Glossarium van samenvattingen

Help PDF exporteren Deze pagina afdrukken 

Antitrustregels

Het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU) verbiedt antitrustpraktijken (concurrentiebeperkend gedrag) in de vorm van:

  • concurrentiebeperkende handelspraktijken en overeenkomsten (artikel 101),
  • misbruik van machtsposities (artikel 102).

Artikel 101 verbiedt overeenkomsten (d.w.z. kartels) als twee of meer ondernemingen concurrentie proberen te ondermijnen. Overeenkomsten kunnen horizontaal (tussen concurrenten op hetzelfde niveau van de leveringsketen om prijzen te controleren of productie te beperken) of verticaal (zoals tussen een fabrikant en een distributeur) zijn. Op grond van artikel 101, lid 3, kunnen beperkende overeenkomsten wel toegestaan worden als zij meer positieve dan negatieve effecten genereren (als zij bijvoorbeeld productie of distributie van producten verbeteren).

Artikel 102 verbiedt een onderneming misbruik te maken van zijn machtspositie (d.w.z. aanzienlijk marktaandeel) door buitensporig lage prijzen in rekening te brengen en zo anderen te verhinderen op de markt te komen, of te discrimineren tussen commerciële partners.

De Commissie kan bedrijven voor dergelijke illegale handelspraktijken hoge boetes opleggen. Vanaf 2004 mogen nationale mededingingsautoriteiten op dezelfde manier als de Commissie voor overeenkomsten en misbruik van machtspositie naleving van de EU-antitrustregels afdwingen.