This document is an excerpt from the EUR-Lex website
Het Verdrag inzake het Energiehandvest en het protocol bij het Energiehandvest
De belangrijkste bepalingen van het Verdrag inzake het Energiehandvest hebben betrekking op de bescherming van de investeringen, de handel in energiegrondstoffen en -producten, de doorvoer en de regeling van geschillen.
De bepalingen van het verdrag omvatten:
Het verdrag erkent de soevereine rechten van landen met betrekking tot energiebronnen en bevestigt opnieuw dat deze moeten worden uitgeoefend in overeenstemming met het internationaal recht, zonder afbreuk te doen aan de algemene doelstelling om de toegang tot energiebronnen en de exploratie en ontwikkeling daarvan op commerciële grondslag te bevorderen.
Elke verdragsluitende partij wijst een of meer informatiebureaus aan waartoe men zich kan wenden met verzoeken om informatie over wetten, voorschriften, rechterlijke besluiten en bestuursrechtelijke beslissingen met betrekking tot de handel in energiegrondstoffen en -producten.
Het verdrag bevat bepalingen voor het oplossen van geschillen tussen deelnemende landen via diplomatieke kanalen en ad-hoctribunalen, en — in het geval van investeringen — tussen investeerders en gastlanden. Indien een geschil tussen investeerders niet binnen drie maanden in der minne kan worden geschikt, kunnen de investeerders ervoor kiezen het geschil voor te leggen aan:
De partijen mogen geen handelsgerelateerde investeringen doen die niet in overeenstemming zijn met de Algemene Overeenkomst inzake Tarieven en Handel (GATT) van 1994, waarbij de Wereldhandelsorganisatie (WTO) is opgericht, en niets in het verdrag stelt de WTO-leden vrij van de overeenkomst.
Het verdrag sluit geen enkele ondertekenaar uit van maatregelen die:
Het protocol is vastgesteld overeenkomstig het handvest. Tot de doelstellingen behoren:
In 2015 is een nieuw Internationaal Energiehandvest aangenomen en ondertekend door meer dan 65 landen en organisaties, waaronder de EU en alle EU-landen. Het doel van dit nieuwe handvest is zo veel mogelijk nieuwe landen te betrekken die bereid zijn samen te werken op het gebied van energie en die het belang van energiezekerheid voor energieproducerende, -doorvoerende en -consumerende landen erkennen. Het nieuwe handvest bouwt voort op en moderniseert het Energiehandvest van 1991.
Het Verdrag inzake het Energiehandvest is op in werking getreden, met wijzigingen van de met de handel verband houdende bepalingen, die van toepassing zijn met ingang van , en die hoofdzakelijk dienen om verwijzingen naar de GATT te vervangen door verwijzingen naar de WTO.
Zie ook:
Besluit 98/181/EG, EGKS, Euratom van de Raad en de Commissie van betreffende sluiting door de Europese Gemeenschappen van het Verdrag inzake het Energiehandvest en het protocol bij het Energiehandvest betreffende energie-efficiëntie en daarmee samenhangende milieuaspecten (PB L 69 van ,blz. 1-116)
Slotakte van de internationale Conferentie en besluit van de conferentie over het Energiehandvest betreffende de wijziging van de met de handel verband houdende bepalingen van het Verdrag inzake het Energiehandvest — Gezamenlijke verklaringen — Bijlage I: Wijziging van de met handel verband houdende bepalingen van het Verdrag inzake het Energiehandvest — Bijlage II: Verklaring in verband met de aanneming van de wijziging van de met de handel verband houdende bepalingen van het Verdrag inzake het Energiehandvest (PB L 252 van , blz. 23-46)
Slotakte bij de Conferentie over het Europese Energiehandvest — Bijlage 1: Verdrag inzake het Energiehandvest — Bijlage 2: Besluiten met betrekking tot het Verdrag inzake het Energiehandvest (PB L 380 van , blz. 24-88)
laatste bijwerking