Dit document is overgenomen van EUR-Lex
Het beginsel van gelijkheid van mannen en vrouwen met betrekking tot gelijkheid van beloning werd vastgelegd in het Verdrag van Rome van 1957.
Sindsdien heeft een reeks EU-wetten (richtlijnen) het beginsel van gelijkheid van vrouwen en mannen verbreed en het bestrijkt nu arbeidsvoorwaarden, sociale zekerheid, toegang tot goederen en diensten, balans tussen werk en privé, bescherming van het moederschap, ouderschapsverlof, en gelijke behandeling van zelfstandig werkzame mannen en vrouwen.
Het gelijkheidsbeginsel als een van de fundamentele waarden van de EU werd vastgelegd in het Verdrag van Lissabon, en meer in het bijzonder in artikel 2 en artikel 3, lid 3 van het Verdrag betreffende de Europese Unie, artikelen 8, 10, 19, 153 en 157 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie en artikelen 21 en 23 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie.
Gendergelijkheid, als een van de twintig belangrijke beginselen van de Europese pijler van de sociale rechten, moet een waarborg zijn voor:
In de loop van de jaren heeft de Europese Commissie strategieën opgesteld voor gelijkheid van mannen en vrouwen. In de meest recente Strategie voor gendergelijkheid, die de periode 2020-2025 beslaat, worden beleidsdoelen en -maatregelen gepresenteerd waarmee in 2025 aanzienlijke vooruitgang in de richting van een gendergelijk Europa zal zijn geboekt.