Glossarium van samenvattingen

Help PDF exporteren Deze pagina afdrukken 

Procedure bij buitensporige tekorten

Het Stabiliteits- en groeipact (SGP) van de EU is een geheel van regels voor de coördinatie van het fiscale beleid van de EU-landen. Het doel is om gezonde overheidsfinanciën te waarborgen en het pact heeft twee armen: De preventieve arm zorgt ervoor dat het belastingbeleid van de EU-landen op een duurzame manier uitgevoerd wordt. De correctieve arm bepaalt hoe de landen moeten optreden ingeval hun staatsschuld of het begrotingstekort als overmatig wordt beschouwd.

De buitensporigtekortprocedure (BTP) is geregeld in artikel 126 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie. Het ondersteunt het corrigerende deel van het SGP van de EU.

EU-landen moeten gezonde overheidsfinanciën laten zien en voldoen aan twee criteria:

  • hun begrotingstekort mag niet meer dan 3 % van het bruto binnenlands product (BBP) bedragen;
  • de openbare schuld (overheidsschuld en die van openbare instanties) mag niet meer bedragen dan 60 % van het BBP.

Elk jaar in april leggen landen van het eurogebied stabiliteitsprogramma's aan de Commissie en de Raad voor, terwijl de niet-eurolanden convergentieprogramma's bij dezelfde instellingen voorleggen.

Een stabiliteits- of convergentieprogramma moet bestaan uit de middellangetermijnbegrotingsdoelstelling (MTD) en informatie over hoe dit bereikt zal worden. Het bevat ook een analyse van de effecten van veranderingen in de belangrijkste onderliggende economische aannames over de fiscale positie van het land.

De programma's worden door de Commissie onderzocht. Als niet wordt voldaan aan de criteria wordt er een BTP gestart door de Raad op basis van aanbevelingen van de Commissie.

De BTP verlangt dat het land in kwestie een plan van corrigerende maatregelen en beleid opstelt dat het zal volgen, alsmede termijnen bepaalt voor de verwezenlijking ervan. Landen van het eurogebied die de aanbevelingen niet opvolgen kunnen worden beboet.