This document is an excerpt from the EUR-Lex website
Document 52012DC0742
COMMUNICATION FROM THE COMMISSION TO THE EUROPEAN PARLIAMENT, THE COUNCIL AND THE EUROPEAN ECONOMIC AND SOCIAL COMMITTEE A new European approach to business failure and insolvency
MEDEDELING VAN DE COMMISSIE AAN HET EUROPEES PARLEMENT, DE RAAD EN HET EUROPEES ECONOMISCH EN SOCIAAL COMITÉ Een nieuwe Europese aanpak van faillissementen en insolventie
MEDEDELING VAN DE COMMISSIE AAN HET EUROPEES PARLEMENT, DE RAAD EN HET EUROPEES ECONOMISCH EN SOCIAAL COMITÉ Een nieuwe Europese aanpak van faillissementen en insolventie
/* COM/2012/0742 final */
MEDEDELING VAN DE COMMISSIE AAN HET EUROPEES PARLEMENT, DE RAAD EN HET EUROPEES ECONOMISCH EN SOCIAAL COMITÉ Een nieuwe Europese aanpak van faillissementen en insolventie /* COM/2012/0742 final */
MEDEDELING VAN DE COMMISSIE AAN HET
EUROPEES PARLEMENT, DE RAAD EN HET EUROPEES ECONOMISCH EN SOCIAAL COMITÉ Een nieuwe Europese aanpak van
faillissementen en insolventie 1. Inleiding: justitie voor groei Europa maakt een ernstige economische en
sociale crisis door. De Europese Unie neemt daarom maatregelen om het
economisch herstel te bevorderen, investeringen aan te moedigen en de
werkgelegenheid te vrijwaren. Maatregelen om
duurzame groei en welvaart te creëren hebben hoge politieke prioriteit[1]. De schuldencrisis heeft directe gevolgen voor mensen,
banen en ondernemingen. Door de economische crisis is het aantal
faillissementen gestegen. In de periode 2009‑2011 gingen in de EU gemiddeld
200 000 ondernemingen per jaar failliet. Ongeveer
een kwart van deze faillissementen hebben ook een grensoverschrijdende dimensie. Ongeveer 50% van alle nieuw opgerichte
ondernemingen overleven niet de eerste vijf jaar van hun bestaan. Jaarlijks gaan naar schatting 1,7 miljoen
banen verloren als gevolg van insolventie. Overeenkomstig de groeistrategie Europa 2020, de jaarlijkse groeianalyse
en de recent aangenomen akte voor de interne markt II[2] is het
thema groei ook opgenomen in de agenda van de Commissie op het gebied van
justitie („justitie voor groei”). De modernisering
van de Europese regels inzake insolventie om ondernemingen betere
overlevingskansen te verlenen en ondernemers zo een tweede kans te geven, is
een van de kernacties om de werking van de interne markt te verbeteren. In het programma van Stockholm van 2009 voor
de Europese ruimte van justitie[3]
werd beklemtoond dat de insolventieregels belangrijk zijn om de economische
activiteit te ondersteunen. Europa zou dus moeten zorgen voor een efficiënte
regeling die de sanering en de reorganisatie van ondernemingen mogelijk maakt,
zodat zij financiële crises kunnen overleven, beter kunnen werken en in
voorkomend geval een nieuwe start kunnen maken. Dit geldt niet alleen voor
grote multinationale ondernemingen, maar ook voor de 20 miljoen kleine
ondernemingen die de ruggengraat vormen van de economie van Europa. De efficiënte
afwikkeling van insolventieprocedures is voor de Europese economie en de
totstandbrenging van duurzame groei van groot belang. De EU‑verordening betreffende insolventieprocedures[4] werd
aangenomen om grensoverschrijdende insolventieprocedures te regelen door de
nationale insolventieprocedures te erkennen en coördineren en te voorkomen dat
partijen ertoe worden aangezet goederen of gerechtelijke procedures van de ene
lidstaat naar een andere over te brengen om zo hun rechtspositie te verbeteren
(forumshopping). Omdat haar toepassingsgebied grensoverschrijdend is, zorgde
die verordening echter niet voor een harmonisering van de insolventiewetten die
in nationale insolventieprocedures worden toegepast. Er
bestaan dus nog altijd verschillen in de nationale wetten met als gevolg dat
economische activiteiten verloren kunnen gaan, schuldeisers minder invorderen
dan anders het geval zou zijn en schuldeisers uit verschillende lidstaten
ongelijk worden behandeld. De Commissie stelt momenteel voor de EU‑verordening
betreffende insolventieprocedures te moderniseren, maar de voorgestelde
wijzigingen betreffen echter alleen grensoverschrijdende zaken. Moderne insolventiewetten in de lidstaten zouden vennootschappen moeten
helpen te overleven en ondernemers ertoe moeten aanzetten het een tweede keer
te proberen. In het belang van de schuldenaren en de schuldeisers zouden de
insolventiewetten snelle en efficiënte procedures moeten garanderen, de
werkgelegenheid veilig moeten stellen, leveranciers moeten helpen geen klanten
te verliezen, en aandeelhouders waarde in rendabele vennootschappen te
behouden. Om de doelstellingen van Europa 2020 te bereiken, moeten we ons
concentreren op de algemene doelstelling justitie in de EU efficiënter te
maken. Een efficiënte justitie kan in grote mate ertoe bijdragen dat risico’s
en rechtsonzekerheid verminderen, en grensoverschrijdende ondernemingen, handel
en investeringen aanmoedigen. De ervaringen met de lidstaten die momenteel een economisch
herstelprogramma doorlopen, hebben getoond hoe belangrijk justitiële
hervormingen zijn. Hervormingen van de
nationale insolventiewetten zijn belangrijk om economisch herstel te
bevorderen. Ook in het Europees
semester 2012 werd rekening gehouden met het belang van justitie voor de
economie en kregen bepaalde lidstaten aanbevelingen in verband met de
efficiëntie van de insolventieprocedures. De uitdaging bestaat erin enerzijds de
financiële moeilijkheden van de schuldenaar doeltreffend en snel aan te pakken,
en anderzijds de legitieme belangen van de schuldeisers te beschermen en te
garanderen dat alle partijen hun rechten kunnen doen gelden. De voorbije twintig jaar is de eengemaakte markt uitgebouwd tot een
ruimte zonder grenzen. Een bedrijf in financiële
moeilijkheden zou net zo gemakkelijk over de grenzen hulp moeten kunnen krijgen
als in eigen land. Gelijke uitgangsvoorwaarden op het
gebied van de nationale insolventiewetten zouden ertoe leiden dat bedrijven,
ondernemers en particulieren die in de interne markt willen werken, meer
vertrouwen hebben in de systemen van de andere lidstaten. Efficiënte
insolventieregels verbeteren ook de toegang tot krediet, wat investeringen
aanmoedigt. Schuldeisers zullen meer geneigd
zijn leningen te verstrekken, als zij erop kunnen vertrouwen dat zij hun geld
terug zullen zien. Beter op elkaar afgestemde insolventieregels kunnen de
werking van de interne markt verbeteren. Diversiteit maakt weliswaar deel uit
van een legitieme regelgevingsconcurrentie op basis van nationale politieke
keuzes, maar is tegelijkertijd ook een oorzaak van het probleem van
forumshopping[5]. Ondernemers een tweede kans geven om een
rendabele onderneming te starten en de werkgelegenheid veilig stellen, zijn de
hoofdprincipes van de nieuwe Europese aanpak van faillissementen en
insolventie. Deze aanpak moet een sterke stimulans vormen voor de Europese
ondernemingen in de interne markt. Het voorstel om de EU‑verordening
betreffende insolventieprocedures in grensoverschrijdende context te moderniseren,
dat samen met deze mededeling wordt aangenomen, is reeds op deze nieuwe aanpak
gebaseerd. Deze aanpak zal ook worden ondersteund door het komende actieplan
voor Europees ondernemerschap. In deze mededeling wordt beschreven welke verschillen
tussen de nationale insolventieprocedures de invoering van een doeltreffend
rechtskader voor insolventie in de interne markt het meest kunnen belemmeren.
Het is de bedoeling de punten aan te wijzen waarop de nieuwe Europese aanpak
van faillissementen en insolventie zich moet concentreren om in de lidstaten
een reddings- en saneringscultuur te ontwikkelen. 2. De nieuwe aanpak van insolventie: er
moet een beter ondernemingsklimaat komen Zowel het Europees Parlement als de Commissie
hebben al heel wat onderzoek en analyses van de nationale insolventiewetten
verricht. In november 2011 nam het Europees
Parlement een resolutie betreffende insolventieprocedures aan[6]. Het Europees Parlement verzocht in de eerste plaats
om een herziening van de insolventieverordening en de voorgestelde herziening
is de reactie op dit verzoek. Het Europees
Parlement beval ook aan specifieke aspecten van nationaal insolventie- en
vennootschapsrecht te harmoniseren. Uit een
door het Europees Parlement bestelde studie[7] was gebleken dat de verschillen tussen de nationale
insolventiewetten belemmeringen, concurrentievoordelen en/of –nadelen en
moeilijkheden voor vennootschappen met grensoverschrijdende activiteiten of
aandeelhoudersstructuren binnen de EU in het leven kunnen roepen. Uit de studie bleek dat de harmonisatie van de
insolventieprocedures in de EU‑lidstaten de afwikkeling van de
insolventie en de reorganisatie van ondernemingen veel efficiënter zou maken.
De schuldeisers zouden op een hogere opbrengst kunnen rekenen als de beslissing
wordt genomen de goederen te verkopen, maar er zouden ook betere vooruitzichten
op reorganisatie bestaan doordat meer schuldeisers geneigd zouden zijn om een
herstructureringsplan te ondersteunen. Samen zou dit
het vertrouwen van de economie en de financiële sector in de efficiëntie van de
financiële infrastructuur van de EU verhogen. Op basis van de studie concludeerde het
Europees Parlement dat er bepaalde gebieden van het insolventierecht zijn waar
harmonisatie nuttig en haalbaar is. Wanneer de
hervorming van de insolventiewetgeving in overweging wordt genomen, moet er echter
ook rekening worden gehouden met andere belangrijke rechtsgebieden. De Commissie heeft onlangs de
ondernemingsdynamiek bestudeerd[8]. Uit de studie bleek dat het type rechtsstelsel
(common law/continentaal recht) geen effect heeft op het ondernemerschap
(aantal nieuwe bedrijven, totale ondernemingsactiviteit, overlevingspercentage
van bedrijven). Dit betekent dat efficiënte
insolventieprocedures niet afhangen van het type of de richting van het rechtsstelsel,
maar van specifieke bepalingen zoals minnelijke schikkingen, snelle procedures
voor kmo’s, systemen voor vroegtijdige waarschuwing en andere mechanismen die
de regeling merkbaar efficiënter maken. De
best presterende landen hebben een efficiënt rechtskader voor faillissementen
en een systeem voor vroegtijdige waarschuwing. Uit
de studie blijkt dat bijna alle onderzochte landen waarvan het rechtskader voor
faillissementen efficiënt werd geacht, ook uiterst doeltreffend geachte
instrumenten voor vroegtijdige waarschuwing hadden ingevoerd. Een ander belangrijk aspect van een reële
tweede kans[9]
te bieden, is de „termijn van bevrijding”, namelijk de periode tussen het
faillissement van een bedrijf (liquidatie) en zijn nieuwe start. Schuldbevrijding wordt vaak als cruciaal beschouwd
om opnieuw te kunnen starten. Momenteel loopt
de bevrijdingstermijn aanzienlijk uiteen van land tot land. In sommige landen zijn eerlijke ondernemingen die
failliet gegaan zijn, automatisch bevrijd na afloop van de liquidatie. In sommige landen moeten failliete ondernemingen de
bevrijding aanvragen, terwijl zij in andere landen niet kunnen worden bevrijd. Een ander aspect van een tweede kans heeft
betrekking op de nieuwe start van een eerder failliet verklaarde onderneming.
In veel Europese landen hebben de beleidsmakers toegezegd dat er werk zal
worden gemaakt van de faillissementsprocedures en het bevorderen van een tweede
kans. De lidstaten hebben plannen voorgesteld
om hun nationale insolventiewetgeving te hervormen in die zin dat ondernemers
die een tweede kans willen, die ook kunnen krijgen. Op grond van de meeste
nationale wetgevingen krijgen nieuwe starters niet zo gemakkelijk die tweede
kans. Bijgevolg zijn er minder nieuwe starters, terwijl ondernemers die failliet
gegaan zijn, nochtans sterk geneigd zijn om opnieuw te ondernemen. De Raad Concurrentiekracht van mei 2011
verzocht om specifieke maatregelen. De Raad „verzoekt
de lidstaten om tweede kansen voor ondernemers te bevorderen door, waar
mogelijk, tegen 2013 de kwijting en schuldvereffening voor een eerlijke
ondernemer na een bankroet tot maximaal drie jaar te beperken”[10]. 3. Punten in nationale insolventiewetgeving
waar onderlinge aanpassing profijt zou kunnen opleveren Op basis van een analyse van bovenstaande
vaststellingen heeft de Commissie een aantal punten aangewezen waarop de
verschillen tussen de nationale insolventiewetten kunnen leiden tot
rechtsonzekerheid en een ongunstig ondernemingsklimaat. Dit zorgt voor minder
gunstige omstandigheden voor grensoverschrijdende investeringen. 3.1. Tweede kans voor ondernemers
in eerlijke faillissementen[11] Beginsel II van de Small Business Act for
Europe van de Commissie[12]
wil bevorderen dat eerlijke ondernemers een tweede kans krijgen[13]. Bij een
„eerlijk” faillissement is het faillissement van de onderneming duidelijk niet
de fout van de eigenaar of de leiding, dat wil zeggen eerlijk en transparant,
anders dan wanneer het faillissement frauduleus of onverantwoordelijk was.
Hiervoor moeten de lidstaten beste praktijken uitwisselen. Lange en dure faillissementsprocedures vormen
een grote belemmering voor een echte tweede kans. Daarnaast
gelden voor eerlijke ondernemers die failliet gegaan zijn, vaak dezelfde
beperkingen als voor frauduleuze ondernemers. Eerlijke ondernemers lopen dus
niet alleen het risico het sociale stigma te krijgen dat met faillissement
gepaard gaat, maar botsen ook vaak tegen wettelijke en administratieve
belemmeringen aan wanneer zij opnieuw een onderneming willen starten. Het
vinden van financiering voor hun nieuwe onderneming wordt beschouwd als het
grootste probleem. Maar er mag niet uit het
oog worden verloren dat ondernemers die opnieuw willen starten, uit hun fouten
hebben geleerd en doorgaans sneller groeien dan volledig nieuwe bedrijven. Er zouden maatregelen kunnen worden genomen om
een groter onderscheid te maken tussen eerlijke en oneerlijke faillissementen. De insolventieregimes zouden een onderscheid kunnen
maken tussen schuldenaren die zich eerlijk hebben gedragen of die op een eerlijke
manier hun onderneming hebben geleid, ook al zijn er schulden ontstaan, en
schuldenaren die oneerlijk zijn geweest en zouden bijvoorbeeld kunnen bepalen dat
als de schuldenaar bewust of op een onverantwoordelijke manier wettelijke
verplichtingen niet heeft nageleefd, er burgerlijke sancties kunnen worden
getroffen of hij in sommige gevallen strafrechtelijk aansprakelijk kan worden
gesteld. Alleen eerlijke ondernemers die failliet gegaan zijn, zouden in
aanmerking mogen komen voor steunprogramma’s voor het starten van een nieuwe
onderneming en zouden niet anders mogen worden behandeld dan ondernemers die
nooit failliet gegaan zijn. De volgende maatregelen zouden als het
belangrijkst kunnen worden beschouwd om een tweede kans te bevorderen: ·
afzonderlijke liquidatieprocedures voor eerlijke en
oneerlijke ondernemers; ·
ontwikkelen en volgen van een snelle
liquidatieprocedure voor eerlijke faillissementen. 3.2. Bevrijdingstermijnen die geen
tweede kans bevorderen Bevrijding is ook belangrijk voor een tweede
kans: een periode van drie jaar voor bevrijding
en schuldvereffening zou voor een eerlijke ondernemer een redelijke
maximumtermijn moeten zijn en zo veel mogelijk een automatisme moeten zijn. Het is van cruciaal belang dat ondernemerschap niet
„levenslang” wordt als de zaken verkeerd aflopen[14]. Nadat tot de herziening de Small Business Act
for Europe was besloten[15],
waren de lidstaten het in de conclusies van de Raad concurrentiekracht van mei
2011 eens over de noodzaak de bevrijdingstermijn te harmoniseren tot minder dan
drie jaar. De bevrijdingstermijnen verkorten en op elkaar
afstemmen, zou een belangrijke stap zijn naar een gunstiger en meer innovatief
ondernemingsklimaat waarin de Europese ondernemingen onder dezelfde voorwaarden
kunnen werken. Het zou een eerste stap kunnen
zijn naar een ruimere harmonisering van de nationale faillissementswetten. 3.3. Uiteenlopende mogelijkheden
voor herstructurering ingevolge verschillende regels inzake het openen van
procedures Er zijn grote verschillen tussen de criteria voor
het openen van insolventieprocedures. In
sommige lidstaten kan alleen een insolventieprocedure worden geopend voor een schuldenaar
die reeds in financiële moeilijkheden verkeert en insolvabel is. In andere lidstaten kan een procedure worden geopend
voor een solvabele onderneming die anticipeert op insolventie in de nabije
toekomst. Er zijn ook verschillen in de
insolventiecriteria (zoals de liquiditeitstest) die in de wetten van de
lidstaten zijn opgenomen. Hieruit volgt logischerwijs dat bedrijven in soortgelijke
financiële omstandigheden in de ene lidstaat aan de insolventietest voldoen en
in de andere niet. Bijgevolg hebben bedrijven
ongelijke kansen om buiten de rechter om een beroep te doen op informele
herstructurering teneinde hun financiële moeilijkheden op te lossen en te
voorkomen dat er insolventieprocedures worden geopend waardoor zij geheel of ten
dele het beheer en de beschikking over hun vermogen verliezen en er een
vereffenaar wordt aangesteld. Een ander probleem betreft de regels inzake het
verplicht aanvragen van insolventie. Er zijn
grote verschillen tussen de lidstaten met betrekking tot de termijnen
waarbinnen een schuldenaar verplicht een insolventieprocedure moet openen. In sommige lidstaten moet de schuldenaar het
faillissement aanvragen binnen twee weken nadat hij insolvabel is geworden, en
in andere binnen twee maanden nadat hij zich van zijn insolventie bewust is
geworden. In andere lidstaten moet de schuldenaar
het faillissement aanvragen uiterlijk 45 dagen na de staking van betalingen. De lengte van de termijn kan een effect hebben
op de capaciteit van de schuldenaar om zijn financiële moeilijkheden op te
lossen. Terwijl te strakke termijnen die
capaciteit negatief kunnen aantasten, kunnen lange termijnen bevrijding in het
kader van insolventieprocedures vertragen en de procedures minder doeltreffend
maken voor alle schuldeisers. 3.4. Niet-ingeloste verwachtingen
van schuldeisers voor verschillende categorieën schuldenaren De wetten van de lidstaten verschillen op het
punt van de mogelijkheden waarover schuldeisers beschikken om tegen een schuldenaar
een insolventieprocedure te openen en op het punt van de verschillende
categorieën schuldenaren. Deze verschillen
vallen moeilijk met de legitieme verwachtingen van schuldeisers te verzoenen. Schuldeisers verwachten dat zij tegen hun
schuldenaar een insolventieprocedure kunnen openen en dat zij geen individuele
maatregelen hoeven te treffen maar een collectieve insolventieprocedure kunnen
openen. Een ander punt waarop harmonisatie aangewezen
is, is de capaciteit om tegen een schuldenaar een procedure te beginnen. Alle lidstaten hebben systemen waardoor insolventieprocedures
bij de rechter kunnen worden geopend door een schuldenaar (een natuurlijke
persoon of een publieke of particuliere rechtspersoon) die een zakelijke
activiteit verricht, een schuldeiser of de overheid. In
sommige jurisdicties is de capaciteit van de schuldeiser om een
insolventieprocedure te openen echter beperkt door de toevoeging van bijzondere
voorwaarden. In dat geval kunnen er zich situaties voordoen waarin een
schuldeiser bij de opening van een hoofd- of een secundaire procedure tegen
dezelfde schuldenaar anders wordt behandeld. 3.5. Onzekerheid voor schuldeisers
in verband met de procedures voor het indienen en het controleren van de
schuldvorderingen Om de onzekerheid te verminderen en de
schuldeisers in de lidstaten gelijk te behandelen, zou over een verdere
harmonisatie van de regels voor het indienen en het controleren van de schuldvorderingen
moeten worden nagedacht (procedures, termijnen, sancties, gevolgen van
niet-naleving, aan de schuldeisers te verstrekken informatie). De transparantie en de efficiëntie van de
procedures voor het indienen en het controleren van de schuldvorderingen hebben
een groot effect op de mate waarin de schuldeisers in een
faillissementsprocedure een bevredigend resultaat kunnen behalen. De wetten van de lidstaten regelen dit punt op
verschillende manieren. Er zijn verschillen
vastgesteld in de termijnen voor het indienen van de schuldvorderingen en het
vaststellen van de rechten, de beschikbaarheid en toegang tot informatie over
de procedure en de gevolgen van het laattijdig indienen van een schuldvordering. Vaak is de termijn voor het indienen van de
schuldvorderingen vastgesteld in de beslissing waarbij het faillissement wordt
uitgesproken. Als die termijn niet wordt
nageleefd, kunnen de gevolgen verschillen van lidstaat tot lidstaat. In sommige lidstaten kan een schuldeiser die de
termijn niet heeft nageleefd, zijn rechten niet langer doen gelden en niet
langer een bevredigend resultaat in de faillissementsprocedure verkrijgen, in
andere is dat niet het geval. Buitenlandse schuldeisers lopen een groter
risico dan binnenlandse schuldeisers om de gevolgen te ondervinden van de
verschillen tussen de wetten van de lidstaten en soms zijn de gevolgen van
niet-naleving van de regels zeer zwaar. Zo
kunnen zij het recht verliezen op hun aandeel in de opbrengst. 3.6. Bevorderen van
herstructureringsplannen De regels inzake herstructureringsplannen
(materieelrechtelijk en procedureel) zijn cruciaal voor de totstandbrenging van
de voorwaarden voor een succesvolle herstructurering in insolventieprocedures. Starre en onpraktische regels kunnen de kans
verminderen dat er een herstructureringsplan wordt aangenomen, zodat er geen
ander alternatief bestaat dan de stopzetting van het bedrijf. Het rechtskader voor herstructureringsplannen
verschilt aanzienlijk van lidstaat tot lidstaat. De
belangrijkste verschillen betreffen de groep van personen die als drijvende
kracht achter het plan kunnen optreden, en de manieren waarop een plan kan
worden goedgekeurd, gewijzigd en gecontroleerd. Doorgaans kan de schuldenaar op grond van de
wetten van de lidstaten een herstructureringsplan voorstellen, maar de mate waarin
de schuldeisers een plan kunnen voorstellen of invloed op de voorbereiding
ervan kunnen uitoefenen, verschilt van lidstaat tot lidstaat. Er zijn ook grote verschillen in de procedures om
het plan aan te nemen, bijvoorbeeld de indeling van de schuldeisers in
categorieën en de vereiste meerderheden. In sommige
lidstaten zijn zij niet in categorieën ingedeeld. De
wetten van de lidstaten bevatten verschillende regels inzake de meerderheden
die voor de goedkeuring van het plan vereist zijn. Er
zijn ook verschillen in de normen waaraan de rechter het plan toetst. Op grond van sommige wetten heeft de rechter discretionaire
bevoegdheden, op grond van andere wetten heeft hij slechts beperkte
bevoegdheden. 4. Bijzondere behoeften van kmo’s om een
tweede kans te bevorderen De EU besteedt bijzondere aandacht aan de
situatie van kmo’s en aan een tweede kans voor hen. De
Commissie is van mening dat kmo’s hun economische moeilijkheden beter kunnen
overwinnen, als zij ondersteuning krijgen voor[16]: ·
preventie; ·
na het faillissement en tweede kans; ·
minnelijke schikkingen; ·
gerechtelijke procedures. Voor kmo’s kan herstructurering bijzonder duur
uitvallen, zodanig dat vaak alleen het faillissement een haalbare optie is. Er zouden oplossingen moeten worden gevonden om
herstructureringskosten minder duur te maken voor kmo’s. Een oplossing zou
kunnen bestaan in een beperking van de honoraria. Er
zouden alternatieve procedures moeten worden ingevoerd om voor alle types kmo’s
efficiënte oplossingen aan te reiken. De
procedures zouden moeten worden afgestemd op de omvang van de onderneming. Voor alle types schuldenaren zouden minnelijke
schikkingen mogelijk moeten zijn, ongeacht de beschikbare middelen. Als de
gemiddelde termijn voor minnelijke schikkingen relatief kort is, is het slaagpercentage
van die schikkingen meer dan 50% in de meeste EU‑lidstaten. Minnelijke schikkingen en aan insolventie
voorafgaande procedures zijn recent ingevoerde mechanismen, maar worden steeds
meer gebruikt door kmo’s in de EU. Kmo’s kunnen ook als schuldeiser het
slachtoffer worden van economische moeilijkheden. Bepaalde
vertegenwoordigers van de kmo’s zijn van mening dat micro‑ondernemingen
in hun hoedanigheid van schuldeiser in insolventieprocedures een onredelijk
aandeel van hun uitstaande schuldvorderingen verliezen, omdat de procedures
lang aanslepen en er nationaal bepaalde voorrechten gelden. Het is de moeite na te gaan wat er kan worden
gedaan om de status van kmo’s als schuldeiser te verbeteren. 5. Te nemen maatregelen De Commissie stelt als eerste maatregel voor
dat de EU‑verordening betreffende insolventieprocedures wordt
gemoderniseerd. Daarnaast wil zij een Europees actieplan voor ondernemerschap
aannemen, dat maatregelen omvat om efficiënte faillissementsprocedures te
bevorderen en een tweede kans te bieden. Als volgende stap denkt de Commissie na over
de manieren waarop de problemen die uit de verschillen tussen nationale
insolventiewetten voortvloeien, kunnen worden aangepakt. Individuele
maatregelen op nationaal niveau bieden geen passende oplossing voor de
problemen die het gevolg zijn van de grensoverschrijdende aspecten van de
interne markt. Er zouden nuttige maatregelen
kunnen worden genomen om de onzekerheid te verminderen en een gunstiger ondernemingsklimaat
tot stand te brengen. De uitdaging bestaat
erin de financiële moeilijkheden van de schuldenaar snel en efficiënt aan te
pakken, en tegelijkertijd de belangen van de schuldeisers te vrijwaren en de
redding en de herstructurering van ondernemingen in de hand te werken. De Commissie zal voortgaan met de aanpak die
zij tijdens de vorige cyclus van het Europees semester is gestart en op grond
waarvan sommige lidstaten hun nationale insolventiewetten al hebben hervormd.
Zo nodig zouden er landspecifieke aanbevelingen kunnen worden gedaan waarin een
lidstaat gevraagd wordt zijn insolventiewetten te moderniseren. Voorts wil de Commissie haar analyse van het
effect van de verschillen tussen nationale insolventiewetten op de werking van
de interne markt verdiepen. Zij zal hiervoor
op basis van deze mededeling een dialoog aangaan met het Europees Parlement en
de Raad. Voorts zal de Commissie een publieke
raadpleging starten om standpunten van belanghebbenden te verzamelen over de
punten die in deze mededeling aan bod zijn gekomen, alsook over andere punten
van bezorgdheid en mogelijke oplossingen en beleidsopties. [1] Zie de
brief van voorzitter Barroso aan de voorzitter van het Europees Parlement in
het kader van de toespraak in verband met de staat van de Unie van
12 september 2012. [2] COM(2012)
573. [3] PB C 115
van 4.5.2010, blz. 1. [4] Verordening
(EG) nr. 1346/2000 van de Raad betreffende insolventieprocedures,
PB L 160 van 30.6.2000, blz. 1. [5] De
problematiek is meer in detail beschreven in de effectbeoordeling die is
verricht in verband met de herziening van Verordening (EG)
nr. 1346/2000 betreffende insolventieprocedures, COM(2012) 744. [6] Resolutie
van het Europees Parlement van 15 november 2011 met aanbevelingen aan
de Commissie betreffende insolventieprocedures in het kader van het
vennootschapsrecht van de EU. [7] „Harmonisation
of insolvency law at EU level”, Europees Parlement 2010, PE 419.633. Die
studie werd gevolgd door de studie „Harmonisation of insolvency law at EU level
with respect to opening of proceedings, claims filing and verification and
reorganisation plans”, Europees Parlement 2011, PE 432.766. [8] „Business
dynamics: start-ups, business transfers and bankruptcy”, Europese Commissie, DG
Ondernemingen en Industrie, januari 2011. Dit verslag
omvat een studie van het economische effect van wettelijke en administratieve
faillissementsprocedures en de mogelijkheden van een tweede kans na een
faillissement in 33 Europese landen (27 EU‑lidstaten plus
IJsland, Noorwegen, Kroatië, Turkije, Servië en Montenegro). [9] Zie „A
second chance for entrepreneurs: prevention of bankruptcy, simplification of
bankruptcy procedures and support for a fresh start”, verslag van de
deskundigengroep, Europese Commissie, DG Ondernemingen en Industrie,
januari 2011. [10] Raad van
de Europese Unie, document 10975/11. [11] Er moet
een duidelijk onderscheid worden gemaakt tussen „eerlijke” faillissementen en
frauduleuze. Die laatste mogen zeker niet worden aangemoedigd. [12] COM(2008) 394
definitief. Die was voorafgegaan door de mededeling „Het stigma van een
bedrijfsfaillissement overwinnen – een beleid voor een tweede kans”,
COM(2007) 584 definitief. [13] Beginsel II:
ervoor zorgen dat eerlijke ondernemers die failliet gegaan zijn snel een tweede
kans krijgen. [14] Dit was
ook een aanbeveling in het bovengenoemde verslag van de deskundigengroep inzake
een tweede kans. [15] COM(2011) 78 definitief. [16] „A
second chance for entrepreneurs: prevention of bankruptcy, simplification of
bankruptcy procedures and support for a fresh start”, zie voetnoot 9
hierboven.