Choose the experimental features you want to try

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 32011R0291

Verordening (EU) nr. 291/2011 van de Commissie van 24 maart 2011 betreffende essentieel gebruik in de Unie van gereguleerde stoffen, chloorfluorkoolwaterstoffen uitgezonderd, voor analytische en laboratoriumtoepassingen krachtens Verordening (EG) nr. 1005/2009 van het Europees Parlement en de Raad betreffende de ozonlaag afbrekende stoffen

PB L 79 van 25.3.2011, pp. 4–6 (BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)

Dit document is verschenen in een speciale editie. (HR)

Legal status of the document In force

ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2011/291/oj

25.3.2011   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 79/4


VERORDENING (EU) Nr. 291/2011 VAN DE COMMISSIE

van 24 maart 2011

betreffende essentieel gebruik in de Unie van gereguleerde stoffen, chloorfluorkoolwaterstoffen uitgezonderd, voor analytische en laboratoriumtoepassingen krachtens Verordening (EG) nr. 1005/2009 van het Europees Parlement en de Raad betreffende de ozonlaag afbrekende stoffen

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EG) nr. 1005/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 16 september 2009 betreffende de ozonlaag afbrekende stoffen (1), en met name op artikel 10, lid 2,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

De Unie heeft de productie en het gebruik van gereguleerde stoffen voor de meeste toepassingen al geleidelijk beëindigd. De Commissie dient essentiële analytische en laboratoriumtoepassingen van gereguleerde stoffen, chloorfluorkoolwaterstoffen uitgezonderd, te omschrijven.

(2)

Besluit XXI/6 van de partijen bij het Protocol van Montreal consolideert de bestaande besluiten en verlengt de algemene vrijstelling van analytische en laboratoriumtoepassingen van 31 december 2010 tot 31 december 2014 voor alle gereguleerde stoffen, chloorfluorkoolwaterstoffen uitgezonderd, zodat de productie en het gebruik dat nodig is voor essentiële analytische en laboratoriumtoepassingen van gereguleerde stoffen is toegestaan, met inachtneming van de in het Protocol van Montreal gestelde voorwaarden.

(3)

Besluit VI/25 van de partijen bij het Protocol van Montreal specificeert dat een toepassing alleen als essentieel kan worden beschouwd indien er geen technisch en economisch haalbare alternatieven of vervangende stoffen beschikbaar zijn die vanuit het oogpunt van milieu en gezondheid aanvaardbaar zijn. In zijn voortgangsverslag 2010 heeft het panel inzake technische en economische beoordeling (TEAP) een aanzienlijk aantal procedures genoemd waarvoor nu alternatieven voor het gebruik van gereguleerde stoffen beschikbaar zijn. Op basis van die informatie en van Besluit XXI/6 moet nu een lijst worden opgesteld van toepassingen waarvoor technisch en economisch haalbare alternatieven of vervangende stoffen beschikbaar zijn die vanuit het oogpunt van milieu en gezondheid aanvaardbaar zijn.

(4)

Ook moet een positieve lijst worden opgesteld van toegestane essentiële toepassingen van methylbromide, zoals door de partijen is overeengekomen in Besluit XVIII/15, alsmede van toepassingen waarvoor volgens het TEAP geen alternatieven beschikbaar zijn.

(5)

Voorts moet duidelijk worden gesteld dat het gebruik van gereguleerde stoffen voor toepassingen in het primaire en het secundaire onderwijs niet als essentieel mag worden beschouwd en beperkt moet worden tot het hoger en beroepsonderwijs. Daarenboven mag ook het gebruik van gereguleerde stoffen in voor het grote publiek beschikbare experimentele chemiekits niet als essentieel worden beschouwd.

(6)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het bij artikel 25, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1005/2009 ingestelde comité,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

De productie, de invoer en het gebruik van gereguleerde stoffen, chloorfluorkoolwaterstoffen uitgezonderd, kan worden toegestaan voor de in de bijlage bij deze verordening gespecificeerde essentiële analytische en laboratoriumtoepassingen.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op de 20e dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 24 maart 2011.

Voor de Commissie

De voorzitter

José Manuel BARROSO


(1)   PB L 286 van 31.10.2009, blz. 1.


BIJLAGE

Essentiële analytische en laboratoriumtoepassingen van gereguleerde stoffen, chloorfluorkoolwaterstoffen uitgezonderd

1.

Het volgende gebruik van gereguleerde stoffen, chloorfluorkoolwaterstoffen uitgezonderd, wordt beschouwd als essentiële analytische en laboratoriumtoepassingen:

a)

het gebruik van gereguleerde stoffen als referentie of norm

om uitrusting te kalibreren die gebruikmaakt van gereguleerde stoffen,

om de emissiewaarden van gereguleerde stoffen te controleren,

om de restwaarden van gereguleerde stoffen in goederen, planten en grondstoffen te bepalen;

b)

het gebruik van gereguleerde stoffen in toxicologische laboratoriumonderzoeken;

c)

laboratoriumtoepassingen waarin de gereguleerde stof wordt omgezet in een chemische reactie zoals gereguleerde stoffen die als grondstof worden gebruikt;

d)

het gebruik van methylbromide in een laboratorium om de doelmatigheid van methylbromide en de alternatieven daarvoor te vergelijken;

e)

het gebruik van tetrachloorkoolstof als oplosmiddel bij bromeringsreacties met N-bromosuccinimide;

f)

het gebruik van tetrachloorkoolstof als ketenoverdrager in polymerisatiereacties met vrije radicalen;

g)

alle andere analytische en laboratoriumtoepassingen waarvoor geen technisch en economisch haalbaar alternatief beschikbaar is.

2.

Het volgende gebruik van gereguleerde stoffen, chloorfluorkoolwaterstoffen uitgezonderd, wordt niet beschouwd als essentiële analytische en laboratoriumtoepassingen:

a)

koelings- en klimaatregelingsuitrusting gebruikt in laboratoria, waaronder gekoelde laboratoriumuitrusting zoals ultracentrifuges;

b)

het schoonmaken, herbewerken, repareren of herbouwen van elektronische onderdelen of samenstellingen;

c)

het bewaren van publicaties en archieven;

d)

het steriliseren van materialen in een laboratorium;

e)

elk gebruik in het basis- en het secundair onderwijs;

f)

als componenten in voor het grote publiek beschikbare experimentele chemiekits die niet bestemd zijn voor gebruik in het hoger onderwijs;

g)

schoonmaken of drogen, onder meer ook het verwijderen van vet van glaswerk en andere uitrusting;

h)

het bepalen van koolwaterstof-, olie- en vetgehalten in water, grond, lucht of afval;

i)

het testen van teer in bestratingsmaterialen;

j)

het nemen van vingerafdrukken voor forensische doeleinden;

k)

het testen van organisch materiaal in steenkool;

l)

als oplosmiddel bij het bepalen van cyaancobalamine (vitamine B12) en de broomindex;

m)

in methoden die gebruikmaken van de selectieve oplosbaarheid in de gereguleerde stof, waaronder het bepalen van cascarosides, schildklierextracten en de vorming van picraten;

n)

om geanalyseerde stoffen te preconcentreren bij chromatografische methoden (b.v. hogedrukvloeistofchromatografie (HPLC), gaschromatografie (GC), adsorbtiechromatografie), atoomabsorptiespectroscopie (AAS), spectroscopie met inductief gekoppeld plasma (ICP), röntgenfluorescentieanalyse;

o)

het bepalen van het joodgetal in vetten en oliën;

p)

alle andere analytische en laboratoriumtoepassingen waarvoor een technisch en economisch haalbaar alternatief beschikbaar is.


Top