EUROPESE COMMISSIE
Brussel, 14.12.2021
COM(2021) 790 final
VERSLAG VAN DE COMMISSIE AAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD
over de uitvoering van Verordening (EG) nr. 1185/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 25 november 2009 betreffende statistieken over pesticiden
1.Inleiding
1.1.Achtergrond
Bij Verordening (EG) nr. 1185/2009 (hierna de “verordening” genoemd) is een gemeenschappelijk kader vastgesteld voor Europese statistieken over pesticiden. Het omvat statistieken over het op de markt brengen van pesticiden (“statistieken over de verkoop van pesticiden”) en statistieken over het gebruik van pesticiden in de landbouw. Op grond van artikel 7 van de verordening moet de Commissie om de vijf jaar aan het Europees Parlement en de Raad verslag uitbrengen over de uitvoering ervan. In dit verslag wordt in het bijzonder de kwaliteit van de toegezonden gegevens beoordeeld, alsook de methoden voor het verzamelen van gegevens en de last voor het bedrijfsleven, landbouwbedrijven en nationale overheden. Ook wordt onderzocht in hoeverre deze statistieken nuttig zijn voor de uitvoering van de strategie voor een duurzaam gebruik van pesticiden, met name met betrekking tot de in artikel 1 van de verordening genoemde doelstellingen. Het verslag bevat voorstellen om de kwaliteit van de gegevens en methoden voor het verzamelen van gegevens verder te verbeteren met het oog op een betere dekking en betere vergelijkbaarheid van de gegevens, en een vermindering van de last voor het bedrijfsleven, landbouwbedrijven en nationale overheden.
Europese statistieken over pesticiden dienen met name de doeleinden van de artikelen 4 en 15 van Richtlijn 2009/128/EG. Bovendien sluit de verordening sterk aan bij Verordening (EG) nr. 1107/2009 en met name bij artikel 67, waarin bepaalde verplichtingen inzake verslaglegging en het bijhouden van registers met betrekking tot het op de markt brengen en het gebruik van pesticiden zijn vastgelegd.
Dit is het tweede verslag over de uitvoering van de verordening en heeft betrekking op de referentiejaren 2015‑2019 voor zowel de verkoop van pesticiden als het gebruik van pesticiden in de landbouw. Het eerste verslag, dat in 2017 werd vastgesteld, bestreek de referentiejaren 2011‑2014 voor de verkoop van pesticiden en de referentieperiode 2010‑2014 voor het gebruik van pesticiden in de landbouw.
1.2.Ontwikkelingen op EU‑niveau sinds het laatste verslag
In mei 2019 werd
Richtlijn (EU) 2019/782 van de Commissie
tot vaststelling van geharmoniseerde risico-indicatoren aangenomen om de trends met betrekking tot de risico’s van pesticidengebruik in te schatten. In deze richtlijn worden geharmoniseerde risico-indicatoren vastgesteld als bedoeld in artikel 15, lid 1, van Richtlijn 2009/128/EG. Geharmoniseerde risico-indicator nr. 1 (HRI 1), die het gebruik en het risico van pesticiden meet, wordt door Eurostat berekend aan de hand van de in het kader van de verordening verzamelde statistieken over de verkoop van pesticiden en de in de richtlijn van de Commissie vastgestelde groepen en gevarencoëfficiënten.
In mei 2020 heeft de Commissie de “van boer tot bord”-strategie voor een eerlijk, gezond en milieuvriendelijk voedselsysteem aangenomen. Deze strategie is erop gericht de transitie naar een duurzaam voedselsysteem te versnellen. Zij heeft onder meer tot doel tegen 2030 het totale gebruik van chemische pesticiden en de daarmee samenhangende risico’s evenals het gebruik van gevaarlijkere pesticiden met 50 % te verminderen. In het actieplan van de strategie heeft de Commissie voorgesteld de verordening te herzien om leemten in de informatie weg te werken en empirisch onderbouwde beleidsvorming te bevorderen.
In februari 2020 heeft de Rekenkamer een verslag over het duurzaam gebruik van gewasbeschermingsmiddelen bekendgemaakt, waarin werd beoordeeld of de maatregelen van de Commissie en de lidstaten hadden geleid tot een vermindering van de risico’s in verband met het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen en of de desbetreffende wetgeving doeltreffende stimulansen bood om de afhankelijkheid van gewasbeschermingsmiddelen te verminderen. Het verslag bevatte een aantal aanbevelingen aan de Commissie met betrekking tot statistieken over pesticiden:
·de toegang tot statistieken over gewasbeschermingsmiddelen verbeteren;
·de beperkingen voor de aggregatievereisten voor de statistieken over gewasbeschermingsmiddelen (artikel 3, lid 4, van de verordening) schrappen om de bekendmaking van nuttiger statistieken mogelijk te maken (bijvoorbeeld gewasbeschermingsmiddelen met een laag risico en werkzame stoffen met specifieke eigenschappen);
·de vereisten voor EU-statistieken over het gebruik in de landbouw van gewasbeschermingsmiddelen in de EU (bijlage II bij de verordening) verduidelijken, verbeteren en harmoniseren om deze beschikbaarder, vergelijkbaarder en nuttiger te maken (tijdpad: 2023).
Het rechtsinstrument dat is gekozen om de nodige verbeteringen aan te brengen, is het voorstel voor een verordening betreffende statistieken over de landbouwinput en ‑output, dat op 2 februari 2021 door de Commissie is goedgekeurd. Dit voorstel heeft betrekking op landbouwstatistieken over gewassen, dieren en landbouwprijzen, voedingsstoffen en biologische productie, alsook op de verkoop en het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen in de landbouw. De verordening wordt ingetrokken zodra dit voorstel van kracht is.
2.Toepassingsgebied en inhoud
Op grond van artikel 2, punt a), van de verordening worden “pesticiden” gedefinieerd als “gewasbeschermingsmiddelen zoals omschreven in artikel 2, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1107/2009” of als “biociden zoals omschreven in artikel 2, lid 1, van Richtlijn 98/8/EG”. Zij worden onderverdeeld in de volgende categorieën:
·fungiciden en bactericiden;
·herbiciden, loofdoders en mosbestrijders;
·insecticiden en acariciden;
·mollusciciden (slakkenbestrijdingsmiddelen);
·plantengroeiregulatoren;
·andere gewasbeschermingsmiddelen.
De lijst van werkzame stoffen is voor het referentiejaar 2016 bijgewerkt bij Verordening (EU) 2017/269 van de Commissie. Stoffen die tussen 2011 en 2016 zijn goedgekeurd, zijn in de gegevensverzameling opgenomen, maar sommige stoffen zijn anders ingedeeld (bijvoorbeeld van de hoofdcategorie “Insecticiden en acariciden” naar “Andere gewasbeschermingsmiddelen”, of van de hoofdcategorie “Andere gewasbeschermingsmiddelen” naar “Fungiciden en bactericiden”). Hierdoor werd de tijdreeks onderbroken. De Commissie (Eurostat) en de lidstaten werken aan een geharmoniseerde gegevensverzameling.
Op grond van de verordening moeten de lidstaten jaarlijks bij de Commissie (Eurostat) hun statistische gegevens over de op de markt gebrachte pesticiden indienen (statistieken over pesticidenverkoop). Bovendien moeten zij om de vijf jaar statistieken over het gebruik van pesticiden in de landbouw indienen. Dit verslag heeft betrekking op de gegevens en kwaliteitsverslagen die zijn ingediend voor de referentiejaren 2015 tot en met 2019.
Uit de bepalingen van de verordening vloeien twee belangrijke nadelen voort. Door de vereisten van de verordening inzake aggregatie van gegevens (artikel 3, lid 4) zijn alle gegevens op het niveau van de werkzame stof ongeschikt voor bekendmaking. Dit heeft drastische gevolgen voor de beschikbaarheid van gegevens. Een ander belangrijk nadeel van de huidige gegevensverzameling is het gebrek aan harmonisatie van de gegevens over het gebruik van pesticiden: de lidstaten kunnen het referentiejaar in de periode van vijf jaar (2015‑2019) vrij kiezen, evenals een lijst van gewassen die zij representatief achten voor hun nationale omstandigheden.
2.1.Toepassingsgebied
2.1.1.Statistieken over pesticidenverkoop
Op grond van de verordening moeten de EU-lidstaten, IJsland en Noorwegen de statistieken over pesticidenverkoop vóór 30 december van het jaar N+1 indienen, en de nationale kwaliteitsverslagen vóór 31 maart van het jaar N+2. Zwitserland, Montenegro en Turkije verstrekken op vrijwillige basis gegevens en kwaliteitsverslagen.
2.1.2.Statistieken over pesticidengebruik in de landbouw
Op grond van de verordening moeten de EU‑lidstaten, IJsland en Noorwegen (hierna samen “lidstaten” genoemd) de gegevens en kwaliteitsverslagen over pesticidengebruik in de landbouw voor de geselecteerde gewassen binnen twaalf maanden na het eind van elke periode van vijf jaar indienen. De tweede periode van vijf jaar eindigde op 30 december 2019 en de landen moesten uiterlijk op 30 december 2020 gegevens en kwaliteitsverslagen indienen. De selectie van gewassen moet representatief zijn voor de gewassen die in de lidstaat verbouwd worden en voor de gebruikte stoffen. De referentieperiode is een maximumperiode van twaalf maanden die alle gewasbeschermingsbehandelingen beslaat die rechtstreeks of onrechtstreeks bij het gewas horen.
2.2.Methoden en bronnen voor het verzamelen van gegevens
Op grond van de verordening kunnen de lidstaten verschillende middelen gebruiken om de nodige gegevens te verzamelen. De lidstaten kunnen gebruikmaken van enquêtes, informatie met betrekking tot het op de markt brengen en het gebruik van pesticiden die voortvloeit uit de verplichtingen overeenkomstig artikel 67 van Verordening (EG) nr. 1107/2009, administratieve bronnen of een combinatie van deze middelen, met inbegrip van statistische schattingsprocedures op basis van deskundigenbeoordelingen of modellen.
2.2.1.Statistieken over pesticidenverkoop
Voor de meeste lidstaten zijn de onderliggende primaire gegevens over pesticidenverkoop afgeleid van administratieve bronnen waarvoor de rapportage verplicht is: in artikel 67, lid 3, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 is bepaald dat houders van een toelating de bevoegde autoriteiten van de lidstaten alle informatie over het verkoopvolume van gewasbeschermingsmiddelen moeten verstrekken overeenkomstig de Gemeenschapswetgeving inzake statistieken over gewasbeschermingsmiddelen. Verschillende landen gebruiken andere gegevensbronnen, zoals tellingen en (steekproef-)enquêtes, of een combinatie van administratieve en andere bronnen. Meer informatie over de nationale praktijken is te vinden in de nationale kwaliteitsverslagen.
2.2.2.Statistieken over pesticidengebruik in de landbouw
Statistieken over het gebruik van pesticiden in de landbouw zijn over het algemeen gebaseerd op statistische enquêtes onder landbouwers. In sommige landen wordt een telling uitgevoerd bij landbouwbedrijven waarvan het aantal hectare een vastgestelde drempelwaarde overschrijdt of op basis van de verwachte omzet van het bedrijf. Alleen in uitzonderlijke gevallen worden andere methoden voor gegevensverzameling gebruikt: twee landen maken gebruik van bestaande administratieve gegevens over het gebruik van pesticiden, twee landen gebruiken de gegevens van het informatienet inzake landbouwbedrijfsboekhoudingen (ILB), twee landen extrapoleren het gebruik uit de verkoopgegevens van pesticiden en één land maakt gebruik van een wetenschappelijke studie op basis van de hoeveelheden pesticideresiduen in grondwaterstations.
In sommige gevallen wordt de informatie verzameld met behulp van elektronische middelen, zoals online-enquêtes of software voor landbouwbeheer. Verscheidene landen wezen er echter op dat elektronische middelen niet konden worden gebruikt. De belangrijkste methoden voor het verzamelen van gegevens zijn papieren vragenlijsten (zeven landen), gevolgd door persoonlijke interviews (zes landen), interviews per telefoon en elektronische vragenlijsten (elk vier landen), of een combinatie van methoden. Andere methoden zijn digitale opnames door gebruikers via webpagina’s, rechtstreekse constante toegang tot gegevens in databanken, computerondersteunde telefoongesprekken en computerondersteunde webinterviews. Meer informatie over de nationale praktijken is te vinden in de nationale kwaliteitsverslagen.
2.3.Kwaliteit van de toegezonden gegevens
Hoewel de lidstaten verantwoordelijk zijn voor de kwaliteit van de statistieken over pesticiden, neemt de Commissie (Eurostat) de nodige maatregelen om fouten in de ontvangen gegevens op te sporen. De lidstaten verstrekken informatie over alle werkzame stoffen en alle aggregaten van de codelijst, met inbegrip van vertrouwelijke gegevens, via het centrale toegangspunt (EDAMIS-portaal), in overeenstemming met de gevraagde bestandsstructuur en -indeling. De technische regelingen voor de gegevensoverdracht zijn in hoge mate genormaliseerd. De Commissie (Eurostat) onderhoudt een betrouwbaar IT‑systeem voor de ontvangst, validering en verwerking van gegevens en voert verschillende soorten gegevenscontroles uit: volledigheid en consistentie van de vragenlijst van elk land, verificatie van de aggregaties van pesticidenhoeveelheden en een tijdreekscontrole van de ontwikkeling in de loop van de tijd. De Commissie (Eurostat) voert ook handmatige controles op secundaire vertrouwelijkheid uit alvorens de statistieken te verspreiden en verzoekt de landen herziene gegevens te sturen indien fouten zijn geconstateerd.
2.3.1.Statistieken over pesticidenverkoop
De meeste landen bleven hun gegevensbestanden op tijd verstrekken en reageerden bereidwillig wanneer nadere controles en correcties nodig waren. Wat de nauwkeurigheid, betrouwbaarheid en vergelijkbaarheid betreft, verklaarden de meeste landen dat hun primaire gegevens over pesticidenverkoop afkomstig waren van de vergunninghouders. Zij waren van mening dat de door deze bronnen verstrekte gegevens over het geheel genomen van goede kwaliteit waren.
De lidstaten verklaarden maatregelen te hebben genomen om de statistische kwaliteit van hun gegevens te garanderen: vergelijking van de hoeveelheden met die van het voorafgaande jaar, vergelijking met externe gegevensbronnen, controle van de betrouwbaarheid van de opgegeven hoeveelheden en producten, controle van abnormale en ontbrekende hoeveelheden en steekproefsgewijze controles. Zij gaven ook aan de bepalingen van de praktijkcode Europese statistieken toe te passen.
2.3.2.Statistieken over pesticidengebruik in de landbouw
De meeste landen verstrekten hun gegevensbestanden op tijd en reageerden snel wanneer nadere controles en/of correcties nodig waren. Eén land diende de gegevens enkele maanden te laat in.
Wat de nauwkeurigheid, betrouwbaarheid en vergelijkbaarheid betreft, verklaarden de meeste lidstaten dat zij de meegedeelde gegevens als goed aanmerkten. De meeste landen zijn van mening dat de kwaliteit van de gegevens stabiel is sinds de bekendmaking van het eerste verslag in 2017. Zes landen meldden een algemene verbetering van de kwaliteit van de statistieken. Slechts één land meldde dat de vergelijkbaarheid van de gegevens was verslechterd.
Het met pesticiden behandelde areaal is niet gemakkelijk te berekenen vanwege de vereiste om werkzame stoffen te aggregeren in chemische klassen. Indien werkzame stoffen die tot dezelfde chemische klasse of groep behoren, op hetzelfde fysieke areaal worden toegepast, kan het areaal alleen correct en zonder dubbeltelling worden berekend als hiermee bij de opzet van de enquête rekening is gehouden. Meer dan de helft van de landen kan niet garanderen dat dubbeltelling van de met pesticiden behandelde gewasarealen is uitgesloten, waardoor de mogelijkheden om de areaalgebonden gegevens te verspreiden, beperkt zijn. Deze areaalaggregatie kan alleen door de nationale statistische instanties worden uitgevoerd omdat gedetailleerde perceelsinformatie nodig is.
3.Relevantie — Bruikbaarheid van de statistische gegevens en verspreiding
Eurostat maakt in zijn verspreidingsdatabank twee gegevensbestanden over pesticidenstatistieken bekend: verkoop en gebruik in de landbouw van pesticiden. In de vereisten voor gegevensaggregatie van de verordening (artikel 3, lid 4) is bepaald dat de Commissie (Eurostat) geen gegevens over werkzame stoffen mag bekendmaken.
Vanwege de vereisten voor gegevensaggregatie en complexe vertrouwelijkheidskwesties heeft de Commissie (Eurostat) in eerste instantie alleen statistieken verspreid over de verkoop van pesticiden van het hoogste hiërarchische niveau zoals gedefinieerd in bijlage III bij de verordening: “hoofdcategorie” (verspreid sinds 2013). Het volgende hiërarchische niveau, “Middelencategorie”, werd in 2018 toegevoegd en in 2021 volgde “Chemische klasse”. De beschikbaarheid van de gegevens is dan ook verbeterd sinds de vorige verslagperiode.
De bekendgemaakte pesticidenstatistieken zijn nog steeds onderhevig aan vertrouwelijkheidsbeperkingen. Deze houden verband met de statistische geheimhoudingsplicht zoals gedefinieerd in Verordening (EG) nr. 223/2009 en hebben betrekking op gegevens die het mogelijk maken statistische eenheden direct of indirect te identificeren, waardoor individuele gegevens worden onthuld. Het effect van de statistische geheimhoudingsplicht varieert, afhankelijk van de lidstaat, het type pesticide en het jaar. Dit houdt verband met de structuur van de pesticidenindustrie en de landbouw in het land. Voor de periode 2011‑2019 zijn gegevens over minder dan 1 % van de totale verkochte hoeveelheid vertrouwelijk.
Verschillende lidstaten hebben statistieken over pesticidenverkoop verspreid op nationaal niveau, zonder daarbij enige vertrouwelijkheid toe te passen. De Commissie (Eurostat) vergemakkelijkt de toegang tot de nationale statistieken door de weblinks naar de nationale pesticidenstatistieken in de bijlage bij het Europese metagegevensbestand te verstrekken.
Het is zeer moeilijk om statistieken over het gebruik van pesticiden in de landbouw bekend te maken vanwege de aggregatievereisten, het gebrek aan harmonisatie van referentiejaren en gewassen en het concept “behandeld areaal”:
·In de verordening is bepaald dat elk land gegevens moet verzamelen over een selectie van gewassen en aanverwante werkzame stoffen die representatief zijn voor de landbouw in dat land, en niet over alle gewassen en pesticiden die in het land worden gebruikt. Voor één referentiejaar varieert het aantal door één land gerapporteerde gewassen van 2 tot 51. In totaal zijn ongeveer 150 verschillende gewassen onderzocht
. De Commissie (Eurostat) heeft een voorstel voor de harmonisatie van gewassen ingediend om de vergelijkbaarheid van de gegevens voor de referentieperiode 2020‑2024 te verbeteren. Het is echter aan de landen om te beslissen of zij het voorstel willen volgen.
·De landen kunnen binnen de in de verordening vastgestelde periode van vijf jaar een referentiejaar kiezen. Sommige landen rapporteerden gegevens over één van de vijf referentiejaren, andere over de vijf referentiejaren (verschillende gewassen).
·Het met pesticiden behandelde areaal is niet gemakkelijk te berekenen vanwege de aggregatievereiste voor werkzame stoffen in chemische klassen, zoals hierboven in punt 2.3.2 wordt vermeld.
Al deze factoren beperken de vergelijkbaarheid en het nut van gegevens over het gebruik van pesticiden in de landbouw aanzienlijk.
In 2019 heeft de Commissie (Eurostat) een onderzoeksdocument over de gegevens over het gebruik van pesticiden in de landbouw bekendgemaakt. In dit onderzoeksdocument worden de belangrijkste resultaten en uitdagingen van de gegevensverzameling samengevat. De gegevensverzameling voor de periode van vijf jaar 2010‑2014 werd in 2020 bekendgemaakt, en in 2021 werd de periode 2015‑2019 toegevoegd. Vanaf het begin bevatte deze gegevensverzameling alle drie de hiërarchische niveaus: hoofdcategorie, middelencategorie en chemische klasse. De behandelde arealen (in hectare) konden gedurende de eerste periode van vijf jaar helemaal niet worden verspreid omdat dubbeltelling niet kon worden uitgesloten. Voor de tweede periode van vijf jaar konden de behandelde arealen alleen worden verspreid voor landen die konden garanderen dat het areaal slechts eenmaal werd meegeteld (11 landen). Voor alle andere landen wordt alleen de hoeveelheid pesticiden (kilogram) verspreid.
De meeteenheid (kilogram werkzame stof) belemmert de bekendmaking van microbiologische pesticiden, aangezien er geen geharmoniseerde manier is om de meer geschikte eenheden voor microbiologische pesticiden (kolonievormende eenheden (kve) of internationale eenheden (ie)) om te zetten in kilogram. Vanwege deze omzettingsproblemen zijn de microbiologische stoffen niet opgenomen in de verspreide gegevens (verkoop of gebruik in de landbouw). Dit beperkt de mogelijkheden voor toezicht op het gebruik van deze werkzame stoffen.
De Commissie heeft geharmoniseerde risico-indicator nr. 1 berekend en bekendgemaakt op basis van de statistieken over de pesticidenverkoop overeenkomstig de verplichtingen van artikel 15, lid 1, van Richtlijn 2009/128/EG en Richtlijn (EU) 2019/782 van de Commissie. Deze statistieken worden ook gebruikt voor het monitoren van de doelstellingen van de “van boer tot bord”-strategie inzake vermindering van het totale gebruik van chemische pesticiden en de daarmee samenhangende risico’s en van het gebruik van gevaarlijkere pesticiden.
De belangrijkste gebruikers van pesticidenstatistieken bij de Europese Commissie zijn de directoraten-generaal Gezondheid en voedselveiligheid, Landbouw en plattelandsontwikkeling en Milieu en het Gemeenschappelijk Centrum voor onderzoek. Andere gebruikers van pesticidenstatistieken zijn nationale autoriteiten, onderzoekers, bedrijven, ngo’s, studenten en het publiek. De statistieken worden gebruikt om de vooruitgang wat betreft de vermindering van het risico van het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen te meten, samen met andere relevante gegevens.
De gebruikers van de gegevens hebben herhaaldelijk gewezen op de behoefte aan meer beschikbare gegevens, namelijk:
·gegevens over werkzame stoffen in pesticiden voor verkoop en gebruik in de landbouw;
·geharmoniseerde en frequentere gegevens over het gebruik van pesticiden in de landbouw: dezelfde gewassen en jaarlijkse gegevensverzameling; en
·meer gedetailleerde ruimtelijke (regionale) gegevens voor gebruik in de landbouw.
De Commissie werkt aan de verbetering van de beschikbaarheid en de kwaliteit van de gegevens (zie meer details onder punt 5).
4.Kosten en lasten
4.1.Kosten
De nationale bureaus voor de statistiek en andere statistische instanties hebben de totale jaarlijkse kosten van het verzamelen van gegevens over de verkoop van pesticiden en het gebruik van pesticiden in de landbouw geraamd op ongeveer 4,7 miljoen EUR voor 23 EU‑lidstaten en Noorwegen. Daarnaast is hiervoor een arbeidsinput van ongeveer 43 personen nodig (in voltijdequivalenten). Het mediane cijfer per land bedraagt 53 000 EUR en één voltijdequivalente arbeidskracht. De gerapporteerde kosten en arbeidskrachten zijn in de meeste landen vrij beperkt.
4.2.Lasten
De lasten voor respondenten (vergunninghouders voor de verkoop van pesticiden en landbouwbedrijven en andere professionele gebruikers die actief zijn in de landbouwsector voor het gebruik van pesticiden in de landbouw) en voor de nationale overheden variëren afhankelijk van de gekozen methode voor gegevensverzameling.
De landen meldden dat de verzameling van gegevens over de verkoop van pesticiden relatief geringe lasten met zich meebrengen voor de autoriteiten en de respondenten, aangezien de vergunninghouders de administratieve verantwoordelijkheid hebben om de verkoop van alle in de handel gebrachte werkzame stoffen aan de bevoegde autoriteiten te melden. De statistieken zijn in de meeste gevallen een bijproduct van dit administratieve proces.
Voor het gebruik van pesticiden in de landbouw is de situatie anders: krachtens Verordening (EG) nr. 1107/2009 moeten alle professionele gebruikers registers van hun pesticidengebruik bijhouden. Deze informatie moet in beginsel op verzoek beschikbaar zijn. Door verschillende problemen is het echter zeer moeilijk om deze te gebruiken voor statistieken: de registers worden bijgehouden op het niveau van het landbouwbedrijf; zij zijn zelden geharmoniseerd; en zij kunnen in elk formaat (papier of elektronisch) worden bewaard. Daarom hebben de meeste nationale statistische instanties ervoor gekozen een statistische enquête te organiseren.
De landen die statistische enquêtes gebruikten, meldden dat de last varieerde van een paar minuten (kleine landbouwbedrijven die elektronische rapportage gebruiken) tot drie uur (grotere landbouwbedrijven die papieren vragenlijsten gebruiken). Zelfs voor landen die statistische enquêtes uitvoeren, is de extra last voor de respondenten redelijk, aangezien professionele gebruikers hoe dan ook verplicht zijn registers bij te houden over het gebruik van pesticiden. In de zeven landen die gebruikmaken van de administratieve registers over het gebruik van pesticiden, de ILB-gegevens, de ramingen van deskundigen of wetenschappelijke modellen, zijn er geen extra lasten voor de respondenten.
In vergelijking met de eerste periode van vijf jaar hebben verschillende landen de lasten verminderd door middel van verschillende maatregelen: gebruiksvriendelijkere vragenlijsten (6), gemakkelijkere gegevensoverdracht (5), minder onderzochte variabelen (3), meervoudig gebruik van de verzamelde gegevens (3), andere (3). Acht landen meldden geen maatregelen te hebben genomen om de lasten te verminderen sinds het vorige kwaliteitsverslag (vijf jaar geleden).
Wat betreft efficiëntieverhoging meldden de meeste landen efficiëntieverhoging als gevolg van verdere automatisering (11), een toenemend gebruik van administratieve bronnen (5), online-enquêtes (5), bijscholing (4) en andere maatregelen (5). Tien landen meldden geen verandering sinds het vorige kwaliteitsverslag (vijf jaar geleden).
5.Voorstellen voor verdere verbeteringen
De Commissie werkt de lijst van werkzame stoffen waarvoor in 2021 statistieken moeten worden ingediend (bijlage III bij de verordening) bij overeenkomstig artikel 5, lid 3, van de verordening. De voorgestelde wijziging omvat verschillende aggregaties van werkzame stoffen die zijn ingedeeld volgens de groepen en categorieën van de geharmoniseerde risico-indicatoren, en vrijwillige rapportage over het op de markt brengen van pesticiden overeenkomstig de beoogde gebruikssector (landbouw, bosbouw, recreatiegebieden en opslag). Een grote meerderheid van de lidstaten heeft aangegeven dat rapportage over de gebruikssector momenteel niet haalbaar is voor de statistische instanties omdat de gegevens niet beschikbaar zijn. Met deze actualisering van de wetgeving wil de Commissie de beschikbaarheid van pesticidenstatistieken binnen het huidige rechtskader verbeteren.
In 2016 heeft de Commissie de statistieken over pesticiden geëvalueerd als onderdeel van de algemene evaluatie van de landbouwstatistieken en vervolgens de “Strategy for Agricultural Statistics for 2020 and beyond” (Strategie voor de landbouwstatistieken voor 2020 en daarna) gelanceerd. Dit is een belangrijk programma dat de Commissie in nauwe samenwerking met de lidstaten heeft opgezet om de landbouwstatistieken van de EU te moderniseren.
In het kader van dit moderniseringsproces heeft de Commissie op 2 februari 2021 een wetgevingsvoorstel ingediend voor een verordening betreffende statistieken over de landbouwinput en ‑output. Verordening (EG) nr. 1185/2009 wordt bij de aanneming ervan ingetrokken. Met dit voorstel zouden statistieken over het gebruik van pesticiden in de landbouw jaarlijks worden verzameld en niet alleen om de vijf jaar, zoals nu het geval is. Het voorstel bevat geen dwingende eisen voor de aggregatie van bekendgemaakte gegevens. Door deze wijziging zouden de gegevens over het gehalte aan werkzame stoffen beschikbaar worden gesteld. De statistische geheimhoudingsplicht overeenkomstig Verordening (EG) nr. 223/2009 is echter in voorkomend geval van toepassing. Over het wetgevingsvoorstel worden momenteel interinstitutionele onderhandelingen gevoerd tussen het Europees Parlement en de Raad. De verordening betreffende statistieken over de landbouwinput en -output, die ook betrekking heeft op pesticidenstatistieken, zal naar verwachting in 2022 worden aangenomen en vanaf 2024 van toepassing zijn.
De Commissie werkt aan de algemene verbetering van de rapportage over het gebruik van pesticiden. Er worden verschillende initiatieven voorbereid om meer statistieken beschikbaar te stellen en met name de gegevens over het gebruik van pesticiden te harmoniseren en deze in elektronische vorm ter beschikking van de autoriteiten te stellen. Zij kunnen naar verwachting worden gebruikt voor een beter beheer van gerelateerd beleid. Deze inspanningen worden geleverd in samenwerking met andere diensten van de Commissie.
6.Conclusies
Sinds 2011 worden statistieken verzameld en bekendgemaakt over de verkoop van pesticiden; voor het gebruik van pesticiden in de landbouw zijn statistieken verzameld en bekendgemaakt voor twee gegevensverzamelingsperioden van vijf jaar, 2010‑2014 en 2015‑2019. De beschikbaarheid en de kwaliteit van de gegevens zijn sinds het vorige verslag van de Commissie in 2017 verbeterd, zowel voor de verkoop van pesticiden als voor het gebruik van pesticiden in de landbouw. Meer dan de helft van de lidstaten heeft de gegevensverzameling efficiënter en minder belastend voor de respondenten gemaakt.
De problemen die in het eerste verslag zijn geconstateerd, zijn echter nog niet opgelost:
·de vereisten in de verordening inzake de aggregatie van gegevens (artikel 3, lid 4) staan de bekendmaking van alle gegevens op het niveau van de werkzame stof in de weg. Dit heeft nadelige gevolgen voor de beschikbaarheid van gegevens;
·gebrek aan harmonisatie van de gegevens over het gebruik van pesticiden: de lidstaten kunnen het referentiejaar in de periode van vijf jaar vrij kiezen, evenals een lijst van gewassen die zij representatief achten voor hun nationale omstandigheden;
·beschikbaarheid van gegevens over het gebruik van pesticiden in de landbouw slechts om de vijf jaar;
·vermijden dat de met werkzame stoffen van de hogere hiërarchische pesticideniveaus behandelde gewasarealen dubbel worden geteld, is een methodologische uitdaging;
·de meeste lidstaten beschikken over gebrekkige administratieve gegevens over het professionele gebruik van pesticiden; professionele gebruikers zijn verplicht registers bij te houden, maar deze zijn niet geharmoniseerd en worden zelden elektronisch bijgehouden;
·er is geen geschikte oplossing gevonden voor de omzetting van microbiologische stoffen in kilogram. Hierdoor worden microbiologische pesticiden niet verspreid en gemonitord.
De Commissie neemt maatregelen om deze nadelen van pesticidenstatistieken weg te werken:
·het voorstel van de Commissie voor een verordening betreffende statistieken over de landbouwinput en -output, dat op 2 februari 2021 is ingediend, bevat pesticidenstatistieken: er worden geen verspreidingsbeperkingen voorgesteld en de frequentie van de statistieken over het gebruik in de landbouw zou worden verhoogd van eenmaal per vijf jaar tot eenmaal per jaar. Deze voorgestelde verordening doorloopt momenteel de medewetgevingsprocedure en zal naar verwachting in de loop van 2022 door het Europees Parlement en de Raad worden aangenomen en vanaf 2024 van toepassing zijn;
·de Commissie en de nationale autoriteiten werken nauw samen om de gegevens over het professionele gebruik van pesticiden beter te harmoniseren en in elektronische vorm beschikbaar te stellen voor statistische instanties;
·de technische en methodologische uitwisselingen met de lidstaten worden voortgezet in de vorm van vergaderingen, webinars en schriftelijke uitwisselingen.