Brussel, 25.9.2025

COM(2025) 517 final

MEDEDELING VAN DE COMMISSIE AAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

Negende jaarverslag over de Faciliteit voor vluchtelingen in Turkije


Inhoudsopgave

1.    Inleiding    

1.1.    Turkije en de vluchtelingencrisis    

1.2.    De EU-respons op de crisis en de oprichting van de Faciliteit    

2.    De werking van de Faciliteit    

3.    Financiële capaciteit, duur en aard van de financiering    

4.    Uitvoering van de Faciliteit    

5.    Controle, evaluatie en audit    

6.    Communicatie en zichtbaarheid    

7.    Conclusies en volgende stappen    



1.Inleiding

Op grond van artikel 8, lid 1, van Besluit C(2015) 9500 1 van de Commissie (“het besluit”) dient de Commissie het Europees Parlement en de Raad regelmatig te informeren over de uitvoering van de Faciliteit voor vluchtelingen in Turkije (“de Faciliteit”). Op grond van artikel 8, lid 2, van het besluit dient de Commissie jaarlijks verslag uit te brengen bij het Europees Parlement en de Raad over de uitvoering van de Faciliteit. Het eerste jaarverslag over de Faciliteit werd in maart 2017 gepubliceerd 2 . Alle jaarverslagen zijn te vinden op de website van de Faciliteit voor vluchtelingen. Dit verslag is gebaseerd op gegevens tot en met februari 2025.

1.1.Turkije en de vluchtelingencrisis

Door zijn geografische ligging is Turkije een belangrijk opvang- en doorreisland voor vluchtelingen en migranten. Volgens gegevens die zijn aangeleverd door de Turkse regering, waren er in januari 2025 2 888 876 Syriërs met tijdelijke bescherming in het land en meer dan 300 000 geregistreerde vluchtelingen en asielzoekers, met name uit Afghanistan, Irak, Iran en Somalië 3 , 4 . Dit heeft een aanzienlijke impact gehad op de gastgemeenschappen. De langdurige ontheemding van Syrische vluchtelingen en het toenemend aantal irreguliere aankomsten uit Afghanistan in Turkije vormen een steeds grotere uitdaging voor de sociale cohesie tussen vluchtelingen, migranten en gastgemeenschappen. Daarnaast houden de spanningen aan de grens tussen Turkije en Iran aan. Na de val van het regime van Assad in december 2024 zijn volgens gegevens van de Turkse autoriteiten steeds meer Syriërs met een tijdelijke beschermingsstatus in Turkije de grens met Syrië overgestoken. Het is niet volledig duidelijk of het gaat om permanente terugkeer of voorbereidende bezoeken 5 . De Turkse autoriteiten hebben benadrukt dat terugkeeroperaties vrijwillig, veilig, waardig en ordelijk moet zijn.

Turkije blijft zeer aanzienlijke inspanningen leveren voor de opvang en het lenigen van de behoeften van vluchtelingen en migranten en heeft zich er nogmaals toe verbonden de Verklaring EU-Turkije van 18 maart 2016 6 (“de Verklaring”) uit te voeren. De Verklaring bleef in 2024 concrete vruchten afwerpen. Het aantal irreguliere aankomsten over zee in Griekenland en de aankomsten over land in Bulgarije bleven stijgen, maar zijn nog steeds lager dan vóór de Verklaring. De aankomsten in Italië en in de door de regering gecontroleerde gebieden van Cyprus daalden wel aanzienlijk 7 .

De uitvoering van de één-voor-één-hervestigingsregeling werd in het kader van de Verklaring voortgezet. Tussen april 2016 en februari 2025 zijn meer dan 43 815 Syrische vluchtelingen vanuit Turkije in de EU hervestigd. Sinds 2016 zijn 2 140 migranten van de Griekse eilanden naar Turkije teruggestuurd. Aangezien de Turkse autoriteiten hun besluit van maart 2020 om terugkeeroperaties in het kader van de Verklaring op te schorten naar aanleiding van de COVID-19-pandemie, niet hebben ingetrokken, hebben er sinds die datum geen terugkeeroperaties plaatsgevonden, ondanks herhaalde verzoeken van de Commissie en de Griekse autoriteiten.

Op de Europese Raad van oktober 2020 is overeengekomen om een positieve agenda EU-Turkije op te stellen. Daarin zijn vier prioriteitsgebieden vastgesteld: i) verbetering van het functioneren van de douane-unie en hervatting van de gesprekken over de modernisering ervan; ii) migratie en steun aan vluchtelingen; iii) dialogen op hoog niveau; en iv) interpersoonlijke contacten en mobiliteit. Bij de Europese Raad van juni 2021 is herhaald dat de EU bereid is om middels een stapsgewijze, evenredige en omkeerbare aanpak met Turkije in dialoog te gaan met als doel intensiever samen te werken op een aantal gebieden van gemeenschappelijk belang, mits wordt voldaan aan de in maart 2021 en in eerdere conclusies van de Europese Raad vastgestelde voorwaarden. Met de gezamenlijke mededeling van 29 november 2023 werd tegemoetgekomen aan het verzoek van de Europese Raad van 29-30 juni 2023 aan de hoge vertegenwoordiger en de Commissie om een verslag in te dienen over de stand van zaken in de betrekkingen tussen de EU en Turkije. In deze mededeling werden verschillende voorstellen gedaan om de betrekkingen nieuw leven in te blazen, onder meer op het gebied van migratiebeheer en financiële bijstand aan vluchtelingen en gastgemeenschappen. In november 2023 vond in Brussel een dialoog op hoog niveau plaats tussen de EU en Turkije over migratie en veiligheid. Naar verwachting zal in de eerste helft van 2025 nog een bijeenkomst plaatsvinden.

1.2.De EU-respons op de crisis en de oprichting van de Faciliteit

Als antwoord op de oproep van een aantal EU-lidstaten om aanzienlijk meer financiële middelen te verstrekken voor steun aan de vluchtelingen in Turkije, heeft de Commissie bij besluit van de Commissie van 24 november 2015, gewijzigd op 10 februari 2016, en op 14 maart en 24 juli 2018, de Vluchtelingenfaciliteit voor Turkije opgezet. De Faciliteit is een mechanisme voor de coördinatie van de middelen die beschikbaar worden gesteld via de begroting van de EU, alsook via extra bijdragen van de lidstaten die als externe bestemmingsontvangsten in de EU-begroting worden opgenomen 8 . De lidstaten hebben zich er politiek toe verbonden nationale bijdragen te leveren in het kader van het gezamenlijk akkoord tussen de EU-lidstaten en de Europese Commissie dat op 3 februari 2016 is aangenomen en is geactualiseerd toen overeenstemming werd bereikt over de tweede tranche van de Faciliteit 9 . Het gezamenlijk akkoord stelt tevens een voorwaardenkader vast.

Op 18 maart 2016 hebben de staatshoofden en regeringsleiders van de EU en Turkije opnieuw bevestigd dat zij vasthouden aan de uitvoering van het gezamenlijk actieplan en zijn zij verdere maatregelen overeengekomen waarmee wordt beoogd de betrekkingen tussen de EU en Turkije te verdiepen en de migratiecrisis aan te pakken 10 . Turkije en de EU hebben erkend dat er verdere, spoedige en vastberaden inspanningen nodig zijn. Meer specifiek werd in de Verklaring EU-Turkije opgeroepen om de irreguliere migratie uit Turkije naar de EU te stoppen door het bedrijfsmodel van mensensmokkelaars te ontwrichten en door migranten een alternatief te bieden voor de gevaarlijke oversteek, alsook om de Faciliteit versneld uit te voeren.

Voor de eerste tranche van de Faciliteit (2016-2017) werd een totaalbedrag van 3 miljard EUR toegewezen 11 , en voor de tweede tranche (2018-2019) nog eens 3 miljard EUR, waarmee het totaalbedrag van de Faciliteit op 6 miljard EUR uitkwam. Na deze vergadering is de Commissie snel begonnen met het sluiten van contracten voor de eerste projecten. Op 31 december 2020 waren contracten gesloten voor de volledige operationele begroting van de Faciliteit en tegen eind 2024 was meer dan 5,7 miljard EUR uitbetaald.

2.De werking van de Faciliteit 

De Faciliteit was een coördinatiemechanisme waarmee snel, doeltreffend en doelmatig EU-steun beschikbaar werd gesteld voor vluchtelingen in Turkije, dat ook zorg draagt voor een goed financieel beheer ervan. De Faciliteit garandeerde dat de bestaande EU-financieringsinstrumenten optimaal werden ingezet, voor humanitaire bijstand en/of ontwikkelingshulp, om op een brede en gecoördineerde manier te voldoen aan de behoeften van de vluchtelingen en de gastgemeenschappen 12 .

De stuurgroep van de Faciliteit stippelt het strategische beleid uit inzake de prioriteiten, het type acties dat wordt gesteund, de te besteden bedragen en de te gebruiken financieringsinstrumenten, en de voorwaarden met betrekking tot de uitvoering door Turkije van zijn verbintenissen in het kader van het gezamenlijke actieplan EU-Turkije van 29 november 2015 (“gezamenlijke actieplan”) 13 .

De duurzaamheid van de projecten van de Faciliteit en de medeverantwoordelijkheid van de Turkse autoriteiten blijven belangrijk. In de aanbevelingen in het tweede speciaal verslag van de Europese Rekenkamer van april 2024 wordt het belang van duurzaamheid en impact onderstreept. De prioriteitsgebieden voor bijstand worden vastgesteld op basis van een brede en onafhankelijke behoefteanalyse, die in 2018 werd geactualiseerd.

De Faciliteit coördineerde de financiering van de volgende externe financieringsinstrumenten 14 : i) humanitaire hulp; ii) het Europees nabuurschapsinstrument; iii) het instrument voor ontwikkelingssamenwerking (DCI); iv) het instrument voor pretoetredingssteun (IPA); en v) het instrument voor bijdrage aan stabiliteit en vrede. Maatregelen die worden gefinancierd uit de EU-begroting worden uitgevoerd overeenkomstig het toepasselijke financieel reglement en de uitvoeringsvoorschriften voor zowel direct als indirect beheer. De uitvoering van de bijstand is gebonden aan de strikte naleving door Turkije van de verbintenissen die zijn neergelegd in het gezamenlijke actieplan en de Verklaring.

3.Financiële capaciteit, duur en aard van de financiering

Het totale budget dat door de Faciliteit wordt gecoördineerd, beloopt 6 miljard EUR en wordt in twee tranches beschikbaar gesteld. Projecten in het kader van de eerste en tweede tranche lopen tot eind 2025 (vier van deze projecten zijn echter verlengd tot eind 2029 als gevolg van situaties van overmacht, zoals de aardbeving van 2023). Veel projecten in het kader van de eerste tranche zijn voltooid en de meeste projecten zullen volgens de planning op tijd of voor de uiterste termijn worden voltooid. Naar aanleiding van de COVID-19-pandemie is de uitvoeringsperiode voor projecten in het kader van de bijzondere maatregel van 2016 (1,6 miljard EUR) bij wijze van uitzondering verlengd, zodat de doelstellingen van alle betrokken projecten kunnen worden verwezenlijkt.

De eerste tranche bedroeg 3 miljard EUR. Hiervan kwam 1 miljard EUR uit de EU-begroting en werd 2 miljard EUR door de lidstaten in de vorm van bilaterale bijdragen ter beschikking gesteld. De tweede tranche bedroeg eveneens 3 miljard EUR. Hiervan kwam 2 miljard EUR uit de EU-begroting en 1 miljard EUR van de lidstaten 15 .

Wat de middelen uit de EU-begroting betreft, werd van de 1 miljard EUR uit de EU-begroting voor 2016-2017 250 miljoen EUR in 2016 en 750 miljoen EUR in 2017 vrijgemaakt. Van de 2 miljard EUR uit de EU-begroting voor 2018-2019 werd in 2018 550 miljoen EUR vrijgemaakt en werd het saldo in 2019 vrijgemaakt.

Wat de bijdragen van de lidstaten betreft, droegen de lidstaten voor de eerste tranche in 2016 677 miljoen EUR bij aan de Faciliteit, in 2017 847 miljoen EUR, in 2018 396 miljoen EUR en in 2019 80 miljoen EUR. Voor de tweede tranche droegen de lidstaten in 2018 68 miljoen EUR bij, in 2019 202 miljoen EUR, in 2020 265 miljoen EUR, in 2021 166 miljoen EUR en in 2022 165 miljoen EUR, en zijn de laatste betalingen voor in totaal 134 miljoen EUR gedaan in 2023. De bijdragen van de lidstaten werden rechtstreeks aan de EU-begroting gedaan als externe bestemmingsontvangsten en toegewezen aan de begrotingsonderdelen van het instrument voor pretoetredingssteun en van humanitaire hulp.

De balans tussen de betalingen van de lidstaten van hun bijdragen aan de Faciliteit en de uitbetalingen die met deze bijdragen worden gefinancierd vanuit de Faciliteit, is nog steeds bevredigend.

Aanvullende EU-bijstand aan vluchtelingen in Turkije, buiten het kader van de Faciliteit

In 2020 heeft de Commissie een aanvullend bedrag van 535 miljoen EUR toegewezen ter ondersteuning van humanitaire acties in Turkije buiten het kader van de Faciliteit. Deze bijstand aan vluchtelingen was met name gericht op basisbehoeften, bescherming, onderwijs en gezondheidszorg, en is volledig in contracten omgezet en uitbetaald.

Deze trend zette zich in 2021 voort. Naar aanleiding van de conclusies van de Europese Raad van juni van dat jaar heeft de Commissie 3 miljard EUR vrijgemaakt voor vluchtelingen en gastgemeenschappen in Turkije voor de periode 2021-2023. Met deze financiering werd beoogd te garanderen dat de belangrijkste maatregelen van de Faciliteit op de prioriteitsgebieden van humanitaire hulp, basisbehoeften, onderwijs en gezondheid, evenals migratiebeheer en grensbewaking, konden worden voortgezet. Hieronder viel ook een bedrag van 150 miljoen EUR in het kader van de DG HOME-instrumenten, waarmee met name de hervestiging van vluchtelingen uit Turkije in EU-lidstaten, maar ook migratiebeheer, grensbeheer en inspanningen ter bestrijding van mensensmokkel worden gesteund. Ook viel hieronder een bedrag van 14,4 miljoen EUR voor een steunmaatregel die in oktober 2024 werd goedgekeurd.

Een aanzienlijk deel van de financiering voor de periode 2021-2023 werd gemobiliseerd naar aanleiding van de verwoestende aardbevingen die in 2023 plaatsvond in Turkije. In dit kader werd in totaal 355,6 miljoen EUR bestemd voor sociaal-economische steun, gemeentelijke infrastructuur, onderwijsinfrastructuur en gezondheidsinfrastructuur.

In februari 2024 besloot de Europese Raad nog eens 2 miljard EUR toe te wijzen voor de instandhouding van de doeltreffende migratiesamenwerking met niet-EU-landen, met inbegrip van steun voor Syrische vluchtelingen in Turkije, als onderdeel van een akkoord over de herziening van het meerjarig financieel kader (MFK) voor 2021-2027.

Op de Syrië-conferentie in mei 2024 heeft de Commissie 1 miljard EUR aan steun toegezegd voor vluchtelingen en gastgemeenschappen in Turkije. Van dit bedrag is 520 miljoen EUR afkomstig uit de reguliere begroting voor 2024 om voortzetting van de bijstand aan vluchtelingen te waarborgen, en 480 miljoen EUR uit de eerder genoemde toewijzing van 2 miljard EUR, waarvan voor 2025-2027 dus nog circa 1,5 miljard EUR over is. Het pakket van 1 miljard EUR omvatte vijf maatregelen op het gebied van: i) onderwijs (80 miljoen EUR); ii) basisbehoeften, gezondheidszorg, gemeentelijke diensten en sociale cohesie (421 miljoen EUR); iii) migratiebeheer en grensbewaking (398 miljoen EUR); iv) voorziening voor een mogelijke toekomstige hernieuwde betrokkenheid van de Europese Investeringsbank bij de bevordering van de beschikbaarheid van potentiële leningen voor investeringen in verband met vluchtelingen (75 miljoen EUR); en v) humanitaire hulp (26 miljoen EUR).

In totaal heeft de EU sinds 2011 12,4 miljard EUR aan financiering toegewezen voor bijstand aan vluchtelingen en gastgemeenschappen in Turkije. Dit omvat 345 miljoen EUR voor bijstand aan vluchtelingen die tussen 2011 en 2016 is vrijgemaakt, 6 miljard EUR in het kader van de Faciliteit, 535 miljoen EUR voor een overbruggingsfinanciering in 2020 en 3 miljard EUR extra financiële middelen in 2021-2023, 1 miljard EUR in 2024 en een extra 1,5 miljard EUR aan geplande bijstand tot 2027.

4.Uitvoering van de Faciliteit

De Faciliteit wordt ingezet voor het verlenen van humanitaire bijstand en ontwikkelingshulp. In het kader van de eerste tranche zijn ruwweg 1,4 miljard EUR en 1,6 miljard EUR toegewezen aan de respectieve onderdelen. De aanhoudende crisis in Syrië heeft ertoe geleid dat de maatregelen van de tweede tranche in toenemende mate gericht waren op sociaal-economische ondersteuningsactiviteiten en het creëren van mogelijkheden om in het levensonderhoud te voorzien. In het kader van de tweede tranche is 1,04 miljard EUR toegewezen aan humanitaire bijstand en 1,9 miljard EUR aan ontwikkelingshulp 16 .

Voor de Faciliteit in haar totaliteit was de uitsplitsing van humanitaire bijstand en ontwikkelingshulp in december 2024 als volgt:

Zie voor alle details de online projecttabel 17 .

In het kader van de Faciliteit wordt bijstand op projectbasis verleend. De uitbetalingen zijn afhankelijk van de voortgang die wordt gemaakt met de uitvoering van de maatregelen van de Faciliteit. Steun in het kader van de Faciliteit omvat bijstand aan zowel vluchtelingen als gastgemeenschappen.

Humanitaire bijstand in het kader van de Faciliteit heeft tot doel de meest kwetsbare vluchtelingen te helpen door waardige ondersteuning op het gebied van basisbehoeften en bescherming te verlenen 18 . Met de hulp van gespecialiseerde agentschappen en partners worden ook leemten op de prioriteitsgebieden van gezondheid en onderwijs aangepakt. De verlening van humanitaire hulp door de EU valt onder de Europese consensus over humanitaire hulp van 2007 19 , waarin is gestipuleerd dat de EU als humanitaire actor de humanitaire beginselen van menselijkheid, neutraliteit, onpartijdigheid en onafhankelijkheid aanhangt, zoals uiteengezet in artikel 214 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie en in Verordening (EG) nr. 1257/96 betreffende humanitaire hulp 20 , 21 .

In het kader van het humanitaire onderdeel van de Faciliteit zijn in totaal 65 projecten uitgevoerd via 21 partners in het raam van zowel de eerste als de tweede tranche. Deze projecten komen tegemoet aan basisbehoeften, bescherming, onderwijs en gezondheid van de meest kwetsbare vluchtelingen in Turkije. In het kader van de eerste tranche is ongeveer 1,4 miljard EUR aan humanitaire bijstand toegewezen en in contracten omgezet en 1,4 miljard EUR uitbetaald, terwijl voor de tweede tranche 1,05 miljard EUR in contracten is omgezet aanbesteed en 1,04 miljoen EUR is uitbetaald.

Ontwikkelingshulp ondersteunt de behoeften op de langere termijn op het gebied van gezondheidszorg, onderwijs en sociaal-economische ontwikkeling van vluchtelingen, in het bijzonder op het punt van toegang tot overheidsdiensten en mogelijkheden om in het levensonderhoud te voorzien, en gemeentelijke infrastructuur. De hulp richt zich ook op kwetsbare groepen en omvat maatregelen met een genderdimensie, bijvoorbeeld bescherming van vrouwen en meisjes tegen seksueel en gendergerelateerd geweld en betere toegang tot seksuele en reproductieve gezondheidszorg.

In het onderdeel ontwikkelingshulp van de Faciliteit werden wederom vorderingen gemaakt met de uitvoering van 26 projecten waarvoor in het kader van de eerste tranche contracten werden gesloten. Van deze projecten werden er 15 uitgevoerd in het kader van het regionaal EU-trustfonds voor Syrië voor in totaal 293 miljoen EUR, boven op de begroting die rechtstreeks wordt beheerd via het IPA 22 .

Van het totaalbedrag van 3,5 miljard EUR dat in het kader van beide tranches aan ontwikkelingshulp is toegewezen, is inmiddels in totaal bijna 3,2 miljard EUR uitbetaald aan uitvoeringspartners 23 . In het kader van de eerste tranche is ongeveer 1,6 miljard EUR aan ontwikkelingshulp toegewezen en in contracten omgezet en 1,6 miljard EUR uitbetaald, terwijl voor de tweede tranche 1,9 miljard EUR in contracten is omgezet en bijna 1,7 miljoen EUR is uitbetaald.

Het onderdeel ontwikkelingshulp van de Faciliteit telt 14 lopende contracten.

In 2024 hadden de torenhoge inflatie in Turkije en aan wisselkoersen gerelateerde uitdagingen nog steeds een negatieve invloed op de uitvoering van de Faciliteit. Als gevolg hiervan moest de reikwijdte van sommige projecten worden beperkt.

Maatregelen van de Faciliteit per prioriteitsgebied

Over de voortgang per prioriteitsgebied in het kader van beide tranches van de Faciliteit wordt verslag uitgebracht in de controleverslagen van de Faciliteit 24 . Op de volgende prioriteitsgebieden zijn aanzienlijke resultaten geboekt.

Onderwijs

In totaal is 2,08 miljard EUR toegewezen aan onderwijssteun in het kader van de Faciliteit en aanvullende bijstand aan vluchtelingen.

In het kader van het humanitaire onderdeel van de Faciliteit is meer dan 181 miljoen EUR toegewezen aan onderwijs. Het programma Voorwaardelijke overdracht van contanten voor onderwijs (CCTE) voorziet in ondersteuning voor de inschrijving op school en het schoolbezoek van vluchtelingenkinderen door middel van de verstrekking van maandelijkse betalingen aan vluchtelingengezinnen op voorwaarde dat leerlingen regelmatig naar school gaan. In 2024 ondersteunde het CCTE VI-programma tot 585 000 kwetsbare vluchtelingenkinderen via voorwaardelijke geldoverdrachten voor onderwijs, waarbij de voorwaarde was dat ze regelmatig naar school zouden gaan. In totaal hebben 42 312 vluchtelingenkinderen in risicosituaties bescherming gekregen via de centra voor sociale dienstverlening van de Turkse overheid en de gemeenschapscentra van de Turkse Rode Halve Maan.

In september 2024 werd de hoogte van de contante bijstand bijgesteld om de negatieve effecten van de hoge inflatie te verzachten. Het aantal leerlingen dat van het programma profiteerde, daalde gedurende het jaar echter licht als gevolg van financiële problemen en de toepassing van een systeem van op adres gebaseerde verificatie. In het kader van dit systeem werd de tijdelijke beschermingsstatus van gezinnen opgeschort als zij zonder voorafgaande toestemming van de autoriteiten van verblijfplaats veranderden, waardoor ze niet meer in aanmerking kwamen voor sociale bijstandsprogramma’s.

In augustus 2024 kondigde de minister van Binnenlandse Zaken aan dat 729 000 Syriërs onder tijdelijke bescherming niet gelokaliseerd konden worden op hun geregistreerde adressen en dat zij hun registratie opnieuw moesten activeren. Als gevolg daarvan konden kinderen uit deze gezinnen geen beroep doen op sociale bijstandsprogramma’s als de Voorwaardelijke overdracht van contanten voor onderwijs (CCTE) of moesten ze het programma zelfs volledig verlaten. Om deze uitdagingen het hoofd te bieden, versterkte het ministerie van Gezin en Maatschappelijke dienstverlening de component kinderbescherming in het laatste kwartaal van 2024.

De uitvoering door het ministerie van Nationaal Onderwijs van het vlaggenschipprogramma van de Faciliteit (Bevordering van de integratie van Syrische kinderen in het onderwijsstelsel — PIKTES II) met een totale begroting van 400 miljoen EUR, liep in januari 2023 ten einde. Het werd voortgezet met PIKTES+ 25 , met een totale begroting van 300 miljoen EUR, gefinancierd in het kader van de aanvullende bijstand aan vluchtelingen in Turkije. In november 2024 ontving PIKTES+ nog eens 80 miljoen EUR voor de betaling van lerarensalarissen.

Het hoofddoel van de bijstand aan vluchtelingen van de EU op dit prioriteitsgebied blijft de integratie van alle vluchtelingenkinderen in het formele Turkse systeem, en daarnaast wordt ernaar gestreefd niet-schoolgaande kinderen te bereiken, veilige leertrajecten tot stand te brengen en leerresultaten te verbeteren. In maart 2024 volgde in de 29 provincies met de grootste populatie vluchtelingen, waarop het PIKTES+-programma zich richt, 74 % (834 169) van de vluchtelingenkinderen formeel onderwijs (inclusief kleuteronderwijs).

Het aantal studenten uit de vluchtelingen- en gastgemeenschappen dat door de Faciliteit ondersteunde beurzen voor technisch en beroepsonderwijs of instellingen voor hoger onderwijs heeft ontvangen, steeg tot 29 049. De meeste van deze studenten waren vluchtelingen en er was sprake van een evenwichtige genderverdeling.

De Faciliteit bleef ook de ontwikkeling van onderwijsinfrastructuur ondersteunen en de overbevolking op scholen terugdringen. Er is aanzienlijke vooruitgang geboekt op het gebied van de modernisering en voltooiing van onderwijsvoorzieningen. Een belangrijk resultaat bij de modernisering was de installatie van 8 700 smartboards op basis- en middelbare scholen. Tot op heden zijn met steun van de Faciliteit meer dan 12 000 onderwijsvoorzieningen gemoderniseerd.

In het kader van de projecten “Onderwijs voor iedereen in tijden van crisis” en “Onderwijsinfrastructuur voor weerbaarheid” werden daarnaast 175 scholen gebouwd en onderwijsdiensten opgezet. Er werden zonnepanelen geïnstalleerd op de daken van 50 scholen om energie op te wekken en er werden voor 41 scholen maatregelen voor energie-efficiëntie getroffen.

In 2024 werden contracten ondertekend om te helpen met de wederopbouw van onderwijsinfrastructuur in Turkije na de aardbevingen van februari 2023. Met deze financiering wordt beoogd de toegang tot onderwijs voor zowel vluchtelingen als gastgemeenschappen te verbeteren. In het kader van twee subsidieprojecten worden voor een totaalbedrag van 20 miljoen EUR beurzen en verwante diensten verstrekt aan gevluchte studenten en studenten uit gastgemeenschappen die een universitaire studie willen volgen. De projecten zijn in januari 2023 van start gegaan en duren drie jaar. In januari 2025 was een beurs toegekend aan 5 702 studenten uit het hoger onderwijs, waaronder 3 077 Syrische en 2 625 Turkse studenten.

Bescherming

In totaal is 352 miljoen EUR toegewezen aan beschermingssteun in het kader van de Faciliteit en aanvullende bijstand aan vluchtelingen, voornamelijk via projecten in het kader van het humanitaire onderdeel.

Met het humanitaire onderdeel van de Faciliteit is steun verleend aan de registratie en de controle van vluchtelingen zodat zij hun status in Turkije kunnen regulariseren en om hen te helpen toegang tot diensten te krijgen. In het bijzonder zijn hiermee de registratie-inspanningen van het Turkse Presidency of Migration Management ondersteund en is de institutionele en technische capaciteit ervan versterkt. Naast op zichzelf staande beschermingsmaatregelen die bedoeld waren om lacunes op te vullen, in te spelen op specifieke behoeften en personen die risico lopen bijstand te bieden, is bescherming ook geïntegreerd in de andere pijlers van de humanitaire responsstrategie (basisbehoeften, gezondheid en onderwijs). Het algemene doel is de kwetsbaarheden van vluchtelingen beter aan te pakken, hun status te regulariseren en hen in contact te brengen met een breder netwerk van openbare en VN-/ngo-diensten. Tijdens de verslagperiode bleef de bijstand toegespitst op de meest kwetsbare groepen (bv. migrerende seizoensarbeiders in de agrarische sector, belangrijkste vluchtelingengroepen 26 enz.). Daarnaast omvatten projecten die in reactie op de Syrische crisis via het EU-trustfonds werden gefinancierd, bijstand voor gemeenschapscentra die vluchtelingen opvangen en verdere doorverwijzing van kwetsbare vluchtelingen naar adequate diensten.

In het kader van het onderdeel ontwikkelingshulp van de Faciliteit werd de uitvoering voortgezet van een rechtstreekse subsidie van 20 miljoen EUR aan het ministerie van Arbeid, Gezin en Maatschappelijke dienstverlening. Met dit project wordt ernaar gestreefd de toegang tot sociale diensten van goede kwaliteit voor kwetsbare segmenten van zowel de Turkse bevolking als de vluchtelingenpopulatie te verbeteren en de capaciteit van het ministerie om geïntegreerde, hoogwaardige sociale diensten te leveren te vergroten.

Gezondheid

In totaal is 1,05 miljard EUR toegewezen aan steun voor de gezondheidszorg in het kader van de Faciliteit en aanvullende bijstand aan vluchtelingen.

De belangrijkste pijler van de financiering in het kader van de Faciliteit is een project voor de bevordering van de gezondheid van migranten genaamd SIHHAT, dat werd gefinancierd met drie opeenvolgende toewijzingen: 300 miljoen EUR in 2016, 210 miljoen EUR in 2020 en 210 miljoen EUR in 2023. SIHHAT steunt het Turkse ministerie van Volksgezondheid bij zijn inspanningen om alle vluchtelingen vrije en billijke toegang tot gezondheidszorg te bieden. Er waren in totaal 176 gezondheidscentra voor migranten en 9 gezondheidsposten in containers operationeel in 32 provincies en 3 500 gezondheidswerkers, waarvan meer dan 75 % van Syrische afkomst, werkten in door de EU gesteunde voorzieningen. Als gevolg van de aardbevingen zijn er gezondheidswerkers weggevallen en liepen 17 centra schade op. De diensten die daar werden verleend, werden verplaatst naar tijdelijke gezondheidsposten in containers. De uitvoering van SIHHAT II liep halverwege 2024 op zijn eind. SIHHAT III zorgt er met extra EU-steun (210 miljoen EUR in 2023 en 50 miljoen EUR in 2024) voor dat de gezondheidszorgdiensten voor vluchtelingen worden voortgezet.

De twee ziekenhuizen die werden gefinancierd via de Faciliteit (Dörtyol/Hatay en Kilis) zijn sinds 2022 volledig operationeel en verleenden cruciale zorg na de aardbevingen van 2023, toen de capaciteit van beide ziekenhuizen werd verhoogd naar 400 bedden. Daarnaast blijft de Faciliteit gezondheidscentra voor migranten bouwen en renoveren, medische apparatuur

en kraam- en hygiënepakketten inkopen en centra voor fysiotherapie en revalidatie renoveren, in aanvulling op SIHHAT. In 2024 werd begonnen met de bouw van 8 gezondheidscentra en zijn 113 medische apparaten ingekocht voor meer dan 40 ziekenhuizen.

Wat humanitaire steun betreft, zijn twee centra voor fysieke revalidatie in Kilis en Reyhanli/Hatay nog steeds operationeel. Daar worden diensten op gebieden als fysiotherapie, geestelijke gezondheid en psychosociale ondersteuning voor vluchtelingen met een handicap en ander kwetsbaarheden verleend.

Gemeentelijke infrastructuur

In totaal is 509 miljoen EUR toegewezen aan steun voor gemeentelijke infrastructuur in het kader van de Faciliteit en aanvullende bijstand aan vluchtelingen.

De Faciliteit ondersteunt diverse gemeenten om essentiële gemeentediensten aan te bieden, waaronder watervoorziening, sanitaire voorzieningen en beheer van vaste afvalstoffen. Zij steunt ook de lokale infrastructuur door te voorzien in recreatieve diensten. Wat recreatievoorzieningen betreft, zijn er twaalf voorzieningen (voetbalvelden en tennisbanen) voltooid en worden er momenteel tien sportcomplexen gebouwd. De bouw van water- en afvalwaterprojecten in de provincies Kilis, Şanlıurfa, Gaziantep, Mersin, Mardin, Adıyaman, Malatya en Hatay werd voortgezet.  

In 2023 en 2024 werden aanvullende contracten voor gemeentelijke infrastructuur voorbereid. Deze contracten moeten de voortzetting mogelijk maken van een project om de vooruitzichten van kwetsbare jongeren te verbeteren door te voorzien in inclusieve sport- en jongereninfrastructuur, en van een project om watertoevoer- en afvalwatersystemen te herstellen.

Een ander contract op dit prioriteitsgebied werd in 2024 ondertekend met het Turkse ministerie van Milieu, Verstedelijking en Klimaatverandering om te helpen met de voorbereiding en uitvoering van gemeentelijke infrastructuurprojecten waarvoor leningen van internationale financiële instellingen zullen worden gefaciliteerd via Ilbank.

Basisbehoeften en sociaal-economische steun

In totaal is in het kader van de Faciliteit en aanvullende bijstand aan vluchtelingen 4 miljard EUR toegewezen aan steun voor basisbehoeften en sociaal-economische steun.

De maatregelen op dit prioriteitsgebied zijn bedoeld om te voorzien in basisbehoeften van de meest kwetsbare vluchtelingen en de weerbaarheid en zelfredzaamheid van vluchtelingen te vergroten. Dit moet een geleidelijke overgang mogelijk maken van afhankelijkheid van sociale bijstand naar meer zelfredzaamheid en meer mogelijkheden om in eigen levensonderhoud te voorzien.

In het kader van de bijstand voor basisbehoeften van de Faciliteit hebben meer dan 2,6 miljoen vluchtelingen rechtstreekse steun ontvangen om hen in staat te stellen in waardigheid te leven. Tot juli 2023 werd de meeste steun verleend via het sociale vangnet voor noodgevallen (ESSN), een programma voor het verlenen van sociale bijstand dat maandelijks contant geld aan meer dan 1,6 miljoen vluchtelingen verstrekt via een debetkaartsysteem.

In het kader van de tweede tranche van de Faciliteit werd de uitvoering van de rechtstreekse subsidie van 245 miljoen EUR aan het ministerie van Gezin en Maatschappelijke dienstverlening voltooid. Via deze subsidie kon maandelijkse financiële steun worden verstrekt die vergelijkbaar was met de sociale bijstand aan kwetsbare personen binnen het Turkse socialezekerheidsstelsel, ofwel een complementair ESSN (C-ESSN). Het project werd parallel met het ESSN uitgevoerd en verleende steun aan eenoudergezinnen, ouderen en personen met een handicap (waaronder personen met een zware handicap). In 2024 werd de continuïteit van het C-ESSN en het ESSN 27 verzekerd dankzij de 3 miljard EUR aan aanvullende steun voor vluchtelingen die voor 2021-2023 werd vrijgemaakt 28  buiten het kader van de Faciliteit. Beide programma’s zijn sindsdien samengevoegd in één overeenkomst. In juli 2023 werd een overeenkomst inzake een nieuw programma voor contante bijstand, “Sociaal vangnet voor vluchtelingen in Turkije (SSN)” (781 miljoen EUR), ondertekend met het ministerie van Gezin en Maatschappelijke Dienstverlening. Deze interventie luidde de verschuiving van het ESSN in van humanitaire hulp naar ontwikkelingshulp voor de langere termijn. DG ECHO was niet langer betrokken bij het beheer van het programma. Het huidige programma (SSN) helpt iets meer dan 1,4 miljoen vluchtelingen om te voorzien in hun dagelijkse basisbehoeften.

Er wordt nog steeds aanvullende sociaal-economische steun verleend aan vluchtelingen om hun toegang tot de arbeidsmarkt te bevorderen. In de strategie van de EU op dit prioriteitsgebied wordt aandacht besteed aan zowel de vraag- als de aanbodzijde van de arbeidsmarkt. De steun neemt voornamelijk de vorm aan van technisch en beroepsonderwijs en -opleiding; kortlopende beroepsopleidingscursussen, waaronder leren op de werkplek, opleiding op het gebied van “soft skills”, beroepskeuzeadvies en ondersteunende diensten en hulp met werkvergunningen. Wat kortlopende cursussen voor de ontwikkeling van beroepsvaardigheden betreft, werden in 2024 gedurende een periode van zes maanden 11 779 deelnemers ingeschreven voor kortlopende cursussen voor de ontwikkeling van beroepsvaardigheden, waarmee het cumulatieve aantal begunstigden op 83 789 kwam (51 % mannen). Verder komt uit de gegevens over drie projecten die in dezelfde periode werden verzameld naar voren dat 8 584 nieuwe banen zijn geschapen door bedrijven die met EU-steun voor vluchtelingen zijn opgericht of uitgebreid, waarmee het totaal op 15 004 banen komt.

Het tweede belangrijke onderdeel van het programma richt zich op de oprichting van nieuwe en het uitbreiden van bestaande bedrijven door middel van materiële en immateriële steun teneinde de schepping van formele banen te bevorderen. De projecten “Ondersteuning van de werkgelegenheid” en “Transitie naar de arbeidsmarkt” (ISDEP I en ISDEP II), die worden uitgevoerd in samenwerking met het Turkse agentschap voor werkgelegenheid (İŞKUR) en het directoraat-generaal Internationale Arbeidskrachten (DG ILF) van het ministerie van Arbeid en Sociale Zekerheid, zijn gericht op de vergroting van de formele werkgelegenheid voor vluchtelingen en gastgemeenschappen. ISDEP I werd in 2024 met succes afgerond. Subsidies voor ondernemers, met inbegrip van opleidingen in ondernemerschap, en materiële en immateriële steun voor zowel vluchtelingen als gastgemeenschappen om banen te creëren, in nauwe samenwerking met de Turkse Dienst voor de bevordering van het midden- en kleinbedrijf (KOSGEB) en de Turkse Ontwikkelings- en investeringsbank (TKYB).

Met de in samenwerking met het ministerie van Industrie en Technologie uitgevoerde projecten Versterking van ondernemingscapaciteiten voor duurzame sociaal-economische integratie (ENHANCER) en Sociaal ondernemerschap, empowerment en cohesie in vluchtelingen- en gastgemeenschappen in Turkije wordt hetzelfde doel nagestreefd. Er worden aanvullende projecten uitgevoerd op het gebied van werkgelegenheid in de landbouw, beroepsopleiding en stages. In 2024 werden aanvullende contracten voor sociaal-economische steun ondertekend. Het ging hierbij onder meer om contracten voor de bevordering van duurzame middelen van bestaan en formele werkgelegenheid voor vluchtelingen en gastgemeenschappen in de gebieden die in februari 2023 zijn getroffen door de aardbevingen.

Migratiebeheer

In totaal is 878 miljoen EUR toegewezen aan steun voor migratiebeheer via de Faciliteit en aanvullende bijstand aan vluchtelingen 29 .

Er zijn twee projecten voltooid die met de eerste tranche zijn gefinancierd voor een totaalbedrag van 80 miljoen EUR. Het eerste project was bedoeld om EU-steun te verstrekken voor de versterking van de zoek- en reddingscapaciteit van de Turkse kustwacht en het tweede project om het Turkse Presidency of Migration Management 30 te ondersteunen bij het beheer van terugkeeroperaties uit de EU.

In 2024 werd in het kader van aanvullende steun voor vluchtelingen de uitvoering voortgezet van drie projecten voor een bedrag van 30 miljoen EUR die als doel hebben om: i) de capaciteit van het Turkse Presidency for Migration Management om illegale migratie tegen te gaan te versterken; ii) de samenwerking tussen de grensbeheerautoriteiten op luchthavens te verbeteren; en iii) operationele steun te blijven verlenen voor het beheer van uitzetcentra.

Sinds 2024 wordt een in december 2023 ondertekend contract ter waarde van 220 miljoen EUR uitgevoerd waarmee wordt beoogd het grensbeheer aan de oostelijke en zuidoostelijke grens van Turkije verder te versterken. In 2024 werd in het kader van extra steun voor vluchtelingen nog eens 398 miljoen EUR bestemd om de capaciteit van Turkije op het gebied van migratie- en grensbeheer te vergroten. Bij deze financiering ligt het accent op: i) vrijwillige terugkeer naar het land van herkomst; ii) versterking van de procedures voor internationale en tijdelijke bescherming; iii) preventie van migrantensmokkel; iv) de beveiliging van land- en zeegrenzen; en reguliere migratie. Een aanvulling van 50 miljoen EUR die werd toegewezen aan het eerdergenoemde grensbeheerproject, maakt hier ook deel van uit.

Genderaspecten binnen projecten in het kader van de Faciliteit

Het EU-genderactieplan III voor een gendergelijke wereld (2021-2025) blijft de leidraad vormen voor de maatregelen van de Faciliteit. De bevordering, bescherming en naleving van de mensenrechten voor vrouwen en meisjes in al hun diversiteit, gendergelijkheid en de verbetering van de positie van vrouwen en meisjes waren nog steeds prioriteiten in 2024. Gendergerelateerde overwegingen werden in alle projecten van de Faciliteit opgenomen en voortdurend gemonitord aan de hand van naar geslacht uitgesplitste gegevens (76 indicatoren).

De Faciliteit heeft de inzetbaarheid van vrouwen aanzienlijk bevorderd: meer dan 26 000 vrouwen hebben een korte beroepsopleiding gevolgd, ongeveer 40 000 vrouwen hebben loopbaanbegeleiding gekregen en er is advies of financiële steun verleend aan ongeveer 500 vrouwelijke ondernemers. De Faciliteit heeft taalcursussen Turks voor vrouwelijke vluchtelingen georganiseerd, die door ongeveer 25 000 volwassen vrouwelijke vluchtelingen en 20 000 vrouwelijke studenten met succes werden afgerond. Bovendien gingen circa 55 000 vluchtelingenmeisjes naar kleuteronderwijs dat werd aangeboden via door de Faciliteit gefinancierde projecten en hebben 15 000 vrouwelijke studenten een onderwijsbeurs ontvangen. Noemenswaardig is ook dat bijna 50 % van de leerkrachten en het onderwijzend personeel in dienst van de Faciliteit vrouw is. Meer dan 1 miljoen vrouwelijke vluchtelingen profiteren bovendien van regelmatige, onvoorwaardelijke geldoverdrachten via de programma’s voor overdracht van contanten. Daarnaast hebben ongeveer 400 000 gezinnen van vrouwelijke studenten CCTE-steun gekregen. Naast programma’s voor de overdracht van contanten zijn ongeveer 500 000 vrouwelijke vluchtelingen doorverwezen naar beschermingsdiensten en hebben ongeveer 550 000 vrouwelijke vluchtelingen via door de Faciliteit gefinancierde projecten gebruik kunnen maken van beschermingsdiensten.

5.Controle, evaluatie en audit

In 2024 bleef de verslaglegging over de resultaten van de Faciliteit gebaseerd op het resultatenkader 31 van de Faciliteit en de veranderingstheorie 32 . Het 13e controleverslag van de Faciliteit werd in december 2024 gepubliceerd en kan worden geraadpleegd op de website van DG ENEST 33 .

Eind 2024 ondertekende de Commissie een nieuw contract om de voortzetting te garanderen van het systeem voor controle- en gegevensbeheer van de Faciliteit, dat is opgezet in het kader van het eerste contract voor technische bijstand (SUMAF) 34 . Het oorspronkelijke SUMAF 35 -contract liep in december af; er werden 127 controlemissies (waaronder vier ad-hocmissies), 53 controles ter plaatse en 112 controlemissies 36 opgetekend.

In mei 2024 ondertekende de Commissie een raamcontract voor de eindevaluatie van de Faciliteit. Na de strategische tussentijdse evaluatie van de Faciliteit in 2021 zal de eindevaluatie, die eind 2025 moet zijn afgerond en waarmee de Faciliteit wordt afgesloten, gericht zijn op de tweede tranche van de Faciliteit.

De Europese Rekenkamer publiceerde in april 2024 haar tweede doelmatigheidscontrole van de Faciliteit. Het controleverslag, dat de bevindingen en aanbevelingen van de Rekenkamer en de antwoorden van de Commissie bevat, werd op 24 april 2024 gepubliceerd en kan online worden geraadpleegd 37 . De Rekenkamer heeft aan de Commissie de belangrijke aanbeveling doen uitgaan om de meting van de impact van de projecten van de Faciliteit te verbeteren en met de lidstaten en de Turkse autoriteiten in gesprek gaan over de wijze waarop de duurzaamheid ervan kan worden gewaarborgd.

6.Communicatie en zichtbaarheid 

Ook in 2024 bleven de communicatie-activiteiten de zichtbaarheid van de door de Faciliteit gefinancierde acties vergroten en meer bekendheid geven aan de bijstand die de EU aan Turkije verleent bij de opvang van vluchtelingen. Vanwege de sterke toename van negatieve officiële retoriek en publieke sentimenten jegens vluchtelingen in deze periode, werden de activiteiten gericht op de EU-bijstand aan vluchtelingen en gastgemeenschappen na de aardbevingen van februari 2023. Enkele voorbeelden zijn: i) een persreis die eind januari 2024 plaatsvond; ii) diverse succesverhalen en video’s; iii) een evenement in Ankara en een publicatie, video en fotoalbum “Stronger Together” over de rol die reddingswerkers uit de EU in februari 2023 hebben gespeeld bij het verlenen van bijstand van vluchtelingen en gastgemeenschappen, georganiseerd in nauwe samenwerking met de EU-lidstaten; en iv) een bezoek van commissaris Ferreira eind april 2024, waaraan veel ruchtbaarheid is gegeven.

7.Conclusies en volgende stappen

De uitvoering van de Faciliteit ging ook in 2024 verder. Eind 2020 waren contracten gesloten voor de volledige operationele begroting van de Faciliteit en eind 2024 was 5,7 miljard EUR uitbetaald. De Faciliteit bleef hoognodige steun verlenen aan vluchtelingen en gastgemeenschappen in Turkije. Met aanvullende bijstand aan vluchtelingen voor 2020-2024 wordt beoogd de duurzaamheid van de resultaten van de Faciliteit te waarborgen.

De volgende stappen zijn onder meer:

·voortzetting van de effectieve uitvoering van alle projecten van de Faciliteit ten behoeve van vluchtelingen en hun gastgemeenschappen, overeenkomstig de beginselen van goed financieel beheer;

·verdere uitvoering van de aan de Faciliteit gerelateerde communicatie-activiteiten;

·organisatie van een laatste bijeenkomst van de stuurgroep van de Faciliteit in 2025;

·programmering van aanvullende steun voor 2025-2027 aan vluchtelingen en gastgemeenschappen in Turkije om de duurzaamheid van de resultaten van de Faciliteit te waarborgen.

(1)

Besluit C(2015) 9500 van de Commissie van 24 november 2015 inzake een mechanisme voor de coördinatie van het optreden van de Unie en de lidstaten — de Vluchtelingenfaciliteit voor Turkije.

(2)

  https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/PDF/?uri=CELEX:52017DC0130 .

(3)

  https://en.goc.gov.tr/irregular-migration .

(4)

Een specifiek kenmerk van het Turkse asielstelsel houdt verband met het feit dat het land het protocol van New York van 1967 bij het Verdrag van Genève van 1951 met een voorbehoud heeft ondertekend. Dit betekent dat de grote meerderheid van de vluchtelingen in Turkije niet in aanmerking komt voor een volledige vluchtelingenstatus, maar alleen voor de status van “voorwaardelijk vluchteling” die, indien hij wordt toegekend, het verblijf van de vluchteling in het land beperkt tot het moment waarop een erkende vluchteling wordt “hervestigd in een derde land”.

(5)

Op 29 januari 2025 maakte het Turkse ministerie van Binnenlandse Zaken bekend dat sinds 9 december 2024 81 576 vluchtelingen naar Syrië waren teruggekeerd. Verder bevestigde dit ministerie dat president Erdoğan, in overeenstemming met de aanbeveling van het UNHCR, Syriërs in Turkije toestemming heeft gegeven om van 1 januari tot 1 juli 2025 voorbereidende bezoeken aan Syrië brengen. Gedurende deze periode van zes maanden mag een aangewezen gezinshoofd drie keer het land in- en uitreizen zonder de tijdelijke beschermingsstatus te verliezen.

(6)

  http://www.consilium.europa.eu/nl/press/press-releases/2016/03/18-eu-turkey-statement/ .

(7)

Tussen januari en december 2024 kwamen 65 574 irreguliere migranten vanuit Turkije in de EU aan, ten opzichte van 57 597 in dezelfde periode in 2023, een stijging van 14 %. Het totale aantal irreguliere aankomsten over zee in Griekenland steeg in 2024 met 31 % ten opzichte van 2023. Het aantal aankomsten in Griekenland over land steeg veel minder sterk, namelijk met 2 %. Tegelijkertijd daalde het aantal aankomsten in Cyprus via de groene lijn met 42 % tussen januari en december 2024 ten opzichte van dezelfde periode in 2023. Tussen januari en februari 2025 kwamen bovendien 4 537 irreguliere migranten vanuit Turkije in de EU aan, ten opzichte van 7 426 in dezelfde periode in 2024, een daling van 39 %. Het aantal migranten op de route van Turkije naar Italië is in 2024 aanzienlijk afgenomen met ongeveer 3 366 aankomsten, waardoor nu 5 % van de illegale grensoverschrijdingen naar Italië vanuit Turkije plaatsvindt. In 2015, voordat de Verklaring EU-Turkije werd ondertekend, waren er 885 386 irreguliere aankomsten via de route door het oostelijke Middellandse Zeegebied.

(8)

Externe ontvangsten uit hoofde van artikel 21, lid 2, punt b), van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 (PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1) voor de bijdragen in 2016 en tot 1 augustus 2018, en uit hoofde van artikel 21, lid 2, punt a, ii), van Verordening (EU, Euratom) 2018/1046 van het Europees Parlement en de Raad van 18 juli 2018 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie, tot wijziging van Verordeningen (EU) nr. 1296/2013, (EU) nr. 1301/2013, (EU) nr. 1303/2013, (EU) nr. 1304/2013, (EU) nr. 1309/2013, (EU) nr. 1316/2013, (EU) nr. 223/2014, (EU) nr. 283/2014 en Besluit nr. 541/2014/EU en tot intrekking van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 (PB L 193 van 30.7.2018, blz. 1).

(9)

  https://data.consilium.europa.eu/doc/document/ST-11329-2018-INIT/en/pdf .

(10)

  http://www.consilium.europa.eu/nl/press/press-releases/2016/03/18-eu-turkey-statement/ .

(11)

De 3 miljard EUR kwam boven op de 345 miljoen EUR die reeds vóór de start van de Faciliteit door de Europese Commissie was toegewezen aan Turkije als respons op de Syrische vluchtelingencrisis en boven op de bilaterale steunverlening van de lidstaten.

(12)

Besluit C(2015) 9500 van de Commissie van 24 november 2015, artikel 2 — Doelstellingen.

(13)

Zie artikel 5, lid 1, van Besluit C(2015) 9500 van de Commissie, als gewijzigd bij Besluit C(2016) 855 van de Commissie.

(14)

De bijdragen van het Europees nabuurschapsinstrument en het financieringsinstrument voor ontwikkelingssamenwerking werden overgedragen aan en uitgevoerd in het kader van respectievelijk het instrument voor pretoetredingssteun (IPA) en het EU-trustfonds. In beginsel werden alle bijdragen van de Faciliteit aan het regionaal EU-trustfonds voor Syrië (van het IPA en in mindere mate van het financieringsinstrument voor ontwikkelingssamenwerking) uitgevoerd als niet-humanitaire bijstand.

(15)

  https://www.consilium.europa.eu/nl/press/press-releases/2018/06/29/facility-for-refugees-in-turkey-member-states-agree-details-of-additional-funding/ . 

(16)

Het saldo van 60 miljoen EUR is bestemd voor administratieve en operationele steun voor de uitvoering van de Faciliteit.

(17)

  https://neighbourhood-enlargement.ec.europa.eu/enlargement-policy/turkiye/eu-support-refugees-turkiye_en . 

(18)

In totaal is 352 miljoen EUR bestemd voor bescherming in het kader van de Faciliteit, met name in de vorm van humanitaire bijstand. Er zijn onder meer activiteiten uitgevoerd op gebieden als de registratie en verificatie van vluchtelingen, de versterking van de institutionele capaciteit van het Turkse Presidency of Migration Management en gerichte beschermingsmaatregelen voor kwetsbare groepen. Bescherming werd ook geïntegreerd op de gebieden basisbehoeften, gezondheid en onderwijs.

(19)

Gemeenschappelijke verklaring van de Raad en de vertegenwoordigers van de regeringen der lidstaten.

(20)

Verordening (EG) nr. 1257/96 van de Raad van 20 juni 1996 betreffende humanitaire hulp.

(21)

De humanitaire hulp van de Europese Commissie is gebaseerd op jaarlijkse landspecifieke humanitaire uitvoeringsplannen. Het kader voor de samenwerking tussen de Commissie en haar partners op het gebied van humanitaire hulp wordt vastgesteld door de financiële en administratieve kaderovereenkomsten van de Commissie met internationale organisaties en door de partnerschapskaderovereenkomsten met niet-gouvernementele organisaties.

(22)

De via het IPA bestede middelen van de Faciliteit worden beheerd overeenkomstig de voorschriften voor extern optreden die zijn vervat in deel 2, titel IV, van het Financieel Reglement en de uitvoeringsvoorschriften ervan.

(23)

Dit cijfer omvat ook uitbetalingen voor projecten die worden uitgevoerd door het EU-trustfonds voor Syrië, maar die nog niet ten laste van de EU-begroting zijn gebracht.

(24)

  https://enlargement.ec.europa.eu/enlargement-policy/turkiye/eu-support-refugees-turkiye_en

(25)

Bevordering van inclusief onderwijs voor kinderen in het Turkse onderwijsstelsel (PIKTES+).

(26)

Hieronder vallen vluchtelingen die in de provincies wonen die het zwaarst zijn getroffen door de aardbevingen van 2023 en kwetsbare vluchtelingen- en migrantengroepen met specifieke beschermingsbehoeften (bv. eenoudergezinnen, personen met een handicap, overlevenden van gendergerelateerd geweld en LHBTIQ+-personen), waaronder ongeveer 300 000 kinderen die niet naar school gaan.

(27)

Het is de bedoeling dat de volgende fase van het ESSN-programma wordt overgenomen door DG ENEST.

(28)

 Uitvoeringsbesluit van de Commissie van 4 januari 2022 betreffende de financiering van de individuele maatregel voor het verlenen van financiële ondersteuning aan de meest kwetsbare vluchtelingen in Turkije voor 2022 en 2023 (C(2022) 7822) en Uitvoeringsbesluit van de Commissie van 7 december 2022 betreffende de financiering van de individuele maatregel tot voortzetting van de steun voor basisbehoeften en de overgang naar mogelijkheden om in het levensonderhoud te voorzien voor vluchtelingen in Turkije in 2022 (C(2022) 8887).

(29)

Dit is exclusief het bedrag van 150 miljoen EUR dat is toegewezen in het kader van de HOME-instrumenten.

(30)

Toentertijd directoraat-generaal Migratiebeheer geheten.

(31)

  https://neighbourhood-enlargement.ec.europa.eu/document/download/23babb53-e316-4361-b373-78f0ce1d663e_en?filename=EU%20support%20to%20Refugees%20in%20TR_Results%20Framework.pdf . 

(32)

  https://neighbourhood-enlargement.ec.europa.eu/document/download/99c1bfa3-1853-42ff-ae3b-59622f7bdab1_en?filename=EU%20support%20to%20refugees%20in%20TR_Theory%20of%20Change%202024.pdf . 

(33)

  https://ec.europa.eu/neighbourhood-enlargement/enlargement-policy/negotiations-status/turkey/eu-facility-refugees-turkey_en .

(34)

Technische bijstand voor het toezicht op de resultaten van de EU-steun voor vluchtelingen in Turkije — IPA/2024/461-735.

(35)

Technische bijstand ter ondersteuning van het toezicht op acties die worden gefinancierd in het kader van de Faciliteit voor vluchtelingen in Turkije — IPA/2021/429-105 (addendum VI bij het contract IPA/2018/393-877).

(36)

Cumulatieve cijfers van 2017.

(37)

  https://www.eca.europa.eu/ECAPublications/SR-2024-06/SR-2024-06_NL.pdf .