Richtlijn 2009/38/EG heeft tot doel het waarborgen van informatie1 en raadplegingsrechten2 over transnationale aangelegenheden voor personeel in ondernemingen met een communautaire dimensie3 (met ten minste 1 000 werknemers) of groepen ondernemingen4. Dit wordt bereikt door de oprichting van een Europese ondernemingsraad (EOR) of andere gepaste procedures.
Richtlijn (EU) 2025/2450 wijzigt dit kader door de regels inzake transnationale aangelegenheden, raadplegingsprocedures, genderevenwicht, handhaving en toegang tot gerechtigheid aan te scherpen.
KERNPUNTEN
Doel en toepassingsgebied
De richtlijn versterkt de rechten van werknemers op informatie en raadpleging over transnationale aangelegenheden in grote ondernemingen die in meer dan één lidstaat van de Europese Unie (EU) actief zijn:
zij is van toepassing op ondernemingen met een communautaire dimensie en concerns met een communautaire dimensie met ten minste 1 000 werknemers in de EU en ten minste 150 werknemers in elk van ten minste twee lidstaten;
zij betreft transnationale aangelegenheden die betrekking hebben op ten minste twee ondernemingen of vestigingen die in ten minste twee lidstaten zijn gevestigd, of op de onderneming/groep als geheel.
Vrijwillig karakter van Europese ondernemingsraden
De richtlijn vereist de oprichting van een EOR of een alternatieve informatie- en raadplegingsprocedure op verzoek van ten minste 100 werknemers (of hun vertegenwoordigers) in ten minste twee lidstaten, of op initiatief van het hoofdbestuur.
Onderhandelingsprocedure
Een EOR wordt opgericht door middel van onderhandelingen tussen het hoofdbestuur en een bijzondere onderhandelingsgroep (BOG) die werknemers vertegenwoordigt:
BOG-leden worden gekozen of benoemd in verhouding tot de omvang van het werknemersbestand in elke lidstaat (één zetel per 10 % van het totale werknemersbestand in de EU, of een gedeelte daarvan), op zodanige wijze dat wordt gestreefd naar een genderevenwichtige vertegenwoordiging waarbij vrouwen en mannen elk ten minste 40 % van de leden uitmaken;
de BOG kan om deskundige bijstand verzoeken en met een tweederdemeerderheid besluiten geen onderhandelingen te openen dan wel onderhandelingen te beëindigen;
het hoofdbestuur draagt de onderhandelingskosten, overeenkomstig de door de lidstaten eventueel vast te stellen begrotingsregels betreffende de werking van de BOG;
in de overeenkomst moeten de samenstelling, functies, vergaderregelingen, hulpmiddelen, duur en aanpassingsregels van de EOR, de vorm van de vergaderingen, het gebruik van deskundigen, training en regelingen voor het bereiken van genderevenwicht worden vastgelegd.
Dochterondernemingsvereisten
Indien de partijen er niet in slagen binnen drie jaar een overeenkomst te sluiten (twee jaar in het geval van ondernemingen waarvoor voorheen een vrijstelling gold en van heronderhandelingen over reeds bestaande EOR-overeenkomsten na de herziening bij Richtlijn (EU) 2025/2450), of indien de directie niet binnen zes maanden na een geldig verzoek de eerste vergadering van de BOG bijeenroept, zijn de wettelijke vangnetregels van toepassing.
Volgens deze regels:
wordt een EOR tot stand gebracht met naar evenredigheid gekozen of benoemde leden;
komt de EOR ten minste tweemaal per jaar fysiek bijeen met het hoofdbestuur om te worden geïnformeerd en geraadpleegd over transnationale aangelegenheden, waaronder onder meer bedrijfsontwikkelingen, werkgelegenheidstrends en belangrijke structurele veranderingen;
in uitzonderlijke en dringende omstandigheden (zoals verplaatsingen, sluitingen of collectieve ontslagen), moet een beperkte commissie of de EOR zelf tijdig worden geïnformeerd;
de EOR kan, voor zover nodig, worden bijgestaan door deskundigen naar keuze.
Beginselen inzake informatie en raadpleging
De informatie moet tijdig en voldoende gedetailleerd worden verstrekt om een zinvolle beoordeling mogelijk te maken.
Raadpleging moet werknemersvertegenwoordigers in staat stellen voorafgaande aan de vaststelling van het besluit een mening te geven en geeft hen het recht op een met reden omklede schriftelijke reactie van de directie voordat de beslissing wordt vastgesteld.
Procedures op EU-niveau moeten worden gekoppeld aan nationale werknemersvertegenwoordigingsstructuren, met inachtneming van hun respectieve bevoegdheden.
Bescherming en vertrouwelijkheid
Werknemersvertegenwoordigers:
mogen geen vertrouwelijke informatie openbaar maken wanneer de vertrouwelijkheid wordt gerechtvaardigd door het legitieme belang van de onderneming en is gebaseerd op objectieve criteria die in het nationale recht zijn vastgelegd;
genieten bescherming en waarborgen die gelijkwaardig zijn aan die welke krachtens het nationale recht worden geboden, met inbegrip van bescherming tegen represaillemaatregelen of ontslag;
hebben recht op opleiding zonder loonverlies.
Aanpassing en bestaande overeenkomsten
Wanneer de structuur van de onderneming of groep aanzienlijk verandert, moeten er op initiatief van de directie of op verzoek van de werknemers of hun vertegenwoordigers nieuwe onderhandelingen worden geopend, terwijl de bestaande EOR’s tijdens de overgang blijven functioneren.
Ondernemingen die voorheen waren vrijgesteld op grond van vrijwillige overeenkomsten die vóór waren gesloten of van EOR-overeenkomsten die tussen en zijn ondertekend of herzien, vallen nu onder het toepassingsgebied van de richtlijn. In ondernemingen met zogenaamde vrijwillige overeenkomsten van vóór de richtlijn kunnen werknemers en hun vertegenwoordigers verzoeken om de instelling van een EOR.
Reeds bestaande EOR-overeenkomsten kunnen van toepassing blijven, maar partijen kunnen ervoor kiezen te onderhandelen over aanpassingen wanneer dergelijke overeenkomsten niet voldoen aan de gewijzigde vereisten met betrekking tot de inhoud ervan.
VANAF WANNEER TREEDT DIT REGLEMENT IN WERKING?
Richtlijn 2009/38/EG moest uiterlijk op in het recht van de lidstaten zijn omgezet.
Wijzigingsrichtlijn (EU) 2025/2450 moet uiterlijk op 1januari 2028 zijn omgezet. De nieuwe regels zijn van toepassing vanaf 2januari 2029, waarbij bepaalde overgangsbepalingen en de schrapping van vrijstellingen van toepassing zijn vanaf 2januari 2028.
ACHTERGROND
In 2016 onderzochten de diensten van de Commissie de invloed van de tenuitvoerlegging van Richtlijn 2009/38/EG, en met name de invloed van de veranderingen in Richtlijn 94/45/EG (de oorspronkelijke wetgeving inzake Europese ondernemingsraden, die door Richtlijn 2009/38/EG werd vervangen).
Informatie. het verstrekken van gegevens door de werkgever aan de werknemersvertegenwoordigers zodat zij een kwestie kunnen begrijpen en de invloed ervan kunnen beoordelen.
Raadpleging. dialoog tussen de werknemersvertegenwoordigers en het hoofdbestuur waarbij eerstgenoemden een advies uit kunnen brengen.
Onderneming met een communautaire dimensie. concern met ten minste 1 000 werknemers in meer dan één EU-land en met ten minste 150 werknemers in twee landen.
Concern met een communautaire dimensie. concern met in totaal ten minste 1 000 werknemers, twee ondernemingen in verschillende EU-landen en met minstens 150 werknemers in ten minste twee landen.
BELANGRIJKSTE DOCUMENT
Richtlijn 2009/38/EG van het Europees Parlement en de Raad van inzake de instelling van een Europese ondernemingsraad of van een procedure in ondernemingen of concerns met een communautaire dimensie ter informatie en raadpleging van de werknemers (Herschikking) (PB L 122 van , blz. 28-44).
Achtereenvolgende wijzigingen aan de Richtlijn (EU) 2009/38/EC werden in de basistekst opgenomen. Deze geconsolideerde versie is enkel van documentaire waarde.
GERELATEERDE DOCUMENTEN
Richtlijn (EU) 2025/2450 tot wijziging van Richtlijn 2009/38/EG wat betreft de instelling en werking van Europese ondernemingsraden en de doeltreffende handhaving van transnationale informatie- en raadplegingsrechten.