.000 Betalingen || =5+ 6 || 0 || 0 || 0 || 0 || 0,150 || 0 || 0 || 150.000 Wanneer het voorstel/initiatief gevolgen heeft voor
meerdere rubrieken TOTAAL beleidskredieten || Vastleggingen || (4) || || || || || || || || Betalingen || (5) || || || || || || || || TOTAAL uit het budget van specifieke programma's gefinancierde administratieve kredieten || (6) || || || || || || || || TOTAAL kredieten onder de RUBRIEKEN 1 tot en met 4 van het meerjarige financiële kader (Referentiebedrag) || Vastleggingen || =4+ 6 || || || || || || || || Betalingen || =5+ 6 || || || || || || || || Rubriek van het meerjarige financiële kader || 5 || "Administratieve uitgaven" in miljoenen euro's (tot op 3 decimalen) || || || Jaar 2014 || Jaar 2015 || Jaar 2016 || Jaar 2017 || Jaar 2018 || Jaar 2019 || Jaar 2020 || TOTAAL DG: JUST || Personele middelen || 0,026 || 0,026 || 0,026 || 0,026 || 0,026 || 0,026 || 0,026 || 0,182 Andere administratieve uitgaven || 0,015 || 0,015 || 0,015 || 0,015 || 0,015 || 0,015 || 0,015 || 0,105 TOTAAL DG JUST || Kredieten || 0,041 || 0,041 || 0,041 || 0,041 || 0,041 || 0,041 || 0,041 || 0,287 TOTAAL kredieten onder RUBRIEK 5 van het meerjarige financiële kader || (totaal vastleggingen = totaal betalingen) || 0,041 || 0,041 || 0,041 || 0,041 || 0,041 || 0,041 || 0,041 || 0,287 in miljoenen euro's (tot op 3 decimalen) || || || Jaar 2014 || Jaar 2015 || Jaar 2016 || Jaar 2017 || Jaar 2018 || Jaar 2019 || Jaar 2020 || TOTAAL TOTAAL kredieten onder de RUBRIEKEN 1 tot en met 5 van het meerjarige financiële kader || Vastleggingen || 0,041 || 0,041 || 0,041 || 0,041 || 0,191 || 0,041 || 0,041 || 0,437 Betalingen || 0,041 || 0,041 || 0,041 || 0,041 || 0,191 || 0,041 || 0,041 || 0,437 3.2.2. Geraamde gevolgen voor de
beleidskredieten – ¨ Voor het voorstel/initiatief zijn geen
beleidskredieten nodig – Ø Voor het voorstel/initiatief zijn beleidskredieten nodig, zoals
hieronder nader wordt beschreven: Vastleggingskredieten, in miljoenen euro's (tot op 3
decimalen) Vermeld doelstellingen en outputs ò || || || Jaar 2014 || Jaar 2015 || Jaar 2016 || Jaar 2017 || Jaar 2018 || Jaar 2019 || Jaar 2020 || TOTAAL OUTPUTS Soort output[29] || Gem. kosten van de output || Aantal outputs || Kosten || Aantal outputs || Kosten || Aantal outputs || Kosten || Aantal outputs || Kosten || Aantal outputs || Kos-ten || Aantal outputs || Kosten || Aantal outputs || Kosten || Totaal aantal outputs || Totale kosten SPECIFIEKE DOELSTELLING NR. 1[30]… || || || || || || || || || || || || || || || || - Output || || || || 0 || || 0 || || 0 || || 0 || 1 || 0,150 || || 0 || || 0 || 1 || 0,150 - Output || || || || || || || || || || || || || || || || || || - Output || || || || || || || || || || || || || || || || || || Subtotaal voor specifieke doelstelling nr. 1 || || 0 || || 0 || || 0 || || 0 || 1 || 0,150 || || 0 || || 0 || 1 || 0,150 SPECIFIEKE DOELSTELLING NR. 2… || || || || || || || || || || || || || || || || - Output || || || || || || || || || || || || || || || || || || Subtotaal voor specifieke doelstelling nr. 2 || || || || || || || || || || || || || || || || TOTALE KOSTEN || || 0 || || 0 || || 0 || || 0 || 1 || 0,150 || || 0 || || 0 || 1 || 0,150 3.2.3. Geraamde gevolgen voor de
administratieve kredieten 3.2.3.1. Samenvatting –
¨ Voor het voorstel/initiatief zijn geen administratieve kredieten
nodig –
X Voor het voorstel/initiatief zijn
administratieve kredieten nodig, zoals hieronder nader wordt beschreven: in miljoenen euro's
(tot op 3 decimalen) || Jaar 2014[31] || Jaar 2015 || Jaar 2016 || Jaar 2017 || Jaar 2018 || Jaar 2019 || Jaar 2020 || TOTAAL RUBRIEK 5 van het meerjarige financiële kader || || || || || || || || Personele middelen || 0,026 || 0,026 || 0,026 || 0,026 || 0,026 || 0,026 || 0,026 || 0,182 Andere administratieve uitgaven || 0,015 || 0,015 || 0,015 || 0,015 || 0,015 || 0,015 || 0,015 || 0,105 Subtotaal RUBRIEK 5 van het meerjarige financiële kader || 0,0410 || 0,041 || 0,041 || 0,041 || 0,041 || 0,041 || 0,041 || 0,287 Buiten RUBRIEK 5[32] van het meerjarige financiële kader || || || || || || || || Personele middelen || || || || || || || || Andere administratieve uitgaven || || || || || || || || Subtotaal buiten RUBRIEK 5 van het meerjarige financiële kader || || || || || || || || TOTAAL || 0,041 || 0,041 || 0,041 || 0,041 || 0,041 || 0,041 || 0,041 || 0,287 3.2.3.2. Geraamde personeelsbehoeften –
Ø Voor het voorstel/initiatief zijn geen personele middelen nodig –
¨ Voor het voorstel/initiatief zijn personele middelen nodig, zoals
hieronder nader wordt beschreven: Raming in een geheel getal (of met hoogstens 1
decimaal) || Jaar 2014 || Jaar 2015 || Jaar 2016 || Jaar 2017 || Jaar 2018 || Jaar 2019 || Jaar 2020 Posten opgenomen in de lijst van het aantal ambten (ambtenaren en tijdelijke functionarissen) 33 01 01 01 (zetel en vertegenwoordigingen van de Commissie) || 0,026 || 0,026 || 0,026 || 0,026 || 0,026 || 0,026 || 0,026 XX 01 01 02 (delegaties) || || || || || || || XX 01 05 01 (onderzoek door derden) || || || || || || || 10 01 05 01 (eigen onderzoek) || || || || || || || Extern personeel (in voltijdequivalenten VTE)[33] XX 01 02 01 (AC, END, INT van de "totale financiële middelen") || || || || || || || XX 01 02 02 (AC, AL, END, INT en JED in de delegaties) || || || || || || || XX 01 04 jj[34] || - zetel[35] || || || || || || || - delegaties || || || || || || || XX 01 05 02 (AC, END, INT – onderzoek door derden) || || || || || || || 10 01 05 02 (AC, END, INT – eigen onderzoek) || || || || || || || Ander begrotingsonderdeel (te vermelden) || || || || || || || TOTAAL || 0,026 || 0,026 || 0,026 || 0,026 || 0,026 || 0,026 || 0,026 XX is het beleidsterrein of de begrotingstitel De benodigde personele
middelen zullen worden gefinancierd uit de middelen die reeds voor het beheer
van deze actie zijn toegewezen en/of binnen het DG zijn herverdeeld, eventueel
aangevuld met middelen die in het kader van de jaarlijkse toewijzingsprocedure
met inachtneming van de budgettaire beperkingen aan het beherende DG kunnen
worden toegewezen. Beschrijving van de
uit te voeren taken Ambtenaren en tijdelijke functionarissen || De betrokken ambtenaren zullen de toepassing van de wetgeving in de lidstaten volgen en de in artikel 26 beschreven uitvoeringsmaatregelen voorbereiden, het comité voorbereiden (artikel 27) en de evaluatie van de verordening in jaar n+5 verrichten (artikel 28). Extern personeel || 3.2.4. Verenigbaarheid met het
huidige meerjarige financiële kader –
Ø Het voorstel/initiatief is verenigbaar met het huidige meerjarige
financiële kader –
¨ Het voorstel/initiatief vergt herprogrammering van de betrokken
rubriek van het meerjarige financiële kader Zet uiteen welke herprogrammering nodig is, onder
vermelding van de betrokken begrotingsonderdelen en de desbetreffende bedragen. –
¨ Het voorstel/initiatief vergt toepassing van het flexibiliteitsinstrument
of herziening van het meerjarige financiële kader[36] Zet uiteen wat nodig is, onder vermelding van de
betrokken rubrieken en begrotingsonderdelen en de desbetreffende bedragen. 3.2.5. Bijdrage van derden aan de
financiering –
Het voorstel/initiatief voorziet niet in
medefinanciering door derden –
Het voorstel/initiatief voorziet in
medefinanciering, zoals hieronder wordt geraamd: Kredieten in miljoenen euro's (tot op 3 decimalen) || Jaar N || Jaar N+1 || Jaar N+2 || Jaar N+3 || Jaar 2018 || Jaar 2019 || Jaar 2020 || Totaal Medefinancieringsbron || || || || || || || || TOTAAL medegefinancierde kredieten || || || || || || || || 3.3. Geraamde gevolgen voor de
ontvangsten –
Ø Het voorstel/initiatief heeft geen financiële gevolgen voor de
ontvangsten –
¨ Het voorstel/initiatief heeft de hieronder beschreven financiële
gevolgen: –
¨ voor de eigen middelen –
¨ voor de diverse ontvangsten in miljoenen euro's (tot op 3 decimalen) Begrotingsonderdeel voor ontvangsten: || Voor het lopende begrotingsjaar beschikbare kredieten || Gevolgen van het voorstel/initiatief[37] Jaar N || Jaar N+1 || Jaar N+2 || Jaar N+3 || Jaar 2018 || Jaar 2019 || Jaar 2020 Artikel …………. || || || || || || || || Voor de diverse
ontvangsten die worden "toegewezen", vermeld het (de)
betrokken begrotingsonderde(e)l(en) voor uitgaven. Vermeld de wijze van
berekening van de gevolgen voor de ontvangsten. [1] Het
Verdrag betreffende de Europese Unie bepaalt dat de Europese Unie "haar
burgers een ruimte van vrijheid, veiligheid en recht zonder binnengrenzen
biedt, waarin het vrije verkeer van personen gewaarborgd is". Om een dergelijke
ruimte tot stand te brengen, moet de Europese Unie de justitiële samenwerking
in burgerlijke zaken met grensoverschrijdende gevolgen ontwikkelen. [2] EU-scorebord
voor justitie, te vinden op:
http://ec.europa.eu/justice/effective-justice/scoreboard/index_en.htm. [3] Andere
vereenvoudigingen die de verordening biedt, zijn de specifieke termijnen voor
procedurehandelingen voor de partijen en voor het gerecht en de beperking van
het beginsel "de verliezer betaalt" tot de redelijke kosten. [4] Resolutie
van het Europees Parlement van 25 oktober 2011 inzake alternatieve
geschillenbeslechting in burgerlijke, handels- en familiezaken (2011/117/INI). [5] Mededeling
van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad, het Economisch en Sociaal
Comité en het Comité van de Regio's over een verslag over het EU-burgerschap,
EU-burgers: uw rechten, uw toekomst, COM(2013) 269 final, blz. 15-16. [6] COM(2012)
225 final. [7] Speciale
Eurobarometer 395 over de Europese procedure voor geringe vorderingen, te
vinden op: http://ec.europa.eu/public_opinion/archives/ebs/ebs_395_sum_en.pdf. [8] De
Commissie ontving verschillende antwoorden in de vorm van aparte, op zichzelf
staande documenten. De resultaten die hier in procenten zijn uitgedrukt, geven
alleen de antwoorden weer die in de onlineraadpleging waren ingevoerd. In de
effectbeoordeling werd echter met alle antwoorden rekening gehouden. [9] Bulgarije,
Cyprus, Duitsland, Estland, Finland, Frankrijk, Griekenland, Italië, Litouwen,
Malta, Nederland, Oostenrijk, Polen, Portugal, Slovenië, Slowakije, Spanje,
Tsjechië, het Verenigd Koninkrijk en Zweden. [10] Er
zijn drie procedurele stappen waarin de verplichting van betekening of
kennisgeving per post aan de orde is: de betekening of kennisgeving van het
verzoek aan de verweerder, de betekening of kennisgeving van de beslissing aan
de eiser en de betekening of kennisgeving van de beslissing aan de verweerder.
Uit de huidige tekst van de verordening blijkt niet of ook de uitnodiging voor
mondelinge behandeling moet worden betekend of ter kennis gebracht. In de
praktijk vindt echter in veel lidstaten alle communicatie tussen de partijen en
het gerecht per post plaats. [11] Zie
zaak C-119/13, Eco-cosmetics Gmbh & Co.KG/Virginie Laetitia Barbara
Dupuy, zaak C-120/13, Raiffeisenbank St. Georgen reg. Gen. m.b.h./Tetyana
Bonchyk, en zaak C-121/13, Rechtsanwaltskanzlei CMS Hasche Sigle,
Partnerschaftsgesellschaft/Xceed Holding Ltd. [12] PB
C , blz. . [13] Verordening (EG)
nr. 861/2007 van het Europees Parlement en de Raad van 11 juli 2007
tot vaststelling van een Europese procedure voor geringe vorderingen (PB L 199
van 31.7.2007, blz. 1). [14] PB
C van , blz. . [15] Verordening (EG)
nr. 44/2001 van de Raad van 22 december 2000 betreffende de
rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen
in burgerlijke en handelszaken (PB L 12 van 16.1.2001,
blz. 1). [16] Verordening (EG)
nr. 1215/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2012
betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging
van beslissingen in burgerlijke en handelszaken (PB L 351 van 20.12.2012,
blz. 1). [17] Verordening (EG)
nr. 1206/2001 van de Raad van 28 mei 2001 betreffende de
samenwerking tussen de gerechten van de lidstaten op het gebied van
bewijsverkrijging in burgerlijke en handelszaken (PB L 174
van 27.6.2001, blz. 1). [18] Verordening (EG)
nr. 1896/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2006
tot invoering van een Europese betalingsbevelprocedure (PB L 399 van 30.12.2006,
blz. 1). [19] ABM: Activity Based Management – ABB: Activity Based
Budgeting. [20] In
de zin van artikel 49, lid 6, onder a) of b), van het Financieel
Reglement. [21] Resolutie
van het Europees Parlement van 25 oktober 2011 inzake alternatieve
geschillenbeslechting in burgerlijke, handels- en familiezaken (2011/117/INI). [22] Nadere
gegevens over de beheersvormen en verwijzingen naar het Financieel Reglement
zijn beschikbaar op BudgWeb: http://www.cc.cec/budg/man/budgmanag/budgmanag_en.html [23] In
de zin van artikel 185 van het Financieel Reglement. [24] GK
= gesplitste kredieten/NGK = niet-gesplitste kredieten. [25] EVA:
Europese Vrijhandelsassociatie. [26] Kandidaat-lidstaten en, in voorkomend geval, potentiële
kandidaat-lidstaten van de Westelijke Balkan. [27] Het
jaar N is het jaar waarin met de uitvoering van het voorstel/initiatief wordt
begonnen. [28] Technische
en/of administratieve bijstand en uitgaven ter ondersteuning van de uitvoering
van programma's en/of acties van de EU (vroegere "BA"-onderdelen),
onderzoek door derden, eigen onderzoek. [29] Outputs
zijn de te verstrekken producten en diensten (bv. aantal gefinancierde
studentenuitwisselingen, aantal km aangelegde wegen, enz.). [30] Zoals
beschreven in punt 1.4.2. "Specifieke doelstelling(en)…". [31] Het
jaar N is het jaar waarin met de uitvoering van het voorstel/initiatief wordt
begonnen. [32] Technische
en/of administratieve bijstand en uitgaven ter ondersteuning van de uitvoering
van programma's en/of acties van de EU (vroegere "BA"-onderdelen),
onderzoek door derden, eigen onderzoek. [33] AC=
Agent Contractuel (arbeidscontractant); AL= Agent Local (plaatselijk
functionaris); END= Expert National Détaché (gedetacheerd nationaal deskundige);
INT= Intérimaire (uitzendkracht); JED= Jeune Expert en Délégation
(jonge deskundige in delegaties). [34] Onder
het maximum voor extern personeel uit beleidskredieten (vroegere
"BA"-onderdelen). [35] Vooral
voor structuurfondsen, Europees Landbouwfonds voor Plattelandsontwikkeling
(ELFPO) en Europees Visserijfonds (EVF). [36] Zie
de punten 19 en 24 van het Interinstitutioneel Akkoord. [37] Voor
traditionele eigen middelen (douanerechten en suikerheffingen) moeten
nettobedragen worden vermeld, d.w.z. na aftrek van 25% aan inningskosten.