Glossarium van samenvattingen

Help PDF exporteren Deze pagina afdrukken 

Open coördinatiemethode

De open coördinatiemethode (OCM) in de Europese Unie (EU) kan omschreven worden als een vorm van „zachte” wetgeving. Dit is een vorm van intergouvernementele beleidsvorming die niet leidt tot bindende wetgevende EU-maatregelen en EU-landen zijn niet verplicht deze in te voeren of hun wetgeving eraan aan te passen.

De OCM werd in de jaren 1990 ingevoerd als onderdeel van een werkgelegenheidsbeleid en het proces van Luxemburg en werd vervolgens opgenomen in de strategie van Lissabon (2000). In deze tijd verliep de economische integratie van de EU heel snel, maar EU-landen waren terughoudend om meer bevoegdheden aan de Europese instellingen te geven.

De OCM bood een nieuw kader voor samenwerking tussen de EU-landen, waarvan het nationale beleid dus gericht kan zijn op bepaalde gemeenschappelijke doelstellingen. Met deze intergouvernementele methode worden de EU-landen door elkaar beoordeeld (groepsdruk), waarbij de rol van de Commissie beperkt blijft tot toezicht. Het Europees Parlement en het Hof van Justitie spelen vrijwel geen rol in het OCM-proces.

De OCM wordt toegepast op gebieden die onder de bevoegdheid van EU-landen vallen, zoals werkgelegenheid, sociale bescherming, onderwijs, jeugd en beroepsopleiding.

De OCM is voornamelijk gebaseerd op:

  • de gezamenlijke vaststelling en vastlegging van doelstellingen die gehaald moeten worden (goedgekeurd door de Raad);
  • gezamenlijk gedefinieerde meetinstrumenten (statistieken, indicatoren, richtsnoeren);
  • benchmarking, d.w.z. vergelijking van de prestaties van de EU-landen en de uitwisseling van beste praktijken (onder toezicht van de Commissie).