EUROPESE COMMISSIE
Straatsburg, 6.5.2025
COM(2025) 440 final
MEDEDELING VAN DE COMMISSIE AAN HET EUROPEES PARLEMENT, DE RAAD, HET EUROPEES ECONOMISCH EN SOCIAAL COMITÉ EN HET COMITÉ VAN DE REGIO'S
Routekaart voor beëindiging van de invoer van Russische energie
1.Inleiding
Naar aanleiding van de Russische aanvalsoorlog tegen Oekraïne in februari 2022 en overeenkomstig de Verklaring van Versailles van staatshoofden en regeringsleiders, heeft de Commissie in mei 2022 het REPowerEU-plan
gelanceerd. In het plan wordt ervoor gepleit een einde te stellen aan de Europese afhankelijkheid van Russische energie door de energie-efficiëntie te verbeteren, de uitrol van hernieuwbare energie te versnellen en de energievoorziening te diversifiëren. Sindsdien hebben de aanvullende inzet van hernieuwbare energie en energiebesparingen ervoor gezorgd dat tussen 2022 en 2024 jaarlijks ruim 60 miljard m³ minder gas hoefde te worden ingevoerd, wat bijdraagt aan de afbouw van de afhankelijkheid van Russisch gas.
Ondanks deze inspanningen heeft de EU in 2024 nog steeds 52 miljard m³ Russisch gas ingevoerd (32 miljard m³ pijpleidinggas en 20 miljard m³ vloeibaar aardgas (liquified natural gas, lng), ofwel ongeveer 19 % van de totale EU-gasinvoer), evenals 13 miljoen ton ruwe olie en meer dan 2 800 ton uranium, verrijkt of als brandstof. In 2024 hebben tien lidstaten Russisch gas ingevoerd, drie lidstaten nog Russische olie ingevoerd en hebben zeven lidstaten verrijkt uranium of uraniumdiensten uit Rusland ingevoerd.
De afhankelijkheid van de invoer van Russische energie houdt ernstige veiligheids- en economische risico’s in voor de Unie en haar lidstaten, aangezien Rusland de bestaande energievoorziening voortdurend heeft gebruikt als wapen om de stabiliteit en welvaart van de Unie in gevaar te brengen.
In deze routekaart wordt de EU-strategie voor het uitfaseren van de resterende invoer van Russische energie uiteengezet. Ze bevat ook een gemeenschappelijke visie van een Europa dat solidair samenwerkt om een alternatieve en betaalbare energievoorziening voor alle lidstaten te waarborgen, en dat gezamenlijk optreedt om de inkomsten die Rusland gebruikt om zijn oorlogsmachine te financieren en de stabiliteit van het continent in gevaar te brengen, te verminderen. Door de afhankelijkheid van fossiele brandstoffen te verminderen, worden de energiezekerheid en -soevereiniteit van de EU verder versterkt, overeenkomstig de EU-doelstelling van klimaatneutraliteit.
De routekaart is geïntegreerd in onze strategie om het concurrentievermogen en de veerkracht van de EU een impuls te geven en de transitie naar schone energie te versnellen. Met de goedkeuring van het kompas voor concurrentievermogen op 29 januari 2025 heeft de Commissie een alomvattend en ambitieus traject uitgestippeld om de industriële voorsprong van Europa te herwinnen. De Clean Industrial Deal, het actieplan voor betaalbare energie en de strategie voor een paraatheidsunie zorgen voor een verdere versterking van deze verbintenis. In deze initiatieven wordt erkend dat de invoer van Russische energie negatieve gevolgen heeft voor de economische veiligheid en het concurrentievermogen van Europa.
In combinatie met de versnelde uitrol van hernieuwbare energiebronnen, met inbegrip van hernieuwbaar gas, verdere elektrificatie, energie-efficiëntie en alternatieve energievoorziening, zal de uitfasering van Russische brandstoffen bijdragen aan de doelstellingen van de Clean Industrial Deal en het actieplan voor betaalbare energie. Deze routekaart doet geen afbreuk aan eventuele toekomstige EU-sancties.
Maatregelen genomen om de afhankelijkheid van Russische energie te verminderen
De EU heeft de afhankelijkheid en de invoer van energie uit Rusland reeds aanzienlijk verminderd dankzij zestien sanctiepakketten. Dankzij sancties is de invoer van Russische steenkool en olie in de EU effectief verboden en mag in EU-havens geen lng uit Rusland worden overgeladen. Bijzondere aandacht moet worden besteed aan de kwestie van het omzeilen van de oliesancties van de EU door gebruik te maken van “schaduwvloten”.
De uitvoering van het REPowerEU-plan heeft ook in belangrijke mate bijgedragen aan het terugdringen van de vraag naar gas. Verwacht wordt dat de volledige uitvoering van de energietransitie en het recente actieplan voor betaalbare energie tegen 2030 tot 100 miljard m³ aardgas zullen vervangen. Dit komt overeen met een besparing voor de EU van meer dan 15 miljard m³ gas per jaar, of een verdere vermindering van de vraag naar gas met 40-50 miljard m³ tegen 2027, wat ook de uitfasering van de invoer van Russisch gas zal bevorderen.
Dankzij het gecoördineerde optreden van de Commissie en de lidstaten en de verbeterde energiediplomatie van de EU met internationale partners is de gasinvoer uit Rusland (zowel lng als pijpleidinggas) gedaald van 45 % in 2021 tot 19 % in 2024. Deze invoer is vervangen door leveringen van betrouwbaardere bronnen, intern geproduceerde energie, en was mogelijk door een lager verbruik. Prognoses wijzen op een verdere daling tot 13 % in 2025, met de beëindiging van de Oekraïense doorvoer. Het aandeel van de Russische olie-invoer is eveneens gedaald, van 27 % begin 2022 tot 3 % nu. Ondanks aanzienlijke vooruitgang maken gas, olie en splijtstoffen uit Rusland nog steeds deel uit van de energiemix van de EU, wat risico’s inhoudt voor onze economische zekerheid en financiële steun aan de Russische oorlogseconomie mogelijk maakt.
Voortbouwend op de recente synchronisatie van de Baltische staten en het einde van de Oekraïense gasdoorvoerovereenkomst, is deze routekaart bedoeld om de onafhankelijkheid van de EU van Russische energie verder te vergroten door de invoer van gas, splijtstoffen en olie uit te faseren, teneinde het risico dat de energievoorziening als wapen wordt ingezet, te verminderen en te voorkomen dat de Russische begroting inkomsten uit de EU ontvangt.
De Commissie en de lidstaten hebben nauw samengewerkt om erop toe te zien dat de voorzieningszekerheid niet in het gedrang zou komen door de beëindiging van de doorvoer van Russisch gas via Oekraïne in december 2024. Hoewel de gevolgen ervan uiteenliepen in verschillende regio’s, werden de algemene voorzieningszekerheid en prijzen in de gehele EU niet aanzienlijk getroffen. Hieruit blijkt dat gecoördineerde EU-brede voorbereidende acties, diversificatie-inspanningen en een stapsgewijze benadering bij de uitfasering van Russische invoer essentieel zijn om de prijsstabiliteit, de voorspelbaarheid van de markt en de voorzieningszekerheid in de EU te handhaven.
De in deze routekaart voorgestelde maatregelen moeten op EU-niveau en op gecoördineerde wijze worden uitgevoerd, zodat de weerslag op de energieprijzen tot een minimum wordt beperkt, energiemarkten via zekere en voorspelbare alternatieve leveringen worden gestabiliseerd en rechtszekerheid wordt nagestreefd.
2.Behoefte aan actie
2.1 Afhankelijkheid van Russische gasinvoer
Rusland heeft de voorzieningszekerheid van de EU herhaaldelijk in gevaar gebracht door eenzijdig de gasleveringen aan zijn Europese afnemers te onderbreken, namelijk in 2006, 2009, 2014 en meer recentelijk in 2022, na zijn aanvalsoorlog tegen Oekraïne en in de aanloop naar de invasie. Het is daarom essentieel dat de Russische gasinvoer wordt uitgefaseerd om de energiezekerheid van de EU te versterken tegen de inzet van energie-invoer als wapen. Dit zou ook de Russische inkomsten verminderen die worden gebruikt om de ongerechtvaardigde oorlog tegen Oekraïne te financieren en om militaire troepen op te opbouwen.
Tussen 2021 en 2023 heeft de EU de Russische gasinvoer met meer dan 70 % verminderd, van 150 miljard m³ tot 43 miljard m³. In 2024 kwam een einde aan deze neerwaartse trend en nam de invoer uit Rusland toe. De invoer van lng is ten opzichte van 2023 met 12 % gestegen, van 18 miljard m³ tot 20 miljard m³, en die van pijpleidinggas is met 26 % gestegen, van 25 miljard m³ tot 32 miljard m³.
Verschillende lidstaten hebben vroegtijdig maatregelen genomen om de invoer van Russisch gas te verminderen of zelfs te verbieden, onder meer door bestaande contracten met Russische gasleveranciers te beëindigen. Zelfs na de beëindiging van de doorvoer van Russisch gas via Oekraïne in 2025, is Russisch gas nog steeds goed voor ongeveer 13 % van de totale gasinvoer van de EU. Op dit moment wordt ongeveer twee derde van de Russische gasinvoer geleverd op basis van langetermijncontracten, met de EU als bestemming, en wordt ongeveer een derde op spotbasis (kortetermijnbasis) geleverd. Gezien het ontbreken van commerciële prikkels en de lopende langetermijncontracten wordt niet verwacht dat de resterende volumes zonder verder Europees optreden zullen worden geëlimineerd.
Er moet op EU-niveau worden opgetreden om die gasleveringen uit te faseren en tegelijkertijd alternatieve leveringen van internationale partners via lng of pijpleidinggas te waarborgen, zonder nieuwe afhankelijkheden te creëren. In dit verband is het van belang dat infrastructuurcapaciteit die op lange termijn voor Russische invoer is gereserveerd, beschikbaar wordt gesteld voor de invoer van gas uit alternatieve bronnen. De EU heeft inspanningen op het gebied van diversificatie reeds aanzienlijk ondersteund met 184,7 miljard EUR voor energiegerelateerde initiatieven in het kader van de nationale herstel- en veerkrachtplannen en de Connecting Europe Facility-Energy (CEF), met 5,84 miljard EUR (2021-2027) voor de financiering van grensoverschrijdende infrastructuur en met 55 miljard EUR uit de begroting van het cohesiebeleid van de EU.
Ondanks de vorderingen op het gebied van de energietransitie zal gas de komende decennia deel blijven uitmaken van de energiemix van de EU. Om voor stabiele leveringen te zorgen, moeten maatregelen voor de uitfasering van Russisch gas gepaard gaan met inspanningen om de aanbodportefeuille van de EU te diversifiëren. Dit kan worden verwezenlijkt via gezamenlijk optreden, met inbegrip van bundeling van de vraag op EU-niveau en door zo nodig langlopende leveringscontracten tegen concurrerende prijzen met alternatieve leveranciers af te sluiten. Het komende nieuwe pact voor het Middellandse Zeegebied en het nieuwe trans-mediterrane initiatief voor samenwerking op het gebied van energie zullen met name concrete kansen bieden om de diversificatie van de energievoorziening verder te versterken.
Inspanningen inzake diversificatie mogen niet in het gedrang komen door regelingen met betrekking tot swaps, d.w.z. aankopen van feitelijk Russisch gas van derden. Deze praktijken zouden in strijd zijn met de doelstellingen van REPowerEU, aangezien zij de inkomstenstromen naar Rusland in stand zouden houden en de kwetsbaarheid van de EU voor prijsmanipulatie zouden handhaven.
2.2 Afhankelijkheid van Rusland in de nucleaire sector
In tegenstelling tot de afhankelijkheid in de gassector is de afhankelijkheid in de nucleaire sector veelzijdig. Rusland levert producten en diensten aan EU-klanten voor de gehele splijtstofcyclus. De afhankelijkheid is het grootst in de vijf lidstaten met reactoren van Russische makelij, ook wel bekend als VVER-reactoren, die traditioneel afhankelijk zijn van splijtstof van een Russische leverancier. Evenzo zijn andere lidstaten afhankelijk van Rusland voor kernmaterialen, reserveonderdelen of splijtstofcyclusdiensten. Rusland heeft ook een sterke positie wat de levering van bepaalde radio-isotopen voor medische procedures betreft.
2.2.1 Vervangen van Russische splijtstoffen door alternatieve leveranciers in vijf lidstaten met reactoren van Russische makelij
Er is vooruitgang geboekt met betrekking tot het vervangen van Russische splijtstof door splijtstof van andere producenten in de vijf lidstaten met VVER-reactoren van Russische makelij. Nutsbedrijven in vier van de vijf betrokken lidstaten hebben sinds 2022 leveringscontracten voor alternatieve brandstof ondertekend. Toch moeten alternatieve brandstoffen in elke lidstaat worden getest en goedgekeurd voordat ze de Russische brandstof kunnen vervangen. In 2024 werden de eerste testassemblages voor splijtstof in reactoren in Bulgarije en Finland geladen. De EU verleent ook financiële ondersteuning voor de ontwikkeling van alternatieve brandstoffen via haar SAVE- en Apis-projecten
. Op korte tot middellange termijn kunnen risico’s voor de voorzieningszekerheid ontstaan in geval van plotse beleidswijzigingen.
De ontwikkeling van alternatieve splijtstoffen voor VVER-reactoren en de vergunningverlening daarvoor moeten worden versneld en er moeten snel contracten worden gesloten met alternatieve leveranciers met het oog op een volledige vervanging van Russische leveringen. Er kunnen belangrijke lessen worden getrokken uit de ervaringen in Oekraïne, waar ook vooruitgang wordt geboekt in het gebruik van niet-Russische alternatieve brandstoffen, waaronder ervaringen met vergunningverlening op het gebied van nucleaire veiligheid en het testen van brandstoffen.
2.2.2 Leveringen diversifiëren en alternatieve capaciteit opbouwen in de splijtstofcyclus voor alle lidstaten met kerninstallaties
Hoewel in 2024 meer dan 14 % van het uranium in de EU afkomstig was uit Rusland, is de wereldmarkt voor natuurlijk en verwerkt uranium vrij gediversifieerd. Een belangrijke hinderpaal is het feit dat de diensten voor uraniumomzetting en -verrijking — die nodig zijn om verwerkt uranium in het materiaal voor de productie van splijtstof om te zetten — binnen een beperkt aantal ondernemingen geconcentreerd zijn. De ondernemingen die in de EU of andere westerse landen zijn gevestigd, zijn momenteel niet in staat aan de totale vraag te voldoen wegens de beperkte capaciteit van de omzettings- en verrijkingsinstallaties die in bedrijf zijn. In 2024 heeft Rusland in ongeveer 23 % van de totale EU-vraag naar diensten voor uraniumomzetting en in bijna 24 % van de EU-behoeften aan diensten voor uraniumverrijking voorzien
.
Hoewel Europese verrijkingsondernemingen plannen hebben aangekondigd om hun huidige verrijkingscapaciteit uit te breiden, wordt de eerste nieuwe verrijkingsinstallatie niet vóór 2027 verwacht. Bovendien staat de mondiale sector voor uraniumomzetting voor een aantal obstakels bij het opvoeren van de productie wegens de technische complexiteit ervan en onzekerheden op de markt, en worden nieuwe omzettingscapaciteiten momenteel pas voor het begin van de jaren 2030 aangekondigd. De nucleaire sector van de EU is ook nog steeds afhankelijk van Rusland voor bepaalde reserveonderdelen en onderhoudsdiensten. Voortzetting van internationale samenwerking zoals in het kader van de G7 is essentieel om de komende jaren toereikende verrijkings- en omzettingscapaciteit, evenals reserveonderdelen en diensten te garanderen. De evaluatie door de Commissie van de benadering met betrekking tot levering van verrijkt uranium zal ook bijdragen tot een grotere voorzieningszekerheid en meer openheid ten aanzien van betrouwbare leveranciers.
Tot slot is er sprake van aanzienlijke afhankelijkheid van Rusland voor bepaalde stabiele radio-isotopen die worden gebruikt om medische radio-isotopen voor kankerbehandelingen te produceren. Daarom moet de EU zich meer inspannen om de EU-productie van dergelijke medische radio-isotopen ten behoeve van alle lidstaten te ontwikkelen. Het is met name belangrijk om de toeleveringsketen van radio-isotopen te versterken door de toegang tot grondstoffen veilig te stellen, de productie van radio-isotopen op industriële schaal te versterken en onderzoek en innovatie op het gebied van nieuwe behandelingen in de nucleaire geneeskunde te ondersteunen.
2.3 Afhankelijkheid van Rusland in de oliesector
In 2022 was Russische ruwe olie goed voor 27 % van de in de EU ingevoerde ruwe olie, terwijl deze nu slechts 3 % vertegenwoordigt. Dit is een rechtstreeks gevolg van de invoering en doeltreffende handhaving van EU-sancties, waaronder vanaf december 2022 de invoer van ruwe olie en vanaf februari 2023 de invoer van geraffineerde aardolieproducten uit Rusland via zee zijn verboden.
Niettemin vertegenwoordigde Russische pijpleidingolie eind 2024 een aanzienlijk aandeel van de totale invoer voor Tsjechië, Slowakije en Hongarije, die momenteel tijdelijke vrijstellingen van de EU-sanctieregeling genieten.
Met de voltooiing van het TAL-PLUS-project in april 2025 is Tsjechië nu in staat zijn leveringen van Russische olie te vervangen door alternatieve bronnen. Voor Slowakije en Hongarije daarentegen, vertegenwoordigt Russische olie meer dan 80 % van hun totale olie-invoer. Deze grote afhankelijkheid kan een risico voor hun voorzieningszekerheid vormen. De Commissie blijft deze lidstaten ondersteunen om de Russische olie geleidelijk aan te vervangen en te zorgen voor alternatieve leveranciers via de Adria-pijpleiding.
Rusland heeft gebruikgemaakt van een schaduwvloot van tankers om zijn olie-uitvoer op peil te houden en sancties te omzeilen. Deze vaartuigen zijn vaak verouderd, in slechte staat en de eigendom en verzekering ervan zijn vaak onduidelijk. Zij vormen bijgevolg een reëel risico voor het milieu vanwege het gevaar van olielekkages en andere verontreinigingen door schepen, die tot milieurampen kunnen leiden. De EU heeft sancties aan bepaalde schepen opgelegd, uitgebreide diplomatieke contacten met vlaggen- en havenstaten onderhouden en maritieme veiligheidsverplichtingen aangescherpt, met name via gezamenlijk optreden van de Scandinavisch-Baltische Acht++-landen.
Er moeten meer werkzaamheden en maatregelen worden ondernomen om de Russische schaduwvloot te verstoren en tegen te houden, de milieubescherming en de maritieme veiligheid en beveiliging te verbeteren en de financiering voor de Russische oorlogseconomie te beteugelen.
3.Acties om de energie-invoer uit Rusland uit te faseren
3.1 Pijpleidinggas en vloeibaar aardgas (lng)
Actie 1: transparantie, monitoring en traceerbaarheid
Transparantie, monitoring en traceerbaarheid vormen het noodzakelijke uitgangspunt voor acties om Russisch gas doeltreffend uit te faseren en handhaving te garanderen. Bestaande EU-wetgeving heeft reeds bijgedragen tot meer transparantie en traceerbaarheid van gasinvoer in de EU, maar de gegevens zijn onvoldoende gedetailleerd:
·Volgens EU-regels moeten de lidstaten bepaalde gegevens van gascontracten aan de Commissie melden, zoals langetermijncontracten voor gas van Russische oorsprong. Deze worden per lidstaat gedeeld zonder de identiteit van de tegenpartijen van individuele contracten openbaar te maken. Volledige contracten kunnen alleen onder bepaalde omstandigheden worden aangevraagd.
·Overeenkomstig EU-wetgeving wordt bepaalde informatie over ingevoerd gas bij binnenkomst in het douanegebied van de Unie aan de douane-autoriteiten meegedeeld. Er bestaat echter geen verplichting om melding te doen aan nationale instanties die verantwoordelijk zijn voor het energiebeleid.
Hoewel sommige lidstaten nationale regels hebben ingevoerd over de traceerbaarheid van Russisch gas, is er geen samenhangend EU-kader inzake transparantie, monitoring en traceerbaarheid van in de EU ingevoerd Russisch gas.
Derhalve zal de Commissie maatregelen voorstellen die nodig zijn voor doeltreffendere monitoring en traceerbaarheid. Krachtens één maatregel zouden ondernemingen verplicht zijn om informatie over Russische gascontracten (bv. volumes, looptijd) aan de betrokken autoriteiten van de lidstaten en aan de Commissie te verstrekken. Een andere actie zou ervoor zorgen dat informatie over de feitelijke invoer van Russisch gas wordt gedeeld tussen douaneautoriteiten, nationale energieautoriteiten en beveiligingsinstanties en de Commissie.
Deze maatregelen zouden overheden en de Commissie toegang verschaffen tot relevante informatie over Russisch gas dat hun energiesysteem binnenkomt, waardoor EU-brede gerichte en doeltreffende maatregelen kunnen worden genomen en alternatieve leveringen kunnen worden voorbereid. Met deze informatie zou de Commissie ook beter in staat zijn om EU-breed optreden voor uitfasering in de hele Europese Unie te coördineren en voorbereidingen voor alternatieve voorzieningen te treffen.
Om dit te verwezenlijken, is de Commissie voornemens uiterlijk volgende maand een wetgevingsvoorstel in te dienen met regels voor meer transparantie, monitoring en traceerbaarheid van Russisch gas. Met het oog op een betere voorzieningszekerheid en paraatheid streeft de Commissie ernaar om bij de herziening van de architectuur voor energiezekerheid in 2026 soortgelijke transparantievereisten voor alle gasinvoer in de EU op te nemen.
Actie 2: nationale plannen ter ondersteuning van het EU-optreden om Russisch gas uit te faseren
Bij een goed voorbereide, ordelijke en veilige uitfasering van Russisch gas in de EU worden de gevolgen voor de prijzen, markten en voorzieningszekerheid beperkt. De Commissie is voornemens wetgeving voor te stellen waarbij de lidstaten de EU-brede uitfasering van Russisch gas moeten plannen en monitoren.
In nationale plannen moet onder meer het volgende worden uiteengezet:
·de hoeveelheid ingevoerd Russisch gas in het kader van bestaande contracten, met inbegrip van contracten met “take-or-pay”-clausules;
·een tijdschema, met inbegrip van mijlpalen ter ondersteuning van de EU-maatregelen om de doelstelling van de uitfasering van Russisch gas te verwezenlijken;
·mogelijkheden voor diversificatie en technische capaciteiten om Russisch gas te vervangen, onder meer door samenwerking in bestaande regionale groepen.
De Commissie zal de lidstaten ondersteunen bij het opstellen van de plannen via bestaande werk- en coördinatiegroepen, zoals de Groep coördinatie gas, of een speciale subgroep, evenals regionale groepen.
De Commissie is voornemens volgende maand een wetgevingsvoorstel in te dienen over de nationale plannen voor de uitfasering van Russisch gas, en beveelt de lidstaten aan om hun eerste nationale plannen al tegen eind 2025 in te dienen, zodat een veilige, gecoördineerde en goed voorbereide uitfasering mogelijk is.
Actie 3: stapsgewijs verbod op de invoer van Russisch gas
Voortbouwend op gezamenlijke Europese voorbereidingen en de beoordeling van de gevolgen van de maatregelen die de Commissie sinds de Verklaring van Versailles heeft uitgevoerd, met inbegrip van de gevolgen voor de voorzieningszekerheid van gas, de markt, prijzen en juridische aspecten (waaronder contracten), is de Commissie voornemens wettelijke maatregelen voor te stellen om de invoer van gas uit Rusland doeltreffend uit te faseren.
Mits de uitfasering geleidelijk verloopt en alternatieve leveringen worden gewaarborgd, zal het verbod op de invoer van Russisch gas naar verwachting slechts een beperkte impact hebben op de prijzen en de voorzieningszekerheid in de lidstaten, en wel om de volgende redenen:
·De uitvoering van EU-streefcijfers voor energie en van ondersteunende regelgevingskaders zal zorgen voor de snellere uitrol van hernieuwbare energie en energie-efficiëntie in de gehele EU. Naar schatting kan de EU meer dan 15 miljard m³ gas per jaar besparen, waardoor de totale vraag naar gas in de EU tegen 2027 met 40-50 miljard m³ zal dalen.
·Volgens het Internationaal Energieagentschap (IEA) zal er de komende jaren naar verwachting extra lng beschikbaar komen, waardoor het evenwicht op de wereldmarkt zal verbeteren. Hoewel de mondiale lng-markten in 2025 krap zullen blijven, wordt voor eind 2026 een nieuwe lng-capaciteit van 85-90 miljard m³ verwacht, met name uit de VS, Canada, Qatar en Afrikaanse landen. Naar verwachting zal dit de voorspelde stijging van de mondiale vraag compenseren. Tegen 2030 zal de mondiale uitvoercapaciteit voor lng met ongeveer 250 miljard m³ toenemen, een stijging van bijna 50 % ten opzichte van het bestaande lng-aanbod.
·Dankzij gecoördineerde inspanningen en investeringen aan het begin van de energiecrisis zijn de lidstaten goed toegerust om lng-leveringen van mondiale partners te ontvangen. Tussen 2022 en 2024 werden maar liefst twaalf nieuwe lng-terminals en zes uitbreidingsprojecten in gebruik genomen, waardoor de lng-invoercapaciteit in de EU met 70 miljard m³ werd uitgebreid. Het gaat onder meer om lng-terminals in Alexandroupolis (Griekenland), Ravenna (Italië), Krk (Kroatië), Swinoujscie (Polen) en Wilhelmshaven 2, Mukran, Stade en Lubmin (Duitsland). Bijgevolg bedraagt de totale lng-invoercapaciteit van de EU nu ongeveer 250 miljard m³/jaar, meer dan het dubbele van de huidige lng-invoer.
·De komende jaren zal ook meer gas beschikbaar komen in Midden- en Zuidoost-Europa, een regio die volledig afhankelijk is van Russische leveringen via pijpleidingen. Vanaf 2027 zal het offshore-gasveld Neptun Deep in Roemenië naar verwachting in de eerste tien jaar van de exploitatie ervan 8 miljard m³ aardgas per jaar produceren. Vanaf 2026 wordt de capaciteit van de trans-Adriatische pijpleiding met 1,2 miljard m³ uitgebreid, waardoor meer gas uit Azerbeidzjan kan worden ingevoerd.
·De gasinfrastructuur in de EU is voldoende flexibel, met alternatieve trajecten en grensoverschrijdende interconnectiepunten, waardoor alle lidstaten toegang hebben tot ingevoerd lng en pijpleidinggas uit niet-Russische bronnen. De lidstaten hebben sinds 2022 belangrijke infrastructuur ontwikkeld en tegen eind 2028 zal de rest worden voltooid.
Ongeveer twee derde van de invoer van Russisch lng en pijpleidinggas is gebaseerd op bestaande langetermijncontracten met de EU als bestemming. De resterende volumes worden op kortetermijnbasis (spot) geleverd, waarbij importeurs op basis van hun behoeften en de heersende marktomstandigheden beslissen over hun aankopen. Aangezien de bestaande langetermijncontracten een langere looptijd hebben en grotere volumes betreffen dan de volumes die doorgaans in spotcontracten worden aangekocht, is het passend om de uitfasering van de invoer van Russisch gas in twee fasen te organiseren, te beginnen met alle nieuwe contracten en bestaande spotcontracten (korte termijn).
Een gefaseerde aanpak van de stopzetting van de Russische gasinvoer zou de markten in staat stellen zich beter aan te passen en de gevolgen voor de markt en de mogelijke gevolgen voor de voorzieningszekerheid tot een minimum te beperken.
De Commissie zal erop toezien dat de maatregelen voor het beëindigen van de invoer van Russisch gas zodanig worden uitgewerkt dat het economische effect op marktspelers tot een minimum wordt beperkt en dat ze volledig in overeenstemming zijn met het EU-recht en de verplichtingen uit hoofde van het internationaal recht.
a.Verbod op invoer van Russisch gas in het kader van nieuwe contracten en bestaande spotcontracten
Aangezien spotcontracten een minder belangrijk deel van de totale Russische volumes vertegenwoordigen en betrekking hebben op kortetermijnleveringen, kunnen de desbetreffende volumes op vrij korte termijn worden uitgefaseerd. De Commissie is voornemens de komende maand een wetgevingsvoorstel in te dienen om alle invoer in het kader van nieuwe contracten voor Russisch gas en bestaande spotcontracten te verbieden. Een dergelijk verbod moet uiterlijk eind 2025 in werking treden.
b.Verbod op invoer van Russisch gas in het kader van bestaande langetermijncontracten
De Commissie is voornemens volgende maand maatregelen voor te stellen om de resterende invoer van Russisch gas, zowel pijpleidinggas als lng, te verbieden, namelijk de volumes die in het kader van bestaande langetermijncontracten worden ingevoerd. De noodzakelijke uitfasering van deze invoer vereist een langere overgangsperiode vanwege de grotere volumes voor de betrokken importeurs. Een dergelijk verbod moet uiterlijk eind 2027 in werking treden.
De Commissie zal de betrokken lidstaten hierbij betrekken en ervoor zorgen dat het voorstel gebaseerd is op een passende beoordeling van de wettelijke en economische gevolgen.
Actie 4: diversificatie ondersteunen door bundeling van de vraag en een betere benutting van de infrastructuur
Het veiligstellen van alternatieve leveringen van betrouwbare partners is essentieel om eventuele gevolgen voor de markt of de voorzieningszekerheid te beperken. Noorwegen, de grootste gasleverancier van de EU, maar ook Roemenië en Griekenland kunnen bijvoorbeeld bijdragen aan diversificatie in Midden- en Oost-Europa, een regio waar historisch gezien Russisch gas de boventoon voert, via respectievelijk de Baltische pijpleiding en de trans-Balkanpijpleiding. De Commissie zal haar besprekingen met betrouwbare leveranciers voortzetten en haar samenwerking op energiegebied met partnerlanden in het Midden-Oosten, Noord-Afrika, rond de Zwarte Zee en via de Global Gateway aanzienlijk intensiveren.
Tegelijkertijd moeten waar mogelijk alternatieven voor de invoer van aardgas worden ontwikkeld, namelijk via elektrificatie of het stimuleren van de productie van biogas, biomethaan en schone waterstof in overeenstemming met REPowerEU.
Tijdens de crisis is AggregateEU een doeltreffend instrument gebleken dat bijdraagt aan de doelstellingen van REPowerEU door Europese consumenten en ondernemingen te ondersteunen bij de aankoop van niet-Russisch gas. De tweede tussentijdse ronde voor het bundelen en afstemmen van vraag en aanbod in het kader van AggregateEU werd op 26 maart 2025 voltooid en kon rekenen op aanzienlijke belangstelling van zowel de vraag- als de aanbodzijde, met een vraag van 29 miljard m³, een aanbod van 31 miljard m³ en bijna 20 miljard m³ aan op elkaar afgestemde vraag en aanbod. Dit dekte de gasvraag tussen 2025 en 2030 en bood afnemers de mogelijkheid om voor een voorkeursterminal in de EU of voor leveringen franco aan boord te kiezen, wat hen extra flexibiliteit bood.
Met het oog op de toekomst moeten ook opties worden onderzocht die verder gaan dan het bundelen van de vraag, teneinde de koopkracht van de EU ter ondersteuning van haar diversificatie-inspanningen te benutten.
Op basis van de ervaring van AggregateEU onderzoekt de Commissie de haalbaarheid van een platform ter ondersteuning van de opschaling van en handel in gasvormige moleculen van niet-fossiele oorsprong, waaronder biomethaan.
Bovendien werkt de Commissie samen met het bedrijfsleven en andere belanghebbenden om de toepassing van duurzaam biogas en biomethaan te bevorderen. Sinds de vaststelling van het actieplan voor biomethaan in 2022 is er is aanzienlijke vooruitgang geboekt, onder meer via het industrieel partnerschap voor biomethaan. Voortbouwend op de succesvolle afronding van het industrieel partnerschap voor biomethaan zal de Commissie een nieuw biogasnetwerk van lidstaten opzetten in het kader van een tripartiete overeenkomst om de uiteenlopende behoeften in verschillende gebieden van de EU beter aan te pakken en nationale en lokale belanghebbenden te betrekken.
Gezien de specifieke uitdagingen waarmee de lidstaten en de verdragsluitende partijen van de Energiegemeenschap in Centraal- en Zuidoost-Europa (Cesec) op het gebied van grensoverschrijdende handel te maken hebben, zal de Commissie in het kader van de Groep op hoog niveau gasconnectiviteit in Centraal- en Zuidoost Europa, samen met het secretariaat van de Energiegemeenschap en de uitbreidingslanden, werken aan een optimaal gebruik van de bestaande infrastructuur, met als doel regelgevings- en marktbelemmeringen weg te nemen, de diversificatie te vergroten en de kandidaat-lidstaten te helpen hun afhankelijkheid van de invoer van Russisch gas te verminderen.
3.2. Kernenergie
Actie 5: nieuwe beperkingen om de invoer van uranium, verrijkt uranium en andere kernmateriaal uit Rusland uit te faseren
In tegenstelling tot de gassector kent de nucleaire sector diverse afhankelijkheden en kunnen op korte tot en middellange termijn nog steeds risico’s op het gebied van de voorzieningszekerheid ontstaan als het beleid plotseling wordt gewijzigd. Het doel van deze actie is dan ook het ondersteunen van een geleidelijke uitfasering van de levering van uranium, verrijkt uranium en andere kernmaterialen uit Rusland, die worden gebruikt voor de productie van splijtstof voor Europese kernreactoren, onder meer door de Russische leverancier van de splijtstof voor VVER-reactoren van Russische makelij.
a. Maatregelen inzake verrijkt uranium
De Commissie streeft ernaar de invoer van verrijkt uranium uit Rusland economisch minder rendabel te maken door volgende maand handelsmaatregelen voor de invoer van verrijkt uranium voor te stellen. Dit moet zorgen voor een gelijk speelveld en stimuleren dat de betrokken lidstaten politieke en zakelijke beslissingen nemen om investeringen en capaciteitsopbouw te versnellen, een EU-waardeketen te ontwikkelen en geleidelijk te diversifiëren ten opzichte van Rusland, waarbij leveringen van andere internationale partners mogelijk worden gemaakt.
b.Beperkingen op contracten die medeondertekend zijn door het Voorzieningsagentschap van Euratom
De Commissie is volgende maand ook voornemens om nieuwe door het Voorzieningsagentschap van Euratom medeondertekende leveringscontracten voor uranium, verrijkt uranium en andere kernmaterialen met Russische leveranciers vanaf een bepaalde datum te beperken. Leveringen op basis van bestaande contracten worden voortgezet, maar verlengingen alsook nieuwe leveringscontracten zouden niet meer door het Voorzieningsagentschap van Euratom worden goedgekeurd. Deze maatregel zal de voorzieningszekerheid en voorspelbaarheid op lange termijn versterken en de Europese industriële en economische actoren die bij splijtstofcyclusactiviteiten betrokken zijn, ondersteunen door garanties en voorspelbaarheid voor investeringsbeslissingen te bieden.
Actie 6: verplichting tot diversificatie en transparantie: nationale plannen om de Russische voorziening van splijtstoffen uit te faseren
De Commissie zal de lidstaten verzoeken om systematisch actie te ondernemen teneinde de levering van splijtstoffen, splijtstofdiensten en reserveonderdelen uit Rusland uit te faseren en deze op termijn te vervangen door volledig Europese alternatieven. De lidstaten moeten nationale plannen met concrete acties en termijnen opstellen en er wordt aanbevolen dat zij hun eerste nationale plannen reeds tegen eind 2025 indienen, teneinde economische actoren zekerheid en voorspelbaarheid te bieden bij het nemen van investeringsbeslissingen om voldoende capaciteit voor de omzetting en verrijking van uranium beschikbaar te stellen.
De Commissie is voornemens volgende maand een wetgevingsvoorstel in te dienen met specifieke doelstellingen voor de lidstaten om:
·Russische splijtstoffen door alternatieve brandstoffen te vervangen door voor dergelijke splijtstoffen versneld contracten af te sluiten en vergunningen te verlenen en door volledig Europese alternatieven verder te ontwikkelen;
·de afhankelijkheid van Rusland voor uranium, verrijkt uranium en andere kernmaterialen uit te faseren;
·de transparantie inzake afhankelijkheden te vergroten en diversificatie van Russische leveringen van reserveonderdelen en onderhoudsdiensten te stimuleren.
De Commissie en het Voorzieningsagentschap van Euratom zullen hun contacten en dialoog met de vijf getroffen lidstaten en met belanghebbenden in de nucleaire sector voortzetten om een goede coördinatie en monitoring van de voortgang van de diversificatie-inspanningen te garanderen.
Actie 7: de EU-productie opvoeren: voorstel voor een Europees initiatief voor een radio-isotopencentrum (ERVI)
De Commissie is voornemens de oprichting van een EU-structuur — een Europees initiatief voor een radio-isotopencentrum — voor te stellen om de EU-voorziening van medische radio-isotopen veilig te stellen door de eigen productie te verhogen, de EU-afhankelijkheid van buitenlandse leveranciers, met name Rusland, te verminderen en de veerkracht van de Europese toeleveringsketen te vergroten, rekening houdend met de verschillende behoeften van de lidstaten.
3.3 Olie
Actie 8: nationale plannen om Russische olie uit te faseren en alternatieve leveringen te garanderen
Overeenkomstig het voorstel voor de opstelling van nationale plannen om Russisch gas uit te faseren, beveelt de Commissie de twee betrokken lidstaten aan de uitfasering van olie-invoer uit Rusland te plannen en te monitoren. Er is voldoende infrastructuur beschikbaar om deze olie-invoer te vervangen door niet-Russische leveringen. De Commissie is dan ook voornemens deze lidstaten te verplichten een dergelijk plan op te stellen en de uitvoering ervan te monitoren.
De betrokken lidstaten zouden een nationaal plan moeten opstellen en bij de Commissie indienen waarin zijn hun strategieën uiteenzetten om de Russische olie-invoer tegen eind 2027 te vervangen, met daarin:
·een tijdschema, met mijlpalen voor bijbehorende maatregelen, om de doelstelling van de uitfasering van Russische olie te verwezenlijken;
·mogelijkheden voor diversificatie en technische capaciteiten om Russische olie te vervangen;
·het volume van de Russische olie-invoer in het kader van bestaande contracten en het verstrijken daarvan.
Dergelijke plannen zouden als een hoofdstuk kunnen worden opgenomen in de nationale plannen voor de uitfasering van Russisch gas.
Bestaande werk- en coördinatiegroepen, zoals de Groep Coördinatie olie of specifieke subgroepen, en regionale groepen zullen zorgen voor coördinatie en ondersteuning. De Commissie moedigt de getroffen lidstaten aan om prioriteit te geven aan de infrastructuur voor alternatieve leveringen, indien beschikbaar.
De Commissie is voornemens volgende maand het wetgevingsvoorstel inzake nationale plannen voor de uitfasering van de resterende invoer van Russische olie in te dienen en beveelt de betrokken lidstaten aan om hun eerste nationale plannen reeds tegen eind 2025 in te dienen.
Actie 9: doorgaan met het opleggen en handhaven van sancties tegen entiteiten en vaartuigen die verdacht worden van illegale activiteiten
Om het probleem van het omzeilen van de oliesancties van de EU door middel van “schaduwvloten” aan te pakken, zijn de volgende acties gepland:
·voortzetten van de contacten en dialoog met betrokken derde landen;
·samenwerken met internationale partners, waaronder de Internationale Maritieme Organisatie (IMO) om strikte maritieme veiligheids- en beveiligingsnormen vast te stellen en te handhaven;
·de lidstaten aanmoedigen om het maritiem toezicht op te voeren, voortbouwend op de geïntegreerde diensten die zijn ondergebracht bij het Europees Agentschap voor maritieme veiligheid, door:
ovoortdurende monitoring van en informatie-uitwisseling over verdachte vaartuigen om verdachte activiteiten of gedragingen te identificeren;
obetere afschrikking van illegale maritieme activiteiten en handhaving van het internationaal zeerecht;
·de hoge vertegenwoordiger zal met de lidstaten onderzoeken of een EU-missie in het kader van het gemeenschappelijk veiligheids- en defensiebeleid kan worden ingezet met het oog op:
otoezicht op en voortdurende monitoring van maritieme activiteiten om verdachte vaartuigen of gedragingen te identificeren;
ode afschrikking van illegale maritieme activiteiten;
ohandhaving van het internationaal zeerecht, onder meer door de vlaggenstaat van een verdacht vaartuig of de kapitein ervan op te dragen het vaartuig naar de territoriale wateren van een staat te varen, waar de kuststaat alle nodige maatregelen overeenkomstig het Unclos en het nationale recht kan nemen;
oaan boord gaan van en een inspectie uitvoeren op verdachte vaartuigen op volle zee of in de exclusieve economische zones van de EU-lidstaten, indien dit krachtens het Unclos is toegestaan of na toestemming van de vlaggenstaat;
·overeenkomsten sluiten met de betrokken vlaggenstaten om hun toestemming te verkrijgen voor vooraf goedgekeurde boarding-operaties op volle zee of in de exclusieve economische zones van de EU-lidstaten.
4.Conclusies
Deze routekaart naar het beëindigen van de invoer van Russische energie heeft tot doel de EU onafhankelijk te maken van Russische energie door de invoer van gas, kernenergie en olie op een ordelijke, veilige en goed voorbereide manier geleidelijk uit te faseren in overeenstemming met de EU-doelstelling inzake klimaatneutraliteit.
Ze vormt een aanvulling op de strategische doelstellingen van de EU, zoals uiteengezet in het kompas voor concurrentievermogen voor de EU, de Clean Industrial Deal en het actieplan voor betaalbare energie, door de invoer van fossiele brandstoffen uit landen die een bedreiging vormen voor de economische veiligheid te verminderen en de transitie naar schone energie te versnellen, waarbij fossiele brandstoffen worden afgeschaft.
De negen maatregelen die in deze routekaart worden voorgesteld, zullen Russische energie op doeltreffende wijze uit de EU-markten verwijderen, zonder de voorzieningszekerheid in gevaar te brengen en met zo min mogelijk gevolgen voor de prijzen en markten.
De verwezenlijking van de routekaart vereist een krachtige inzet, solidariteit, betrokkenheid en samenwerking van alle lidstaten, EU-instellingen en actoren op de energiemarkt.
De Commissie zal de gevolgen van de uitfasering van de Russische energie-invoer beoordelen, de voortgang ervan nauwgezet volgen en alle lidstaten de nodige steun verlenen om eventuele uitdagingen aan te pakken. Dankzij deze regelmatige informatie-uitwisseling in bestaande coördinatiegroepen en regionale samenwerkingsgroepen kan de EU op koers blijven om haar doelstellingen te verwezenlijken en daarbij tijdig en doeltreffend de nodige aanpassingen doorvoeren in het licht van de voorzieningszekerheid en dynamische marktontwikkelingen.