EUROPESE COMMISSIE
Brussel, 6.12.2022
COM(2022) 716 final
VERSLAG VAN DE COMMISSIE AAN HET EUROPEES PARLEMENT, DE RAAD, HET EUROPEES ECONOMISCH EN SOCIAAL COMITÉ EN HET COMITÉ VAN DE REGIO'S
Een bloeiende ruimte voor het maatschappelijk middenveld ter eerbiediging van de grondrechten in de EU
Jaarverslag over de toepassing van het EU-Handvest van de grondrechten 2022
Een bloeiende ruimte voor het maatschappelijk middenveld ter eerbiediging van de grondrechten in de EU
Jaarverslag over de toepassing van het
EU-Handvest van de grondrechten 2022
Inhoudsopgave
1.
Inleiding
2.
De cruciale rol van maatschappelijke organisaties en rechtenverdedigers
3.
Bescherming van maatschappelijke organisaties en rechtenverdedigers
4.
Ondersteuning van maatschappelijke organisaties en rechtenverdedigers
5.
Maatschappelijke organisaties en rechtenverdedigers versterken
6.
Conclusie
1.Inleiding
Het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie (“het Handvest”) bundelt een brede waaier aan grondrechten en bevestigt nogmaals dat de EU berust grondrechten, democratie en rechtsstaat als fundamentele waarden. Door het bindende karakter ervan heeft de rechtsorde van de EU zich kunnen ontwikkelen tot een baken voor de bescherming van de grondrechten.
|
Wanneer is het Handvest van toepassing?
Sinds 2009 heeft het Handvest dezelfde juridische status als de Verdragen, het primaire EU-recht waarop de EU-wetgeving is gebaseerd. De Europese instellingen moeten het naleven bij alles wat ze doen en de EU-lidstaten moeten het naleven wanneer zij het EU-recht uitvoeren.
De lidstaten voeren het EU-recht ook uit wanneer zij:
— gevolg geven aan EU-wetgeving door nationale uitvoeringsmaatregelen vast te stellen;
— wetten goedkeuren op domeinen waarop het EU-recht concrete verplichtingen oplegt of de mogelijkheid biedt tot afwijking;
— EU-bepalingen toepassen bij het besteden van middelen uit financieringsprogramma’s van de EU; de lidstaten moeten ervoor zorgen dat de EU-financiering wordt besteed overeenkomstig de regels in de wetgeving waarop de financiering is gebaseerd.
|
Teneinde de toepassing van het Handvest te verbeteren en de kennis bij het publiek erover te vergroten, heeft de Europese Commissie in 2020 de strategie ter versterking van de toepassing van het Handvest van de grondrechten in de EU (“strategie inzake het Handvest”) voorgesteld. Zoals beschreven in de strategie inzake het Handvest hanteert de Commissie tegenwoordig een thematisch aanpak voor haar jaarverslagen over het Handvest om een aantal van de meest dringende problemen met betrekking tot de grondrechten en de toepassing van het Handvest op de geselecteerde gebieden onder de aandacht te brengen.
|
Voortgang bij de uitvoering van de strategie inzake het Handvest
-De Commissie heeft het jaarverslag over de toepassing van het Handvest van de grondrechten 2021 vastgesteld, dat is gewijd aan de bescherming van de grondrechten in het digitale tijdperk.
-Tot dusver hebben 22 lidstaten een contactpunt voor het Handvest aangesteld om de samenwerking te stimuleren en een doeltreffende toepassing van het Handvest te bevorderen; in juni 2022 kwamen de contactpunten voor het eerst bijeen.
-Meer dan 400 financiële programma’s van de lidstaten werden geëvalueerd om te waarborgen dat er doeltreffende regelingen zijn om ervoor te zorgen dat het Handvest wordt nageleefd bij de uitvoering van de betrokken EU-fondsen (“horizontale randvoorwaarde” betreffende de doeltreffende toepassing en uitvoering van het Handvest).
-Het programma “Burgers, gelijkheid, rechten en waarden” (CERV) heeft tijdens zijn eerste twee jaar met ongeveer 260 miljoen EUR bijna 600 projecten ondersteund ter bevordering van de EU-waarden en ter bestrijding van haat, discriminatie en onverdraagzaamheid in de EU. Ook uit het programma “Justitie” worden projecten gefinancierd om rechtsbeoefenaren op te leiden met betrekking tot de grondrechten.
-Zoals zij heeft benadrukt in haar mededeling “Het EU-recht handhaven voor een Europa dat resultaten boekt”, heeft de Commissie haar werkzaamheden opgevoerd om door middel van inbreukprocedures de rechten van mensen, de fundamentele vrijheden en de rechtsstaat te bevorderen en te beschermen.
-De Commissie heeft haar op samenwerking gebaseerde aanpak met de lidstaten voor specifieke gebieden die onder het Handvest vallen, versterkt, bijvoorbeeld in de strijd tegen racisme en discriminatie, haatzaaiende uitlatingen en haatmisdrijven.
-Opleidingen over het Handvest en ander materiaal zijn beschikbaar op het nieuwe Europese opleidingsplatform van het Europese e-justitieportaal en de Commissie ontwikkelt ook opleidingen om het personeel van de EU-instellingen te helpen om het Handvest doeltreffend toe te passen bij hun dagelijkse werkzaamheden.
-Tot dusver hebben 15 lidstaten hun beste praktijken inzake het gebruik van en de bekendheid met het Handvest beschikbaar gesteld op het Europese e-justitieportaal en zij actualiseren ook de gegevens in het instrument voor informatie over de grondrechten.
-Het Bureau van de Europese Unie voor de grondrechten (FRA) heeft zijn databank Charterpedia verder geactualiseerd en nieuwe onlinecursussen ontwikkeld die zijn gericht op het toepassingsgebied van het Handvest.
-Om mensen bewuster te maken van hun rechten krachtens het Handvest, heeft de Commissie in 2021 de campagne #RightHereRightNow opgezet. Informatie over het Handvest wordt ook verstrekt via “Uw rechten in de EU” op het Europese e-justitieportaal en op de Europa-website.
|
In de strategie inzake het Handvest heeft de Commissie zich ertoe verbonden een bevordelijke omgeving voor maatschappelijke spelers te steunen en actie te ondernemen tegen maatregelen die inbreuk maken op het EU-recht, met inbegrip van het Handvest, die van invloed zijn op de activiteiten van maatschappelijke organisaties. In de strategie inzake het Handvest werd ook het belang van de oprichting en het behoud van sterke en onafhankelijke nationale mensenrechteninstellingen benadrukt.
Derhalve is het verslag van 2022 gericht op de ruimte voor het maatschappelijk middenveld en de rol ervan bij de bevordering en bescherming van de grondrechten uit hoofde van het Handvest.
Maatschappelijke organisaties en rechtenverdedigers zijn essentieel in onze grondwettelijke democratische samenlevingen om de waarden en rechten die zijn verankerd in artikel 2 van het Verdrag betreffende de Europese Unie (VEU) en in het Handvest tot leven te brengen en te beschermen. Zij stellen hun deskundigheid ter beschikking van de beleidsvorming en de wetgevingswerkzaamheden van nationale autoriteiten en EU-instellingen en helpen ervoor te zorgen dat deze instanties verantwoording afleggen voor de eerbiediging van de grondrechten en de rechtsstaat. Zoals uit dit verslag zal blijken, hebben de lidstaten en de EU in wisselende mate maatregelen genomen om actoren uit het maatschappelijk middenveld te beschermen, te ondersteunen en te versterken en hun een breed scala van mogelijkheden voor samenwerking te bieden. De afgelopen jaren kregen maatschappelijke organisaties en rechtenverdedigers echter ook steeds vaker te maken met uitdagingen in verband met een krimpende ruimte voor het maatschappelijk middenveld. Door diverse juridische, bestuurlijke en politieke maatregelen zijn hun fundamentele vrijheden geleidelijk beperkt, hetgeen invloed heeft op hun vermogen om als strategische partners voor de EU en de lidstaten activiteiten ter ondersteuning van de grondrechten uit te voeren.
Ondanks deze uitdagingen blijken maatschappelijke organisaties en rechtenverdedigers zeer veerkrachtig bij het voortzetten van hun werk. In sommige lidstaten hebben zij een cruciale rol gespeeld tijdens de COVID-19-pandemie en bij de Russische aanvalsoorlog tegen Oekraïne en hebben zij het voortouw genomen om ervoor te zorgen dat de behoeften van het individu werden gehoord, doorgegeven en bevredigd en dat hun rechten werden verdedigd.
|
Het belang van maatschappelijke organisaties en rechtenverdedigers in tijden van crisis
Tijdens de COVID-19-pandemie pleitten maatschappelijke organisaties en rechtenverdedigers voor transparante en evenredige maatregelen om de volksgezondheidcrisis aan te pakken en verleenden zij in sommige lidstaten essentiële bijstand aan de getroffenen
.
Maatschappelijke organisaties spelen nog steeds een belangrijke rol in de strijd tegen desinformatie in noodsituaties, in samenwerking met de EU, Europese factcheckingorganisaties en overheidsinstanties in de lidstaten.
Sinds het begin van de Russische aanvalsoorlog tegen Oekraïne hebben maatschappelijke organisaties en rechtenverdedigers werk gemaakt van opvang en ondersteuning van intern ontheemden in Oekraïne en mensen die naar de lidstaten zijn gevlucht
. Zij hebben een specifieke dienstverlening op poten gezet om vermiste kinderen die het conflict hebben ontvlucht in contact te brengen met hun families en voogden
. Zij hebben ook gewerkt aan het delen van beste praktijken inzake de voogdij voor niet-begeleide en van hun familie gescheiden kinderen die vanuit Oekraïne in de EU aankomen.
Teneinde de uitwisseling van informatie en de coördinatie van initiatieven bij spelers uit het maatschappelijk middenveld te bevorderen, heeft de Commissie een specifiek netwerk van belanghebbenden op gezondheidsgebied opgericht, getiteld “Supporting Ukraine, EU neighbouring Member States and Moldova” (“Steun voor Oekraïne, de naburige EU-lidstaten en Moldavië”) op het EU-platform voor gezondheidsbeleid.
Maatschappelijke organisaties hebben ook een belangrijke rol gespeeld bij het documenteren van wreedheden, het bestuderen van aanwijzingen van internationale misdrijven en gedwongen deportaties van Oekraïense burgers naar Rusland. Zij hebben ook gewerkt aan capaciteitsopbouw voor de Oekraïense rechtshandhavingssystemen en rechtsstelsels om gezien het hoge aantal gemelde gevallen het onderzoek naar en de vervolging van vermeende oorlogsmisdaden en misdrijven tegen de menselijkheid mogelijk te maken
.
In het kader van beide crises hebben maatschappelijke organisaties een grote rol gespeeld door vanaf het terrein verslag uit te brengen over de extra ontberingen van specifieke groepen, zoals vrouwen, kinderen, personen met een handicap, lhbtiq-personen, Roma en ouderen, en hebben zij derhalve een bijdrage geleverd aan weloverwogen beslissingen over de manier waarop in hun specifieke behoeften kon worden voorzien.
|
Dit verslag verschijnt op een cruciaal moment voor de ruimte voor het maatschappelijk middenveld in de EU. Het maakt deel uit van de inspanningen van de Commissie om de bijdrage van maatschappelijke organisaties en rechtenverdedigers aan de eerbiediging van de fundamentele waarden van de EU te erkennen en van haar toezegging om hun werkzaamheden te ondersteunen, zowel bij haar intern als bij haar extern optreden. In een Unie die is gebaseerd op de grondrechten, de rechtsstaat en de democratie, spelen actoren uit het maatschappelijk middenveld een cruciale rol bij het bevorderen en beschermen van de grondrechten uit hoofde van het Handvest en bij het waarborgen dat het Handvest naar behoren wordt toegepast. Het vormt zo een aanvulling op de jaarlijkse verslagen over de rechtsstaat
, het actieplan voor Europese democratie, het EU-scorebord voor justitie en het werk van het Bureau van de Europese Unie voor de grondrechten (FRA) inzake de ruimte voor het maatschappelijk middenveld. Het verslag bevestigt dat maatschappelijke organisaties en rechtenverdedigers hun werk moeten kunnen doen in een omgeving waarin hun eigen grondrechten worden geëerbiedigd, en geeft voorbeelden van hoe dit wordt ***bereikt of onder druk staat op EU- en nationaal niveau. Met het verslag wordt gevolg gegeven aan de verzoeken om verdere actie door de EU, met inbegrip van de verzoeken in het kader van de conferentie over de toekomst van Europa.
Op welke informatie is dit verslag gebaseerd?
Het verslag steunt op een kwalitatieve beoordeling van de resultaten van de door de Commissie uitgevoerde raadplegingen die werden geanalyseerd door het Bureau voor de grondrechten, en op andere bronnen, met inbegrip van:
-vier gerichte raadplegingen met: i) lidstaten; ii) zes overkoepelende organisaties van Europese maatschappelijke organisaties die actief zijn op het gebied van de grondrechten; iii) twee internationale organisaties; en iv) het Europese netwerk van nationale mensenrechteninstellingen (ENNHRI) en het Europese netwerk van organen voor gelijke behandeling (Equinet);
-en een onlineraadpleging van 150 maatschappelijke organisaties door middel van het netwerk voor maatschappelijke organisaties van het Bureau voor de grondrechten, het platform voor de grondrechten;
-bijdragen die werden ontvangen tijdens de opstelling van andere verslagen van de Commissie, zoals het jaarlijkse verslag over de rechtsstaat;
-verslagen van andere instellingen en agentschappen met name die van het Bureau voor de grondrechten met betrekking tot de ruimte voor het maatschappelijk middenveld, en van internationale instellingen.
De voorbeelden in dit verslag werden gekozen om belangrijke ontwikkelingen van de afgelopen jaren te laten zien en geven zowel uitdagingen als positieve aspecten weer die zijn vastgesteld door belanghebbenden in de lidstaten. De voorbeelden en beschrijvingen van nationale maatregelen en initiatieven zijn niet-exhaustief en dienen uitsluitend ter illustratie. In de samenvattende verslagen van de raadplegingen en individuele bijdragen zijn aanvullende maatregelen en initiatieven te vinden. De thema’s in elk hoofdstuk (gericht op het beschermen, ondersteunen en versterken van het maatschappelijk middenveld) werden gekozen als cruciale onderling afhankelijke indicatoren van een klimaat dat bevorderlijk is voor het maatschappelijk middenveld.
2.De cruciale rol van maatschappelijke organisaties en rechtenverdedigers
Maatschappelijke organisaties en rechtenverdedigers verrichten veel activiteiten in de lidstaten en op EU-niveau. Aangezien zij een diverse groep vormen, kan het gaan om maatschappelijke organisaties die een breed mandaat hebben met betrekking tot de grondrechten of die gespecialiseerde expertise of steun bieden aangaande bepaalde rechten. Zij kunnen landelijke activiteiten organiseren of een regionaal of lokaal mandaat hebben. Zij kunnen ook een brede waaier aan activiteiten uitvoeren of zich uitsluitend richten op specifieke werkzaamheden zoals pleitbezorging of dienstverlening op maat voor hun leden of begunstigden. Ook nationale mensenrechteninstellingen, organen voor gelijke behandeling en ombudsinstellingen leveren op verschillende manieren een even belangrijke bijdrage aan de uitvoering van het recht en beleid van de EU.
Bewustmaking
Maatschappelijke organisaties en rechtenverdedigers zorgen voor bewustmaking, informatie, voorlichting en opleiding ten behoeve van het brede publiek, specifieke groepen en autoriteiten van de lidstaten over de grondrechten en de handhaving ervan, over democratische besluitvorming en over de rechtsstaat. Zo bevorderen maatschappelijke organisaties en rechtenverdedigers een cultuur van rechten en democratische verantwoordingsplicht in de EU. In Kroatië leidt de ombudspersoon bijvoorbeeld ambtenaren en rechters op met betrekking tot het Handvest. Dit omvat ook de verplichtingen die voortvloeien uit het Handvest, en het mogelijke gebruik ervan in het kader van campagnes, pleitbezorgingsactiviteiten en de ondersteuning van slachtoffers van mensenrechtenschendingen. In Litouwen hebben maatschappelijke organisaties onlangs een interactief internationaal evenement georganiseerd om jongeren beter bewust te maken van haatzaaiende uitlatingen en de gevolgen ervan voor de maatschappij en hen op te leiden en aan te moedigen om vaardigheden te ontwikkelen ter bestrijding ervan.
Daarnaast verstrekken maatschappelijke organisaties en rechtenverdedigers informatie over kwesties die mogelijk gevolgen kunnen hebben voor het brede publiek en over de methoden waarmee mensen kunnen deelnemen aan democratische besluitvormingsprocessen. Spelers van het maatschappelijk middenveld bewegen mensen ertoe hun standpunten openbaar te uiten door middel van demonstraties, petities, referenda en burgerpanels. Zij kunnen de bewustwording vergroten en samen pleiten voor beleid en wetgeving die de grenzen van één enkele lidstaat overstijgen en daarbij waardevolle kennis van het nationale niveau overdragen naar besluitvormers in de EU of daarbuiten en omgekeerd.
Monitoring
Maatschappelijke organisaties en rechtenverdedigers houden in de gaten hoe de grondrechten ter plekke worden geëerbiedigd en hebben een belangrijke functie als waakhond. Zij zijn vaak de eersten die informatie ontvangen over de gevolgen van wetgevings- en beleidsmaatregelen en verkeren dus in een goede positie om suggesties te doen voor de verdere ontwikkeling van bestaande maatregelen. Zij verkrijgen uit de eerste hand informatie over mogelijke schendingen van rechten. In Ierland hebben maatschappelijke organisaties bijvoorbeeld een erkende officiële rol bij het toezicht op de uitvoering van nationale strategieën voor gelijke behandeling inzake migratie, gendergelijkheid, rechten van Roma en Travellers, lhbtiq-inclusie en rechten van personen met een handicap. In Roemenië heeft de ombudspersoon zich tijdens de pandemie gebogen over de effecten van nationale maatregelen op de grondrechten en een aanbeveling gedaan inzake de eerbiediging van de mensenrechten en de uitzonderlijke maatregelen die tijdens de noodtoestand en verhoogde staat van paraatheid werden afgekondigd. In diverse lidstaten leveren maatschappelijke organisaties en rechtenverdedigers een aanzienlijke bijdrage aan de reguliere procedures voor landenmonitoring van internationale mensenrechtenorganen.
Ondersteuning van houders van rechten
Maatschappelijke organisaties en rechtenverdedigers ondersteunen houders van rechten en slachtoffers van schendingen van de grondrechten door hun rechten toe te lichten, te verdedigen en te handhaven. Zij doen dit door informatie te vergaren en te verstrekken, vermeende schendingen te onderzoeken en verslag uit te brengen aan nationale, regionale en internationale toezichthoudende instanties. Zij kunnen slachtoffers van schendingen bijstaan met het oog op gerechtelijke en buitengerechtelijke verhaalsmogelijkheden, rechtsbijstand bieden of strategische rechtszaken aanspannen. Maatschappelijke organisaties en rechtenverdedigers kunnen op internationaal niveau vergelijkbare activiteiten uitvoeren en afzonderlijke klagers bijstaan door toezichthoudende instanties op het gebied van de mensenrechten te informeren over punten van zorg. Het Belgische orgaan voor gelijke kansen procedeert namens werknemers die gediscrimineerd zouden zijn op grond van hun geslacht en in Slovenië kan de ombudspersoon in individuele gevallen een grondwettelijke klacht indienen aangaande schendingen van de grondrechten. In Nederland heeft een coalitie van maatschappelijke organisaties en particulieren gerechtelijke procedures aangespannen waarbij een schending van de artikelen 7 en 8 van het Handvest inzake de eerbiediging van het privéleven en het familie- en gezinsleven en de bescherming van persoonsgegevens werd aangevoerd en de rechtmatigheid werd aangevochten van een rechtsinstrument om fraude op te sporen.
Maatschappelijke organisaties en rechtenverdedigers ondersteunen houders van rechten bovendien door diensten te verlenen aan particulieren. Soms kunnen zij de dienstverlening van nationale, regionale of lokale overheden aanvullen of gemachtigd worden om diensten te verlenen namens de staat. In Zweden bieden vrouwenopvangcentra zonder winstoogmerk bijvoorbeeld onderdak en herstel voor slachtoffers van gendergerelateerd geweld en mensenhandel, terwijl andere maatschappelijke organisaties asielzoekers en personen met klachten over discriminatie ondersteunen. In Tsjechië werkten maatschappelijke organisaties samen om twee specifieke steunpunten voor slachtoffers van illegale sterilisatie op te richten.
Pleitbezorging
Maatschappelijke organisaties en rechtenverdedigers leveren ook een bijdrage aan de democratische besluitvorming door te pleiten voor de grondrechten in wetgeving of beleidsvorming. Raadplegingsactiviteiten kunnen plaatsvinden via gestructureerde regelingen of op initiatief van maatschappelijke organisaties of rechtenverdedigers, en zij kunnen mensen de mogelijkheid bieden om rechtstreeks deel te nemen aan de besluitvorming inzake kwesties die hen aanbelangen. Bepaalde maatschappelijke organisaties en rechtenverdedigers ondersteunen ook de democratische participatie van kwetsbare groepen. In België nemen vertegenwoordigers van het maatschappelijk middenveld bijvoorbeeld deel aan de Brusselse Adviesraad voor Personen met een Handicap en de Brusselse Stedelijke Adviesraad voor Gelijkheid tussen Vrouwen en Mannen (beide opgezet door de regering), die advies kunnen uitbrengen bij wetsvoorstellen. In Frankrijk zijn maatschappelijke organisaties vertegenwoordigd in de Commission Nationale consultative des Droits de l’Homme, die jaarlijks verslagen voorlegt aan de regering over diverse kwesties, met inbegrip van de strijd tegen racisme, vreemdelingenhaat en antisemitisme, mensenhandel en discriminatie tegen de lhbtiq-gemeenschap. Diverse lidstaten betrekken maatschappelijke organisaties en rechtenverdedigers bij de uitvoering van actieplannen voor open bestuur om de transparantie, verantwoordingsplicht, participatie, openbare integriteit en samenwerking in de maatschappij te bevorderen.
Ondersteuning bij de toepassing van EU-wetgeving
In het EU-recht worden maatschappelijke organisaties vaak expliciet belast met taken die cruciaal zijn voor doeltreffende uitvoering van de wetgeving in de praktijk. Zo verleent de verordening betreffende samenwerking met betrekking tot consumentenbescherming
consumentenorganisaties het recht om instanties in kennis te stellen van inbreuken op EU-wetgeving inzake consumentenbescherming. In de richtlijn inzake gelijke behandeling in arbeid is bepaald dat de lidstaten ervoor zorgen dat maatschappelijke organisaties in bepaalde omstandigheden relevante gerechtelijke en administratieve procedures kunnen aanspannen namens of ter ondersteuning van de klager of klaagster.
De gewijzigde Aarhus-verordening versterkt het recht van milieuorganisaties om de instellingen en organen van de EU te verzoeken hun beslissingen te herzien om de naleving van de milieuwetgeving van de EU te waarborgen
. De wijziging heeft het aantal en de soort beslissingen die kunnen worden betwist aanzienlijk verbreed. Ook het voorstel voor een richtlijn inzake passende zorgvuldigheid in het bedrijfsleven op het gebied van duurzaamheid voorziet in het recht voor organisaties om klachten rechtstreeks in te dienen bij een onderneming wanneer de activiteiten of waardeketens van die onderneming schadelijk kunnen zijn voor de mensenrechten of het milieu.
In de richtlijn slachtofferrechten
is bepaald dat ondersteuningsdiensten als een overheidsdienst of door maatschappelijke organisaties moeten worden opgezet
. Zo combineren veel lidstaten bij de ondersteuning van slachtoffers van terrorisme op grond van de richtlijn terrorismebestrijding
diensten die rechtstreeks door de staat worden verleend met diensten die door maatschappelijke organisaties worden verleend
. In het voorstel voor een richtlijn ter bestrijding van geweld tegen vrouwen en huiselijk geweld
wordt ook bevestigd dat maatschappelijke organisaties gespecialiseerde ondersteuning kunnen verlenen aan slachtoffers van dergelijk geweld. Daarin wordt ook voorgesteld om de lidstaten te verplichten maatschappelijke organisaties te raadplegen over ondersteuningsdiensten, beleidsvorming, het verstrekken van voorlichting en bewustmaking, onderzoeks- en onderwijsprogramma’s, opleiding en monitoring.
Krachtens artikel 4, lid 3, van het Verdrag van de Verenigde Naties inzake de rechten van personen met een handicap, waarbij de EU partij is, moet er via de representatieve organisaties van personen met een handicap intensief worden overlegd met personen met een handicap over beleid dat hen aanbelangt. Wat passagiersrechten betreft moeten deze organisaties volgens het EU-recht ook worden geraadpleegd wanneer luchthavens en terminalexploitanten voor schepen en havens normen vaststellen voor passagiers met een handicap en wanneer spoorweg-, scheepvaart-, bus- en touringcarmaatschappijen regels vaststellen inzake niet-discriminerende toegang tot diensten.
In de algemene verordening gegevensbescherming (AVG) en de richtlijn rechtshandhaving is vastgesteld dat, in geval van illegale verwerking van persoonsgegevens, een orgaan, organisatie of vereniging zonder winstoogmerk het recht kan worden gegeven om een klacht in te dienen bij de bevoegde toezichthoudende autoriteit en de nationale rechtbank.
In de verordening over een wet inzake digitale diensten wordt het belang van het maatschappelijk middenveld erkend bij het effectief bestrijden van illegale online-inhoud, waarbij de eerbiediging van de grondrechten wordt gewaarborgd, en bij het toetsen van de robuuste maatregelen inzake transparantie die digitale diensten zullen moeten nemen zodra de verordening in werking treedt. In de wet inzake digitale diensten wordt ook erkend dat rekening moet worden gehouden met de grondige kennis die het maatschappelijk middenveld bezit inzake maatschappelijke risico’s en worden zeer grote onlineplatforms en zoekmachines aangemoedigd om het maatschappelijk middenveld te raadplegen voor de naleving van hun verplichtingen op het gebied van risicobeheer.
Organen voor gelijke behandeling spelen een cruciale rol bij de uitvoering van de EU-wetgeving inzake gelijke behandeling. Om deze organen daarbij te helpen, is de Commissie voornemens wetgeving voor te stellen om de rol en onafhankelijkheid van organen voor de bevordering van gelijke behandeling te versterken.
Naast de taken die in de EU-wetgeving worden toegekend aan maatschappelijke organisaties en rechtenverdedigers, leveren maatschappelijke organisaties ook een bijdrage aan de doeltreffendheid van het EU-beleid. Op grond van de EU-gedragscode voor de bestrijding van illegale haatzaaiende uitlatingen op het internet uit 2016 houdt een netwerk van maatschappelijke organisaties toezicht op de naleving van verbintenissen van onlineplatforms en draagt het zo bij tot de bescherming van groepen die kwetsbaar zijn voor haatzaaiende uitlatingen in de EU. Op dezelfde wijze verenigt het EU Internet Forum vertegenwoordigers van regeringen, rechtshandhavingsinstanties, de technologische sector en het maatschappelijk middenveld om de verspreiding van inhoud waarin gewelddadig extremisme, terrorisme of seksueel misbruik van kinderen voorkomt, een halt toe te roepen. Sinds 2022 pakt het forum ook de onlinedimensie van mensenhandel aan. De Commissie coördineert ook het netwerk voor voorlichting over radicalisering, een Europees netwerk van eerstelijnswerkers die dagelijks omgaan met mensen die kwetsbaar zijn voor radicalisering en mensen die al geradicaliseerd zijn.
Met het EU-actieplan tegen racisme 2020-2025 worden de lidstaten aangemoedigd om maatschappelijke organisaties te betrekken bij het opstellen, uitvoeren en evalueren van de nationale actieplannen tegen racisme.
3.Bescherming van maatschappelijke organisaties en rechtenverdedigers
Maatschappelijke organisaties en rechtenverdedigers bevorderen en beschermen de rechten uit hoofde van het Handvest ter plekke en moeten kunnen werken in een ondersteunende omgeving, waar ten eerste hun eigen grondrechten worden geëerbiedigd. Zij moeten hun activiteiten kunnen ontplooien zonder ongerechtvaardigde inmenging door de staat, en staten moeten actief stappen ondernemen om de ruimte voor het maatschappelijk middenveld en de daarin actieve spelers te beschermen en te stimuleren. Hoewel de meeste staten dat al garanderen, melden maatschappelijke organisaties en rechtenverdedigers nog altijd diverse uitdagingen, belemmeringen en beperkingen in bepaalde lidstaten, die hun vermogen om hun activiteiten te verrichten hebben ingeperkt. De reikwijdte van hun activiteiten wordt vaak beïnvloed door budgettaire, personele of juridische beperkingen.
|
Feedback na de raadpleging
In de raadpleging die ter voorbereiding van dit verslag is uitgevoerd, gaf 61 % van de maatschappelijke organisaties die hebben gereageerd aan dat zij te maken hebben gehad met belemmeringen die hun “veilige omgeving” inperken. Meer bepaald had 44 % van de organisaties te maken met verbale agressie en pesterijen, intimidatie, negatieve uitlatingen of laster- of desinformatiecampagnes. Andere genoemde belemmeringen waren digitale aanvallen (19 %), criminalisering van werkzaamheden op het vlak van humanitaire hulp of de grondrechten (18 %), administratieve intimidatie (15 %), fysieke aanvallen tegen mensen en eigendom (15 %), inbreuken op de gegevensbescherming (14 %), surveillance (12 %), belemmeringen met betrekking tot het ethische gebruik van technologie of kunstmatige intelligentie (9 %) en strategische rechtszaken ter ontmoediging van publieksparticipatie (SLAPP’s) (7 %). De sterkst getroffen organisaties werken aan vrouwenrechten en seksuele en reproductieve rechten, lhbtiq-rechten, de rechten van migranten en asielzoekers en milieubescherming.
Rechtenverdedigers, zoals nationale mensenrechteninstellingen, worden geconfronteerd met vergelijkbare uitdagingen. Zoals gerapporteerd door het FRA, is een aanzienlijk aantal werknemers en vrijwilligers het slachtoffer geworden van bedreigingen of intimidatie (verbaal of schriftelijk, waaronder online) in verband met hun werkzaamheden voor de nationale mensenrechteninstellingen. In sommige lidstaten worden nationale mensenrechteninstellingen belemmerd wat hun onafhankelijkheid betreft en bij het verwerven van passende financiering en het uitvoeren van hun brede mandaat. Dat geldt ook voor ombudspersonen. Organen voor gelijke behandeling maakten ook melding van een steeds lastiger klimaat door een tanende sociale consensus over gelijkheidskwesties en het feit dat onwettige, discriminerende uitingen aanvaardbaar worden geacht. Door externe druk en een gebrek aan personeel werden gevallen gemeld van organen voor gelijke behandeling die onvoldoende onafhankelijk en doeltreffend waren.
|
3.1.Voorbeelden van manieren waarop de lidstaten de ruimte voor het maatschappelijk middenveld beschermen
Een bevorderlijke omgeving is van essentieel belang opdat maatschappelijke organisaties en rechtenverdedigers hun werk kunnen doen en hun recht van vereniging kunnen waarborgen. In veel lidstaten worden zij ondersteund en aangemoedigd in hun werk en genieten zij wettelijke bescherming. De afgelopen jaren hebben er in de hele EU diverse positieve ontwikkelingen plaatsgevonden om deze bevorderlijke omgeving voor maatschappelijke organisaties en rechtenverdedigers te stimuleren en verschillende lidstaten voeren wetgevings- en institutionele veranderingen door. Kroatië en Duitsland werken bijvoorbeeld nationale actieplannen uit om de situatie voor maatschappelijke organisaties te verbeteren. In Slovenië moet een wet inzake niet-gouvernementele organisaties een bevorderlijke omgeving creëren voor maatschappelijke organisaties. In andere lidstaten, zoals Bulgarije en Litouwen, zijn speciale overheidsinstanties belast met de ontwikkeling van beleid om het maatschappelijk middenveld te ondersteunen. In Finland heeft de adviesraad van de regering voor beleid inzake het maatschappelijk middenveld een strategie voor het maatschappelijk middenveld ontwikkeld.
In sommige lidstaten hebben maatschappelijke organisaties en rechtenverdedigers echter bezorgdheid geuit over het feit dat hun vrijheid van vereniging wordt aangetast door wetgeving, met name inzake de openbare orde of veiligheid, een bezorgdheid die in een aantal gevallen aan de rechter is voorgelegd. Belanghebbenden melden ook hindernissen in verband met wetgeving inzake transparantie
, terrorismebestrijding
en bestrijding van witwassen
. Andere obstakels zijn volgens het maatschappelijk middenveld onder meer afschrikkende maatregelen, zoals audits en financieringsonderzoeken, en belemmeringen bij de toegang tot financiering.
In de meeste lidstaten zijn er geen speciale procedures om bedreigingen en aanvallen te melden en te monitoren. Als gevolg daarvan spelen maatschappelijke organisaties en rechtenverdedigers een essentiële rol in het toezicht op en de verslaglegging over de ruimte voor het maatschappelijk middenveld. Het Slowaaks nationaal centrum voor de mensenrechten heeft bijvoorbeeld bedreigingen, intimidatie, pesterij en beperkingen van rechten opgetekend uit de ervaringen van maatschappelijke organisaties die werkzaam zijn op het gebied van milieubescherming, lhbtiq-rechten en vrouwenrechten, met inbegrip van seksuele en reproductieve gezondheid en rechten. In Finland heeft een maatschappelijke organisatie het instrument “Together Against Hate” ontwikkeld om gegevens te verzamelen over bedreigingen of aanvallen jegens maatschappelijke organisaties en rechtenverdedigers. Daarnaast volgt het onlineplatform voor onderzoek CIVICUS monitor de vrijheid van het maatschappelijk middenveld in 197 landen en gebieden, en verzamelt Civic Space Watch bevindingen van groepen in Europa over de omstandigheden voor het maatschappelijk middenveld en legt de organisatie nationale en trans-Europese tendensen bloot.
Teneinde fysieke en onlineaanvallen tegen maatschappelijke organisaties en rechtenverdedigers in Frankrijk aan te pakken, monitort het Ministerie van Binnenlandse Zaken meldingen van onrechtmatige handelingen jegens deze groepen en kan het via zijn beschermingsdienst gepaste maatregelen invoeren. Daarnaast hebben Luxemburg en Nederland projecten op poten gezet waardoor buitenlandse rechtenverdedigers die bedreigd worden of onder druk staan in hun eigen land, er maximaal drie maanden veilig kunnen verblijven. Zweden heeft een nationaal actieplan vastgesteld om bedreigingen en haat jegens onder meer maatschappelijke organisaties en rechtenverdedigers aan te pakken.
Nationale mensenrechteninstellingen en organen voor gelijke behandeling zetten zich ook in om op nationaal niveau een veilige en bevorderlijke omgeving voor maatschappelijke organisaties te bewerkstelligen. Nationale mensenrechteninstellingen werken nauw samen met maatschappelijke organisaties, bijvoorbeeld door hen op te leiden en te helpen met hun capaciteitsopbouw. In Griekenland heeft de nationale commissie voor mensenrechten gepleit voor de goedkeuring van een wetsvoorstel om rechtenverdedigers te beschermen tegen aanvallen, vergelding en beperkingen van hun rechten.
3.2.EU-initiatieven om de ruimte voor het maatschappelijk middenveld te beschermen
De EU heeft een aantal stappen gezet om maatschappelijke organisaties en rechtenverdedigers te beschermen. Instrumenten die werden ontwikkeld om de democratie, de rechtsstaat en de grondrechten te bevorderen en te beschermen moeten een bevorderlijke omgeving voor maatschappelijke organisaties en rechtenverdedigers creëren, onderhouden en beschermen.
Met name in het kader van de vierde pijler van het jaarlijkse verslag over de rechtsstaat, die betrekking heeft op institutionele controles en waarborgen, wordt de ruimte voor het maatschappelijk middenveld in alle lidstaten beoordeeld, wordt erkend dat “bij die controles en waarborgen [ook] een sleutelrol is weggelegd voor het maatschappelijk middenveld” en worden de ontwikkelingen met betrekking tot het kader voor het maatschappelijk middenveld onderzocht. In 2022 werden er in het verslag over de rechtsstaat aanbevelingen gedaan aan de lidstaten, in sommige gevallen onder meer over de ruimte voor het maatschappelijk middenveld.
In het anti-SLAPP-initiatief van de Commissie uit 2022 worden concrete maatregelen ingevoerd om actoren die betrokken zijn bij publieke participatie te beschermen tegen kennelijk ongegronde of onrechtmatige gerechtelijke procedures, hetgeen ook zal bijdragen tot een veilige en bevorderlijke omgeving voor maatschappelijke organisaties en rechtenverdedigers.
In het voorstel voor een nieuwe richtlijn inzake milieucriminaliteit wordt bevestigd dat mensen, met inbegrip van leden van maatschappelijke organisaties, die delicten op het gebied van milieucriminaliteit melden de nodige ondersteuning en bijstand moeten krijgen in eventuele strafrechtelijke procedures. Milieuactivisten vallen ook onder de voorgestelde anti-SLAPP-richtlijn en -aanbeveling, overeenkomstig de vereisten van het Verdrag van Aarhus.
De voorgestelde Europese wet inzake mediavrijheid zal de werking van de interne markt voor de media verbeteren door de transparantie te vergroten en marktverstoringen aan te pakken, waardoor ook de vrijheid en pluriformiteit van de media in alle lidstaten worden bevorderd, zodat journalisten en redacteuren zonder inmenging hun werk kunnen doen. Ook de aanbeveling van de Commissie over het waarborgen van de bescherming, de veiligheid en de weerbaarheid van journalisten en andere mediaprofessionals is erop gericht veiligere arbeidsomstandigheden te waarborgen voor mediaprofessionals, zowel online als offline.
Op verzoek van het Europees Parlement werkt de Commissie ook aan een wetgevingsinitiatief betreffende grensoverschrijdende erkenning van verenigingen in de EU. Dit initiatief is gericht op de grensoverschrijdende activiteiten van verenigingen, zodat zij de voordelen van de interne markt en hun grondrechten uit hoofde van het Handvest ten volle kunnen benutten.
Naast wettelijke maatregelen beschermt de Commissie maatschappelijke organisaties en rechtenverdedigers door handhavend op te treden tegen maatregelen die hen treffen en in strijd zijn met het EU-recht, met inbegrip van het Handvest. De Commissie heeft twee inbreukprocedures ingeleid tegen Hongarije betreffende een wet inzake buitenlandse financiering voor het maatschappelijk middenveld en een wetsontwerp waarin het verlenen van bijstand aan asielzoekers strafbaar wordt gesteld. De arresten van het Hof van Justitie van de Europese Unie (HvJ-EU) in deze twee zaken hebben een precedent gecreëerd ten opzichte van vergelijkbare wetgeving en benadrukken de rol van het Hof bij de bescherming van de ruimte voor het maatschappelijk middenveld en de grondrechten in de EU.
De verbintenis van de EU om een bijdrage te leveren aan de bescherming van een bevorderlijke ruimte voor het maatschappelijk middenveld komt ook tot uiting in haar extern optreden, onder meer in het EU-actieplan inzake mensenrechten en democratie (2020-2024). Dit wordt ook uiteengezet in de EU-leidraad inzake mensenrechtenverdedigers.
Sinds 2015 ondersteunt de Commissie mechanismen ter bescherming van de mensenrechtenverdedigers die het grootste risico lopen. Het EU-noodfonds voor mensenrechtenverdedigers ondersteunt mensenrechtenverdedigers met kleine subsidies. ProtectDefenders.eu is een coalitie van maatschappelijke organisaties die internationaal actief zijn om verzoeken om steun van mensenrechtenverdedigers te ontvangen, te verwerken en te beantwoorden. De coalitie biedt permanente flexibele dienstverlening aan bij het opzetten van steun, variërend van capaciteitsopbouw en juridisch en veiligheidsadvies tot diensten met betrekking tot verplaatsingen en opvang. De Human Rights Crises Facility subsidieert maatschappelijke organisaties om het voortbestaan van mensenrechtenbewegingen in de meest repressieve werkomgevingen te waarborgen.
De Commissie heeft ook de ontwikkeling van de CSO Meter gefinancierd. Hierin wordt beoordeeld hoe open de omgeving voor het maatschappelijk middenveld is in de landen van het Oostelijk Partnerschap binnen het Europees nabuurschapsinstrument.
Om de ruimte voor het maatschappelijk middenveld te beschermen, heeft de EU een nauwe samenwerking en dialoog ontwikkeld met internationale organisaties. Zo maakt de EU ten volle gebruik van de normen en kennis die zijn ontwikkeld door de Raad van Europa en zijn toezichthoudende instanties. Het Comité van Ministers van de Raad van Europa heeft drie niet-bindende instrumenten aangaande de ruimte voor het maatschappelijk middenveld vastgesteld. Het intergouvernementele stuurcomité inzake mensenrechten bestudeert de effecten van nationale wetgeving, beleid en praktijken op de activiteiten van maatschappelijke organisaties en rechtenverdedigers, en stelt beste praktijken vast om de ruimte voor het maatschappelijk middenveld te bevorderen en te beschermen. De Raad van deskundigen inzake ngo-recht volgt de uitvoering van een aanbeveling over de juridische status van ngo’s en geeft advies over de manier waarop het interne recht en de interne praktijken kunnen worden afgestemd op Europese normen. Daarnaast registreert het platform voor de veiligheid van journalisten aanvallen tegen journalisten, waarbij wordt aangegeven of zij werden gestart door overheids- of niet-overheidsactoren en hoe ernstig de aanvallen zijn.
De Verenigde Naties zijn eveneens een belangrijke partner, met name de monitoringmechanismen ervan om de aanvallen, intimidatie, criminalisering en lastercampagnes aan te pakken die het maatschappelijk middenveld overal ter wereld, ook in de EU, de afgelopen jaren te verduren heeft gekregen.
De samenwerking met het Bureau voor Democratische Instellingen en Mensenrechten (ODIHR) van de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa (OVSE) is ook cruciaal. Het ODIHR helpt nationale instanties bij het naleven van hun verbintenissen om mensenrechtenverdedigers te beschermen door hun vermogen om te functioneren te monitoren en capaciteit op te bouwen door middel van onderwijs en opleiding inzake mensenrechten.
4.Ondersteuning van maatschappelijke organisaties en rechtenverdedigers
Toegang tot financiële middelen en de vrijheid om die middelen te gebruiken zijn vitale onderdelen van het recht op vrijheid van vereniging
. Maatschappelijke organisaties en rechtenverdedigers hebben voldoende financiële middelen nodig om hun taken doeltreffend te kunnen uitvoeren. Diverse lidstaten melden dat zij de financiële steun aan maatschappelijke organisaties in het algemeen hebben verhoogd
alsook om de gevolgen van de COVID-19-pandemie te compenseren
; internationale donoren en de EU hebben deze inspanningen de afgelopen jaren aanzienlijk aangevuld. In de gehele EU hebben maatschappelijke organisaties en rechtenverdedigers het echter moeilijk om hun specifieke activiteiten te financieren, een tendens die werd versterkt door de pandemie en door de huidige crisis omtrent de kosten van levensonderhoud
, met name voor pleitbezorgings- en waakhondfuncties.
|
Feedback na de raadpleging
Tijdens de raadpleging die ter voorbereiding van dit verslag werd uitgevoerd, noemden maatschappelijke organisaties en rechtenverdedigers gebrek aan financiering een van de belangrijkste uitdagingen voor hun werk en rapporteerden zij dat er in veel lidstaten weinig financieringsmogelijkheden zijn, met name voor werkzaamheden met betrekking tot de rechtsstaat, democratie en grondrechten
.
Uit de onlineraadpleging bleek dat bijna de helft (49 %) van de reagerende organisaties belemmeringen in het financieringskader heeft gemeld. Zo meldde 40 % obstakels voor financiering. Een lager percentage van organisaties (minder dan 15 %) verwees naar belemmeringen aangaande de status van liefdadigheidsinstelling, buitenlandse financiering, belastingregelingen, corruptie bij de boekhouding en controles, en beperkingen van de online fondsenwerving.
|
4.1.Voorbeelden van manieren waarop de lidstaten actoren uit het maatschappelijk middenveld ondersteunen
De lidstaten zijn een essentiële bron van financiering en middelen voor maatschappelijke organisaties en rechtenverdedigers. Alle lidstaten besteden overheidsmiddelen aan maatschappelijke organisaties op nationaal, regionaal en lokaal niveau, en er zijn veel verschillende financieringsprogramma’s beschikbaar. Met financiering voor maatschappelijke organisaties wordt bijvoorbeeld in Estland
, Letland
, Litouwen
en Malta institutionele ondersteuning geboden voor de capaciteitsopbouw van maatschappelijke organisaties. In Finland ontvangen maatschappelijke organisaties overheidssteun uit verschillende bronnen, waaronder inkomsten van een staatsbedrijf dat actief is op de gereglementeerde markt voor kansspelen
. In sommige lidstaten, zoals Denemarken, Nederland en Zweden zijn er overheidsmiddelen beschikbaar voor pleitbezorging op het gebied van de grondrechten
. Verscheidene lidstaten verstrekken ook financiering om de administratieve en infrastructurele kosten van maatschappelijke organisaties tot op zekere hoogte te dekken.
Sommige lidstaten bieden ook gunstige belastingregelingen aan voor giften aan maatschappelijke organisaties
, waardoor particuliere giften worden aangemoedigd. De meeste lidstaten staan toe dat maatschappelijke organisaties belastingvrij subsidies, toelagen en giften ontvangen. Zo zijn in Italië giften aan maatschappelijke organisaties fiscaal aftrekbaar en zijn in Tsjechië maatschappelijke organisaties vrijgesteld van inkomstenbelasting, wegenbelasting en onroerendezaakbelasting wanneer de kosten voor organisatorische doeleinden zijn gemaakt.
Zelfs wanneer er financiering beschikbaar is, maken maatschappelijke organisaties en rechtenverdedigers melding van belemmeringen bij de toegang tot dergelijke financiering, met inbegrip van ingewikkelde, omslachtige en niet altijd transparante aanvraag- of verslagleggingsprocedures en subsidiabiliteitscriteria en de grote vraag naar financiering
. Een bijkomende uitdaging die door maatschappelijke organisaties werd aangekaart, is financiering voor kortlopende projecten, die geleidelijk in de plaats komt van langer lopende financiering of financiering voor administratieve uitgaven
.
Diverse lidstaten werken aan een aanpak van deze problemen inzake de toegang tot en de beschikbaarheid en duurzaamheid van financiering. Zij proberen een eerlijke verdeling te waarborgen door middel van transparante criteria en door oproepen tot in het indienen van voorstellen te publiceren zodat zij breed toegankelijk zijn. In Spanje wordt een eerlijke verdeling van financiering bijvoorbeeld verzekerd door middel van wetgeving
die verplicht stelt dat beoordelingscriteria openbaar worden gemaakt.
Veel lidstaten hebben ook plannen om de toegang tot financiering te vereenvoudigen en te versnellen, onder meer door middel van digitalisering. In Slowakije en Kroatië worden bijvoorbeeld nieuwe stelsels opgezet om de administratieve processen voor overheidsfinanciering te vereenvoudigen. In Slovenië worden dan weer forfaitaire percentages en vaste bedragen gehanteerd om het financieringsstelsel te vereenvoudigen.
In een aantal lidstaten worden bijkomende obstakels opgeworpen door de gepolitiseerde verdeling van overheidsmiddelen waardoor maatschappelijke organisaties die kritisch zijn op de regering worden uitgesloten ten voordele van zogeheten gongo’s (door de overheid georganiseerde niet-gouvernementele organisaties
. Die obstakels kunnen bestaan uit praktijken waarbij de toegang van maatschappelijke organisaties tot overheidsfinanciering wordt geblokkeerd omdat hun activiteiten voor pleitbezorging als politieke activiteiten worden beschouwd
, hetgeen een weerslag heeft op hun fiscaal vrijstellingsstatuut
, en op regels voor buitenlandse giften
. Maatschappelijke organisaties die werkzaam zijn op bepaalde gevoelige domeinen, zoals lhbtiq-rechten en gendergelijkheid, met inbegrip van pleitbezorging en activiteiten inzake strategische rechtszaken, krijgen te maken met verdere uitsluiting van overheidsfinanciering.
4.2.EU-steun voor actoren uit het maatschappelijk middenveld
4.2.1.Het programma “Burgers, gelijkheid, rechten en waarden” (CERV-programma)
Maatschappelijke organisaties en rechtenverdedigers behoorden altijd al tot de begunstigden van de financieringsprogramma’s van de Commissie en vulden bijgevolg de inspanningen van de lidstaten aan. Met een budget van 1,55 miljard EUR voor 2021-2027 is het CERV-programma het grootste fonds voor de grondrechten binnen de EU ooit. Het programma heeft tot doel de rechten en waarden te beschermen en te bevorderen die zijn verankerd in de EU-Verdragen, het Handvest en internationale overeenkomsten door maatschappelijke organisaties en andere belanghebbenden te ondersteunen op lokaal, regionaal, nationaal en transnationaal niveau.
|
Feedback na de raadpleging
Het CERV-programma werd door maatschappelijke organisaties en rechtenverdedigers als een positieve ontwikkeling gezien. Uit de raadplegingen blijkt dat de meeste maatschappelijke organisaties op de hoogte waren van het programma, zij het niet allemaal even goed
. 28 % van de respondenten op de raadplegingen in dit verslag heeft al CERV-financiering aangevraagd, en 39 % is van plan dat te doen.
|
Het CERV-programma bestaat uit verschillende financieringsonderdelen. Met de nieuwe sectie Uniewaarden wordt steun verleend aan maatschappelijke organisaties, rechtenverdedigers en andere belanghebbenden die in de EU een cultuur van waarden bevorderen die stoelt op de grondrechten, de democratie en de rechtsstaat. Er is financiering beschikbaar voor capaciteitsopbouw en bewustmaking inzake het Handvest en eveneens voor activiteiten die de kennis verhogen van de mensen in de praktijk, juristen, maatschappelijke organisaties en onafhankelijke mensenrechtenorganen om op doeltreffende wijze rechtszaken aan te spannen op nationaal en Europees niveau, alsook voor een betere toegang tot de rechter en een betere handhaving van rechten door middel van opleiding en de uitwisseling van kennis en goede praktijken. De financiering voor capaciteitsopbouw en rechtszaken zal in het kader van het werkprogramma 2023-2024 aanzienlijk worden verhoogd.
Als nieuwe mogelijkheid in het kader van de sectie Uniewaarden heeft de Commissie door middel van een open oproep tot het indienen van voorstellen tussenpersonen voor maatschappelijke organisaties geselecteerd. Deze organen zullen via een regeling voor de herverdeling van subsidies (het doorgeven van EU-subsidies) financiële steun verstrekken aan maatschappelijke organisaties ter vergroting van de capaciteit van verschillende maatschappelijke basisorganisaties die de EU-waarden bevorderen en beschermen. Daarnaast ondersteunt de Commissie kaderpartners, zoals Europese netwerken, maatschappelijke organisaties die werkzaam zijn op EU-niveau, en Europese denktanks die zich inzetten op het gebied van EU-waarden
. De Commissie ondersteunt met name ENNHRI en diverse netwerken van maatschappelijke organisaties, zoals de Civil Liberties Union, het European Center for Not-for-Profit Law (ECNL) en het European Civic Forum, die allemaal een bijdrage leveren aan de verwezenlijking en instandhouding van een bevorderlijke ruimte voor het maatschappelijk middenveld.
Maatschappelijke organisaties hebben ook toegang tot aanzienlijke financiering uit hoofde van de andere onderdelen van het CERV-programma — gelijkheid, rechten en gendergelijkheid, bestrijding van gendergerelateerd geweld en geweld tegen kinderen (Daphne), en de betrokkenheid en participatie van burgers, waar maatschappelijke organisaties bijna de helft van de begunstigden vertegenwoordigen. In 2021 werd met het CERV-programma ongeveer 91,8 miljoen EUR financiering verstrekt. Dat is in 2022 gestegen naar ongeveer 200 miljoen EUR
.
Voor de financieringsperiode 2021-2027 is voor alle stadia van de projectcyclus een systeem voor risicobeheer opgezet. De eerbiediging van de waarden van de EU is van toepassing op alle oproepen tot het indienen van voorstellen en in de gehele projectcyclus. Alle aanvragers en begunstigden worden tijdens de aanvraag-, evaluatie- en uitvoeringsfase regelmatig gescreend op de naleving van de waarden van de EU.
EU-financiering om maatschappelijke organisaties te ondersteunen tijdens de Russische aanvalsoorlog tegen Oekraïne
CERV-begunstigden verkeren in een goede positie om in te spelen op de dringende behoeften van degenen die getroffen worden door de Russische aanvalsoorlog tegen Oekraïne, met name door gegevensverzameling en monitoring, bewustmaking, pleitbezorging, en begeleiding en hulp voor slachtoffers. Toen de Russische aanvalsoorlog tegen Oekraïne begon, waren een aantal van de oproepen tot het indienen van voorstellen voor 2022 al geopend, en de aanvragers werden in de gelegenheid gesteld hun voorstellen aan te passen aan de behoeften die de oorlog met zich meebracht. De uiterste datum voor indiening werd voor bepaalde oproepen ook verlengd. Sommige kaderpartners die financiering ontvangen, hebben activiteiten ontwikkeld om in te spelen op zich aandienende behoeften, zoals campagnes op sociale media, het verlenen van psychologische ondersteuning of het opleiden van mentoren voor vrijwilligers. Met ingang van 2023 zullen kaderpartners financiering beginnen te herverdelen over de bij hen aangesloten organisaties op lokaal niveau, die doelgericht specifiekere actie kunnen ondernemen om te reageren op deze noodsituatie.
4.2.2.Ondersteuning uit hoofde van andere EU-programma’s
Naast via het CERV-programma biedt de EU via tal van andere EU-programma’s aanzienlijke steun aan het maatschappelijk middenveld. Het programma Justitie waarborgt de daadwerkelijke toegang tot de rechter voor het brede publiek door justitiële opleiding te ondersteunen, en verstrekt subsidies aan maatschappelijke organisaties om in samenwerking met rechterlijke instanties projecten uit te voeren
, zoals grensoverschrijdende opleidingsprojecten inzake het EU-recht voor beoefenaren van juridische beroepen. De financieringsprogramma’s voor onderzoek en innovatie, Horizon 2020 en de opvolger daarvan, Horizon Europa, ondersteunen maatschappelijke organisaties en rechtenverdedigers ook op een aantal thematische gebieden
.
Met het Erasmus+-programma worden projecten gefinancierd die de grondrechten en de EU-waarden bevorderen. Het Erasmus+-programma biedt structurele financiële steun (exploitatiesubsidies) aan Europese maatschappelijke organisaties die werkzaam zijn op het gebied van onderwijs en opleiding van jongeren en biedt vanaf 2021 ook jaarlijkse actiesubsidies aan. Ten slotte financiert het programma voor de versterking van het maatschappelijk middenveld opleidingen voor het maatschappelijk middenveld om een discours te creëren ter bestrijding van gewelddadig extremisme
.
In haar extern optreden heeft de EU gevestigde financieringspraktijken ontwikkeld, waarbij door middel van thematische en geografische programma’s wordt samengewerkt met en de uitdagingen worden vastgesteld van het maatschappelijk middenveld. Geografische instrumenten, zoals het instrument voor pretoetredingssteun en het instrument voor nabuurschapsbeleid, ontwikkeling en internationale samenwerking (NDICI — Europa als wereldspeler), bieden gerichte ondersteuning aan maatschappelijke organisaties door middel van regionale en nationale portefeuilles (programma’s van de “faciliteit voor het maatschappelijk middenveld”) om de capaciteit van maatschappelijke organisaties te versterken, de dialoog tussen de staat en maatschappelijke organisaties te verstevigen en een open ruimte voor het maatschappelijk middenveld te bevorderen. Maatschappelijke organisaties zijn ook de belangrijkste begunstigden van de steun uit het thematische programma voor maatschappelijke organisaties en het thematische programma voor mensenrechten en democratie uit hoofde van NDICI-Europa in de wereld.
5.Maatschappelijke organisaties en rechtenverdedigers versterken
Het maatschappelijk middenveld is een actieve en onafhankelijke partner in het stelsel van grondrechten van de EU. De EU en de lidstaten moeten de rol van maatschappelijke organisaties en rechtenverdedigers erkennen en hen in staat stellen om op te treden en ervoor zorgen dat aan de voorwaarden wordt voldaan zodat zij op zinvolle wijze kunnen worden betrokken bij de besluitvorming en bij de uitvoering van nationaal en EU-beleid dat onze democratieën ten goede komt. Dat is van cruciaal belang voor een levendige ruimte voor het maatschappelijk middenveld en om maatschappelijke organisaties en rechtenverdedigers in staat te stellen bij te dragen tot de vormgeving van nationaal en EU-beleid. Veel belanghebbenden geven echter aan dat maatschappelijke organisaties en rechtenverdedigers in sommige lidstaten moeilijk toegang krijgen tot raadplegingen en dialogen met belanghebbenden. Informatie over open raadplegingen of duidelijke richtsnoeren over de toegang daartoe zijn niet altijd beschikbaar.
|
Feedback na de raadpleging
In de raadpleging die werd gehouden ter voorbereiding van dit verslag heeft meer dan de helft van de organisaties (53 %) belemmeringen gemeld bij de “participatie en samenwerking met autoriteiten”. De grootste uitdagingen op dit gebied waren belemmeringen die de toegang van organisaties tot raadplegingen en deelname aan besluitvorming (45 %) en de toegang tot informatie en documenten (42 %) beperkten. Daarnaast gaf een aanzienlijk aantal organisaties (30 %) aan dat zij meer in het algemeen belemmeringen hebben ondervonden met betrekking tot de maatschappelijke dialoog. Volgens de bevindingen van het FRA zijn minderheden en kwetsbare groepen ook niet voldoende vertegenwoordigd in de raadplegingen.
|
5.1.Voorbeelden van manieren waarop de lidstaten de positie van actoren uit het maatschappelijk middenveld versterken
De betrokkenheid van maatschappelijke organisaties en rechtenverdedigers is cruciaal om wetgeving en beleid op te stellen, uit te voeren en te monitoren. Diverse lidstaten hebben overlegmechanismen opgezet om ervoor te zorgen dat maatschappelijke organisaties en rechtenverdedigers kunnen worden betrokken en de gelegenheid krijgen om te evalueren hoe de voorgestelde maatregelen voor hen, hun leden of de grondrechten in het algemeen kunnen uitpakken.
Veel lidstaten verzamelen bijdragen van maatschappelijke organisaties en rechtenverdedigers door middel van openbare raadplegingen. In Spanje worden er, alvorens nieuwe wetgeving wordt opgesteld, bijvoorbeeld een openbare raadpleging en een openbare hoorzitting georganiseerd waarin maatschappelijke organisaties hun kennis en opvattingen kunnen delen. Evenzo bevorderen veel lidstaten de participatie van belanghebbenden via onlineplatforms voor raadpleging, die informatie verstrekken over lopende raadplegingen. In Oostenrijk werd de voorbereiding van het nationale strategische plan inzake het gemeenschappelijk landbouwbeleid ondersteund door een proces waarin iedereen informatie kon inwinnen en kon bijdragen.
In diverse lidstaten zijn er algemene regels voor de uitvoering van effectbeoordelingen met betrekking tot wetgeving, waardoor de gevolgen van een wetgevingsvoorstel inzake het maatschappelijk middenveld kunnen worden beoordeeld. In sommige lidstaten is dit een verplichting voor de wetgever. In Duitsland moeten bijvoorbeeld alle regelgevende gevolgen van door de federale regering opgestelde wetsontwerpen worden beoordeeld, onder meer hun effecten op de ruimte voor het maatschappelijk middenveld. In Letland worden de gevolgen van voorstellen inzake mensenrechten, democratische waarden en de ontwikkeling van het maatschappelijk middenveld beoordeeld als horizontale gevolgen.
Permanente dialoogstructuren zijn essentieel om de ontwikkeling van het maatschappelijk middenveld te ondersteunen. Diverse lidstaten betrekken maatschappelijke organisaties en rechtenverdedigers via specifieke platforms en netwerken, waarmee zij een officieel mechanisme hebben om wetgeving en beleid beter uit te voeren en te monitoren. In Tsjechië worden in de raad voor ngo’s bijvoorbeeld belangrijke kwesties met betrekking tot de werkzaamheden van maatschappelijke organisaties besproken, en deze raad was ook betrokken bij de ontwikkeling van de strategie voor samenwerking tussen het overheidsbestuur en ngo’s. Er wordt een methodologie ontwikkeld om hun participatie verder te bevorderen. In Finland werd de adviesraad voor beleid aangaande het maatschappelijk middenveld opgericht om de interactie tussen de overheid en het maatschappelijk middenveld te bevorderen. In Ierland kunnen lokale overheden via een netwerk voor publieke participatie contact leggen met groepen uit de gemeenschap, waaronder maatschappelijke organisaties. Het belangrijkste doel van het netwerk is mensen de kans te bieden hun standpunten kenbaar te maken binnen officiële besluitvormingsstructuren op lokaal niveau.
Diverse lidstaten werken samen met maatschappelijke organisaties en rechtenverdedigers via platforms en netwerken gericht op het waarborgen van de grondrechten van specifieke groepen. In Griekenland nemen maatschappelijke organisaties bijvoorbeeld deel aan de nationale raad tegen racisme en onverdraagzaamheid en werken zij samen met het bureau van de nationale rapporteur inzake mensenhandel. In Spanje nemen maatschappelijke organisaties deel aan de raad voor vrouwenparticipatie, die zich inzet voor de bevordering van gelijkheid en non-discriminatie. Maatschappelijke organisaties nemen ook deel aan de nationale raad voor personen met een handicap en aan de raad ter bevordering van gelijke behandeling en non-discriminatie van personen op basis van ras of etnische oorsprong. In Portugal biedt de economische en sociale raad een forum voor dialoog tussen sociale partners en maatschappelijke organisaties over sociaaleconomische kwesties.
Nationale mensenrechteninstellingen en organen voor gelijke behandeling onderhouden regelmatig contact met maatschappelijke organisaties en fungeren als verbindende schakel tussen de organisaties en verschillende bestuursniveaus. Zij betrekken maatschappelijke organisaties bij raadplegingen, adviescomités, gezamenlijke projecten en dialoogevenementen. De meeste organen voor gelijke behandeling hebben maatschappelijke organisaties opgenomen in hun bestuursorganen. Hoewel diverse nationale mensenrechteninstellingen en organen voor gelijke behandeling de goede samenwerking met de instanties vermelden, blijven er uitdagingen bestaan wat betreft tijdige en transparante raadplegingen, het verstrekken van informatie en de systematische betrokkenheid van deze instellingen en organen los van eigen initiatief. Vier lidstaten hebben nog geen geaccrediteerde nationale mensenrechteninstelling opgericht overeenkomstig de VN-beginselen van Parijs.
5.2.EU-steun om actoren uit het maatschappelijk middenveld te versterken
In de oprichtingsverdragen van de EU wordt het belang van participatie van en dialoog met het maatschappelijk middenveld erkend. Overeenkomstig artikel 11 van het VEU moeten de EU-instellingen de burgers en de representatieve organisaties de mogelijkheid bieden hun mening over alle onderdelen van het optreden van de Unie kenbaar te maken en daarover in het openbaar in discussie te treden. Het artikel verplicht de instellingen vervolgens een open, transparante en regelmatige dialoog te voeren met representatieve organisaties en met het maatschappelijk middenveld en op ruime schaal overleg te plegen over nieuwe initiatieven. Artikel 15, lid 1, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie verplicht de instellingen, organen en instanties van de EU in een zo groot mogelijke openheid te werken om goed bestuur te bevorderen en de deelneming van het maatschappelijk middenveld te waarborgen.
In het Handvest wordt het recht erkend op vrijheid van meningsuiting en informatie (artikel 11) en op vrijheid van vreedzame vergadering en van vereniging (artikel 12). Overeenkomstig de jurisprudentie van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens heeft het HvJ-EU bevestigd dat het recht op vrijheid van vereniging een van de wezenlijke grondslagen van een democratische en pluralistische samenleving is, aangezien het de burgers in staat stelt om op gebieden van gemeenschappelijk belang collectief op te treden en zo bij te dragen aan het functioneren van het openbare leven
.
Deze erkenning van de cruciale rol van de ruimte voor het maatschappelijk middenveld komt tot uiting in de werking van de EU en in haar beleid.
Betrokkenheid bij de beleidsvorming
Sinds 2015 is het uit hoofde van de agenda voor betere regelgeving verplicht om bij de voorbereiding van wetgevingsinitiatieven rekening te houden met gevolgen voor de grondrechten, naast economische, sociale en milieueffecten meer in het algemeen. De EU-instellingen moeten hierdoor nagaan hoe de grondrechten in de concrete dossiers het beste worden bevorderd en beschermd, en het stelt maatschappelijke organisaties en rechtenverdedigers in staat te zien hoe de mogelijke grondrechteneffecten voor het maatschappelijk middenveld worden meegenomen in de EU-wetgeving. Mechanismen voor raadpleging en dialoog maken het voor maatschappelijke organisaties en rechtenverdedigers ook mogelijk hun standpunten over de wetgeving en het beleid van de EU kenbaar maken in de gehele beleidscyclus, vanaf de initiële voorbereiding van het initiatief tot de onderhandelingen tussen de medewetgevers, het Europees Parlement en de Raad.
|
Formele raadpleging en klachtenmechanismen
In het instrumentarium voor betere regelgeving wordt bevestigd hoe belangrijk het is dat belanghebbenden, waaronder het maatschappelijk middenveld, betrokken zijn bij de EU-beleidsvorming. De raadpleging van belanghebbenden is een belangrijk onderdeel van een op feiten gebaseerde besluitvorming en levert een bijdrage aan de legitimiteit van het besluitvormingsproces.
De site “Uw mening telt!” is het centrale punt voor alle bijdragen aan wetgevingsvoorstellen, evaluaties, geschiktheidscontroles en mededelingen. Hierdoor kunnen alle belanghebbende partijen bijdragen tot initiatieven vóór en na goedkeuring. Dit kan door algemene feedback te geven of standpunten en kennis te delen in een openbare raadpleging. Het verzamelen van feedback geeft belanghebbenden de kans hun opvattingen over een specifiek document te delen (doorgaans een “verzoek om input”).
Een openbare raadpleging bestaat ook uit vragen voor het publiek, zoals, indien relevant, gespecialiseerde vragen voor deskundigen op het gebied van maatschappelijke organisaties, bedrijven, overheidsinstanties, de academische wereld enz. Respondenten kunnen hun bijdrage aanvullen met schriftelijke bijdragen, zoals standpuntnota’s. Bijdragen kunnen in elk van de 24 officiële EU-talen worden ingediend.
Vertegenwoordigers van maatschappelijke organisaties en rechtenverdedigers kunnen ook een formele klacht indienen bij de Commissie als zij vermoeden dat er sprake is van een inbreuk op het EU-recht door de instanties van de lidstaten. Na de klacht beoordeeld te hebben, besluit de Commissie of zij een inbreukprocedure inleidt.
Bovendien is de Europese ombudsman belast met het onderzoek naar klachten van particulieren en organisaties over wanbestuur door de instellingen, organen en agentschappen van de EU, ook wanneer er sprake is van een schending van de grondrechten.
|
Spelers van het maatschappelijk middenveld zijn belangrijke partners bij de voorbereiding van EU-initiatieven. Een recent voorbeeld is de rol die maatschappelijke organisaties hebben gespeeld bij het vormgeven van de EU-aanpak van een mensgerichte en betrouwbare artificiële intelligentie (AI). Meer dan 160 organisaties hebben een bijdrage geleverd aan de openbare raadpleging over het witboek over AI. Zij hebben waardevolle input geboden voor het voorstel voor een verordening inzake AI
, dat tot doel heeft een interne markt tot stand te brengen voor betrouwbare AI die veilig is en de grondrechten eerbiedigt.
Ander recente voorbeelden zijn het voorstel inzake passende zorgvuldigheid in het bedrijfsleven, het anti-SLAPP-pakket, het voorstel voor de oprichting van de Europese ruimte voor gezondheidsgegevens, de aanbeveling van de Commissie over het waarborgen van de bescherming, de veiligheid en de weerbaarheid van journalisten en andere mediaprofessionals
en het wetgevingsinitiatief om de rol en de bevoegdheden van organen voor gelijke behandeling te versterken. Overleg met het maatschappelijk middenveld is ook een integraal onderdeel van de voorbereiding en uitvoering van EU-handelsovereenkomsten. De Commissie heeft de deskundigengroep inzake de opvattingen van migranten op het gebied van migratie, asielzaken en integratie opgericht, die bestond uit vertegenwoordigers van het maatschappelijk middenveld met de relevante kennis van zaken om advies inzake migratiebeleid te verstrekken.
In de EU-strategie voor gelijkheid van lhbtiq’ers is een lopende raadpleging met maatschappelijke organisaties over de uitvoering ervan vastgesteld. In deze strategie worden maatschappelijke organisaties ook betrokken bij veel activiteiten, waaronder bij de dialoog met de lidstaten. In het strategisch EU-kader voor gelijkheid, integratie en participatie van de Roma wordt veel nadruk gelegd op participatie, met name van maatschappelijke organisaties van en voor de Roma, in alle stadia van het beleidvormingsproces.
Besteding van EU-middelen
Maatschappelijke organisaties en rechtenverdedigers kunnen uit hoofde van de verordening gemeenschappelijke bepalingen (GB-verordening) worden belast met de uitvoering van bepaalde taken. Volgens die wetgeving moeten de lidstaten doeltreffende mechanismen invoeren om ervoor te zorgen dat door de EU gefinancierde programma’s worden opgezet en uitgevoerd in overeenstemming met de relevante bepalingen van het Handvest. Dat maakt deel uit van de horizontale randvoorwaarde betreffende de doeltreffende toepassing en uitvoering van het Handvest (de “horizontale randvoorwaarde”). Er wordt ook voorzien in een “partnerschap” met een aantal regionale, lokale en maatschappelijke organen, zoals organen voor de grondrechten. De lidstaat betrekt deze organen bij de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van programma’s, onder meer door deelname aan een comité dat verantwoordelijk is voor het toezicht op de uitvoering van financieringsprogramma’s waar een evenwichtige vertegenwoordiging van de betrokken partners moet worden gewaarborgd.
De lidstaten treffen steeds vaker regelingen om maatschappelijke organisaties te betrekken bij de uitvoering van de horizontale randvoorwaarde. Zij moeten, waar relevant, vanuit de fondsen passende middelen toewijzen aan de administratieve capaciteitsopbouw van sociale partners en maatschappelijke organisaties.
In Denemarken werden maatschappelijke organisaties en nationale mensenrechteninstellingen bijvoorbeeld betrokken bij bilaterale en openbare raadplegingen die werden georganiseerd door de beheersautoriteit van de programma’s in het kader van de GB-verordening. Zij nemen ook deel aan het toezicht op de uitvoering van alle programma’s. In Roemenië hebben de beheersautoriteiten van elk programma monitoringcomités opgericht waaraan voor alle programma’s maatschappelijke organisaties deelnemen. In Tsjechië worden maatschappelijke organisaties betrokken bij de organen die de voorbereidingen treffen voor de fondsen in het kader van de GB-verordening en die fondsen uitvoeren en monitoren. Daardoor kunnen zij invloed uitoefenen op de inhoud van programma’s en de oproepen tot financiering en kunnen zij deelnemen aan evaluatie en toezicht, met inbegrip van de overeenstemming van activiteiten met het Handvest.
Verbeterde structurele dialogen
Naast de raadplegingen heeft de Commissie diverse op maat gesneden dialoogmechanismen opgezet om belanghebbenden, met inbegrip van maatschappelijke organisaties en rechtenverdedigers, in staat te stellen regelmatig een bijdrage te leveren aan de beleidsvorming en uitvoering op specifieke domeinen. De structurele dialoog met het maatschappelijk middenveld verloopt bijvoorbeeld door middel van fora en platforms die ruime beleidsterreinen bestrijken, zoals het permanent forum voor het maatschappelijk middenveld inzake racismebestrijding, het gehandicaptenplatform, het Europees migratieforum en het EU-platform voor gezondheidsbeleid. Het EU-netwerk voor kinderrechten is opgericht ter ondersteuning van de uitvoering, monitoring en evaluatie van de EU-strategie voor de rechten van het kind. Het platform voor de rechten van slachtoffers werd in 2020 opgericht ter bevordering van de dialoog en de uitwisseling van beste praktijken en informatie tussen zijn leden, waarvan twee derde uit het maatschappelijk middenveld komt
.
De EU heeft ook dialogen inzake specifiekere kwesties opgestart, bijvoorbeeld het forum voor het maatschappelijk middenveld inzake lhbtiq-gelijkheid, het Europees platform voor de inclusie van Roma en de maatschappelijke monitoring inzake Roma 2025, het forum voor het maatschappelijk middenveld inzake drugs en het EU-forum voor het maatschappelijk middenveld tegen mensenhandel. Het forum voor het maatschappelijk middenveld ter bestrijding van antisemitisme verenigt vertegenwoordigers van de Commissie en Joodse gemeenschappen, het maatschappelijk middenveld en andere belanghebbenden om contacten aan te knopen en het effect van gezamenlijke maatregelen te maximaliseren. Als ondertekenende partijen van de gedragscode inzake desinformatie en als leden van de permanente taskforce met betrekking tot de code verstrekken maatschappelijke organisaties deskundig advies om opkomende desinformatie beter te begrijpen of belangrijke resultaten te ontwikkelen, zoals indicatoren om de effecten van de code op desinformatie in de EU te meten.
Het maatschappelijk middenveld is ook een cruciale partner van de EU bij het bevorderen van een sterkere rechtsstaatcultuur. Tijdens het opstellen van de jaarlijkse verslagen over de rechtsstaat organiseert de Commissie vergaderingen met belanghebbenden, zoals Europese netwerken, nationale en Europese maatschappelijke organisaties, en beroepsorganisaties. Maatschappelijke organisaties en rechtenverdedigers dienen ook schriftelijke opmerkingen in bij de verslagen. Dit is essentieel voor een gefundeerde beoordeling van de domeinen die onder de verslagen vallen, namelijk justitiële stelsels, systemen ter bestrijding van corruptie, mediapluriformiteit en mediavrijheid, en andere institutionele controles en waarborgen.
Op het gebied van EU-handelskwesties worden ook regelmatige dialogen met het maatschappelijk middenveld en interne adviesgroepen georganiseerd, en burgerdialooggroepen helpen de Commissie om regelmatig te overleggen over allerlei kwesties met betrekking tot het gemeenschappelijk landbouwbeleid. De Commissie voert ook een gestructureerde maatschappelijke dialoog met maatschappelijke organisaties die werkzaam zijn op het gebied van handicap, sociale uitsluiting en armoede en de culturele en creatieve sector.
Een belangrijke kans om van gedachten te wisselen met het maatschappelijk middenveld en mensenrechtenverdedigers binnen het extern optreden van de EU is het jaarlijks mensenrechtenforum tussen de EU en ngo’s dat gezamenlijk georganiseerd wordt door de Europese Dienst voor extern optreden, de Commissie en de overkoepelende organisatie voor het maatschappelijk middenveld “Human Rights and Democracy Network (HRDN)”. Tijdens dit evenement komen honderden maatschappelijke organisaties, mensenrechtenverdedigers en vertegenwoordigers van de VN en de EU-instellingen samen om de meest urgente mensenrechtenkwesties te bespreken.
Het belangrijkste platform voor de structurele dialoog tussen de EU en netwerken van maatschappelijke organisaties inzake ontwikkelingskwesties, waaronder de problematiek van een bevorderlijke omgeving voor het maatschappelijk middenveld in EU-partnerlanden, is het beleidsforum inzake ontwikkeling.
Op het niveau van EU-partnerlanden vindt de ondersteuning voor het maatschappelijk middenveld plaats in het kader van 110 routekaarten voor maatschappelijke organisaties per land; de strategieën van de EU en de lidstaten voor de contacten met het maatschappelijk middenveld, waarin de hoofdprioriteiten van de EU tot uiting komen, met inbegrip van een sterkere nadruk op de ondersteuning van een bevorderlijke omgeving voor het maatschappelijk middenveld. De nieuwe generatie routekaarten is daarnaast toegespitst op de betrokkenheid van het maatschappelijk middenveld, met inbegrip van vrouwen-, jongeren- en lokale organisaties, bij de beleidsdialoog op landenniveau.
6.Conclusie
Het maatschappelijk middenveld vormt een essentieel onderdeel van onze democratie en is cruciaal voor het in de praktijk brengen van de fundamentele waarden die ten grondslag liggen aan de EU. Maatschappelijke organisaties en rechtenverdedigers zijn onmisbare partners om ervoor te zorgen dat de grondrechten een realiteit zijn in het dagelijks leven van mensen. Zij hebben voortdurend blijk gegeven van grote kracht en ontzagwekkende veerkracht in zeer uitdagende omstandigheden, met name tijdens de recente crises.
Derhalve is een voortdurende en gezamenlijke inspanning door de lidstaten en de EU vereist om ervoor te zorgen dat maatschappelijke organisaties en rechtenverdedigers goed gedijen als belangrijke partners om onze democratieën te beschermen, ook tegen buitenlandse autocraten die het op onze landen gemunt hebben.
Uit dit verslag blijkt dat de lidstaten en de EU in meer of mindere mate maatregelen treffen om de actoren van het maatschappelijk middenveld te beschermen, te ondersteunen en te versterken. Ook blijkt dat maatschappelijke organisaties en rechtenverdedigers als waardevolle partners van de besluitvormers kunnen beschikken over een brede waaier aan mogelijkheden om hun opvattingen over wetgeving en beleidsvorming kenbaar te maken. Tegelijkertijd resteren er nog veel uitdagingen.
Zoals benadrukt door maatschappelijke organisaties, het Europees Parlement, en de conferentie over de toekomst van Europa
, moet meer werk worden gemaakt van een vruchtbaar klimaat en ondersteunende randvoorwaarden voor het maatschappelijk middenveld door middel van concrete en gerichte maatregelen die zijn aangepast aan de specifieke kenmerken van maatschappelijke organisaties en rechtenverdedigers. De uitdagingen waarmee maatschappelijke organisaties en rechtenverdedigers worden geconfronteerd, en de vereiste respons, kunnen variëren naargelang van de nationale situatie en het onderwerp. De gemeenschappelijke doelstelling van de EU moet echter gelijk blijven: maatschappelijke organisaties en rechtenverdedigers beschermen, ondersteunen en versterken.
De Commissie is ingenomen met de sterke betrokkenheid en de bijdragen van de actoren van het maatschappelijk middenveld, het Europees Parlement, de Raad en de lidstaten, alsook van het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Bureau voor de grondrechten bij de opstelling van dit verslag. Dit biedt een goed uitgangspunt voor verdere gezamenlijke activiteiten op dit gebied.
De Commissie moedigt andere EU-instellingen, de lidstaten en belanghebbenden aan dit verslag te gebruiken om de bevindingen ervan te bespreken en een dialoog over de ruimte voor het maatschappelijk middenveld in de EU op gang te brengen. De Commissie spoort met name het Europees Parlement en de Raad aan een specifieke discussie te voeren over de bevindingen van het verslag. Om dit debat te ondersteunen zal de Commissie door middel van een reeks thematische seminars betreffende het behoud van de ruimte voor het maatschappelijk middenveld een gerichte dialoog met belanghebbenden opstarten, waarin wordt bekeken hoe de EU haar rol om maatschappelijke organisaties en rechtenverdedigers te beschermen, te ondersteunen en te versterken verder kan ontwikkelen om de in dit verslag beschreven problemen en kansen aan te pakken. In die seminars kan dieper worden ingegaan op thema’s zoals de bescherming van de digitale ruimte voor het maatschappelijk middenveld, de manier waarop nationale en EU-financiering beter op het doel kan worden afgestemd om maatschappelijke organisaties en rechtenverdedigers te ondersteunen, en manieren om de ruimte voor het maatschappelijk middenveld te versterken om onze democratische veerkracht te verhogen. De resultaten van dit debat zullen uiterlijk eind 2023 worden gepresenteerd en besproken tijdens een Europese rondetafelbijeenkomst op hoog niveau.