Glossarium van samenvattingen

Help PDF exporteren Deze pagina afdrukken 

Europees Parlement

Het Europees Parlement (EP) is het enige rechtstreeks gekozen orgaan van de EU en een van de grootste democratische vergaderingen in de wereld. Haar 751 leden vertegenwoordigen 500 miljoen burgers van de EU. Ze worden eens in de 5 jaar gekozen door de kiezers van de 28 EU-landen. Haar vertegenwoordigers worden leden van het Europees Parlement of Europarlementariërs genoemd.

Na de verkiezingen van 2014 voor het Europees Parlement (EP), met een opkomst van slechts 42,54 %, worden de zetels verdeeld over 8 verschillende fracties: de EPP - Fractie van de Europese Volkspartij, de S&D - Fractie van de Progressieve Alliantie van Socialisten en Democraten in het Europees Parlement, de ECR - Fractie van Europese Conservatieven en Hervormers, de ALDE-fractie - Alliantie van Liberalen en Democraten voor Europa, de Groenen/EFA - Rractie van de Groenen/Vrije Europese Alliantie, de GUE/NGL - Europees Unitair Links/Noords Groen Links fractie, de EFDD - Fractie Europa van Vrijheid en Directe Democratie en de niet-ingeschreven leden - leden die tot geen enkele fractie behoren.

Het aantal Europese parlementsleden per land werd op voorstel van het EP door de Raad in een besluit vastgelegd, dat met eenparigheid van stemmen werd goedgekeurd. Geen land heeft minder dan 6 of meer dan 96 parlementsleden: Oostenrijk: 18, België: 21, Bulgarije: 17, Kroatië: 11, Cyprus: 6. Tsjechische Republiek: 21, Denemarken: 13, Estland: 6, Finland: 13, Frankrijk: 74, Duitsland: 96, Griekenland: 21, Hongarije: 21, Ierland: 11, Italië: 73, Letland: 8, Litouwen: 11, Luxemburg: 6, Malta: 6, Nederland: 26, Polen: 51, Portugal: 21, Roemenië: 32, Slowakije: 13, Slovenië: 8, Spanje: 54, Zweden: 20, Verenigd Koninkrijk: 73.

De voornaamste bevoegdheden van het EP zijn de volgende:

  • wetgevende bevoegdheid: het EP is nu medewetgever. Bij de meeste wetgeving wordt de wetgevende bevoegdheid met de Raad gedeeld, in het kader van de gewone wetgevingsprocedure;
  • begrotingsbevoegdheid: het EP is samen met de Raad bevoegd voor de goedkeuring van de jaarlijkse begroting, die uitvoerbaar wordt door de handtekening van de voorzitter van het Parlement. Het Parlement ziet tevens toe op de tenuitvoerlegging van de begroting;
  • controle op de instellingen van de EU, met name op de Commissie: het Parlement kan de benoeming van commissarissen goedkeuren of afkeuren en kan de Commissie door middel van een motie van wantrouwen in haar geheel afzetten. Het EP oefent tevens controle uit op de activiteiten van de EU door middel van schriftelijke en mondelinge vragen die het tot de Commissie en de Raad kan richten. Het beschikt over de mogelijkheid om tijdelijke en onderzoekscommissies op te richten, waarvan de bevoegdheden niet beperkt zijn tot de activiteiten van de EU-instellingen, doch zich ook kunnen uitstrekken tot maatregelen die de lidstaten in het kader van de tenuitvoerlegging van het EU-beleid nemen.

Het Verdrag betreffende de Europese Unie (VEU) en het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU) versterken de rol van het EP door het op gelijke voet met de Raad van ministers te plaatsen. Dit:

  • breidt het toepassingsgebied van de gewone wetgevingsprocedure uit met 40 nieuwe domeinen, waaronder landbouw, energieveiligheid, immigratie, justitie en binnenlandse zaken, volksgezondheid en structuurfondsen;
  • geeft het EP meer zeggenschap in de Europese begrotingsprocedure. Het EP is samen met de Raad verantwoordelijk voor de goedkeuring van de volledige begroting;
  • voorziet dat de leden van het Parlement hun goedkeuring moeten geven aan uiteenlopende internationale overeenkomsten waarover de EU onderhandelt, zoals internationale handelsovereenkomsten;
  • verleent het EP nieuwe rechten op informatie over de werkzaamheden van de Europese Raad, het roulerende voorzitterschap van de Raad en het externe optreden van de EU;
  • geeft het EP het recht om voorstellen voor verdragswijzigingen te formuleren;
  • versterkt de controlerende bevoegdheid van het EP doordat het de voorzitter van de Europese Commissie kiest en doordat de leden van de Europese Commissie ter goedkeuring aan een stemming moeten worden onderworpen.