Help Print this page 
Title and reference
Europees aanhoudingsbevel

Summaries of EU legislation: direct access to the main summaries page.
Languages and formats available
BG ES CS DA DE ET EL EN FR GA HR IT LV LT HU MT NL PL PT RO SK SL FI SV
HTML html ES html CS html DA html DE html EL html EN html FR html IT html HU html NL html PL html PT html RO html FI html SV
Multilingual display
Text

Europees aanhoudingsbevel

Het kaderbesluit van de Europese Unie betreffende het aanhoudingsbevel en de procedures van overlevering tussen de EU-landen maakt de procedures sneller en eenvoudiger waarbij EU-burgers die een ernstig misdrijf hebben gepleegd in een ander EU-land aan dat land overgedragen kunnen worden om hen voor de rechter te brengen.

BESLUIT

Kaderbesluit 2002/584/JBZ van de Raad van 13 juni 2002 betreffende het Europees aanhoudingsbevel en de procedures van overlevering tussen de lidstaten.

SAMENVATTING

Het in 2002 goedgekeurde Europees aanhoudingsbevel vervangt het stelsel van uitlevering en verplicht de nationale rechterlijke autoriteiten (uitvoerende rechterlijke autoriteiten) door de rechterlijke autoriteit (uitvaardigende rechterlijke autoriteit) van een ander EU-land gerichte verzoeken tot overlevering van een persoon en op grond van minimale controles en binnen strikt bepaalde tijd te erkennen en uit te voeren. Het kaderbesluit is op 1 januari 2004 in werking getreden en kwam in de plaats van alle eerdere EU-wetgeving ter zake.

EU-landen zijn evenwel vrij bilaterale of multilaterale overeenkomsten te sluiten of toe te passen zolang deze de procedures voor de overlevering nog sterker vereenvoudigen of vergemakkelijken.

Algemene beginselen

In het kaderbesluit wordt het Europees aanhoudingsbevel gedefinieerd als een rechterlijke beslissing die door een EU-land wordt uitgevaardigd met als doel de aanhouding of de overlevering door een ander EU-land van een persoon met het oog op:

  • strafvervolging;
  • de uitvoering van een straf of een tot vrijheidsbeneming strekkende maatregel.

Toepassing

Gevallen waarin het bevel kan worden uitgevaardigd:

  • een strafbaar feit waarvoor een vrijheidsstraf of een tot vrijheidsbeneming strekkende maatregel van meer dan één jaar is vastgelegd;
  • bij een definitieve veroordeling tot een vrijheidsstraf of een tot vrijheidsbeneming strekkende maatregel van ten minste 4 maanden.

Overlevering kan afhankelijk worden gesteld van de voorwaarde dat het feit waarvoor om overlevering wordt verzocht een naar het recht van het uitvoerende EU-land strafbaar feit is (regel van de dubbele strafbaarheid).

Indien daarop in het uitvaardigende EU-land echter een straf staat met een maximum van ten minste 3 jaar, is onder meer bij de volgende strafbare feiten overlevering zonder toetsing van de dubbele strafbaarheid van het feit mogelijk: terrorisme, mensenhandel, corruptie, deelneming aan een criminele organisatie, vervalsing, moord en doodslag, racisme en vreemdelingenhaat, verkrachting, handel in gestolen voertuigen en fraude, met inbegrip van fraude waardoor de financiële belangen van de EU worden geschaad.

Het Europees aanhoudingsbevel moet een hele reeks gegevens bevatten omtrent de identiteit van de persoon, de uitvaardigende gerechtelijke autoriteit, het definitieve vonnis, de aard van het strafbare feit, de opgelegde straf, enz. (een voorbeeld van het formulier is als bijlage bij het kaderbesluit gevoegd).

Procedures

Als algemene regel zendt de uitvaardigende rechterlijke autoriteit het Europees aanhoudingsbevel rechtstreeks toe aan de uitvoerende rechterlijke autoriteit. Er is voorzien in de mogelijkheid van samenwerking met het Schengeninformatiesysteem (SIS) en met de diensten van Interpol. Indien de uitvaardigende rechterlijke autoriteit niet weet wie de bevoegde uitvoerende rechterlijke autoriteit is, kan zij een beroep doen op het Europees justitieel netwerk en Eurojust.

Alle EU-landen kunnen moeten ervoor zorgen dat het gebruik van de overlevering proportioneel is. Met andere woorden, ze moeten de ernst van de overtreding, de veroordeling, de kosten en baten van de uitvoering van de overlevering in overweging nemen. Een gezochte persoon die wordt aangehouden, wordt in kennis gesteld van de inhoud van het aanhoudingsbevel.

3 Richtlijnen inzake procedurele rechten aangenomen in 2010 zorgen ervoor dat personen die onderworpen worden aan een Europees aanhoudingsbevel het recht hebben op bijstand van een raadsman en van een tolk en moeten geïnformeerd worden over hun rechten.

Nog 3 Richtlijnen zijn voorgesteld door de Commissie in november 2013. Deze zullen ook, nadat ze aangenomen zijn, de regeling van het Europese aanhoudingsbevel verder verbeteren, met name op het gebied van procedures met betrekking tot rechtsbijstand.

In ieder geval heeft de uitvoerende rechterlijke autoriteit het recht te beslissen of de betrokkene in hechtenis blijft dan wel onder bepaalde voorwaarden in vrijheid wordt gesteld.

In afwachting van een beslissing wordt de betrokkene door de uitvoerende rechterlijke autoriteit gehoord (overeenkomstig de nationale bepalingen). Een definitieve beslissing over de tenuitvoerlegging van het Europees aanhoudingsbevel moet uiterlijk zestig dagen na de aanhouding van de gezochte persoon worden genomen. Indien de betrokkene besluit in te stemmen met zijn of haar overlevering, moet er binnen 10 dagen nadat de instemming is gegeven, een definitief besluit over de uitvoer van de overlevering worden genomen.

Gronden tot weigering van tenuitvoerlegging en overlevering

Het Europees aanhoudingsbevel wordt niet ten uitvoer gelegd indien:

  • de betrokkene reeds onherroepelijk door een EU-land is berecht voor dezelfde feiten (ne bis in idem-beginsel, niemand mag twee keer voor dezelfde feiten of dezelfde strafbare gedragingen vervolgd of veroordeeld worden);
  • het betrokken feit in de uitvoerende lidstaat onder een amnestie valt;
  • de betrokkene krachtens het recht van de uitvoerende lidstaat op grond van zijn/haar leeftijd niet strafrechtelijk verantwoordelijk kan worden gesteld.

Onder bepaalde voorwaarden (bv. wanneer de strafvervolging of straf volgens de wet van het uitvoerende EU-land is verjaard, bijv het kan niet voor het gerecht gebracht worden omdat er teveel tijd is verstreken of wanneer een ander land voor dezelfde feiten een onherroepelijke veroordeling heeft uitgesproken) kan het uitvoerende EU-land weigeren het aanhoudingsbevel ten uitvoer te leggen. Hij kan de tenuitvoerlegging van het bevel ook weigeren indien de betrokken persoon niet persoonlijk aanwezig was op de terechtzitting tijdens welke de rechterlijke beslissing werd bekendgemaakt, tenzij passende waarborgen worden gegeven. Elke weigering dient met redenen te worden omkleed naar het uitvoerende EU-land.

Ieder EU-land staat de doortocht over zijn grondgebied toe van een gezochte persoon die wordt overgeleverd, mits verstrekking van bepaalde informatie (met betrekking tot het aanhoudingsbevel, de aard van het strafbaar feit, de identiteit van de betrokkene, enz.).

Het bevel wordt vertaald in de officiële taal van het uitvoerende EU-land. Het wordt toegezonden in iedere vorm die een schriftelijk spoor nalaat en die de uitvoerende lidstaat de mogelijkheid biedt zich van de echtheid te vergewissen.

Meer informatie is beschikbaar op de website van het Directoraat Generaal voor Justitie.

REFERENTIES

Besluit

Datum van inwerkingtreding

Uiterste datum voor omzetting in de lidstaten

Publicatieblad

Kaderbesluit 2002/584/JBZ

7. 8.2002

31.12.2003

L 190, 18.7.2002

Wijzigingsbesluit(en)

Datum van inwerkingtreding

Uiterste datum voor omzetting in nationaal recht

Publicatieblad

Kaderbesluit 2009/299/JBZ

28.3.2009

28.3.2011

L 81 van 27.3.2009

GERELATEERDE BESLUITEN

Richtlijn 2010/64/EU van het Europees Parlement en de Raad van betreffende het recht op vertolking en vertaling in strafprocedures (Publicatieblad L280 van 26.10.2010).

Richtlijn 2012/13/EU van het Europees Parlement en de Raad betreffende het recht op informatie in strafprocedures (Publicatieblad L 142 van 1.6.2012).

Richtlijn 2013/48/EU van het Europees Parlement en de Raad betreffende het recht op toegang tot een advocaat in strafprocedures en in procedures ter uitvoering van een Europees aanhoudingsbevel en het recht om een derde op de hoogte te laten brengen vanaf de vrijheidsbeneming en om met derden en consulaire autoriteiten te communiceren tijdens de vrijheidsbeneming (Publicatieblad L 294 van 6.11.2013).

Verslag van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad van 11 april 2011 over de uitvoering sinds 2007 van het kaderbesluit van de Raad van 13 juni 2002 betreffende het Europees aanhoudingsbevel en de procedures van overlevering tussen de lidstaten [ COM(2011) 175 definitief – Niet bekendgemaakt in het Publicatieblad].

In dit verslag maakt de Commissie een stand van zaken op van de tenuitvoerlegging van het Europees aanhoudingsbevel in de eerste 7 jaar na de invoering ervan. Op operationeel niveau is het initiatief een succes: er zijn 54 689 aanhoudingsbevelen uitgevaardigd en er zijn er 11 630 uitgevoerd. De uitlevering van een persoon aan een ander EU-land duurt nu veertien tot zeventien dagen indien de betrokkene ermee instemt en achtenveertig dagen indien hij er niet mee instemt. Voor de invoering van het Europees aanhoudingsbevel nam een uitlevering ruim een jaar in beslag. Deze Europese regeling, die ervoor zorgt dat de open grenzen niet worden gebruikt door personen die uit handen van justitie trachten te blijven, heeft het vrij verkeer van personen in de EU versterkt. De Commissie meldt evenwel ook tekortkomingen, met name wat de naleving van de grondrechten betreft. Zij vraag de lidstaten hun wetgeving in overeenstemming te brengen met Kaderbesluit 2002/584/JBZ als dat nog niet gebeurd is en de reeds genomen maatregelen uit te voeren om de werking van het aanhoudingsbevel te verbeteren. Voorts stelt de Commissie vast dat te veel aanhoudingsbevelen worden uitgevaardigd voor minder ernstige strafbare feiten en moedigt zij de uitvaardigende lidstaten aan het evenredigheidsbeginsel toe te passen.

Verslag van de Commissie van 24 januari 2006 op grond van artikel 34 van het kaderbesluit van de Raad van 13 juni 2002 betreffende het Europees aanhoudingsbevel en de procedures van overlevering tussen de lidstaten (herziene versie) [ COM(2006) 8 definitief - Niet bekendgemaakt in het Publicatieblad].

De herziene versie van het verslag betreft vooral de Italiaanse wetgeving die sinds het oorspronkelijke verslag is aangenomen. De Commissie is van oordeel dat het Europees aanhoudingsbevel ondanks de aanvankelijke vertraging operationeel is in de meeste door de lidstaten vastgestelde gevallen.

Verslag van de Commissie van 23 februari 2005 op grond van artikel 34 van het kaderbesluit van de Raad van 13 juni 2002 betreffende het Europees aanhoudingsbevel en de procedures voor overlevering tussen de lidstaten [ COM(2005) 63 definitief Niet bekendgemaakt in het Publicatieblad].

Volgens het evaluatieverslag van de Commissie heeft het Europees aanhoudingsbevel sinds zijn inwerkingtreding op 1 januari 2004 positieve gevolgen gehad, zowel op het vlak van depolitisering en efficiëntie alsook wat betreft de snelheid van de procedure van overlevering, zonder dat de grondrechten van de betrokken personen in het gedrang komen.

Verklaringen waarin wordt voorzien bij artikel 31, lid 2 , van Kaderbesluit 2002/584/JBZ van de Raad van 13 juni 2002 betreffende het Europees aanhoudingsbevel en de procedures van overlevering tussen de lidstaten [Publicatieblad L 246 van 29.9.2003].

Denemarken, Finland en Zweden verklaren dat de bepalingen van het kaderbesluit kunnen worden verstevigd en uitgebreid op grond van hun geldende uniforme wetgeving. Deze staten zullen de geldende uniforme gezamenlijke wetgeving handhaven, namelijk:

  • Denemarken: Noordse wet betreffende de uitlevering (wet nr. 27 van 3 februari 1960, als gewijzigd);
  • Finland: Noordse wet betreffende de uitlevering (270/1960);
  • Zweden: Wet (1959: 254) met betrekking tot de uitlevering naar Denemarken, Finland, IJsland en Noorwegen voor strafbare feiten.

Laatste wijziging: 29.04.2014

Top