EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 52014TA1210(39)

Verslag over de jaarrekening van het Harmonisatiebureau voor de interne markt betreffende het begrotingsjaar 2013, vergezeld van de antwoorden van het Bureau

PB C 442 van 10.12.2014, p. 332–339 (BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, HR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)

10.12.2014   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 442/332


VERSLAG

over de jaarrekening van het Harmonisatiebureau voor de interne markt betreffende het begrotingsjaar 2013, vergezeld van de antwoorden van het Bureau

(2014/C 442/39)

INLEIDING

1.

Het Harmonisatiebureau voor de interne markt (hierna „het Bureau” ofwel „OHIM”), gevestigd te Alicante, werd opgericht bij Verordening (EG) nr. 40/94 van de Raad (1), die werd ingetrokken en vervangen door Verordening (EG) nr. 207/2009 (2). Het Bureau heeft tot taak de regelgeving van de Unie inzake merken, tekeningen en modellen ten uitvoer te leggen, die bedrijven eenvormige bescherming verleent op het gehele grondgebied van de Europese Unie (3).

TOELICHTING BIJ DE BETROUWBAARHEIDSVERKLARING

2.

De door de Rekenkamer gehanteerde controleaanpak omvat cijferanalyses, rechtstreekse toetsing van verrichtingen en een beoordeling van de essentiële beheersingsmaatregelen van de toezicht- en controlesystemen van het Bureau. Hierbij komt nog controle-informatie afkomstig uit het werk van andere controleurs (indien relevant) en een analyse van de „management representations”.

BETROUWBAARHEIDSVERKLARING

3.

Overeenkomstig het bepaalde in artikel 287 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU) controleerde de Rekenkamer:

a)

de jaarrekening van het Bureau, die bestaat uit de financiële staten (4) en de verslagen over de uitvoering van de begroting (5) betreffende het per 31 december 2013 afgesloten begrotingsjaar, en

b)

de wettigheid en regelmatigheid van de onderliggende verrichtingen bij die rekening.

De verantwoordelijkheid van de leiding

4.

De leiding is verantwoordelijk voor het opstellen en de getrouwe weergave van de jaarrekening van het Bureau, alsmede voor de wettigheid en regelmatigheid van de onderliggende verrichtingen (6):

a)

De verantwoordelijkheden van de leiding inzake de jaarrekening van het Bureau omvatten het opzetten, invoeren en in stand houden van een internebeheersingssysteem met betrekking tot de opstelling en de getrouwe weergave van financiële staten die geen afwijkingen van materieel belang als gevolg van fraude of fouten bevatten, het kiezen en toepassen van adequate grondslagen voor financiële verslaglegging op basis van de door de rekenplichtige van de Commissie vastgestelde boekhoudregels (7) en het maken van boekhoudkundige schattingen die onder de gegeven omstandigheden redelijk zijn. De voorzitter keurt de jaarrekening van het Bureau goed nadat de rekenplichtige deze heeft voorbereid op basis van alle beschikbare gegevens en een toelichting bij de jaarrekening heeft opgesteld waarin hij onder meer verklaart dat hij redelijke zekerheid heeft dat deze op alle materiële punten een getrouw beeld geeft van de financiële positie van het Bureau.

b)

De verantwoordelijkheden van de leiding inzake de wettigheid en regelmatigheid van de onderliggende verrichtingen en de inachtneming van het beginsel van goed financieel beheer omvatten het opzetten, invoeren en in stand houden van een doeltreffend en doelmatig internebeheersingssysteem, waarbij ook naar behoren toezicht wordt uitgeoefend en passende maatregelen worden getroffen ter voorkoming van onregelmatigheden en fraude en, indien nodig, rechtsvervolging wordt ingesteld om onverschuldigd betaalde of verkeerd gebruikte middelen terug te vorderen.

De verantwoordelijkheid van de controleur

5.

De Rekenkamer heeft de verantwoordelijkheid om op basis van haar controle aan het begrotingscomité van het Bureau een verklaring voor te leggen over de betrouwbaarheid van de jaarrekening en over de wettigheid en regelmatigheid van de onderliggende verrichtingen (8). De Rekenkamer verricht haar controle overeenkomstig de internationale controlestandaarden en de regels inzake beroepsethiek van IFAC en de internationale standaarden van hoge controle-instanties van INTOSAI. Volgens die standaarden moet de Rekenkamer de controle zodanig plannen en uitvoeren dat redelijke zekerheid wordt verkregen dat de jaarrekening van het Bureau geen afwijkingen van materieel belang bevat en de onderliggende verrichtingen bij die rekening wettig en regelmatig zijn.

6.

De controle houdt in dat procedures worden uitgevoerd om controle-informatie te verkrijgen over de bedragen en mededelingen in de rekeningen en over de wettigheid en regelmatigheid van de onderliggende verrichtingen. De selectie van de procedures is afhankelijk van het oordeel van de controleur, dat is gebaseerd op de inschatting van de risico's op afwijkingen van materieel belang in de rekeningen en op niet-conformiteit van materieel belang van de onderliggende verrichtingen met vereisten uit de regelgeving van de Europese Unie, hetzij door fraude, hetzij door fouten. Bij deze risico-inschatting kijkt de controleur naar de internebeheersingsmaatregelen met betrekking tot de opstelling en getrouwe weergave van de rekeningen en naar de toezicht- en controlesystemen die worden gehanteerd ter waarborging van de wettigheid en regelmatigheid van de onderliggende verrichtingen en zet hij controleprocedures op die onder de gegeven omstandigheden adequaat zijn. Bij de controle worden tevens de geschiktheid van de gehanteerde grondslagen voor financiële verslaglegging en de redelijkheid van de boekhoudkundige schattingen beoordeeld, evenals de algehele presentatie van de rekeningen.

7.

De Rekenkamer is van oordeel dat de verkregen controle-informatie toereikend is en geschikt als grondslag voor haar betrouwbaarheidsverklaring.

Oordeel over de betrouwbaarheid van de rekeningen

8.

Naar het oordeel van de Rekenkamer geeft de jaarrekening van het Bureau op alle materiële punten een getrouw beeld van zijn financiële situatie per 31 december 2013 en van de resultaten van zijn verrichtingen en kasstromen in het op die datum afgesloten jaar, overeenkomstig de bepalingen van zijn financieel reglement en de door de rekenplichtige van de Commissie vastgestelde boekhoudregels.

Oordeel over de wettigheid en regelmatigheid van de onderliggende verrichtingen bij de rekeningen

9.

Naar het oordeel van de Rekenkamer zijn de onderliggende verrichtingen bij de jaarrekening betreffende het per 31 december 2013 afgesloten begrotingsjaar op alle materiële punten wettig en regelmatig.

10.

De hiernavolgende opmerkingen doen niets af aan de oordelen van de Rekenkamer.

OPMERKINGEN OVER HET BEGROTINGSBEHEER

11.

Het bedrag van de geannuleerde overdrachten uit voorgaande jaren steeg van 4,2 miljoen euro (13 %) in 2012 tot 6,0 miljoen euro (16 %) in 2013. Dit was in beide jaren hoofdzakelijk het gevolg van het feit dat de in het kader van samenwerkingsovereenkomsten met de nationale bureaus van de lidstaten te vergoeden kosten lager waren dan geraamd (1,9 miljoen euro in 2012 en 3,8 miljoen euro in 2013), hetgeen wijst op de noodzaak dat aan het einde van het jaar nauwkeuriger informatie wordt verkregen van de nationale bureaus over de werkelijk gemaakte kosten.

12.

Het niveau van de vastgelegde kredieten voor 2013 varieerde voor de verschillende titels tussen 98 % en 89 % van de totale kredieten, hetgeen erop wijst dat de juridische verbintenissen tijdig werden aangegaan. Het niveau van naar 2014 overgedragen vastgelegde kredieten was hoog voor titel II (administratieve uitgaven): 23,9 miljoen euro (28 %), en voor titel III: 13,3 miljoen euro (38 %). Voor titel II was dit een gevolg van meerjarige contracten die vooral betrekking hadden op de constructie van het nieuwe gebouw en op ontwikkelingen, diensten of bestelde goederen op het gebied van IT die volgens plan eind 2013 waren besteld, maar pas in 2014 moesten worden betaald. Voor titel III had dit vooral te maken met samenwerkingsovereenkomsten met nationale bureaus waarbij deze laatste pas in 2014 kostendeclaraties moesten indienen en met de gebruikelijke bestelling van vertaaldiensten in de laatste maanden van 2013, waarvoor pas in 2014 moest worden betaald.

OVERIGE OPMERKINGEN

13.

Het Bureau heeft een plan voor bedrijfscontinuïteit en crisisbeheer ingevoerd waarin wordt bepaald dat werknemers die wachtdiensten verrichten, ongeveer 25 taken permanent moeten verzekeren. Hoewel de begrotingsmiddelen voor wachtdienstvergoedingen jaarlijks worden goedgekeurd door het begrotingscomité van het Bureau, ligt het in 2013 betaalde bedrag (4 02  458 euro) aanzienlijk hoger dan bij andere agentschappen die een permanente dienst moeten verzekeren.

FOLLOW-UP VAN DE OPMERKINGEN VAN VOORGAANDE JAREN

14.

Bijlage I bevat een overzicht van de corrigerende maatregelen die zijn getroffen naar aanleiding van de opmerkingen van de Rekenkamer van voorgaande jaren.

Dit verslag werd door kamer IV onder voorzitterschap van de heer Milan Martin CVIKL, lid van de Rekenkamer, te Luxemburg vastgesteld op haar vergadering van 8 juli 2014.

Voor de Rekenkamer

Vítor Manuel da SILVA CALDEIRA

President


(1)  PB L 11 van 14.1.1994, blz. 1.

(2)  PB L 78 van 24.3.2009, blz. 1.

(3)  Ter informatie geeft bijlage II een overzicht van de bevoegdheden en activiteiten van het Bureau.

(4)  Deze omvatten de balans en de economische resultatenrekening, de tabel van de kasstromen, de staat van de veranderingen van de nettoactiva en een overzicht van de belangrijkste grondslagen voor financiële verslaglegging en andere toelichtingen.

(5)  Deze omvatten de resultatenrekening van de begrotingsuitvoering en de bijlage daarbij.

(6)  Artikelen 38 en 43 van Verordening nr. CB-3-09 van het begrotingscomité van het Harmonisatiebureau voor de interne markt.

(7)  De door de rekenplichtige van de Commissie vastgestelde boekhoudregels zijn afgeleid van de International Public Sector Accounting Standards (IPSAS), uitgebracht door de Internationale Federatie van Accountants of, waar van toepassing, de International Accounting Standards (IAS)/International Financial Reporting Standards (IFRS), uitgebracht door de International Accounting Standards Board.

(8)  Artikelen 91 tot en met 95 van Verordening nr. CB-3-09 van het begrotingscomité van het Harmonisatiebureau voor de interne markt.


BIJLAGE I

Follow-up van de opmerkingen van voorgaande jaren

Jaar

Opmerking van de Rekenkamer

Stand van de corrigerende maatregel

(Afgerond/Loopt nog/Nog af te handelen/N.v.t.)

2011

De Rekenkamer constateerde verschillende tekortkomingen ten aanzien van de overeenkomst inzake het dienstverleningsniveau uit 2011 tussen het Bureau en het Vertaalbureau voor de organen van de Europese Unie (CdT). De overeenkomst was door het Bureau ondertekend op 20 juni 2011 en was volgens artikel 10 van toepassing vanaf 1 januari 2011. De uitvoering van het contract begon voorafgaand aan de ondertekening van het contract. Op verzoek van het CdT verrichtte het Bureau een betaling van 1,8 miljoen euro ter compensatie (1). Bovendien werd deze betaling geautoriseerd zonder begrotingsvastlegging en zonder beschikbare kredieten (2).

N.v.t.

2011

Het Bureau dient het beheer van zijn vaste activa te verbeteren. Voor door het Bureau ontwikkelde immateriële activa waren de boekhoudprocedures en de gegevens over de kosten niet betrouwbaar.

Afgerond

2011

Het Bureau beschikte per 31 december 2011 over in totaal 520 miljoen euro aan kasmiddelen (495 miljoen euro in 2010). Overeenkomstig het in 2010 door het begrotingscomité goedgekeurde kasmiddelenbeleid werden de middelen bij negen banken in vijf lidstaten aangehouden.

Afgerond

De Rekenkamer merkt niettemin op dat het niveau van de kasmiddelen nog steeds hoog is.

2012

Van de 31,9 miljoen euro aan van 2011 naar 2012 overgedragen vastgelegde kredieten werd 4,16 miljoen euro (13 %) in 2012 geannuleerd. 1,93 miljoen euro hiervan hield verband met samenwerkingsovereenkomsten met lidstaten die de aan hen toegewezen bedragen niet volledig absorbeerden.

N.v.t.

2012

In 2012 was het algemene niveau van vastgelegde kredieten 93 %, hetgeen erop wijst dat vastleggingen tijdig werden gedaan. Het niveau van naar 2013 overgedragen vastgelegde kredieten was echter hoog met 36,7 miljoen euro (19 % van het totaal aan vastgelegde kredieten), waarvan 21,7 miljoen euro betrekking had op titel II (administratieve uitgaven) en 14,1 miljoen euro op titel III (beleidsuitgaven). Het hoge niveau van overdrachten was hoofdzakelijk te wijten aan de late ontvangst van facturen voor in 2012 geleverde goederen en diensten. Meer bepaald vloeide het hoge niveau van overdrachten voor titel II ook voort uit een aantal meerjarige contracten voor de bouw van het nieuwe kantoorgebouw van het Bureau (6,09 miljoen euro) en de inkoop van de ontwikkeling van IT-producten (7,67 miljoen euro). Voor titel III houden de overdrachten grotendeels verband met de met lidstaten gesloten samenwerkingsovereenkomsten waarvoor kostendeclaraties pas in 2013 moesten worden ingediend (8,13 miljoen euro). Daarnaast werden er in de laatste maanden van 2012 vertaaldiensten besteld (5,43 miljoen euro) die pas in 2013 moesten worden betaald.

N.v.t.


(1)  De minimale waarde werd in de overeenkomst vastgesteld op 16,3 miljoen euro. De in 2011 geleverde diensten bedroegen in totaal 14,5 miljoen euro.

(2)  Deze betaling werd uit de begroting 2012 gedaan.


BIJLAGE II

Harmonisatiebureau voor de interne markt (Alicante)

Bevoegdheden en activiteiten

Bevoegdheden van de Unie volgens het Verdrag

(artikelen 36 en 56 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie)

Vrij verkeer van goederen

[...] de verboden of beperkingen welke gerechtvaardigd zijn uit hoofde van bescherming van de industriële en commerciële eigendom mogen geen middel tot willekeurige discriminatie noch een verkapte beperking van de handel tussen de lidstaten vormen. [...]

[...] de beperkingen op het vrij verrichten van diensten binnen de Unie zijn verboden ten aanzien van de onderdanen der lidstaten die in een andere lidstaat zijn gevestigd dan die, waarin degene is gevestigd te wiens behoeve de dienst wordt verricht. [...]

Bevoegdheden van het Bureau

(Verordening (EG) nr. 207/2009 van de Raad)

(Verordening (EU) nr. 386/2012 van het Europees Parlement en de Raad)

Doelstellingen

Toepassing van de wetgeving van de Unie inzake merken, tekeningen en modellen, die bedrijven het recht verschaft, eenvormige bescherming te verwerven op het gehele grondgebied van de Europese Unie.

Bevordering van het debat, het onderzoek, de opleiding, de communicatie, de ontwikkeling van geavanceerde IT-ondersteuningsinstrumenten en de verspreiding van beste praktijken op het gebied van intellectueel eigendom.

Taken

Ontvangst en indiening van verzoeken om inschrijving;

onderzoek van de voorwaarden voor inschrijving in het register, en van de verenigbaarheid met de wetgeving van de Unie;

recherche bij de diensten voor de industriële eigendom van de lidstaten inzake het bestaan van oudere nationale merken;

publicatie van aanvragen;

onderzoek van de (eventuele) oppositie van derden;

inschrijving of afwijzing van de aanvraag;

onderzoek van vorderingen tot vervallen- of nietigverklaring;

behandeling van tegen beslissingen ingesteld beroep;

het verbeteren van begrip voor de waarde van intellectueel eigendom;

het verbeteren van begrip voor de reikwijdte en het effect van inbreuken op intellectuele-eigendomsrechten;

het vergroten van de kennis aangaande beproefde methoden van de publieke en private sectoren ter bescherming van intellectuele-eigendomsrechten;

het meewerken aan het bewustmaken van de burgers van de gevolgen van inbreuken op intellectuele-eigendomsrechten;

het vergroten van de expertise van personen die betrokken zijn bij de handhaving van intellectuele-eigendomsrechten;

het vergroten van kennis van technische instrumenten ter voorkoming en ter bestrijding van inbreuken op intellectuele-eigendomsrechten, met inbegrip van tracking- en tracingsystemen met behulp waarvan originele producten zich van namaak laten onderscheiden;

het aanbrengen van mechanismen voor het helpen verbeteren van uitwisseling van informatie online over de handhaving van intellectuele-eigendomsrechten tussen de overheden van de lidstaten die op dit gebied werkzaam zijn, en het bevorderen van samenwerking met en tussen deze autoriteiten;

het in overleg met de lidstaten werken aan het bevorderen van internationale samenwerking met diensten voor intellectuele eigendom in derde landen om strategieën op te stellen en technieken, vaardigheden en instrumenten te ontwikkelen voor de handhaving van intellectuele-eigendomsrechten.

Organisatie

Raad van bestuur

Samenstelling

Eén vertegenwoordiger van elke lidstaat en één vertegenwoordiger van de Commissie alsmede hun plaatsvervangers.

Taak

De voorzitter van advies dienen over aangelegenheden die onder de bevoegdheden van het Bureau vallen.

De lijsten met kandidaten opstellen (artikel 125) voor voorzitter, ondervoorzitters, en voorzitters en leden van de kamers van beroep.

Voorzitter van het Bureau

Benoemd door de Raad aan de hand van een door de raad van bestuur opgestelde lijst van ten hoogste drie kandidaten.

Begrotingscomité

Samenstelling

Eén vertegenwoordiger van elke lidstaat en één vertegenwoordiger van de Commissie alsmede hun plaatsvervangers.

Taak

De begroting en het financieel reglement vaststellen, de voorzitter kwijting verlenen en de prijs van de rechercheverslagen vaststellen.

Beslissingen in verband met de aanvragen

Beslissingen worden genomen door:

a)

de onderzoekers;

b)

de oppositieafdelingen;

c)

de afdeling merkenadministratie en juridische aangelegenheden;

d)

de nietigheidsafdelingen;

e)

de kamers van beroep.

Externe controle

Europese Rekenkamer.

Kwijtingverlenende autoriteit

Het begrotingscomité van het Bureau.

In 2013 (2012) ter beschikking van het Bureau gestelde middelen

Begroting

418 (429) miljoen euro

Personeelsbestand per 31 december 2013

861 (775) tijdelijke posten opgenomen in de lijst van het aantal ambten, waarvan 731 (680) bezet + 171 (138) andere dienstverbanden (hulpfunctionarissen, gedetacheerde nationale deskundigen, plaatselijke functionarissen en uitzendkrachten, bijzondere adviseurs)

Totaalaantal personeelsleden: 902 (818)

Producten en diensten in 2013 (2012)

Merken

Aantal aanvragen: 1 14  421 (1 07  924)

Aantal inschrijvingen: 98  092 (95  645)

Aantal gevallen van oppositie: 17  006 (16  634)

Beroepen ingesteld bij de kamers van beroep: 2  602 (2  339)

Hangende beroepen: 2  361 (2  352)

Modellen en tekeningen

Ontvangen: 95  429 (92  175)

Ingeschreven: 84  056 (78  658)

Bron: Door het Bureau verstrekte bijlage.


ANTWOORDEN VAN HET BUREAU

11.

Het Bureau neemt momenteel samen met de nationale bureaus maatregelen om het hoge niveau van geannuleerde overdrachten te verminderen. Er is een proefprogramma van tussentijdse, zesmaandelijkse uitvoeringsverslagen opgezet. Het is de bedoeling dit programma uit te breiden tot de belangrijke projecten die het Bureau met de nationale bureaus heeft, zodra het proefprogramma meer deelnemers telt. Tot slot zal het Bureau ook nagaan waar de overeenkomsten met de nationale bureaus (voor 2015) kunnen worden aangepast om onnodige overdrachten tot een minimum te beperken.

12.

Naast de bovenvermelde maatregelen, die vooral in titel III maar ook in titel II het hoge niveau van overdrachten moeten doen dalen, werkt het Bureau momenteel met het Vertaalbureau aan een systeem om de hoeveelheid overdrachten aan het einde van het jaar te verminderen. Verder wordt het hoge niveau van overdrachten in titel II gerechtvaardigd door de uitbreiding van het hoofdkantoor van het Bureau en door ontwikkelingen op het gebied van IT.

Het Bureau treft momenteel maatregelen om betere controle te krijgen op de bedragen die elk jaar worden overgedragen.

13.

Overeenkomstig de vereisten van internationale kwaliteitsnormen (ISO 27001) en de door het begrotingscomité van het Bureau goedgekeurde internecontrolenormen (ICS 10), heeft het Bureau een plan voor bedrijfscontinuïteit ingevoerd (BCP). Dit is nu ook opgenomen in de financiële kaderregeling van 2013.

In november 2006 werden de bestuursorganen van het Bureau — de raad van bestuur en het begrotingscomité — in kennis gesteld van de BHIM-strategie, die gebaseerd was op een scenario met drie niveaus (niveau 0: crisisbeheerteam; niveau 1: IT- en logistiekteams, herstelcoördinatieteam en team voor algemene communicatie; niveau 2: teams die aan het herstel werken). De raad van bestuur en het begrotingscomité zegden hun steun toe aan deze strategie. Het Statuut voorziet in een betaling voor het personeel dat wachtdiensten verricht. Deze betaling wordt in een specifieke begrotingslijn opgenomen en jaarlijks (overeenkomstig de behoeften van de organisatie) geactualiseerd en goedgekeurd.

Het plan voor bedrijfscontinuïteit werd vastgesteld na een grondige effectbeoordeling met de hulp van externe consultants en omvat ALLE activiteiten van het Bureau.

Het Bureau verzekert permanent 25 taken via wachtdiensten, en de betalingen hiervoor bedroegen in 2013 4 02  458 euro. De redenen waarom het plan voor bedrijfscontinuïteit in zo’n uitgebreide structuur voorziet, zijn de volgende:

Het Bureau heeft een grote zichtbaarheid bij en veel contact met zijn belanghebbenden en moet bedrijven de klok rond een operationele e-dienstverlening aanbieden en de gebruikers onmiddellijk kunnen antwoorden. Mocht het IT-systeem uitvallen, zou dat een ernstige impact op de continuïteit van de werkzaamheden hebben. Daarom is in heel het Bureau bedrijfscontinuïteit van wezenlijk belang en zijn alle afdelingen betrokken partij (zichtbaarheid van activiteiten zoals samenwerkingsactiviteiten met de lidstaten en, in het kader van de opdracht van het Waarnemingscentrum, interactie met het bureau in Brussel, ondersteuning van personeel dat thuiswerkt, de goede werking van de taks-inning garanderen (geautomatiseerd IT-systeem dat door het hele Bureau wordt gebruikt) en tot slot de betrokkenheid van het aanbestedingspersoneel omdat het een welbepaalde centraliserende interventierol speelt (beheer van alle economische dossiers) in geval van een calamiteit). Gezien de omvang en de internationale achtergrond van onze leveranciers is de hoeveelheid formele documentatie zeer groot en uitermate afhankelijk van IT.

Om deze redenen zijn volgens ons de verschillen met andere agentschappen gerechtvaardigd.

Sinds zijn oprichting heeft het Bureau al tweemaal van de wachtdienst moeten gebruikmaken; de laatste keer was bij de invoering van de nieuwe website.

De betalingen voor wachtdiensten vertegenwoordigden in 2013 minder dan 0,5 % van de totale uitgaven onder titel I. De betalingen kwamen ook overeen met minder dan één dag inkomsten uit de onlinediensten van het Bureau.

Het Bureau zal bij de jaarlijkse herziening van zijn processen, procedures en programma’s met de opmerking van de Rekenkamer rekening houden met het oog op continue verbetering.

14.

Het Bureau neemt er nota van dat de Rekenkamer alle bevindingen van voorgaande jaren als afgerond of niet van toepassing beschouwt.


Top