Choose the experimental features you want to try

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 62021CN0031

    Zaak C-31/21: Verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Corte suprema di cassazione (Italië) op 19 januari 2021 — Eurocostruzioni Srl / Regione Calabria

    PB C 98 van 22.3.2021, p. 14–15 (BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, HR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)

    22.3.2021   

    NL

    Publicatieblad van de Europese Unie

    C 98/14


    Verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Corte suprema di cassazione (Italië) op 19 januari 2021 — Eurocostruzioni Srl / Regione Calabria

    (Zaak C-31/21)

    (2021/C 98/13)

    Procestaal: Italiaans

    Verwijzende rechter

    Corte suprema di cassazione

    Partijen in het hoofdgeding

    Verzoekster in eerste aanleg en verzoekster tot cassatie: Eurocostruzioni Srl

    Verweerster in eerste aanleg en verweerster in cassatie: Regione Calabria

    Prejudiciële vragen

    1)

    Moeten de door de eindbegunstigde gedane betalingen overeenkomstig verordening (EG) nr. 1685/2000 van de Commissie van 28 juli 2000 tot vaststelling van uitvoeringsbepalingen van verordening (EG) nr. 1260/1999 (1) van de Raad met betrekking tot de subsidiabiliteit van de uitgaven voor door de structuurfondsen medegefinancierde verrichtingen, en met name regel nr. 1, punt 2.1, van de bijlage erbij, dat ziet op de “bewijsstukken inzake de uitgaven”, noodzakelijkerwijs worden gestaafd met vereffende facturen, ook al wordt de bijstand aan de begunstigde verleend om een gebouw op te trekken met eigen materialen, middelen en arbeidskrachten, of kan daarvan worden afgeweken op een andere manier dan die waarin uitdrukkelijk is voorzien voor de gevallen waarin dit niet mogelijk is, waarbij “boekingsstukken met vergelijkbare bewijskracht” moeten worden overgelegd?

    2)

    Hoe moet de uitdrukking “boekingsstukken met vergelijkbare bewijskracht” worden uitgelegd?

    3)

    Staan de bovengenoemde bepalingen van de verordening in het bijzonder in de weg aan een nationale en regionale regeling en de bijbehorende bestuurlijke uitvoeringsmaatregelen die, ingeval de bijstand aan de begunstigde is verleend om met eigen materialen, middelen en arbeidskrachten een gebouw op te trekken, voorzien in een systeem van controle van de gefinancierde uitgaven door het bestuur bestaande in:

    a)

    voorafgaande kwantificering van de werken op basis van een regionale prijslijst voor openbare werken en, voor de posten die niet zijn opgenomen in dit instrument, op basis van de geldende marktprijzen, zoals geraamd door de ontwerper,

    b)

    verslaglegging achteraf, met overlegging van de boekhouding van de werkzaamheden, bestaande uit het dagboek der werken en het boekhoudregister, die beide op elke bladzijde door de bouwcoördinator en de begunstigde onderneming zijn ondertekend, en de verificatie en controle van wat is uitgevoerd, op basis van de onder a) bedoelde eenheidsprijzen, door een technische inspectiecommissie die door de bevoegde regionale overheid is aangesteld?


    (1)  Verordening (EG) nr. 1260/1999 van de Raad van 21 juni 1999 houdende algemene bepalingen inzake de Structuurfondsen (PB 1999, L 161, blz. 1).


    Top