Dit document is overgenomen van EUR-Lex
De Europese Unie (EU) beschikt over een institutioneel kader dat ertoe strekt haar waarden, doelstellingen en belangen, alsook die van haar burgers en van de lidstaten, te bevorderen en te verdedigen. Dit kader helpt tevens de samenhang, de doeltreffendheid en de continuïteit van het beleid en optreden van de EU te verzekeren.
Volgens artikel 13 van het Verdrag betreffende de Europese Unie omvat het institutionele kader zeven instellingen:
Iedere instelling handelt binnen de grenzen van de bevoegdheden die haar door de Verdragen zijn toegedeeld en volgens de daarin vastgestelde procedures, voorwaarden en doelen.
Het Parlement, de Raad en de Commissie worden bijgestaan door het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Europees Comité van de Regio’s, die beide een raadgevende functie vervullen.